Danique de Zeeuw pakt het anders aan in Valkenswaard

Danique de Zeeuw pakt het anders aan in Valkenswaard

Verderop hebben mensen als Jan Tops en Boyd Exell hun enorme bedrijven. Maar aan het begin van de Valkenswaardse paardenboulevard bouwt Danique de Zeeuw rustig aan een heel ander soort paardenbedrijf: een paddock paradise.

Paardrijden leerde ze op jonge leeftijd op manege De Zeelberg in Valkenswaard waar ze een jaartje of wat met haar eigen paard stond. Toen de pensionkosten hoger werden, verhuisde Danique de Zeeuw met haar paard naar de huidige plek van haar opa en oma: ‘Tja, en dan loop je tegen problemen aan. Van kleine kwaaltjes tot uiteindelijk chronische hoefbevangenheid. Mijn paard was niet gelukkig, we begrepen elkaar niet en regelmatig waren we met elkaar in gevecht.’

Ontdekkingsreis
Op haar 21ste ging Danique op zoek naar een manier om haar paard beter te leren begrijpen. Het begin van een ontdekkingsreis naar bewuste verbinding zonder dwang: ze volgde een opleiding tot holistisch instructeur met paarden, met als doel om haar paard beter te leren begrijpen: ‘Er ging een nieuwe wereld voor me open, met verschillende trainingsmethodes binnen Natural Horsemanship. Toch klopte het niet écht voor mij. Ik zag veel handelingen die niet in overeenstemming waren met wat er van het paard werd verwacht. Veel techniek en trucjes.’

‘Bij Terra Natura, School of Essence and Authentic Balance heb ik uiteindelijk ik mijn weg gevonden. Ik ontdekte de kracht van zachtheid en de positieve invloed van een stabiele staat van zijn. Ik heb de docentenopleiding afgemaakt, nog een 5e graads specialisatie jaartraject in het gymnastiserend rijden gevolgd, en toen ben ik gaan werken aan mijn eigen droom, mijn Paardenparadijs.’

Daar wordt zoveel mogelijk een natuurlijke leefomgeving van paarden nagebootst. Daarbij horen een tracksysteem dat door het weiland heen loopt, strategisch gesitueerde voerplaatsen, verschillende ondergronden en uitdagende elementen. Inmiddels staan er 15 paarden die allemaal met hun eigen unieke karakter een steentje bijdragen tijdens de activiteiten en lessen.

Authenticitet
‘Ik werk niet vanuit een vaste methode en wil zoveel mogelijk van de authenticiteit van mens en paard behouden. Wie zijn we zonder uiterlijkheden, controle, techniekjes, trucjes en spierkracht? Van daaruit werken we richting meer harmonie en een dieper gezamenlijk contact, onder andere door middel van het verkrijgen van meer (lichaams)bewustzijn. Wat voel je, wat denk je, ben je fysiek en emotioneel stabiel en in balans? Wat is jouw kracht en wat is jouw uitdaging? Paarden kunnen niet voor zichzelf spreken buiten hun lichaamstaal om. Het is aan ons om hun microreacties te leren zien en herkennen. Bij paarden die bijvoorbeeld hebben geleerd dat hun ‘stem’ onbelangrijk is, die extreem tolerant of flegmatiek zijn, is het soms lastig deze signalen te onderscheiden. Ook is voor veel paarden angst voor een pijnprikkel de onderliggende motivatie. Dit is niet wat je wilt’.

Groei
Langzamerhand groeit het bedrijf van Danique: ‘Wat voor mensen hier komen? Pensionklanten ook, die er bewust voor kiezen om hun paard niet op te sluiten in een stal. Mensen die bij wijze van spreken het welzijn van hun paard belangrijker vinden dan hun eigen plezier, mensen die er klaar voor zijn om te luisteren naar wat het paard hun ‘vertelt’. Het zijn nooit prestatiegerichte mensen, ze rijden geen wedstrijden. Overigens veroordeel ik dat niet, helemaal niet! En hier komen heel veel kinderen: vaak gevoeliger dan doorsnee, soms sneller overprikkeld, ook kinderen die extra zorg nodig hebben. Kinderen ook vaak van ouders die het belangrijk dat hun kind ook leert wat het paard vertelt, niet alleen een uurtje rondrijden en dan het paard doorgeven aan iemand anders.’

Zo’n twee jaar geleden pakte Danique de zaken serieuzer aan en sprak ze zich steeds meer uit over haar visie: ‘Omdat ik merkte dat er juist heel veel interesse is! Het doel is om nog meer te groeien en steeds meer mensen te inspireren en kennis te laten maken met mijn visie. Het liefst in de vorm van groep of bedrijfstrainingen. Sinds ik zelfstandig ben, kan ik ervan leven. Maar als ik ooit de grond kan kopen van mijn opa, dan moet er nog wel wat gebeuren…’

Foto’s: Kimberly van den Boogaard

Jos Keulers: Ik denk, hoe los ik dat nou op?

Jos Keulers: Ik denk, hoe los ik dat nou op?

In 2020 is Eigenaar Zoekt Ruiter opgericht om eigenaren/fokkers gemakkelijker in contact te brengen met ambitieuze, jonge ruiters. In Nederland zijn immers zo’n 450.000 paarden en circa 500.000 ruiters, waarvan er bijna 50.000 actief zijn in de wedstrijdsport. Keuze genoeg zou je zeggen. Maar toch….. Nieuws.horse besteedt aandacht aan succesvolle matches. Deze keer: Jos Keulers en Marcella Krijgh.

Voomalig huisarts in Ravenstein Jos Keulers heeft zijn paarden als hobby, al zo’n 40 jaar. Een beetje uit de hand gelopen, dat wel, vindt hij. De geboren Limburger kwam als kind nogal eens op de boerderij bij familie, er kwam een pony’tje en als snel een volgende. Na zijn verhuizing naar Ravenstein begin hij op latere leeftijd te rijden: ‘Ik heb nooit wedstrijden gereden, ben ook pas op m’n 35e begonnen. Ach, ik ben geen ruitertalent maar ik vind het wel heel leuk. Met mijn vrouw ga ik wel vier dagen naar Indoor Brabant of naar de finale van het wereldkampioenschap voor jonge dressuurpaarden in Ermelo.’

Bij de paardenliefhebberij hoort ook de fokkerij: ‘In totaal heb ik 14 veulentjes gefokt, dat vind ik ook wel leuk. Niet voor de verkoop hoor, gewoon voor mezelf. De meeste zijn dressuurgericht, bijvoorbeeld een Negro uit een United-moeder, en daarvoor zitten Gribaldi, Doruto en Heidelberg. Nu heb ik gekozen voor Kjento, die is net iets moderner dan Negro. Maar pony’s heb ik ook, en twee Friezen. Een beetje allround, zeg maar. Een veulentje fokken, een beetje half boeren, verzorgen. Een hond en twee katten lopen bij ons ook rond, altijd hebben we wel beesten rond het huis.’

Jos Keulers is voorstander van een heel natuurlijke manier van paarden houden

‘Vroeger reden de kinderen maar die zijn gaan studeren en toen stopte dat. Aanvankelijk kwamen er wel buurmeisjes en zo die graag wilden rijden. En de meesten die komen, blijven best een tijdje. Ron bij voorbeeld is er al 20 jaar. Ik had eerder een student maar die ging stagelopen in Wenen driekwart jaar. Ze reed op een vierjarige, daar moet je wel iets voor kunnen. Dat doe ik zelf niet meer, ik ben nu 71 en je merkt toch dat je de techniek wel een beetje kwijtraakt. Zeker met het jonge spul, dan ben je vaak net een fractie te laat. Er hebben hier altijd wel mensen geholpen om de paarden te rijden en te verzorgen.’

Hoe los ik dat nou op?
‘Even geleden zijn twee ruiters om allerlei redenen gestopt. En toen zat ik even met een jong paard en een meer ervaren merrie. Ik denk: hoe los ik dat nou op? In die situatie was ik nooit geweest, omdat ze altijd wel aan kwamen waaien. Toen heb ik met Eigenaar Zoekt Ruiter contact opgenomen. En dat ging goed. Het zijn gedreven mensen die dat organiseren, maar het vergt wel nogal wat tijd. Vanaf het eerste contact ben je snel een maand of twee verder voor je mensen krijgt. Maar het gebeurt zeer zorgvuldig, ze willen natuurlijk een goede match regelen!’

Gezelligheid en samen genieten van het paardenleven

Betrokkenheid
‘Bij de eerste ontmoeting vragen ze natuurlijk wat je wilt, dan komen er foto’s en filmpjes, dan de publicatie en dan de reacties. Je vergadert een keer om alles door te spreken. En de eerste keer zijn ze meegekomen, er waren er twee die interesse hadden. Voor mij is het belangrijk dat ze kunnen zien hoe het er hier aan toegaat. Ik heb geen wedstrijdstal, we doen het voor de hobby thuis, alleen voor de lol. Belangrijk vind ik commitment, betrokkenheid, elkaar helpen ook. Als ze de kwaliteiten hebben en dat willen, mogen ze gerust op wedstrijd, de vierjarige gaat binnenkort. Ik verzorg de paarden ’s morgens, hier bij huis of op een stuk land dat ik heb in Berghem, bij toerbeurt doen zij dat ’s avonds. Voor mij is het hobby en ik vind het prima dat ze meegenieten.’

Jos Keulers zag via Eigenaar Zoekt Ruiter Marcella Krijgh komen als amazone: ‘Lerares is ze, ze rijdt op een van de merries. Ja, die is wel fanatiek, ze komt heel consequent rijden. En ze heeft betrokkenheid bij de groep en het hele gebeuren, dat vind ik belangrijk. We rijden ook vaak in de groep, op twee plaatsen heb ik een buitenbak waar we terecht kunnen.’

Marcella Krijgh
Lerares basisschool Marcella Krijgh onderschrijft de woorden van Jos Keulers: ‘Via doorlinken kwam ik uit bij Eigenaar Zoekt Ruiter, en zo bij deze advertentie. Verschillende paarden, veel mogelijkheden, recreatief of wedstrijden: het voelde goed, het klonk alsof het heel gemoedelijk was. Ik heb gereageerd dat ik interesse had en via Marloes van Eigenaar Zoekt Ruiter heb ik contact gekregen. Op een gegeven moment hebben we een zaterdag gevonden om naar Ravenstein te gaan en het voelde meteen goed. Het was een plek waar je jezelf kon zijn, gewoon gemoedelijk. Je merkte meteen dat het goed was. Zullen we eens kijken of die past, of die? Als het plezier er maar is, dat is het belangrijkste, zei Jos.’

“Er liep een aantal andere meiden rond en ik dacht: volgens mij is het ook nog hartstikke gezellig hier. Jos zag het ook zitten en vanaf die tijd ga ik twee of drie keer per week lekker rijden. De paarden hebben hier alle ruimte, in Berghem tegen het bos aan heb je een mooi gebied om te rijden. En onderling gaat het goed, zo goed als het gaat ondersteunen we Jos ook. Hij geeft altijd tips, ook als je het even niet ziet zitten: hij heeft alle begrip, legt er geen druk op, nee, plezier is het belangrijkste!’

Paardenmeisje
Marcella is al haar leven lang paardenmeisje, zoals ze het noemt: ’Dat begon al heel ver terug. Heel vaak bij mijn oom en tante in Rosmalen die paarden hadden. Op een gegeven moment heb je de zwemlessen achter de rug en dan ga je een sport kiezen, dat werd bij mij paardrijden. Ik ben begonnen in Haarsteeg en in de Vughtse Hoeve, tussendoor wat verzorgpaarden gehad. Jarenlang ben ik bij een carrouselvereniging geweest, eerst vanuit Vught en toen vanuit Ars Longa in Haarsteeg, elke dinsdagavond training. Langzamerhand kwam het thuis niet meer zo goed uit met de planning en mede door corona ben ik gestopt.’

Marcella met haar voormalige carrouselpaard

‘Maar ja, eens paardenmeisje, altijd paardenmeisje. Het bleef kriebelen. We hebben een jongetje van 4, die is deze week begonnen op de basisschool, dat geeft ook weer mogelijkheden. Ik wilde echt wel weer rijden, maar niet zomaar op een manege. We wonen nu in Nuland, dat is toch wat landelijker, in een gebied waar je veel paarden ziet, dat stimuleert wel. Het is nu ruim een kwartier rijden naar Ravenstein maar dat heb ik er graag voor over. Sinds november doe ik dat. Ik rij op Boeddha, een 16-jarige merrie met Trakehner bloed erin. Het leuke is dat de moeder en haar zoon er ook zijn. Dat is ook typisch Jos, hij fokt niet voor anderen, heeft geen paarden voor de verkoop.’

Marcella met Boeddha

Hartstikke gezelllig
‘Met mijn vorige paard kon ik in de springles wel 1m20 springen, maar ja, je hebt wel een gezin en werk, dat zit toch steeds meer in je achterhoofd, je wordt toch voorzichtiger als je wat ouder wordt. Het is leuk om af en toe een sprongetje te maken, eigenlijk vind ik het wel de meest eerlijke vorm van paardensport. Misschien dat wedstrijd rijden er nog wel van komt, ik wil eerst het paard goed leren kennen. En in de tussentijd is het hartstikke gezellig. Laatst hebben we met ons allen een barbecue gehad, onze partners komen ook wel eens mee, dat kletst ook heel goed met elkaar, dat is ook prettig.’

Klik hier voor de link naar Eigenaar Zoekt Ruiter Brabant

Gera Brands: je raakt uit de ruiters en vind dan maar eens iemand….

Gera Brands: je raakt uit de ruiters en vind dan maar eens iemand….

In 2020 is Eigenaar Zoekt Ruiter opgericht om eigenaren/fokkers gemakkelijker in contact te brengen met ambitieuze, jonge ruiters. In Nederland zijn immers zo’n 450.000 paarden en circa 500.000 ruiters, waarvan er bijna 50.000 actief zijn in de wedstrijdsport. Keuze genoeg zou je zeggen. Maar toch….. Nieuws.horse besteedt aandacht aan succesvolle matches. Deze keer: Gera Brands en amazone Lynn van Vlijmen. 

Leerkracht basisschool, maar ook Brabants voorzitter en regiocoördinator van Eigenaar Zoekt Ruiter is Gera Brands, samen met haar man Julius een gedreven ponyfokker. En dan met de nadruk op ‘pony’ want de pogingen om met paarden pony’s te fokken die internationaal over de hoogste parcoursen moeten kunnen, daar is ze niet zo van: ‘Moeten de parcoursen voor de pony’s zo zwaar zijn dat een echte pony dat niet meer kan? Ik vind het duidelijk. En wat betreft dierenwelzijn: mag je zo’n prestatie vragen van een dier dat daar niet voor gefokt is? Als je met de top meewilt, dan ben je het bijna verplicht. Ik vind dat heel lastig.’ 

Hobby
Een ponyfokker dus, van huis uit, uit het Brabantse Lithoijen in de gemeente Oss: ‘Het is ooit uit hobby begonnen met sportpony’s, uit de fokkerij van mijn vader, die weinig wilde verkopen. Onze dochter heeft zelf altijd ponygereden. Mijn broer Hans Koelen had een pony met een verwonding, die durfde hij niet meer in te zetten in de sport. Met die pony zijn we heel succesvol gaan fokken. Waarbij we wel hebben afgesproken: we houden geen hengsten meer, alleen nog merries.’ 

Je raakt uit de ruiters
‘We registreren onze pony’s bij het NRPS, de predicaten zijn voor ons belangrijk. Voor het keurpredicaat moeten ze de abop doen, dan zijn ze in principe te rijden. En toch heb ik liever dat ze in de sport kunnen laten zien wat ze kunnen. Ik durf gerust te zeggen dat we nette pony’s hebben, daar kunnen kinderen een heel eind mee komen. Maar ja, toen een meisje stopte…..je raakt uit de ruiters en vind dan maar eens iemand. Het is echt jammer om niks met die pony’s te doen.’ 

Geen kant-en-klare pony
‘Maar een ruiter zoeken lukte niet, ik heb echt alle adviezen in de buurt opgevolgd, naar maneges gaan kijken, allerlei mensen gevraagd, noem maar op. Ik gun het een kind dat fanatiek is en misschien thuis de mogelijkheden niet heeft. We hebben een tweepaardstrailer gekocht, we gaan met ze op wedstrijd en lessen maar we gaan ze niet betalen. Veel kinderen zijn gewend dat ze een kant-en-klare pony krijgen maar dat is bij ons niet.  

Lynn op Lynn BK
‘Lynn begon bij ons in januari 2021. Ze komt uit Oss, is komen rijden op onze pony Lynn BK, hoe toevallig wil je het hebben. De pony kon een proefje lopen en een hindernisje springen maar verder niks. Lynn had ponygereden op de manege maar dat is toch anders dan een pony opleiden. Daarom hebben we best wel geïnvesteerd in lessen. Na een klein half jaar bleek dat ze de klik met de pony had, meteen voor de zomer zijn we voorzichtig gaan springen, eerst over 25 centimeter maar al snel hoger.’ 

Heerlijk om samen te genieten
‘Lynn rijdt hier een keer of vijf in de week, ze is lid geworden van onze rijvereniging Pluvinel, waar ik in het bestuur zit, we hebben dressuurlessen, springlessen en we gaan naar de concoursen, heerlijk om te doen. Afgelopen winterseizoen mocht Lynn op haar 7e wedstrijd al meedoen met de Brabantse kampioenschappen springen en nu hebben we in springen en dressuur meegedaan met de Brabantse kampioenschappen. De pony wordt niet meer gedekt omdat we er zoveel plezier in hebben. Het is heerlijk om met mensen samen te genieten van de sport. Lynn wordt 17, ze zegt dat ze gewoon doorgaat, dat mag ze. We hebben die pony eigenlijk in opleiding voor onze kleindochter Milou, die is nu 5. En we zijn heel blij met Lynn omdat ze onze pony uitbrengt en hoe ze dat doet, en zij heeft er veel plezier in.’ 

Bitten als hefbomen
‘Weet je, aan de ene kant liggen de kinderen niet voor het oprapen, aan de andere kant zijn er steeds minder fokkers. Ik vind het belangrijk dat sportponyfokkers zich nu verenigen in Sportponyfokkerij Nederland, het initiatief van Marloes van Roosmalen en Heidi van de Geijn. Discussie met elkaar is goed om te leren. Zeker in het springen gaat het tegenwoordig vooral om Kanshebber of paardenbloed. Tja, wat blijft er over? Uiteindelijk fokken we voor kinderen. Als ik op wedstrijd ben, dan denk ik wel eens….goh, dat dit mag. Wat voor een bitten ze erin hangen, gewoon hefbomen. Kleine kinderen op kleine pony’s, als een tornado gaan ze door het parcours, is dat nog verantwoord? Moeten we willen dat dat karakter erin gefokt wordt?’ 

Opvoeding
‘Bij ons lopen ze meteen over straat als ze geboren zijn, meteen een halstertje om, dat hoort ook bij de opvoeding. We gaan met ze naar de keuringen, ze worden gewassen, ze moeten op de trailer, noem maar op. Ik heb nooit moeite met laden, ze weten wat het is en we zetten er altijd eentje bij, het is belangrijk dat er rust blijft. We hebben geen pony’s die rondsukkelen, ze lopen zelf. Als je rijdt is het heel fijn dat de pony zelf loopt. Zo’n pony is Lynn BK, een Kinetic Wizzard uit een Justice HR-merrie, smokey black, met een heel mooi hoofdje, een heel fijn pony’tje, heel fijn van type.’ 

Lynn van Vlijmen
En dat is de pony voor Lynn van Vlijmen uit Oss. Ze wordt bijna 17 en ze begon met rijden toen ze haar zwemdiploma had gehaald. Bij Manege Van Erp in Oss: ‘Gewoon met de beginnersles, een jaar of 6 was ik.  Ik heb daar heel lang gewoon gelest, maar op een gegeven moment vond ik dat ik aan één keer in de week niet genoeg had. Toen zijn we een pony gaan leasen, en vandaaruit kreeg ik een aantal verzorgpaarden en -pony’s. Een paard voelde als mijn eigen paard, maar de eigenaresse wilde hem plotseling terug naar huis halen. En toen bleef de C-pony van Evy Kras over maar daar werd ik toch wat te groot voor.’ 

Aan tafel gezeten
‘Via via kreeg ik van mensen te horen dat iemand in Lithoijen een ruiter zocht. Gera heeft me toen benaderd of ik hun pony wilde rijden. We hebben aan tafel gezeten, we zijn naar de wei gegaan en toen kwamen we bij het hek aan waar de pony stond: kijk, zei ze, dit is Lynn en of ik het aandurfde. We zijn gaan lessen in het begin, dat ging heel goed, en uiteindelijk hebben we ook een heel klein sprongetje gemaakt. En langzamerhand hebben we het uitgebreid tot een eerste wedstrijdje dressuur.’ 

Selecties en verder
‘Ik had altijd gezegd dat ik nooit wilde springen maar ook dat ging heel gemakkelijk en goed. Tijdens Jumping Oss heb ik mijn eerste springwedstrijd gereden, werd ik 6e.  Mijn dressuurinstructrice Pien van Doorn uit Heesch zei toen dat ik wel selectiewedstrijden kon gaan rijden. Ik wist niet wat het was maar dat zijn we ook maar gaan doen, springen en dressuur, met springen mocht ik naar de Brabantse kampioenschappen, op m’n zevende wedstrijd springen. We zijn doorgegaan naar de L-dressuur en het L-springen, dat gaat goed vooruit. We zijn nu weer naar de Brabantse gegaan, dat ging goed maar nog niet goed genoeg om vooraan te rijden.’ 

Wie doet wat
Lynn leert in Eindhoven op het Summa College voor schoonheidsspecialiste, een uur en een kwartiertje rijden vanuit Oss: ‘Om half 6 ben ik dan weer thuis, even eten en dan trainen, meestal gaat m’n moeder mee, da’s ook fijn om een extra handje te hebben om te helpen. We hebben met Gera en haar man Julius goede afspraken kunnen maken. In grote lijnen: we betalen zelf de wedstrijden, de lessen en de bak. Ik ben ook lid geworden van Pluvinel en daarnaast rijd ik bij de Maaslanders in Lithoijen.’ 

Lynn BK (Brands Koelen) staat bij Gera aan huis. Springles heeft Lynn van Lars van de Geijn, die de pony al langer kende: ‘Het voelt wel als een eigen pony omdat je er vijf dagen in de week mee bezig bent. Ik word nu 17, eigenlijk ben ik net iets te laat bij Julius en Gera begonnen, maar ja. Ik wil Lynn graag blijven rijden maar ik weet niet in hoeverre het te doen is om met een pony tussen de paarden te starten.’ 

Veel geleerd
Terugkijkend op het laatste anderhalve jaar: ‘Ik heb veel geleerd over hoe je een jonge pony verder opleidt. Ze was aangereden maar er zat nog niet alles op. Dat had ik nog nooit gedaan en daar heb ik veel van geleerd. Ik hoop dat ik nog ff bij Julius en Gera kan blijven. Het liefst zou ik voor het vervolg een paardje hebben waar ik lekker mee op wedstrijd kan. En mijn grote droom is natuurlijk een eigen paard … maar of dat ooit gaat gebeuren …. dat weet ik nog niet.’ 

Klik hier voor de link naar Eigenaar Zoekt Ruiter Brabant

Kees van den Oetelaar: ‘Ik wil het gevoel niet weghalen uit de mensen’

Kees van den Oetelaar: ‘Ik wil het gevoel niet weghalen uit de mensen’


‘Kijk, dat bedoel ik nou,’ zegt Kees van den Oetelaar met de telefoon nog in zijn hand. ‘Deze man belt dat hij zo’n mooi veulen heeft van O’Bailey. Hij is blij, ik denk zijn vrouw en kinderen ook, en ik ben vooral heel benieuwd, net als ons Lotte en Tijn! Dat is de emotie van de fokkerij, die moeten we vooral in stand houden. We mogen niet toestaan dat de natuur of het gevoel uit de mensen wordt gehaald.’

Kees van den Oetelaar uit Schijndel aan het woord, de man die met zijn paarden zoveel sportsuccessen heeft beleefd. Maikel van der Vleuten, Eric van der Vleuten, Eric van der Vleuten jr.: ze rijden vaak op paarden die Kees van der Oetelaar voor ze heeft opgespoord. Olympisch zilver-winnaar Verdi is er één van. De pas 8-jarige hengst O’Bailey van het Brouwershof kon wel eens zijn opvolger worden. In Someren staat ook nu weer een aantal jonge Schijndelse hengsten op stal.

Positief
Kees van den Oetelaar is positief ingesteld: ‘Dat doe ik vaak, gewoon een simpel sms-je naar andere paardeneigenaren als hun paarden iets goeds gedaan hebben. Ik vind het oprecht mooi dat mensen iets kunnen bereiken, op allerlei vlakken. In de paardenwereld moeten we positief zijn over wat we met elkaar presteren. Ik kijk graag naar andermans paarden, prachtig als die het goed doen, ik ken daarin geen jaloezie. Ik kan ook hele dagen naar veulens kijken, ken de moeders, ken de vaders, en dan is het spannend om uiteindelijk te zien wat daar voor ’n paarden uit komen. Weet je: vroeger keken de mensen naar de zon om te kijken hoe laat het was, hadden ze geen horloge om. Het lijkt erop dat dat soort gevoelens bij de mensen weggehaald wordt.’

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Linn-Kvernes-OBailey-1024x639.jpg
O’Bailey van het Brouwershof won als vijfjarige met Linn Kvernes, partner van Kees van den Oetelaar

‘Veulens kijken, fantastisch! Maar dat hoeft over 20 jaar niet meer omdat we al van tevoren weten wat voor een veulen geboren wordt. We willen het toch niet zover laten komen dat iemand over twintig jaar zegt: ik heb hier het dna van Maikel van der Vleuten, ik wil een paard fokken waar hij straks Aken mee kan rijden. Of ik dan tegen vooruitgang ben? Nee, helemaal niet, ik waarschuw alleen voor de ontwikkelingen omdat ik de sport zo mooi vind!’

Melkveehouderij
‘Mensen maken in de genoom-discussie makkelijk de vergelijking met de melkveehouderij. Willen we dat? Allemaal dezelfde dieren? Een flinke zak melk en een hoop botten, en ze zijn allemaal hetzelfde. Paardenfokkerij is toch een heel andere emotie dan de koeienfokkerij? Haal asjeblieft niet het mooie uit de fokkerij. We gaan naar een fokker thuis, we hebben discussies, we pakken koffie, we praten erover, prachtig! Ik wil het gevoel niet weghalen uit de mensen, het mooie, het genieten, de moraal.’

Geldklopperij
‘Zoals het er nu naar uitziet, hebben over 25 jaar alleen een paar miljonairs de goede fokmerries. Gewoon omdat daar geld mee te verdienen is. Het zijn de mensen die zelf niet eens gaan kijken naar hun fokmerries. En dat terwijl de beste paarden toch nog altijd geboren zijn bij mensen die hun eigen gang zijn gegaan. Het mooie van de fokkerij weghalen, dat is wat ze aan het doen zijn. En ervoor zorgen dat de merries op de verkeerde plekken terecht komen. Als je een merrie hebt die Grand Prix-paarden brengt, zitten rijke mensen er achteraan om die te kopen. Gaan ze er icsi mee doen, kunnen ze er 30 embryo’s uit spoelen. Dat heeft niks meer met fokkerij te maken, wel alles met geldklopperij.’

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Joris-de-Brabander-1024x640.jpg
Joris de Brabander

‘We moeten voor de sport fokken, en vooral genieten van een veulentje, dat gevoel moeten we niet verliezen. En we mogen niet te snel ons oordeel klaar hebben. Joris de Brabander is een van de beste paardenmensen die ik ken. Hij heeft het meeste bereikt met zijn fokkerij, misschien wel ter wereld. Maar als hij in Nederland gewoond had en het Nederlandse beleid had gevolgd, hadden misschien we nooit van zijn Stal De Muze gehoord. Zijn paarden staan helemaal tegen ons keuringsbeleid in. Joris heeft altijd alleen aan de sport gedacht. In België moeten ze springen, daarom ben ik ook vaak daar te vinden. Het is maar één voorbeeld hoe iemand zijn eigen gang gaat.’

Moeilijk te beoordelen
‘Niet te snel ons oordeel klaar hebben, dat hebben we in het verleden in Nederland toch wel geleerd? Je kunt pas een fokhengst beoordelen als de kinderen internationaal in de ring komen. Kijk naar Hickstead, Jikke, Cedric, Ratina, El Wikke, veel Darco-kinderen: allemaal voorbeelden van paarden die als jong paard moeilijk te beoordelen waren. In elk geval niet wat een huidige merrietest of verrichtingsonderzoek van ze vraagt. Die ervóór stonden, daar heb ik later nooit meer wat van gehoord.’

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Eric-Lamaze-Hickstead-video-still-1024x613.png
Eric Lamaze met het wereldfenomeen Hickstead

‘Op dit moment is de best verervende hengst Chacco-Blue. Maar bij een verrichtingsonderzoek, merrietest of jonge paardenrubrieken staat er niks van bovenaan. Echt, je kunt een hengst pas beoordelen als de kinderen op niveau lopen. Hanassi werd uitgescheten op een reebeentje maar werd in de vererving een van de beste volbloeds. Of Silvano: twee wetenschappers, zeg maar juryleden, hadden gezien dat twee veulentjes wat gevoelig liepen: de hengst werd afgekeurd. Hij heeft internationaal gesprongen, net als heel veel van zijn kinderen.’

Genetica
‘Natuurlijk is het mooi van een stamboek om de genetica op de meest moderne manier te onderzoeken en te gebruiken, maar gebruik het asjeblieft niet de eerste 25 jaar tot je meer zekerheid hebt.  Onze beste verervers, paarden zoals Verdi of Zirocco Blue, kunnen dadelijk zo maar eens in hun dna heel slecht uitpakken, omdat we niet genoeg zekerheid hebben. Daarom gebruiken we dat als AES niet: we willen eerst meer zekerheid hebben. We kunnen dat allemaal wel, hebben alle apparatuur ervoor, ons lab is er ook voor ingericht. Maar dan nog: fokkers worden op een verkeerd spoor gezet, we moeten niet op een te smal spoor gaan zitten qua bloedlijnen. Als AES vinden we dat die informatie uiteindelijk niks toevoegt. Komt nog iets bij: als het niet zo gestuurd zou worden, zou er ook geen vraag naar zijn.’

Allemaal hetzelfde paard
‘De discussie en de beleving moeten blijven bestaan onder de hengstenhouders en de fokkers. Neem de hengstencompetitie. Vroeger gaven we punten en je kon over de koppen lopen, zo druk was het. Nu zet je op TV de hengstencompetitie aan en als je in de bank zit, val je binnen vijf minuten in slaap. Als de eigenaren en de ruiters er niet zijn, is er geen publiek. Het mooie van de fokkerij weghalen, dat is wat ze aan het doen zijn. En ervoor zorgen dat de merries op de verkeerde plekken terecht komen. Wat hebben we eraan om over 50 jaar allemaal hetzelfde paard te hebben? Wat schieten we daarmee op? We moeten van de paarden geen fabriek maken, het moet geen machinale productie worden. Let op: de stamboeken en de fokkers gaan eraan kapot.’

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-39-1024x1024.png
Evert Soethout

Discussie rond de fokkerij is van alle tijden: ’Ons vader en Evert Soethout waren vroeger de enigen op concours die een hengst hadden, eigenlijk waren ze de enigen die al over de sport praatten. Het waren hengstenhouders met hengsten als Janmaat of Huzaar. Twee dikke vrienden. Ik was erbij toen ze samen op een grote WPN-vergadering in de Brabanthallen waren. Bij de rondvraag, toen de springpaardenfokkerij nog geen onderwerp was, vroeg mijn vader aan Van Binsbergen, de grote man van het stamboek: is het niet beter als je een merrie die goed kan springen, kruist met een hengst die goed kan springen? Toen vroeg Van Binsbergen: dus jij wilt zeggen dat als je Atje Keulen Deelstra met Ard Schenk kruist, dat je dan een goede schaatser krijgt? Toen zei mijn vader: toch eerder dan een pianospeler?’

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-40-1024x1024.png
De vader van Kees: Dorus van den Oetelaar

‘We moeten voor de sport blijven fokken. Paarden met een goed karakter, braaf ook. De toekomst is toch een paard dat zich fijn laat bewerken. We hebben het nou vooral over springpaarden maar praat me niet van de dressuurpaardenfokkerij want dan zakt de broek van m’n kont. Die weten al op de bloedvoering hoe het moet, sluiten op papier al hengsten uit. We worden met dressuurpaarden gruwelijk verneukt: vanaf dat ze geboren zijn tot hun vierde jaar. We lopen er hard achteraan met een plastic zak, met hun staart omhoog, met hun zwarte kleur.  En daarna zie je er in de sport niks meer van terug. De werkelijkheid komt pas op zeven- of achtjarige leeftijd naar boven, en dan houden ze het niet vol, komen ze tegen de ruiter in.’

‘Nogmaals: ik ben niet tegen vernieuwing. Maar de emotie van de fokkerij, dat houdt onze paardensport in stand. Als we dat weghalen, verworden we tot een soort communistische staat. In het oude Oost-Duitsland werd het ook allemaal van tevoren bepaald. Als je geboren werd, wist je eigenlijk al dat je op je 18e een Trabant zou gaan rijden. Die kant wil ik niet op.’

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 1200px-TrabiLondon-1024x1024.jpeg
Arno Koekkoek: zelf weten waar je mee bezig bent

Arno Koekkoek: zelf weten waar je mee bezig bent

‘Je moet het niet doen om geld te verdienen, dat is alleen maar mooi meegenomen.’ Dat soort woorden past bij paardentransporteur Arno Koekkoek uit Slagharen. Nog maar 37, maar inmiddels ondernemend met een stuk of 6 grote vrachtwagens, met personeel, met vaste contactpersonen. Hij realiseert zich dat dat niet kan zonder de mensen om zich heen.

Arno Koekkoek leidt zijn bedrijf op basis van zijn kennis en ervaring: ‘We verkochten veel paarden naar Marokko, dat was best ver rijden. Persoonlijk zag ik een te groot verschil in hoe ze hier vertrokken en hoe ze daar aankwamen. Ik heb wel een bepaald idee bij de verzorging van een paard, ik denk toch dat ik daar wel kijk op heb, en dan ga je natuurlijk ook kritisch kijken naar anderen. Ik kan wel goed zien of een paard koliekerig is, of ie wat moet drinken, het verschil in behandeling tussen een Arabier, een Fries of een koudbloed. Sommigen in onze branche denken daar nog niet heel goed over na. In elk geval vonden we toen dat we dat zelf ook wel konden doen.’

Uiteraard begon Arno Koekkoek veel eerder met de paarden. Zijn opa had vanuit Noordscheschut bij Hoogeveen een bekende naam in de paarden, met tuigpaarden en spring- en dressuurpaarden. Van huis uit was er een kalvermesterij en pallethandel, waarbij de kalveren langzamerhand plaats maakten voor de paarden. Als kind ging Arno op ponyles in Slagharen, deed bij de pony’s later altijd wel op het hoogste niveau mee en stapte toen over op de paarden.

‘Mijn vader en moeder stimuleerden dat, vooral in de ponytijd, met een vrachtwagentje met de hele familie op concours. Later ben ik vooral jonge paarden gaan aanrijden, vaak voor de handel, met les van Harrie Kok, later Arjen Vos in Dwingeloo en heel vaak van Henri Stegeman. Altijd springpaarden, dressuur deed ik alleen voor de basis, wat noodzakelijk was, zeg maar M2.’ Belangrijke ervaring deed Arno ook op bij het rijden van de EPTM-testen voor het KWPN in Exloo, een jaar of 20 was hij toen.

Niet de grootste hobby
Er zijn veel voorbeelden van jonge, succesvolle ondernemers voor wie school niet de grootste hobby was. ‘School? Tja, dat is een moeilijk verhaal. Ik heb de Mavo afgemaakt, twee jaar autotechniek gedaan, nog even transport en logistiek op het MBO gedaan maar uiteindelijk is er niet zo veel van terecht gekomen. Een beetje de basisdingen weet je dan, omdat het je interesseert. Aan de ene kant jammer, van de andere kant: als ik nou heel lang had doorgeleerd, tja….ik heb veel kennissen en vrienden uit de paardenwereld, dus dan ben je automatisch meer in die sfeer. Dan is de opleiding niet het meest belangrijke. Ik heb nog een blauwe maandag bij Van der Most gewerkt, in de staalbouw, dat moest van m’n vader. We hebben thuis ook een pallethandel en hij vond het goed om ook een keer ergens anders te werken, dat hoefde niet per se thuis.’

Paarden opleiden, uitbrengen en verkopen, dat paste meer bij Arno Koekkoek, en zo leerde hij ook zijn partner Rosalien kennen: ‘Vaak verloopt de handel via vaste contactpersonen in allerlei landen, zo bouw je een netwerk op. En ja, mijn vriendin heb ik ook leren kennen op concours, haar vader zat ook altijd in de paarden. Zelf heeft ze vooral in de ponytijd gereden, met de paarden niet zo veel. Maar ze ging wel vaak mee.’

Zelf weten waar je mee bezig bent
Met het netwerk bouwde Arno Koekkoek ook zijn eigen stal en transportonderneming op: ‘We deden ook al vaker wat transport, naar Denemarken of zo, met de jongens met wie ik omging. Die combinatie van de dieren en de vrachtwagen, dat interesseerde me wel. Ik was een jaar of 22 toen ik voor het eerst naar Marokko reed. In korte tijd ben ik heel veel wijzer geworden want de eerste keer klopten de papieren niet. Dan kom je er snel achter dat de veterinaire papieren eromheen wel heel belangrijk zijn. En dat je niet volledig moet vertrouwen op wat iemand anders zegt, je moet zelf weten waar je mee bezig bent. Andere mensen zeiden dat het zo kon, maar dat bleek toch echt anders. En toen weer terug, een week later of zo. Je moet in zo’n groeiende onderneming als wij hebben ook op dat gebied groeien. In 2019 hebben we nog een keer twee aanhoudingen heel kort achter elkaar gehad waar we nu leergeld voor betaald hebben. Zo blijf je wijzer worden.’

Bedrijf in Marokko
Al snel vestigde Arno Koekkoek samen met zijn Marokkaanse vriend een im- en exportbedrijf voor paarden en materialen. ‘Dat ging goed, de paarden moesten er toch heen. Mijn vriend is meer van de cijfers, doet de boekhouding, is trouwens ook architect. Later hebben we een derde erbij genomen, een ruiter, die vooral goed was in het verder verkopen van de paarden. Dat ging goed, ieder zijn ding, met een eigen netwerk. Via een Finse vrouw kwamen we wat meer in de hogere kringen terecht.’

‘Haar man werd de Finse ambassadeur in Marokko, ze kwam bij ons paarden kijken. Ze ging dus wonen in Marokko, wilde haar paarden daarheen hebben, die vrouw spreek ik nog vaak. Daarna spreek je de vrouw van de Duitse ambassadeur, dan de vrouw van weer een andere ambassade, geweldig. Die jongen daar regelde dat allemaal. Heel normale mensen hoor, van de buitenwereld wordt daar vaak anders naar gekeken. Ook als je heel hoge functie hebt, zal ik toch zeggen hoe ik erover denk, ik doe me nooit anders voor dan dat ik ben. Nuchter boerenverstand zeg maar, gewoon normaal.’

Niet de uiteindelijke drijfveer
‘Weet je, volgens mij moet Ieder voor zichzelf z’n best doen, goed doen wat ie goed vindt. Je moet het doen omdat je het leuk vindt, omdat het je passie is, niet alleen maar om er geld mee te verdienen want dan kun je beter wat anders gaan doen Als ik iets doe, wil ik het goed doen. Geld verdienen is mooi, maar dat is niet de uiteindelijke drijfveer. Anders moet je geen paarden gaan houden want die kosten elke dag geld. Dan had ik beter wat anders kunnen gaan doen.’

Dat deed Arno Koekkoek niet en zo bouwde hij zijn bedrijf uit: ‘Ja, met nu een stuk of zes grote auto’s, een klein autootje, en we besteden ook uit aan buitenlandse transportbedrijven. Daar werken we mee samen omdat we gewoonweg niet alles alleen kunnen doen. Je kunt beter met elkaar dan tegen elkaar werken, alles om het paard zo snel en goed mogelijk op de eindbestemming krijgen. De springstal zijn we gaan gebruiken als Horse Hotel, voor het transport. Dat is nodig, dinsdags en donderdags komen hier heel veel paarden binnen voor transport, met keuringen voor Traces. Van allerhande paarden, ook dravers die weggaan, van mensen die op vakantie gaan, mensen die paarden verkocht hebben, noem maar op.’

Personeel
‘Inmiddels hebben we zes man vast aan het werk zonder mezelf, met een aantal op oproepbasis, we zijn nog steeds op zoek naar nieuwe collega’s. Ik geeft altijd aan, ook aan potentiële nieuwe chauffeurs, dat ze het moeten willen doen omdat het hun passie is, omdat ze het mooi werk vinden, zeg maar hetzelfde streven als ik heb. Rosalien werkt full time, dat noem je zo als je altijd moet werken. Zij doet vooral de facturatie, het bijhouden en archiveren van de ritten die zijn uitgevoerd en de export met douaneafhandeling. Mijn moeder werkt ook mee, zij doet puur de factuuradministratie, de betalingen, zeg maar de dingen waar ik me niet druk over wil maken. Het is lastig om mensen te vinden die dezelfde visie hebben als ik. We hebben ook wel samengewerkt met andere transporteurs, uit de chauffeurswereld, die hadden wel enige ervaring met paarden, kunnen goed vrachtwagen rijden maar wij vragen toch meer dan dat. Wat je zegt moet je ook doen. Het is toch een stuk praktischer als mensen uit de buurt komen, wij vragen veel flexibiliteit, als iets last minute moet gebeuren of mensen vragen ons op zeer korte termijn, dan moeten we snel schakelen en onze chauffeurs ook.’

‘We kunnen in principe op een zeer korte termijn schakelen, we kunnen grote aantallen transporteren en we hebben de kennis en de relaties. Onze vrachtwagens zijn voor 15 of 16 paarden, die wagens bouwen we zelf, dat doen kennissen van me. Eentje komt uit de vliegtuigbouw weg, de ander uit de machinefabriek, die bouwen precies hoe ik het wil hebben. Zo krijgen we wat je nodig hebt voor de verzorging: gemakkelijk en veilig. Daardoor kunnen we een heel goede prijs/kwaliteit-verhouding leveren.’

Ontzorgen
‘Ik denk dat we vooral sterk zijn in het ontzorgen van de mensen: de jongens die handel doen kunnen ook gewoon een paard neerzetten, wij zorgen dat ie afgeleverd wordt, maar 20 kan ook, en 100 ook. Als jij een paard verkoopt naar Zweden, gaat ie dezelfde week weg, ook al is het niet met een eigen auto, we lossen het op. Eigenlijk is het voor ons een beetje een sport om het zo goed en snel mogelijk klaar te krijgen. Die planningen, die moet ik zelf doen, plus dat ik af en toe op de vrachtwagen rijd, in het weekend vaak naar Zweden.’

Zelf rijden? De laatste jaren komt het er niet meer van. De jongens van Arno en Rosalien zijn 11 en 6, hun dochter 10 maanden: ‘De jongens gaan wel eens mee, als het niet te ver is. En de middelste heeft ook een eigen pony. We hebben met ons bedrijf een mooie maat bereikt, heel veel groter hoeft het niet 1-2-3. We zijn aardig flexibel met de wagens en de relaties die we nu hebben. We zijn wel constant bezig met het vernieuwen van ons wagenpark. Misschien dat we in stalling nog wat uit gaan breiden. We hebben nu 40 stallen, we huren elke week 20 tot 40 stallen erbij en het streven is toch om dat toch meer aan huis te hebben. Misschien een keer een tweede locatie, wie weet. Wat we nu hebben, hebben we zelf ook allemaal gebouwd. Weet je, het gaat voor een belangrijk deel ook over de mensen die je om je heen hebt, heel veel uit de buurt. Daar hoort ook een gunfactor bij….’

Bo de Boer: Niks zweverig maar zeker geen geruk en gepluk

Bo de Boer: Niks zweverig maar zeker geen geruk en gepluk

Ze heet Maaike maar iedereen noemt haar Bo: ‘Behalve mijn moeder dan. Bo is de afkorting van mijn achternaam De Boer, zo ging dat toen bij ons in Heemskerk.’ Bo dus, die nogal veelzijdig met paarden begaan is. ZZ-licht gereden, ZZ-licht-jurylid, carrousel-fan, manegelessen en privélessen geven, samen met dochter Floor eventingwedstrijden rijden, examens afnemen voor het SRR-ruiterbewijs èn internationaal chauffeur bij World Horse Transport.

Die veelzijdigheid tekent Bo de Boer, die vanuit een pony- en paardenjeugd in Heemskerk naar de hippische opleiding in Deurne ging. Patrick Mensink was de bedrijfsleider van de manege in Heemskerk en hij kreeg de kans om in Zeewolde een manege te starten. Bo blikt terug: ‘De gemeente Zeewolde wilde medio jaren ’80 een manege, daar kon je op inschrijven en Patrick is dat toen geworden. Ik ben eigenlijk meegegaan, in het begin vanuit de stage van Deurne, later ben ik daar gaan werken. Ik heb het 28 jaar gedaan, eerst 40 uur, later met de kinderen zo’n 20 uur. Tot het moment dat zijn dochter het overnam, dat was een logisch moment om andere dingen te gaan doen.’

Veelzijdig
‘Ik heb heel veel paarden naar de Z-dressuur gereden, met een paard ZZ-licht gereden, jureer tot en met ZZ-licht.  Op het moment is het weer eventing, wat ik vroeger best wel veel deed, en nu weer opnieuw. Geen topsport op hoog niveau, gewoon heerlijk ontspannen met mijn paard omgaan, beetje dressuur, beetje springen, beetje eventing. Met mijn dochter Floor van 16 gaan we samen op eventing, ze is best wel fanatiek. We hebben een samengesteld gezin, met Floor, mijn zoon Tjade en Jelle die niet meer thuis woont, en Kennard’s zoon Laurens. Samen hebben we vier paarden bij Manege Kraaij in Nijkerkerveen, van jong tot ouder, en we fokken wat.’

Met dochter Floor tijdens een eventing-training

Chauffeur
Kennard is sinds 2016 Bo’s partner en dan is de link naar het internationale paardenvervoer snel gelegd via zijn World Horse Transport: ‘Dat doe ik nu fulltime. Op de vrachtwagen, dat is superleuk, elke keer weer een avontuur. We rijden natuurlijk geen rondje om de kerk, we gaan naar plekken waar een normale vrachtwagen niet komt. En we rijden met heel veel emotie, bij vertrek, bij aankomst. Vorige week was ik in Noorwegen, van daaruit naar Italië, of met de boot naar Finland, dat soort ritten. In het begin wel eens samen met Kennard, nu zit hij vooral op kantoor omdat het zo druk is. Je kunt ook niet alles samen doen, je moet ook je eigen ding houden. En dan geef ik ook her en der wat privé-lessen, en vrijdagavond bij Manege Kraaij.’

Met Kennard in de stand in Stockholm

Carrousel
De carrousel-hobby werd flink aangewakkerd bij Manege Hillegersberg, waar Bo na Zeewolde een jaar werkte: ‘Voor een stichting onder leiding van Rob en Antoinette Diks, daar had ik twee carrousel-groepen, ze waren al tien jaar Nederlands kampioen. Ik ben ook carrousel-jurylid van de VCN, de Vereniging van Carrouselclubs Nederland. De manege is in september 2021 overgenomen door een horeca-ondernemer die het anders aanpakte waardoor we allemaal bedankt waren. Het viel ook steeds moeilijker te combineren met het werk op de vrachtwagen. En de carrousellessen doe ik nu weer bij Manege Kraaij.’

Ruiterbewijs
Bo de Boer is ook een van de examinatoren van de SRR (Stichting Rijvaardigheidsbewijzen Recreatieruiter) voor het ruiterbewijs: ‘Dat is niet een papiertje dat je zomaar haalt. In het begin in de jaren ’80 was dat wel anders maar nu stelt het echt wat voor. De verkeersrit, de obstakels, een sprongetje. Niet dat het voor veel ruiters zo vaak voorkomt dat ze in het verkeer rijden maar het is wel enorm nuttig in de opleiding. Voor zo’n examendag heb ik eerst contact gehad met Patricia van het SRR-kantoor, en heb ik van tevoren al met de opleider gebeld, even doornemen of er bijzonderheden te verwachten zijn. Je bespreekt de dagindeling, hoeveel paarden er zijn, hoeveel groepjes, hoe ligt het buitenterrein erbij, is het materiaal in orde, dat soort zaken. Omdat je door de jaren heen op veel plekken bent geweest, weet je vaak wel hoe de situatie is, maar toch.’

Bij het 25-jarig jubileum van sponsor van de VCN Harry’s Horse: met 16 commandanten en juryleden een manoeuvre gereden onder luid applaus 

‘Op de dag zelf doe ik eerst even een woordje, vertel ik hoe de dagindeling is. Normaal doen we eerst de theorie, 50 minuten, maar dat wordt nu langzamerhand steeds meer omgebogen naar een digitaal examen vooraf. Daarna gaan de ruiters rustig aan opzadelen, daar moet je ook even bij zijn, dan volgt het rijden op het buitenterrein, zo’n drie kwartier. Ze moeten kunnen wegrijden van de groep, lichtrijden, doorzitten, even zonder beugels doorzitten, een klein sprongetje maken. En ja, het komt voor dat dat niet voldoende is waardoor ik mensen moet vertellen dat ze niet de weg op mogen.’

Bo de Boer als examinator voor het Ruiterbewijs van de SRR

‘De meeste mensen snappen het wel en reageren met: jammer, maar het ging ook wel slecht. Ik vind het leuk om te doen en wil het liefst dat iedereen slaagt, maar je moet wel een bepaald niveau hebben. Je hebt ook mensen die het niet snappen en emotioneel reageren maar dat komt gelukkig niet zo vaak voor. Op de weg rijden ze volgens een plattegrondje in het verkeer. Ik heb niet superveel verkeer nodig om te zien of iemand dat kan handelen. Door Schoorl heen rijden, da’s soms heel druk, met auto’s motoren, fietsers, noem maar op. Echt heel anders dan op een zondag in Raalte, om maar een voorbeeld te noemen. Ik blijf het mooi vinden om die examens af te nemen, laatst bij het opruimen vond ik papieren uit 2003, zo lang doe ik het al.’

Dierenwelzijn
‘Bij Manege Kraaij geef ik vooral kinderen les, bij de volwassenen heb ik de recreatieruiters in de les. Ze willen allemaal vooral op een goede manier met hun paarden omgaan, en dat is ook wat je probeert te brengen in je lessen. Welzijn is een belangrijk woord, maar is ook wel een opgave. Tegelijkertijd moeten we niet doorslaan. Zo’n Dier & Recht: het is goed dat mensen opletten maar ze veroordelen meteen. Op welke manier het dan wel moet? We hebben de boxen al vergroot ten opzichte van vroeger, paarden hebben sociaal contact, ze lopen meer in de wei, dat is allemaal al heel veel veranderd.’

Carrousel rijden bij RSC Kraaij in Nijkerkerveen

‘Bij Kraaij hebben ze gelukkig heel veel weiland en de paarden lopen heel veel buiten. Je ziet dat ze in de lessen echt geweldig zijn: sociaal, niet kribbig naar elkaar, relaxed. Niet iedereen heeft zoveel weiland maar het is wel waar we meer naartoe moeten. Ook qua rijden: bij Rob en Antoinette Diks ging het echt bijzonder diervriendelijk, dat stond op nummer 1, dat zag je ook in het lesgeven. Eerlijk tegenover het paard. Niks zweverig maar zeker geen geruk en gepluk. Lastig is dat de beste stuurlui in ons wereldje vaak aan wal staan. Topruiters moeten het goede voorbeeld zijn, tegelijkertijd doe ik het ze niet na. Ze moeten zelf goed opletten omdat ze een voorbeeldfunctie hebben. Als zij dat niet doen, kunnen wij onze ruiters moeilijk overtuigen dat het beter moet.’

De toekomst
Bo is niet meer van plan om zich fulltime aan een manege te binden, zoals ze zo lang gedaan heeft: ‘Maar het is ook niet de bedoeling dat ik eeuwig op de vrachtwagen blijf. We hebben met ons bedrijf grote plannen. Rob Diks is nou bij ons de bedrijfsleider, hij heeft natuurlijk bijna dertig jaar Manege Hillegersberg gedaan. Op de nieuwe locatie waar we mee bezig zijn willen we ook meer services aanbieden. We kunnen meer quarantainepaarden kwijt die uit de hele wereld komen. Ze hebben beweging nodig, sommige paarden komen met een groom. Verblijf en gelegenheid om te rijden kunnen we bieden, maar ook onze mensen kunnen dat verzorgen. Er komt een aquatrainer die ook ingezet kan worden voor revalidatie. In de quarantaineperiode willen klanten de paarden zo goed mogelijk doortrainen en als je die faciliteiten hebt, kun je ze ook als extra service voor andere klanten inzetten. Stel je gaat verhuizen, je moet je huis uit maar je nieuwe huis is nog niet klaar: dan zorgen wij dat je paard gereden wordt. Dat soort diensten. Plannen genoeg, vandaar dat ik me niet meer wil committeren aan een andere manege. Ik blijf wel steeds het ruiterbewijs afnemen hoor, want dat is echt leuk!’