Miranda van Dongen: paarden zijn leuk maar de wereld erachter is best wel walgelijk

Miranda van Dongen: paarden zijn leuk maar de wereld erachter is best wel walgelijk

Miranda van Dongen is Paard&Miep en haar leven draait om paarden. Op allerlei manieren: ze begeleidt ruiters en paard om sportfit te worden, ze geeft valtraining, ze is instructeur, jurylid, official, mental coach èn ze jureert om de Federatie Paardrijden Gehandicapten vooruit te helpen. Miranda werkt bij Ducate in Woerden, producent van fritesbakinstallaties, en dat geeft haar de ruimte om onafhankelijk in de paardenwereld te staan. Met een eigen mening.

Die eigen mening steekt Miranda niet onder stoelen of banken, gevoed door haar ervaringen: ‘Paarden zijn heel erg leuk maar de wereld erachter is best wel walgelijk ja. Face-to-face glimlachen en dan een mes in je rug, dat is een beetje de paardensport zoals ik het heb ervaren. Ergens zijn we allemaal geraakt door het paard, en hebben we een grote verantwoordelijkheid op ons genomen. Maar er is wel een splitsing ontstaan: voor de fun en voor de liefde voor het paard aan de ene kant, voor een soort van boterham aan de andere kant. Een jaar of vier geleden heb ik op de pony-hippiade gejureerd, in de AB. Ik heb geen Shetlander gezien, dat zegt veel. Alles moet ook op social media. Doordat we een smartphone hebben en een social media kanaal geven we kinderen onbewust het idee dat het heel bijzonder is wat ze doen met hun ‘talent’. Het draait om het aantal volgers, dat is de maatschappij waarin we leven. Waardoor kinderen eigenlijk alleen maar kunnen falen. En als dat gebeurt, is er heel veel pijn en verdriet.’

Gestopt met leren
Zo’n bespiegeling tekent Miranda van Dongen uit Woerden. Nuchter, eerlijk, gepassioneerd paardenliefhebber, altijd bereid om eerlijke mensen vooruit te helpen, iemand die zelf op onderzoek uit is gegaan en zichzelf veel zaken in die veelzijdige paardenwereld heeft eigen gemaakt. De school was daarvoor geen vanzelfsprekende basis: ‘De basisschool: wat een geluk dat ik daarvan af was. Als 5-jarig meisje verhuisden we en ben ik veranderd van school. Ik kwam uit een klas met 19 leerlingen, daar was ruimte voor individuele aandacht, zoals voor mijn gehoorproblemen. Ik kwam in een klas met 40 kinderen zonder die ruimte. Toen ik die school mocht verlaten, dat was echt een yes-moment. Daarna wilde ik kapster worden maar dat kon niet want ik ben een kind met allergieën. Met mijn moeder ben ik naar Deurne gaan kijken, maar ik zag mezelf als 15-jarige niet de helft van het jaar níet thuis zijn. Ik heb een opleiding consumptieve technieken gedaan, toen mbo richting detailhandel, ik ben maar gestopt met leren toen ik 18 was. De vraag was echt wat ik wilde met de rest van mijn leven.’

Net een huwelijk
Miranda was een jaar of negen toen ze begon met manegelessen bij Manege Morgenstond in Woerden: ‘Mijn familie is voornamelijk actief in de muziekvereniging hier, en ik was bij de majorettes. Dat heeft me toch ook gevormd, vooral in discipline. Ik heb toch voor de paarden gekozen. Als ik dat nu bekijk: ze kopen een paard, dat kunnen ze niet meer betalen, zoeken ze maar een bijrijder. Nee, het is gewoon joúw verantwoordelijkheid, als je dat niet kan, moet je het niet doen ook. Door weer en wind, het is net een huwelijk, in goede en slechte tijden. Ik zie te veel dat de schuld altijd extern ligt, er is weinig zelfreflectie in onze paardenwereld.’

Eigen paard
‘Ik heb heel lang gezeurd om een eigen paard, het voordeel was wel dat mijn moeder ook ging rijden. Op 18 april 1995, op m’n vijftiende, was Zorro van mij! Een vuilnisbak, geen papier, 4 of 5 was ie, er was alleen een vaccinatieboekje bij. We hebben we ‘m eerst gestald bij een boer waar ik de paarden verzorgde, toen even op de manege, en toen al snel naar een pensionstal Piet en Mick bij ons in Woerden, daar heeft ie een jaar of acht gestaan, heel trouw, daarna een paar jaren in Nieuwerbrug, en toen zijn we een jaar of 12 geleden terecht gekomen bij de zussen van Piet, bij Clara en Beppy. Eind vorig jaar heb ik hem laten inslapen.’

Springen is nooit de hobby van Miranda geweest, dit was de beste foto….

Overtuigd dat ik heel goed was
‘Ik heb met hem heel veel fouten gemaakt, achteraf bekeken. Wat moet je ‘m voeren? Wist ik veel. We hebben een moeilijke start gehad, ook omdat ik ervan overtuigd was dat ik heel goed was. Je bent puber, op de manegepaarden kon ik heel leuk sturen. Wat wist ik ervan toen ik een eigen paard kreeg, ik viel glashard door de mand. Weet je, nog steeds als ik hoor dat mensen zeggen dat ze verstand van paarden hebben, word ik een beetje kriegelig. Omdat je altijd moet blijven leren. Pas toen ik ‘m een jaar of 10 had, begon ik me te realiseren dat ik helemaal niet zo goed kon rijden. Zorro was een springer, maar ikke niet. Mijn hart ligt bij de dressuur maar ik kan ook intens genieten van andere paarden, zoals tuigpaarden.’

Je kunt nooit meer paardrijden
Zoals dat vaker gaat in de dressuur, duurde het even voordat de puzzelstukjes in elkaar vielen: ‘Toen ging de M1 redelijk snel, er kwam een vervelende blessure tussendoor met artrose waardoor Zorro nooit meer zou kunnen functioneren. Maar ik ben met een manueel therapeut en een fysiotherapeut aan de slag gegaan en in een halfjaar waren we weer aan de gang. We zijn de M2 doorgevlogen en we hebben nog even Z gereden. Toen kreeg ik blessures: een kapotte rug, scheve wervels, enorme pijn, ik wilde alleen weten: wat heb ik? Zodat ik weer kon paardrijden. Maar de uitslag was: je kunt nooit meer paardrijden. Ik heb het toch een paar jaar nog gedaan maar ik was zelf de onstabiele factor geworden, dus wedstrijden ging niet meer.’

Iin de Z-dressuur

Betrokken
‘Ik had een leuke veelzijdige regeljob bij Ducate in Woerden: customer service manager in combinatie met HR-taken. Maar mijn droom viel wel in duigen. Paarden was mijn ding, mijn leven, ik wilde betrokken blijven. Ik moest eerst de instructeurscursus doen voordat ik toegelaten kon worden tot de juryledenopleiding. En ik heb een aparte bixie-opleiding gedaan: als we over tien jaar de paardensport willen bedrijven, dan moeten we er nu iets aan doen. We kunnen de kleinste kinderen een correcte opleiding geven maar vooral dat het besef dat het heel erg leuk is, een bepaalde bewustwording geven. Je moet dan als jurylid ook op dat niveau praten.’

Neusriem
Met het jureren is Miranda inmiddels gestopt: ‘Ik stop er voorlopig mee en waarschijnlijk voorgoed, door alles wat er nu gebeurt. Het gaat me aan het hart maar ik moet mezelf wel in de spiegel aan kunnen blijven kijken. Ik vind het niet correct dat we te maken hebben met een tweedeling: online en offline. Ik heb een pilot gedraaid als toezichthouder voorterrein, het is heel goed dat die functie er is gekomen. Bij voorbeeld omdat er toch nog heel veel paarden de ring in komen met een veel te strakke neusriem, veel ruiters zijn zich er helemaal niet van bewust. Veel van de ruiters die ik de neusriem heb laten corrigeren, waren blij om dat te horen. Maar ja, ik laat iemand op een kampioenschap de neusriem losser maken, de amazone wordt geroepen naar de wedstrijdring en in het laatste gangetje wordt dan toch nog even snel de neusriem aangesnoerd, anders doet ie het misschien niet. Ik vind daar wel iets van ja, de mensen die me kennen weten dat ook. Als toezichthouder ben je een soort assistent van de jury die toeziet op het welzijn van het paard tijdens het losrijden, op zaken als rollkür of overmatig spoor- of zweepgebruik. Als je dat bij een subtop-wedstrijd moet doen, moet je trouwens wel sterk in je schoenen staan.’

Fraude in de hand werken
‘Online is die persoon er niet, niemand weet wat er gebeurt. Ik jureerde in het begin ook de online proeven maar ik ben ermee gestopt vanwege de rol van de toezichthouder die er niet is. Weet jij veel hoe de voorbereiding was? Het is fraude in de hand werken. Ik zag een meisje met de teugel aan het bit die hoort bij de Thiedemann-teugel. Wat is daar van tevoren gebeurd? Toen schrok ik, naïef als ik ben. In overleg met de KNHS heb ik de proef moeten afkeuren. Bij de proeven die ik voor het Voerfonds van de Federatie Paardrijden Gehandicapten beoordeel, speelt dat niet. Het Voerfonds helpt de maneges voor mensen met een beperking om te voorzien in de basisbehoeften, daar gaat de € 2,50 naar toe die mensen betalen voor de beoordeling. Ik beoordeel de proeven via Whatsapp, ik spreek in tot en met punt 30. Ik krijg heel leuke reacties van deelnemers: veel duidelijker dan een protocol! Bij een protocol is er geen sprake van communicatie, geen emotie, en dat kan nu wel. De eerste week was het nog gratis, toen heb meer dan 70 proeven beoordeeld. Ik had weer eens wat geroepen zonder dat ik nagedacht had, dat is wel een beetje wie ik ben.’

Kennis
Het bleef niet bij jureren: ‘Ik had een ontzettende behoefte om kennis actueel te houden en vooral te verbreden. Aan twee kanten: de ruiterkant én de paardenkant. Zit ik op zondag aan de ring, zie ik ruiters enorm falen vanaf het moment dat de voorlezer zegt: we gaan beginnen. Dan heb je het over sportpsychologie. Ik ben van Zorro gevallen, op mijn rug, niet zo slim natuurlijk. Ik leer nu mensen hoe je veilig kan vallen. Of ruiterfitheid: een paard mag verwachten dat de ruiter fit is. In de huidige tijd bewegen we gewoon veel minder. Bij ons in de ruitertraininggroep zat een gepensioneerde dierenarts, nou, die was de beste in alle dingen die we moesten doen, altijd buiten, altijd in beweging. Dat maakt mijn week wel echt vol ja, echt heel vol, ik moet er nu ook even van bijkomen, vooral omdat we mijn broertje zijn verloren, toen werd het even teveel.’

‘En nu heb ik de Franklin-methode opgepakt, zeg maar rijden met ballen, een methode uit de balletwereld. Door het rijden met ballen, onder de billen, onder de armen, worden je hersenen op een goede manier gestimuleerd. Ik zag het twee jaar geleden langskomen en heb een set aangeschaft. Als ik andere mensen kan leren beter te bewegen, laat ik dat niet na. Afgelopen september heb ik mijn certificering afgerond na de opleiding bij Janneke Jansen van de Ruiterschool. Ze is van origine caesartherapeute, specialiseert zich helemaal op het lichaam van de ruiter in het zadel.’

‘Paardenmiep’ verzon ze een jaar of vier geleden: ‘Ik had iets gewonnen bij ehorses, ben daar blogger geworden. Hartstikke leuk maar ik wilde dat voor mezelf gaan doen. Veel mensen noemen me Miep, dus dat werd Paardenmiep. Op mijn verlanglijstje staat nog de 4e module bij de Federatie Paardrijden Gehandicapten. Voor een ruiter met een beperking is erop zitten ook een hele prestatie, dat idee maakt me ervan bewust dat we dankbaar moeten zijn voor wat we wel hebben.’

Zonodig een wedstrijdje doen
Het werk bij Ducate is belangrijk gebleven voor Miranda: ‘Ik woonde eerst samen met een paardenvent, die had twee paarden. Mijn vader vond het zo zielig voor me dat het alleen nog maar over paarden ging. Ook daarom vind ik het belangrijk om mijn werk bij Ducate te blijven doen. Ik ben niet méér bijzonder dan een ander, zo kan ik bij mijn eigen waarden en normen blijven, kan ik me onafhankelijk opstellen. Ik vind het bijvoorbeeld tenenkrommend wat ik het afgelopen jaar gezien heb. Het enige wat we als paardeneigenaren doen is zeuren dat we niet op wedstrijd mogen. We kunnen verzorgen, we kunnen rijden, heerlijk. Daar komt dan nog die ontzettend domme verspreiding van rhino bij waardoor we nog meer hygiëneprotocollen moeten hanteren. En we blijven maar zeuren over wedstrijden, mensen worden lid van allerlei verenigingen om maar aan een wedstrijdje te kunnen deelnemen. Ik zou zeggen: investeer in jezelf, in opleiding, in je paard. Er wordt dagelijks op de IC’s gestreden voor mensenlevens en dan moeten wij zonodig een wedstrijdje doen. Nee, paarden zijn heel erg leuk maar die wereld is best wel walgelijk.’

Een baan in de hippische sector: mogelijkheid of illusie?

Een baan in de hippische sector: mogelijkheid of illusie?

Conny Loonstra is het gelukt: zonder een grote zak met geld en zonder al professioneel ruiter te zijn, bouwde ze zelf haar eigen droombaan op in de paardenwereld. Wat heb je daar nou voor nodig als je toch per se ‘in de paarden’ wilt?

De blonde amazone uit Acquoy was als hobbyruiter druk in de weer om het beter te doen. Tot ze Rien van der Schaft ontmoette, de voormalige bondscoach. Bij hem leerde ze dat dressuur rijden ook ‘logischer’ en ‘leuker’ kan zijn en het duurde niet lang of Conny zag kansen. Want als je er zelf baat bij hebt, dan kan het ook voor anderen gelden!  En zo ontstond in 2011 Paard&Lifestyle, wat later in 2016 DressagePro werd. Dit is een platform gecreëerd voor dressuurruiters die hun paard op een fijne en logische manier willen trainen. Inmiddels is Dressagepro het leidende trainingsplatform voor dressuurruiters waar onder andere online trainingsprogramma’s worden gegeven. Tot nu toe zijn er meer dan 50.000 ruiters hierdoor geïnspireerd en komen de leden uit 35 verschillende landen.

Conny wist al vroeg dat ze iets met paarden wilde doen, toen ze zo’n 14-16 jaar was droomde ze al van het hebben van een eigen stal. Echter werd het geen pensionstal, maar een eigen trainingsaccomodatie. “Ik kwam erachter dat ik het leuk vond om kennis van anderen te delen. Dat leidde tot online trainingen en het organiseren van trainingsdagen. Eerst op de KNHS, maar het werd toen mijn droom om dat op een eigen locatie te kunnen organiseren”. Ze beweert dat een gebrek aan middelen niet perse ertoe leidt dat je geen hippisch ondernemer kunt worden. Niet genoeg geld hebben, geen goed paard of geen eigen stal zijn vaak redenen waarom mensen tegengehouden worden om in de hippische sector hun brood te gaan verdienen. De bewering dat je niet kunt ondernemen in de hippische sector zonder geld of een bekende naam speelt sterk in de paardenwereld. Maar is dit ook echt zo?

Conny’s aangekochte accommodatie voor de verbouwing
Een impressie van de huidige accommodatie

Een soortgelijke overtuiging kreeg Conny ook vanaf jongs af aan mee. In de paardensector is het hard werken en je verdient er niks mee. Toch heeft Conny haar droombaan zelf gerealiseerd en haar eigen trainingslocatie gebouwd. Hoe heeft ze dat voor elkaar gekregen? “Ik ging na mijn VWO een goede opleiding volgen, want dat hoorde zo. Maar terwijl studiegenoten naar carrièredagen gingen, bleef ik fantaseren over het hebben van een eigen onderneming in de paardensector. Ik wilde namelijk wel iets doen waar mijn hart sneller van ging kloppen en dat deed het van de paardensport. Klein probleempje: als ruiter was ik niet goed genoeg en ik had geen grote zak geld om een stal te kunnen beginnen”.

“Na mijn studie ben ik dus niet in de paarden aan de slag gegaan. Wel heb ik een iets ander pad gekozen dan dat gebruikelijk was en ben als zelfstandige als projectbegeleider aan de slag gegaan. Maar ondanks dat ik daarmee het gevoel had dat ik zinnig werk deed, veel vrijheid had en goed verdiende, gaf het mij toch niet genoeg voldoening. Zo erg zelfs dat ik er regelmatig gefrustreerd door raakte, wakker door heb gelegen en (stiekem) wat tranen heb gelaten. En dat allemaal doordat ik niet datgene deed wat ik wilde doen”.

“Mijn ontevreden en onrustige gevoel hield aan en ik ging op zoek naar manieren om invulling te geven aan mijn passie voor de paardensport. Uiteindelijk ben ik langzamerhand de paardenbranche ingerold middels het opzetten van hippische websites, wat uiteindelijk leidde tot TRTmethod en DressagePro (voorheen Paard&Lifestyle). TRTmethod omvat trainingsmodules die veel verschillende onderwerpen behandelen, van ontspannend grondwerk tot geavanceerde dressuuroefeningen. Het geeft alle tools die je nodig hebt om elk gedragsprobleem met je paard op te lossen. Ik wist van tevoren helemaal niets van websites af of hoe ik die moest bouwen, maar als je iets maar graag genoeg wilt, dan kom je een heel eind. Alles wat ik nu doe heb ik eigenlijk mezelf aangeleerd”.

werken in de paarden tristan tucker
Filmen met Tristan Tucker; niet bepaald vervelend werk

Conny is van mening dat je ontzettend gemotiveerd moet zijn, anders ga je het simpelweg niet redden. “Ik geloof namelijk wel dat het werken in de paarden geromantiseerd wordt, net zoals dat dat gedaan wordt voor het hebben van een eigen onderneming. Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn, dus je moet over heel veel passie en doorzettingsvermogen beschikken om datgene te kunnen bereiken wat je wilt bereiken. Het is hard werken, ook als je geen stallen hoeft uit te mesten. Bovendien denk ik dat er in de paardensector nog heel veel kansen liggen, vooral op het gebied van technologie. Dus het meten van sportprestaties, maar ook op het gebied van welzijn”.

Werken in de paarden is wat Conny betreft een droombaan, maar wel een die ze zelf heeft gecreëerd, en die droombaan ziet er voor iedereen weer anders uit. Als beginnend ondernemer duurt het langer dan je verwacht voor je “successen behaalt”. De persoonlijke competenties die je nodig hebt om te kunnen ondernemen in de hippische sector zijn volgens Conny doorzettingsvermogen, discipline, kritisch zijn naar jezelf, analytisch vermogen hebben en uit je comfortzone durven gaan. Vooral die laatste is heel belangrijk. “Wat succesvol is, is voor iedereen weer anders. De een vindt iets succesvol als ze veel omzet behalen, de ander als ze veel vrijheid hebben of niet veel hoeven te werken. Wat in ieder geval nodig is om succesvol te kunnen ondernemen in de hippische sector, zijn de persoonlijke competenties”.

werken in de paarden masterclass
De eerste Masterclass (DressagePro Live) organiseren was ook even buiten de comfortzone gaan. Foto door Babette van der Wal

Hoe zien de werkdagen van Conny eruit? “Om 8 uur ’s avonds ga ik meestal zelf rijden. In het weekend werk ik ook, maar minder dan ‘vroeger’. In de ochtenden hebben we vrijwel geen afspraken en stellen we elkaar geen vragen, zodat we goed focus kunnen houden. In de middag beantwoord ik vragen, heb ik afspraken of werk ik door achter de computer tot het avondeten”.

Waar hoopt Conny dat DressagePro en TRTmethod over 5 jaar staan? “Ons doel over 5 jaar is 100.000 leden voor DressagePro en voor TRTmethod een succesvolle kledingcollectie”.

Tot slot geeft ze als tip mee om creatief te zijn, er zijn zo veel meer manieren om je geld te verdienen in de paardensector dan het zijn van een ruiter of pensionstaleigenaar. “Als je out-of-the box denkt, stappen durft te zetten en je comfort zone achter je durft te laten, het heel graag wilt en er echt een passie voor hebt, doe je jezelf eigenlijk tekort als je daar geen gehoor aan geeft!”

Esther Huisman: Welzijn van je paard verbeteren? Het begint bij jezelf!

Esther Huisman: Welzijn van je paard verbeteren? Het begint bij jezelf!

Weet jij wat je later wilt gaan doen? Of wist jij vroeger wat je wilde gaan doen? Esther Huisman ook niet. Ze studeerde van alles, was zangeres in een band, manager tegen wil en dank maar kwam er uiteindelijk achter: zelfkennis is de basis van alles. Op basis daarvan is ze ervan overtuigd dat ruiters beter kunnen worden. En, net zo belangrijk, dat ook het welzijn van het paard sterk kan verbeteren.

Het verhaal van Esther Huisman begint bij de paarden. ‘Weet je, ik zie mezelf nu nog steeds als een pennymeisje. Heel gek met m’n paarden, ik verzorg ze, vijf keer in de week rijden, heerlijk, maar geen enkele bewijsdrang. Mijn twee paarden kunnen veel meer dan ik van ze vraag en volgens mij vinden ze dat prima. Dat begon ruim 40 jaar geleden toen ik een jaar of 6 was: met Sinterklaas kreeg ik een grote doos met een rijbroek, rubberen laarsjes, sporen en een cap èn een leskaart voor de manege.  Ik heb alles aangetrokken en opgezet, ben met m’n cap op in bed gaan liggen. Ik mocht naar Brummen, naar de manege van ome Gerrit en tante Erna, de eerste les op Rascal, helemaal lyrisch was ik.’

‘Op m’n 14e kreeg ik mijn eerste pony, dat ging heel raar. De pony stond in pension op de manege en mijn ouders lagen in scheiding, een redelijke vechtscheiding. Komt die pony te koop, mijn vader neemt me mee en koopt ‘m. Hij wilde m’n moeder een hak zetten maar ik was spekkoper! Ik denk dat het een kruising was tussen een Engels volbloed en een Arabier, een heel sensibele, snelle merrie. Als je achteraf bedenkt hoe dat soms ging….in mijn eentje, mijn ouders hadden niks met paarden, ze vonden het prima als ze er zelf maar geen tijd aan hoefden te besteden.’

‘Een tijdje heb ik geen paarden gehad, toen ik studeerde. Een beetje vreemde loopbaan heb ik wel gehad, wist nooit zo goed wat ik wilde. Ik vind heel veel verschillende dingen leuk en ik heb het lang lastig gevonden om iets te vinden wat bij me paste. Engels gestudeerd, internationale business studies ook, en in 2001 arbeids- en organisatiepsychologie naast mijn werk bij Super de Boer op het distributiecentrum. Tijdens m’n studie in Groningen rolde ik redelijk onverwacht een professionele coverband in. Ik werkte in een rock-café-achtige kroeg, daar speelde een band, en rond middernacht met aardig wat shotjes tequila achter de kiezen moest ik het podium op, aardig in de olie. Daar moet je wat mee doen, zeiden ze toen. Ik zangles genomen maar voordat ik het wist zat ik in een band. Geweldig om te doen, ik heb dat vijf jaar gedaan. Maar als je voor de 356e keer ‘I Will Survive’ staat te zingen…. ik was er een beetje klaar mee.’

Met Lennox (Laudabilis x Rohdiamant)

Via een uitzendbureau kwam Esther bij Super de Boer, waar ze uiteindelijk tien jaar bleef werken: ‘De paarden kwamen toen weer, zo’n tien jaar geleden toen ik een relatie had met iemand die wilde mennen. We hebben twee paarden gekocht, Lennox en Ex, een Westfaler en een Trakehner. De relatie ging uit, ik heb de paarden gehouden. Moest ik wel af en toe uitleggen wat ik bedoelde als ik zei dat ik nog regelmatig op m’n Ex kroop. Ik vond het mennen niet zo leuk, ik vond het een beetje een oudemannensport. Dat is niet zo, dat weet ik ook wel. Maar ik zit er liever bovenop, dat is mijn voorkeur, dat is het mooie aan de paardensport. Laat mij maar rijden, lekker recreatief. Ik heb wel een paar wedstrijdjes gedaan, les gehad van Lammert Laseur en van instructrices hier uit de buurt. Ze staan sinds drie jaar nog steeds op stal bij Irma Sieling in Grolloo.’

In haar zoektocht naar wat ze nou eigenlijk wilde, liet Esther zich bijstaan door een coach: ‘Ik zat met de vraag: wat past nou bij me? De vragenlijst en het gesprek waren voor mij een soort van life changing ervaring. Ik werkte met een collega, die kostte me zoveel energie. Ik zat altijd in mezelf te verzuchten: schiet nou toch op. Volgens mij kennen veel mensen dat. Daarna kreeg ik pas goed door dat je ook op een andere manier naar collega’s kunt kijken. Na dat traject ben ik arbeids- en organisatiepsychologie gaan studeren. Achteraf was het fijn dat ik dat toen pas deed: als ik 18 was geweest, had ik het niet kunnen plaatsen. Als je managers wilt vertellen hoe ze een team aan kunnen sturen, is het wel handig als je dat zelf ook gedaan hebt.’

‘Dat heb ik namelijk 2,5 jaar gedaan en ik vond het helemaal niks om leiding te geven. Omgaan met zeurders, met onzekerheid, je krijgt van bovenaf iets te horen wat je niet mag vertellen, je moet vanuit de organisatie blijven praten maar tegelijkertijd realiseer je je dat het heel veel impact zal hebben op de mensen. Nee, ik was het niet, ik zal nooit een toppositie krijgen in een grote organisatie. Gebrek aan tact ook. Maar ik pluk er nu nog steeds de vruchten van.’

‘Bij Super de Boer hadden ze een lean-traject van McKinsey bedacht: super interessant, twee jaar lang in een projectteam gezeten, het management van winkels trainen, coaching on the job om klantgerichter te kunnen worden, creatiever te ondernemen, ik vond het fantastisch. Toen kwam in 2006 de zoveelste reorganisatie: ik heb gezegd zet mij maar op de lijst, ik ben er wel klaar mee, klaar om voor mezelf te beginnen. Het was een heel lastige tijd voor veel mensen daar, dat kon ik allemaal meenemen in mijn rugzakje. Hoe werkt dat nou met veranderingen? Wat doet dat met mensen?’

‘Ik wist wat ik ging doen, in 2007 ben ik mijn eigen bedrijf begonnen. Ik wilde geen personeel meer, wel heel veel samenwerken. Hoe ik aan klanten kwam? Oh ja, dat was ook nogal naïef. Maar ja, mijn kennis zat in die retailwereld, en ik vond heel veel dingen leuk, met allerlei cursussen. Ik weet het eigenlijk niet meer, ze kwamen op mijn pad. Het liep best wel snel, al zat er niet een heel duidelijke lijn in. Ik kon al snel aan de slag als docent in het trainen van managementvaardigheden. Ik ben redelijk optimistisch, soms ook naïef hoor. Ik heb me nooit zorgen gemaakt over klanten of inkomen, ik dacht altijd: als het niet goed gaat, stap ik zo naar een uitzendbureau. Dat is tot nu toe niet gebeurd.’

‘Teams en managers trainen om prettiger en effectiever samen te werken, dat deed ik. Op basis van zelfkennis, waarmee alles begint. Begrijp eerst waarom je doet wat je doet, waarom je reageert zoals je reageert. Elke keer was ik weer verbaasd: hoogopgeleide mensen, met heel veel kennis, maar ze hebben vaak nog nooit stilgestaan bij het effect van hun gedrag op de omgeving. Zeker als het minder gaat, is het wel handig dat je daarnaar kijkt. Soft skills? Kijk hoeveel het je oplevert, in ziekteverzuim, in verloop, klantgerichtheid, betrokkenheid, productiviteit, noem maar op, allemaal heel gemakkelijk te vertalen in harde euro’s. Plus dat mensen met ideeën komen als ze het gevoel hebben dat ze gehoord en gewaardeerd worden. Dat heeft allemaal niks met zweverigheid te maken.’

Met Ex (Kasparov x Lucito)

‘Nou had ik mijn paarden, was gek met mijn paarden. Tegelijkertijd: al die mensen die nog nooit naar zichzelf hebben gekeken, die rijden soms wel paard. En dierenwelzijn gaat me erg aan het hart, kijk naar de discussies over de ‘happy athlete’. Dus ik dacht: als ik die mensen inzicht kan geven in hun gedrag als ruiter en ik kan ze inzicht geven in de voorkeuren van hun paard, zodat ze weten hoe ze hun gedrag kunnen afstemmen op de voorkeuren van hun paard, dan gaan ze er prettiger mee om, trainen ze effectiever, hebben ze betere resultaten en voelen de paarden zich beter. Wij als ruiters en paardeneigenaren zijn er immers verantwoordelijk voor om ons gedrag af te stemmen op de voorkeuren van onze paarden.’

‘Als we maar blijven denken: een paard moet maar klaarstaan en doen wat ík wil, dan komt het niet goed. Begrijp je paard, begin bij jezelf. Een paard heeft geen keuze om af te stemmen, de mens wel. Best veel ruiters behandelen hun paard als een brommer. Onzin, hij moet gewoon doen wat ik zeg, hoor je dan. Maar als we zien dat afstemmen op de voorkeuren van ons paard resultaat op levert, dan zijn we vaak wel om.’

‘Stel je voor, je bent iemand die heel secuur is, helemaal gericht op details, iemand die de dingen altijd heel goed wil doen. Je rijdt zes keer het appuyement, wilt de kleine dingetjes verbeteren, het is nooit goed genoeg. Maar als je een paard hebt dat veel meer op de grote lijnen gericht is en snel is afgeleid, die is er na twee keer wel klaar mee. Hoe zich dat uit? Dat kan staken worden, of schrikken, noem maar op.’

‘Of als je een heel ambitieuze ruiter bent, dus veel wilt trainen, met een goed plan, om snel ergens te komen. Als je een paard hebt dat nogal introvert is, dan kan die heel onzeker worden. Het is echt aan jou om te begrijpen dat het paard meer tijd nodig heeft, dat je je tempo moet aanpassen. Of poetsen? Als jij iemand bent die het heel fijn vindt om het paard uitgebreid te poetsen en te groomen maar je hebt een paard dat dat daar niet van houdt: ga dan een ander paard poetsen. Sommige paarden houden heel veel van afwisseling, sommige heel veel van structuur.’

‘Een ander voorbeeld: als je vooral gericht bent op de relatie, fijn, in harmonie, dan kan het lastig zijn om consequent te zijn. Als je een hoog-dominant paard hebt, dan heeft die het nodig dat jij consequent hetzelfde doet. Het paard zal zich anders afvragen wie nou eigenlijk de leider is. Was jij dat of kan ik een stukje pakken? Als je niet consequent bent, wordt het soms gevaarlijk. Het paard kan onhandelbaar worden, komt in de handel, wordt verkocht en bij de volgende eigenaar herhaalt het patroon zich. Ik heb voorbeelden gezien….’

‘In 2013 heb ik onderzoek gedaan naar observatieprofielen voor het paard: vanuit drie verschillende betrokkenen, de ruiter, de partner en de eigenaar, gekeken naar hetzelfde paard. Op onderdelen verschilt dan de mening maar de grote lijn over zo’n paard is heel herkenbaar. Zo ben ik gekomen tot de beschrijvingen van paardentypen in HorseProfile. Iets soortgelijks gaat ook op voor de communicatiestijl van de ruiter. Via mijn bedrijf HorseProfile vul je een lijst over jezelf in met de focus op de omgang met je paard. In principe kun je het zelfstandig lezen en begrijpen, inmiddels zijn er ook instructeurs die je kunnen helpen met het interpreteren. Of ik geef online workshops.’

‘Via de FNRS help ik ook hippisch ondernemers. Met teamtrainingen, of voor instructeurs over lesgeven met stijl, over hoe je je lesklant observeert, en hoe je je boodschap effectief overbrengt naar verschillende typen lesklanten. Bij de een vliegt de tijd voorbij, bij de ander denk je: oef, nog 25 minuten. Dat heeft te maken met voorkeuren in gedrag. Ik heb mijn aanpak aangepast, waardoor je nu voor 35 euro een rapport hebt met je sterke punten, je valkuilen, mens- en taakgerichte kwaliteiten, etc. Een HorseProfile kost trouwens 54,95 en een instructeursprofiel 59,95, inclusief btw.  Als je dat met een team doet, kun je als team ook heel snel goede slagen maken. Het gaat mij vooral om het bereiken van een kantelpunt op het gebied van dierenwelzijn. Op basis van zelfkennis, de basis van alles.’

‘Of het nodig is? Ik denk het wel. Op zoveel onderdelen zijn er specialisten naast de hoefsmid en de dierenarts. De osteopaat, de masseur, de fysio, ruiterfit, noem maar op. Als het gaat over gedrag, het afstemmen: dat was er nog niet. Ik denk dat het toegevoegde waarde heeft in de relatie met je paard. Plus je tilt jezelf op een hoger plan als mens. Maar het begint bij jezelf: als iedereen zichzelf en de ander een beetje beter zou begrijpen, dan zouden we ook een betere wereld hebben.’

Janine van Sommeren: bizar hoeveel ik meemaak

Janine van Sommeren: bizar hoeveel ik meemaak

Op 14 april stapt ze officieel in het paardenbedrijf De Heumstede van stiefvader Rob Janssen. Af en toe verblijft ze een paar maanden in Zuid-Afrika om er te werken. Ze maakt paarden zadelmak, leidt ze op, brengt ze uit, het liefst in eventing. En ze geeft les. En toch is Janine van Sommeren pas 20. Ze praat erover of het allemaal de normaalste zaak van de wereld is, maar toch: ‘Bizar eigenlijk hoeveel ik meemaak.’

Het Zuid-Afrikaanse avontuur was het gevolg van een buitenland-stage van haar opleiding paardensportinstructeur en bedrijfsleiding in Barneveld, bij Aeres. Als je zo’n keuze maakt als 16-jarige, dan moet je toch wat avontuurlijk bloed en iets onverschrokkens in je hebben: ‘Duitsland vond ik te saai, ik dacht: kom, ik ga eens een keer ver weg, dat werd Zuid-Afrika. Onze docent Egbert van Roekel wist iemand in Zuid-Afrika, Maud Aarts, en mijn stiefvader Rob kende haar ook. Maar Maud zat net in een verhuizing, en zij tipte: ga maar naar mijn buurvrouw Carol-Ann Nurden. ‘Ik was 16, ben ik er voor twee maanden heen geweest, hup, wegwezen.’

De opleiding was het gevolg van een opvoeding met ouders die beiden reden maar Janine liever iets anders zagen doen: ‘Ik was 4 of 5, moest een sport kiezen: hockey, voetbal, dansen, turnen, zwemmen, ik heb alles heel even gedaan maar ik vond het allemaal verschrikkelijk. Thuis hadden we een grote E-pony, daar ben ik maar op gaan zitten, super braaf, die was een jaar of 21. En mijn moeder had een Fries, daar mocht ik ook op. Na twee jaar heb ik eindelijk een B-pony gekregen, daar ben ik mee naar de ponyclub gegaan, kreeg ik les van Rob.’

Samen met stiefvader Rob Janssen

‘Ik denk dat ik op m’n 8e mijn eerste crosstraining heb gedaan, met m’n B-pony Misty. Rob noemde hem altijd Sjimmie omdat hij nooit luisterde. Toen kwam er een C-pony, 4 jaar en net zadelmak. Als je nou terugdenkt, was dat misschien niet zo handig maar uiteindelijk is het een leuke pony geworden. Ik heb er m’n eerste crosswedstrijd mee gereden, in Gelselaar. Met 225 punten in de dressuurproef, dat protocol hebben we maar bewaard. Toen ik over de finish van cross kwam moest ik huilen, ik wilde nog een keer, zo leuk vond ik het, een jaar of 11 of 12 was ik.’

‘Toen kwam er een D-pony, die was wel een beetje stout in het begin, ook daar ben ik veel vanaf gevallen. Maar op een gegeven moment viel het kwartje, toen reed ik er zo mee rond. Dressuurles hadden we van Roos Loeffen, dat was altijd wel leuk. Ken je haar boer Cor Loeffen? Roos was ook altijd heel streng, pakte ons altijd heel erg aan, daar moest je wel tegenkunnen. Die kon je wel een beetje heet maken, fel op jezelf, kritisch, bozig op jezelf. En ze riep net zo hard als Cor, die hoorde je als ze aan het lesgeven was 20 kilometer verderop. Als ik m’n zus les ging geven, ging ik Roos nadoen, daar waren mensen in de buurt niet zo blij mee. Ik heb wel heel veel van haar geleerd. Daarna heb ik les gehad Jaap van den Heuy maar die vertrok naar China om les te geven. En toen ben ik met m’n opleiding begonnen in Barneveld, vooral goed les gehad van Bart Bax en Egbert van Roekel. En nu van Roelof Brink.’

Dit maak je mee als je in Zuid-Afrika een buitenrit maakt

En toen kwam de stage naar Zuid-Afrika: ‘Het was wel een beetje passen en meten, voor Rob en mijn moeder was het toen wel hard aanpoten met zo’n 35 paarden thuis. Het scheelde wel dat het winter was, veel paarden konden gelongeerd worden of gingen in de stapmolen. En in Zuid-Afrika was het zomer. Van tevoren was het best wel lastig om te gaan, maar toen ik eenmaal in het vliegtuig zat was dat over. Ik kwam bij de familie Nurden terecht waar ik me meteen voelde of ik thuiskwam. Alleen, ik kon geen Engels, Ja, ‘hello’ en ‘how are you’, dat was het wel. Maar op een gegeven moment dan moet je, en na twee maanden spreek je vloeiend Engels. Ik ben er zo warm opgevangen, geen moment last van heimwee gehad. Hoe vaak ik naar Nederland belde? Nou, niet zoveel hoor, haha, en het werd steeds minder.’

Een bizarre overgang, zo kijkt ze er nu op terug: ‘De cultuurverschillen waren best groot. Hier doe je alles zelf, je hebt hooguit iemand in dienst of er zijn stagiaires. Maar daar is het anders. Donkere mensen doen de verzorging, het uitmesten en zo, de blanke mensen rijden. Dat vond ik lastig om te zien, het verschil tussen rijk en arm, dan realiseer je wel hoe goed je het hier hebt. Die mensen hebben niet veel. Als je ziet hoe ze leven en slapen, in heel kleine kamertjes, een beetje zoals in krottenwijken. Mensen die daar bij Carol-Ann werken, die hebben het wel beter, met een normale kamer, douche, wc. Als je daar rondkijkt: aan de ene kant heb je grote villa’s, aan de andere kant slapen ze op straat. Dat is wat ze daar gewend zijn.’

Of dit…..

‘Ik heb er nooit donkere mensen op het paard gezien, nee, die rijden eigenlijk niet. Je hebt bij Carol-Ann wel eens een groom die wil rijden, een buitenrit maken of zo. Of een donkere groom die een paard zadelmak maakte, rookte hij eerst een paar joints zodat hij nogal high was, en dan op het paard, dan ging het wat gemakkelijker. Dat vond ik wel grappig. Nee, paardrijden is daar voor de meiden, 18 of 19, van de school in de buurt. Ze stallen de paarden bij Carol-Ann, komen aan, stappen op en weer af, niks geen management erbij. De paarden worden supergoed onderhouden hoor, dat wel. Maar de eigenaren rijden alleen maar. Het is een andere cultuur, doodnormaal daar, met een huisvrouw, een tuinman, noem maar op. Die mensen verdienen ook bijna niks, dat kunnen ze supermakkelijk betalen.’

‘Bizar eigenlijk hoeveel ik meemaak. Als ik aan het rijden was, kwam er zo een keer een giraf voorbijlopen. Of we waren een keer op een buitenrit met de paarden tussen de olifanten of giraffen. Maar ook tussen de leeuwen, galoppeerden we door de natuur, met een groepje van vier. Een van de paarden schrok ergens van, toen werden die leeuwen in een keer heel attent, tot op een afstand van een meter of vier. Uiteindelijk is het allemaal goed afgelopen. Of je ontmoet een neushoorn die aan je paard gaat ruiken, dan kun je je als Nederlander niet voorstellen.’

Of dit….kijk ff goed….

‘We hebben daar wel supergoede paarden hoor: vanuit Nederland, België, Duitsland. Het importtraject duurt wel lang, ik geloof een maand of drie. Mijn eerste wedstrijd heb ik er gereden met een paard van een meisje dat er niet mee overweg kon, het was niet zo’n simpele. Eerst heb ik er thuis best wel veel gereden, en toen heb ik het 1m10 meteen gewonnen. Na een paar wedstrijden mocht ik mee naar het kampioenschap in Johannesburg, een stukje verderop, ik denk 8 uur rijden of zo. Het ging over vier dagen, wie dat het beste gedaan had. En dat won ik ook, van zo’n 170 deelnemers, een normale proef met barrage. Toen kwamen Rob en mijn moeder kijken, samen met Patricia van Iersel en haar man Harry.’

Kampioen in Johannesburg

‘Na ruim twee maanden moest ik weer naar huis. Ik voelde me er zo thuis, bij zo’n lieve mensen, dat afscheid was verschrikkelijk. Het ergste wat er is, als je afscheid moet nemen op het vliegveld, als iedereen aan het huilen is. Ik denk dat ik nu zo’n vijf keer daar ben geweest, ook met Oud en Nieuw, dat voelt echt als familie. De laatste keer heb ik dat afscheid wel anders gedaan, heb ik ze thuis midden in de nacht een knuffel gegeven. Nou ben ik weer twee weken in Nederland, is de zomer daar weer voorbij en kan ik me hier weer richten op het wedstrijdseizoen. Iets later dan gepland omdat ik vanwege alle maatregelen niet direct terug kon. Kreeg ik een extra maandje. Op de terugreis was ik de enige in het vliegtuig.’

In Nederland is Every van de Heumstede haar troef, de 12-jarige merrie van de Holsteiner Lucky Boy uit een Jupilot-merrie: ‘Ze loopt nu op 2*-niveau eventing, het plan is om dit jaar naar de 3* te gaan, als het een beetje mee wil zitten allemaal. Gefokt door Rob, een merrie die altijd voor je door het vuur gaat. Ik rij haar dochter nou ook, die loopt nu M eventing, ook een merrie, met eenzelfde karakter. Ik rij veel jonge paarden uit Rob z’n fokkerij, plus een hoop paarden van klanten. Het is een heel bijzondere samenwerking. Ik ken Rob al sinds m’n achtste denk ik. Mijn moeder Esmeranda en hij kennen elkaar een jaar of vier, ook heel bijzonder. We doen het samen, ik denk al een jaar of 5, en daarvoor heb ik veel pony’s voor hem gereden.’

Every van de Heumstede, foto Maarten op den Drink

En nu thuis in Hernen, toch een beetje wiebelig tussen twee werelden: ‘In elk geval lekker thuis aan de slag, heel veel lesgeven, bixielesjes organiseren, zadelmak maken, opleiden, we hebben een prachtig terrein thuis, ik hoef nergens naar toe. En Zuid-Afrika, tja, daar kan ik niet meer wegblijven. Is wel een heel moeilijke keuze hoor, zeker als je daar een baan aangeboden hebt gekregen. Misschien ooit….Gelukkig staat Rob staat helemaal achter me: wat je doet, het is altijd goed.’

‘Voor de sport is het toch beter om in Europa te blijven. Ik wil heel graag een keer Boekelo rijden. En mijn grote droom is een 5* rijden, zoals in Badminton. Van de andere kant, daar heb je wel iets meer het sociale leven. We beginnen er om een uur of half 7, we stoppen om 5 uur, en dan hoppa, allemaal aan de wijn. Bij een graadje of 40, maar wel een heel andere warmte dan hier….’

Heppie de peppie
Mirjam Nelisse maakt werk van de recreatiesport

Mirjam Nelisse maakt werk van de recreatiesport

Met haar gedrevenheid zorgde ze er als Provinciale Statenlid voor dat er € 3,6 miljoen en meer beschikbaar kwam voor de Zuid-Hollandse recreatieve ruitersport. Vanuit haar akkerbouwbedrijf in Dirksland pakte ze de uitdaging aan om een TREC-wedstrijd en trainingen te organiseren, haar grote hobby. Al 19 jaar werkt ze bij TNO en nu staat Mirjam Nelisse voor de VVD op de lijst bij de komende Tweede Kamerverkiezingen.

Ook in de paardenwereld heb je mensen nodig die ervoor gáán. Dan heb je kans dat er iets ontstaat. Mirjam Nelisse ging en gaat ervoor. In 2015 werd ze voor de VVD gevraagd om zich beschikbaar te stellen voor de Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland: ‘Ik in de politiek? Ik ben nogal direct en kan soms wat ongeduldig zijn, maar ik ben me er toch in gaan verdiepen. En zo zag ik dat ze eigenlijk wel heel interessante dingen doen bij de provincie. Ze houden zich ook bezig met landbouw en met natuur, onderwerpen waarvan ik dacht: jeetje, daar weet ik veel van, daar kan ik aan bijdragen. Ik ben gekozen en in 2019 mocht ik nog een keer.’

‘Bij de coalitieonderhandelingen heb ik het meteen ingebracht: laten we goed kijken naar natuurgebieden, hoe kunnen we ze openstellen voor ruiters. Want paarden zijn ook natuur. Los natuurlijk van beschermde gebieden, die mogen daar geen nadeel van ondervinden. Volgens mij heel logisch: langs de rijweg is het vaak onveilig, op het fietspad hebben mensen last van de mest, waarom de natuurgebieden dan niet openstellen? Nou, ik heb er behoorlijk voor moeten lobbyen. In het begin kreeg ik geen medestanders, ik heb denk ik wel 40 uur aan een motie gewerkt om de partijen achter me te krijgen. Samen met PvdA, PVV en PvdD kregen we de motie erdoor. Uiteindelijk hebben we € 3,6 miljoen voor elkaar gekregen voor achterstallig onderhoud van ruiterpaden en om ontbrekende schakels aan te leggen.’

En toen kwam de uitdaging om er wat van te maken: ‘In de politiek werkt het vaak niet zo goed omdat dingen achter een bureau zijn verzonnen terwijl het in de praktijk anders uitpakt. We zijn met allemaal ruiters samengekomen, veel van de Ruiter Groen Groepen, die een regio vertegenwoordigen, een man of 30/40, en ook de recreatieconsulenten van de KNHS. De mensen konden hun zegje doen en zo is een plan van aanpak ontstaan. Het gaat bij dit soort projecten vaak om lokaal-specifieke informatie die de ruiters uit de buurt veel beter weten aan te duiden. Plus dat ze zich een beetje eigenaar voelen. Draagvlak bij de mensen die er gebruik van gaan maken, is essentieel.’

En nu kunnen ook ’s zomers de ruiters het strand op en zijn er nieuwe ruiterpaden aangelegd: ‘Bijna alle gemeentes aan de Zuid-Hollandse kust doen daaraan mee. Een paar gemeentes hebben nog wat bezwaren tegen de openstelling van het strand maar ik heb goede hoop dat zij ook meegaan. En ik verwacht dat er nog meer ruiterpaden komen waar we een lintje kunnen gaan knippen. Er komt nog wat extra budget beschikbaar voor de aanleg van nieuwe ruiterpaden. De provincie heeft niet echt heel veel kennis over ruiterpaden. Voor mij is de beste ondergrond een stevige laag. Het voorstel is nu om de ruiterpaden heel luxe uit te voeren, haast goud omrand. Voor mij hoeft dat gouden randje niet, ik heb voor dat geld liever normale kwaliteit en meer kilometers.’

Haar eigen ruiterhobby had niet heel veel met ruiterpaden te maken: ‘Ik reed overal, maakte zelden gebruik van ruiterpaden met mijn Haflinger Hans, dat was een fantastisch kuikenmak paard. Mijn ouders hebben een landbouwmechanisatiebedrijf in Nieuwe-Tonge, ik kom uit een familie van ondernemers. Ik was de eerste die in loondienst ging werken, haha, op mijn 24e, na mijn studie Technische Bestuurskunde aan de TU Delft, als onderzoeker bij TNO. Bij mijn man hadden ze een beginnende manege in Dirksland, ik heb een van de manegepaarden gekocht. Hans, mijn grote liefde. We waren samen ontzettend veelzijdig: dressuren in de winter, TREC in de zomer, maar ook een springparcoursje, achter koeien aangezeten in een clinic, oefencrossjes gereden, crosstrainingen, noem maar op. Ik volwassen en 1m72 en hij maar 1m45. Dus bleef mijn voet nog wel eens achter de hindernis hangen. En we trokken er graag op uit met de trailer.’

Op een gegeven moment las Mirjam een artikel over TREC: ‘Zó, dacht ik, dat is gaaf. Ik heb alles gelezen wat erover te vinden was. En ik heb me aangemeld voor een wedstrijd in 2007. Thuis op de boerderij heb ik in 2009 zelf een TREC-wedstrijd georganiseerd. Dat kon nooit een moeilijke worden, zeiden ze. Nou…. Mijn man hielp ook mee, ik op de shovel, hij op de trekker, zijn we samen gaan klussen. Het werd een heel uitdagende oriëntatierit en hindernissenparcours, een lekker diepe waterbak, op- en afsprong, daarna door de sloot, een heuvel die best hoog was als je er bovenop stond. Na die wedstrijd zijn de hindernissen blijven staan en ben ik ook TREC-trainingen gaan geven.’

Bij TREC [Technique de Randonnée Equestre de Compétition) gaat het om de technieken die je moet beheersen op het moment dat je het buitenrijden tot in de puntjes wilt beheersen: ‘In Frankrijk waar het ontstaan is, doen ze niet zo aan gebaande paadjes zoals bij ons. Daar ga je met kompas het terrein in. Bij het eerste onderdeel krijg je een kaart mee, met een voorgeschreven snelheid en controleposten. In het tweede onderdeel gaat het om de gangenbeheersing, zo moet je een langzame galop en een snelle stap laten zien. En in het derde onderdeel heb je 16 veelzijdige hindernissen in gevarieerd terrein: een heg, een boomstam, een hek dat open en dicht moet, slalom rijden, en zo.’

‘Working equitation is anders, dat lijkt toch meer op dressuur, op controle over hindernissen. Bij ons geen mooi net pakje, geen gepoetst paard, alsjeblieft niet trouwens want de parcoursen gaan overal doorheen. Je weet zeker dat je niet schoon aan de finish komt. Het is minder lang en hard dan de endurance, de hindernissen zijn minder hoog dan in de cross-country. Ik heb het in binnen- en buitenland gedaan, Frankrijk, Duitsland, België, het mooie daarvan is dat de wedstrijden in de prachtigste stukjes natuur georganiseerd worden. Bij voorbeeld een route die zo’n 50 meter door een stromend riviertje loopt, vandaar uit over een héél smal overgroeid paadje, naar boven op een heuvelkam. Geweldig.’

Mirjam Nelisse heeft de smaak van de politiek goed te pakken: ‘Natuurlijk heb ik gedacht: kan ik wel echt iets veranderen? Maar het blijkt gewoon: als je goede ideeën hebt en doorzettingsvermogen, dan kun je dingen voor elkaar krijgen. De combinatie van TNO, de politiek en het akkerbouwbedrijf is wel een drukke. Of ik mijn man ooit zie? Door al dat thuiswerken best wel vaak eigenlijk, haha. In de Tweede Kamer zit nu volgens mij één vrouwelijke ingenieur, ik zou dat graag willen verdubbelen. Ik sta op plek 69 maar we staan er goed voor, als we meedoen met de formatie schuiven allerlei plaatsen op en ik hoop natuurlijk op voorkeurstemmen, dus wie weet!’

De paardenhobby is na het heengaan van Hans wel veranderd: ‘Ik heb nog wel een paard hoor: als veulen is hij hier gekomen, Bliksem, ook een Haflinger. Hij doet z’n naam eer aan, staat 24/7 buiten, heeft een goddelijke jeugd gehad, maar bleek uiteindelijk vergroeide gewrichten te hebben bij z’n bekken. Daar loop ik al twee jaar naast. Werk aan de hand en longeren volgens de NCSAH-methode. Ik heb afspraken met een vriendin gemaakt voor als het niet gaat terwijl ik er niet ben maar het lijkt goed en langzamerhand kijken we toch naar een opvolger voor Hans. Hans was zo mijn maatje, dus dat verdriet is nog lang niet verwerkt, nu drie maanden geleden.’

Lammert Laseur: ‘Ga nooit boven je macht parcoursen rijden’

Lammert Laseur: ‘Ga nooit boven je macht parcoursen rijden’

‘Als ik in de bak sta, ben ik happy,’ zegt Lammert Laseur. Het tekent de paardenman met een schat aan ervaring. Het werd niet de handel, niet het rijden van andermans paarden, het werd lesgeven en begeleiden van jonge mensen in de springsport. Met de afgelopen periode zelfs online begeleiding. Lammert weet als voormalig internationaal springruiter waarover hij praat.

Om met het laatste te beginnen: ‘Je ziet wel eens ruiters die hebben een diploma behaald en die staan daar les te geven, dat ik denk: hoe ben je in godsnaam aan dat papiertje gekomen? Dat soort mensen moeten niet lesgeven, je moet ergens verstand van hebben om het weg te kunnen leren. Ik kan in elk geval niet mensen over een sprong laten gaan en denken: je breekt je nek maar. Maar zo lijken er wel heel wat rond te lopen. Je moet verstand hebben van de motoriek van een paard, van de afstanden, en een paard heeft vertrouwen nodig. Als een paard met een goede afstand komt, en dat weet, dan durft een paard ook toe te springen.’

Eerste helft jaren ’60: toen ging het zo.

Het zijn de ontboezemingen van een gepassioneerd paardenman met een opleiding van lang geleden, toen de sport zich begon te ontwikkelen. In Soest groeide hij op in de jaren ’60, op de boerderij van zijn ouders samen met zijn broers Rinus en Johan die later de manege overnam: ‘We hadden een boerenbedrijf met koeien, mijn vader verkocht een koe, er kwam een paard voor terug en zo is het langzaamaan een manegebedrijf geworden. De NBVR was onze bond voor de basis, daarna nationaal via de NHS. We hadden goede paarden, maar we moesten ze zelf wel klaarmaken, meestal als ze 3 of 4 jaar waren, net zadelmak. Ik kon heel goed met iets tragere paarden omgaan, Johan was bijvoorbeeld iets handiger met iets hetere paarden. Paste de een niet bij de een, dan wel bij de ander, zo ging dat. Met twee heel grote vrachtwagens gingen we samen met moeder op concours, mijn vader zat thuis op het bedrijf.’

Zo ging dat in de jaren ’60

Lammert Laseur ging lessen bij de legendarische Anton Ebben: ‘in Hilversum, hier in de regio had je makkelijk contact met elkaar, zo kreeg ik de kans om bij hem te lessen. Mijn vader deed ook wat handel af en toe met Jan Maathuis in Geesteren en daar ben ik op m’n 21e heen gegaan. Mijn vader gunde me die kans, als ik dat zo graag wilde. Ik heb er veel geleerd, over rijden, verzorgen, jonge paarden, ook wel zadelmak maken en ook paarden die niet heel fijn te rijden waren. Ik kreeg les van Jan, dat ging goed. En ik heb veel geleerd van Johan Heins die daar toen op stal kwam werken. Het was een handelsstal, dan zie je wel dingen die tegen de grens aanzitten. Maar Jan was een paardenman in hart en nieren, een goede man ook. Hij verkocht er heel veel, aan heel goede klanten, zo’n beetje de eerste die zoveel paarden naar Amerika verkocht. In de jaren ’70 en ’80 was hij toch de hoofdman van de handel in Nederland.’

Lammert (r) met broertje Rinus en vader Laseur

Het werden een kleine vijf jaren bij Maathuis, zoals dat toen ging: ‘Slapen bij de stallen, in één ruimte met Hans Bijen. Wel ’s morgens bij Jan ontbijten, maar altijd betrokken bij de handel en de paarden. Als hij ’s avonds klanten kreeg, moesten we er zijn. Een fantastische tijd, ik heb heel veel leuke dingen meegemaakt. En natuurlijk was het ook wel eens zo moeilijk dat ik naar huis wilde. Maar mijn vader deed dat goed, die zei: het paardenwereldje is hard, en je wou leren, dus je lost het maar op.’ Na de periode in Geesteren ging Lammert zich helemaal toeleggen op het lesgeven: ‘Dat is mijn passie, vind ik hartstikke mooi. Nou nog, 7 dagen per week, en elke dag met plezier. Ik ben altijd blij als ik weer zo’n telefoontje krijg of een facebookberichtje zie van klanten die het goed gedaan hebben. Ze sturen me filmpjes, daar kan ik op een zondagavond gewoon thuis van nagenieten, heerlijk dat ik dat met die klanten bereikt heb.’

Toen de hindernissen er nog zo uitzagen.

Uiteraard verkende Lammert voor zichzelf wel de andere mogelijkheden: ‘Ja, ik had een eigen bedrijf in Soest, 9 jaar gehad aan de andere kant van Soest, een manegebedrijf ook. Maar ik kreeg geen kans om het over te nemen, ze hebben er later grote bungalows neergezet. Ik was ook wel een beetje klaar met het manegewerk. Ik heb ook paarden uitgebracht voor mensen, maar daar kreeg ik nooit een heel goed gevoel bij. Afspraken niet nakomen en zo, dat paste me niet. En ik heb gemerkt dat de handel ook niet mijn passie is. Ik heb altijd wel wat gedaan maar ik ben er nooit in verder gegaan. Je kreeg wat tegenslagen met in- en verkoop, dan weer dat het met een keuring niet goed was: ik heb de knoop doorgehakt. Laat mij maar lesgeven, daar ben ik goed in, en dat moet je dan uitbouwen.’

In 1977 stonden de uitslagen van het concours in Leiden in de krant.

‘Ik had internationaal 1m50 gereden, wilde me meer specialiseren in het begeleiden van jonge ruiters in de sport, en training geven. Ik vind het heel leuk om paarden met klanten in te schatten, dat is dan toch een heel klein beetje handel. Alles met lesgeven vind ik fantastisch. Het is super als klanten resultaten boeken, zeker als mensen in het begin moeite hebben om iets op te lossen, daar ga ik het liefst mee aan de slag. Ik heb een keer mijn rug gebroken, heb een paar jaar wat gesukkeld, maar nu met mijn vrouw Kirstin zijn we echt een team geworden en kan ik me nog meer specialiseren op lesgeven en trainingen. Het is geweldig dat zij commercieel meedenkt, promotiemateriaal maakt, de online producties verzorgt.’

Samen met zijn vrouw Kirstin: in 2018 verzorgde Lammert een clinic tijdens de beurs Paard in Utrecht.

Lammert Laseur is een man van de basis: ‘Ik weet zeker dat de oudere ruiters van vroeger zoals Piet Raijmakers en Rob Ehrens daar hetzelfde over denken. Ik heb veel contact met ze, mijn stiefdochter Nicky werkt met veel plezier bij Piet jr. op stal als groom. De basis moet punt 1 blijven. Er worden heel veel dingen te hectisch gedaan, met te weinig geduld, veel mensen willen de paarden te snel op een niveau hebben. Veel ruitertjes die met pony’s rijden, daar zit vaak weinig ritme vaak. Johan Heins en Anton Ebben zeiden precies hetzelfde: zorg dat je de basis op orde hebt. Dat je controle hebt. Netjes aan de teugel, netjes, je moet moeiteloos kunnen schakelen. Je moet naar voren kunnen rijden als je dat wilt, en andersom ook.’

Grondwerk is voor Lammert Laseur essentieel bij het opbouwen van de controle: ‘Als je paarden met het grondwerk over balkjes goed kunt laten springen, dan kun je ook een concours rijden. Als je op een cavalet een oefening doet, moet dat zeer correct zijn, je moet zuiver weten dat je het evenwicht goed in acht kunt nemen. Cavaletti zijn belangrijk om balans krijgen, vroeger deden we dat ook wel met de handen op de rug, dat gebeurt eigenlijk niet meer. Als je dat in Duitsland zegt: krijg je als antwoord: dat doen we al jaren, ook mensen als Klimke en Werth. Heel veel gymnastiek, de paarden eens wat anders te laten doen. Elke dag biefstuk eten verveelt ook. Ik ben altijd wel een fan van iets hogere cavaletti. Met Schuurman in Almelo heb ik afspraken gemaakt, die levert nog de goede.’

‘Zo oefenen helpt om de draf te verruimen, het paard meer over de rug te laten lopen met flexibiliteit, of op 3 meter een in-uit-effect. Maar heel veel met balken gewoon op de grond kan ook prima. Voor mij toch het liefst dan zo’n 20 of 30 cm van de grond, met een meter ertussen. De paarden gaan beter en fijner lopen, ondergaan een betere gymnastiek.  Ze verruimen, komen beter op de achterhand, dat zouden we veel meer moeten doen.  En dan het liefst afgewisseld met balken die op de grond liggen, dan heeft het paard even de tijd om te herpakken als er even een taktfout in zit. Want we willen geen getrek. Kijk naar jongens als Marcus Ehning: die rijdt een paard, zo is er geen tweede, die weet exact wat er moet gebeuren en wat er gaat gebeuren.  Maar ik kan ook onze topjongens noemen als Marc Houtzager, Eric en Maikel van der Vleuten of Harrie Smolders. En er komen steeds meer jonge mensen bij. Als ik zie hoe mijn nichtje Megan rijdt, een lust voor het oog.’

‘Rustige opbouw is zo belangrijk. Ook de jonge ruiters moeten zich goed realiseren dat een pony een maatje is, die moet voor je willen werken, dan moet je niet gestrest raken als er iets fout gaat. Werk maar aan dressuur, heel veel. Je moet kunnen schakelen, naar voren, terug. En zorg voor variatie van het aantal galopspringen in bepaalde afstanden, daar kun je lessen aan spenderen. Als je dat soort dingen goed kunt, dan heb je controle en dat heb je nodig in het parcours. Of rij een grote volte met balken, in een mooi ritme, heel belangrijk. Zorg dat je op het goede been kunt landen. Overkruist worden de afstanden toch iets moeilijker. Als dat voor elkaar is, dan kun je parcours rijden. Eigenlijk heel simpel, maar je moet het niet te moeilijk maken. Dat betekent ook: ga nooit boven je macht een parcours rijden. Een of twee keer BB gereden en dan het B in? Liever tien keer een categorie lager. En als dat heel goed gaat, liever eerst ff HC.’

In de samenwerking sinds een jaar of zeven met zijn vrouw Kirstin heeft Lammert nog meer lol gekregen in het lesgeven: ‘We voelen elkaar precies aan, vier handen op één buik. Ze is erg betrokken bij mijn werk. We maken ook foldertjes, zetten programma’s online. En toen het gedoe met corona begon, hebben we voor online instructie gezorgd. Dan hadden we een programmaatje, konden ze op inloggen. Dan stuurden mensen hun filmpje op, dan kon ik dat beoordelen, en dan belden we erover. Als een service, dat kostte ze toen niks. Want het gaat toch weer open en dan houd je klanten over. Ik begeleid ook mensen op concours, dat is misschien wel het leukste. Als ik klanten krijg die op concours gaan, dan kom ik altijd kijken, help met losrijden, eigenlijk vanaf het moment dat ze van de vrachtwagen komen. Samen parcours verkennen, daar ben ik best wel druk mee, elke week op concours.’

Hoeveel ervaring je ook hebt, je blijft altijd bijleren: ‘Met nieuwe leerlingen ga ik nu eerst eens praten. Ik wil uit hun eigen mond horen waar ze tegenaan lopen. Een voorgesprek en van daaruit maken we samen een programma. Vooral jongere mensen zitten wel eens niet lekker in hun vel, zijn niet happy, dan hebben we een gesprek: vertel eens, wat zou je beter willen leren dan je nu weet? Dat is toch wel de meerwaarde van het diploma dat ik zelf gehaald heb, vooral dankzij Marion Schreuder, in Deurne nog. Ik hoefde alleen de theorie en het lesgeven te doen, ik had genoeg gereden. Dat je de achtergronden moet weten als je les gaat geven, dat was daar wel een aandachtspunt, op dat punt heb ik mezelf zeker wel bijgeschaafd. Zeg maar het fijnere lesgeven.’

Lammert Laseur gaat de komende tijd regelmatig bijdragen leveren via het nieuwe platform Spotlight.horse. Daar kan iedereen, bedrijf of particulier, een profiel en berichten maken. Gratis en het blijft gratis.