Myrle Schoones is best een beetje eigenzinnig

Myrle Schoones is best een beetje eigenzinnig

Myrle Schoones is met de 5-jarige Keizer een van de deelnemers aan de Dutch Eventing Young Horse Trials op zaterdag 30 mei in Renswoude. Ze kocht de jonge Grand Slam x Goodtimes vorig jaar in de online eventing-veiling van ET Auctions. Toen had ze net afscheid genomen van Dimitri, de Vaillant x Enrico die onmiddellijk ook met Raf Kooremans internationaal scoorde. Myrle is pas 21 maar heeft toch een indrukwekkend verhaal hoe het zo is gekomen….

Het verhaal van Myrle Schoones is geen verhaal van luxe leven en onbeperkt investeren. Het is een verhaal van dingen die op je pad komen, maar vooral van een mooi soort eigenzinnigheid om het doel te halen dat je zelf hebt bepaald. Met een Rotterdamse moeder en een Eindhovense vader komt ze uit het Belgische Neerpelt, vlak over de grens. Die hadden niks met paarden: zwemmen was meer wat voor Myrle. Dat deed ze voor het laatst bij PSV in Eindhoven maar in de tussentijd kreeg haar leven een andere wending.

‘Ik wilde liever ponyrijden toen ik 9 was. Het mocht, maar dan moest ik het wel zelf regelen. Ik ben begonnen op de manege in Budel.  Met m’n lieve kleinemeisjesogen heb ik toen mijn vader aangekeken: ik wilde een eigen pony. Ik mocht een verzorgpony, maar ik moest het wel zelf regelen. Nou, die had ik binnen een week gevonden. Arlette Vermunt heeft geholpen om een pony te zoeken. Zij had een zoekertje op Marktplaats staan dat zij een pensionstal had, ik heb haar een bericht gestuurd of ze geen verzorgpony had. Ik ben best wel verlegen, ik zeg wel ‘hoi’ maar het is niet dat ik met iedereen gesprekken zo maar ga voeren. Maar dat durfde ik toen wel.’

‘We hebben de eerste pony gekocht en na en half jaar ben ik voor het eerst op wedstrijd gegaan. Die won ik gelijk. Mijn vader was erbij omdat mijn moeder toen iemand moest coachen met zwemmen. Mijn moeder was ook mijn trainster met zwemmen, ze heeft me net als mijn vader altijd gesupport. Ik ben niet in het zadel geboren, maar vanaf het eerste moment dat ik op een pony zat, zagen ze dat het helemaal paste. Toen gingen we meer op wedstrijd, en toen kwam er ook een tweede pony bij. Mijn ouders zijn heel snel fanatiek te krijgen als het om sport gaat. Toen zijn we ook van stal veranderd, naar Hamont, en van trainer geswitcht. Die zei: je zou eens eventing moeten proberen.’

Met de pony Coco

‘Ik had wel eens wat filmpjes gezien over eventing maar ik vond dat eigenlijk niks voor mij want ik zag alleen maar filmpjes waar van alles misging. Maar mijn vader had ook zitten te zoeken en die werd heel enthousiast. Hij heeft me voor een crosstraining opgegeven in IJsselsteijn bij Gerald Arts, zonder dat ik het wist. Kom, zei hij op een ochtend, we gaan op pad, we gaan een crosstraining doen. Ik vond dat echt zó leuk, ik was direct helemaal verkocht.’

‘In Castenraij heb ik mijn eerste wedstrijd gereden. Myrle zette haar beide pony’s in voor de nieuwe liefhebberij: ‘De een won óf was laatste, de ander had een groot hart en die deed alles voor me maar die was net niet goed genoeg. Plus ik was geen ster in de dressuur, dat vond ik niks. Ik vond eventing zo leuk, ben eigenlijk vanzelf steeds hogerop gaan rijden. Ik werd uitgenodigd voor de perspectieventrainingen bij Martin Lips. Kwam in het kader. Maar ik werd ook al 16 en groter, er moest dus een keer een paard komen. En we zijn geen miljonair dus er moest wat verkocht worden. Een pony hebben we best wel goed kunnen verkopen, toe had ik alleen nog Coco, die met het grote hart. We hebben de selectie voor het EK gehaald maar het is het net niet geworden.’

Myrle kreeg haar eerste paard: ‘Een 5-jarige, van 1m80, en ik was een smurf van 1m65. Als je bij de pony’s hoog hebt gereden, begin je best wel met vertrouwen aan zo’n paard maar ik kwam er snel achter dat dat anders was. Daar heb ik me heel erg in vergist. Achteraf had ik beter mijn ervaring op kunnen doen met een ervaren paard, maar ja. Hij had geen hart om te eventen, had op zijn leeftijd natuurlijk ook geen eventingervaring. In het crossterrein deed ie het goed maar het leek wel of ie een soort van verlatingsangst had, alleen het bos of het weiland in dat durfde ie niet. Ik kreeg hem niet eens de startbox uit, zo erg was het. Hij was voor eventing niet geschikt. Ik heb zo vaak echt heel veel gehuild want tegelijkertijd had ik een super band met hem. Maar met deze heb ik wel echt leren dressuren. Ik heb hem tot en met de Z2 gereden en toen hebben we hem verkocht. Ik geloof echt dat hij niet voor niks op mijn pad gekomen is, door hem ben ik dressuur ook echt leuk gaan vinden.’

In 2012 reed Myrle in de bekende zondagochtendrubriek met haar pony Nikita

Intussen kreeg ook Myrle’s moeder wat plezier in het rijden, op een gegeven moment kreeg ze zelfs een paard, van 14 jaar: ‘Ik eerst erop, hij was super braaf. Toen zij, helemaal verliefd natuurlijk. De eigenaresse had wel een hindernisje gesprongen van 80 cm maar meer niet, eigenlijk alleen dresuur gereden. Mijn moeder zag in mij natuurlijk geen concurrentie voor dit paard. Ik heb gevraagd of ik een keer mocht springen: dat mocht. En hij toonde echt talent! Wel op z’n eigen manier, maar ja. Toen heb ik gevraagd: kunnen we ‘m dan niet een keer meenemen naar het crossterrein? Gedaan, het paard deed echt alles gewoon. Toen was ik al helemaal verliefd. Ik had er een op stal staan waar ik al twee jaar mee zat te kloten om ‘m uit de startbox te krijgen. En m’n moeder kwam met dít paard aanzetten.’

Het was Ravallo van de Smeetshoeve, waarmee Myrle uiteindelijk 4* eventing reed: ‘We zijn wat wedstrijden met hem gaan rijden. Voor de lol B, een keer L proberen, hij vloog overal zo doorheen, M, Z, het ging als een speer. Niet met de beste techniek, maar wel met een super instelling, hij snapte wat er moest gebeuren. Toen begreep ik dat het zo hoorde, dat het niet normaal was wat ik eerder mee had gemaakt. Ravallo is nu 19, twee weken geleden heb ik besloten om hem met pensioen te laten gaan. Hij is nu nog topfit maar om hem nu door te blijven trainen voor wie weet wanneer, ik weet het ook niet.’

Met Ravallo

‘De laatste wedstrijd was een 4* in Polen in oktober, op zich was dat heel goed maar we vielen in het eerste water, ook de eerste keer dat ik van Ravallo viel trouwens, zo’n stomme struikel was het. Ik heb met Ravallo lang in het kader gezeten, dat had echt niemand verwacht. Hij had cornage, waaraan hij later geopereerd is, maar bij de 0-meting was er wat onduidelijkheid. De dierenarts zei: ik weet niet hoe we het verder moeten doen met conditietraining. Jan van Beek toen: hij klinkt misschien als de brandweer maar hij gáát ook als de brandweer. Jan was mijn springcoach, mijn eventing coach. Ik mis hem echt.’

Myrle volgde het VWO in België en begon toen aan een studie criminologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. ‘Dat bleek niks voor mij, na twee maanden ben ik gestopt. In dat tussenjaar ben ik gaan werken bij Renske Kroeze op stal, bij De Beemdhoeve van Jan Kemps. Bij haar heb ik echt geleerd hoe je met een jong paard omgaat. Mijn vader wilde dat ik marketing ging studeren aan de Johan Cruyff Academy maar ik wilde heel heel graag voor schoonheidspecialiste studeren. Uiteindelijk mocht het, een van mijn beste beslissingen ooit. Hierna nog een jaar, dan ben ik klaar. Tja, beetje eigenzinnig wel hè.’

Met Dimitri won Myrle de wedstrijd in Strzegom

‘Het is eigenlijk beginnen te lopen toen ik drie jaar geleden Dimitri ging uitbrengen.Met hem heb ik vorig jaar in Marbach voor het eerst een 4*gereden. En toen vroeg Bettina Hoy me of ik de Nations Cup wilde rijden in Prattoni del Vivaro. Maar dat ging helemaal nergens over, ik ging helemaal de mist in. Het was de eerste keer dat we een echt lange reis maakte, en je bent young rider, en je gaat naar een echte Nations Cup…..voor mij als 20-jarige is dat toch te veel druk geweest, ook in het rijden. Dimitri is een geweldig talentvol paard, maar je moet er echt 1000% op rijden, nooit verslappen. Er was best wel wat animo voor Dimitri en toen heb ik nagedacht. Ik kon nog wel wat geld voor hem krijgen om een jonger paard te kunnen kopen….ik denk een goede beslissing geweest want Raf Kooremans scoorde direct in Boekelo met een topklassering, terwijl ze pas drie maanden bij elkaar waren.’

‘Ik heb heel veel respect voor ruiters die dat wel kunnen op zo’n leeftijd, maar ik had het ff niet. Veel mensen beseffen niet wat voor een druk dat met zich meebrengt. Ik heb gemerkt dat ik superveel voldoening haal uit het beter maken van een jong paard, dat is intens leuk. Na Dimitri was ik op zoek en mensen wisten dat. Renske stuurde me een berichtje: ik heb hier nou echt een leuke 4-jarige staan. Stuurde ze filmpjes door: oké! Echt mijn type paard! Maar ja, hij zou in de veiling komen. Ik dacht: oh…dat had ik nooit gedaan. Ik naar Renske toe, zij er eerst op. Hij was 4 maar nog wel heel groen, met opstappen een beetje rillerig en zo. Maar vanaf het eerste moment dat ik erop zat, had ik meteen weer het goede gevoel. Ik keek mijn moeder aan, we lachten naar elkaar. Ook qua uiterlijk leek hij heel veel op Dimitri.’

Met Keizer, in oktober gekocht in de ET Auction veiling voor eventing paarden

‘In de auto zei mijn vader: het gaat wel moeilijk worden want nou moeten we de hoogste bieder zijn. Dat was super spannend. We hadden een maximaal bedrag afgesproken. We hebben geen bedrijf dus de btw-kosten kwamen er nog bovenop. Raf Koremans appte me nog: heb je al een nieuw paard gevonden? Ik as toevallig aan het bieden en die had hij ook gespot. Het duurde een paar dagen, we hebben gewacht tot de laatste dag. Ik was aan het lesgeven, steeds af en toe stiekem kijken. En toen was het afgelopen! Ik ben de kantine in gerend, helemaal door het dolle heen. We hadden ‘m.’

‘Ik zou Keizer heel graag het WK jonge paarden laten lopen, als 6-jarige, hij kan natuurlijk niet te veel wedstrijdervaring opdoen dit jaar. Maar hij is nog jong, is sinds vorig jaar ook twee centimeter gegroeid. We gaan kijken hoe snel ie alles oppakt, misschien nog het WK voor 7-jarige eventers, en dan verkopen. Dan kan ik weer met een nieuw project beginnen. Probleem is wel dat ik geen hart van een handelaar heb. Eerst naar Renswoude, het is superfijn dat ze dit organiseren. Het wordt ons eerste eventingoptreden, het is mooi om hem ook zo te leren kennen. Bij zoiets kun je namelijk pas echt zien waaraan je moet gaan werken.’

Blauwe ogen, lang blond haar, dat sprak wel tot de verbeelding

Blauwe ogen, lang blond haar, dat sprak wel tot de verbeelding

Het is heerlijk om naar paardenmensen zoals Linda de Jong te luisteren. Nuchter, enorm gepassioneerd, ondernemend maar ook met het hart op de tong en niet bang om ergens iets van te vinden. Vanuit Buitenpost regelt ze haar eigen bedrijven en ondersteunt ze intussen ook het timmerbedrijf van haar partner. ‘Ik ben nogal een bezig bijtje,’ zegt ze.

Ze is de oudste in een gezin met 9 kinderen, boerend op een melkveebedrijf met daarbij een loonbedrijf. Haar vader werd ziek in 2009 en overleed in 2016. Linda pakte haar verantwoordelijkheid: ‘In 2009 was ik 34, we hadden twee boerderijen, met land, de paarden, en een loon – en grondverzetbedrijf, dat zou betekenen dat alles weg zou gaan. Ik heb die verantwoordelijkheid gevoeld, vooral voor mijn zus Paula en broer Hylke die in de paarden wilden. Paula was 24 toen, Hylke 14. We zijn met elkaar om tafel gaan zitten en hebben gezegd: de schouders eronder! Paula woont met haar gezin aan de overkant van mij in Buitenpost, Hylke bij mijn moeder op de ouderlijke boerderij in Dokkum.”

Ons ouderlijk huis staat aan de rand van de stad Dokkum, boerderij de Osseweide, daar is de paardenhouderij met de zorgfunctie.  Aan de rand van de stad kwamen bij ons veel mensen, met gedragsproblematiek, ze hielpen mee, er zat structuur in de werkzaamheden, dat is goed. De professionalisering van de zorg is ontstaan omdat Yvonne Roorda een locatie zocht om paarden en zorg te combineren. We organiseren er nu ook wedstrijden, mensen die daar zijn werken mee, vinden ze hartstikke leuk om te doen, ze voelen zich nuttig. Op de boerderij in Westergeest exploiteer ik, samen met mijn broer Mark en schoonzus Natasja, sinds 2010 het loon- en grondverzetbedrijf. En dan heb ik dus mijn eigen paardenbedrijf, met inkoop, verkoop, noem maar op. En twee Berner Senners met momenteel puppies, eigenlijk ben ik altijd aan de gang. Nee, dat kost me geen moeite, denk niet dat ik niet meer slaap of zo.’

Even terug naar het begin, toen de wereld er nog anders uitzag: ‘In die tijd had elke boer wel paarden erbij en ook mijn moeder reed wel, recreatief. Ook naar Zuidlaren, van Marum naar Zuidlaren in 1976, onder de man met twee aan de hand. Dat was toen heel gewoon, in 1974 naar de eerste Zuidlaardermarkt, ik zat in de kinderwagen. Twee jaar later zat ik voorop. Natuurlijk kwam er later een Shetlandertje, Kissy, daar viel ik wat mee om. Even later een C-ponytje. Toen ik 15 was begon het wat serieuzer te worden: kocht ik pony’s op de markt, en die verkocht ik dan weer. Sleepte ik Paula mee, die was bijna 10 jaar jonger.”

Fokkerij is een belangrijk onderdeel van de paardenactiviteiten van de familie De Jong. Het betreft veulens van eigen merries maar ook het ter dekking stellen van hengsten zoals deze I’mtorius van de Osseweide (Dallas VDL x Damiro x Formateur) op de sprong met Hylke de Jong

Linda wilde de paarden in maar dat vonden haar ouders geen goed idee: ‘Geen denken aan, jij gaat studeren. Dat heb ik gedaan, ik heb een baan gekregen bij de ABN Amro, later werd ik kantoordirecteur in Kollum en Oosterwolde. De paarden ben ik er altijd bij blijven doen, dat wist ook iedereen. Niet zozeer de sport, M2, dan was het voor mij wel genoeg. Het opleiden van jonge paarden vond ik veel leuker. En de handelsgeest zat er altijd al wel in. Plus het coachen van Paula en Hylke, dat is altijd heel leuk geweest.’

De familie De Jong heeft het op een eigen manier aangepakt: ‘Ik weet nog, op een gegeven moment waren we met springen zo ver dat we aan het 1m40 mochten meedoen. Mijn God, wat een drama om daartussen te komen bij de KNHS. Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Veel bellen en lobbyen bij de KNHS. Paula had in Zuidbroek weer drie dagen lang fantastisch gereden in het ZZ. Toen werden we toch op de lijst gezet voor Roggel. Daar reed ze meteen twee keer 0 in het 1m40 en mocht ze de Grote Prijs rijden. Weet je, het heeft niet per se met rijden te maken. Ten eerste kost het heel veel geld, en ten tweede kost het heel veel tijd. Je moet wel de mogelijkheid hebben om drie of vier dagen iemand op stal te hebben. En je komt er niet zomaar tussen. Als je talent hebt en geen geld, is het heel lastig. Mensen kopen tafeltjes om daaraan mee te kunnen doen. Het is in die wereld heel erg van wie je bent en wie je kent. Heel erg jammer. Er zijn veel mensen die met hart en ziel eraan werken maar er daarom niet aan komen.’

‘In 2012 heb ik daarover een gesprek gehad bij de KNHS in Ermelo. Dat, behalve dat paardrijden een erg dure sport is, komt er weinig ondersteuning van de KNHS om de overstap te maken van nationale naar internationaal. We zijn natuurlijk ook lid van de KNHS om een meerwaarde te hebben, maar in deze situatie vond ik die ver te vinden.’

‘Paardensport is een way of life. Als je alleen al kijkt: je bent lid van een vereniging, van de KNHS, je hebt een startpas, je betaalt inschrijfgeld, je vervoer, noem maar op. Het is niet zomaar een hobby, 24 uur per dag ben je ermee bezig, dat kun je niet vergelijken met welke andere sport dan ook. Met alles wat er omheen hangt. De hengstenhouderij, de export, de hele bedrijfstak eromheen. Wij Nederlanders kunnen gewoon goed paarden fokken, met ideale weersomstandigheden. De sport is slechts een onderdeel. En dan hebben we binnen de sport nog allerlei gebruiksmogelijkheden. Dat is voor mensen die niet in die wereld zitten nauwelijks goed uit te leggen. Die zien hooguit alleen de topsport op TV, maar wat eraan vooraf gaat, ziet niemand. Kijk naar onze gigantische successen en de waardering daarvoor in de Sportgala’s. Dat geeft al aan hoe anders onze sport bekeken wordt. Over één kam scheren met andere sporten? Dan word ik helemaal kriegel. Dan denk ik: waarom? We hebben een individuele sport, we kunnen het hartstikke goed inrichten. Waar is de KNHS dan voor ons?’

‘Daar komt bij dat we met onze sport onder het vergrootglas liggen. Wij zitten aan de rand van Dokkum, de paarden lopen in het land. Ja, dan gebeurt er wel eens wat. Als je zes paarden moet vervoeren, dan schiet het niet op met ‘kom maar schatje, nog een beentje’. Ze moeten ook opgevoed worden. Maar mensen hebben nu snel de dierenbescherming gebeld, voor iets wat vroeger heel normaal was. Mensen zijn vergeten dat het dieren zijn en dat je ze niet vanuit menselijk perspectief moet benaderen.’

‘Plus dat we een geslotenheid hebben, ook onder elkaar. Natuurlijk verschilt het heel erg van persoon tot bedrijf. Gesloten met het hekwerk, maar ook om kennis te delen, om dingen te laten zien. Laten we wel wezen: als je er op afspraak komt, is alles piekfijn in orde. Dat is natuurlijk niet de praktijk. Door de handel kom ik op heel veel stallen, je ziet heel veel dingen. Hé, doe je dat zus, doe je dat zo? Thuis zeg ik dan goh, ik heb daar wat gezien, dat was ook wel wat voor ons. Maar dat komt omdat je op die stallen komt. Om dat echt te delen, dat gebeurt niet. Wat we nu doen met handel en export: daar heb ik heel veel voor moeten uitzoeken. Informatie vinden is echt lastig.’

Via de nieuwsbrief van de Kamer van Koophandel werd Linda geattendeerd op een handelsmissie naar Shanghai in 2010: ‘Toeval bestaat niet. Onze ouders waren een paar maanden daarvoor naar Beijing geweest en die zeiden: daar zouden jullie naar toe moeten gaan, echt iets voor jullie. Ik heb het samen met Paula uitgezocht, twee boerinnen van buten. We wisten niet wie er mee gingen, we moesten onze eigen weg zoeken. Sjoerd Meekma ging mee, Horse Service International, de Gerdine Hoeve, Age Okkema, Debby Wolters, zo nog een aantal. Hoe het was? We hebben amper kunnen eten en drinken, zoveel mensen kwamen er op ons af. Al snel hoorden we: die twee meiden die daar staan, die hebben de gang erin. Met onze CD-tjes en video’s. We hebben een foto van elke bezoeker gemaakt, en dat op de achterkant van het visitekaartje geplakt: man met bril foto 2 en zo.’

In de trein in China, alleen erop af

‘Twee maanden later hebben we onze eerste deal gesloten en toen….nou ja, toen hield het niet meer op. We hebben zelf onze klantenkring opgebouwd, dat komt ook wel omdat mijn zusje en ik van ondernemende aard zijn, zeg maar. Afspraken maken, zorgen dat je een chauffeur krijgt en erop af. We waren in dezelfde tijd als Dutch Premium Horses (DPH), zij hebben het ook echt heel goed gedaan. En tja, vrouw en persoonlijkheid, dat wordt soms ook wel onomwonden gezegd. Blauwe ogen, lang blond haar, dat sprak wel tot de verbeelding. Er zijn klanten die graag zaken willen doen om die reden.’

Het zakendoen met China is in de afgelopen tien jaren wel veranderd: ‘De eerste vraag was natuurlijk: zwart en moet 1m50 kunnen springen. Het was moeilijk om aan te geven dat het zo niet werkt. De fundering moet het beste zijn, dat is ook zo met je huis, daar kun je nooit meer bij. Dat is de basis, en dan komt het talent, de sponsors, etc. Plus dat Chinezen gewend waren om voor weinig geld veel te krijgen. Dat was dus niet zo. Ze zochten allemaal naar die toppers. En dan niet kunnen rijden, geen stalmanagement, geen goede coach, wat denk je dat er van zo’n paard overblijft?’

‘Al snel kwamen ze tot het inzicht dat ze meer hadden aan heel fijne gebruikspaarden, L- en M-niveau zeg maar. Dat is een beetje ons geluk geweest. Brave paarden, betrouwbaar. Die klanten kopen nog elk jaar. Je kunt wel elke keer nieuwe klanten aantrekken maar je bestaande klanten tevreden houden is veel beter. Er zijn klanten daar doen we al heel lang zaken mee. Paula heeft met Unanina 1m50 gesprongen. Daar heeft ze een jonge Nassau uit, een vos met aftekeningen, niet al te groot. Niet ideaal voor China, maar die loopt daar nu wel 1m50. Dat kwaliteit geen kleur heeft, dat heeft die koper daar wel wat ingebracht. We missen de contacten nu wel. We kregen laatst 1000 mondkapjes opgestuurd met de boodschap dat we goed op onszelf moesten passen.’

Ook als het gaat om inkoop beschouwt Linda de wereld op haar eigen manier: ‘De basis is wel goed, daar zijn we goed in. Ik waardeer enorm de basisruiter, 20 keer per jaar op concours, de kracht van de herhaling. Bij een andere categorie ruiters worden de punten in een paar maanden erbij gereden. Dan is een paard zomaar Z2, maar dat geeft geen informatie. Iedereen zegt: die handel….nee, dat staan we met elkaar toe. Het is zo belangrijk dat de basis er goed in zit. Fantastisch hoor als een paard met de benen een halve meter de lucht in draaft, maar je hebt er niks aan. Of een halve meter boven de hindernis uit, je hebt er niks aan. Basis, basis, basis, als je dat goed doet, is het goed voor iedereen.’

Linda, Hylke en Paula de Jong met I’mtorius van de Osseweide (Dallas VDL x Damiro x Formateur), een naam waarvan het achtervoegsel refereert aan de ouderlijke boerderij.

‘En dan moeten we kijken naar de meetmomenten. Mijn paard heeft M-niveau. Ja? Een hindernis van 1m20, thuis, kringniveau of CSI*1? Dat maak je allemaal mee. De presentatie naar buiten is ook belangrijk: ik ben ervoor om plaatsingspunten registreren, net als de FEI. Eenduidig. B, L M, Z: zegt een buitenlander niks, net zomin als onze dressuurindeling. Als handelaar heb je daar last van, een klant wil weten wat ie koopt. Ik ben nou op zoek naar een Z2-paard dat 68% kan scoren voor een redelijk budget, moeilijk. In Duitsland zijn ze er eerder mee, daar wordt een wissel spelenderwijs eerder in de proeven meegenomen. Die proeven moeten we ook maar eens goed onderhanden nemen.’

Eigengereid en vrijbuiterig, zo omschrijft Linda haar leven: ‘Dat ik dit zo kan doen, kan ook omdat ik geen kinderen heb. Het is niet standaard inderdaad. Mijn moeder is 67, rijdt nog paard, haalt de kleinkinderen op, is actief. Ik denk dat mijn moeder tropenjaren heeft gehad maar dat is haar niet aan te zien en het is niet aan haar te merken. Het zal in de aard van het beestje liggen, zo zijn we allemaal wel een beetje…’

Kees van den Oetelaar: Ik weet het niet, daarom denk ik er niet licht over

Kees van den Oetelaar: Ik weet het niet, daarom denk ik er niet licht over

“Wat ik mis? Niks! Voor mijzelf is het absoluut geen probleem. Natuurlijk, in het begin was het gruwelijk wennen. Handelen kun je nu alleen met mensen in wie je vertrouwen hebt.” Hengstenhouder en paardenhandelaar Kees van den Oetelaar aan het woord. Hij maakt zich zorgen maar ziet ook kansen: “Als we allemaal de afspraken heel goed naleven, dan kunnen langzamerhand de wedstrijden ook weer beginnen.”

We beginnen met de zorgen. Ze komen samen in een van zijn typerende uitspraken: de hand waar je voer uit krijgt, daar moet je nooit in bijten. Het gaat over de manier waarop we handelen in deze crisis. En over de manier waarop we onze zaken verkwanselen. Nee, de hand waar je voer uit krijgt, daar moet je nooit in bijten.

“Ik heb in de twee maanden dat ik thuis zit, nog niemand horen zeggen: zó is het. Dat is het probleem: we kennen het virus niet. Wat gezegd wordt door mensen die ervaring hebben met virussen, daar moeten we naar luisteren. Een hoop mensen denken er licht over. Ik weet het niet, daarom denk ik er níet licht over. Als er vroeger in Heeswijk MKZ heerste en de wind kwam uit het zuiden, dan was er bij ons in Schijndel niks aan de hand. Ons moeder zei dan: als de wind maar niet draait. De wind draaide, en dan hadden wij het drie dagen later op stal. Als hier taart op tafel staat en die is op, dan gaan we aan het roggebrood. Zo gaat het met het virus ook. Nou zijn nog vooral de ouderen het slachtoffer….”

Met de voorzitter van het Braziliaanse stamboek in Polen rond de vergadering van de WBFSH

“Natuurlijk, 80 of 85 is oud, maar weet je wat je van die mensen kunt leren! Die zijn niet voor niks 80 geworden. Het is zonde dat mensen doodgaan. Ik leef in een dorp waar veel mensen dood zijn gegaan aan de corona. Wat is er nou mooier dan om met een ondernemer van 80 jaar te buurten. Luister maar naar die mensen met ervaring. Los van die heel hoge leeftijden: we moeten niet vergeten dat onze economie toch vooral draait op mensen van boven de 50. Die moeten in leven blijven om de economie overeind te kunnen houden.”

“De economie overeind houden, dat is het belangrijkste waar we nou aan moeten denken. En dat kan alleen maar als je aan je eígen gezondheid denkt èn aan de gezondheid van andere mensen. We moeten er met ons allen voor zorgen dat de economie blijft draaien. Gezond blijven is een voorwaarde daarvoor. Vergelijk het met een bijenvolk, waarvan de bijen enorm goed op de koningin letten. Dat is niet voor niks. De generatie die nu leeft, beseft vaak nauwelijks hoe belangrijk het is dat er íemand is die geld kan maken, van wie ze kunnen leven. Churchill heb ik vast in mijn telefoon staan met een uitspraak: sommige mensen zien de ondernemer als een op geld beluste wolf die men dood moet slaan. Anderen zien hem als een koe die men zonder ophouden kan melken. Maar slechts weinigen zien hem zoals hij werkelijk is, namelijk als het paard dat de kar moet trekken.”

“Waar ik me gruwelijk aan stoor: in Nederland gaat de werkgever kapot aan zijn eigen personeel. Hij sluit zijn eigen zaak om Nederland weer op de been te kunnen helpen. Maar het personeel doet net of ze vakantie hebben, ze gaan feestvieren met elkaar. Pakweg 20 jaar geleden had een werknemer respect voor een baas, werkte alsof het voor hemzelf was. Dat is voor een groot deel weg. Hoe dat komt? Ik weet het niet. De jongere generatie moet veel zuiniger zijn op de mensen waar ze van leven. Als het potje leeg is, dan is het gedaan, dat moeten ze zich goed realiseren. Dan zijn zij wel de eersten die aan de bel trekken, maar dan kan onze regering ook niets meer doen.”

“Als we het daarover hebben: wat me langzamerhand het allermeeste tegenvalt, is onze regering. Ik ben me nou twee maanden wat meer aan het verdiepen omdat mijn neef Joris druk is met de politiek. Het is belachelijk dat we de dingen die we nodig hebben, allemaal in het buitenland moeten kopen. Terwijl we vroeger het beste van de wereld waren, met de farmaceutische industrie als een van de voorbeelden. Nou moeten we het in China of zo gaan kopen. En het is belachelijk hoe onze regering omgaat met onze boeren, onze land- en tuinbouw. We hebben de beste grond van de wereld om te melken en te produceren, de beste mensen van de wereld. De beste hè! Als ze dat nou weer gaan halveren….”

“Die Klaver van GroenLinks en Jetten van D66: als die zo doorgaan…. ik denk dat zij denken dat onze kinderen kunnen leven van vleermuizenmelk uit China. Als wij zelf geen koeienmelk meer hebben….een boer geeft heel zijn hart voor zijn bedrijf maar als hij ophoudt, gaat ie nooit meer aan de gang. We moeten ook op die manier zuinig zijn op de mensen die ons eten geven. We moeten nu al onze medicijnen in het buitenland kopen. De KLM is vooral in Franse handen. We konden vroeger alles maken. En nu? Lener is des leners knecht, onthou dat goed.”

Als ik wegga, neem ik mijn broodtrommeltje mee

“Als we oppassen en ons aanpassen, kunnen we toch iets doen in deze omstandigheden. Maar we moeten oppassen! Als de restaurants opengaan en iemand uit Groningen gaat eten met iemand uit Brabant, dan vraagt de portier: horen jullie bij elkaar? Dan zeggen ze natuurlijk ‘ja’, en dan is het al mis. Als we langzaam weer beginnen en we passen echt goed op, met het nakomen van goede afspraken, dan kunnen langzamerhand de wedstrijden ook weer beginnen. Ik kan me er wel bij neerleggen, ik pas heel goed op in deze tijd. Tot we die vaccinatie hebben, kan ik ermee leven.”

‘Wat ik mis? Niks! Voor mijzelf is het absoluut geen probleem: ik kan met heel weinig leven, heel sober, ik leef al twee maanden in een lockdown, ik lust alles, ben met heel weinig tevreden. Ik verzorg mijn kinderen, doe de tuin, en tussendoor doe ik elke dag nog handel. Natuurlijk, in het begin was dat gruwelijk wennen. Handelen kun je nu alleen met mensen in wie je vertrouwen hebt. Zoals de handel met Holstein, bij iemand waar ik al 40 jaar paarden koop. Als hij een paard gezien heeft, omschrijft hij dat via de telefoon, dan weet ik precies wat ik voor me zie. Verkopen? Natuurlijk! Ik verkoop elk dag paarden. Maar alleen aan mensen van wie ik 100% op aan kan. Ik kan er makkelijk mee leven.”

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst: Willem van den Oetelaar en Maikel van der Vleuten.

“Het gaat niet alleen om mij, het gaat erom dat de jonge generatie de zaken voort kan zetten die we opgebouwd hebben.  Zeker met onze Europese paardenfokkerij staan we er zeer goed voor wat betreft sport en economie. Wij zijn de enige met Duitsland en België waar de paarden vandaan komen waar heel de wereld de sport op uitoefent. Dat blijft ook zo, dat gaat niet veranderen. Een goede merrie kun je gerust laten dekken, dat is absoluut toekomst. Wij hebben dat in ons, wij zijn fokkers. Ik heb naar alle landen in de wereld fokmerries verkocht, drie jaar later is er niks meer van over. Aardappelen poten op het strand levert niks op. Hoe moet je in die bloedhete landen paarden fokken als ze niet op de wei kunnen. Wij hebben de ervaring, het gevoel voor fokkerij, dat kan niemand nadoen. In dat opzicht is er in onze paardensector niks aan de hand want mensen kunnen niet zonder paarden en paarden niet zonder mensen We staan er goed voor maar dat kan alleen maar voortgezet worden als ook de jongere generatie nu oplet.”

Diny Markhorst: Moreno Grove biedt kansen voor de eventing fokkerij

Diny Markhorst: Moreno Grove biedt kansen voor de eventing fokkerij

Praten met Diny Markhorst is een belevenis. Ze is uitgesproken in haar mening en ze is van alle markten thuis: ze vertelt net zo gemakkelijk over haar springpaarden, haar dressuurpaarden en haar eventingpaarden als over haar tuigpaarden. Van de opvoeding tot en met de sport. Met haar rijke levenservaring zonder moeite zelfs urenlang.

Diny Markhorst uit het Overijsselse Brucht heeft net haar volgende fokproduct goedgekeurd zien worden, de driejarige Moreno Grove, een eventer. Een hengst met een ontroerend verhaal: “Nou…..het was dus zo: ik kreeg een Pacific-merrie uit een Emilion. Die Pacific kon goed springen, ze liep 1m40, maar ik vond dat ze wel wat meer bloed kon gebruiken. Nico Krol had sperma van Coconut Grove, een volbloed die zelf op Grand Prix-niveau had gesprongen. Zoveel volbloeds zijn er niet die op niveau gesprongen hebben, hij had zelfs op de Pan American Games gelopen. Volbloeds waren een beetje uit de gratie, de omvorming hadden we immers jaren geleden al gehad.”

Diny’s eerste paard: Gelderse vosbles merrie Bianca (v. L’Invasion)

Coconut Grove moest het dus worden, hoewel ze niet veel voorbeelden had: ”Niet veel voorbeelden? Klopt, dat hoef je ook niet altijd te hebben, je moet soms wat uitproberen. Ik kreeg in 2007 in elk geval een bloederig veulen, Dynamic Grove, dat het beste kon galopperen van alle veulens van dat jaar. Ik moest toen nog naar een speciale merriekeuring voor halfbloeden, dat waren toch net iets andere types dan de paarden die toen bovenaan stonden op de keuring. Ze werd voorlopig keur en toen heeft ze de merrietest gelopen in Sleen, was ze meteen zadelmak en elite.”

“Ik had intussen wel wat fokpaarden, en ik twijfelde of ik ze meteen moest laten dekken. Ik heb haar laten rijden door Jan Diepman, werd ze Z springen. Toen vond ik dat ik genoeg geïnvesteerd had, ik denk laat ik nou maar eens gaan fokken. Ik heb er wel vraag naar gehad uit de eventing wereld hoor. Maar ik heb het niet gedaan, want ik dacht: dan ben ik mijn stukje eventing-fokkerij kwijt. Met de eventingsport in het achterhoofd kwam ik bij Herald uit, VDL had sperma van die hengst. Diepvries, maar ze was in een keer drachtig, een jaar of 7 was ze toen. En na 11 maanden kwam er een veulen.”

Moreno Grove met Janneke Boonzaaijer

“Een paar dagen later kreeg de merrie koliek, ik in de haast naar Wolvega, daar werd ze geopereerd. Aanvankelijk leek het geslaagd en ging het allemaal goed, maar anderhalve dag later kwam het telefoontje dat het niet goed ging. De merrie had een bloeding en was in hun ogen niet meer te redden. Zat ik met een veulen in Wolvega. Ik had 14 dagen ervoor een artikel gelezen over een kliniek in Brabant voor de opfok van moederloze veulens, Dennenoord. Na ettelijke telefoontjes: ze hadden nog een merrie. Ik het veulen daarheen gebracht, kwam ze bij een mooie merrie, licht atactisch, daarom werd ze ingezet voor dit doel.”

“Ik woon in de buurt van Hardenberg, van daaruit helemaal naar het Noorden, toen met het veulen helemaal naar het zuiden naar Duizel tegen de Belgische grens aan, ongeveer een halfuurtje voor ik er was, moest ik bellen. Dan krijgt de merrie een hormoonspuit waardoor eigenlijk een soort van bevalling wordt nagebootst. Toen ik er kwam, stond de merrie half bezweet op stal, alsof ze een veulen had gekregen. Samen met die mensen haal ik het veulen uit de trailer, we schuiven het veulen daar naar binnen het hok in, het veulen hinnikt, de merrie hinnikt. Meteen. Ik stond er met de tranen in de ogen bij, na al die ellende.”

Amber Jerina V.Waterman winnares FSP

“Die mensen in Brabant hebben dat super gedaan. Merrie en veulen gingen samen direct naar buiten, de merrie was er gek mee. Na drie dagen heb ik het hele spul opgehaald. Toen moest de merrie bij mij nog integreren in de koppel, dat ging super, en het veulen speelde direct met de andere veulens, gelukkig is hij heel voorspoedig en heel sociaal opgegroeid. Mijn eventingplan ging dus door het oog van de naald. Moreno Grove, heb ik hem genoemd, Moreno is iets van donkerbruine jongen, Grove spreekt voor zich.”

“Maar het was wel een hengst, ik wilde ‘m wel verkopen. Wiebe-Yde van de Lageweg wist wel iemand, zo is het contact met Van der Leest van de Dutch Eventing Stables tot stand gekomen, hij kocht het veulen. Hij is met Moreno Grove naar de hengstenkeuring geweest, natuurlijk heb ik dat gezien. Het springen viel me heel erg mee, het ging over het type, waardoor hij zich moest bewijzen in de sport. Da’s een heel lange weg. Mooi dat het AES hem genomen heeft, dan krijgt hij een kans.”

Jerina V.Waterman Nat. Tuigpaardendag Ermelo

“Het is dus zo dat ik steeds meer hoor dat men interesse heeft in paarden die specifiek voor de eventing gefokt zijn. Ik denk dat er mogelijkheden zijn. Een eventing-paard is toch wel een heel apart paard met wat ie allemaal moet kunnen. Dressuur, springen, cross: er moet veel in je merrielijn verankerd zijn, en dan paren aan een goede hengst. Coconut Grove had zelf gesprongen. Misschien is het wel zo dat er meer Engels Volbloed nodig is, of Anglo-Arabisch bloed, dat zullen we vooral in Frankrijk moeten zoeken. Met dit merrielijntje fok ik al een hele tijd. De Emilion-grootmoeder was elite sport preferent prestatie, daar de moeder van van Indorado was keur sport preferent prestatie, de Le Val Blanc-merrie daarachter was preferent prestatie. En dan een Farn-merrie die model preferent prestatie was. Het hele lijntje heeft paarden gegeven die het doen willen, die moet je hebben.”

Diny Markhorst is ook uitgesproken over de opvoeding van een paard: “Jan Diepman rijdt mijn springpaarden, hij woont vlak aan het bos. Hij neemt een boompje en een slootje mee, daar worden ze handig van, vertrouwd in het terrein. Eigenlijk zouden alle jonge springpaarden veel in het terrein moeten lopen voor de balans. Ze lopen over ongelijke bodems, iets een heuveltje op en af, een ditje en een datje, dat is veel beter dan in zo’n vlakgetrokken manegebakje. En een springpaard moet op jonge leeftijd een L-dressuurproefje kunnen lopen, net zo goed houd ik nog steeds van een dressuurpaard dat een sprongetje kan maken. Over balkjes lopen en een kruisje springen moeten ze allemaal kunnen.”

Valentina (v.Le Val Blanc) op 30 jarige leeftijd.

“En wat in mijn ogen heel belangrijk is: de opvoeding van een veulen! Vooral in de eerste week doen ze zoveel indrukken op, dat vergeten ze hun hele leven niet weer. Ook voor mijn eigen gemak leer ik ze direct een halstertje om te hebben, aan een touwtje lopen, beentjes opbeuren, oor vasthouden, overal aan kunnen zitten zonder dat je een klap krijgt. Als ze dan iets willen, dan kan ik ze nog wel aan. Alleen al op de intonatie van je stem reageren ze. Als ze gehoorzaam zijn, klinkt mijn stem anders. Als ik een paard gefokt heb en ze horen mijn stem, dan zie ik aan de ogen en de oren, de uitdrukking dat ze dat herkennen. Veulens opvoeden en kinderen opvoeden, dat is in wezen hetzelfde. In liefde vermanen, consequent zijn en grenzen aangeven, en veel belonen als ze het goed doen.”

“Ik heb altijd iets met dieren gehad. Mijn ouders hadden een melkveebedrijf, mijn opa zette mij op de rug van een paard, dat vond ik prachtig. Mocht ik mee op het koetsje, deed opa mij voor wat ik moest doen. Hij leerde mij onbewust de liefde voor het paard. Zover als ik terug kan denken, was ik gek van paarden. Toen hij overleed, verdwenen de paarden van de boerderij, mijn vader was van de tractoren. Onze buurman was instructeur van de rijvereniging, daar ging ik op mijn fietsje heen. Die gaf les op de manege, dat was bij ons een open plek in het bos. Mocht ik de paarden vasthouden want dan gingen de ruiters hindernissen bouwen. En daarna reden ze terug door de hoofdstraat van Hardenberg, mocht ik het laatste stukje erop zitten. Het zal in de jaren ’60 zijn geweest.”

“Van lieverlee mocht ik er wel eens vaker op zitten, zo heb ik rijden geleerd. De buurman ging met twee paarden naar de club, mocht ik er ook op een. En intussen heb ik natuurlijk mijn ouders de kop gek gezeurd. Als ik er zelf voor kon zorgen, wilde mijn vader er wel een kopen. Zo kreeg ik op m’n 17e een Gelderse vosbles, Bianca, een L’Invasion. Ik ben er M-dressuur, L-springen en M-achttal mee geworden. Als landelijke ruiter. Vijf keer per jaar hadden we een wedstrijd. In Balkbrug, Lemele, De Wijk, op Koninginnedag in Dalfsen, en Vilsteren een samengestelde wedstrijd. Op een gegeven moment ben ik getrouwd, mede door rugklachten was ik wat minder fanatiek in de sport. Maar toen is wel de fokkerij begonnen.”

Valentina eveneens 30 jaar. Hier is de rijpaardfokkerij mee begonnen.  Ze is 34 jaar geworden.

De familie Markhorst had een boerderij met fokvarkens en akkerbouw: “De varkens zijn langzamerhand verdwenen, onze zoon had daar niet zoveel oren naar. Inmiddels heeft hij een akkerbouwbedrijf gespecialiseerd in de bloembollenteelt. Diny Markhorst verloor haar man in 2007 maar zet fanatiek de fokkerij voort vanuit het huis naast de boerderij waar haar zoon het bedrijf maar zij de stallen heeft. Met 20 tot 25 paarden en dit jaar 8 veulens. “Dressuur- en springpaarden maar ik fok ook tuigpaarden, ik ben altijd geïnteresseerd geweest in allerlei soorten paarden. Erina, de jonge Waterman x Monarch-merrie waarmee Drikus Vonk veel succes heeft gehad, heb ik als veulen verkocht. Met die stam fok ik nog steeds.” Mijn parade-tuigpaard Viva Jerina werd vier keer kampioene op de CK Overijssel en twee keer NMK-kampioene in Ermelo. Viva Jerina is dit jaar drachtig van Eebert. Soms worden mijn tuigpaarden ook gereden, dat doet Henk Hammers. Ook maakt hij voor mij wel rijpaarden klaar voor de keuring.”

“Gelukkig kan ik ze wel kwijt, mijn stallen zijn niet van elastiek dus er moet elk jaar wel wat weg.  Merries houd ik soms wel aan tot hun 3e jaar, via de sport kan ik ze ook kwijt. Dat is een gigantische investering, ik ben me heel goed bewust dat niet elke fokker dat kan doen.

Soms komt het terug, soms ook niet. De dressuurpaarden worden door amazones gereden en uitgebracht op wedstrijden. Er moet heel veel liefhebberij en geduld bij komen, van een veulen aan een touwtje naar een mooi paard op niveau in de sport, die progressie duurt heel lang.”

Marita Damkat: het kost enorm veel inspanning èn spanning

Marita Damkat: het kost enorm veel inspanning èn spanning

Hoe kan het nou dat jouw paarden zomaar 33 jaar worden? “Nou, zomaar is het ook weer niet, haha. In elk geval niet 24 uur per dag de wei op in weer en wind zonder onderkomen, onze paarden zijn nou eenmaal geen wilde paarden. Dat is een argument dat je nog wel eens hoort. Maar ook zeker niet 24 uur per dag op stal, balans is erg belangrijk,” vertelt Marita Damkat uit Apeldoorn.

Een pure paardenliefhebber is ze. Die kennen we in de paardenwereld in alle gradaties, van topsporters tot kinderen voor de eerste les op de manege. Marita had geen paardenachtergrond vanuit de familie, ging als klein kind op de camping in Friesland naar de paarden in de buurt en reed thuis op een manege. En toch is het inspirerend om haar verhaal te horen. Met een gepassioneerde nuchterheid vertelt ze hoe het er bij haar aan toe gaat. 

“Bij mij lopen de paarden overdag in de wei, het hele jaar door en ‘s nachts staan ze op stal. Ze willen graag naar buiten en ze willen graag naar binnen. Ze kunnen het hele jaar door grazen en dat maakt ze extreem gelukkig. Door het bewegen hebben mijn paarden nog nooit dikke benen gehad, ook op 33-jarige leeftijd hebben ze nog mooi droge, slanke benen..” Marita heeft het grootste gedeelte van haar leven 3 paarden gehad, de drie musketiers Sjors, Fabi en Leny. Nu heeft ze er ook drie: twee van haarzelf en een merrie van een kennis omdat afgelopen zomer haar pony Leny, het maatje van haar bijna 33-jarige merrie Fabi, overleed aan ouderdom. Ze wist dat de oude merrie een nieuw maatje erbij nodig had om dit te overleven en gelukkig klikte dat super goed.

Fabiola Utopia, de 32-jarige Sjors en Leny

Bij Manege Voorst in Klarenbeek kocht ze haar eerste paard: “Een heel fijne manege, waar de paarden elke dag buiten kwamen. Ik werkte maar daar kon ik de stalling niet van betalen. Ze hadden een speciale regeling waardoor het wel mogelijk was: dan liep het paard ook af en toe mee in de manegelessen en hoefde je geen stalgeld te betalen. Ik had dus de keuze: een paard kopen en daar gedeeltelijk een manegepaard van maken, of een manegepaard kopen en het leven daarvan wat verbeteren. Voor mij was de keuze makkelijk, ik heb een manegepaard gekocht, een donkerbruine ruin, een zeer bijzonder paard, mijn Sjors.”

“Zijn hele leven veranderde toen hij van mij werd. Sjors kende heel veel angst, was ook heel ondeugend, een combinatie die pittig was in het begin. Maar na twee jaar, toen hij wist dat hij mij kon vertrouwen, konden we samen lezen en schrijven. Zo’n slim paard, heel dankbaar, dat liet hij mij bijna dagelijks heel goed merken. Sjors liep nooit weg van mij, wel voor anderen. In het begin was hij doodsbang voor van alles en nog wat. Mensen die hij niet moest, drukte hij in de hoek van de stal, pony’s aanvallen in de les, dat soort gedrag. Sjors had geen papieren, was op een paardenmarkt gekocht, was platgespoten en werd heel heftig toen dat uitgewerkt was. Ik kocht hem toen hij 13 jaar was.”

“Twee jaar lang liep hij om de dag een uurtje in de les. Hij kreeg allerlei privileges als privé-paard. Ik kwam erachter dat Sjors heel onzeker was. Mensen vonden dat ik hem op zijn donder moest geven maar ik had snel in de gaten dat hij dat al meer dan genoeg had gehad in zijn leven. Langzamerhand liet hij meer toe, eigenlijk heb ik hem helemaal gesocialiseerd. We hebben een heel bijzondere band opgebouwd met elkaar. Na twee jaar heb ik hem uit de les gehaald.”

Marita met de 33-jarige Sjors

“Sjors had wel altijd pony-achtige gangen. Inmiddels was ik erachter gekomen dat hij hoefkatrol had, in stadium 4 volgens de dierenarts, dus eigenlijk gewoon afgelopen met rijden, zeiden ze bij de kliniek. Maar daar geloofde ik niet in. We waren verhuisd naar een pensionstal waar hij elke dag in de wei kon lopen, ik ben Sjors Primeval gaan voeren, heb hem speciaal beslag gegeven, en dat bleek een ideale combinatie te zijn. Ik heb hem daarna gereden tot zijn 29e, hij heeft geen dag kreupel gelopen. Bijzonder dat hij toen ook veel ruimere gangen kreeg, hij ging heel anders lopen. Ik had privéles en de instructrice wilde Sjors de eerste keer ‘even’ proberen maar Sjors bleef heel kleine rondjes om mij heen lopen. Zo hing hij aan mij, hij vond iemand anders op zijn rug niet meer leuk en dat is ook nooit meer gebeurd. Elke dag als hij mijn auto hoorde, begon hij te hinniken. We hebben ook een tijdje dressuurwedstrijden gereden, Sjors vond dat leuk en deed erg zijn best, binnen een paar maanden reden we van het van B naar de L2.”

“Inmiddels was Sjors 16, ik vond het genoeg, wilde lekker met hem in het bos rijden. Ik ben verhuisd naar een privé-plekje aan het bos, met prachtige weilanden, ik had de enige twee pensionpaarden, Sjors en de 12-jarige merrie Fabiola Utopia die we er inmiddels bij gekocht hadden. Daar hebben ze gestaan totdat ik een huis kocht met weiland en ze naar huis konden komen. Ik heb bij diverse pensionstallen/maneges gestaan en heb bedroevende situaties gezien, paarden die 24 uur per dag op stal stonden 7 dagen per week, waar de eigenaar 1 of 2 keer per week kwam rijden en dan werd de eigenaar boos omdat het paard een keer bokte. Verschrikkelijk triest, dat zijn mensen die paarden hebben maar zeker geen paardenmensen. Ik heb ook nooit begrepen waarom een pensionhouder dat accepteert. Paarden moeten buiten kunnen lopen, ik ben ervan overtuigd dat een paard niet zo oud wordt als ze niet buiten op gras kunnen lopen, als ze geen paard kunnen zijn. Het is gewoon heel goed voor hun lichaam en hun geest.”

Fabiola Utopia en de San Remo-merrie Lela (Wansuela)

“Sjors is bij mij 33 jaar geworden. Tot de laatste dag was hij tiptop in orde, met een heel goed gebit, met levenslust, alleen op het laatst met heel af en toe een aanval. Het leek wel een soort van tia, dan liep hij alleen maar linksom, heel naar. Tot op Tweede Kerstdag 2015. Hij had z’n muesli op, liep naar buiten, ik zag het meteen, hij kreeg 7 aanvallen achter elkaar, het was zo verschrikkelijk, ik wist dit is het einde. Ik was erbij, gelukkig, daar ben ik nog dankbaar voor. De dierenarts is gekomen, ik stond bij hem. Ik moest uit de stal maar ik heb dat geweigerd. Maar dat is levensgevaarlijk! zei de arts. Kan wel zijn, zei ik, hij keek altijd uit voor mij. Hij had mij nodig, ik wilde dat hij goed kwam te liggen. Hij kreeg een kalmerende spuit, ik heb z’n halster vastgepakt, toen hij naar de grond ging z’n hoofd vastgepakt zodat hij goed kwam te liggen. Ik was totaal van de wereld, ik heb zo gehuild. Hij was alles voor mij, zo enorm bijzonder, een stukje uit mijn hart verdween, dat komt nooit meer terug.” 

“Over Sjors kan ik een boek schrijven, dat paard deed zulke bijzondere dingen, hij keek mij ook altijd echt in mijn ogen en aan zijn ogen kon ik zien dat er iets aan de hand was. Ik kwam een keer op stal toen de paarden nog in pension stonden. Hij bleef me maar aankijken totdat ik terugkeek in zijn ogen. Hij ging hij met zijn mond naar de waterbak. Die deed het niet, hij deed zijn hoofd omhoog, zo van “kijk, hij doet het niet!” Toen ik de kraan omgedraaid had en de paarden konden drinken, stond hij heel triomfantelijk om zich heen te kijken, zo van, kijk wij regelen dat wel even! Zo had hij zoveel bijzondere dingen, hij was enorm speciaal. Sjors is gecremeerd en zijn urn staat, in de vorm van een koperen paard, bij mij in de woonkamer, zo is hij altijd bij me.”

Marita met Sjors

“Toen Sjors en Fabi, onze roepnaam voor Fabiola, 12 jaar geleden bij huis kwamen te staan, heb ik er een pony, Leny, bijgenomen voor het geval dat één van de twee kwam te overlijden. Sjors en Fabi waren al zó lang een stel. Fabi was binnen twee weken vel over been toen Sjors was overleden. Gelukkig had ze Leny, anders had ze het niet overleefd. Ik merkte dat ze meer wilde en zo kwam mijn San Remo-merrie Wansuela erbij en toen had ik er weer drie. Wansuela heb ik nu 5 jaar en tot voor kort reed ik M2 dressuur met haar. Helaas heeft ze artrose in haar hals en is de dressuur met haar nu verleden tijd. Ze loopt nu lekker met Fabi in de wei.”

“Fabi is inmiddels 33 jaar en heeft, in tegenstelling tot Sjors en Leny, een heel goed leven gehad voordat ze bij mij kwam. Bij de fokker kreeg ze twee veulens, ze heeft dressuurwedstrijden gelopen bij haar vorige eigenaar, en nu is ze al 22 jaar bij mij. Ze is een heel ander paard dan Sjors, meer het verwende koninginnetje. Ziet er ook nog heel goed uit maar is wel een aantal kiezen en tanden kwijt, dus hooi of kuil kan ze niet meer eten, daarvoor in de plaats eet ze fibra en grasmix als ruwvoer. Ze is enorm gek op eten, ze is lekker rond, ook in de winter, en ze eet ook gras het hele jaar door. Ik heb mijn oude paarden nooit iets van bietenpulp hoeven voeren, heb dan ook het geluk dat ze zomer en winter gras kunnen eten want dat heeft natuurlijk niet iedereen.”

Marita met Fabiola Utopia

“Daarnaast is individuele zorg heel erg belangrijk, de juiste medicijnen, opletten hoeveel ze eten en drinken, waar bepaalde allergieën vandaan komen, èn liefde en aandacht, ook al worden ze niet bereden. Sommige dagen is het een dagtaak om een bejaard paard gelukkig en gezond te houden. Vooral voor Fabi is het heel bijzonder dat ze al zo oud is omdat ze na een blessure bij haar vorige eigenaar niet meer op kon staan in de stal. Daardoor durft ze al zo’n 23 jaar niet meer te gaan liggen, ze slaapt dus al 23 jaar alleen maar staand! Regelmatig valt ze diep in slaap, valt dan iets achteruit en raakt dan de muur, daarom hebben we al een paar jaar stootbanden aan de zijkant van haar stal zodat ze die raakt in plaats van de muur. Ik werk gelukkig 7 minuten van mijn huis af en heb ook camera’s geïnstalleerd om alles goed in de gaten te kunnen houden. Het is een paar keer gebeurd dat Fabi ging rollen en dan net in een kuil kwam te liggen. Moesten we haar helpen om omhoog te komen, het zijn echt bejaarden.”

“De laatste vijf jaar zijn we ook niet meer op vakantie geweest omdat ik dat met Fabi niet meer durf, de situatie met oude paarden kan met twee minuten anders zijn heb ik geleerd. Ook ‘s nachts kijk ik drie keer op de camera om te kijken of het goed gaat met Fabi. Ze heeft veel zorg nodig en het kost enorm veel inspanning en spanning als je ze steeds ouder ziet worden maar ik ben er ook super trots op!! Over het algemeen heb ik heel weinig gehad met mijn paarden gelukkig en bij Sjors en Leny was hun einde heel onverwachts. Fabi zie ik echt een oude oma worden, dat vind ik wel lastig hoor. Maar ze geniet nog elke dag van het leven, is blij, eet super goed en maakt nog regelmatig een galopje door de wei! Zolang het zó is….” 

Patrick Verbakel: Je helpt elkaar, afgunst bestaat nauwelijks in die wereld

Patrick Verbakel: Je helpt elkaar, afgunst bestaat nauwelijks in die wereld

‘Winnen is voor mij mooi meegenomen, maar als ik verlies is er niks aan de hand.’ Typerende woorden voor Patrick Verbakel, de nuchtere ruiter, fokker en pensionstalhouder uit Aarle-Rixtel. In de 3*eventing werd hij KNHS-kampioen met zijn zelfgefokte Coconut Girl, in een tak van sport die vanuit de familie helemaal niet zo vanzelfsprekend was.

De eerste pony Fabiola met het veulentje

Verbakel is een bekende naam in de Brabantse paardensport en fokkerij. Vader Martien was lang de bepalende inspecteur in Noord-Brabant voor het KWPN, hij reed in de jaren ‘70 en ‘80 op het hoogste landelijke niveau dressuur èn hij was een van de bepalende ruiters van het destijds beroemde achttal van Aarle-Rixtel, veelvoudig NKB-kampioen. Op zijn boerderij met koeien en varkens groeide Patrick op, samen met zijn broers Han en Maarten en zus Marlene.

“Ik weet niet beter of we hebben altijd paarden gehad,” blikt Patrick terug. “Paarden op het land zelfs in de jaren ‘70, ik weet nog wel dat we met paard en wagen pakjes hooi uit de wei haalden. Maarten en ik hebben ons eerste Shetlandertje uitgezocht, dat waren de eerste poniekes, en zachtjes aan kwamen er steeds grotere pony’s. Ik was een jaar of 15 toen we langzaam de overstap naar de paarden maakten. Eerst met een ervaren paard, later kwamen pas de jongere paarden. Het was een combinatie van school, het boerenbedrijf thuis, met de paarden als hobby, en misschien zie ik het nou nog wel een beetje zo.”

Startkaartfoto met Rocca

Patrick werd verschillende keren NKB-kampioen met het achttal, geleid door Toon Roijackers: “Dat waren toen hele happenings ja, met duizenden mensen publiek. Maar het werd met de acht- en viertallen steeds ietsje minder en zelf trok ik meer naar het springen. Dat deden we altijd al, maar daar lag mijn hart toch meer. Met les van Dion van Groesen en Henk van de Broek, mensen die nou nog meedraaien. Met de hengst Zortin, die we zelf gefokt hebben, en Adonis, uit dezelfde moeder, heb ik goed mee kunnen doen op nationaal 1m40 niveau. Adonis is toen verkocht aan stal Hendrix. En Zortin is altijd als dekhengst actief gebleven.”

Zortin op de hengstenkeuring

“Met het varkensbedrijf zijn we gestopt in 2003, we konden gebruik maken van de opkoopregeling. Je moest blijven investeren met prijzen die vaak niet goed waren, Maarten ging naar zijn schoonouders voor het koeienbedrijf en we zijn toen hier helemaal in de paarden gegaan. We hadden in 1992 al een rijhal erbij gebouwd, we hadden al wat pensionpaarden en we reden al flink wat paarden die we africhtten, dus die overstap viel eigenlijk wel mee. We liggen in het buitengebied tegen Helmond aan, eigenlijk best gunstig. In ons bedrijf hebben we vijftig pensionpaarden en alle faciliteiten beschikbaar, met moderne stallen die we machinaal uit kunnen mesten, gelukkig met afmetingen waar we mee vooruit kunnen.”

De eventingsport kwam bij Patrick onder de aandacht  eigenlijk als logisch gevolg van zijn paardenhobby: “Waarom eventing? Ik was wel eens een wedstrijd wezen kijken, maar het kwam er nooit van. Bij de NKB had je het clubkampioenschap en daar had je ook een kleine crossje bij als onderdeel van de wedstrijd, dat was leuk. De sport biedt afwisseling, je kunt meer met je paard bezig zijn. Hobby, plezier, dat is zo gegroeid. Het zijn fijne wedstrijden, je bent veel in de natuur. Er gaat alleen wel veel tijd in zitten. De eventingsport is in opkomst, de wedstrijden worden druk bezocht, er doen heel veel ruiters mee, en als je op bepaalde wedstrijden mee wilt doen, moet je er snel bij zijn. Daar hebben veel mensen plezier aan, de hele dag. Ook in de lagere klassen zijn het wedstrijden waar veel mensen plezier aan kunnen blijven beleven. Het mooie is dat je elkaar ook op het hogere niveau niet als concurrenten ziet, meer als collega’s. Je helpt elkaar, afgunst bestaat nauwelijks in die wereld.”

Coconut Girl (Coconut Grove x Zortin)
foto: Marli Verbakel

De laatste jaren heeft Patrick vooral met zijn Coconut Girl naam gemaakt in de landelijke eventingwereld: “Ik had een paard te rijden voor Nico Krol en zo kom je met elkaar in gesprek. Hij had sperma van Coconut Grove, de volbloed uit Amerika, en hij adviseerde om dat een keer te gebruiken op mijn Zortin-merrie Wembly. Dat werd Coconut Girl. Wij gebruikten thuis wel vaker een volbloed op de merries, mijn vader stimuleerde dat ook wel. We overleggen trouwens nog vaak samen over de fokkerij, gaan samen naar de hengstencompetitie. Hij is 84 maar longeert de jonge paarden nog en rijdt zelfs nog een aantal  keer in de week op de betrouwbare paarden.”

Met Coconut Girl is Patrick Z2 dressuur, 1m40 springen en in Waregem heeft hij een 4*-eventingwedstrijd gereden. In 2015 was ze sgw-kampioen in het Z, in 2017 reed hij met haar het EK voor landelijke ruiters: “Dat was in Tongeren in België, haalden we brons met het team. Fried van Stiphout was de coach, we hadden twee reserves want we moesten ook zestal rijden, in totaal acht: Ilonka Kluytmans, Marcelle de Kam, Stefan Hazeleger, Laura Hoogeveen, Willemina van der Goes, Suzanne Smulders en Bas Kamps. Een heel leuke wedstrijd, individueel was ik toen 10e. Ik heb er ook een paard voor dat geschikt is, vorig jaar wonnen we de internationale wedstrijd in Varsseveld. En nou gaat het langzamerhand weer naar het nieuwe seizoen, binnenkort gaan we weer de galoptraining doen in Renswoude onder begeleiding van Carolien Munsters. Het is belangrijk om een goed trainingsschema te maken, voor het uithoudingsvermogen om die wedstrijden goed vol te kunnen houden.”

Coconut Girl (Coconut Grove x Zortin)
foto: Marli Verbakel

De fokkerij heeft de warme belangstelling van Patrick: “Hoofdzakelijk in de springpaarden-richting, maar ik kijk ook naar beweging, ik wil een fijn bewegend paard fokken met een goed karakter. De Volbloed gebruik ik nog steeds wel, nou heb ik een merrie drachtig van Gemini, de kloon van Gem Twist, vroeger als volbloed een fenomeen van een springpaard. Met Coconut Girl heb ik ander bloed gebruikt omdat ze zelf met 70% zo hoog in het bloed staat. En dan kijk ik vooral naar springpaarden die heel goed kunnen bewegen. Een jonge Numero Uno loopt nu in Amerika hunterrubrieken, ik heb gedekt met Van Gogh, een driejarige is van Glasgow van het Merelsnest. Met Carrera VDL is het ook goed gelukt, had ik er twee uit een seizoen, de een is naar Egbert Schep gegaan, de ander naar René van der Leest. Ik heb Coconut Girl nu weer geïnsemineerd, vroeg in het seizoen, dan kunnen we ons helemaal op de sport focussen. Met L’Extreme BH, een jonge Canturo x Calvaro. Ik ben niet bang om een keer een jonge hengst te gebruiken.”

Wellicht dat een eigen fokrichting een bijdrage kan leveren aan de groei…..: “Dat is moeilijk in te schatten. Wat ik al zei: wijzelf kijken toch naar een springpaard dat goed kan bewegen, dat kan omdat we eerst een goede Volbloed gebruikt hebben, anders moet je dat toch inbrengen. Iemand als Jan Greve doet dat goed, af en toe de goede volbloed gebruiken. Die moet je in onze sport dan wel neer kunnen zetten bij mensen die echt voor de eventingsport gaan. Het gaat om paarden met uithoudingsvermogen, die goed te rijden zijn, èn die heel handig zijn. Heraldik is een voorbeeld van een hengst die zulke paarden brengt. Ik denk dat eventingpaarden wel een goede toekomst hebben, de vraag is alleen hoeveel je er nodig hebt.”

Coconut Girl (Coconut Grove x Zortin)
foto: Marli Verbakel

De eventingsport is de afgelopen decennia flink veranderd: “Er wordt goed aan gewerkt vanuit de FEI, met steeds meer aandacht voor de veiligheid. De breekboom is in het verleden door Jacob Melissen uitgevonden, Gert Boonzaaijer maakt nu hindernissen die op meerdere manier in elkaar kunnen klappen. Tja, je hebt wel altijd iets meer risico dan bij het springen, dat wel. Echt hoger zal het in de toekomst ook niet worden, wel technischer. Smalletjes, zodat de paarden er makkelijker langs kunnen. Als je een hindernis hebt van 1m20 breed, dan komt het toch op de rijkunst aan.”

Adonis NKB kampioen ZZ 1989

“Ik wil in de eventingsport zo goed mogelijk meedoen, ga dit jaar vooral 4*wedstrijden rijden. Boekelo zou wel heel mooi zijn, maar niet dat dat per se zou moeten. Ik probeer plezier erin te hebben, en ik wil mijn paard zo goed mogelijk voorbereiden. Natuurlijk, je probeert zo hoog mogelijk te komen maar het is voor mij niet het hoogste doel. De sport is toch een hobby voor mij. Zoals het nu loopt, ben ik eigenlijk best tevreden. Thuis moet het bedrijf doorgaan, ik wil niet altijd te veel van huis zijn.”

“Ons bedrijf, fijne mensen om me heen, fijne familie, pensionklanten, weet je, uiteindelijk is dat belangrijker dan de sport. Mijn vrouw Francis rijdt ook een paar keer per week, naast haar werk in een zorginstelling twee dagen in de week, ze is er dagelijks en ze regelt van alles als manusje van alles. We hebben er samen veel plezier in, anders hou je het niet vol denk ik. Onze twee oudste dochters Lianne en Marly rijden ook, de twee jongens voetballen. Niet alles moet bij mij wijken voor de sport. Winnen is voor mij mooi meegenomen, maar als ik verlies is er niks aan de hand. Ach, toentertijd had ik misschien wel voor een stal kunnen gaan rijden, maar ja, of ik het dan beter gehad had…. ik weet het ook niet.”