Jasmijn de Bruijn: ‘Laten we een nieuw verhaal creëren’

Jasmijn de Bruijn: ‘Laten we een nieuw verhaal creëren’

‘Ik denk dat er meer aandacht moet zijn voor onze relatie met het paard. Terug naar de vraag: waarom houden wij eigenlijk van paarden? En doet mijn omgang met mijn paard nog wel recht aan de bedoeling? Ik zie dat mensen heel erg zoekende zijn, en ik zie ook veel negativiteit. Maar daar wordt niemand blij van. Het gaat erom dat we mensen in beweging krijgen, daar heb ik wel ideeën over ja.’ Aan het woord is Jasmijn de Bruijn, zelf dressuuramazone tot en met ZZ-Z.

‘Ik wil graag uitgaan van het goede van mensen. We moeten op de bal spelen, en niet op de man, langzaam de aandacht verleggen. Het vraagt om inspirerende voorbeelden, van mensen die een voortrekkersrol vervullen. Die moet je een podium geven. Ik zou graag naar een platform willen om de aanzet, de handvatten te kunnen geven. Om zo mensen die dat durven als voorbeeld te kunnen stellen.’ 

Er is niet één ‘schuldige’
‘Het heeft denk ik te maken met het tijdperk waarin we zitten, met onze welvaart, onze prestatiemaatschappij. Het is een wereldje op zichzelf geworden, met enkele mensen die hier groot in zijn geworden. Je hoort heel veel kritiek om je heen maar die mensen gaan het niet zonder meer anders doen. Er is ook niet één schuldige, het is het hele complex, alle belangen bij elkaar, heel lastig om daarover te zeggen: dat en dat moet er veranderen. In elk geval zouden we moeten stoppen met vechten tegen het verhaal zoals het nu is. Laten we een nieuw verhaal creëren dat zo inspirerend is dat mensen zich daardoor aangetrokken voelen!’ 

Jasmijn de Bruijn heeft haar leven lang heel veel met paarden gehad: ‘Ik ben het enige kind uit een gebroken gezin, mijn ouders scheidden toen ik 8 was. Ik kan me niks anders herinneren dan dat ik aangetrokken werd door de paarden, misschien vond ik er wel wat ik thuis niet had. In Den Helder bij de manege, of op de camping in Callantsoog. Daar mocht ik de pony van die boer rijden, en ik mocht ermee naar de rijvereniging. Ik was heel erg op mezelf aangewezen, ook thuis: mijn ouders hadden het heel erg druk met andere dingen. De paarden boden voor mij de mogelijkheid om even uit die realiteit te ontsnappen.’ 

Met Sjorsie, de pony waar ze mee naar de rijvereniging mocht

‘Toen ik 14 was, kocht mijn vader voor mij van die boer, mijn eerste pony Inja. Drie jaar en onbeleerd. Ik deed maar wat, mijn ouders hadden ook geen idee. Vanaf mijn 13e ben ik bij mijn vader gaan wonen. Hij werkte als rechercheur bij de politie, vaak zo’n 60 of 70 uur per week. Vooral als hij in een onderzoek zat, ook wel met heftige zaken. Dat betekende dat ik ook veel op mezelf was aangewezen. Ik was al jong heel zelfstandig. Maar hij was wel mijn grote steun, hij heeft alles op alles gezet zodat ik kon blijven rijden, binnen de beperkte mogelijkheden die er waren. Inja was voor mij een lichtpuntje, dat bood perspectief. Het was ook een heel grote drijfveer om weer mijn best te gaan doen op school, zorgen dat ik er weer wat van ging maken.’   

Paarden bieden veel meer
‘Misschien komt het daar wel vandaan dat ik vind dat paarden ons veel meer bieden dan alleen winstpunten. Mijn New Forest pony Inja was een hittepetit, heel vurig. Terwijl ik op die leeftijd ook nogal onbehouwen was. Eigenlijk paste we ook wel bij elkaar. Ze was altijd heel beschermend naar mij, zoals merries dat soms kunnen zijn. Als ik in het land liep, joeg ze alle paarden weg bij mij vandaan. Mijn moeder, met wie ik toen een verstoorde verhouding had, mocht ook niet in mijn buurt komen. Dan deed ze dreigend haar oren plat, ging ze tussen ons in staan, en boog ze zich helemaal om mij heen. Ze voelde die spanning, ik kan mij dat moment nog heel goed herinneren. Ik groeide op in een situatie waarin ik niet echt gezien werd, maar Inja zag mij wel. Het deed mij beseffen hoe bijzonder paarden eigenlijk zijn.’ 

Jasmijn en maatje Inja verkenden samen de wereld: ‘Met haar heb ik echt alles gedaan. We reden op het strand, zijn fanatiek wedstrijden gaan rijden, viertal, cross, bestgaand kon ze ook heel goed, springen, tot uiteindelijk M2 dressuur. Alles wat ik met haar deed, vond ik leuk. Mijn vader heeft wel eens met een hartverzakking aan de kant gestaan als ze in de startbox stond te steigeren in de startbox en we op volle snelheid door de cross gingen. Maar ik heb mij met haar nooit onveilig gevoeld, ondanks dat we heel gekke dingen deden allemaal. Op een gegeven moment ben ik ervan af gegroeid, uiteindelijk is ze terecht gekomen bij de zusjes van Danielle van Aalderen.’ 


Jasmijn met Inja

‘Van dat geld hebben mijn vader en ik een paard gekocht, een vierjarige, een Purioso x Zuidhorn-merrie. Ik was 17, dacht dat ik de hele wereld aan kon, ook het moeilijke karakter van Kabianne. Ze was heel heet en sensibel en als het hoofdstel even niet goed zat liet ze zich zo achterover vallen. Uiteindelijk zijn we toch binnen drie jaar Z-dressuur geworden. Ik had heel weinig les, wij hadden geen geld voor privé-lessen. Ik keek heel veel video’s. Als er wedstrijden op tv waren, dan nam ik het op en keek ik heel vaak de opnames terug. Ik las ook heel veel boeken en als ik iemand zag die iets kon wat ik ook wilde leren, stelde ik heel veel vragen. Ik heb heel veel fouten gemaakt, een beetje door schade en schande wijzer geworden. Maar eigenlijk heb ik mezelf alles eigen gemaakt.’ 

Deurne ging financieel niet
‘Ook omdat het thuis allemaal niet zo lekker liep, waren mijn schoolprestaties behoorlijk gekelderd. De thuissituatie eiste zijn tol. Ik was opstandig, stond op het punt van school gestuurd te worden. Op het Clusius College in Schagen vond ik een beetje mijn draai, omdat ze daar dieren en pony’s hadden. Van daaruit doorliep ik eigenlijk een ‘stapeltraject’ richting het HBO. Ik studeerde Management, Economie en Recht aan de Hogeschool Alkmaar. Ik zat eigenlijk altijd een beetje onder mijn niveau, waardoor het mij allemaal heel makkelijk afging, en ik naast school veel tijd overhield voor de paarden. Ik wilde het liefste naar Deurne, maar dat ging financieel niet.’  

‘Mijn keuzes zijn altijd gebaseerd op de mogelijkheid de paarden ernaast te kunnen blijven doen. Ik kwam op stal bij Chiel Wilhelm, eind jaren ’90. Hij heeft me onder zijn hoede genomen. Hij stond voor de buitenwereld best bekend om zijn van-dik-hout-zaagt-men-planken-aanpak maar ik weet dat hij ook van zijn paarden hield. Met zijn paard Gemma had hij nog NCRV Springtrofee gereden, in die tijd. Daar was hij altijd heel trots op. Hij had een goed oog voor een goed paard, maar het mocht ook nooit iets kosten. Hij kwam vaak thuis met paarden die vastgelopen waren, samen gingen we daar dan mee aan de slag. Een heel karakteristieke man, maar ik kon het heel goed met hem vinden.’ 


Met Kabianne

‘Ik was al lang blij dat iemand mij iets wilde leren. Hoe waardevol was het dat er elke dag iemand met me meekeek! Ik stapte overal op, dat was ook handig voor hem. Ik wilde zo graag leren. Ik denk dat ik altijd wel een pittig karakter heb gehad, ik wist wat ik wilde. Dan maakte het me niet zoveel uit wat anderen daarvan vonden. Ik was op de paarden aangewezen, daar lukten de dingen en groeide mijn zelfvertrouwen. Mijn omgeving was heel lang niet voorspelbaar. Mijn paarden waren dat wel. Later heb ik verschillende functies als beleidsadviseur en projectmanager in de zorgsector gehad. En ook daarbij kwamen de paarden van pas.’ 

Leiderschap
‘Ik had veel te maken met managers, bestuurders, leidinggevenden. Ik zag binnen teams en organisaties vaak snel wat er fout ging omdat ik de vergelijking maakte met hoe ik het voelde bij de paarden. Als je met paarden werkt, leer je onbewust heel veel over leiderschap. Je hebt visie nodig, moet je grenzen kunnen stellen, goed kunnen observeren en je paard ook de nodige aandacht, zorg en liefde kunnen geven. En soms hoort daar ook het nemen van harde beslissingen bij. Datzelfde geldt voor leiders van een team of organisatie. Die moeten ook situatieafhankelijk kunnen schakelen tussen die verschillende rollen om hun medewerkers te faciliteren zodat zij goed tot hun recht komen. Als medewerkers geen vertrouwen hebben in de manager en geen plezier in hun werk, krijg je niet de resultaten die je wilt. Goede paardenmensen kunnen dat vaak onbewust al heel goed, die verschillende kwaliteiten inzetten wanneer dat nodig is.’ 

‘Ik wilde graag die inzichten inzetten bij de teams die ik begeleidde. Ik was sceptisch, maar ben toch een opleiding tot paardencoach gaan volgen. Ik ben nog steeds van mening dat dit vakgebied nog een grote professionaliseringsslag te gaan heeft. Er is een groot verschil in kwaliteit en deskundigheid van paardencoaches en opleidingen. Veel paardencoaches overschatten nog wel eens hun kunnen, tot waar zij ondersteuning kunnen bieden. Bijvoorbeeld bij psychische en persoonsgerelateerde problematiek, er worden veel coaches opgeleid die daar geen achtergrond in hebben als zorgverlener. Dat geeft niet, als je je beperkingen maar kent. Maar dat besef is er niet altijd. Ook bij het begeleiden van teams en organisaties is het heel belangrijk om te herkennen waar gevoeligheden liggen. Dat leer je niet zo snel in een cursus paardencoaching, dat vraagt om jarenlange ervaring en bijvoorbeeld een achtergrond op het gebied van verandermanagement. Het is goed dat er nu een beroepsvereniging is opgericht.’


Met Storm

Het nadenken over de ontwikkeling van de sport kwam ook wel door Storm. Eerst fokte ze nog een Jackson-veulentje uit haar Z-merrie Kabianne, waarmee ze het ook tot Z bracht. En toen kwam Storm, voor 1000 gulden gekocht als driejarige: ‘Een Junior STV uit een Gelderse moeder, die stond in Friesland bij een handelaar. Hij had in de draad gezeten met zijn achterbeen. Maar hij liep spatzuiver op de harde weg, we hebben hem mee naar huis genomen. Dat werd een superfijn paard, zelfs tot en met het ZZGP zoals dat heette. Een beetje ouderwets maar hij kon heel sterk bewegen. Ik wilde hogerop, had inmiddels een salaris waardoor ik meer privéles kon nemen. Maar toen wilden ze steeds meer dat heel snelle, dat elektrische graag zien. Het moest nog sneller, nog elektrischer, maar dat had hij gewoon niet. Ik moest hem te veel forceren. Voor mijn gevoel ging ik te ver, ik dacht: waar ben ik nou mee bezig? Hij heeft altijd zo zijn best voor me gedaan. Hij deed alles: series, sluiten, en hij was braaf. Ik voelde me er niet meer goed bij. Als het zo moest, dan maar niet.’

Topsport doet z’n eigen ding
‘De topsport is een soort van autonoom, doet zijn eigen ding, en ik merk dat steeds meer mensen daar wat van vinden. Dat hele spastische dat we nu zien, dat zou er weer een beetje af moeten, dan zou Storm nu heel goed scoren. Het is heel erg jammer van de wedstrijdsport dat het nu zo gaat. Het moet allemaal nog spectaculairder. Maar we moeten bedenken dat de topsport niet altijd representatief is voor het grotere geheel. Er zijn heel veel ruiters die thuis netjes aan het rijden zijn, met heel veel goede dingen bezig zijn, op een integere manier met hun paard omgaan, die een balans weten te vinden in hun eigen behoefte vervullen en de verbondenheid met het paard. Plus de behoeften van het paard. In de top zijn de belangen zo groot dat die afwegingen steeds moeilijker worden. Er ligt vaak een grote druk op ruiters om aan de verwachtingen te voldoen. Het paard is daar een businessmodel geworden.’ 

‘Veel professionele ruiters zijn ook ooit begonnen uit liefde voor het paard, maar komen dan op een punt dat ze ook hun stal draaiende moeten houden en daarvoor aan soms onrealistische verwachtingen van eigenaren moeten voldoen. Dan vervaagt soms denk ik een beetje de grens en dan ligt de verleiding op de loer om een paard er toch even door te drukken of kunstgrepen te gaan toepassen. Er is niks mis met sport of presteren met een paard hoor! Iedereen moet dat op een eigen niveau doen. Maar het vraagt wel steeds om de afweging: Wat verlang ik van een paard? Wat is nog fair? Gelukkig zijn er ook voorbeelden van ruiters die daarin toch steeds vaker andere keuzes durven te maken. In het belang van het paard. Voor mij zijn zulke ruiters een grote inspiratie.’ 


Jasmijn met de schimmel Xavi tijdens het bitfitten

‘In plaats van steeds maar kritiek te leveren is het leuker om met elkaar te zien wat wél kan werken. Vanuit de vraag: wat betekent dat eigenlijk, succesvol zijn met je paard? De focus ligt vaak op winstpunten en prijzen. Maar een beoordeling van een jury is maar één aspect. Er zijn meer manieren om erkenning en feedback te krijgen. Bijvoorbeeld van mensen die jij zelf hoog hebt zitten, zoals je instructeur. Of wanneer je een cursus volgt. Er zijn steeds meer programma’s waarin ruiters voor een bepaalde periode worden begeleid door een team van deskundige mensen. Ook heel waardevol. Uiteindelijk bepaal je voor jezelf wat je het waard vindt. Het is voor iedere ruiter de uitdaging daarin een weg te vinden, binnen je eigen mogelijkheden en beperkingen. Die zijn voor iedereen anders, daarom leggen we ook niet allemaal dezelfde weg af. Ik ben er blogs over gaan schrijven, omdat ik erover na zat te denken. Met mijn blogs wil ik mensen inspireren om op een andere manier naar hun paard en de sport te kijken. Ik heb er mijn werk van gemaakt in 2018. Ik ben meer gaan lesgeven, bitfitten, teksten schrijven. Ik was ook wel een beetje stukgelopen op de hele zorgsector: steeds allerlei veranderingsprocessen begeleiden terwijl de basis van het systeem niet verandert.’

Secret project
‘In de onderstroom van onze paardenwereld leeft bij heel veel mensen de gedachte dat het anders kan. Ze weten alleen nog niet goed hoe, en blijven vaak een beetje hangen in de negativiteit. Om daadwerkelijk iets te kunnen veranderen, is kritiek hebben op oude en nieuwe opvattingen en ideeën niet genoeg. Voor mij zijn de blogs die ik deel slechts een begin hierin en achter de schermen ben ik al een tijdje bezig met mijn ‘secret project’. Dit project richt zich op hoe het misschien ook kan. Vanuit samenwerking, verbinding en nieuwe invalshoeken. Voor mijn ‘secret project’ kom ik graag in contact met mensen die ook graag de paardenwereld ook een beetje mooier en leuker willen maken. Met hun dienst, product of met hun invloed. Waarom moeilijk doen, als het samen kan?’ 

Meer weten? Stuur dan een mail naar Jasmijn info@dehippischecarriere.nl  

J
Met haar huidige paard Jip (Vivaldi x Lancet)

Kees van den Oetelaar: ‘Onze fokkerij moet de nieuwe generatie ruiters voorzien’

Kees van den Oetelaar: ‘Onze fokkerij moet de nieuwe generatie ruiters voorzien’

Kees van den Oetelaar heeft zijn leven lang geld verdiend met paarden. Als handelaar, als fokker en als hengstenhouder. We moeten op z’n minst even luisteren als zo iemand een waarschuwende vinger opsteekt. En dat doet hij nu weer, als vervolg op zijn eerste verhaal over de gevaren van een te smal spoor in de fokkerij, vooral via de moederlijnen.

‘Ik ben echt verbaasd hoeveel reacties erop zijn gekomen, ik heb zelfs telefoontjes gehad van buitenlandse stamboeken, die me ook nog gelijk gaven. Maar er was ook iemand met een vraag die ik er even uit wil halen. De vraag ging over een ‘gewone’ fokker met een merrie die heel goed kan fokken maar die merrie heeft geen 1m60 gelopen. Weet je, een merrie in een dorp, die gewoon bij de rijvereniging loopt, kan een heel goede hengstenmoeder zijn. We moeten bedenken dat elke hengstenmoeder met niks is begonnen. Er zijn zoveel hengstenmoeders geweest die niet in de sport hebben gelopen.’

‘Ik kan de waarde van de bloedlijn via de moeder niet genoeg benadrukken. Zelf heb ik altijd heel sterk gekeken naar nieuwe moederlijnen, ik ben altijd op zoek geweest naar iets nieuws. Kijk bij voorbeeld naar Verdi en Eldorado van de Zeshoek. Allebei de hengsten komen uit een merrie die maar één hengst heeft gebracht. Dit soort hengsten kan nog jaren in de fokkerij gebruikt worden zonder problemen te krijgen met te nauwe verwantschap. Moet je je voorstellen dat we, zoals andere stamboeken dat gedaan hebben, meerdere zonen zouden hebben goedgekeurd van één moeder. Dan had je Verdi 1, Verdi 2, Verdi 3, Verdi 4 en Verdi 5 gehad. Dan kom je straks in de gevarenzone omdat je dan de moeder van zo’n hengst te veel in de fokkerij hebt zitten. Eigenlijk zou je dan als stamboek van zo’n tophengst een zoon moeten goedkeuren uit een totaal vreemde moeder.’

Op zoek naar de Volbloed
‘Ik heb het in deze verhalen alleen over mijn eigen hengsten, want ik ga niet over hengsten van andere mensen praten. Ik weet wel dat hengstenmoeders zoals die van Verdi en Eldorado als een pijl op een boog de fokkerij vooruit kunnen schieten. Daar moeten we zuinig op zijn. Dat kan met een goede Volbloed ook. Ik vind dat we sowieso nu al naar de goede Volbloeds moeten zoeken. Ja, we kunnen ook zolang doorgaan tot we de Volbloed móeten gaan gebruiken om bloedverversing te krijgen. Maar het beste is dat we nu al die Volbloed vinden, een die in onze fokkerij past. En niet zomaar een Volbloed zoals in het verleden is gedaan.’

‘Dat moeten we nu doen, om te testen, op de aanleg als springpaard en de rijdbaarheid. Nou bestaat die ruimte nog, je wilt niet in de situatie terecht komen dat je wel móet, want dan moet je toegeven op kwaliteit. Waar die vandaan komt maakt niks uit, als je maar kunt testen of ie springkwaliteiten heeft. Dat kan uit de eventingwereld zijn maar met crosscountry en moed heb je nog geen goed springpaard. Het is belangrijk dat we altijd op een goede Volbloed blijven letten.’


His Pleasure (For Pleasure x Quickstar)

‘Het gaat over de moederlijnen en het gevaar van inteelt dat bij te intensief gebruik op de loer ligt. Stamboeken moeten daar aandacht voor hebben, als we tenminste in de fokkerij vooruit willen gaan. Zelf ben ik gek van onze His Pleasure: een bloedhengst uit een Franse moederlijn die in ons fokgebied totaal niet voorkomt: For Pleasure x Quickstar x Laudanum x Uriel. Een moderne hengst die veel kwaliteiten heeft als springpaard, correct is en zeer goed past in de moderne springpaardenfokkerij, waarin we moeten vernieuwen, moderniseren om vooruitgang te kunnen boeken.’

Nieuwe generatie ruiters en paarden
‘De paarden moeten anders zijn dan die van 25 jaar geleden. Onze paarden moeten nou met kinderen die niet van boerenafkomst zijn toch een dikke proef kunnen lopen. Toen hadden we meer boerenkinderen die een sensibel paard veel makkelijker af konden richten dan de kinderen van nu, laat staan de kinderen over tien jaar. Ik doel op mensen als Piet Raijmakers, Jos Lansink, Gerco Schröder. Sowieso waren vroeger mensen anders met een paard bezig dan nu.’

‘Intelligentie, balans, vermogen moeten de paarden steeds meer hebben. We zijn zover gekomen dat een paard in principe nog meer aanleg moet hebben dan de ruiter. En dat wordt alleen nog maar erger. Kun je daar voor fokken? Ja, natuurlijk! Daarbij moeten ons ook realiseren dat het dwangmatig africhten van paarden helemaal uit de mode raakt. Dat kan niet meer, wordt niet meer gepikt. Dát moet in de paardenfokkerij een gróót aandachtspunt worden. Dat heeft veel met het karakter te maken en met de kwaliteit: balans, soepelheid, lichtvoetigheid moeten we hebben. We moeten toe naar een paard dat zich makkelijker laat bewerken. Ik heb niet het gevoel dat daar nou aandacht voor bestaat. Het is ook niet gemakkelijk, maar het moet wel gebeuren.’

‘Een andere hengst die heel goed past in mijn verhaal is Cool Kid, een Coolman-zoon uit het stammetje van Operette La Silla. Waar wij nog niks van hebben in ons fokgebied. Die kan de krant lezen en meteen daarna gaan springen, kijk het filmpje maar even. Hij is AES goedgekeurd, staat wel ter dekking maar we gaan er vooral eerst een paar eigen merries mee dekken om te kijken hoe hij zich vererft.’

‘Mijn verhaal wordt ook ondersteund door een paar mooie voorbeelden uit het verleden. Toen is vaak gebleken dat een hoop onbekende moeders toch topverervers konden fokken. Wat denk je van Grannus, Pilot, Polydor, Corrado? In principe waren dat allemaal hengsten die niet populair waren toen ze nog jong waren. De Duitse stamboeken hebben daarom weinig volle broers gekeurd, geluk achteraf! Terwijl ze later bleken onze beste verervers te zijn geweest. Wacht, ook ik heb andere hengsten hoor, met heel bewezen moederlijnen. Neem onze vierjarige Cero Blue die als grootmoeder de topmerrie Feincera van Peter Wylde heeft, die lijn komt totaal niet voor in onze populatie. Maar het zijn wel vier moeders op rij die op het allerhoogste niveau hebben gelopen, al vanaf 1960: Sarbit, Cera, Feincera en Zera.’


Cero Blue

‘De toekomst van onze fokkerij zal worden: een paard fokken dat te rijden is door de grote groep mensen die voor hun plezier op concours willen gaan. Daaruit zullen onze Grand Prix-paarden voort moeten komen, die sowieso in karakter en intelligentie nog beter moeten zijn dan de paarden van nu. Dat zijn de paarden die met gewone ruiters gemakkelijk een parcours kunnen springen. Als je op concours kijkt, zie je 150 ruiters in een 1m40-rubriek. Daarbij zullen we toch ook moeten gaan kijken naar wíe de moeder gereden heeft. Dat zegt ook iets over het karakter van die moeder. Een merrie die met een amateur een Z-parcours loopt, kan een paard zijn dat met een topruiter 1m50 gelopen zou kunnen hebben. We krijgen steeds meer mensen die op een normale manier fijn paard willen rijden. Dat is voor onze fokkerij een groot aandachtspunt!’


Springsteen

‘Ik noem nog één van onze hengsten voor ik mijn laatste punt heb. Dat is Springsteen, een zoon van de Kannan-tophengst A Big Boy Z, waarvan op dit moment maar 1 hengst bestaat, uit een totaal vreemde moederlijn van Comme Il Faut x Carthago x Almox Prints. Vier jaar is hij, zit nou volop in de dekkerij. En dan naar mijn afsluiting.’

‘Ik zie dat embryotransplantatie en ICSI-technieken in de voortplanting een kleine groep mensen schatrijk maakt èn de fokkerij op korte termijn een steun in de rug geeft. Maar een grote groep mensen krijgt op de langere termijn wel een groot probleem! Je kunt je toch niet voorstellen dat in een fokgebied 20 hengsten gekeurd zijn uit dezelfde moeder, waarop de volgende generatie weer gekruist wordt met dezelfde lijnen, etc.? Er zijn mensen die hebben één zo’n merrie, ze verkopen het vruchtje al voor 30 of 40 duizend Euro, en zo een keer of tien per jaar. Dát brengt de fokkerij veel eerder op een smal spoor dan iedereen denkt. En het gevolg is dat wij als hengstenhouders gaan stoppen met zoeken naar iets nieuws, het stimuleert niet meer om te zoeken naar iets nieuws. Want dat blijf ik de functie vinden van een goede hengstenhouder: de fokkerij de richting geven door nieuwe wegen aan te geven.’

Hans Hofstede: ‘Een bak aanleggen is echt geen rocket science…’

Hans Hofstede: ‘Een bak aanleggen is echt geen rocket science…’

‘Een bodem aanleggen is gewoon vakmanschap. Heel lang is geprobeerd om het een soort van geheim te laten zijn, alsof er een wetenschapper mee bezig was. Maar tegenwoordig: je komt gewoon overal achter.’ Aan het woord is Hans Hofstede uit Dordrecht, aanlegger van rijbodems met duidelijke uitspraken. ‘Ik sta dicht naast de mensen en denk graag met hen mee. Samen kijken we naar een oplossing. ‘

Hans Hofstede, 29 nu, komt niet uit de paardenwereld: ‘Ik ben in de polder opgegroeid, ik was 4 of 5 jaar, ging ik mee met de trekkers, met de buurman, die was akkerbouwer. Altijd erbij als ik vakantie had, dan was het bij hen oogsttijd. Of ik iets met paarden heb? Ja, ik heb altijd vriendinnen gehad met paarden, haha.’ En toch belandde hij in het wereldje, eigenlijk aangespoord door zijn schoonvader Ger van Scherpenzeel van Hippisch Centrum Dordrecht: ‘Daar kwamen ze regelmatig die bakken onderhouden, elke drie maanden wel. Op een gegeven moment konden we samen voor een klein prijsje zo’n installatie overnemen, met zo’n laser en een kilverbak. Ik had het nog nooit gedaan maar het ging steeds een beetje beter.’

‘Ik ben al sinds 2011 voor mezelf bezig. Toen ik 18 was, ben ik van school gegaan, MBO akkerbouw, ben ik bij loonwerkers en akkerbouwers in het grondverzet gegaan. Op graafmachines, shovels, tuintjes aanleggen, dat soort dingen, van alles, als het maar met grond te maken had. Gewoon uurtje factuurtje maar dat was op den duur toch niet zo mijn ding. Ik wilde iets opbouwen, niet 40 uurtjes werken en dan denken: het is mooi geweest. In het grondverzet is het soms van 7 tot 4, dat zag ik niet zo zitten voor de rest van mijn leven. Ik wilde met wat meer uitdaging gaan werken. Nu maak ik veel meer uren hoor!’


Hans Hofstede met schoonvader Ger van Scherpenzeel

‘Ik kende Priscilla nog niet zo heel lang, ik denk twee maandjes, toen heb ik met haar vader die installatie gekocht. Je weet snel wanneer iets goed zit hè? Vanaf dag 1 heb ik een goede band met hem gehad. Hij zei: joh, die man wilt die machine verkopen, zullen we daar gaan kijken? We hebben meteen gekocht, zonder dat we er verstand van hadden. Ik ben gaan uitproberen, heel veel, omdat het echt wel een gefriemel is om te zorgen dat het helemaal strak komt te liggen. Daar zijn allemaal kleine handigheidjes voor, daar kom je pas achter als je het doet. Langzamerhand ging het beter, zeker wel een half jaar flink gevloekt soms, vooral omdat het niet altijd ging zoals ik dat wilde. Dan was die eigen manege weer een groot voordeel: daar konden we uitproberen, ’s avonds of in het weekend, naast mijn werk.’

‘In het begin was het heel moeilijk maar ik wist steeds meer door heel veel te kijken, samen met mijn zwager Sander: zo kwamen we erachter hoe ze die bakken opbouwen. Ik heb dingen geprobeerd, paddockjes gemaakt, om iets te kunnen maken als visitekaartje. En om zeker te zijn dat het goed is. In 2018 heb ik er een naam aan geplakt: Hofstede Manegebodems, naast het loonbedrijf dat ik eerst deed. En toen ben ik op zoek gegaan naar werk. Mijn schoonvader had via zijn manege best wel veel contacten, hij is her en der langsgereden: joh, mijn schoonzoon kan die bak voor je vlakken als je wilt, da’s een hartstikke goeie jongen, dat soort dingen. Of ik erbij was? Nee, het is gewoon zo, haha!’

‘Maar ja, ga dan maar eens zo’n bak vlakken. Het is 9 van de 10 keer toch hun inkomstenbron, dat moet je niet verzieken. Ze zien dat wel een beetje als hun kindje. In het begin ben ik bij een pensionstal en een manege geweest, die zeiden allebei dat mijn schoonvader zo enthousiast was. Ik mocht laten zien wat ik kon. En ik deed natuurlijk de bakjes thuis in de manege, dat scheelt heel wat geld op jaarbasis. Na drie of vier maanden heb ik mijn eerste bak gemaakt, bij een pensionstal in Zwijndrecht. Die eerste bak was geen vetpot, sterker nog, die heeft geld gekost. Er kwamen natuurlijk dingen naar voren waar ik geen rekening mee had gehouden. Beetje verkeerd gerekend, je loopt tegen dingen aan waar je in de praktijk pas achter komt. Dat was dus de eerste die ik deed.’

Met mensen omgaan
‘Ik heb me ook wel afgevraagd: hoe kan ik het beste met de mensen omgaan? Da’s ook wel een dingetje. Ik ben er wel achter dat je gewoon jezelf moet blijven. Iedereen die bakken aanlegt heeft zo zijn eigen ideeën en manieren en keuze van soorten zand. Terwijl het allemaal ongeveer hetzelfde is. Het is echt niet zo dat iemand met ander zand werkt en daarmee een betere bak maakt. In de aanpak zijn er wel kleine verschilletjes. Bij voorbeeld met eb-en-vloed bakken, dan maken wij de sleuven voor de drainage zo dat de drainage op het diepste punt ligt. De verschillen zitten in dat soort kleine dingen. Het gaat echt niet om beter zand, dat is niet zo, er is maar 1 type zand dat werkt, gewoon omdat het om de korrelgrootte gaat van het zand.’

‘De prijs voor een rijbak is best wel fors, door de arbeid, de machines, de materialen, de zandsoort, de vlokken, de putten. Er zijn altijd mensen die naar de plaatselijke loonwerker gaan en dan zeggen: die kan het voor de helft van het geld. Ja, kan ik ook, maar dan hebben we het over ander zand. Plus veel loonwerkers keren als het ware de bodem zonder aandacht voor de verschillende lagen. Dat werkt heel even, een jaar of twee, maar daarna laat het geen water meer door. Komen ze alsnog terug: tja Hans, misschien toch maar beter een nieuwe bak maken. Goedkoop is dan toch echt duurkoop.’

Zand uit België
‘Mijn zand komt vooral uit België, uit een groeve, net zoals anderen dat doen. Vers uit de groeve, niks mee gerommeld, met de juiste korrelgrootte. We hebben her en der in ons land ook leveranciers maar dan gaat het om gezeefd zand op een bepaalde korrelgrootte. Dan heb je het nadeel dat je maar één korrelgrootte hebt, dat we vaak binnen gebruiken: als het zand gezeefd is, dan is ie een bepaalde structuur kwijt, mist ie eigenlijk de grotere korrel. We hebben het uitgeprobeerd: twee bakken, bij de een duurde het gewoon langer tot het water weg was. Dat zijn de dingen die je thuis kunt uitproberen.’

Waarom zou iemand Hans Hofstede moeten bellen? ‘Omdat ik denk ik het verschil maak in de omgang met de mensen. Ik sta dicht naast de mensen en denk graag met hen mee. Samen kijken we naar een oplossing. Vanaf het eerste klantcontact tot en met de oplevering luister ik goed naar de wensen van de klant. En hier gaan we in de toekomst mee verder omdat blijkt dat de klanten dit waarderen. Ik heb tegen Priscilla gezegd: als ik hierin verander, geef me asjeblieft een tik op de vingers. Die tijd is niet meer. Mensen willen een goede bak, als het regent moet het goed zijn, als het droog is moeten ze ook kunnen rijden. Die zitten echt niet te wachten op een pipo die met moeilijke woorden een bak komt verkopen. Het is echt geen, hoe noemen ze dat, rocket science, je moet alleen de juiste spullen hebben en ze op de juiste manier toepassen.’

Elke punt van de bak op dezelfde hoogte
‘In elk bak, een eb-en-vloed of een gedraineerde bak, heb je twee verschillende zandlagen: de drainagelaag en de toplaag. Wij doen alle twee de lagen egaliseren met de kilverbak, net zolang tot dat de lagen goed verdicht zijn, zó goed dat je geen spoortje meer ziet als je eroverheen loopt. Je kunt ook de twee de lagen er direct achter elkaar overheen leggen, en dan alleen de toplaag kilveren. Dat werkt natuurlijk tien keer sneller maar het water komt dan te snel omhoog bij het rijden. Dan gaat de bodem op verschillende plekken ook nazakken en dan zie je na een jaar hoogteverschil. Als je de zandlagen goed gaat verdichten, komt dat niet voor. Ik werk zo dat ik elke laag egaliseer, zodat elk punt van de bak op dezelfde hoogte ligt. Als je zoveel werk besteedt aan de opbouw, dan zie je dat terug in het resultaat.’

‘De trend is toch wel eb en vloed. Dat is wel het duurste, maar als ik een gedraineerde bodem met sproei-installatie aan moet leggen, dan ben je uiteindelijk duurder uit. Het gaat toch voornamelijk om particulieren, die kopen midden in de polder een huis met een schuur, paardje erbij. Daar staat altijd wind, altijd. Dan werkt een drainagebodem met sproei-installatie niet fijn, terwijl je er met eb-en-vloed geen omkijken naar hebt. In Brabant zie ik dat veel bij particulieren die een eigen spulletje kopen, ook omdat het daar nog net iets beter te betalen is. Als je de prijzen hier in Dordrecht ziet, dat is geen vergelijking.’

Het is vakmanschap
‘Als mensen mij benaderen, vind ik dat best wel een grote eer. Voor mij is de klant sowieso koning, en ik ben bij hen te gast. Ik kijk samen met de mensen hoe we het het beste kunnen doen. Want het is geen wetenschap die bakken, het is vakmanschap. Tegenwoordig kom je ook gewoon overal achter. Even een monster nemen, naar een onderzoeker: die kan me precies vertellen welk zand gebruikt is, morgenochtend heb ik de uitslag. Je kunt ook naar de plaatselijke zandhandel gaan voor M3C-zand dat dan vaak geadviseerd wordt. Dat komt een beetje in de buurt van het toplaagzand maar die kwalificatie is veel te grof. Nu het weer aantrekt, gaan mensen volgens mij echt verder kijken.’

Hans Hofstede opereert vanuit de schuur bij de manege: ‘Tja, dat wordt nu wel een beetje te klein. Maar ik denk wel tien keer na voordat ik iets ga doen. Er moet een vaste stroom komen in de rijbakken, onderhoud, vervanging. Onderhoud is ook megabelangrijk. Als je er niet naar omkijkt, kan je na drie jaar de bak verziekt hebben. Elk jaar even recht leggen, de toplaag opfrissen, dat is toch het behoud van de bodem, net als altijd mest opruimen. Ik heb best nog wel een verlanglijstje van spullen die ik graag aan wil schaffen. Als je alles van de bank hebt staan en er komt zoiets als afgelopen jaar….sowieso kun je zeker drie maanden per jaar weinig tot niks doen, maar je moet de spullen wel doorbetalen. Het moet voor iedereen wel betaalbaar blijven….’

Wendy Visser: ‘Als je een baan in de paarden wilt…’

Wendy Visser: ‘Als je een baan in de paarden wilt…’

‘Als je een baan in de paarden wilt, dan moet je dáár zijn. En dan het liefst met een internationaal tintje, vanuit de Equestrum Campus.’ Dat is waar Wendy Visser voor gaat. Vanuit de Lentiz Onderwijsgroep en dan de MBO-opleiding in Maasland, waar ze al 24 jaar voor werkt.  De opleiding Paardenhouderij was er al langer, binnenkort ronden de eerste studenten hun opleiding Paardensport af.

Wendy Visser is de drijvende kracht achter de opleidingen op hippisch gebied. Ze wilde na haar eigen middelbare school ‘iets’ met paarden gaan doen maar Deurne was voor haar geen optie: ‘Je had alleen Deurne maar ik had mijn HAVO afgerond en wilde graag naar het HBO. En dat bestond niet op hippisch gebied.’ Vanaf haar 9e had ze iets met paarden, vanaf haar 12e ging ze mee als groom bij voorbeeld bij Bert van Leeuwen de hoefsmid. Vanaf haar 15e reed ze intensief in de basiswedstrijdsport, vooral om jonge paarden op te leiden voor verschillende eigenaren, onder wie Dick Colijn. Ze had het geluk dat toen de opleiding in Delft begon: ‘In Delft aan de Agrarische Hogeschool begonnen ze toen met veehouderij/dierhouderij, inclusief gezelschapsdieren. Samen met vijf andere studenten waren we de eersten.’

Tja, wat ga ik nu doen?
Zoals bij zoveel studenten was de vraag na de HAS: ‘Tja, wat ga ik nu doen? Onderwijs leek me wel wat. Ik ben naar de Stoas Hogeschool gegaan, waar ik in een jaar mijn pedagogische bevoegdheid heb gehaald. Toen ik stage liep bij het Holland College, zoals het toen heette, kreeg ik de tip om daar te solliciteren. Ik ben er niet meer weggegaan, Lentiz heet het nu. Met mijn 21e stond ik voor de klas. In eerste instantie voor het VMBO Dierverzorging, na 2 jaar in het MBO Dierverzorging. Toen ik 26 was, ontstond op school de gedachte om iets te gaan doen met een paardenopleiding. Dat werd toen de opleiding paardenhouderij, zo’n 20 jaar geleden zijn we dat gestart. Ik was bekend met de sector en toen de vraag kwam, was ik de persoon die het ging doen, natuurlijk met hulp van anderen.’

Snelle groei
‘Natuurlijk was er eerst een marktonderzoek: kijken in hoeverre er animo bestond in de sector. We hebben allerlei enquêtes opgezet, en daaruit bleek dat in deze regio die behoefte er wel degelijk was. Wat ik zei: je had alleen Deurne. Na dat onderzoek hebben we de sprong genomen, ik denk met een klasje van 15 of zo. Om het betaalbaar te maken moet je wel minimaal 20 leerlingen hebben trouwens. Maar al vrij snel groeide de groep, en intussen hebben we twee klassen in het eerste jaar.’

‘Destijds hebben we ook wel contact gehad met Deurne, met mensen als Desiree Haan. In Barneveld startten ze met dezelfde opleiding, later volgden ook andere AOC’s in Nederland. Daar is een soort convenant uit ontstaan van mbo’s met een paardenhouderij-opleiding, met uitwisseling op docentenniveau, van lesstof, van kennis. Langzamerhand kwam er steeds meer behoefte aan een sportopleiding, om instructeurs goed op te kunnen leiden. Het grote probleem was altijd faciliteiten, je hebt natuurlijk veel meer dan nodig dan alleen een manegehal. We werkten wel samen met maneges, maar dan heb je ook alleen manegepaarden. Voor een paardenhouderij-opleiding werkt dat prima, maar voor een sportopleiding heb je toch ander paardmateriaal nodig.’

Deurne werd gesloten
‘Een jaar of zes/zeven geleden kwamen er steeds meer signalen dat de opleiding tot instructeur achterbleef. Deurne werd gesloten, er waren echt te weinig paardensportopleidingen. Wel voor paardenhouderij, niet voor sport. In dat gat zijn wij gesprongen, uiteraard na een haalbaarheidsonderzoek, in dit geval door Theo Koolen. Dat zijn we samen gaan doen met Equestrum, een kenniscentrum voor de regio Zuid-Holland, in samenwerking met Lentiz, met Aaf Bos vanuit de KNHS-regio Zuid-Holland, de FNRS, het KWPN Zuid-Holland, Marleen Schuurman en Pascalle de Bruin vanuit RSP Sport en Business, het bedrijf van John de Vos, Nico van Hemert van Strategy on Demand en Alain Broft van Equinnolab. We willen proberen om de kennis in deze regio op een hoger level te krijgen.’

‘Als je bij ons naar de sport kijkt en je vergelijkt dat met bijvoorbeeld Brabant of Limburg, dan zit daar echt verschil in. Tegelijkertijd hebben we hier heel veel manegeruiters. Equestrum wil dat verbinden en de kwaliteit van de manegebedrijven èn de sport verhogen. We hebben vaste stagebedrijven als Chardon Paardensport, dat als een soort thuisbasis fungeert, en Hippisch Centrum Hoeksche Waard, Stal ‘t Kabel en Hippisch Centrum Nootdorp als satellietbedrijven. Deze bedrijven hebben een enorme betrokkenheid bij het begeleiden van studenten, verdiepen zich er ook in. Dat is echt een verschil met normale stages zoals je die overal ziet. Ze zijn ook betrokken bij de opbouw van het curriculum, bij de aanpassingen, en we hebben regelmatig overleg.’

In juli de eerste diploma’s
Het resultaat was een vierjarige opleiding, waarvoor in juli de eerste diploma’s worden uitgereikt: ‘Dat gaan we met een feestje doen, het is toch een mijlpaal! Nu zitten in de sportopleiding rond de 45 studenten, verdeeld over de 4 jaren. We kunnen er maximaal rond de 20 per jaar plaatsen. Als je even meetelt, zie je dat we lang niet elke plaats bezetten. Sterker nog: het aantal aanmeldingen is zeker genoeg, maar we plaatsen er ongeveer 1/3. We moeten er immers vanuit gaan dat onze studenten binnen een aantal jaren minimaal het niveau instructeur basissport kunnen halen. We kijken bij de selectie of we dat haalbaar achten. Topsporters leid je niet zo op, wel kinderen die talent hebben. Ze rijden niet hoog in de sport als ze binnenkomen, ze hebben wel vaak een goede basis. Bijna alle anderen starten dan toch in de opleiding Paardenhouderij.’

Het geluid in het veld was altijd dat Deurne het zo slecht afging omdat alle studenten die zich aanmeldden, ook geaccepteerd moesten worden: ‘Dat is gekomen toen Deurne een AOC werd. Binnen het MBO mag je in principe geen studenten afwijzen, maar er zijn uitzonderingen. En deze opleiding is er daar één van. Ik heb zelf de aanvraag geschreven om onze opleiding op de lijst te krijgen. De goudsmid-opleiding of het CIOS is ook zo’n opleiding, dat kun je je wel voorstellen.’

Fysiek best zwaar
‘Als studenten interesse hebben, komen ze in contact met mij om in een persoonlijk gesprek meer te weten te komen. Dan volgt de intakeprocedure, waarbij op veel facetten gelet wordt. Natuurlijk het rijden, maar ook de ruiterfitheid en het doorzettingsvermogen, of ze niet na twee rondjes hardlopen afhaken. De opleidingen zijn fysiek best zwaar, je moet je lichaam wel op orde hebben, dat loopt als een rode draad door onze opleiding. En ze maken een portfolio van tevoren. De intake doen we samen met het bedrijfsleven, met de bedrijven die betrokken zijn.’

‘Wij hebben de keuze gemaakt om niet met een eigen bedrijf te werken, niet zelf in gebouwen en paarden te investeren. We kopen alle diensten bij Chardon Paardensport in, dat is toch haalbaarder dan om zelf gebouwen en paarden te hebben. En vanuit Equestrum wordt ook gekeken naar sponsorwerving. Daar is Jan de Mooij voorzitter. John de Vos is een van de initiatiefnemers, de verbinder, hij zoekt de partijen bij elkaar en zoekt naar kansen binnen de sector. En Lentiz is een van de deelnemende partijen. Van daaruit is het onderwijs ontwikkeld, een curriculum gemaakt, dat is mijn bijdrage. In onderwijs dingen ontwikkelen en op z’n plek zetten.’

Je moet weten wat er speelt
‘In die 24 jaar ben ik eigenlijk steeds iets meer coördinerende werkzaamheden gaan doen binnen de paardenopleidingen en nu ben ik teamleider. Dat is niet te combineren met lesgeven. Het wordt dan een sluitpost en dan doe je het niet 100%. En ik vind dat je iets voor 100% doet, of je doet het niet. Toen mijn dochter 14 jaar geleden geboren werd, ben ik gestopt met rijden. Dan ben je heel snel de echte feeling kwijt, omdat je niet meer dagelijks op stal bent. Als je voor de klas staat, moet je in de praktijk weten wat er speelt, vind ik. Eerlijk gezegd mis ik het wedstrijdrijden niet. Het is ook heel leuk om de studenten aan de slag te zien, en nog veel leuker om te zien dat ze zich ontwikkelen.’


Johan Hamminga geeft les aan de Paardensport-leerlingen

‘Voor paardenhouderij en paardensport hebben we nu zo’n 150 studenten, ruim 100 in houderij en 45 voor de sport. Daarvoor heb ik veel contact met alle stagebedrijven, ook om nog gerichter bedrijven te kunnen selecteren. Vooral in de sportopleiding zit veel meer dynamiek, dan moet je gewoon veel in het werkveld zijn. Dan ga je ook je eigen afzetmarkt creëren. Bij de sportopleiding zie je dat nu al: als ik kijk naar onze huidige vierdejaars, dan geloof ik dat de meesten kunnen blijven werken waar ze nu stagelopen of via hun bedrijf andere kansen krijgen binnen de sector.’

Familie Chardon
‘We verzorgen de lessen nu op het bedrijf van de familie Chardon: paarden, faciliteiten en een deel van de instructie. De Campus zal aansluitend aan dat bedrijf van de grond komen. Het moet een clubhuis worden, een ontmoetingsplek voor onderwijs, innovatie, onderzoek. En ook voor zorg, met drie woongroepen voor cliënten, voor recreatie en studentenhuisvesting voor de internationale ambities. Het gaat om de bestaande boerderij en de gebouwen die erbij worden gebouwd.’


Artist impression van de nieuwe Equestrum Campus naast Chardon Paardensport

‘Ik vind het mooi om te zien hoe mensen als Lammert Haanstra, Marion Schreuder, Johan Hamminga, allemaal mensen van het vroegere Deurne, onze studenten enorm kunnen inspireren. En ook dat ze de waarde zien van het opleiden op deze manier. Zij zijn de inspirators, kunnen als weinig anderen de studenten duidelijk maken dat je er echt wat voor moet doen.’

De ambitie van Wendy Visser? ‘Die van mij gaat meer over ontwikkeling, twee heel mooie opleidingen aansturen vanuit de Equestrum-campus. Echt samen met het bedrijfsleven, het is zeker niet meer zo dat een school op basis van een eigen curriculum studenten aflevert. Het liefst ook met een internationaal tintje en waar mensen uit de sector van zeggen: als je een baan in de paarden wilt, dan moet je dáár zijn!’

‘We komen op een te smal spoor met onze fokkerij, dat is zeer gevaarlijk’

‘We komen op een te smal spoor met onze fokkerij, dat is zeer gevaarlijk’

Kees van den Oetelaar heeft zijn leven lang geld verdiend met paarden. Als handelaar, als fokker en als hengstenhouder. We moeten op z’n minst even luisteren als zo iemand een waarschuwende vinger opsteekt. En dat doet hij nu. ‘We moeten ervoor waken dat we niet op een tè smal spoor komen te zitten met onze bloedlijnen, en dan heb ik het eigenlijk vooral over de moederlijnen. Dat zien we in de springpaardenfokkerij nóg niet, maar dan ben je al bijna te laat…..’

Kees van den Oetelaar praat graag vanuit zijn rijke ervaring, vaak met vergelijkingen met vroeger. Hij is een man die een paard kent, zoals dat heet, met een voorliefde voor de springsport. En voor fokkerij, waarover hij altijd zijn eigen gedachten heeft: ‘Er wordt te weinig gekeken naar de problemen van een te smal spoor. Het gaat in de huidige fokkerijpraktijk toch vooral om de poen. Om hoe duur de hengsten verkocht kunnen worden. Er zijn zelfs stamboeken die de hengsten kampioen maken die ze het duurst kunnen verkopen.’

‘In de koeienwereld selecteer je op vlees óf melk. Bij paarden heb je met heel veel meer factoren te maken. Vroeger kende ik in de buurt van ons dorp alle boeren en ik kon precies aan de koeien zien van welke boer ze waren. In hun model, type, uiers, dat wist je van elkaar in de buurt. Nou kent een boer z’n eigen koeien niet meer, ze zijn allemaal hetzelfde. Maar bij paarden is dat een ander verhaal. Wij fokken voor de sport, voor mensen, heel veel verschillende soorten mensen. Die groep is best groot.’

Bedrijfsblind
‘Vooral de hengstenhouders en de stamboeken moeten er volgens mij voor waken dat we niet allemaal hetzelfde product krijgen, net als bij de koeien. Kijk naar Holstein. Twintig jaar geleden was Holstein niet van de troon te krijgen in de kwaliteit van hun springpaarden. Ze zijn toen volgens mij bedrijfsblind zijn geworden, ze hebben geen risico’s genomen in de moederlijnen. In Holstein trek je de catalogus open: het is allemaal familie van elkaar, ook aan moederskant, en dat is het ergste. Een aantal jaren geleden heb ik tegen Holstein gezegd: zorg dat je je merrielijnen ververst en gebruik daarop je beste hengsten, dan blijf je nr 1. Maar ja, die troon is nou bijna voorbij.’


Pialotta met Edwina Alexander-Tops

‘Het BWP staat nu op de troon. Maar die komen ook op de koffie als ze er nu niet op inhaken. Want zelfs het BWP komt in de moederlijnen op een smal spoor, zie ik. Als je de catalogus van het BWP openslaat, of je deed dat tien jaar geleden, dan zie je nou dat het spoor smaller wordt. De grote noodzaak van hengstenhouders en stamboeken is echt om hengsten promoten die uit een moederlijn komen waarvan in hun stamboek weinig voorhanden is. Dan kunnen we vooruitgang boeken en vermijd je te dichte verwantschap.’

’Natuurlijk weet ik ook wel dat een product van een bewezen hengst meer zekerheid biedt. Nu. Op dit moment. Als je dat gaat overdrijven, kunnen de jonge hengsten van nu nooit bewezen hengsten worden. Vroeger stond Farn in Groningen, later in Brabant. Dat zag je terug in de paarden. Maar nu, met alle technieken en alle beschikbare informatie, zijn mensen geneigd om naar hetzelfde soort product te lopen. Natuurlijk is het belangrijk dat de bewezen hengsten merries blijven dekken, maar je kunt het ook overdrijven. Voor een goede toekomst zullen we naar de jonge hengsten met nieuw bloed moeten gaan, nieuw bloed vooral in de moederlijn.’


Horizontal (Casall x Quickstar)

‘De fokker is veel veranderd. De fokker van nu denkt meestal te kortzichtig en te veel aan geld op de korte termijn. De fokker van toen dekte veel meer met bepaalde hengsten om de moederlijn te versterken en te vernieuwen, toekomstgericht. Het interessantste om vooruitgang te boeken in onze springpaardenfokkerij is om een jonge hengst te gebruiken die uit een moeder komt die in zijn fokgebied weinig voorkomt. Alles loopt wel door elkaar, maar dát bestaat nog!

Bewijzen?
‘Of ik bewijzen heb? Geen probleem. Dan kijk ik natuurlijk ook eerst naar mijn eigen hengsten. Ik denk dat ik in een luxepositie ben omdat ik mede-eigenaar ben van een groot aantal jonge hengsten, waarvan we er een aantal ter dekking hebben staan. Juist omdat ik er een groot aantal heb, wil ik mijn paarden eerst beter leren kennen voordat ik ze echt inzet in de fokkerij. Ik moet ervan overtuigd zijn dat ik ze gerust in kan zetten om de fokkerij te verbeteren.’

‘Zo’n voorbeeld is Horizontal, gefokt bij Stal Tops, een jonge Casall uit Mel d’Argences, een 1m60-merrie. Een moderne hengst met een totaal nieuwe moederlijn die in ons fokgebied niet voorkomt. Uit de lijn van Almé. Het is geen Casall uit een Holsteinse moeder, dat is wat ik bedoel. Die is nu 4. Die is nu volop bezig. Daar tegenover heb ik ook een net zo jonge hengst, een combinatie van Casall uit de Pilot-merrie Pialotta die met Edwina Tops-Alexander 1m60 geklasseerd is geweest. Maar die laten we eerst eens een jaar groeien in de sport, hij is nog heel jeugdig, heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen.’


De jong Casall uit Pialotta, in training bij Linn Kvernes

‘Van groot belang vind ik dat de hengstenhouder van tegenwoordig ook aan de sport moet gaan denken. Want zoals het voorheen altijd ging, was de hengst afgebrand als ie 6 jaar was door hengstencompetities en hengstenshows. Serieus ja! Als je met een jonge hengst vier shows gereden hebt, moet ie telkens bovenin springen, hij mag geen fouten maken, op een niveau waar hij eigenlijk nog lang niet aan toe is. Nou, dan heb je ‘m al een heel eind afgebrand. Hij moet met leeftijdgenoten langzaam opgeleid worden en fouten in de ring kunnen maken, zonder dat het belangrijk is wat andere mensen ervan vinden. In dat opzicht hebben we geluk gehad met de anderhalf jaar pauze.’

Als 9-jarige nog een kind
‘De grote noodzaak van een ruiter èn hengstenhouder is dat hij ervoor moet zorgen dat de hengst zich nog een kind voelt als 9-jarige. Het frisse moet in het paard blijven. Als ik naar mijn eigen hengsten kijk, dan kan ik me wel voor m’n kop slaan. Ik liet Hamlet met z’n 6 jaar de King of George Cup lopen in Hickstead, met z’n 7 jaar over 2m10 in de puissance.Daarna heb je ‘m weinig meer gezien, hij is gewoon overnomen geweest. Toen dachten we dat dat kon, ook om een hengst de hele zomer op een vrachtwagen te zetten om merries te dekken en in de winter internationaal op concours te laten gaan.’

Naast die prestaties en presentaties op jonge leeftijd is er nog wat: de bodems. Echt het allerbeste zou zijn om onze jonge hengsten gewoon landelijk te laten lopen op een grasbodem. Dan kunnen ze zich in hun gewrichten en weke delen veel beter ontwikkelen. Nou zijn de bodems allemaal hetzelfde maar ze hebben juist afwisseling nodig. Als je nou naar een landelijk concours gaat met een grasbodem, dan is de deelnemerslijst heel klein. Veel ruiters zijn te lui om schroeven te draaien. Vorige week was ik in Sint-Oedenrode, een concours op gras, het was net of je in het buitenland was, prachtig opgezet en georganiseerd, maar ja, geen deelname. Dat is ontzettend jammer voor de opleiding van jonge paarden.’


King Kashmir (Kashmir van het Schuttershof x Myl0rd Carthago x Landor S)

‘Een andere hengst die ik als voorbeeld kan noemen is King Kashmir. Hij is een zoon van een tophengst waar bijna geen kinderen van gekeurd zijn, van Kashmir van het Schuttershof. En dan uit een moederlijn die bij ons niet bestaat, uit een moeder van Mylord Carthago x Landor S x Pilot. Het bijzondere is dat we bijna niet van dat bloed hebben, van die moederlijn kun je hier niks vinden. Van de andere kant hebben we Hero, een vierjarige Diamant de Semilly x Kannan x Inducteur, uit een moeder die al 7 dik internationaal lopende paarden heeft gebracht, zoals volle broer Vannan. Ook uit een moederlijn die je bij ons niet vindt. Maar die staat nog in de wachtkamer, om over een jaar nog eens te bekijken. Hij is nog te jeugdig en groot, heeft tijd nodig om te rijpen. Het is nog helemaal niet zeker of ie in de fokkerij komt, dat gaan we rustig bekijken.’


Hero (Diamant de Semilly x Kannan x Inducteur)

‘Een heel ander verhaal is de hengst Chapper, een zesjarige zoon van Chap 2 uit een moeder van Asti Spumante, een moeder die met een amateuramazone gemakkelijk 1m40 liep. Uit een oude Oost-Duitse moederlijn. Als je dan over verwantschap en een smal spoor praat: voor deze hengst hebben we bij het KWPN een genoom-test laten doen. Kregen we bericht terug dat ze geen verwanten konden vinden. Dat bedoel ik nou, dat maakt het voor mij interessant om een nieuw product op de wereld te zetten. Plus dat ie fantastisch springt en heel correct is.’


Chapper (Chap II x Asti Spumante)

‘Ik wil proberen die fouten niet meer te maken die ik in het verleden gemaakt heb. Wat ik zei: ik heb nu een groot aantal jonge hengsten, we kunnen afwisselen met de inzet in de fokkerij en de sport. Rustig opbouwen is belangrijk. Het kan sowieso niet meer in deze tijd om snel te scoren met hengsten. Omdat je dan gewoonweg geen internationale paarden meer krijgt. En op den duur doe je jezelf tekort. Dus rustig opbouwen en uitgaan van aparte moederlijnen van de hengsten.’

Nieuws.horse publiceert binnenkort meer verhalen met paardenman Kees van den Oetelaar!

Aliene Ruyter vond vijf mensen bereid mee te doen

Aliene Ruyter vond vijf mensen bereid mee te doen

Haar idealen? Een leuke job in het onderzoek naar de diervoeding èn een kleinschalige eventingstal voor topsport met fokkerij erbij. ‘Ik kom niet uit een mega-paardenfamilie, maar er zijn toch verschillende aspecten in mijn familie die er wel voeding aan hebben gegeven om dat leuk te vinden.’ Zo verklaart de 25-jarige eventingamazone Aliene Ruyter, lid van het Bavaria team, haar dromen.

De fokkerij is nieuw voor Aliene, laatstejaars student animal nutrition in Wageningen. Omdat ze thuis in Opheusden vonden dat het met de paarden-uitgaven wel een keer genoeg was, ging ze voor haar eigen oplossing: een syndicaat. Ze maakte een investeringsplan en vond vijf mensen bereid om mee te doen om haar I’m Special de Muze-merrie te laten dekken door Moreno Grove, de Herald 3 x Coconut Grove XX. Inclusief haar moeder, die eigenlijk met de merrie niet zoveel op had maar nu toch ook meedeed in de investering. Dat kwam zo.

Van pony naar Bomba
‘Mijn zus Nienke en ik wilden graag een pony, daarom zijn we verhuisd van Wageningen naar Opheusden. Mijn moeder Carolien heeft vroeger ook gereden, niet heel hoog, ook met de pony’s eventing, net als ikzelf. Ik was een jaar of 13 of 14 toen mijn ouders vonden dat ik wat te groot was voor de pony. Online hebben we Bomba gevonden, een 3,5-jarige ruin van Verdi x Calvados, uit dezelfde moeder als Zam Zam van Alice Naber. Niet zo heel braaf in het begin, toen ben ik een crosscursus gaan volgen bij Gert Boonzaaijer, dat ging eigenlijk wel heel goed. Gert zag dat volgens mij ook wel. Van daaruit ben ik een beetje gegroeid, vooral door het paard. En door de lessen van Gert. En ook door de lessen van mensen als wijlen Jan van Beek die toen bondscoach was, van Alice Naber, Rob Janssen, Mans Buurman, maar ook Karina Koeman, die me al sinds mijn tiende ondersteunt.’


Aliene (r) met haar zus Nienke

Aliene was als kind op meer fronten sportief: ‘Eigenlijk wel heel sportief, ik voetbalde heel hoog, daarvoor hockey, wilde graag winnen. Maar dan moet je wel een sport hebben waar je goed in bent. In de M stond ik wel vaak in de top-5, toen kwam je in het wereldje van de junioren. Daar liep ik er een beetje achteraan, net niet goed genoeg. Of je had een keer een langsloper, of het springen ging een keer niet helemaal goed. Pas de laatste twee jaar bij de young riders ging het heel goed. Ik kon het gelukkig combineren met mijn studie: de universiteit houdt erg rekening met trainingen, buitenlandse deelname en zo. Het duurt alleen wat langer maar ze steunen me er wel in, kan mijn eigen tempo kiezen. In de winter is het makkelijker als de eventingpaarden het wat rustiger aan doen, in het seizoen betekent het soms wel heel late avonden of vroege ochtenden.’

Vriend voor het leven
Inmiddels is de 15-jarige Bomba ervaren in de lange 4*-wedstrijden: ‘Hèt speciale paard voor mij, we hebben samen alle klassen doorlopen, gewoon een vriend voor het leven, een paard met een enorm groot hart. Dat klinkt wat pathetisch, maar ja. Ik hoop echt de aankomende twee jaar nog door te kunnen gaan met hem. Zolang hij het leuk blijft vinden en gezond blijft, gaan we dat doen.’ Inmiddels staat echter ook de merrie I’m Special op stal.

‘Nog voordat ik aan mijn studie begon, zijn we gaan zoeken naar een tweede paard. Bij Gert Boonzaaijer, niet te ver van hier, kon ik heel goed de paarden uitproberen. Toen belde hij me in 2017: hij had een fijn paard staan, een merrie, vier jaar oud. Maar mijn moeder wilde niet. Zij had vroeger een merrie gehad en daar had ze niks mee. Ik had iets van: als het nou een leuk paard is en je hebt er een klik mee? Janneke heeft haar voorgereden. Met het koppie erop, niet per se afgeleid of gemeen, soms wat stuiteren, een beetje schrikken, ze had iets waarvan ik dacht: hé, dat is leuk, fijne gangen ook. Een lekker paard, ik was totaal verkocht. Mijn moeder niet. We hebben een week doorgereden en hebben haar toen toch maar gekocht.’

I’m Special
I’m Special is een merrie van I’m Special de Muze uit een Orame-moeder. ‘’De merrie’ heet ze bij ons op stal. Ik trainde bij Gert, dat ben ik blijven doen. In 2018 brak ik mijn enkel, op een wedstrijd in Strzegom in Polen, daar zou ik m’n eerste lange 4 rijden om de seniorenkwalificatie te halen. De korte 4’s gingen goed, het was de laatste wedstrijd in het seizoen. We kwamen ’s nachts aan, beveiliging om de stallen heen, niemand meer aan het hek, en het was best koud. Maar ik wist van een eerdere keer nog een sluiproute hoe je bij de stal kon komen. Maar daar hadden ze inmiddels een put gemaakt, er was geen licht, ik ben dus in die put gevallen. Direct geopereerd in het ziekenhuis, en toen weer naar huis, zonder lange 4, een behoorlijk drama. Vijf maanden heb ik niet kunnen rijden, de hele winter. Gelukkig kon mijn moeder op Bomba rijden, dat was voor haar ook een uitdaging. En de merrie: tja, die was jonger. Janneke heeft haar een aantal maanden gereden, ook op wedstrijd. Dus ze heeft een heel stuk aan de opleiding bijgedragen, met kwaliteit! Een beetje geluk bij het hele ongeluk kun je achteraf zeggen.’

‘Ik was in 2018 net hersteld van mijn enkelblessure, toen belde Tim Lips me: of ik in het Bavaria-team wou. Daar heb ik natuurlijk ja op gezegd, ik vond het alleen al een fijn steuntje om van die blessure terug te kunnen komen. Echt een extra boost voor mijn herstel!’ In 2019 volgde het EK in Lühmühlen met Bomba. En dan de studie erbij, waardoor er minder tijd overbleef voor de merrie: ‘Die kreeg daardoor wel de tijd, kreeg niet heel vroeg al die belasting. Ik vind het fijn dat jonge paarden tijd krijgen om zich helemaal te ontwikkelen. Zo’n paard als Bomba: als die bij een toen betere ruiter was geweest, had ie misschien wel te snel te hoog gesprongen, dat gebeurt vaker met paarden doe zo gemakkelijk alles springen. We hebben het samen langzaamaan gedaan, heb alles van hem geleerd. Met een jong paard moet je volgens mij niet meteen alles willen rijden. Ga niet te snel met echt goede paarden, dat is wel de positieve ervaring van wat ik heb meegemaakt. Door de corona-crisis heb ik wel de kans gekregen om nog meer tijd in de merrie te stoppen, om haar nog meer te trainen. De studie ging vanuit huis, dat was ook wel relaxter. Uiteindelijk voelt het daardoor toch niet als een mega-lange periode.’

Ambities
Terug naar haar ambities: ‘Ik zou dadelijk heel graag werk willen vinden in het onderzoek naar diervoeding. Niet per se op paarden gericht, meer op koeien en kippen, daar zijn heel veel mogelijkheden. De paardensector is gewoon veel kleiner, je hebt veel minder bedrijven die bepaalde dingen willen weten, bij voorbeeld om nieuwe voedingssupplementen te maken. En ik zou heel graag kleinschalig topsport willen blijven rijden in de eventing. Het liefst vanuit een eigen stal. Niet om les te geven of op te leiden en te verkopen. Twee of drie goede topsportpaarden voor de wedstrijden, een paar jongere paarden erbij. En ik heb een droom om een paar fokmerries te hebben. Ook niet op grote schaal, vooral kleinschalig en kwalitatief.’


Moeder Carolien met I’m Special en Bomba op het terrein van Hippisch Centrum De Schalm

‘Mijn opa komt uit de melkveehouderij, mijn vader Dirk werkt net als mijn moeder in Wageningen en heeft genetica gestudeerd. Opa werkte al met embryotransplantatie met de koeien in 1980, een van de eerste boeren die dat deed. In Wijdenes, waar mijn vader vandaan komt. Mijn moeder kwam uit de Beemster, ze hebben elkaar in Wageningen leren kennen. Ik denk dat ik de aandacht voor de fokkerij van mijn ouders en opa heb meegekregen. Het is prachtig om te sparren over de hengstenkeuze. Voorop staat dan eigenlijk de vraag: hoe ziet eventing er over tien jaar uit? Daar moet ik nu over nadenken. Toen de steeple en het wegparcours nog bestonden, was de Volbloed belangrijk. Had je toen kunnen voorspellen dat het allemaal veel technischer zou worden? Het springen zal belangrijk blijven. De combinatie springpaard en Volbloed gaat belangrijk blijven.’

Realiseren mensen zich dat wel?
‘Wat mij betreft is vooral het merrielijntje belangrijk. Sommige fokkers hebben een paar fokmerries die nooit in de sport hebben gelopen en daar fokken ze dan een veulentje van. Bij de koeien selecteerden ze op melk, op één onderdeel. Bij ons gaat het vooral ook om een meewerkend karakter. Realiseren mensen zich wel wat een paard aan hart nodig heeft om een 4* te lopen? Als je een merrie hebt die dat graag voor je wil doen, dán kun je toppers fokken, daar geloof ik in.’


Vader Dirk volgt de verrichtingen (foto Equipe Foto)

‘Begin dit jaar, omdat de crisis aanhield, had ik zoiets van joh, zullen we de merrie spoelen voor embryotransplantatie? Best, zeiden mijn ouders, maar dat gaan we niet betalen. Ik heb toch een groepje bij elkaar weten te krijgen van mensen die samen met mij de merrie wilden spoelen. Mensen met hart voor de sport en die het mij ook gunnen. Met ons vijven zijn we, familie en vrienden vooral, en ja, ook mijn moeder, dat vond ze toch wel heel erg leuk. Als ik maar zorgde dat alles heel netjes op papier kwam te staan. Ik heb een investeringsplan gemaakt: welke kosten heb je, wat kost spoelen, de dierenarts, de draagmerrie, etc. Met de hele club hebben we besloten: we gaan tot het veulen, en dan bepalen of het er een is om verder mee te gaan, of we serieus kunnen gaan kijken of ik ermee verder kan. Zo hebben we trappen van verkoopmomenten bepaald: gaan we verder of gaan we niet verder?’

Moreno Grove
‘Ik had een wedstrijd in Strzegom, de eerste internationale wedstrijd voor de merrie, in de sneeuw. Dat was goed voor haar ervaring. Vlak daarna werd ze hengstig, en toen ging het allemaal heel snel. Ik heb de investeerders laten weten dat het ging gebeuren, de contracten gemaakt, ieder een eigen deel. Toen ging het om de hengst. I’m Special heeft veel springbloed, niet veel Volbloed, maar als ik naar de merrie kijk: dan zie ik lange benen, ze is niet zwaar, springt goed, ik heb er heel veel mee, ook omdat we een team zijn geworden, ze doet het heel graag voor mij. Je hebt dan de standaard-eventinghengsten als Contendro, maar ik zat ook wel naar meer bloed te krijgen. Ik ben bij Dutch Eventing Stables uitgekomen, zij hebben veel hengsten met Volbloed erachter. Ik had Moreno Grove al een paar keer gezien met Janneke, ook met de Young Horse Trials.’


Janneke Boonzaaijer met Moreno Grove als driejarige. Inmiddels staat de hengst in de Dutch Eventing Young Horse Trials bovenaan in het tussenklassement.

De verrassing moest nog komen: ‘Ik was bij dierenarts Myrthe Wessel om te spoelen, toen zag ze twee embryo’s. Stond ik daar in het lab-kamertje door de microscoop te kijken. Maar een tweede draagmerrie hadden we niet. Myrthe zei: ga lekker naar huis, ik ga navragen. Bij Keros vond ze een tweede draagmerrie, dat komt nogal precies omdat het in de cyclus moet aansluiten.  Ze pakten allebei, heel bijzonder om twee mailtjes daarover te ontvangen. En fijn dat het de eerste keer gelukt is, dan kan ik me goed focussen op het eventingseizoen.’

‘Nou is het aan mij om de merrie uit te brengen in de sport, dat geeft hopelijk meerwaarde aan de veulens. Dat innovatieve vind ik heel gaaf, het zou geweldig zijn om een goede fokkerij op te bouwen. Mijn ouders steunen me altijd, dat is heel fijn. Het is een behoorlijke weg, met veel studie-uren en veel trainingsuren. Maar hopelijk krijg ik er later wat voor terug.’

Foto’s: Privé, ROS Fotografie en Equipe Foto