Laura Hoitsema: het blijft elke keer een shock

Laura Hoitsema: het blijft elke keer een shock

In het Zuid-Spaanse Sevilla runt Laura Hoitsema een stal voor verwaarloosde en mishandelde paarden. Zo’n 190 staan er nu en in totaal zijn het er al 2368 geweest die een ander bestaan hebben gekregen. Wat drijft iemand om op vrijwillige basis daaraan haar leven te geven? ‘Paarden hebben me altijd op het rechte pad gehouden,’ zegt de Amsterdamse.

‘Ik was best wel een stoute Amsterdammer, uit de Pijp, enorm nieuwsgierig om alles te ontdekken wat er te koop is. En ja, ik ben in die tijd een paar keer van het pad af geraakt, met verkeerde mensen omgegaan, drugs, drank en gezelligheid, daar bestond het leven uit, dacht ik toen ik een jaar of 17 was. Joh, we woonden in een volksbuurt, iedereen paste op elkaar, de hoeren waren mijn ‘tantes’. Daar gingen ‘ooms’ naar binnen, die moesten dan met de ‘tantes’ gaan praten. Haha, zo ging dat in de jaren ‘70, ik was een jaar of 6. School? Ik heb wel op school gezeten maar ben er ook weer heel hard vanaf gegooid. Ik was geen goede leerling, voelde me heel erg opgesloten. Regelmaat, alles volgens de klok, dat was aan mij niet besteed.’

En toch zegt Laura, 50 nu: ‘Ik wil dat uit mijn verhaal blijkt dat het zo belangrijk is om niet op te geven, dat je niet vastroest, je droom naleeft, dat je positief blijft. Ik was er toen een van altijd het avontuur zoeken. De paarden hebben me in de goede richting geholpen, hebben me rust gegeven. Op de manege in Oud-Sloten heb ik mijn eerste wedstrijdjes gereden. Mijn vader zag dat ik dat hartstikke goed deed. Hij was restaurateur van antieke auto’s, altijd druk, maar hij ging trouw met me mee. Presteren en niet zeuren, trainen, trainen, trainen, dat wel. Ik ben best wel vaak 1e of 2e geworden. En dan ben je 16 en stop je, omdat je vrijheid wilt.’

Laura Hoitsema kan er smakelijk over vertellen, alles relativerend, met heel veel lachen: “Ik was gewoon stout, heb heel veel meegemaakt. En toch ben ik weer de paardenwereld ingegaan. Op een gegeven moment, ik kwam in Almere te wonen. Alleen? Ik woonde al op m’n 17e alleen, wel met verschillende relaties. Gewoon heerlijk geleefd, alles uit het leven gehaald. In Amsterdam waren er geen huizen te krijgen, Almere wel, daar had je ruimte, groene vlaktes. Ik had al snel een eigen paard, bij een stukje grond van de gemeente, Project Stadsweide, dat moet je zelf onderhouden, met twee stallen erop.’

‘Ik werkte wel gewoon hoor, zelfs een jaar bij de gemeente in die tijd, ik was al richting braaf geworden. Ik had een vriendje en die moeder, die ik toen best burgerlijk vond, die heeft me eigenlijk wel op het rechte pad gezet. Hun aten op bepaalde tijden, groenten en aardappelen, dat was voor mij een eyeopener: zo kon het dus ook. Bij ons thuis waren ze altijd druk, mijn ouders waren altijd in de eigen zaak, het was meer een sfeer van ‘ieder voor zich’. Het mooie is dat mijn stiefvader en mijn moeder nu in mijn Stichting zitten, ze doen best wel veel. En m’n vader steunt me geestelijk, die vraagt hoe het gaat, haha.’

‘Ik had het eigenlijk helemaal naar m’n zin. Leuke relaties, het ging allemaal zo snel. Met m’n paarden bij huis reed ik Z1, ik heb M gesprongen, eventing gereden in Spaarnwoude. Gewoon met mijn huis-tuin- en-keukenpaard, een KWPN’er. De afstamming? Joh, dat weet ik niet, ik was natuurlijk niet met bloed bezig. Ik weet wel dat ik de dressuursport hartstikke zat was. Eerder waren het witte bandages, een cap en een dekje maar op een gegeven moment werd het een bekakt modewereldje, dat was niks voor mij. Ik ben de western-sport ingegaan. Ja, een jaartje…. Toen verbrijzelde ik m’n knie en was het afgelopen. Door een schaap, die kwam om de hoek rennen, ik was aan het wandelen. Eigenlijk echt heel lullig….door een schaap naar het ziekenhuis.’

‘Na dat gedoe met m’n knie ben ik les gaan geven, en dát was echt een succes! Vooral omdat ik goed overweg kon met probleempaarden. Later werd dat ‘paarden fluisteren’. Ik reed door heel Nederland. Ja joh, in de tussentijd heb ik natuurlijk allerlei baantjes gehad, van alles en nog wat. Goh, wat heb ik eigenlijk veel gedaan zeg als je dat zo eens op een rijtje zet! Maar weet je, ik vond langzamerhand in Nederland de politiek niet meer leuk, de mensen niet meer leuk. Geen fijn klimaat, steeds meer materialistisch. Ik deed er net zo hard aan mee hoor! Een vrijstaand huis in Almere-Hout hadden we, niks mis mee, auto’s en zo. Maar het was niet wat ik zocht in het leven.’

‘We zijn negen jaar geleden naar Spanje gegaan, daar was ik van kleins af aan geweest. Zonder haast, zonder stress, het voelde als mijn thuis. Met World Horse Transport van Kennard Buisman zijn we geëmigreerd, met vijf paarden, konijnen, katten en drie honden. We hebben iets gehuurd vlak bij Alicante, in de bergen, als het niks zou worden, konden we zo weg. Cursussen geven, mensen hun angst voor paarden laten overwinnen, ’s morgens een tochtje, ‘s avonds een tochtje, een sangriaatje, ’s middags naar het strand, zo’n leven.’

Door toeval kwam Laura op het idee om verwaarloosde paarden te gaan helpen: ‘We werden gebeld door vrienden die per toeval verwaarloosde paarden hadden gezien, ik met een vriendin ernaartoe gegaan. Er stonden er 17, een lag met z’n hoofd op de grond. Ik ben bij d’r gaan zitten, hief ze haar hoofd op, en ze stierf in mijn armen. Ik had nog nooit zoiets gezien. We hebben erbij zitten te janken.’

‘We hadden plek voor 10 paarden maar al snel hadden we er 65, met grond van de buren erbij en zo. Als ze eenmaal weten dat je paarden opvangt, gaat het heel snel, zeker zo’n tien jaar geleden toen het in Spanje erg slecht ging, de mensen moesten er vanaf. Je krijgt meldingen, dat kun je in je slechtste dromen niet voorstellen. Een paard aan vier benen vastgebonden in de bergen laten liggen, zodat ie niet naar beneden kon lopen, dat verzin je toch niet? Die hebben we in moeten laten slapen. Wat m’n man ervan vond? Die vond het maar niks, we zijn dan ook gescheiden.’

‘We hebben paarden gehad die beschoten waren, door mafkezen, die moeten wel gestoord zijn. Of paarden die in elkaar geknuppeld waren. We hebben ook 82 paarden gehad van een grote drugshandelaar, je hebt in dat wereldje wel vaker te maken met een soort van maffiosi. Elke ochtend, zes dagen lang, vonden we een van onze dieren dood, met alleen het linkerpootje gebroken, als een waarschuwing. Of in Benidorm, daar vroeg de politie of we 6 paarden wilden komen ophalen, ze zouden zelf ook komen. Bleek het een zigeunerij te zijn, en de politie die kwam niet. Ze stonden ons met geweren op te wachten, we hebben die paarden moeten kopen, 150 euro per stuk vroegen ze. We hebben stal open moeten breken van een merrie die drie weken opgesloten was in een dichtgetimmerde stal met een dood veulentje aan haar voeten.  Ezeltjes gevonden die opgehangen waren. We krijgen die meldingen van de politie waarmee we samenwerken. Staan ze ons op te wachten op de vluchtstrook en dan worden we naar de plek gebracht. Je denkt elke keer: het kan niet erger…..het blijft elke keer een shock, het went nooit.’

‘Vorig jaar hadden we 240 paarden staan, nu 190. We gaan dan proberen of we ze kunnen herplaatsen na een tijdje. Over de 1500 hebben we opnieuw geplaatst, en in totaal hebben we al 2368 paarden gered. Veel mensen vinden het mooi om paarden een tweede kans te geven, in Nederland, Belgie, Frankrijk, Italië. Dat transport doet World Horse Transport tegen een mooi tarief, geweldig. De meeste paarden staan te wachten in deposito, we mogen niks doen totdat de rechter heeft gesproken. Zo hebben we er 90 staan. De eigenaar zou dat moeten betalen maar die heeft natuurlijk geen geld.’

‘Gelukkig hebben we trouwe sponsors, donateurs, organiseren we ruitervakanties, hebben we vrijwilligers die meebetalen. We lopen op dit moment zomaar 9000 euro per maand mis om de boel te kunnen onderhouden. Veel doen we met vrijwilligers. Ik heb ook geen salaris, ik word onderhouden door m’n familie en m’n vrienden. Waarom ik het doe? Dit is zo dankbaar, daar kan niks tegen op, geen Replay-truitje of luxe tv, haha. Ik loop hier op m’n klompies in m’n oude korte broek, heerlijk. Back to basic, zeg maar. We hebben wel internet, dat dan weer wel.’

Laura richtte de Stichting Paard in Nood Spanje op, in Spanje Los Caballos Luna, genoemd naar dochter Luna; ‘Ze is 19, mijn steun en toeverlaat. Eigenlijk wil ze de sport in, daarvoor is ze even in Nederland geweest. Mam, ze maken daar een afspraak om over 3 weken te gaan barbecueën….zei ze. Dat soort dingen, vond ze raar, ze kon niet wennen. We hebben mensen gevonden die haar kunnen helpen in de dressuur, in Madrid heeft ze een aanbieding gekregen om een opleiding te doen. Ze draait hier ook 24/7 mee, slaapt ook bij de paarden om te waken, wonden verzorgen, pfff, wat kom je allemaal tegen….’

‘We hebben ook heel veel tegenstanders hoor: laat lekker inslapen, dat scheelt, dat soort opmerkingen. Maar je moet blijven vechten voor elk dier, vind ik. Hoe lang? Tot de dood ons scheidt….’

Klik hier voor de website

Annemieke van Straaten: ‘Ik zit er bovenop, ik laat niet los.’

Annemieke van Straaten: ‘Ik zit er bovenop, ik laat niet los.’

Haar leven draaide om paarden. Voor en na die vreselijke gebeurtenis. Uiteindelijk heeft ze er een streep onder gezet en is ze vol energie -en dat is zwak uitgedrukt- bezig met het lot van verwaarloosde dieren, vooral in gebieden als de Oostvaardersplassen. ‘Gedomesticeerd graasvee, daar praten we over. Nep-natuur, dat is het,’ zegt Annemieke van Straaten, ‘met een verdienmodel erachter voor de groene subsidieclubjes.’

Annemieke van Straaten is wars van onrecht, van meten met twee maten, van besodemieterd worden door de overheid. Voordat we daaraan toekomen eerst een blik in het verleden. In Hilversum werd ze geboren in 1976, waar haar vader een groot transportbedrijf had. Toen ze 6 was ging ze met een vriendinnetje mee naar manege Fuhren in Hilversum: ‘Uiteindelijk is onze hele familie ermee besmet. Ik moest en zou naar Deurne, die uniformen, die discipline, dat sprak me wel aan. Maar toen ik daar kwam, met die hokjes, die bedden, heb ik tegen papa gezegd: dat gaat ‘m niet worden.’

‘Mijn vader vroeg of ik dan de zaak in wilde. Het was jaren ’90. Het ging om een paar honderd vrachtwagens, ooit gestart door mijn opa met paard en wagen en een bakfiets. Het bedrijf was zo groot geworden dat het voor mij niet zou lukken om dat over te nemen. Vader kocht Stal Heidepark toen ik 18 was. Voor mij. Ik kon mijn droom volgen: kinderen leren paardrijden. En hij werkte zich uit de naad.’

Een oude foto, met vader en broertje in het zwembad

‘Ik was 19 toen het gebeurde. Vroeger zei ik altijd dat ie een hartaanval had gehad. Maar hij heeft zelfmoord gepleegd. Het fundament werd onder mijn voeten weggeslagen. We zijn 24 jaar verder en ik begrijp het nog steeds niet. Wist ik het maar, dan was het leven de afgelopen 24 jaar misschien een stuk makkelijker geweest. Mijn allergrootste vriend verloor ik. Gelukkig ben ik nooit rare dingen gaan doen, geen drugs of alcohol of zo. Mijn moeder heeft me altijd gesteund, en nog steeds, zij heeft natuurlijk ook een enorme klap gehad. Bij alles wat ik doe, denk ik aan hem, dan hoor ik zijn stem. Niet doen, of juist gas erop. Ik mis hem elke dag. Hij heeft ons wel heel goed achtergelaten.’

Met Fly, de laatste herinnering….

Annemieke sprong met haar paarden op licht internationaal niveau, werkte even in het bedrijf thuis, maar ontvluchtte ‘voor de sport’ de eigen moeilijke situatie en ging met de paarden in het Brabantse Son wonen. ‘En toen kwam in Lage Vuursche het huis te kooop naast de smederij waar mijn vader altijd koffiedronk. In de tussentijd had ik zoveel last van mijn rug na een val van de vrachtwagenklep dat ik geen wedstrijden meer kon rijden. Ik had wel nog een oud paard, had ik van mijn vader gekregen, twee weken voordat hij overleed. Fly was speciaal, ik heb er heel veel mee gewonnen, en heel veel van geleerd. Hij werd uiteindelijk 34, heb hem eind december 2018 moeten laten inslapen. Dat was eigenlijk het laatste stukje dat ik van mijn vader had, zeg maar.’

‘Voor mijn gevoel had ik daarmee een soort van hoofdstuk afgesloten, het paardenverhaal was klaar. Paarden, paarden, wedstrijden, het heeft me ook door mijn rouwproces geholpen. Mijn familie heeft misschien nooit zo leuk gevonden, maar ja, dan maar niet sociaal. Ik had verdriet. Dan kom je er ook achter dat je weinig vrienden hebt. Ik ben wie ik ben, nou ja. Het interesseert me helemaal niks meer wat mensen van me denken. Als je vader overlijdt, hebben mensen hebben allemaal wat van je nodig. Tja, ik ben daarna veel belazerd in mijn leven. Je gaat er anders tegenaan kijken als je een aantal keren door een strontkar overreden bent. Daarom geniet ik ook zo als ik de zon zie opgaan hier in het Markermeer. Want vier jaar geleden ben ik naar Volendam verhuisd. Ik had er altijd al veel mee. In de drukte, maar wel waar ik ook nog ’s avonds over straat durf. Geen stal meer, geen hooi voeren.’

Begin 2018 kwam de ommekeer in haar leven: ‘Iemand vroeg me: ga je mee hooi voeren? Waar? Bij de Oostvaardersplassen. Waar? Nooit van gehoord. Door de sneeuw zijn we het verboden gebied ingegaan. Uiteindelijk hebben we een aantal paarden gevonden, het leek wel een filmset van een Jurassic Park-film. Verschrikkelijk. Ik heb de provincie Flevoland gebeld. Meneer Ad Meijer was het, vergeet ik nooit meer. Hij wilde twee dagen later met mij spreken. Ik dacht, oh….met je grote smoel Van Straaten….’

‘Ik heb Antoinette gebeld bij de KNHS, die kende ik van de afdeling Topsport. Wie weet hier iets van? Dat bleek Jan Cees Vogelaar, die leerde ik kennen in de draaideur van het provinciehuis omdat ik hem gebeld had: gaat u met mij mee? Niet wetende dat hij vroeger de eerste was die hooibalen voerde aan de paarden in de Oostvaardersplassen, samen met zijn vriend Kostelijk. Meijer zei na een uur: ik ga mijn best doen. In de Telegraaf stond al snel: provincie besluit tot bijvoeren.’

In de Oostvaardersplassen

Meijer vroeg me om mee te gaan naar het verboden gebied. Ik deed het hek open, en ik ben echt wel wat gewend, maar wat ik daar zag…..paarden verzopen in het ijs. Uiteindelijk bijna 3500 dieren kapot van de honger, verzopen in het moeras. Het was één grote zwarte kale vlakte. Ik ging diep over mijn nek van de lijkenlucht. Toen heb ik besloten om er een missie van te maken. Ik heb de eerste berichten op Facebook gezet en toen kwamen de reacties los: mijn wereld stond op de kop. Vogelaar steunt me nog steeds, da’s hartstikke mooi. Uiteindelijk ben ik een serieuze luis in de pels geworden van de groene clubjes.’

‘We worden gigantisch belazerd, dat steekt me enorm. Onder de noemer ‘natuur’ laten we dieren aan hun lot over, zogenaamd ecologisch verantwoord. Bedacht door politici die bij hun gelofte beloven alles voor de burger te zullen doen. Hou toch op, ze houden direct elkaar de hand boven het hoofd, het is allemaal eigenbelang. Niks voor de burger. Alleen, ik had me er nooit in verdiept, ik was altijd op concours, ik wist het niet. Oernatuur terugcreëren? Gedomesticeerd graasvee, daar praten we over. Nep-natuur, dat is het. Duurzaamheid, het hele stikstofverhaal? Het zijn allemaal verdienmodellen voor de groene clubjes. Groene graaiers noem ik ze.’

Met links Jan Cees Vogelaar en rechts Gert-Jan Ransijn

‘Re-wilding heet het, het opnieuw creëren van natuur. Ik krijg er helemaal jeuk van. Dieren uitzetten en het dan natuur noemen. Ze zijn tegen de boeren maar vangen wel de landbouwsubsidies. En ze worden gesponsord door de Postcodeloterij. Neem de club Free Nature: die gaan een gebied inspecteren voor Staatsbosbeheer. Natuurlijke begrazingsclubs, ingehuurd door Staatsbosbeheer. Of de Stichting ARK, ook gesponsord door de postcodeloterij, de onderaannemer van Staatsbosbeheer en natuurmonumenten. Ze vinden het niet zo leuk wat ik doe, netjes maar wel verdomd lastig. Maar ik weet gewoon hoe we belazerd worden.’

‘En ja, het gaat ook over de wolf. Een prachtig dier hoor, maar hij hoort hier niet. Er wordt gerotzooid met die wolven maar de groene clubjes gaan dat nooit toegeven. Ik weet dat er plannen zijn gemaakt door de stichting ARK. De bruine beer ontbreekt er nog maar aan. Een bijzondere salamander wordt ineens gespot in Zandvoort! Of ergens een zeldzame woelmuis als dat past. Via de Wet Openbaarheid Bestuur kom ik erachter. Duizenden documenten, bijvoorbeeld tussen Staatsbosbeheer en een gedeputeerde. Ik kan je wob-documenten laten zien hoe het er in de achterkamertjes aan toe gaat. Hoe zwarter gelakt, hoe groter de belangen. Ik ben de dagen aan het aftellen tot de verkiezingen, Nederland is gewoon knettergek aan het worden. Gelukkig krijg ik veel steun van Forum voor Democratie, die stellen ook de goede vragen in de Kamer hierover. Thierry Baudet is twee keer bij me geweest, die wil het snappen wat er gebeurt. Ik heb vrijwel dagelijks contact met Gert-Jan Ransijn, fractievoorzitter in Flevoland, en met veel Statenleden in andere provicies.’

Bij het bezoekerscentrum van de Oostvaardersplassen met Thierry Baudet

‘Het is crimineel hoe ze met de natuur omgaan. Heb je laatst Zembla gezien? Een programma over gif storten in natuurplassen. Waar mensen lekker zwemmen. Daar flikkeren ze granuliet in of ander zwaar verontreinigd slib. Gehaald met de vrachtwagens waarmee ons schone zand en grind worden geëxporteerd. Om zo een stuk nieuwe natuur te creëren. En daar dan weer grote grazers erop zetten. Dat levert heel, heel veel subsidie op, daarom worden de boeren weggepest. Maar ze harken wel veel landbouwsubsidies binnen. In november kocht ik zo’n natuurpakketje van Free Nature, met hamburgers, biefstukje, en zo, echt natuurvlees zeggen ze. Afkomstig van dieren die lopen op die vervuilde bodems. Wie zegt mij dat dat vlees veilig is? Ik heb de NVWA erop gezet, in november. Het is nu juni, er is nog geen antwoord. Free Nature geeft ook geen antwoord. Zonder oormerken lopen de beesten daar, moet een boer eens flikken! Meten met twee maten, dat is heel erg en frustrerend. Ik vraag er elke maand naar, ik zit er bovenop, ik laat niet los.’

‘Ik ben wie ik ben, nou ja. Het interesseert me helemaal niks meer wat mensen van me denken, dit is wie ik ben. Ik heb veel mensen in mijn leven verloren, je wordt zo gevormd.Jan Cees Vogelaar heb ik mijn hart gesloten, bijna als een tweede vader. Een van de weinige mensen in mijn leven van wie je onmiddellijk weet dat ze bij je horen. Ik heb ook wel eens vier dagen de telefoon niet voor hem opgenomen hoor. Daarna weer wel, omdat we een goede basis om op door te gaan. Een grote mond? Ja, soms. De frustratie over mensen die me besodemieterd hebben. Ik laat weinig mensen toe in mijn leven. Ze gunnen je alles, zolang je het maar niet hebt. Kom maar op, ik weet dat ik mezelf in de spiegel aan kan kijken.’

‘Een relatie? Ik ben er helemaal niet mee bezig. Ik heb wel samengewoond hoor, drie keer zelfs! Het kan maar zo dat ik ‘m vandaag tegen het lijf loop, maar dan moet ie zo speciaal zijn. Ik ben bezig met mijn missie. Ik krijg een onkostenvergoeding via mensen die doneren. We hebben zes man als razende reporter in de Oostvaardersplassen aan de gang. Daar ben ik druk mee, om geld voor mijn Stichting op te halen. Ik wil de politiek wel in maar ik weet niet of ik daar geschikt voor ben. Als m’n moeder dit leest denk ze: oh nee, help. Ik leef van dag tot dag, al 24 jaar lang. Leven alsof het je laatste dag is. Ik wil aan het werk, leuke dingen doen. En bij mijn vriendje Albert Zoer op een wedstrijd kijken.’

Annemieke onderhoudt al vele jaren een vriendschap met Albert Zoer
Ton Hulshof: ‘Wij hebben geen verdienmodel, anderen wel’

Ton Hulshof: ‘Wij hebben geen verdienmodel, anderen wel’

In 1974 werd de Stichting Recreatieruiter SRR opgericht, later de Stichting Rijvaardigheidsbewijzen Recreatieruiter. Ton Hulshof is de afgelopen vele jaren voorzitter geweest, tegen wil en dank. Want de Stichting leek keer op keer met name voor de KNHS een prachtige buit om binnen te halen.

Dierenarts Ton Hulshof heeft het met zijn kleine team overeind weten te houden, het onafhankelijke exameninstituut dat werkt volgens procedures vergelijkbaar met die van het CBR. Om niet, want het bestuur opereert onbezoldigd, met één persoon in dienst om het allemaal te regelen, Patricia van Iersel die vanuit de NKB bij de KNHS terecht kwam om te werken voor de SRR. Het CBR is in het bestuur vertegenwoordigd, het toenmalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat ook. Je kunt de zaken maar beter voor elkaar hebben, je weet immers maar nooit wanneer de overheid besluit om een soort rijbewijs verplicht te stellen. Inmiddels hebben maar liefst 150.000 ruiters en menners een ruiter- of koetsiersbewijsexamen met goed gevolg afgelegd.

De SRR werd in de jaren ’70 opgericht om de recreatieruiter een positie te geven: ‘Dat waren toch mensen met visie,’ zegt Ton Hulshof. ‘Bij de NHS deden we wat aan topsport, de NKB, KNF, NPC en NBVR waren er voor de breedtesport, dat was het, de rest was niet interessant. Eef Schreurs, vice-voorzitter van de NHS, werd de eerste voorzitter, het ging over ruiterpaden, provinciale landschappen, vereniging van landgoedeigenaren, en natuurlijk een ruiter- en een menbewijs, te behalen via een theorietest en een praktijktest. De paardensport moest veiliger voor paarden en ruiters in de openbare ruimte. Mensen met het meest gevaarlijke voertuig in het verkeer moesten toch een minimale opleiding hebben in theorie en praktijk.’

‘We deden het zelf om niet maar we hebben het ook belangrijk gevonden om de recreatieruiters zo goed mogelijk en zo goedkoop mogelijk van dienst te zijn. We zijn in de afgelopen jaren gepest, ze hebben geprobeerd ons te overrulen, er zijn diverse pogingen geweest om ons over te nemen. Met maar één belang: we moeten de centen hebben van die arme recreatieruiter. Maar wij zijn alleen maar mensen die vinden dat we iets voor de recreatieruiter moeten doen.’

‘In de begintijd van de nieuwe KNHS kregen alle mensen die examen deden, van ons twee jaar gratis lidmaatschap van de KNHS erbij. We deden een paar Euro op het examen erbij en wij kregen een gereduceerd tarief, zo kon dat. Onze afspraak was dat de KNHS na twee jaar zo relevant en interessant moest zijn voor de recreatieruiters dat ze vrijwillig lid zouden willen blijven van de KNHS. Maar wat wilde de KNHS: als je een ruiter- of een menbewijs had, moest dat elke twee jaar verlengd worden tegen € 25,-. Met een verplichting om lid te blijven: de koppeling van het ruiter- en menbewijs met het KNHS-lidmaatschap.’

Het ging niet werken, de KNHS als uitvoeringsinstantie functioneerde niet. De nieuwe opgerichte Recreatiesportvereniging werd een fiasco. Eerder al had Hulshof overlegd met directeur George de Jong van de NHS, haalde hij de directeur van de CBR (Centraal bureau rijvaardigheidsbewijzen) erbij en waren ze er steeds sterker van overtuigd dat de SRR als exameninstituut onafhankelijk moest blijven. Het CBR zette René Claesen in het bestuur, minister Karla Peijs zorgde voor een hoge ambtenaar, Ger Tax. Zo zou aan de wens van het ministerie voldaan kunnen worden als die zou komen. 

‘Met KNHS-voorzitter Theo Ploegmakers was het in het begin even heel close, we kregen op papier zelfs dat we het enig erkende exameninstituut voor het ruiter- en menbewijs waren. Maar niet veel later ging ook de FNRS examens afnemen, erkend door de KNHS. Gekoppeld aan het ruiterpaspoort, waren ze meteen lid van de KNHS. Ger Tax en René Claesen hebben geprobeerd om de mensen van KNHS en FNRS uit te leggen dat het bij examens gaat om eindtermen en dat je de opleiding daarop moet baseren. Ze zijn in een commissie gaan zitten om te kijken waar de opleidingen aan moeten voldoen. Om FNRS, SRR en KNHS bij elkaar te krijgen. Wij wilden naar het CITO maar er moest eerst 18.000 euro aan een minder kwalitatief instituut uitgegeven worden vonden KNHS en FNRS. Zo slecht, gewoon geld in de sloot gegooid. Toen zijn wij alsnog naar het CITO gegaan om een kwalitatief goed examen te hebben en een CITO-certificering. KNHS en FNRS hebben daar niet aan meebetaald, we hebben ze er wel bij betrokken.’

‘Het was de bedoeling dat de KNHS en de FNRS het lesmateriaal zouden verzorgen en dat de SRR alleen de examinering zou doen. Er zouden twee boeken komen, dat werd elke keer weer uitgesteld. Op onze examinatorenvergadering waren de KNHS en FNRS als toehoorder erbij maar ze verstoorden de vergadering, verkochten gewoon hun eigen boeken. Met een aantal academisch opgeleide mensen in het bestuur hebben we naar de boeken gekeken: inhoudelijk niet juist, taalkundig veel fouten, grote gedeelten van ons materiaal overgenomen ondanks het copyright.’

‘Toen werden ze een partij boos! Het is echt geëscaleerd begin december 2014. We hebben een gesprek met de besturen gehad en daarna kregen we bericht dat ze het contract met ons opzegden, de KNHS wilde van ons af, er kwam een rechtszaak. De rechter zei: ieder contract is eindig maar je moet wel de voorwaarden in acht nemen uit de overeenkomst. Dat betekende eigenlijk opzeggen per 1 januari 2017 omdat het om een vol kalenderjaar moest gaan als opzeggingstermijn. Maar de verhoudingen waren dermate verstoord dat ze alsnog gevraagd hebben in september om akkoord te gaan met de beëindiging per 1 januari 2016 en dat hebben we toegestaan. Patricia mocht vanaf maart 2015 al geen contact meer hebben met ons bestuur. Ze wilden zelf examens gaan afnemen, als een verdienmodel.’

‘We hebben als bestuur overlegd: we doen de organisatie zelf! We hebben Patricia van Iersel van de KNHS benaderd, gevraagd of ze bij ons wilde komen werken. Ze werkte al voor ons. Op de dag dat ze de arbeidsovereenkomst opzegde, mocht ze niet meer terug naar haar werkplek. Vervolgens kwam financieel directeur Theo van der Meulen en toen nog directeur John Bierling. Patricia kan er nu lachend op terugkijken: “Of ik wel wist wat ik deed, ze hadden grote plannen met me, ze vonden me onmisbaar voor de organisatie. Nou ja, daar had ik nooit iets van gemerkt, haha. Om 5 voor 12 ’s nachts heb ik toch bedankt.’

Patricia van Iersel (links) heeft het goed naar haar zin bij de SRR

De KNHS bleek een slechte verliezer. Hulshof: ‘Wat gebeurde er toen? De KNHS ging intimideren. De deurwaarder stond voor de deur van het kantoor met een dwangbevel. We zouden computerbestanden en lesboeken ontvreemd hebben. En alle SRR-bestuursleden kregen een brief dat ze hoofdelijk aansprakelijk zouden worden gesteld. Maar bij het einde van de samenwerking zou de KNHS ook alles teruggeven: boeken, examenformulieren, alles. Uiteindelijk is het een rechtszaak geworden eind 2016. Vijf minuten voor de zitting werden al onze eisen ingewilligd.’

‘En toch bleef ik zeggen: we moeten samenwerken met alle relevante partijen. Wij streven naar een zo breed mogelijk draagvlak, dat staat immers in onze doelstellingen. Toen Fledderus Bierling opvolgde, heb ik hem hier aan tafel gehad. Ik vond dat we vrede moesten sluiten, samen de belangen behartigen. Fledderus vond dat niks. Wij konden wel bij hen terecht maar dan moesten we alles opgeven. Geef maar wat je hebt, dan doen wij het wel, dat is vaker hun opstelling geweest. Onlangs heb ik nog een poging gedaan bij Maria Henneman, voorzitter van de ORUN. De ORUN die trouwens achter onze rug om René Claesen benaderde of die niet voorzitter wilde worden. Maar de ORUN is geen onafhankelijk instituut, een voorwaarde voor ons om samen te werken omdat we dat moeten garanderen. Maria Henneman zou gaan streven naar meer onafhankelijkheid van de KNHS. Ik kon Fledderus niet uitleggen dat het in NL onmogelijk zou zijn dat de ANWB rijbewijzen gaat uitgeven en daar eigenaar van wordt. Alleen het CBR kan eigenaar zijn van een rijbewijs, of dat uitgeven. Het CBR heeft dat gedelegeerd aan de gemeente, en wij hadden dat gedelegeerd aan de KNHS

Vanaf 2016 ging de KNHS zelf opleiden en examineren voor het KNHS Ruiterbewijs. Patricia: “Zij nemen de verkeersrit groepsgewijs onder begeleiding van de instructeur af. Bij ons is dat per twee kandidaten, zelfstandig. KNHS claimt dat het nu bij haar levenslang geldig is maar dat is voor zolang je KNHS-lid bent, bij ons is het aan de persoon gekoppeld, niet aan een lidmaatschap. De digitale pas kun je bij de KNHS alleen inzien als je actief/betalend lid bent, een fysieke pas wordt per 1-1-2018 niet meer afgegeven, tenzij je hier specifiek om vraagt. Daarvoor betaal je dan iets van 2,50’maar op de achterkant staat ‘alleen geldig met een KNHS lidmaatschap. Natuurlijk, we merken wel iets teruggang maar er zijn maar een paar FNRS bedrijven die het KNHS Ruiterbewijs afnemen. De grootste leverancier van examenkandidaten, FNRS Manege, doet ‘t nog gewoon bij ons. Bij het mennen hebben we nagenoeg geen last. Dat blijft voornamelijk via ons. Dat gebeurt ook niet via maneges maar meer via instructeurs. Voor dit jaar staan er alweer 20 examens gepland.’

Binnenkort dient de volgende rechtszaak: ‘Wij vinden dat de KNHS geen ruiter en menbewijzen mag afgeven van examens die de SRR heeft afgenomen, daar gaat het nu over. Van de 55.000 actieve ruiter- en menbewijshouder bij de KNHS, hebben nu meer dan 30.000 mensen een levenslang bewijs gekregen van de SRR. Het bestuur van de SRR vond dat wij dit voor onze geslaagden moesten doen. En tja, die zijn dan geen lid meer van de KNHS. Dat verklaart mede de grote terugloop in leden van de afgelopen jaren, van 191.000 naar 144.000.’

‘Sinds 2016 heeft de KNHS een individueel KNHS-lidmaatschap voor ruiter- en menbewijshouder. Alleen als je het zelf opzegt, kun je daarvan af, anders betaal je dubbel. De KNHS geeft keer op keer blijk gegeven van een tunnelvisie waarin ze zelf centraal staan. Maar ja, de meerwaarde van de bond zien de recreatieve ruiter en menner niet. De KNHS opereert krampachtig. Een van onze examinatoren en ook een bestuurslid werden benaderd: als je voor de SRR blijft werken, kom je hier niet meer binnen. Een dwangbevel. En uit de recente enquête druipt er vanaf hoeveel geld ze van de recreatieruiter kunnen vangen.’

‘Het belang van de gebruiker van het paard moet voorop staan, altijd. Dit wordt vaak, vergeten omdat er andere, financiële, belangen spelen. Wij hebben de veiligheidscap voor alle kandidaten en examinatoren ingevoerd, later de bodyprotector voor de jeugd, we hebben eisen gesteld aan het rijtuig, aan de verlichting, aan het niveau van de instructeur. Ook hebben wij onze examinatoren zelf opgeleid en verplicht trainingen laten volgen o.a. door trainers die ook de examinatoren van het CBR trainen. De KNHS vond het niet haalbaar, maar wilde er wel van profiteren. Gelukkig hebben we goede bestuursleden die niet allerlei knellende banden hebben en kunnen we voor continuïteit gaan. René Claesen is de beoogde nieuwe voorzitter, maar hij is nog even druk bezig als nieuwe president van CIECA, de Europese vereniging van rijexameninstituten. Zolang ben ik nog even voorzitter.’

Klik hier voor de SRR-website

Myrle Schoones is best een beetje eigenzinnig

Myrle Schoones is best een beetje eigenzinnig

Myrle Schoones is met de 5-jarige Keizer een van de deelnemers aan de Dutch Eventing Young Horse Trials op zaterdag 30 mei in Renswoude. Ze kocht de jonge Grand Slam x Goodtimes vorig jaar in de online eventing-veiling van ET Auctions. Toen had ze net afscheid genomen van Dimitri, de Vaillant x Enrico die onmiddellijk ook met Raf Kooremans internationaal scoorde. Myrle is pas 21 maar heeft toch een indrukwekkend verhaal hoe het zo is gekomen….

Het verhaal van Myrle Schoones is geen verhaal van luxe leven en onbeperkt investeren. Het is een verhaal van dingen die op je pad komen, maar vooral van een mooi soort eigenzinnigheid om het doel te halen dat je zelf hebt bepaald. Met een Rotterdamse moeder en een Eindhovense vader komt ze uit het Belgische Neerpelt, vlak over de grens. Die hadden niks met paarden: zwemmen was meer wat voor Myrle. Dat deed ze voor het laatst bij PSV in Eindhoven maar in de tussentijd kreeg haar leven een andere wending.

‘Ik wilde liever ponyrijden toen ik 9 was. Het mocht, maar dan moest ik het wel zelf regelen. Ik ben begonnen op de manege in Budel.  Met m’n lieve kleinemeisjesogen heb ik toen mijn vader aangekeken: ik wilde een eigen pony. Ik mocht een verzorgpony, maar ik moest het wel zelf regelen. Nou, die had ik binnen een week gevonden. Arlette Vermunt heeft geholpen om een pony te zoeken. Zij had een zoekertje op Marktplaats staan dat zij een pensionstal had, ik heb haar een bericht gestuurd of ze geen verzorgpony had. Ik ben best wel verlegen, ik zeg wel ‘hoi’ maar het is niet dat ik met iedereen gesprekken zo maar ga voeren. Maar dat durfde ik toen wel.’

‘We hebben de eerste pony gekocht en na en half jaar ben ik voor het eerst op wedstrijd gegaan. Die won ik gelijk. Mijn vader was erbij omdat mijn moeder toen iemand moest coachen met zwemmen. Mijn moeder was ook mijn trainster met zwemmen, ze heeft me net als mijn vader altijd gesupport. Ik ben niet in het zadel geboren, maar vanaf het eerste moment dat ik op een pony zat, zagen ze dat het helemaal paste. Toen gingen we meer op wedstrijd, en toen kwam er ook een tweede pony bij. Mijn ouders zijn heel snel fanatiek te krijgen als het om sport gaat. Toen zijn we ook van stal veranderd, naar Hamont, en van trainer geswitcht. Die zei: je zou eens eventing moeten proberen.’

Met de pony Coco

‘Ik had wel eens wat filmpjes gezien over eventing maar ik vond dat eigenlijk niks voor mij want ik zag alleen maar filmpjes waar van alles misging. Maar mijn vader had ook zitten te zoeken en die werd heel enthousiast. Hij heeft me voor een crosstraining opgegeven in IJsselsteijn bij Gerald Arts, zonder dat ik het wist. Kom, zei hij op een ochtend, we gaan op pad, we gaan een crosstraining doen. Ik vond dat echt zó leuk, ik was direct helemaal verkocht.’

‘In Castenraij heb ik mijn eerste wedstrijd gereden. Myrle zette haar beide pony’s in voor de nieuwe liefhebberij: ‘De een won óf was laatste, de ander had een groot hart en die deed alles voor me maar die was net niet goed genoeg. Plus ik was geen ster in de dressuur, dat vond ik niks. Ik vond eventing zo leuk, ben eigenlijk vanzelf steeds hogerop gaan rijden. Ik werd uitgenodigd voor de perspectieventrainingen bij Martin Lips. Kwam in het kader. Maar ik werd ook al 16 en groter, er moest dus een keer een paard komen. En we zijn geen miljonair dus er moest wat verkocht worden. Een pony hebben we best wel goed kunnen verkopen, toe had ik alleen nog Coco, die met het grote hart. We hebben de selectie voor het EK gehaald maar het is het net niet geworden.’

Myrle kreeg haar eerste paard: ‘Een 5-jarige, van 1m80, en ik was een smurf van 1m65. Als je bij de pony’s hoog hebt gereden, begin je best wel met vertrouwen aan zo’n paard maar ik kwam er snel achter dat dat anders was. Daar heb ik me heel erg in vergist. Achteraf had ik beter mijn ervaring op kunnen doen met een ervaren paard, maar ja. Hij had geen hart om te eventen, had op zijn leeftijd natuurlijk ook geen eventingervaring. In het crossterrein deed ie het goed maar het leek wel of ie een soort van verlatingsangst had, alleen het bos of het weiland in dat durfde ie niet. Ik kreeg hem niet eens de startbox uit, zo erg was het. Hij was voor eventing niet geschikt. Ik heb zo vaak echt heel veel gehuild want tegelijkertijd had ik een super band met hem. Maar met deze heb ik wel echt leren dressuren. Ik heb hem tot en met de Z2 gereden en toen hebben we hem verkocht. Ik geloof echt dat hij niet voor niks op mijn pad gekomen is, door hem ben ik dressuur ook echt leuk gaan vinden.’

In 2012 reed Myrle in de bekende zondagochtendrubriek met haar pony Nikita

Intussen kreeg ook Myrle’s moeder wat plezier in het rijden, op een gegeven moment kreeg ze zelfs een paard, van 14 jaar: ‘Ik eerst erop, hij was super braaf. Toen zij, helemaal verliefd natuurlijk. De eigenaresse had wel een hindernisje gesprongen van 80 cm maar meer niet, eigenlijk alleen dresuur gereden. Mijn moeder zag in mij natuurlijk geen concurrentie voor dit paard. Ik heb gevraagd of ik een keer mocht springen: dat mocht. En hij toonde echt talent! Wel op z’n eigen manier, maar ja. Toen heb ik gevraagd: kunnen we ‘m dan niet een keer meenemen naar het crossterrein? Gedaan, het paard deed echt alles gewoon. Toen was ik al helemaal verliefd. Ik had er een op stal staan waar ik al twee jaar mee zat te kloten om ‘m uit de startbox te krijgen. En m’n moeder kwam met dít paard aanzetten.’

Het was Ravallo van de Smeetshoeve, waarmee Myrle uiteindelijk 4* eventing reed: ‘We zijn wat wedstrijden met hem gaan rijden. Voor de lol B, een keer L proberen, hij vloog overal zo doorheen, M, Z, het ging als een speer. Niet met de beste techniek, maar wel met een super instelling, hij snapte wat er moest gebeuren. Toen begreep ik dat het zo hoorde, dat het niet normaal was wat ik eerder mee had gemaakt. Ravallo is nu 19, twee weken geleden heb ik besloten om hem met pensioen te laten gaan. Hij is nu nog topfit maar om hem nu door te blijven trainen voor wie weet wanneer, ik weet het ook niet.’

Met Ravallo

‘De laatste wedstrijd was een 4* in Polen in oktober, op zich was dat heel goed maar we vielen in het eerste water, ook de eerste keer dat ik van Ravallo viel trouwens, zo’n stomme struikel was het. Ik heb met Ravallo lang in het kader gezeten, dat had echt niemand verwacht. Hij had cornage, waaraan hij later geopereerd is, maar bij de 0-meting was er wat onduidelijkheid. De dierenarts zei: ik weet niet hoe we het verder moeten doen met conditietraining. Jan van Beek toen: hij klinkt misschien als de brandweer maar hij gáát ook als de brandweer. Jan was mijn springcoach, mijn eventing coach. Ik mis hem echt.’

Myrle volgde het VWO in België en begon toen aan een studie criminologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. ‘Dat bleek niks voor mij, na twee maanden ben ik gestopt. In dat tussenjaar ben ik gaan werken bij Renske Kroeze op stal, bij De Beemdhoeve van Jan Kemps. Bij haar heb ik echt geleerd hoe je met een jong paard omgaat. Mijn vader wilde dat ik marketing ging studeren aan de Johan Cruyff Academy maar ik wilde heel heel graag voor schoonheidspecialiste studeren. Uiteindelijk mocht het, een van mijn beste beslissingen ooit. Hierna nog een jaar, dan ben ik klaar. Tja, beetje eigenzinnig wel hè.’

Met Dimitri won Myrle de wedstrijd in Strzegom

‘Het is eigenlijk beginnen te lopen toen ik drie jaar geleden Dimitri ging uitbrengen.Met hem heb ik vorig jaar in Marbach voor het eerst een 4*gereden. En toen vroeg Bettina Hoy me of ik de Nations Cup wilde rijden in Prattoni del Vivaro. Maar dat ging helemaal nergens over, ik ging helemaal de mist in. Het was de eerste keer dat we een echt lange reis maakte, en je bent young rider, en je gaat naar een echte Nations Cup…..voor mij als 20-jarige is dat toch te veel druk geweest, ook in het rijden. Dimitri is een geweldig talentvol paard, maar je moet er echt 1000% op rijden, nooit verslappen. Er was best wel wat animo voor Dimitri en toen heb ik nagedacht. Ik kon nog wel wat geld voor hem krijgen om een jonger paard te kunnen kopen….ik denk een goede beslissing geweest want Raf Kooremans scoorde direct in Boekelo met een topklassering, terwijl ze pas drie maanden bij elkaar waren.’

‘Ik heb heel veel respect voor ruiters die dat wel kunnen op zo’n leeftijd, maar ik had het ff niet. Veel mensen beseffen niet wat voor een druk dat met zich meebrengt. Ik heb gemerkt dat ik superveel voldoening haal uit het beter maken van een jong paard, dat is intens leuk. Na Dimitri was ik op zoek en mensen wisten dat. Renske stuurde me een berichtje: ik heb hier nou echt een leuke 4-jarige staan. Stuurde ze filmpjes door: oké! Echt mijn type paard! Maar ja, hij zou in de veiling komen. Ik dacht: oh…dat had ik nooit gedaan. Ik naar Renske toe, zij er eerst op. Hij was 4 maar nog wel heel groen, met opstappen een beetje rillerig en zo. Maar vanaf het eerste moment dat ik erop zat, had ik meteen weer het goede gevoel. Ik keek mijn moeder aan, we lachten naar elkaar. Ook qua uiterlijk leek hij heel veel op Dimitri.’

Met Keizer, in oktober gekocht in de ET Auction veiling voor eventing paarden

‘In de auto zei mijn vader: het gaat wel moeilijk worden want nou moeten we de hoogste bieder zijn. Dat was super spannend. We hadden een maximaal bedrag afgesproken. We hebben geen bedrijf dus de btw-kosten kwamen er nog bovenop. Raf Koremans appte me nog: heb je al een nieuw paard gevonden? Ik as toevallig aan het bieden en die had hij ook gespot. Het duurde een paar dagen, we hebben gewacht tot de laatste dag. Ik was aan het lesgeven, steeds af en toe stiekem kijken. En toen was het afgelopen! Ik ben de kantine in gerend, helemaal door het dolle heen. We hadden ‘m.’

‘Ik zou Keizer heel graag het WK jonge paarden laten lopen, als 6-jarige, hij kan natuurlijk niet te veel wedstrijdervaring opdoen dit jaar. Maar hij is nog jong, is sinds vorig jaar ook twee centimeter gegroeid. We gaan kijken hoe snel ie alles oppakt, misschien nog het WK voor 7-jarige eventers, en dan verkopen. Dan kan ik weer met een nieuw project beginnen. Probleem is wel dat ik geen hart van een handelaar heb. Eerst naar Renswoude, het is superfijn dat ze dit organiseren. Het wordt ons eerste eventingoptreden, het is mooi om hem ook zo te leren kennen. Bij zoiets kun je namelijk pas echt zien waaraan je moet gaan werken.’

Blauwe ogen, lang blond haar, dat sprak wel tot de verbeelding

Blauwe ogen, lang blond haar, dat sprak wel tot de verbeelding

Het is heerlijk om naar paardenmensen zoals Linda de Jong te luisteren. Nuchter, enorm gepassioneerd, ondernemend maar ook met het hart op de tong en niet bang om ergens iets van te vinden. Vanuit Buitenpost regelt ze haar eigen bedrijven en ondersteunt ze intussen ook het timmerbedrijf van haar partner. ‘Ik ben nogal een bezig bijtje,’ zegt ze.

Ze is de oudste in een gezin met 9 kinderen, boerend op een melkveebedrijf met daarbij een loonbedrijf. Haar vader werd ziek in 2009 en overleed in 2016. Linda pakte haar verantwoordelijkheid: ‘In 2009 was ik 34, we hadden twee boerderijen, met land, de paarden, en een loon – en grondverzetbedrijf, dat zou betekenen dat alles weg zou gaan. Ik heb die verantwoordelijkheid gevoeld, vooral voor mijn zus Paula en broer Hylke die in de paarden wilden. Paula was 24 toen, Hylke 14. We zijn met elkaar om tafel gaan zitten en hebben gezegd: de schouders eronder! Paula woont met haar gezin aan de overkant van mij in Buitenpost, Hylke bij mijn moeder op de ouderlijke boerderij in Dokkum.”

Ons ouderlijk huis staat aan de rand van de stad Dokkum, boerderij de Osseweide, daar is de paardenhouderij met de zorgfunctie.  Aan de rand van de stad kwamen bij ons veel mensen, met gedragsproblematiek, ze hielpen mee, er zat structuur in de werkzaamheden, dat is goed. De professionalisering van de zorg is ontstaan omdat Yvonne Roorda een locatie zocht om paarden en zorg te combineren. We organiseren er nu ook wedstrijden, mensen die daar zijn werken mee, vinden ze hartstikke leuk om te doen, ze voelen zich nuttig. Op de boerderij in Westergeest exploiteer ik, samen met mijn broer Mark en schoonzus Natasja, sinds 2010 het loon- en grondverzetbedrijf. En dan heb ik dus mijn eigen paardenbedrijf, met inkoop, verkoop, noem maar op. En twee Berner Senners met momenteel puppies, eigenlijk ben ik altijd aan de gang. Nee, dat kost me geen moeite, denk niet dat ik niet meer slaap of zo.’

Even terug naar het begin, toen de wereld er nog anders uitzag: ‘In die tijd had elke boer wel paarden erbij en ook mijn moeder reed wel, recreatief. Ook naar Zuidlaren, van Marum naar Zuidlaren in 1976, onder de man met twee aan de hand. Dat was toen heel gewoon, in 1974 naar de eerste Zuidlaardermarkt, ik zat in de kinderwagen. Twee jaar later zat ik voorop. Natuurlijk kwam er later een Shetlandertje, Kissy, daar viel ik wat mee om. Even later een C-ponytje. Toen ik 15 was begon het wat serieuzer te worden: kocht ik pony’s op de markt, en die verkocht ik dan weer. Sleepte ik Paula mee, die was bijna 10 jaar jonger.”

Fokkerij is een belangrijk onderdeel van de paardenactiviteiten van de familie De Jong. Het betreft veulens van eigen merries maar ook het ter dekking stellen van hengsten zoals deze I’mtorius van de Osseweide (Dallas VDL x Damiro x Formateur) op de sprong met Hylke de Jong

Linda wilde de paarden in maar dat vonden haar ouders geen goed idee: ‘Geen denken aan, jij gaat studeren. Dat heb ik gedaan, ik heb een baan gekregen bij de ABN Amro, later werd ik kantoordirecteur in Kollum en Oosterwolde. De paarden ben ik er altijd bij blijven doen, dat wist ook iedereen. Niet zozeer de sport, M2, dan was het voor mij wel genoeg. Het opleiden van jonge paarden vond ik veel leuker. En de handelsgeest zat er altijd al wel in. Plus het coachen van Paula en Hylke, dat is altijd heel leuk geweest.’

De familie De Jong heeft het op een eigen manier aangepakt: ‘Ik weet nog, op een gegeven moment waren we met springen zo ver dat we aan het 1m40 mochten meedoen. Mijn God, wat een drama om daartussen te komen bij de KNHS. Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Veel bellen en lobbyen bij de KNHS. Paula had in Zuidbroek weer drie dagen lang fantastisch gereden in het ZZ. Toen werden we toch op de lijst gezet voor Roggel. Daar reed ze meteen twee keer 0 in het 1m40 en mocht ze de Grote Prijs rijden. Weet je, het heeft niet per se met rijden te maken. Ten eerste kost het heel veel geld, en ten tweede kost het heel veel tijd. Je moet wel de mogelijkheid hebben om drie of vier dagen iemand op stal te hebben. En je komt er niet zomaar tussen. Als je talent hebt en geen geld, is het heel lastig. Mensen kopen tafeltjes om daaraan mee te kunnen doen. Het is in die wereld heel erg van wie je bent en wie je kent. Heel erg jammer. Er zijn veel mensen die met hart en ziel eraan werken maar er daarom niet aan komen.’

‘In 2012 heb ik daarover een gesprek gehad bij de KNHS in Ermelo. Dat, behalve dat paardrijden een erg dure sport is, komt er weinig ondersteuning van de KNHS om de overstap te maken van nationale naar internationaal. We zijn natuurlijk ook lid van de KNHS om een meerwaarde te hebben, maar in deze situatie vond ik die ver te vinden.’

‘Paardensport is een way of life. Als je alleen al kijkt: je bent lid van een vereniging, van de KNHS, je hebt een startpas, je betaalt inschrijfgeld, je vervoer, noem maar op. Het is niet zomaar een hobby, 24 uur per dag ben je ermee bezig, dat kun je niet vergelijken met welke andere sport dan ook. Met alles wat er omheen hangt. De hengstenhouderij, de export, de hele bedrijfstak eromheen. Wij Nederlanders kunnen gewoon goed paarden fokken, met ideale weersomstandigheden. De sport is slechts een onderdeel. En dan hebben we binnen de sport nog allerlei gebruiksmogelijkheden. Dat is voor mensen die niet in die wereld zitten nauwelijks goed uit te leggen. Die zien hooguit alleen de topsport op TV, maar wat eraan vooraf gaat, ziet niemand. Kijk naar onze gigantische successen en de waardering daarvoor in de Sportgala’s. Dat geeft al aan hoe anders onze sport bekeken wordt. Over één kam scheren met andere sporten? Dan word ik helemaal kriegel. Dan denk ik: waarom? We hebben een individuele sport, we kunnen het hartstikke goed inrichten. Waar is de KNHS dan voor ons?’

‘Daar komt bij dat we met onze sport onder het vergrootglas liggen. Wij zitten aan de rand van Dokkum, de paarden lopen in het land. Ja, dan gebeurt er wel eens wat. Als je zes paarden moet vervoeren, dan schiet het niet op met ‘kom maar schatje, nog een beentje’. Ze moeten ook opgevoed worden. Maar mensen hebben nu snel de dierenbescherming gebeld, voor iets wat vroeger heel normaal was. Mensen zijn vergeten dat het dieren zijn en dat je ze niet vanuit menselijk perspectief moet benaderen.’

‘Plus dat we een geslotenheid hebben, ook onder elkaar. Natuurlijk verschilt het heel erg van persoon tot bedrijf. Gesloten met het hekwerk, maar ook om kennis te delen, om dingen te laten zien. Laten we wel wezen: als je er op afspraak komt, is alles piekfijn in orde. Dat is natuurlijk niet de praktijk. Door de handel kom ik op heel veel stallen, je ziet heel veel dingen. Hé, doe je dat zus, doe je dat zo? Thuis zeg ik dan goh, ik heb daar wat gezien, dat was ook wel wat voor ons. Maar dat komt omdat je op die stallen komt. Om dat echt te delen, dat gebeurt niet. Wat we nu doen met handel en export: daar heb ik heel veel voor moeten uitzoeken. Informatie vinden is echt lastig.’

Via de nieuwsbrief van de Kamer van Koophandel werd Linda geattendeerd op een handelsmissie naar Shanghai in 2010: ‘Toeval bestaat niet. Onze ouders waren een paar maanden daarvoor naar Beijing geweest en die zeiden: daar zouden jullie naar toe moeten gaan, echt iets voor jullie. Ik heb het samen met Paula uitgezocht, twee boerinnen van buten. We wisten niet wie er mee gingen, we moesten onze eigen weg zoeken. Sjoerd Meekma ging mee, Horse Service International, de Gerdine Hoeve, Age Okkema, Debby Wolters, zo nog een aantal. Hoe het was? We hebben amper kunnen eten en drinken, zoveel mensen kwamen er op ons af. Al snel hoorden we: die twee meiden die daar staan, die hebben de gang erin. Met onze CD-tjes en video’s. We hebben een foto van elke bezoeker gemaakt, en dat op de achterkant van het visitekaartje geplakt: man met bril foto 2 en zo.’

In de trein in China, alleen erop af

‘Twee maanden later hebben we onze eerste deal gesloten en toen….nou ja, toen hield het niet meer op. We hebben zelf onze klantenkring opgebouwd, dat komt ook wel omdat mijn zusje en ik van ondernemende aard zijn, zeg maar. Afspraken maken, zorgen dat je een chauffeur krijgt en erop af. We waren in dezelfde tijd als Dutch Premium Horses (DPH), zij hebben het ook echt heel goed gedaan. En tja, vrouw en persoonlijkheid, dat wordt soms ook wel onomwonden gezegd. Blauwe ogen, lang blond haar, dat sprak wel tot de verbeelding. Er zijn klanten die graag zaken willen doen om die reden.’

Het zakendoen met China is in de afgelopen tien jaren wel veranderd: ‘De eerste vraag was natuurlijk: zwart en moet 1m50 kunnen springen. Het was moeilijk om aan te geven dat het zo niet werkt. De fundering moet het beste zijn, dat is ook zo met je huis, daar kun je nooit meer bij. Dat is de basis, en dan komt het talent, de sponsors, etc. Plus dat Chinezen gewend waren om voor weinig geld veel te krijgen. Dat was dus niet zo. Ze zochten allemaal naar die toppers. En dan niet kunnen rijden, geen stalmanagement, geen goede coach, wat denk je dat er van zo’n paard overblijft?’

‘Al snel kwamen ze tot het inzicht dat ze meer hadden aan heel fijne gebruikspaarden, L- en M-niveau zeg maar. Dat is een beetje ons geluk geweest. Brave paarden, betrouwbaar. Die klanten kopen nog elk jaar. Je kunt wel elke keer nieuwe klanten aantrekken maar je bestaande klanten tevreden houden is veel beter. Er zijn klanten daar doen we al heel lang zaken mee. Paula heeft met Unanina 1m50 gesprongen. Daar heeft ze een jonge Nassau uit, een vos met aftekeningen, niet al te groot. Niet ideaal voor China, maar die loopt daar nu wel 1m50. Dat kwaliteit geen kleur heeft, dat heeft die koper daar wel wat ingebracht. We missen de contacten nu wel. We kregen laatst 1000 mondkapjes opgestuurd met de boodschap dat we goed op onszelf moesten passen.’

Ook als het gaat om inkoop beschouwt Linda de wereld op haar eigen manier: ‘De basis is wel goed, daar zijn we goed in. Ik waardeer enorm de basisruiter, 20 keer per jaar op concours, de kracht van de herhaling. Bij een andere categorie ruiters worden de punten in een paar maanden erbij gereden. Dan is een paard zomaar Z2, maar dat geeft geen informatie. Iedereen zegt: die handel….nee, dat staan we met elkaar toe. Het is zo belangrijk dat de basis er goed in zit. Fantastisch hoor als een paard met de benen een halve meter de lucht in draaft, maar je hebt er niks aan. Of een halve meter boven de hindernis uit, je hebt er niks aan. Basis, basis, basis, als je dat goed doet, is het goed voor iedereen.’

Linda, Hylke en Paula de Jong met I’mtorius van de Osseweide (Dallas VDL x Damiro x Formateur), een naam waarvan het achtervoegsel refereert aan de ouderlijke boerderij.

‘En dan moeten we kijken naar de meetmomenten. Mijn paard heeft M-niveau. Ja? Een hindernis van 1m20, thuis, kringniveau of CSI*1? Dat maak je allemaal mee. De presentatie naar buiten is ook belangrijk: ik ben ervoor om plaatsingspunten registreren, net als de FEI. Eenduidig. B, L M, Z: zegt een buitenlander niks, net zomin als onze dressuurindeling. Als handelaar heb je daar last van, een klant wil weten wat ie koopt. Ik ben nou op zoek naar een Z2-paard dat 68% kan scoren voor een redelijk budget, moeilijk. In Duitsland zijn ze er eerder mee, daar wordt een wissel spelenderwijs eerder in de proeven meegenomen. Die proeven moeten we ook maar eens goed onderhanden nemen.’

Eigengereid en vrijbuiterig, zo omschrijft Linda haar leven: ‘Dat ik dit zo kan doen, kan ook omdat ik geen kinderen heb. Het is niet standaard inderdaad. Mijn moeder is 67, rijdt nog paard, haalt de kleinkinderen op, is actief. Ik denk dat mijn moeder tropenjaren heeft gehad maar dat is haar niet aan te zien en het is niet aan haar te merken. Het zal in de aard van het beestje liggen, zo zijn we allemaal wel een beetje…’

Kees van den Oetelaar: Ik weet het niet, daarom denk ik er niet licht over

Kees van den Oetelaar: Ik weet het niet, daarom denk ik er niet licht over

“Wat ik mis? Niks! Voor mijzelf is het absoluut geen probleem. Natuurlijk, in het begin was het gruwelijk wennen. Handelen kun je nu alleen met mensen in wie je vertrouwen hebt.” Hengstenhouder en paardenhandelaar Kees van den Oetelaar aan het woord. Hij maakt zich zorgen maar ziet ook kansen: “Als we allemaal de afspraken heel goed naleven, dan kunnen langzamerhand de wedstrijden ook weer beginnen.”

We beginnen met de zorgen. Ze komen samen in een van zijn typerende uitspraken: de hand waar je voer uit krijgt, daar moet je nooit in bijten. Het gaat over de manier waarop we handelen in deze crisis. En over de manier waarop we onze zaken verkwanselen. Nee, de hand waar je voer uit krijgt, daar moet je nooit in bijten.

“Ik heb in de twee maanden dat ik thuis zit, nog niemand horen zeggen: zó is het. Dat is het probleem: we kennen het virus niet. Wat gezegd wordt door mensen die ervaring hebben met virussen, daar moeten we naar luisteren. Een hoop mensen denken er licht over. Ik weet het niet, daarom denk ik er níet licht over. Als er vroeger in Heeswijk MKZ heerste en de wind kwam uit het zuiden, dan was er bij ons in Schijndel niks aan de hand. Ons moeder zei dan: als de wind maar niet draait. De wind draaide, en dan hadden wij het drie dagen later op stal. Als hier taart op tafel staat en die is op, dan gaan we aan het roggebrood. Zo gaat het met het virus ook. Nou zijn nog vooral de ouderen het slachtoffer….”

Met de voorzitter van het Braziliaanse stamboek in Polen rond de vergadering van de WBFSH

“Natuurlijk, 80 of 85 is oud, maar weet je wat je van die mensen kunt leren! Die zijn niet voor niks 80 geworden. Het is zonde dat mensen doodgaan. Ik leef in een dorp waar veel mensen dood zijn gegaan aan de corona. Wat is er nou mooier dan om met een ondernemer van 80 jaar te buurten. Luister maar naar die mensen met ervaring. Los van die heel hoge leeftijden: we moeten niet vergeten dat onze economie toch vooral draait op mensen van boven de 50. Die moeten in leven blijven om de economie overeind te kunnen houden.”

“De economie overeind houden, dat is het belangrijkste waar we nou aan moeten denken. En dat kan alleen maar als je aan je eígen gezondheid denkt èn aan de gezondheid van andere mensen. We moeten er met ons allen voor zorgen dat de economie blijft draaien. Gezond blijven is een voorwaarde daarvoor. Vergelijk het met een bijenvolk, waarvan de bijen enorm goed op de koningin letten. Dat is niet voor niks. De generatie die nu leeft, beseft vaak nauwelijks hoe belangrijk het is dat er íemand is die geld kan maken, van wie ze kunnen leven. Churchill heb ik vast in mijn telefoon staan met een uitspraak: sommige mensen zien de ondernemer als een op geld beluste wolf die men dood moet slaan. Anderen zien hem als een koe die men zonder ophouden kan melken. Maar slechts weinigen zien hem zoals hij werkelijk is, namelijk als het paard dat de kar moet trekken.”

“Waar ik me gruwelijk aan stoor: in Nederland gaat de werkgever kapot aan zijn eigen personeel. Hij sluit zijn eigen zaak om Nederland weer op de been te kunnen helpen. Maar het personeel doet net of ze vakantie hebben, ze gaan feestvieren met elkaar. Pakweg 20 jaar geleden had een werknemer respect voor een baas, werkte alsof het voor hemzelf was. Dat is voor een groot deel weg. Hoe dat komt? Ik weet het niet. De jongere generatie moet veel zuiniger zijn op de mensen waar ze van leven. Als het potje leeg is, dan is het gedaan, dat moeten ze zich goed realiseren. Dan zijn zij wel de eersten die aan de bel trekken, maar dan kan onze regering ook niets meer doen.”

“Als we het daarover hebben: wat me langzamerhand het allermeeste tegenvalt, is onze regering. Ik ben me nou twee maanden wat meer aan het verdiepen omdat mijn neef Joris druk is met de politiek. Het is belachelijk dat we de dingen die we nodig hebben, allemaal in het buitenland moeten kopen. Terwijl we vroeger het beste van de wereld waren, met de farmaceutische industrie als een van de voorbeelden. Nou moeten we het in China of zo gaan kopen. En het is belachelijk hoe onze regering omgaat met onze boeren, onze land- en tuinbouw. We hebben de beste grond van de wereld om te melken en te produceren, de beste mensen van de wereld. De beste hè! Als ze dat nou weer gaan halveren….”

“Die Klaver van GroenLinks en Jetten van D66: als die zo doorgaan…. ik denk dat zij denken dat onze kinderen kunnen leven van vleermuizenmelk uit China. Als wij zelf geen koeienmelk meer hebben….een boer geeft heel zijn hart voor zijn bedrijf maar als hij ophoudt, gaat ie nooit meer aan de gang. We moeten ook op die manier zuinig zijn op de mensen die ons eten geven. We moeten nu al onze medicijnen in het buitenland kopen. De KLM is vooral in Franse handen. We konden vroeger alles maken. En nu? Lener is des leners knecht, onthou dat goed.”

Als ik wegga, neem ik mijn broodtrommeltje mee

“Als we oppassen en ons aanpassen, kunnen we toch iets doen in deze omstandigheden. Maar we moeten oppassen! Als de restaurants opengaan en iemand uit Groningen gaat eten met iemand uit Brabant, dan vraagt de portier: horen jullie bij elkaar? Dan zeggen ze natuurlijk ‘ja’, en dan is het al mis. Als we langzaam weer beginnen en we passen echt goed op, met het nakomen van goede afspraken, dan kunnen langzamerhand de wedstrijden ook weer beginnen. Ik kan me er wel bij neerleggen, ik pas heel goed op in deze tijd. Tot we die vaccinatie hebben, kan ik ermee leven.”

‘Wat ik mis? Niks! Voor mijzelf is het absoluut geen probleem: ik kan met heel weinig leven, heel sober, ik leef al twee maanden in een lockdown, ik lust alles, ben met heel weinig tevreden. Ik verzorg mijn kinderen, doe de tuin, en tussendoor doe ik elke dag nog handel. Natuurlijk, in het begin was dat gruwelijk wennen. Handelen kun je nu alleen met mensen in wie je vertrouwen hebt. Zoals de handel met Holstein, bij iemand waar ik al 40 jaar paarden koop. Als hij een paard gezien heeft, omschrijft hij dat via de telefoon, dan weet ik precies wat ik voor me zie. Verkopen? Natuurlijk! Ik verkoop elk dag paarden. Maar alleen aan mensen van wie ik 100% op aan kan. Ik kan er makkelijk mee leven.”

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst: Willem van den Oetelaar en Maikel van der Vleuten.

“Het gaat niet alleen om mij, het gaat erom dat de jonge generatie de zaken voort kan zetten die we opgebouwd hebben.  Zeker met onze Europese paardenfokkerij staan we er zeer goed voor wat betreft sport en economie. Wij zijn de enige met Duitsland en België waar de paarden vandaan komen waar heel de wereld de sport op uitoefent. Dat blijft ook zo, dat gaat niet veranderen. Een goede merrie kun je gerust laten dekken, dat is absoluut toekomst. Wij hebben dat in ons, wij zijn fokkers. Ik heb naar alle landen in de wereld fokmerries verkocht, drie jaar later is er niks meer van over. Aardappelen poten op het strand levert niks op. Hoe moet je in die bloedhete landen paarden fokken als ze niet op de wei kunnen. Wij hebben de ervaring, het gevoel voor fokkerij, dat kan niemand nadoen. In dat opzicht is er in onze paardensector niks aan de hand want mensen kunnen niet zonder paarden en paarden niet zonder mensen We staan er goed voor maar dat kan alleen maar voortgezet worden als ook de jongere generatie nu oplet.”