Arno Koekkoek: zelf weten waar je mee bezig bent

Arno Koekkoek: zelf weten waar je mee bezig bent

‘Je moet het niet doen om geld te verdienen, dat is alleen maar mooi meegenomen.’ Dat soort woorden past bij paardentransporteur Arno Koekkoek uit Slagharen. Nog maar 37, maar inmiddels ondernemend met een stuk of 6 grote vrachtwagens, met personeel, met vaste contactpersonen. Hij realiseert zich dat dat niet kan zonder de mensen om zich heen.

Arno Koekkoek leidt zijn bedrijf op basis van zijn kennis en ervaring: ‘We verkochten veel paarden naar Marokko, dat was best ver rijden. Persoonlijk zag ik een te groot verschil in hoe ze hier vertrokken en hoe ze daar aankwamen. Ik heb wel een bepaald idee bij de verzorging van een paard, ik denk toch dat ik daar wel kijk op heb, en dan ga je natuurlijk ook kritisch kijken naar anderen. Ik kan wel goed zien of een paard koliekerig is, of ie wat moet drinken, het verschil in behandeling tussen een Arabier, een Fries of een koudbloed. Sommigen in onze branche denken daar nog niet heel goed over na. In elk geval vonden we toen dat we dat zelf ook wel konden doen.’

Uiteraard begon Arno Koekkoek veel eerder met de paarden. Zijn opa had vanuit Noordscheschut bij Hoogeveen een bekende naam in de paarden, met tuigpaarden en spring- en dressuurpaarden. Van huis uit was er een kalvermesterij en pallethandel, waarbij de kalveren langzamerhand plaats maakten voor de paarden. Als kind ging Arno op ponyles in Slagharen, deed bij de pony’s later altijd wel op het hoogste niveau mee en stapte toen over op de paarden.

‘Mijn vader en moeder stimuleerden dat, vooral in de ponytijd, met een vrachtwagentje met de hele familie op concours. Later ben ik vooral jonge paarden gaan aanrijden, vaak voor de handel, met les van Harrie Kok, later Arjen Vos in Dwingeloo en heel vaak van Henri Stegeman. Altijd springpaarden, dressuur deed ik alleen voor de basis, wat noodzakelijk was, zeg maar M2.’ Belangrijke ervaring deed Arno ook op bij het rijden van de EPTM-testen voor het KWPN in Exloo, een jaar of 20 was hij toen.

Niet de grootste hobby
Er zijn veel voorbeelden van jonge, succesvolle ondernemers voor wie school niet de grootste hobby was. ‘School? Tja, dat is een moeilijk verhaal. Ik heb de Mavo afgemaakt, twee jaar autotechniek gedaan, nog even transport en logistiek op het MBO gedaan maar uiteindelijk is er niet zo veel van terecht gekomen. Een beetje de basisdingen weet je dan, omdat het je interesseert. Aan de ene kant jammer, van de andere kant: als ik nou heel lang had doorgeleerd, tja….ik heb veel kennissen en vrienden uit de paardenwereld, dus dan ben je automatisch meer in die sfeer. Dan is de opleiding niet het meest belangrijke. Ik heb nog een blauwe maandag bij Van der Most gewerkt, in de staalbouw, dat moest van m’n vader. We hebben thuis ook een pallethandel en hij vond het goed om ook een keer ergens anders te werken, dat hoefde niet per se thuis.’

Paarden opleiden, uitbrengen en verkopen, dat paste meer bij Arno Koekkoek, en zo leerde hij ook zijn partner Rosalien kennen: ‘Vaak verloopt de handel via vaste contactpersonen in allerlei landen, zo bouw je een netwerk op. En ja, mijn vriendin heb ik ook leren kennen op concours, haar vader zat ook altijd in de paarden. Zelf heeft ze vooral in de ponytijd gereden, met de paarden niet zo veel. Maar ze ging wel vaak mee.’

Zelf weten waar je mee bezig bent
Met het netwerk bouwde Arno Koekkoek ook zijn eigen stal en transportonderneming op: ‘We deden ook al vaker wat transport, naar Denemarken of zo, met de jongens met wie ik omging. Die combinatie van de dieren en de vrachtwagen, dat interesseerde me wel. Ik was een jaar of 22 toen ik voor het eerst naar Marokko reed. In korte tijd ben ik heel veel wijzer geworden want de eerste keer klopten de papieren niet. Dan kom je er snel achter dat de veterinaire papieren eromheen wel heel belangrijk zijn. En dat je niet volledig moet vertrouwen op wat iemand anders zegt, je moet zelf weten waar je mee bezig bent. Andere mensen zeiden dat het zo kon, maar dat bleek toch echt anders. En toen weer terug, een week later of zo. Je moet in zo’n groeiende onderneming als wij hebben ook op dat gebied groeien. In 2019 hebben we nog een keer twee aanhoudingen heel kort achter elkaar gehad waar we nu leergeld voor betaald hebben. Zo blijf je wijzer worden.’

Bedrijf in Marokko
Al snel vestigde Arno Koekkoek samen met zijn Marokkaanse vriend een im- en exportbedrijf voor paarden en materialen. ‘Dat ging goed, de paarden moesten er toch heen. Mijn vriend is meer van de cijfers, doet de boekhouding, is trouwens ook architect. Later hebben we een derde erbij genomen, een ruiter, die vooral goed was in het verder verkopen van de paarden. Dat ging goed, ieder zijn ding, met een eigen netwerk. Via een Finse vrouw kwamen we wat meer in de hogere kringen terecht.’

‘Haar man werd de Finse ambassadeur in Marokko, ze kwam bij ons paarden kijken. Ze ging dus wonen in Marokko, wilde haar paarden daarheen hebben, die vrouw spreek ik nog vaak. Daarna spreek je de vrouw van de Duitse ambassadeur, dan de vrouw van weer een andere ambassade, geweldig. Die jongen daar regelde dat allemaal. Heel normale mensen hoor, van de buitenwereld wordt daar vaak anders naar gekeken. Ook als je heel hoge functie hebt, zal ik toch zeggen hoe ik erover denk, ik doe me nooit anders voor dan dat ik ben. Nuchter boerenverstand zeg maar, gewoon normaal.’

Niet de uiteindelijke drijfveer
‘Weet je, volgens mij moet Ieder voor zichzelf z’n best doen, goed doen wat ie goed vindt. Je moet het doen omdat je het leuk vindt, omdat het je passie is, niet alleen maar om er geld mee te verdienen want dan kun je beter wat anders gaan doen Als ik iets doe, wil ik het goed doen. Geld verdienen is mooi, maar dat is niet de uiteindelijke drijfveer. Anders moet je geen paarden gaan houden want die kosten elke dag geld. Dan had ik beter wat anders kunnen gaan doen.’

Dat deed Arno Koekkoek niet en zo bouwde hij zijn bedrijf uit: ‘Ja, met nu een stuk of zes grote auto’s, een klein autootje, en we besteden ook uit aan buitenlandse transportbedrijven. Daar werken we mee samen omdat we gewoonweg niet alles alleen kunnen doen. Je kunt beter met elkaar dan tegen elkaar werken, alles om het paard zo snel en goed mogelijk op de eindbestemming krijgen. De springstal zijn we gaan gebruiken als Horse Hotel, voor het transport. Dat is nodig, dinsdags en donderdags komen hier heel veel paarden binnen voor transport, met keuringen voor Traces. Van allerhande paarden, ook dravers die weggaan, van mensen die op vakantie gaan, mensen die paarden verkocht hebben, noem maar op.’

Personeel
‘Inmiddels hebben we zes man vast aan het werk zonder mezelf, met een aantal op oproepbasis, we zijn nog steeds op zoek naar nieuwe collega’s. Ik geeft altijd aan, ook aan potentiële nieuwe chauffeurs, dat ze het moeten willen doen omdat het hun passie is, omdat ze het mooi werk vinden, zeg maar hetzelfde streven als ik heb. Rosalien werkt full time, dat noem je zo als je altijd moet werken. Zij doet vooral de facturatie, het bijhouden en archiveren van de ritten die zijn uitgevoerd en de export met douaneafhandeling. Mijn moeder werkt ook mee, zij doet puur de factuuradministratie, de betalingen, zeg maar de dingen waar ik me niet druk over wil maken. Het is lastig om mensen te vinden die dezelfde visie hebben als ik. We hebben ook wel samengewerkt met andere transporteurs, uit de chauffeurswereld, die hadden wel enige ervaring met paarden, kunnen goed vrachtwagen rijden maar wij vragen toch meer dan dat. Wat je zegt moet je ook doen. Het is toch een stuk praktischer als mensen uit de buurt komen, wij vragen veel flexibiliteit, als iets last minute moet gebeuren of mensen vragen ons op zeer korte termijn, dan moeten we snel schakelen en onze chauffeurs ook.’

‘We kunnen in principe op een zeer korte termijn schakelen, we kunnen grote aantallen transporteren en we hebben de kennis en de relaties. Onze vrachtwagens zijn voor 15 of 16 paarden, die wagens bouwen we zelf, dat doen kennissen van me. Eentje komt uit de vliegtuigbouw weg, de ander uit de machinefabriek, die bouwen precies hoe ik het wil hebben. Zo krijgen we wat je nodig hebt voor de verzorging: gemakkelijk en veilig. Daardoor kunnen we een heel goede prijs/kwaliteit-verhouding leveren.’

Ontzorgen
‘Ik denk dat we vooral sterk zijn in het ontzorgen van de mensen: de jongens die handel doen kunnen ook gewoon een paard neerzetten, wij zorgen dat ie afgeleverd wordt, maar 20 kan ook, en 100 ook. Als jij een paard verkoopt naar Zweden, gaat ie dezelfde week weg, ook al is het niet met een eigen auto, we lossen het op. Eigenlijk is het voor ons een beetje een sport om het zo goed en snel mogelijk klaar te krijgen. Die planningen, die moet ik zelf doen, plus dat ik af en toe op de vrachtwagen rijd, in het weekend vaak naar Zweden.’

Zelf rijden? De laatste jaren komt het er niet meer van. De jongens van Arno en Rosalien zijn 11 en 6, hun dochter 10 maanden: ‘De jongens gaan wel eens mee, als het niet te ver is. En de middelste heeft ook een eigen pony. We hebben met ons bedrijf een mooie maat bereikt, heel veel groter hoeft het niet 1-2-3. We zijn aardig flexibel met de wagens en de relaties die we nu hebben. We zijn wel constant bezig met het vernieuwen van ons wagenpark. Misschien dat we in stalling nog wat uit gaan breiden. We hebben nu 40 stallen, we huren elke week 20 tot 40 stallen erbij en het streven is toch om dat toch meer aan huis te hebben. Misschien een keer een tweede locatie, wie weet. Wat we nu hebben, hebben we zelf ook allemaal gebouwd. Weet je, het gaat voor een belangrijk deel ook over de mensen die je om je heen hebt, heel veel uit de buurt. Daar hoort ook een gunfactor bij….’

Bo de Boer: Niks zweverig maar zeker geen geruk en gepluk

Bo de Boer: Niks zweverig maar zeker geen geruk en gepluk

Ze heet Maaike maar iedereen noemt haar Bo: ‘Behalve mijn moeder dan. Bo is de afkorting van mijn achternaam De Boer, zo ging dat toen bij ons in Heemskerk.’ Bo dus, die nogal veelzijdig met paarden begaan is. ZZ-licht gereden, ZZ-licht-jurylid, carrousel-fan, manegelessen en privélessen geven, samen met dochter Floor eventingwedstrijden rijden, examens afnemen voor het SRR-ruiterbewijs èn internationaal chauffeur bij World Horse Transport.

Die veelzijdigheid tekent Bo de Boer, die vanuit een pony- en paardenjeugd in Heemskerk naar de hippische opleiding in Deurne ging. Patrick Mensink was de bedrijfsleider van de manege in Heemskerk en hij kreeg de kans om in Zeewolde een manege te starten. Bo blikt terug: ‘De gemeente Zeewolde wilde medio jaren ’80 een manege, daar kon je op inschrijven en Patrick is dat toen geworden. Ik ben eigenlijk meegegaan, in het begin vanuit de stage van Deurne, later ben ik daar gaan werken. Ik heb het 28 jaar gedaan, eerst 40 uur, later met de kinderen zo’n 20 uur. Tot het moment dat zijn dochter het overnam, dat was een logisch moment om andere dingen te gaan doen.’

Veelzijdig
‘Ik heb heel veel paarden naar de Z-dressuur gereden, met een paard ZZ-licht gereden, jureer tot en met ZZ-licht.  Op het moment is het weer eventing, wat ik vroeger best wel veel deed, en nu weer opnieuw. Geen topsport op hoog niveau, gewoon heerlijk ontspannen met mijn paard omgaan, beetje dressuur, beetje springen, beetje eventing. Met mijn dochter Floor van 16 gaan we samen op eventing, ze is best wel fanatiek. We hebben een samengesteld gezin, met Floor, mijn zoon Tjade en Jelle die niet meer thuis woont, en Kennard’s zoon Laurens. Samen hebben we vier paarden bij Manege Kraaij in Nijkerkerveen, van jong tot ouder, en we fokken wat.’

Met dochter Floor tijdens een eventing-training

Chauffeur
Kennard is sinds 2016 Bo’s partner en dan is de link naar het internationale paardenvervoer snel gelegd via zijn World Horse Transport: ‘Dat doe ik nu fulltime. Op de vrachtwagen, dat is superleuk, elke keer weer een avontuur. We rijden natuurlijk geen rondje om de kerk, we gaan naar plekken waar een normale vrachtwagen niet komt. En we rijden met heel veel emotie, bij vertrek, bij aankomst. Vorige week was ik in Noorwegen, van daaruit naar Italië, of met de boot naar Finland, dat soort ritten. In het begin wel eens samen met Kennard, nu zit hij vooral op kantoor omdat het zo druk is. Je kunt ook niet alles samen doen, je moet ook je eigen ding houden. En dan geef ik ook her en der wat privé-lessen, en vrijdagavond bij Manege Kraaij.’

Met Kennard in de stand in Stockholm

Carrousel
De carrousel-hobby werd flink aangewakkerd bij Manege Hillegersberg, waar Bo na Zeewolde een jaar werkte: ‘Voor een stichting onder leiding van Rob en Antoinette Diks, daar had ik twee carrousel-groepen, ze waren al tien jaar Nederlands kampioen. Ik ben ook carrousel-jurylid van de VCN, de Vereniging van Carrouselclubs Nederland. De manege is in september 2021 overgenomen door een horeca-ondernemer die het anders aanpakte waardoor we allemaal bedankt waren. Het viel ook steeds moeilijker te combineren met het werk op de vrachtwagen. En de carrousellessen doe ik nu weer bij Manege Kraaij.’

Ruiterbewijs
Bo de Boer is ook een van de examinatoren van de SRR (Stichting Rijvaardigheidsbewijzen Recreatieruiter) voor het ruiterbewijs: ‘Dat is niet een papiertje dat je zomaar haalt. In het begin in de jaren ’80 was dat wel anders maar nu stelt het echt wat voor. De verkeersrit, de obstakels, een sprongetje. Niet dat het voor veel ruiters zo vaak voorkomt dat ze in het verkeer rijden maar het is wel enorm nuttig in de opleiding. Voor zo’n examendag heb ik eerst contact gehad met Patricia van het SRR-kantoor, en heb ik van tevoren al met de opleider gebeld, even doornemen of er bijzonderheden te verwachten zijn. Je bespreekt de dagindeling, hoeveel paarden er zijn, hoeveel groepjes, hoe ligt het buitenterrein erbij, is het materiaal in orde, dat soort zaken. Omdat je door de jaren heen op veel plekken bent geweest, weet je vaak wel hoe de situatie is, maar toch.’

Bij het 25-jarig jubileum van sponsor van de VCN Harry’s Horse: met 16 commandanten en juryleden een manoeuvre gereden onder luid applaus 

‘Op de dag zelf doe ik eerst even een woordje, vertel ik hoe de dagindeling is. Normaal doen we eerst de theorie, 50 minuten, maar dat wordt nu langzamerhand steeds meer omgebogen naar een digitaal examen vooraf. Daarna gaan de ruiters rustig aan opzadelen, daar moet je ook even bij zijn, dan volgt het rijden op het buitenterrein, zo’n drie kwartier. Ze moeten kunnen wegrijden van de groep, lichtrijden, doorzitten, even zonder beugels doorzitten, een klein sprongetje maken. En ja, het komt voor dat dat niet voldoende is waardoor ik mensen moet vertellen dat ze niet de weg op mogen.’

Bo de Boer als examinator voor het Ruiterbewijs van de SRR

‘De meeste mensen snappen het wel en reageren met: jammer, maar het ging ook wel slecht. Ik vind het leuk om te doen en wil het liefst dat iedereen slaagt, maar je moet wel een bepaald niveau hebben. Je hebt ook mensen die het niet snappen en emotioneel reageren maar dat komt gelukkig niet zo vaak voor. Op de weg rijden ze volgens een plattegrondje in het verkeer. Ik heb niet superveel verkeer nodig om te zien of iemand dat kan handelen. Door Schoorl heen rijden, da’s soms heel druk, met auto’s motoren, fietsers, noem maar op. Echt heel anders dan op een zondag in Raalte, om maar een voorbeeld te noemen. Ik blijf het mooi vinden om die examens af te nemen, laatst bij het opruimen vond ik papieren uit 2003, zo lang doe ik het al.’

Dierenwelzijn
‘Bij Manege Kraaij geef ik vooral kinderen les, bij de volwassenen heb ik de recreatieruiters in de les. Ze willen allemaal vooral op een goede manier met hun paarden omgaan, en dat is ook wat je probeert te brengen in je lessen. Welzijn is een belangrijk woord, maar is ook wel een opgave. Tegelijkertijd moeten we niet doorslaan. Zo’n Dier & Recht: het is goed dat mensen opletten maar ze veroordelen meteen. Op welke manier het dan wel moet? We hebben de boxen al vergroot ten opzichte van vroeger, paarden hebben sociaal contact, ze lopen meer in de wei, dat is allemaal al heel veel veranderd.’

Carrousel rijden bij RSC Kraaij in Nijkerkerveen

‘Bij Kraaij hebben ze gelukkig heel veel weiland en de paarden lopen heel veel buiten. Je ziet dat ze in de lessen echt geweldig zijn: sociaal, niet kribbig naar elkaar, relaxed. Niet iedereen heeft zoveel weiland maar het is wel waar we meer naartoe moeten. Ook qua rijden: bij Rob en Antoinette Diks ging het echt bijzonder diervriendelijk, dat stond op nummer 1, dat zag je ook in het lesgeven. Eerlijk tegenover het paard. Niks zweverig maar zeker geen geruk en gepluk. Lastig is dat de beste stuurlui in ons wereldje vaak aan wal staan. Topruiters moeten het goede voorbeeld zijn, tegelijkertijd doe ik het ze niet na. Ze moeten zelf goed opletten omdat ze een voorbeeldfunctie hebben. Als zij dat niet doen, kunnen wij onze ruiters moeilijk overtuigen dat het beter moet.’

De toekomst
Bo is niet meer van plan om zich fulltime aan een manege te binden, zoals ze zo lang gedaan heeft: ‘Maar het is ook niet de bedoeling dat ik eeuwig op de vrachtwagen blijf. We hebben met ons bedrijf grote plannen. Rob Diks is nou bij ons de bedrijfsleider, hij heeft natuurlijk bijna dertig jaar Manege Hillegersberg gedaan. Op de nieuwe locatie waar we mee bezig zijn willen we ook meer services aanbieden. We kunnen meer quarantainepaarden kwijt die uit de hele wereld komen. Ze hebben beweging nodig, sommige paarden komen met een groom. Verblijf en gelegenheid om te rijden kunnen we bieden, maar ook onze mensen kunnen dat verzorgen. Er komt een aquatrainer die ook ingezet kan worden voor revalidatie. In de quarantaineperiode willen klanten de paarden zo goed mogelijk doortrainen en als je die faciliteiten hebt, kun je ze ook als extra service voor andere klanten inzetten. Stel je gaat verhuizen, je moet je huis uit maar je nieuwe huis is nog niet klaar: dan zorgen wij dat je paard gereden wordt. Dat soort diensten. Plannen genoeg, vandaar dat ik me niet meer wil committeren aan een andere manege. Ik blijf wel steeds het ruiterbewijs afnemen hoor, want dat is echt leuk!’

Gerard Schuttert: Gewoon blijven doen, dan word je vanzelf bijzonder

Gerard Schuttert: Gewoon blijven doen, dan word je vanzelf bijzonder

Gerard Schuttert uit Ommen is voorzitter van het NRPS. Welbewust, zelfverzekerd en gebaseerd op visie maar wel vanuit een zekere dienstbaarheid of bescheidenheid, zoals dat in de familie gangbaar is: ‘Het doen is belangrijk. Daar waar we het podium hebben, zijn we niet te benauwd om het te pakken maar we hoeven niet per se in de schijnwerpers te staan.’

‘We fokten thuis in KWPN-verband en we reden zelfgefokte paarden, begin jaren ’80. Gelderse merries en dan aangepaard met een Volbloed, daar reden we op. Als ze een jaar of 4 of 5 waren, dan werden ze vaak verkocht naar Zwitserland, zo ging dat toen. Of ze bleven, als basis voor de fokkerij,’ blikt Gerard terug.

‘We’ is de familie Schuttert uit Ommen waar vanuit een gemengd bedrijf in de jaren ‘70 langzamerhand werd overgeschakeld naar de varkenshandel, die werd overgenomen door Gerard’s broer Jan, de vader van zijn paardrijdende neven Hendrik Jan en Frank: ‘Maar ook mijn broer Johan, mijn zus Ria en hun kinderen zijn volop betrokken bij de paarden.’

EK
Het was logisch dat ook Gerard ging rijden: ‘Vanaf mijn 8e bij de ponyclub, 6 uur ’s ochtends laden, en dan op concours, bij de Federatie was dat. Ik had een pony bij Arend Zoer vandaan, die heb ik zelf aangereden, gedressuurd en gesprongen, achttal gereden, gecrosst, alles. En in 1983 op m’n 15e heb ik het EK gereden in Zweden, met Jenny Zoer en Uriël Taken in het team, toen in de dressuur ook Gonnelien Gordijn meereed. Ik heb nog even Z bij de paarden gereden en toen ben ik gaan studeren. In 1996 hebben we onze eerste paarden gekocht, ik springen en mijn vrouw Brigitte dressuur maar toen onze twee dochters Anna en Kyra de leeftijd hadden, werd dat toch minder. We hebben nu nog wel een jong paard staan naast de pony’s waar we nu mee fokken. Ik ben een beetje moed aan het verzamelen om daarmee aan het werk te gaan.’

In zijn jonge jaren tijdens de Levade 1982, het kampioenschap van de Federatie, met zijn EK-pony Blitslicht

Gerard werkte na zijn studie bij verschillende agrarische bedrijven en nu bij DSM-Twilmi waar ze vitaminen- en mineralenmengsels voor het voer van landbouwhuisdieren maken. Toen zijn dochters pony gingen rijden werd hij ook voorzitter van de ponyclub in Ommen. En hij kreeg interesse voor het stamboek NRPS: ‘Bij ons op concours was Jan Stegeman uit Ommen de speaker en die vroeg: ben je niet geïnteresseerd om eens te gaan praten bij het NRPS? Ik had wat huiswerk gedaan, in die tijd ook een jonge Kanshebber aangeschaft, waar nog steeds de betere springpony’s van komen. In Wageningen heb ik diervoeding met als bijvak ook veefokkerij gestudeerd, ook gericht op paarden. Fokkerij had altijd al mijn grote interesse. Nou, toen ben ik in 2018 in het bestuur gekomen, met de portefeuille sport en fokkerij.’

Voorzitter
‘In het NRPS-bestuur ben ik begonnen om de fokprogramma’s verder vorm te geven, de selectie tegen het licht te houden, en het NRPS met zo’n 1000 leden meer voor het voetlicht te brengen. Tot in 2020, toen nam Ronald Funke Küpper afscheid als voorzitter, en ben ik in die rol gekozen. Hands on: dat ben ik, maar dat is ook het NRPS. We zijn als bestuur heel inhoudelijk met de fokkerij bezig, we hechten niet aan het pluche. Met mensen die er op dezelfde manier in zitten zoals Liesbeth Bonder, Pauline Knols-van Nispen en Marco Loos, om maar een paar collega’s te noemen. We kennen elkaar en we staan dicht bij elkaar in contact, we zijn bekend bij de mensen die op de evenementen zijn, veel hengstenhouders en fokkers, die vaak geen blad voor de mond nemen. We willen niet bestuurlijk op afstand staan, we willen vooral gewoon normaal doen. We zijn nr. 2 qua stamboek en dat geeft mooie kansen om te groeien.’

‘Natuurlijk heb ik wel meegekregen hoe vroeger het NRPS was. In de beginjaren ’80 en ’90 een beetje een anti-club. Het bestaansrecht van het NRPS was toch ook het zich afzetten tegen de mainstream, het moest vooral onderscheidend zijn van de standaard WPN. En het was een beetje een vrijgevochten club, altijd wat aan de hand. Later was het voor mij vooral een ponystamboek. Heel sterk vanuit de sport ontstaan, dat ook, vooral met burgers die fokten, dat kenmerkte het NRPS. En relatief sterk vertegenwoordigd in het Westen van het land.’

Samen met speaker Jan Stegeman tijdens de keuring.

Niet afzetten
‘Nu zie ik vooral een vereniging in het hele land met enorm veel liefhebberij, met heel veel drive om vooruit te gaan. De professionaliteit kan beter, maar die is al veel beter dan een jaar of 3 of 4 geleden. Daar bouwen we echt aan, ook door goed te luisteren naar de fokkers en hengstenhouders plus de sportmensen. Heel belangrijk om ze ook erbij te betrekken, sportmensen en jonge mensen, daar bouwen we echt aan. En vooral echt luisteren. We zullen nog meer onze eigen lijn moeten kiezen, niet bekend willen staan als het andere stamboek, ons niet afzetten tegen het KWPN.’

‘Met onze fokkers en hengstenhouders een goed paard fokken, daar gaat het om. Daarbij is gezondheid heel belangrijk: wij waren een van de eerste stamboeken die met röntgenologisch onderzoek begonnen. Bij de pony’s zijn we de enige zelfs! En we fokken ook op karakter, zodat we paarden fokken waar mensen blij van worden. Als je een paard uit de stal haalt, moet ie klaar zijn om aan het werk te gaan. Een paard waar je normaal een zadel op kunt leggen. Een paard ook met ‘go’, dat voor je wil werken. Als je een paard met allerlei hulpmiddelen moet motiveren om het werk te doen, dat is vrij snel eindig.’

Paarden die willen werken
‘Professionele amateurs zijn daarom voor ons een belangrijke doelgroep. Toen ik vroeger leerde paardrijden, hoorde het erbij dat je ze alles liet zien. Nu is het veel specialistischer geworden, komen de paarden veel minder in aanraking met allerlei prikkels. Dan is het belangrijk dat ze van nature niet van alles onder de indruk zijn. Ik zei ‘professionele amateurs’ maar het geldt ook voor professionals: als je 10 paarden per dag rijdt, is het wel fijn dat je paarden hebt die willen werken, dat je geen strijd hoeft te voeren.’

‘Dat soort eigenschappen is aan de hand niet altijd even gemakkelijk te beoordelen. Bij de hengstenselectie kennen we drie bezichtigingen en een tweedaags examen, dan letten we extra op karakter en werkwilligheid. Uiteindelijk zullen de betere hengsten zich in de sport moeten gaan bewijzen. De laatste twee jaren zien we dat de kwaliteit van de jonge hengsten die bij ons worden voorgesteld, aanzienlijk toeneemt. Het is belangrijk om de standaard vast te houden: correctheid, gezondheid, functioneel in exterieur, vermogen en schakelbaarheid en karakter. Maar als ze voldoen, dan voldoen ze. Het verrichtingsonderzoek is voor ons geen selectiemoment, bij voorbeeld om de beste 20% goed te keuren. Als klein stamboek keuren we relatief meer hengsten goed dan binnen ons merriebestand gebruikt worden. Maar ze zijn goed, röntgenologisch gezond, ze hebben als jonge hengst aanleg laten zien. En dan moet de sport het uitwijzen.’

Niet te benauwd om aan te pakken

Nederlandse Sportpony
‘Als fokkerijorganisatie zagen we dat de springponyfokkerij wel een heel smalle genetische basis kreeg dus hebben we daar het fokbeleid aangepast. In 2019 hebben we de nieuwe fokrichting Nederlandse Sportpony ingesteld, zonder eisen aan een percentage Arabisch bloed, geen rasfokkerij. Dat heeft wel wat uitlegwerk in alle afdelingen gekost, vooral ook voor de oudere garde. En daarnaast hebben we de allround rijpony met minimaal 20% Arabisch bloed. Sinds 2020 hebben we ook in de ponyfokkerij de disciplines gescheiden, tussen dressuur en springen. Voor die tijd moesten de pony’s alles kunnen.’

‘In de ponyfokkerij lopen we hiermee voorop, we zien zo’n ontwikkeling nu ook wel in Duitsland. In de paardenfokkerij liepen we wat achter. We zijn aan het inhalen, steeds meer op specialisatie, maar hebben ook om ons heen gezien dat je daar ook in kan doorschieten. Zo hebben we ook eventing benoemd als derde, aparte fokrichting. Voor de selectie in de springpaarden hebben we Boudewijn Schepens uit België de laatste 4 jaar als adviseur in de hengstenkeuringscommissie voor springpaarden uitgenodigd. Hij heeft 18 jaar in de hengstenkeuringscommissie van het BWP gezeten, in mijn ogen heeft hij mede aan de basis gestaan van het succes van het Belgische springpaard.’

Naar de andere kant
‘Wat moet een springpaard kunnen? Dat moet je niet te ingewikkeld maken. Een springpaard moet op een gemakkelijke, vermogende manier naar de andere kant van de hindernis springen en hij moet dat ook vol kunnen houden, gezond zijn. Ook in België krijgen ze snel een kans om zich te bewijzen, ze selecteren op minder kenmerken. Dat willen wij als NRPS ook richting springpaardenfokkerij: fijne, vermogende springpaarden met bloed, en het aantal selectiecriteria zo beperkt mogelijk houden.’

‘In 2018 heb ik mezelf kadervorming binnen de vereniging als taak gesteld. Je moet er immers voor zorgen dat er mensen klaarstaan om taken over te nemen. Zeker met een relatief klein stamboek, met drie mensen op de loonlijst en veel vrijwilligers, is het belangrijk dat je kundige mensen aan je bindt. Joyce Lenaerts in de hengstenkeuringscommissie, gastjuryleden als Marten Luiten, Kirsten Brouwers, Amber Hage of Willem Verdonk op de hengsten. Die kun je voor een dag aan je binden in zo’n systeem. Als we dat drie weken achter elkaar moesten doen, dan kregen we deze mensen niet.’

Met Anne en Kyra op concours.

Afscheid nemen
‘Het was een traditie dat functionarissen heel lang bleven zitten, het is goed om er een termijn aan te hangen. Feedback geven en afscheid nemen hoort er niet vanzelfsprekend bij in de paardenwereld. Kijk naar het voorbeeld van Rob Ehrens. Het is best een uitdaging om goede mensen aan je te binden, maar net zo goed om mensen die zich heel lang hebben ingezet een gepast afscheid te bieden. Bij ons noem ik iemand als Gert Teunissen, hij is al 40 jaar vrijwilliger, en in die zin Mr. NRPS. Na 40 jaar kan je met heel veel respect afscheid nemen.’

‘Kijk, het succes van ons stamboek hangt toch af van de individuele successen van de fokkers die de paarden en pony’s bij ons registreren. Als stamboek stel je in die zin weinig voor. Dus moeten we heel goed luisteren. En de fokkers wat te bieden hebben. Advisering, kwaliteit in de keuringscommissies in de baan, zo professioneel mogelijk. Maar ook een nieuw softwarepakket sinds twee jaar: dat mensen hun eigen informatie toe kunnen voegen op de website, hun eigen pony’s en paarden zelf in de etalage zetten, met links naar Youtube, dat is voor eigenaren zelf ook leuk om te doen, simpel en snel.’

Er plezier aan hebben
‘Het is belangrijk dat we succes hebben, dat we het bedrijfsmatig goed voor elkaar hebben, en elk jaar met ons allen er plezier aan hebben in de fokkerij èn in de sport. Het is een heel belangrijke sector in Nederland, waar heel veel geld in omgaat, daar mag je niet lichtzinnig mee omgaan. We bestonden vorig jaar 40 jaar, we hebben nu een generatiewissel van veel mensen die vanaf het begin bij het NRPS betrokken zijn geweest. Onderscheidend in het fokbeleid, dat heeft de strijders van het eerste begin gekenmerkt. Nu is het vooral: welke kant gaan we op?!’

‘Waar we over tien jaar staan? Dan hoop ik dat we een stamboek zijn met leden die ook werkelijk bewust kiezen voor het NRPS en daar hun veulens registreren, zodat we een herkenbare NRPS-fokkerij hebben. En dat in drie disciplines op de Olympische Spelen een NRPS’er meedoet, misschien wel voor de prijzen. Bij de pony’s mee blijven strijden op het hoogste podium, het EK. En in het algemeen: dat NRPS voor onze paarden en pony’s een erkend en gevoeld kwaliteitskenmerk is. Dat willen we bereiken door te luisteren, het voor elkaar te hebben en gewoon te blijven doen. Want ze zeggen op TV dat je dan vanzelf bijzonder wordt.’

Lotte van den Oetelaar neemt hengstenhouderij over: ‘Zo liet ons pap me ervaring opdoen.’

Lotte van den Oetelaar neemt hengstenhouderij over: ‘Zo liet ons pap me ervaring opdoen.’

Het lijkt zo vanzelfsprekend dat een Van den Oetelaar een onderneming runt binnen de eigen familie. Zoals Lotte, dochter van Kees, nu officieel de eigenaresse is van Hengstenhouderij Van den Oetelaar. Samen met haar partner Tijn Vulders gaat ze hopelijk het eerste ‘normale’ dekseizoen sinds de corona-uitbraak tegemoet. Toch leek het een paar jaar geleden nog niet zo vanzelfsprekend….

Lotte is nu 25, moeder van twee kinderen Tijn van 2 en Mies van 8 maanden, en samen met hun vader Tijn woont ze in de boerderij naast de hengstenhouderij. Die voeren ze op basis van de vele hengsten van (schoon)vader Kees: in alle vroegte sperma vangen bij Stal Van der Vleuten waar enkele hengsten zoals Horizontal, O’Bailey en Q Chacco Blue staan en daarna thuis in Schijndel, dan de verwerking op het lab, de koerier rond 09.00 uur, het klantencontact, de bestellingen en de publiciteit.

Lotte had als dochter van zijn eerste vrouw een tijd lang geen contact met Kees: ‘Toen ik 16 was, ben ik eigenlijk pas hier gekomen. Drie jaar daarvoor was ik met een vriendinnetje bij Manege De Rekkendonken in Liempde om te kijken. Dat leek me wel leuk, maar dat kon ik net zo goed hier doen, dat was logischer. Bij Rien, mijn oom, ben ik toen gaan rijden op Manege De Molenheide, gewoon een keer in de week, en daarna al snel helpen, een ponykamp meedraaien en zo. Ooit kreeg ik er wat geld voor, ooit mocht ik een lesje vooroprijden, joh, het was al een eer als je bij hem op stal mocht werken! Ik was er heel lang niet geweest maar ons mam heeft me nooit weggehouden hier, daar ben ik haar dankbaar voor.’

Lotte (l) op de manege van oom Rien

‘Zo ben ik via Rien weer bij ons pap gekomen. Ik heb ook een pony’tje van hem gekregen, reed ik op de manege wat onderlinge wedstrijdjes mee. Toen ik 16 was, heb ik de Volbloed Hopalong Cassidy gereden bij de presentatie in Den Bosch. Ik reed zeg maar BB maar ik had niet in de gaten wat ik daar aan het doen was. Ik moest met een paard dat 1m60 gesprongen had een paar hindernisjes van 1 meter springen, voor volle tribunes. Ik kwam van de manege en ik dacht dat ik wel wat kon rijden. Maar hier op stal was het wel ff wat anders. Ons pap zette mij op allerlei jonge paarden om te rijden, ik weet niet hoe vaak ik eraf ben gevallen.  Kom maar, dat gaat wel, zei hij dan. Als dat nu zou gebeuren, zou ik zeggen: nee, dat kan ik niet maar toen deed je dat wel.’

Lotte reed Hopalong, maar nooit op officiële wedstrijden: ‘Daarvoor moest ik een winstpunt in de dressuur halen. Dat was met Husky van Rosanne van Roosmalen, die stond bij Rien op stal, ben ik met ons pap naar Hulten gereden, won ik, dat was snel geregeld. Hopalong ging weg en toen kreeg ik D’Artagnan en Delina, de Verdi-merrie die later naar Maikel ging. Met D’Artagnan werd ik Schijndels kampioen, heb ik het Brabants Kampioenschap gereden. Zelf opgeleid, van BB tot Z, voor allebei de eerste keer.  Op het voorterrein lag ik er vaak af, toen heb ik ons pap wel eens vervloekt. Maar in de ring won ik dan weer.’

Lotte van den Oetelaar met Farmgraaf (Verdi x Heartbreaker x Landgraf) in Den Bosch in 2014

‘Ik heb met D’Artagnan zelfs een keer in Hickstead gewonnen, daar waren we met Linn, de vrouw van mijn vader, en Doris, de dochter van Agaath van der Lei naar toe gereden. Zo liet ons pap me ervaring opdoen. Een hele rij van goedgekeurde hengsten heb ik steeds heel even gereden. Dat was wel een ding eigenlijk: dat die gekeurde hengsten zelfs met mij een mooi rondje liepen. Misschien was het van ons pap wel vooraf bedacht zo. Ik reed gewoon met een lang teugeltje rond, achteraf bekeken. Heel goed voor jonge paarden in de opleiding, niet zoals tegenwoordig dat met jonge paarden alles perfect voor elkaar is.’

Lotte in actie met D’Artagnan op de Brabantse kampioenschappen in 2014 in Oosteind

Langzamerhand ontstond wel het besef dat Lotte het als professioneel springruiter niet direct zou gaan maken terwijl ze in de handel ook niet echt haar passie had. ‘Dat heb ik wel geprobeerd, mijn vader heeft me wel het paardenverstand geleerd en af en toe wel gestimuleerd maar ik heb het hart er niet voor. Een hengstenshow, mensen erbij, dat vind ik mooi. En thuis dressuurmatig de hengsten rijden, dat ging heel goed.’

‘Ons pap kwam toen met het idee om paarden te gaan insemineren. Ik heb het praktijkexamen Voortplantingsdiploma gehaald, theorieles van Ruud van der Linden gehad, de veterinair die met zijn paard verongelukt is. Zo is het begonnen, eigenlijk met Claartje Ruis en Arjan Bekkers, die veel samen met ons pap deden, vooral om de hengstenshow en de catalogus te combineren. Ik heb veel van ze geleerd. Toen het uit elkaar ging, zijn we hier voor onszelf begonnen.’

Tijn samen met vader Tijn op concours

‘We’ is samen met haar partner Tijn Vulders, erkend paardenman uit Heeswijk-Dinther, die nu nog zijn vader Tijn en zus Marieke steunt in de paardenbusiness Hazelberg met dit jaar 35 veulens. Ze leerden elkaar zo’n 7 jaar geleden kennen: ‘Ik kwam hier voor het eerst met hoefsmid Gertje Wijdeven bij wie ik stage liep. Op concours kwam ik Kees weer tegen en die vroeg of ik niet bij hem wilde komen werken. Ik kan heel goed met hem. Ik ben heel gek met mijn vader maar toch bijna net zo gek met Kees. Het past ook wel. Ik weet niet anders dan dat ik pony’s en paarden zadelmak gemaakt en gereden heb. Hoe gekker, hoe liever ik ze had.’

‘En de handel zit in mijn hart. Toen ik 6 was, ging ik al naar de kippenmarkt, in Mol, Liempde of St-Anthonis. Ik handelde in kippen, konijnen, geiten en zo volgden de pony’s en de paarden, steeds wat groter. Maar ik heb ook ontelbare aantallen pony’s en paarden gesprongen. Ooit 21 paarden op één concours, hier aan de overkant in Schijndel. Ik heb gesprongen tot 1m45 maar ik kon ook een puissance winnen over 2m15 in Alverna toen Rob Bongers dat nog organiseerde. En nou besla ik als hoefsmid alle paarden die hier op stal staan naast het werk van de hengstenhouderij, rij ik verschillende paarden voor Kees en handel ik erbij.’

Tijn met Q Chacco-Blue van Essene, zonder sigaret maar met een opstaand kraagje

Lotte en Tijn wonen nu zo’n drie jaar samen aan de Dungensesteeg in Schijndel. Toen Lotte zwanger was van kleine Tijn besloot Tijn om haar te ontlasten door het insemineren op zich te nemen. Zo’n twee jaar geleden, kleine Tijn was geboren in november, kwam Kees met zijn idee bij Lotte: ‘Hij zei: neem het over. Eerder stond ik op de loonlijst, het was best spannend om dan voor jezelf te beginnen. Net een nieuw kindje, elke dag nieuwe luiers nodig. En toen kwam ook nog corona in ons eerste jaar, best spannend. Ons pap liet het ons zelf uitzoeken maar we hebben nooit het gevoel gehad dat we er alleen voor stonden. Hij laat ons wel onze fouten maken, en ik weet dat hij ons nooit zal laten vallen. Jawel hoor, ik heb hem ooit vervloekt! Waarom help je niet?! Hij blijft dan rustig en zegt: komt goed.’

Lotte in het lab

Waar kleine Tijn nog in november geboren werd, was het met Mies iets lastiger in het afgelopen dekseizoen: ‘Om 3 uur ’s nachts kwamen we met Mies thuis die net een paar uur oud was, om half 8 ging de telefoon voor een sperma-bestelling. De kraamhulp zei: ik geef het wel even door dat ze jou in de gaten moeten houden, want je hebt officieel recht op verlof. We hebben het samen gerooid, Tijn en ik. Hij moest toch onderweg, sperma vangen, verwerken, en dan de verwerking en de administratie. Dat laatste was niet echt zijn ding, we hebben het opgelost met briefjes die ik overal opgehangen had. Ons mam is vaak hier geweest om onze Tijn bezig te houden, of pa en ma Vulders. Tja, verlof. Daar hebben de mensen het dan over maar midden in het dekseizoen werkt dat niet.’

Kees met zijn kleindochter Mies

Lotte en Tijn hopen dat ze nu toch echt een normaal dekseizoen tegemoet kunnen zien: ‘Wij proberen onze band met mensen zo persoonlijk mogelijk te houden. We rijden nog met een schouwhengstje rond, we lossen fouten of misverstanden altijd goed op, mensen kunnen altijd bij ons terug komen. Plus dat we adviseren om met een hengst te dekken, ik weet zeker dat wij niet dwingen. Ooit voel je dat mensen zich schuldig voelen als mensen iets vinden van een hengst van ons pap maar dat hoeft echt niet, ze kunnen bij ons allerlei andere hengsten bestellen. In mijn ogen is Verdi de beste in heel veel opzichten maar mensen mogen dat gerust anders vinden, geen probleem. Dat geldt ook voor de keuze voor het stamboek. Wij zijn natuurlijk van het AES maar mensen moeten echt helemaal zelf weten wat ze gaan doen.’

Hopen dat het binnenkort weer kan, begin april is gepland!

De aanstaande hengstenshow is iets om naar uit te kijken: ‘Ik hoop echt dat we weer een show kunnen doen, begin april. Voor de jonge hengsten zijn het twee moeilijke jaren geweest. Een filmpje is heel mooi maar de meeste fokkers willen de hengsten toch live zien en vinden een 1-op-1-gesprek fijn. We willen ze ook graag laten zien, met ouderwets volle tribunes. Horizontal, net goedgekeurd bij het KWPN, Willem Normandi de For Romance x Ferro-zoon die nu door Doris gereden wordt, O’Bailey van het Brouwershof, Q’Chacco Blue van Essene, maar ook Verdi of Hermantico, of High Five, de Casall uit Pialotta.’

Horizontal, Casall x Quickstar, goedgekeurd bij het kWPN

De waardering voor de aanpak van Kees spreekt uit het verhaal van Lotte en Tijn maar toch: ‘We willen rustig aan opbouwen. En we gaan nog heel veel van ons pap leren, van allebei de kanten. Ons pap kan een veulen kopen, dat mensen hem zes jaar erom uitlachen, en dan staat daar een paard als Verdi. O’Bailey kocht hij met een stuk in de kraag, maar hij zag het goed. Hij kan heel rustig blijven met paarden die anderen al tien keer afgeschreven hebben. En toch wil ik niet helemaal zoals ons pap zijn. Ik wil er meer voor Tijn zijn, voor de kinderen, niet altijd met de paarden bezig. Voor Tijn geldt gelukkig hetzelfde: hij vindt het mooi om vaak op de weg te zijn, te insemineren, paarden te kijken, te kletsen met mensen, te handelen waar het kan. Maar hij neemt ook de oudste mee om koeien te voeren, dat vind ik mooi. Heel kleine dingen die kinderen waarderen, een beetje de boerenopvoeding. De kinderen staan op 1 bij ons allebei. En we realiseren ons heel goed: we hadden dit nooit kunnen doen als dit niet van ons pap was geweest.’

Tijn jr jr: onder een appelboom groeien geen peren

Foto Lotte en Tijn: Equigeniek

Lara Smeets: eigenlijk zijn we er samen ingerold

Lara Smeets: eigenlijk zijn we er samen ingerold

Internationaal rijden onbereikbaar? De 15-jarige Lara Smeets rolde erin, zoals ze zelf zegt. Met de nodige tegenslagen inmiddels, maar wat wil je ook als je pas twee jaar bezig bent met je pony, en dat ook nog in corona-tijd! Het verhaal van Lara kan een inspiratie zijn voor al die jonge mensen die dromen hebben! En voor hun ouders….

Je moet wel wat lef hebben om in twee jaar van niks naar internationaal te gaan, en dat in de eventing! Lara Smeets doet er niet zo moeilijk over: ‘Mijn pony is Sulaatik’s Spotlight, een 11-jarige New Forest ruin, we zijn samen ongeveer twee jaar bezig. Daarvoor hadden we allebei eigenlijk nog geen enkele ervaring en het was ook nooit de bedoeling om zo hoog te komen, eigenlijk zijn we er samen ingerold.’

Lara begon zoals zovelen als klein meisje op de manege: ‘Mijn moeder had een paard waarmee ze recreatie reed, bij manege Blauwe Steen in Wijnandsrade. Toen ik vijf was, ben ik daar ook begonnen met lessen. Spotlight kwam een paar jaar geleden, eigenlijk voor m’n zusje Nina die nu 12 is. Afgepakt? Ja, haha, maar ze krijgt ‘m wel weer terug hoor want ik ben bijna 16 en dan ga ik door met de paarden.’

Lara met Spotlight tijdens de allereerste crosstraining

Dat wil ik ook!
Bij een bezoekje aan een eventingwedstrijd in Kronenberg twee jaar geleden begon de weg waarvan de familie Smeets-Vermeer toen niet kon vermoeden hoe die zou lopen: ‘Ik dacht: dat wil ik ook! Maar we hadden allebei geen ervaring: ik reed op de manege en thuis in de buitenbak, Spotlight had alleen wat dressuur gelopen toen hij bij ons kwam, en nauwelijks gesprongen, laat staan eventing. En toch ben ik er helemaal voor gegaan. Dat betekende veel trainen, veel wedstrijden rijden en zoeken naar wat het beste voor je is. Dat is niet zo gemakkelijk als je in het wereldje komt, want wanneer weet je dat nou?’

Hoe kun je dat nou zien!
‘Ik weet nog wel toen ik voor het eerst ging trainen bij Gerald Arts in Ysselsteyn, dat hij zei: wauw: dat is een echte EK-pony! Dat geloofde ik niet, ik dacht echt: hoe kun je dat nou zien! Ik heb nou crossles gehad van Gerald Arts, van Suzanne Bouten, van Margo van Nijnatten, en nu van Mans Buurman. En in het springen van Nico Nelissen en Iris Lambrichs, in de dressuur van Vivian de la Roy. In Leende heb ik in 2020 mijn eerste oefencross gereden, meteen foutloos, een heel fijn rondje, en ook in het springen foutloos. Toen nog een in Kronenberg en een in Schaijk, ook foutloos, allemaal in de klasse B. Aan het eind van het seizoen heb ik meegedaan aan de Limburgse kampioenschappen in Ysselsteyn, werd ik reserve-kampioen, in de B.’

Links Lara, rechts Nina in Oudkarspel, in de crossoutfit van Claus Close Up, de fotografe die ook de foto maakte.

Ups en downs
‘Door corona kon ik in het winterseizoen natuurlijk maar weinig spring- of dressuurwedstrijdjes rijden om ervaring op te doen. In het voorjaar 2021 ben ik toch L eventing gestart omdat ik door het seizoen heen wat puntjes had kunnen halen. Ik had me ingeschreven voor de talentendag van het beloftenteam, daarvoor moest ik M+1 zijn. Maar zoveel wedstrijden waren er niet. Plus dat je dan ook ups en downs hebt: in Leende sprong ik een heel smalle waterbak in maar meteen over een heggetje er weer uit: foutief parcours, eruit gehaald. In Ede ben ik geweest voor een M-rondje, kreeg ik in het springen vier balkjes in het springen. In België, in Maarkedal, lukte het gelukkig wel.’

Totaal verkeerd ingeschat
Net na de zomer 2021 volgde de beloftendag: ‘Dat ging heel goed. Mans Buurman en Marcelle de Kam beoordeelden de cross, De volgende dag beoordeelden Hélène en Elaine Pen de dressuur en Mans Buurman, Raf Kooremans en Merel Blom het springen. En toen werd ik geselecteerd.’ Dat betekende trainingen in heel Nederland, vanuit Zuid-Limburg een hele inspanning. En de ervaring dat het niet altijd even goed kan gaan, zeker niet in het begin: ‘De eerste 1* in Varsseveld half september ging heel goed, met 68% in de dressuur en een heel goede cross, tot de allerlaatste hindernis. Totaal verkeerd ingeschat op een soort boog met een boom eronder, Spotlight struikelde en toen lagen we samen op de grond. Fysiek hebben we er niks aan overgehouden, maar mentaal toch wel: het vertrouwen was ineens een stuk minder.’

Geen ervaring
Lara pakte de draad weer op, bleef aan het trainen en sprak met bondscoach Mans Buurman: ze mocht naar Polen! ‘Een heel lange reis, met heel veel geregel. De dressuur ging super netjes, ook 68%, met daarna een heel pittige cross omdat het ook een Nations Cup was. In de cross moest ik een bergje op, dan een hindernis en daarna weer omlaag naar een smalletje. Maar ja, ik ging te langzaam de berg op, kroop er een soort van overheen en toen kreeg ik het niet voor elkaar om het smalletje goed te springen. Dat was een weigering, heel jammer, want ik heb de cross mooi uitgereden. En toen het springen, dat stond op 1m10/1m15, terwijl ik totaal geen ervaring had op die hoogte. Ik kwam aan het eind maar wel met drie balken.’

Lara in actie met Spotlight tijdens de CCIP2* in Strzegom

Vertrouwen kwijt
‘Weet je, door Corona hebben we gewoon heel weinig tijd gehad om dat soort dingen te oefenen. Deze winter zijn we verder gaan trainen met Mans, het afgelopen weekend hadden we voor het eerst weer een oefencross in Schaijk. Ik merkte wel dat ik mijn vertrouwen een beetje kwijt was, ook omdat ik er in Ermelo flink vanaf was gevallen in een training. Dan word je in de cross toch iets onzeker, dan ga je iets terugrijden en dat is natuurlijk niet heel handig.’

Ervaring kon Lara in de tussentijd gelukkig ook opdoen met de pony Poseidon B: “Een pony die ik kan rijden via Vivan de la Roy, 17 jaar, hij heeft hiervoor met een andere ruiter Z2-internationaal dressuur gereden en ik rij er nu Z1 mee, werden we derde in Ermelo bij de KNHS-kampioenschappen. Daarnaast heb ik hem meegenomen naar eventingwedstrijden, gewoon om te kijken hoe hij dat zou vinden. Eigenlijk hebben we tot nu toe alles gewonnen.‘

Een heel geplan
Het leven gaat door en Lara is van plan om na het eindexamen dit jaar de HAVO te doen: ‘Dan wil ik proberen een LOOT-status te krijgen om tijd voor de sport te krijgen. Dit jaar word ik 16 en dan ga ik met de paarden verder, daarvoor hebben we nu Lecce Balia RS die nu 6 wordt, een Arezzo x Berlin x Kreator XX, gekocht van Margo van Nijnatten. Afgelopen seizoen heb ik al twee crossen met haar gereden en ook de springwedstrijdjes gaan goed. Het is een heel geplan, twee paarden per dag rijden en tussendoor leren. Ik moet m’n eindexamen halen, dat is minder leuk maar het moet wel. Ik heb met m’n ouders de afspraak dat de punten goed genoeg moeten zijn om op wedstrijd te kunnen gaan.’

Lara met Lecce Balia RS in Ysselsteyn

Lara is inmiddels met Spotlight weer volop aan de gang met de toekomst: trainingen in Baexem, oefencross in Schaijk, het Limburgs kampioenschap in het L-springen en M1-dressuur, een training met hartslagmeting door Carolien Munsters in Renswoude. Op de planning staat op 20 maart een Z-cross in Alphen/Chaam en daarna observatiewedstrijden in onder andere Oud-Karspel: ‘Daar heb ik ook mijn eerste Z-cross gereden afgelopen jaar, toen kwam ik ook op de radar bij de bondscoach. In de observatiewedstrijden kan ik goed kijken hoe het gaat. Het is al gaaf dat ik die wedstrijden kan rijden. Het EK wordt dit jaar gehouden in Strzegom in Polen, ik denk dat de kans 50/50 is, maar daar ga ik voor!’

Vader Mervyn Smeets: je hebt geen idee!
Als je niet ‘in de paarden’ zit, is het een hele onderneming om in zo’n korte tijd dit allemaal mee te maken. Vader Mervyn Smeets: ‘Lara is heel fanatiek, en blijkbaar heeft ze toch talent want de leercurve is zo steil en zo snel! Ze is een medium-puber, dat valt allemaal hartstikke mee. Voor ons als ouders is het fantastisch om te zien, ook omdat je de paarden thuis hebt. We hebben geen binnenbak, en soms is rijden pittig in de kou, regen of in het donker. In het begin vraag je je wel af: waar moeten we zijn? Je hebt geen idee! Trainen in Ysselsteyn is voor ons al een uur en een kwartier, en dat is voor ons dan een thuiswedstrijd. Gelukkig kan ik redelijk mijn eigen tijd indelen, dat is ook wel makkelijk als je een mailtje krijgt dat je volgende week dinsdag een training hebt om 16.00 uur in Ermelo. Uurtje of tweeëneenhalf enkele reis.’

Vlnr: Lara op Poseidon, vader Mervyn op de mobiel, Zusje Nina, moeder Baukje en Poseidon-eigenaresse Elise van der Spoel;
foto Claus Close Up, Ashley Claus

‘Weet je, we kochten twee jaar geleden een leuke pony en die bleek meer in zijn mars te hebben dan we hadden kunnen dromen. Het EK wordt nou toch een serieus doel: het is heel fijn dat we mensen hebben die ons helpen. En wij luisteren heel graag! Fotograaf Ashley Claus van Close Up bij voorbeeld: wij rijden met haar cross-setje en zij zorgt dan voor de foto’s. En Sandy Schaepkens die onze pony masseert en op deze manier bijvoorbeeld meekijkt of de pony iets mist in zijn training. Het is leuk dat je voor iemand mag rijden want echte sponsors zijn op dit niveau moeilijk te vinden. Als ik dan kijk naar alle lessen, het deelnemen aan internationale concoursen: het blijft in zekere zin toch een elitesport.’

Pascalle Wagemans: samen heerlijk emotioneel geworden

Pascalle Wagemans: samen heerlijk emotioneel geworden

Een hengst goedgekeurd krijgen is altijd een mooi feestmoment. Pascalle Wagemans uit Einighausen bij Sittard kreeg het voor elkaar: de Escolar x Vitalis x Lord Loxley die ze als veulen had gekocht, werd zelfs Premienhengst op de keuring in Westfalen. Met dank aan vooral vader Jan Wagemans, haar zus Danielle en Gwen Vogely.

Het verhaal van Pascalle Wagemans (34) is geen standaard-verhaal. Ook geen luxe verhaal, al zou je dat wel kunnen denken: welk meisje krijgt nou het advies van haar vader om na de HAVO eerst maar eens twee jaar naar Duitsland te gaan, in een soort sabbatical? ‘Niks geen verwend grietje, allesbehalve! Ik kon terecht bij mensen die papa goed kende uit de paardenwereld maar ik moest nog geld meenemen om er te mogen werken. Het was echt een harde leerschool, maar voor mij fantastisch: ik heb achter de schermen met veilingen meegeholpen als groom, invlechten, verzorgen en zo, ik heb heel veel geleerd daar, gewerkt van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat.’

Vader Jan Wagemans is haar grote voorbeeld, steun en toeverlaat. De onderwijzer in Einighausen, inmiddels gepensioneerd, startte eind jaren ’80 als hobby met zijn oriëntatie op Hannover en Oldenburg: ‘Het eerste veulentje dat bij ons kwam was Duits, en eigenlijk is die oriëntatie op Duitsland al die jaren gebleven. Ik weet niet anders dan dat hij enorm bedreven is in afstammingen en dat hij een heel goed oog voor de kwaliteit van veulens heeft. Die veulens kochten we, we fokten ze op, ze werden soms goedgekeurd in Duitsland en dan ging ik ze rijden voor de verkoop.’

Vader en dochter Wagemans

Laat maar eens zien
‘Zo ben ik met paarden opgegroeid, niet eens actief bij de pony’s gereden, meteen naar de paarden. Met een jonge Saros heb ik Z gereden, net als mijn zus Danielle trouwens. Ik was een jaar of 15 of 16, was met leerpaarden aan de gang. Welkanto was er ook zo een, de Weltmeyer-zoon die we goedgekeurd hebben gekregen. Maar op een gegeven moment kocht mijn vader geen ervaren paard meer. Als je dat echt wilt, dan laat je dat eerst maar eens zien, zei hij. Vandaar dat ik toen naar Duitsland ben gegaan en sindsdien eigenlijk vooral jonge paarden heb gereden, paarden waar nog niet de knopjes op zitten. Superleuk om ze op te leiden. En ook superleuk om de hengsten op te fokken voor de keuringen.’

Onderwijs
Het is natuurlijk verleidelijk om na de twee jaren in Duitsland in de paardenwereld verder te gaan in de volgende job bij de volgende stal of om thuis te gaan werken. Pascalle koos ervoor om toch verder te gaan studeren, wel in lijn met de twee jaren in Duitsland: ‘Ik heb toen de HBO-docentenopleiding Duits gedaan. En ja, ik heb ook voor de klas gestaan, van m’n 23e tot bijna m’n 30e. Toen kwamen de kinderen die nu 6 en 4 zijn. Ik ben met lesgeven gestopt omdat mijn man ook als revalidatie-arts een fulltime job heeft en ik er toch voor de kinderen wilde zijn. Hij kan niet rijden, heeft er niks mee, maar is naast papa toch ook mijn steun en toeverlaat. Ik heb het zo heel mooi kunnen combineren met het thuis trainen van de paarden, ik kon helpen om de stal verder uit te bouwen.’

Wagemans Stables
Twee jaar geleden richtte Pascalle de Wagemans Stables op: ‘Samen met papa, we zijn zo verbonden met elkaar. Samen met hem is het een heel leuke combi. We hebben een kleinschalige stal, zo’n 15 paarden, met enkele paarden in training voor mensen, heel leuk maar daar ligt niet de nadruk. Dat is toch echt het veulentjes kopen en opfokken. En ook het fokken met onze 2 of 3 merries. Ik ben nou ook mee aan het rondrijden, dat moet ik ook leren. Vooral gericht op Duitsland, dat komt door papa, dat heeft niks te maken met dat we Nederlands bloed niet zouden willen, dat is zo gegroeid. We hebben thuis een binnenbak van 20 x 40, daar ben ik al heel blij mee met m’n halletje en vier hectare land. Personeel hebben we niet. Mijn zusje Danielle werkt ook nog mee, ze heeft ook een eigen baan maar helpt ieder moment van haar vrije tijd mee, maar eigenlijk doe ik toch alles met papa samen.’

Pascalle en Danielle Wagemans

Sorento
‘Zonder hem zou ik niet staan waar ik nu sta. Eigenlijk heb ik het aan de hele familie te danken. Ik ben meer de opleider thuis, best wel wat als moeder met een man die full time werkt. Ik ben nou wel op een punt gekomen dat ik een of twee paarden voor mezelf wil houden. Het is toch ook leuk om te laten zien wat ik kan op wat hoger niveau. Want tja, nou is het zo dat ze al weg zijn voordat ik het kan laten zien. We hebben een heel leuke 5-jarige merrie, Blue Hors Zack x Sorento x Warkant, zelf gefokt. Sorento, de Sandro Hit x Donnerhall, hebben wij trouwens ook als velen gekocht, thuis opgefokt, in Duitsland voor de keuring gebracht en toen verkocht naar de familie Venderbosch. Papa heeft voor hem een stukje PR in Duitsland gedaan, uiteindelijk heeft Stefanie Wolf hem naar de Grand prix gereden oor de stal van Johan Hinnemann.’

Pascalle met de jonge Blue Hors Zack

Klein team
Pascalle Wagemans heeft een klein team van getrouwen om zich heen: ‘Ik ben ook heel blij dat ik Manuela Poulsen heb ontmoet, aan haar heb ik heel veel steun, ze doet het hartstikke goed, verkoopt heel veel paarden, heeft een oog voor wat een goed paard is. Zij is na mijn vader voor mij echt een voorbeeld, ze verkoopt ze over de hele wereld. Ze komt af en toe, dan kijkt ze wel eens mee met de training, maar ik train vooral bij Diederik Wigmans en Krista Kolijn in Weert.’

Escolar x Vitalis x Lord Loxley, goedgekeurd in Westfalen en verkocht naar Landgestüt Celle

De hengstenkeuring
Met de jonge Escolar-hengst in Münster-Handorf werd het nog een beetje spannend: ‘Ik heb heftig corona gehad, ik dacht dat overkomt mij niet. Ik had de hengst zelf klaargemaakt tot de voorselectie, een maand voor de eigenlijke keuring, maar ja, toen lag ik eruit. Gwen Vogely heeft de voorbereiding toen verder opgepakt en ook op de keuring gelongeerd. Ik was er wel maar omdat zij de laatste weken met hem gewerkt had, leek het ons beter om dat zo te laten.  Toen kwam op de keuring het berichtje van de Zuchtleiter dat we een Premienhengst hadden. Ik heb direct Danielle gebeld, en samen met Gwen zijn we toen samen heerlijk emotioneel geworden. Pap was daar ook maar die stond vooral mensen te woord omdat er zo’n animo voor de hengst was. De hengst is via de veiling naar Landgestüt Celle verkocht. Het mooie was ook dat de Zuchtleiter zei: we hebben hem ook geprimeerd omdat hij zich zo goed liet zien aan de longe!’

foto Blue Hors Zack: Ivonka Dopieralski