Wilma Wernsen: de mensen vinden zo gemakkelijk iets….

Wilma Wernsen: de mensen vinden zo gemakkelijk iets….

Het schuchtere, stille en ietwat kortaffe meisje van voorheen is veranderd. Wilma Wernsen praat honderduit met een indrukwekkende gedrevenheid en autoriteit. Over haar paarden, over haar mening over de fokkerij, over het opvoeden van een paard. En over haar eigen leven, waarin het overlijden van haar vader een enorme klap was.

Drukdruk is ze, met lesgeven, zelf lessen, fokken, opvoeden, trainen, wedstrijden rijden en verkopen: “Ik heb best veel paarden verkocht de laatste tijd, in twee weken zijn zes paarden weggegaan. Dan denk je dat je even tijd hebt maar het is toch weer hartstikke druk. Dan is er weer wat met een klant, ik moet weer een nieuw paard zoeken voor iemand, dat kost gewoon veel tijd, dat lukt niet zomaar,” vertelt ze vanuit Putten waar ze sinds 2017 zit.

Wilma Wernsen groeide op in Achterveld bij Amersfoort. Op een boerderij met melkkoeien en mestvarkens, in een gezin met vier broers en een zus, met een vader die fokte en handelde, vooral in de tuigpaardrichting: “Hij had regelmatig ook wel een kampioen voor de keuring. In de tuigpaardwereld is Valita bekend, waar de hengst Jongbloed uit kwam, die verkocht hij naar Jan Schep, of Jalonka naar Hermannus Boelens, Kidolein werd verkocht, waar veel concourspaarden uitkomen en Celebration, de ereklasse tuiger. Ik was in de familie degene die altijd meehielp met de tuigpaarden, met het mak maken voor de kar. Maar ook met de pony’s, die kwamen natuurlijk van de markt. Zadelmak maken, rijden en verkopen. Ik was er altijd om mijn vader te helpen, paarden keuringsklaar maken, rijden. Met een Gelderse ruin zat ik toch snel in het Z, ik heb best veel paarden gehad in die periode. Ook wel missers natuurlijk, van die lastpakken, pffff.”

Wilma was vooraan 20 toen Oklarette in beeld kwam in de rij van handelspaarden, de Ferro x Candyboy x Roemer, gefokt door oud-KWPN-bestuurslid Jan Redelijkheid uit Papendrecht. De merrie zou later haar Grand Prix-paard worden: “Die kochten we eigenlijk als een grapje, mijn vader dacht dat ze niet te groot zou worden. Kom op, we beginnen eraan, heb ik gezegd, dan kon het altijd nog een e-pony worden. Maar op de keuring was ze toch 1m66. We hebben best wat moeite gehad om haar zadelmak te maken, thuis op zo’n kleine binnenplaats, maar daarna heeft ze nooit een stap verkeerd gezet. Mijn vader was een echte handelsman, hij kon de merrie best goed verkopen maar ik had er een klik mee. En tot mijn verbazing verkocht hij d’r niet.”

In de tussentijd werkte Wilma op een assurantiekantoor en al snel op het KWPN-kantoor in Den Dolder: “Een student was ik niet, als ik zie wat nu doe als coach niveau 5 bij NOC*NSF, dan had ik er toen ook wel meer van kunnen maken. De LEAO heb ik gedaan, en later in de avonduren steno en het MBO. Op het KWPN-kantoor zat ik op de financiële administratie en daarna ben ik toch vrij snel naar de Ahold in Ede gegaan.” In 2001 kwam de grote klap. “Een beroerte, binnen anderhalve dag was het bekeken. Dat heeft een impact gehad, mijn vader was mijn maatje. Maar dan moet je toch verder. Ik ben een werker, ik ga dat dan omzetten in werk. Ik heb een Métall uit een tuiger van mijn moeder overgenomen, en Oklarette natuurlijk, de boerderij werd verkocht. Die had ik graag willen hebben maar met mijn broers en zus werd dat moeilijk, heel jammer. Ik ben zelf wat op gaan zoeken en heb bij Nunspeet een huisje gekocht. Met vier boxen erbij, zo is het begonnen, ik was een jaar of 28. Met Oklarette kreeg ik een dip, ik kwam de man met de hamer tegen. Ik was niet zo’n prater of je moest me kennen. Dan ligt je vader daar. Je moet thuis aan het werk om het draaiende te houden. En dan gaat de boerderij weg. Het was een verwerkingsproces waar ik niet overheen kwam. Heel zwaar om het alleen te doen. Maar ik moest door.”

Wilma Wernsen wint Pompadour met Oklarette

“Mijn toenmalige man had niks met paarden, we hadden niet de gedeelde passie. Het was iets wat je samen met iemand had, en dan moet je dat alleen doen. Ik vond het heel zwaar, echt waar. En het deed me ook niks meer, of ik nou bovenaan of onderaan stond. Ik presteerde niet voor mijn vader maar de beleving had je wel samen. We hoefden ook niks tegen elkaar te zeggen, hij zat ook niet aan m’n kop te zeuren. Hij zei nooit zoveel, even dat knikje, dat was genoeg. Maar toen stond ik in de prijsuitreiking, ik was kampioen, ik keek om me heen: het doek viel. Degene die er moest zijn, was er niet. Ik heb toen met heel veel mensen het contact verbroken, ik kon het niet meer aan. Ja, ook de mensen die ik heel hoog heb. Ik associeerde ze teveel met de enorm gezellige tijd met mijn vader. Dat maakt het voor mij enorm moeilijk. Mensen zeggen zo gemakkelijk: daar moet je mee leren leven, je moet het een plek geven. Maar ik kan niet zomaar ergens overheen stappen.”

“Op het KNHS-kampioenschap reed ik Z1, ik reed rond en dacht: Wil, rustig. Maar het paard werd zo gespannen, het ging gewoon niet meer. Je komt eruit, je voelt je enorm klote. Toen heb ik me gerealiseerd: ik moet ermee aan het werk. Ik ben haptotherapie gaan doen om te ontdekken wie ik nou echt ben en hoe ik in mekaar zit. Ik zei nooit zoveel, dan stapelt het op en komt het eruit. Ik durfde nog geen proef meer te rijden. Toen ben ik naar Coby van Baalen gegaan: ik wilde de ring weer in, moest van die angst af. Daar heb ik met Oklarette weer proeven leren rijden. Maar de piaffe en passage aanleren was moeilijk, Oklarette was heel gespannen, die accepteerde de methode niet. Ik ben in gesprek gekomen met Alex van Silfhout, die heeft me een tijdje geholpen, vooral geleerd welk gevoel ik moest krijgen. En ik heb daar een tijd op Nimbly gereden. In de tussentijd steeds meer handel erbij gedaan, en zo heb ik het langzaamaan weer opgebouwd. Maar je, het blijft terugkomen. De eerste keer dat ik internationaal reed, was mijn vader weg, je beleeft iets nieuws, dat gemis was zo groot, wat zouden we een belevenis gehad hebben!”

Met Apretado

In 2005 verhuisde Wilma naar Nijkerk waar ze 7 stallen had, in 2008 stopte ze met werken buiten de paarden. Oklarette was inmiddels een internationaal paard. De Scandic-merrie Apretado werd geboren, Wilma reed er lichte tour mee, werd geselecteerd voor de WK-selecties, en de verkoop naar Denemarken volgde. Ze fokte met later enkele veulens van Oklarette en van de Métall-merrie uit de Waarborg x Eufraat van haar vader: “Uit een volle zus van de Waarborg-merrie komt het Grand Prix-paard van Jef Heistek. Mijn vader fokte paarden die goed in het tuig èn goed onder het zadel zijn. Uit de Métall-merrie hebben we nu bij het AES een zoon van Toto goedgekeurd. Apretado hebben we toen ze drie jaar was gelijk laten dekken met Ziësto, daar komt Estupendo uit, die is inmiddels ook Grand Prix. En ik ben gaan lessen bij Nicole Werner.”

“Sinds 2017 zit ik in Putten. In Nijkerk was het allemaal van mezelf, alleen, maar ik had besloten om te gaan scheiden. Ik wilde overal vanaf zijn, klaar. Om een huis en een stal te vinden heb ik wat balletjes opgegooid en Jorgen van der Holst, die bij mij de merries dekte, die wist wel wat. We hebben nu 18 boxen vol. Anouk Slabbers werkt bij me plus altijd een stagiaire van het Aeres college. We blijven ons op fokkerij richten, dat blijf ik prachtig vinden. Maar de hoofdmoot is paarden trainen van derden. En de handel natuurlijk. Paarden vinden is moeilijk maar paarden verkopen ook, de match moet er echt zijn, alles moet kloppen. Over het algemeen zijn paarden vaak minder goed gereden, en de klanten die komen kunnen vaak ook wat minder rijden. Als ze erop zitten en hun been verleggen, moet ie gewoon wisselen. Meestal ga ik naar de klant, ga ik de paarden rijden. Dan kan ik direct doorvertellen wat het paard kan, hoe het paard is, dat bespaart de verkopende partij een hoop werk maar ook degene die een paard zoekt. Op een gegeven moment weten ze dat in het veld. Nee, niet van een video, die tijd is wel voorbij. Oh ja, en ze moeten gezond zijn, ze worden binnenstebuiten gekeerd.”

Met de vijfjarige Estupendo in Barcelona

“Onze paarden worden steeds temperamentvoller en scherper gefokt, dat is niet voor iedereen weggelegd. We moeten betere karakters fokken en meer fundament, onze paarden worden te tenger. Een dressuurpaard moet toch een lijf hebben dat al dat werk aankan. Met goede voeten, sterk, en het liefst een beetje brutaal. Met schakelvermogen, als een harmonica in en uit elkaar. En de wil om te werken. Dan komt daar de training bij: veel dressuurpaarden hebben vaak eigenlijk best wel een saaie training. Ik rijd langs de weg, het bos in, een sprongetje maken, ik probeer de training af te wisselen, met kracht, met duur. In het bos heb je te maken met verschillende bodems, dat moeten ze ook leren. Tegenwoordig lopen ze allemaal op die mooie bodems, en als dat er even niet is, wordt het moeilijk….”

De training is belangrijk, maar ook de opvoeding: “De jonge paarden van mij lopen altijd bij elkaar, twee veulens samen. Dat koppeltje blijft lang een stel, ook als ze samen met een ander koppeltje lopen. Rustig aan naar de wei brengen is ook een stukje opleiding. Dingen moeten normaal worden, dan heeft het paard geen stress meer. Bij mij kan iedereen een veulen van stal halen, maar wel: zo zijn de regels, en zo gebeurt het. Links- en rechtsom lopen aan het halster, dat moeten ze leren. Als tweejarige haal ik ze uit elkaar, dat levert even wat stress op natuurlijk, maar dan krijgen ze al vrij snel een halster, met een hoofdstelletje eromheen. Veel lichamelijk contact, aaien, een beetje poetsen, links en rechts longeren, een keer een singel heel losjes om, dan ook een keer aan de dubbele lounge. Ze worden er schaapmak van, ze leren lopen in vertrouwen in mij. Maar niet drie jaar niet naar omkijken, uit de wei, snel even opscheren, met enorm veel stress, omdat het weinig tijd mag kosten. Dan raken bij het zadelmak maken de beesten helemaal over de zeik. Daar heb ik geen last van. Elk paard krijgt bij mij een eigen behandeling. Vertrouwen, daar gaat het om! Zeker met dat scherpe bloed. Een paard heeft een leider nodig.”

Met de AES goedgekeurde Toto x Métall-hengst

Wilma Wernsen is coach niveau 5, de hoogste graad bij NOC*NSF:“Ik heb zelf ook lange tijd de opleiding niveau 4 gegeven maar ik ben ermee gestopt. Ik ben te gedreven, ik ga ervoor. Je moet met je tijd mee, het is niet in een sjabloon te doen allemaal. Iemand die B-dressuur is samen met een Grand Prix-ruiter: dat ligt veel te ver uit elkaar. En het is niet meer zo dat iemand in de bak vanaf de kant bepaalt wat er moet gebeuren. We moeten vooral kijken naar hoe een persoon en een paard in elkaar zitten. De juiste snaren zoeken en niet alleen zitten te zeiken over wat iemand niet kan, dat gebeurt te veel in de paardensport. Het gaat om motiveren en stimuleren, in de samenwerking tussen paard, ruiter en coach. En we willen winnen! Dan denk ik: wees eens bezig met het gevoel hoe een paard in elkaar zit. In het algemeen vinden de mensen zo gemakkelijk iets, van een paard, een persoon. Ik ben daar heel anders over na gaan denken. Wim Ernes was daarom zo geweldig: hij was net zoveel als jij, wie je ook was. Van de dressuurmensen maakte hij toch een soort van team.”

Bekijk hier de website

Akash Sukhraj: Met zadels was het altijd wel een beetje gezeur

Akash Sukhraj: Met zadels was het altijd wel een beetje gezeur

Eerlijkheid is belangrijker dan iemand een goed gevoel geven voor Akash Sukhraj. Sinds ruim anderhalf jaar is hij zelfstandig bezig in zijn passie. Je kunt zeggen dat dat zadels betreft en alles eromheen maar eigenlijk gaat het hem om goed paardrijden, waar hij ook een mening over heeft. Hij gaf er zijn goedbetaalde job en lease-auto voor op.

Akash, 35 nu, geboren en getogen in Goes, groeide op in een Surinaams hindoestaans gezin en kwam via een schoolvriendje op Hippisch Centrum Wolphaartsdijk terecht. Na de manegelessen volgde een verzorgpony waarmee hij Z-springen en Z-dressuur werd: “En toen kwam een eigen paard, ik was een jaar of 16 en al vrij lang. Door die ponytijd kenden mensen me al een beetje en toen ben ik paarden gaan trainen voor derden, vooral fokmerries die het sport-predicaat moesten behalen maar ook paarden voor de verkoop. Als laatste heb ik gereden voor Henk van de Zande in Tholen, van Paardenfokkerij Hoeve Weltevreden. Met twee paarden heb ik ook Lichte Tour gereden. En in de tussentijd studeerde ik Human Resources aan de Hogeschool Zeeland.”

In het derde jaar van de studie verhuisde Akash naar Rotterdam voor een stage bij Tence! Uitzendbureau: “En daar ben ik blijven plakken. Ik heb er vier jaar gewerkt en ik ben de detachering ingerold. Ik heb steeds eigen paarden gehad, en nog steeds. Vooral op hobbybasis, africhten en dan verkopen, zeg maar een soort bijverdienste. In al die tijd heb ik op alle zadels gereden, veel zadelmakers gesproken, maar altijd was er wel een beetje gezeur op de een of ander manier, het was vaak net niet naar mijn zin.”

“In 2015 dacht ik: die gasten hebben het ook ergens moeten leren. En toen ben ik naast mijn werk en de paarden elke twee maanden naar Engeland gegaan, met de auto, naar Cumbria School of Saddlery in Salisbury om te leren leer te bewerken, zadels op te vullen, hoofdstellen te maken, noem maar op. Het echte ambacht leer je toch in Engeland. En ik ben stage gaan lopen bij Hans de Haas van Kingsley zadels en in de leer bij Peter Menet van Amerigo zadels. In 2017 heb ik een kvk-nummer aangevraagd en ben ik hybride-ondernemer geworden, tot afgelopen maart, toen heb ik mijn baan bij Adecco opgezegd. Ik kreeg het zo druk, het was niet meer te combineren. Ik ben in 2017 begonnen met Kingsley zadels en hoofdstellen. Gaandeweg kreeg ik meer vraag naar andere merken omdat ik gemerkt heb dat men het fijner vindt de keuze te hebben uit een iets breder assortiment dan voor één merk. Ik ben inmiddels dealer van vijf verschillende merken in de verschillende prijsklassen: Wintec, Bates, Kingsley, Empire en Amerigo. Blijkbaar heb ik goed werk geleverd….”

“Je hebt ze ook wel in Duitsland zitten, de ambachtelijke zadelmeesters, waar ik volgend jaar verder in de leer ga waarschijnlijk. Ik wil bezig blijven, me nieuwe technologieën eigen maken om klanten goed te kunnen blijven adviseren. Maar belangrijk vond ik dat ik niet gezien wilde worden als een zadelverkoper. Wel als een zadelspecialist, om een totaal-concept te kunnen bieden. Ik heb zelf gereden, heb kennis van de biomechanica en het exterieur van het paard en ik heb zelf al meer dan 15 jaar paarden. Dan weet je dat je samen moet werken met andere specialisten zoals hoefsmeden, dierenartsen en fysiotherapeuten. Ik heb namelijk te maken met levende dieren waar ik me verantwoordelijk voor voel. Uiteindelijk is het doel om zo’n paard pijnvrij te laten lopen.”

De planning, afspraken, bevestigingen, contact met klanten: Akash doet het allemaal in zijn eentje. Hij heeft een groot netwerk maar ook een grote bek, zoals hij zelf zegt: “Ik weet het, ik ben tamelijk direct, je weet meteen wat ik vind. En ik schuw niet om te zeggen dat ik vind dat je het verkeerd doet, bijvoorbeeld het management van het paard. Eerlijkheid vind ik belangrijker dan iemand een goed gevoel geven, ik weet ook wel dat er veel mensen zijn die het anders doen. Vaak mag ik het werk dan opknappen, word ik gebeld als mensen met de handen in het haar zitten. Nee, publiekelijk te kakken zetten doe ik niet, ik bel altijd even naar mijn conculega’s, om te sparren en overleg te hebben. Maar ik moet zeggen: klanten zijn zelf ook niet altijd heel eerlijk in wat ze vertellen, daar ben ik wel tegenaan gelopen.”

“Ach, in de paardenwereld heeft iedereen een eigen mening. Ik meen te kunnen weten wat goed management voor je paard inhoudt, en dat een goed team van specialisten daarbij van cruciaal belang is. Zeker anno 2019: de fokkerij wordt er volgens mij niet beter op. En de

sport verloedert ook wel een beetje. Pappen en nat houden, lijkt het, een beetje een poppenkast, elkaar naar de mond praten. Ik zeg meteen waar het op staat, in de sport, en ook in dit vakgebied. Ik zie dat kritiek zich tegenwoordig snel uit in kwetsende opmerkingen op social media, niet gefundeerd, niet opbouwend bedoeld. Dat is jammer, want het paard wordt er altijd de dupe van. Het paard dat voor veel mensen steeds meer een soort statussymbool wordt in plaats van een partner waar je mee samenwerkt.”

Om een klein voorbeeldje te noemen: “Heel veel rugproblemen zijn het gevolg van overgewicht bij ruiters in combinatie met een te klein zadel. Als een ruiter echt te zwaar is, dan schroom ik er niet voor om een 1-op1-gesprek aan te gaan. Ik vind het belangrijk om dat soort zaken goed over te brengen, om mensen in beweging te krijgen. Een beetje een lange termijnmissie ja. Maar ik zie te veel mensen die geen logica in het rijden hebben, weinig systeem in het rijden. Dan wordt de zadelmaker gebeld voor de grootste steun, de grootste kniewrongen en de diepste zit. Maar dat helpt je uiteindelijk niet, sterker nog, je wordt in een houding gedwongen die op langere termijn fysieke klachten kan opleveren omdat je niet natuurlijk in de beweging mee kan zitten. Dan komen de fysiotherapeuten en osteopaten om ze los te maken, de dierenarts af en toe om een spuitje hier en daar te geven, en dan gaan ze weer door.”

Akash Sukhraj levert advies en zadels: “De hoofdmoot bestaat nu toch uit het aanmeten van maatzadels, dat is een groeiende vraag. Men is toch bereid om te betalen voor kwaliteit. Daarbij gebruik ik de Equiscan, een soort van blauwe spin die de rug op 98 hoeken meet, zodat je een blauwdruk krijgt van de bespiering. Het nauwkeurig opmeten van de paardenrug is zonder enige twijfel de basis voor een goed passend zadel. De takken van de zadelboom moeten weer corresponderen met de schouders, de side rails moeten de rug-contouren volgen. Het geraamte, waar het zadel omheen gebouwd wordt, is bepalend voor de pasvorm van het zadel. Op basis van die metingen kan ik de kamerwijdte, maat en vorm van de zadelboom bepalen en bij voorbeeld het zadel goed opvullen. Dit doe ik, afhankelijk van het merk, door middel van kale zadelbomen óf de Equiscan. Dat is in mijn aanpak wel een unique selling point, net zoals dat ik de taal spreek van de meeste paardeneigenaren.”

Daarbij is luisteren, samenvatten en adviseren belangrijk: “Soms zitten mensen vast, hebben ze al van alles geprobeerd. Dan neem ik ze mee terug. Hoe is jouw liefde voor het paard ontstaan? Hoe waren jouw eerste stappen? Toch niet omdat je een paard zag als een ding? Het was toch de kameraad waar je naar toe kon gaan als je gepest werd, omdat je voor iets wilde zorgen? Omdat je onbewust bezig was met het kweken van je eigen verantwoordelijkheidsgevoel, van je persoonlijkheid, van je empathisch vermogen? Maar veel mensen weten niet eens meer op welk paard ze hebben leren rijden. Het mooiste daarna is als ik ruiter en paard in balans door de baan zie gaan, als ze resultaten halen op een paardvriendelijke manier, dat bezorgt mij kippenvel, dat is de passie waar ik het voor doe.”

Die passie voor het vak brengt Akash tegenwoordig ook buiten de landsgrenzen: “Eigenlijk door heel Europa, vorige week was ik nog Tsjechië. Ook daar is behoefte aan een getraind oog. Met name professionele en semi-professionele ruiters zoeken zadels waar hun klanten makkelijk mee weg kunnen èn die hun paard goed tot hun recht laten komen. Ik kijk de huidige zadel na, maar sommigen hebben ook behoefte aan een nieuw merk. Wij Nederlanders staan erom bekend dat we tamelijk direct zijn. En zo kom ik ook in Duitsland, Frankrijk, België, Oostenrijk, Luxemburg en Limburg.”

Het gaat bij Akash niet vooral om dressuurzadels, maar ook om zadels voor alle andere takken van paardensport: “Ik houd het bewust zo breed mogelijk, wil toegankelijk zijn voor bijna iedereen. En dat kan ik ook. Mond-tot-mond reclame is daarbij voor mij mega-belangrijk. Het gaat bij Empire en Amerigo toch om compleet maatwerk, bij Bates en Wintec om semi-maatwerk en bij Kingsley om semi-maatwerk met ontelbaar veel kleuren en opties. Ik heb gemerkt dat mensen bereid zijn om te betalen voor advies en service, dat is erg belangrijk. En er komen weer nieuwe afspraken uit. Er is steeds meer vraag naar mensen met kennis, bijna ongeacht het vak dat je uitoefent. En zadelmaker is toch een wat uitstervend beroep. Ik ben dag en nacht bezig met m’n passie. Dat is het voor mij, passie, anders had ik mijn baan er niet voor opgegeven. In mijn functie als salesmanager bij Adecco had ik veel druk, vooral door de hoge budgetten/targets die boven je hoofd slingerden. Dat heb ik nu ook, maar ik doe het voor mezelf, niemand zegt wat ik moet doen. Ik weet dat ik er niet rijk van ga worden, maar door de enorme voldoening ervaar ik in elk geval geen stress!”

Voor informatie kunt u altijd contact opnemen met: info@akashsaddlery.nl

Britt Loeffen: de hakken in het zand brengt een oplossing niet dichterbij

Britt Loeffen: de hakken in het zand brengt een oplossing niet dichterbij

Mr. Britt Loeffen gaat haar kennis en ervaring delen met de lezers van Nieuws.horse! De sportieve dochter van Cor Loeffen deed na haar rechtenstudie zo’n zes jaar ervaring op met paardenzaken en gaat dat nu voortzetten vanuit de praktijk van ALEX advocaten in Wijchen. Uit die ervaring van zes jaren heeft ze interessante zaken te melden.

Tennis en voetbal, dat waren en zijn de sporten van Britt Loeffen. En dat best fanatiek: “Ik ben nu 31, maar leeftijd heeft daar niet zoveel mee te maken: hoe ouder ik word, hoe fanatieker geloof ik. Ik heb in Nijmegen rechten gestudeerd en ben in het strafrecht afgestudeerd. Ik heb altijd tijd voor een bijbaantje gehad, zoals bediening in de horeca en juridisch secretaresse op een advocatenkantoor. Daardoor had ik wat centjes erbij en heb ik veel kunnen reizen.”

Britt groeide op in een gezin waarin vader Cor en later ook opa van moeders kant fanatieke paardenmensen zijn: “Natuurlijk werd er wel een pony aangeschaft. Mijn broertje had een geit, die stond met de pony in de stal, en die waren zo aan elkaar verknocht dat als ik pony reed, de geit ernaast liep. Dat moet wel een komisch gezicht zijn geweest. Uiteindelijk was de voorliefde voor tennis groter en werd dát mijn sport. Volgens mij vond papa dat ook wel prima, hij heeft me nooit gepusht om te rijden. Het was al zoveel paard bij ons thuis, vooral mama vond het ook wel prima dat we niet gingen rijden. Mijn vader ging er wel vanuit dat je naar je beste kunnen alles deed. Hij gaf les in Deurne, was op werkdagen natuurlijk altijd weg, daarnaast was hij een periode ook veel weg voor keuringen, lezingen en zo. Af en toe ging ik mee, naar de hengstenkeuring, of naar CHIO Rotterdam of Jumping Amsterdam.”

Britt Loeffen op San Patrignano Dorina, opgeleid door vader Cor

Britt was nauwelijks afgestudeerd of ze kon al terecht in de praktijk van Luc Schelstraete: “Ik naar Tilburg afgereisd om kennis te maken en tot mijn verbazing kon ik meteen aan de slag. Hij gaf mij een bureau en een computer en zei: hier is een dossier, ik hoor graag wat je ervan vindt.” Zo kwam ik als vanzelf weer in de paarden en dat bleek toch een goede combi. In zekere zin ben ik opgegroeid in de paardenwereld, ken de terminologie, de denkwijzen, de mitsen en maren, de redenatie van de mensen in die wereld. Dat maakt het toch makkelijker om aansluiting te vinden, onderling begrip is belangrijk. Dat zit vaak in heel kleine dingen. In de dressuursport is ‘verzamelen’ een veelgebruikte term maar dat is voor niet-paardenmensen niet heel vanzelfsprekend, verre van zelfs. Of ‘opzadelen’, ook zo’n term. Ik kan de vertaalslag maken naar iets wat de rechter kan begrijpen. Daarnaast wordt in de paardenwereld veel gedaan op basis van vertrouwen en ontbreekt een contract. Natuurlijk is het beter om alles in een contract vast te leggen en dat weten mensen vaak ook heel goed, maar in de hippische wereld is men dat niet gewoon.”

“Ik leerde het vak bij Luc, eerst een jaar als juridisch medewerkster. Ik mocht snel best veel dossiers zelfstandig doen, wel onder supervisie van een advocaat uiteraard. Ik leerde snel hoe ik een dossier moest beoordelen, hoe dat aan te pakken, wat de logische stappen zijn. Nee, dat leer je niet op een universiteit. Toen werd het me ook duidelijk hoe bleu je bent als je zes jaar in de boeken hebt gezeten. Natuurlijk ging het met vallen en opstaan, maar het was aan mij om te zorgen dat ik boven kwam drijven. Nadat ik werd beëdigd als advocaat, ben ik zelf de rechtszaal in gestapt om cliënten bij te staan. Het gaat bij zaken rond paarden veel over koop en verkoop, lease, trainingsovereenkomsten, eigendom of aansprakelijkheid bij ongevallen. ”

In november 2018 heeft ze de overstap gemaakt naar ALEX advocaten. “Waarom? Bij ALEX advocaten had ik de mogelijkheid om binnen een breder veld van het ondernemings- en contractenrecht werkzaam te zijn. Plus dat in januari 2018 onze zoon Jurre werd geboren. Ik woonde in Tilburg en Den Bosch en nu kon ik terug naar mijn familie en vrienden in Wijchen, dat is heel belangrijk voor me. Ik ben bij ALEX advocaten aan de slag gegaan, een kantoor met zes advocaten. Het kantoor doet veel in het arbeidsrecht, huurrecht, omgevingsrecht, ondernemingsrecht en contractrecht. Ik ga daarnaast de hippische praktijk opzetten omdat ik daarin geschoold ben. En het lijkt me hartstikke leuk en nuttig om daarover te vertellen.”

“Het merendeel van de zaken die bij mij langs kwamen ging over karaktergebreken, stalgebreken, peesproblematieken en ook kissing spines. Als ik kijk naar de dossiers waarin bijvoorbeeld karaktergebreken speelden, dan viel mij op dat dit soort gebreken zich vooral voordeden in dossiers waarin particulieren, noem ze amateurs, stelden dat er sprake was van een karaktergebrek. Wat mensen dan vaak vergeten is dat paarden levende dieren zijn. Een paard wordt verplaatst uit de vertrouwde omgeving, naar andere mensen, andere gewoonten, noem maar op. Als je dat ineens gaat veranderen, en het paard reageert daarop, dan moet je dat niet meteen wegschrijven als een negatieve eigenschap van een paard. Misschien klinkt het wel wat zweverig…. maar veel mensen zouden beter voorgelicht kunnen worden, over wat het houden van een paard in alle opzichten betekent.”

“Als je op zoek gaat naar een paard of pony, zorg dan dat je weet hoe je de eigenschappen kunt beoordelen die je zoekt, dat je weet wat je belangrijk vindt aan een paard. Vraag het paard op proef, of ga een paar keer rijden, of neem hem eens even mee naar de nieuwe stal, zodat je bekijkt hoe hij zich daar gedraagt. En als het dan toch niet voldoet, blijf asjeblieft in gesprek! Hoe vaak ik niet zie dat een koper direct begint te roepen dat het paard terug moet omdat hij niet voldoet, alsof het een TV is die je terug over de toonbank schuift! Of dat juist een verkoper meteen zegt: bekijk het maar. De hakken gaan in het zand en dat brengt een oplossing niet dichterbij.”

“En waar ik me over verbaasd heb: best veel mensen die willen rijden op hoger niveau denken dat te kunnen bereiken door enkel het kopen van een paard van hoog niveau. Alsof je in een Formule 1-auto gaat zitten en dan meteen mee kunt doen in de Formule 1. Daar gaat het vaak fout, verwachtingen komen niet uit, mensen raken gefrustreerd. Soms gaan ze dan van alles uitproberen met zo’n paard of wordt het paard binnenstebuiten gekeerd door een dierenarts. Negen van de tien keren wordt er wel iets geconstateerd en dan wordt geroepen dat hetgeen de dierenarts heeft geconstateerd de oorzaak is van het niet naar verwachting functioneren van het paard. Er zijn maar weinig mensen die het bij zichzelf of in omgevingsfactoren zoeken. Dit alles natuurlijk los van de categorie waar er werkelijk iets aan de hand is. En ja, nog te vaak zijn er verkopers die paarden slijten aan mensen op een manier die de paardenwereld geen goed doet. ”

“Het is mijn vak om het verhaal van de client om te zetten naar een verhaal wat de rechter begrijpt en de rechter te overtuigen van het gelijk van mijn client. Ik begrijp heel goed dat mensen geen paard met een stalgebrek willen. In de paardenwereld wordt maar voetstoots aangenomen dat bijvoorbeeld luchtzuigen een gebrek is op grond waarvan het paard teruggegeven kan worden, maar je kunt je afvragen of dat vanuit juridisch oogpunt wel juist is. In de rechtszaal zal de rechter de koper vragen met welk doel hij het paard heeft gekocht. Als het antwoord op deze vraag luidt “een parcours te kunnen springen”, dan zal de koper vervolgens moeten aantonen dat het luchtzuigen in de weg staat aan het springen van een parcours. Volgens mij is tot op heden vanuit de veterinaire wetenschap nog niet onomstotelijk bewezen dat een luchtzuiger geen springparcours kan lopen. Uiteraard houd ik mij aanbevolen voor onderzoeken waaruit dit verband wel is gebleken. Neemt niet weg dat een luchtzuiger wel minder waard is, dus dat vermindering van de koopprijs een reële optie is.”

“In mijn werk is verwachtingsmanagement eigenlijk de basis. Ik geef cliënten een inschatting van hun juridische positie en de mogelijkheden en kansen. Soms betekent dit dat ik een client moet vertellen dat zijn positie niet zo gunstig is en hij beter niet kan gaan procederen. Ik probeer daarin dicht bij mezelf te blijven.”

Klik hier voor meer informatie over Britt Loeffen en ALEX Advocaten

Gijs van de Mortel: we zijn veel te commercieel bezig met de fokkerij

Gijs van de Mortel: we zijn veel te commercieel bezig met de fokkerij

Een ‘buitenmanneke’, zo kijkt Gijs van de Mortel terug op zijn eigen jeugd in Helenaveen, gemeente Deurne. De springruiter heeft na een intensieve Franse periode tegenwoordig met zijn ouders het paardenbedrijf Du Buisson in het Limburgse Egchel waarbij het zadelmak maken en de fokkerij belangrijke activiteiten zijn. Het leverde ook een eigenzinnige kijk op: “We zijn met de fokkerij veel te commercieel bezig.”

In Helenaveen, midden in de Peel, hadden zijn ouders een kwekerij met rododendrons toen Gijs op 7-7-’78 geboren werd. Ponyrijden was niet meteen zijn grootste hobby: “Mijn zus ging ponyrijden bij de buren, zei ik: laat mij er ook eens een keer op. Ik had nog geen rondje gereden of ik lag er al langs, zo hard! Ik ging liever vissen. Mijn zus kreeg mijn vader zo gek dat hij een pony kocht, en toen moest ik er toch ook een hebben. We zijn naar Pietje Martens gereden in Ommel, kochten we Bruintje, een vosje, voor 1750 gulden. Hoe oud ie was, wisten we niet. Als ie beviel, konden we het geld komen brengen. Ik was een jaar of 10.”

Gijs werd lid van de ponyclub in IJsselstein: “Bruintje had zo’n dikke onderhals, aan de teugel rijden kon niet, echt een boerenpony’ke. Hij was wel superbraaf, hij sprong overal overheen. Maar toen moest je een winstpunt in de dressuur halen om te kunnen springen, ik heb er twee jaar over gedaan. Toen is mijn vader naar de commandant Lei Marcellis gegaan: kun jij niet zorgen dat mijn zoon een winstpunt haalt? In Sevenum heb ik toen mijn allereerste winstpunt gehaald, 121 punten, dat weet ik nog precies. En dezelfde dag mocht ik springen, meteen foutloos. Ik ben wel blijven dressuren, dat was de afspraak met Lei Marcellis.”

“Ach, wij moesten beginnen met helemaal niks. Werd er een d-pony gekocht uit de buurt, moesten we die zelf zadelmak maken, proberen omhoog te rijden, werd ie verkocht en dan kwam er weer wat anders. Bij Arnold van Mierlo in Someren hebben we toen een palomino-pony gekocht, een lastige, maar ik had er wel een klik mee. Onder begeleiding van Werner Geven ben ik van het B naar het M-springen gegaan. En crossen, dat was mooi, ik zat in de selectie voor het EK, training met Karin Galema. Ik was 12, heel jong, het zag er goed uit! Tot de pony rhinopneumonie kreeg die op de zenuwen sloeg, de pony raakte de controle over de bewegingen kwijt. Daar hield mijn ponycarrière op.”

Bij springruiter Reinier van der Maas leerde Gijs van de Mortel het vak: “Ik zat op de middelbare school in Horst, kwam ik bij hem in de buurt langs. Zei ik tegen mijn ouders: ik ga daar eens kijken. Van het een kwam het ander, ik heb er heel veel jaren meegeholpen. Mijn vader had in de tussentijd een paard gekocht, ik was einde 15, en ik zat in no time in het Z. Mijn zus was meer van de dressuur, dus sprong ik het paard van mijn zus ook nog erbij. Het begon me steeds meer te trekken. We hebben een veulentje gefokt, nog een paard erbij, en al snel werd het een uit de hand gelopen hobby. Mijn vader zou heel graag gereden hebben vroeger maar dat zat er toen niet in.”

“Na de middelbare school dacht ik: ik ga het hippisch centrum in Deurne doen. De voor-stage bij Henk van de Broek beviel hartstikke goed, maar de school zelf was een tegenvaller. Ik heb het drie maanden gedaan, met de kerst ben ik gestopt. Ik had geen klik met de mensen, het rijden strookte helemaal niet met mijn ideeën. Ik reed al ZZ, ik wilde verder, en ik zat tussen mensen die B of heel misschien L reden. Ik mocht van thuis stoppen, maar dan moest ik wel naar een andere school. Vanwege de boomkwekerij thuis heb ik de middelbare tuinbouwschool in Horst afgemaakt en ben ik halve dagen bij mijn ouders in het bedrijf gaan werken en halve dagen voor mezelf: eigen paarden en rijden voor andere mensen, de verzorging van de fokmerries, noem maar op.”

De kwekerij midden in de Peel werd in 1999 verkocht omdat er natuurgebied moest komen: “Toen moesten we wat anders. Mijn vader vroeg me: wat gaan we nou doen? Ik zei: ik ga verder in de paarden. Nou, zei hij, dan ga ik niet een nieuwe boomkwekerij starten. Hij wilde altijd al graag naar Frankrijk. Hij zei: we gaan er eens kijken, als je paarden wilt houden, moet je grond hebben. Wij naar Normandië. Ach, wij waren geen mensen van de vakantie, nooit ergens geweest. Eind 2000 hebben we daar een bedrijf gekocht, Haras du Buisson, met drie huizen, 65 stallen, alles omheind met hout, met automatische drinkbakken, op 92 hectare kleigrond. Heel rijke grond, met een klein beetje kunstmest konden de paarden er al niet meer op, zo blauw van de stikstof, zo’n rijk gras, dat heeft me ook een paard gekost. In november 2000 ben ik er alleen heen gegaan, ik was 20, met 30 paarden, waarvan 15 fokmerries en een stuk of 5 concourspaarden. We hadden in Helenaveen meer dan een miljoen planten, die moesten verkocht worden. Vader zei: je gaat maar vast vooruit. Mijn moeder zei dan: maar hij is nog zo jong. Zei m’n vader: als hij het nou niet leert, leert hij het nooit meer.”

Haras du Buisson in Normandië

Gijs zette een paardenbedrijf op in Frankrijk maar dat ging niet zonder slag of stoot. Tegenwoordig maken ze er tv-programma’s over. “Vooral het eerste jaar was best moeilijk. Van 15 fokmerries werden het 20, en al snel groeide het uit tot 100 paarden. Een oudere Fransman die er vroeger al werkte, hielp me. De dierenarts woonde heel ver weg, toen zei vader: we kopen een scanapparaat, kunnen we zelf scannen en insemineren, zorg dat je het onder de knie krijgt. Dat bespaarde ons een hoop kosten. Mijn ouders zijn twee jaar later gekomen. We hebben het probleem van de afzet van paarden in Frankrijk onderschat, dat is gewoon niet zoals hier. Wij zijn een handelsland, dat is daar echt anders. Erlangs had ik ook een houthandel opgestart. In Frankrijk werden alle weilanden afgemaakt met spoorbielzen, en hier moesten ze allemaal vervangen worden door beton, een spoorbiels was hier chemisch afval. Dat groeide in een jaar van 300 naar 20.000 bielzen per jaar, het liep als een tierelier. Plus leggers om ze te bevestigen, plus weipalen, zeker 6000 per jaar, plus paardendekens, en daar kwamen weer zoutblokken bij.  Alleen de afzet van die paarden, dat lukte niet.”

“Toen we 9 jaar in Frankijk zaten, zei ik tegen mijn vader: of het dit nou is, ik weet het ook niet. Ik hoef alleen maar te werken, ik heb hier verder niks, geen relatie, niks, alleen maar werken. Komt bij toeval de buurvrouw langs, die had een kasteel, wilde 45 hectare terugkopen hebben die ze ooit verkocht had aan Haras du Buisson. We hebben gezegd: alles of niks. Daar ging nog een half jaar overheen, komt ze terug: ik wil alles kopen. Eind 2009 hebben we het bedrijf verkocht, voor bijna het dubbele voor wat we ooit gegeven hadden, dat was wel goed. Mijn vader deed het met pijn in het hart. Dit krijg je nooit meer, zei hij. Heb ik gezegd: Dat weet ik, maar altijd werken is ook niet alles. Ik wilde mijn paardenbedrijf rendabel maken. Dat lukt het een jaar wel, het andere jaar niet.  De houthandel maakte het vaak goed. We hebben iets in Nederland gezocht en een bedrijf in Egchel gekocht. We zijn met de beste fokmerries verder gegaan.”

“Maar in 2010 kwam ook de crisis, hebben we het echt heel zwaar gehad. Ik heb veel paarden moeten laten gaan voor geld….ik zou willen dat ik die paarden vandaag de dag had.  Gelukkig hadden we een spaarpot, anders had ik het niet overleefd. Komt Ben van Mierlo bij mij: Gijs, kun jij een paar paarden zadelmak maken? Dat sprak zich vrij snel rond, echt heel snel. Nou heb ik er zeker 100 per jaar. We hebben een rijhal van 20 x 40, 27 stallen, een woonhuis voor mijn ouders, en ik woon boven de inpandige garage. Ik voer nog altijd de naam Du Buisson, da’s toch promotie van je stal. Het zadelmak maken blijf ik gewoon doen, daarnaast fokken, dit jaar krijgen we 10 veulens. De beste stammen die ik had, hebben we nog steeds, de stammen waar structureel goede springpaarden uitkomen. De veulens bied ik vaak aan bij de veulenveiling Midden-Limburg. Minimaal elke week ga ik op concours, van BB t/m 1m40. Ik hoef niet per se 1m40 te rijden, ik rijd er liever een in het L die ik kan verkopen dan een in het 1m40 die er af en toe een uitlepelt. En nou heb ik wel een vriendin, Julia van Benten, we gaan samen het bedrijf voortzetten.”

Het bedrijf Du Buisson in Egchel

Iemand die zoveel paarden zadelmak maakt, heeft ook een mening over paarden: “Met de fokkerij gaan we de verkeerde kant op, we zijn veel te commercieel bezig. We maken de fokkerij heel smal, we letten te weinig op het karakter. Veel mensen snappen al niet de definitie van het woord bloed. Voor mij is dat de drang om te werken. Ik had vroeger een Naturel x Eclatant x Beiaard, maar bloed! Die kon je twee uur rijden. Maar het was geen bloedtype. Aan het eind van het liedje is 95% voor de amateur en semi-professioneel, die alleen kunnen rijden als ze een fijn rijdbaar paard hebben. We rennen allemaal naar Cornet, Kannan, Emerald of Comme Il Faut, die gaan voor veel geld weg. In Frankrijk in de draverswereld zijn hengsten gelimiteerd, ze willen hun bloedspreiding zo breed mogelijk houden. Dan komen ook de goede naar boven die je eerst niet in de gaten had. Dat moeten we hier ook doen. Een fokker met een veulen heeft dan iets exclusiefs. Zit je niet in de groep Verdi, dan neem je een andere Quidam of een Verdi-zoon. Nee, ze vliegen met z’n allen op die paar hengsten af. En klonen of ICSI? Dat is niet vooruit werken. Wat geweest is, is geweest. Let op, we zijn grandioos vooruit gegaan. Als ik kijk waar de mensen nu mee rijden….daar durfden we vroeger alleen maar van te dromen.”

De fokkerij van Gijs van den Mortel heeft al heel wat goede springpaarden opgeleverd: “Zeus du Buisson, die met Santiago Lambre voor Mexico loopt. Of Kodarco, die als 8-jarige al Spruce Meadows liep met Ali en de Derby van Hamburg met Jorg Naeve. Rudicon du Buisson en Renoir du Buisson, volle broers van Mr. Blue die alle twee 1m60 sprongen. Dakota du Buisson met Suus Kuyten (v. Dutch Capitol). En bij Rob van Bussel staat nu een heel goede 7-jarige, Chica du Buisson Z, een Galvaro x Mr. Blue. We verdienen de kost, betalen alle rekeningen. Maar ik blijf wel zoeken naar het optimale rendement, dat je er bovenuit groeit. Dan zou het wel mooi zijn als ik de absolute crack zou kunnen fokken….”

Gijs van de Mortel met onafscheidelijk petje, met Julia van Benten en de 6-jarige Dacota du Buisson Z, volle broer van Dakota du Buisson waar Suus Kuyten 1m50 geklasseerd is.

Lotte van den Herik: het hele revalidatieproces duurt nog wel een paar jaar

Lotte van den Herik: het hele revalidatieproces duurt nog wel een paar jaar

Haar moeder en haar oudere zus Nikki reden paard. En hoewel hockey de sport was van de Rotterdamse Lotte van den Herik, dacht ze op haar 11e: misschien moet ik dat ook maar eens gaan proberen. Nu op haar 19e staat de eerste Grand Prix-proef op de planning, ondanks dat vreselijke ongeluk dat haar twee jaar geleden overkwam….

Lotte van den Herik studeert en ze rijdt paard. Dat doen er meer. En toch is het verhaal van Lotte een geheel eigen verhaal. Om te beginnen met haar studie, forensisch laboratoriumonderzoek aan de hogeschool Avans in Breda: “Ik wil heel graag daarna pathologie gaan doen, zeg maar lijkenonderzoek, een beetje CSI-achtig. Als het met de paarden niet lukt, dan is de kans best groot dat ik dat ga doen. Maar ik doe er alles aan om in de paarden te kunnen gaan, ben er nu zeker vijf uur per dag mee bezig. Je moet het wel willen, niet naar een feestje gaan omdat ik de volgende dag wedstrijd heb. Mijn vrienden zeggen dan: kan ze weer niet mee. Elke dag ben ik om kwart over 6 op, hoor ik ze zeggen: mevrouw is weer moe hoor…in mijn klas zitten vooral studenten die het studentenleven willen leiden. Je komt er zo wel achter wie je beste vrienden zijn. Gelukkig heb ik ook vriendinnen met paarden, die snappen het wel.”

Op de Rotterdamse manege reden zus Nikki en moeder Stephanie op paarden van de manege: “Ik heb het een jaar bekeken en toen gedacht: misschien moet ik dat ook eens gaan proberen. Maar ja, als je echt wilt leren rijden, moet je toch een eigen paard hebben. Mijn opa Jorien van den Herik heeft toen een paard gekocht maar dat moest ik delen met een moeder die vooral de bossen in wilde en een zus die wilde springen. Met Tobijan ben ik dressuur gaan rijden en toen ik L1 reed, wist ik eigenlijk al dat ik naar een hoger niveau wilde. Ik vond het zó leuk, die wedstrijdspanning, het voorbereiden en alles, ik ben gestopt met hockey, hoewel ik dat best op een niveau deed. Ik dacht: ik ga de paarden in! En toen zei opa: als je het echt zo leuk vindt, krijg je een eigen paard.”

“Via de Vereniging Eigen Paard kwamen we terecht bij Horsedating. We hebben toen geen paard gevonden maar wel Frenk Jespers leren kennen. We hebben paarden gezocht op internet, dan ging hij mee om te kijken. Als beginner heb je daar gewoonweg niet alle kijk op. Het paard was Desperado, een Valdez x Rubinstein, ruim 4 jaar oud. Ik heb ‘m zelf opgeleid naar het Z. Toen wist ik het zeker: dit is wat ik wil. Internationaal rijden straks en jonge paarden opleiden. Ik had les van Barbara Koot en Bob Tenwolde, werd geselecteerd voor het talententeam Zuid-Holland, kreeg ook les van Mathie Boomaars. Ik was toen een jaar of 14.”

Om hogerop te kunnen komen, bleek Desperado op dat moment toch niet de juiste partner voor Lotte: “Ik wilde graag kaderwedstrijden rijden, daar zou ik met Desperado geen kans hebben. Maar ja, hij was wel mijn alles, had hem zelf opgeleid naar het Z. We hebben hem toch verkocht, aan iemand in Nederland waar hij het supergoed heeft. We hebben anderhalf jaar gezocht naar een opvolger, het is zo moeilijk om een paard te vinden dat goed genoeg is en dat niks mankeert. Ik had in Rotterdam toen naast school genoeg paarden te rijden voor andere mensen dus ik hoefde niet stil te zitten. Via Frenk zijn we bij Dominique Filion terecht gekomen, bij haar bij de Selevia Hoeve in Werkendam stond Darlinde in training, een Gribaldi x Contango-merrie. Ze had ZZ-Zwaar gelopen, ik ben met haar in het Z begonnen. Maar opa zei: moet je niet een paard hebben waar je meer van leert? Dat werd Winner, de San Remo x Gribaldi waarmee Kim van der Velden reed, die stond bij dressuur- en africhtingstal Jespers in Teteringen op stal. Ik heb er heel veel van geleerd. Ik had nog nooit een serie gesprongen, nog nooit een wissel. Als je dat met zo’n ervaren paard leert, kun je het ook toepassen op de merrie. Ik ben begonnen in het Z en ik mag met Winner nu Grand Prix starten.”

Lotte is bepaald niet iemand die anderen het werk laat doen: “Ik hoor natuurlijk ook wel: lekker makkelijk jij met je Grand Prix-paard, koop een goed paard, ga erop zitten en dan lukt het.  Maar zo werkt het absoluut niet. Je kan gewoon niet hoger komen met paardrijden als je geen goed paard hebt. En het is niet zo dat je altijd met een Grand Prix-paard hoog kunt rijden. Het paard doet het niet vanzelf. Ik doe best veel voor de paarden, die nu bij Frenk Jespers staan. Ik train ze zelf, ik poets ze een half uur voor het rijden en een half uur erna, ik mest de stallen uit, allemaal naast de studie. Je moet ook een band met je paard opbouwen, voor mijn gevoel gaat het paard dan ook veel meer voor je doen.”

Opa Van den Herik, bekend van Feyenoord, stelde de goede vragen en zorgde ervoor dat de goede paarden beschikbaar kwamen: “Mijn opa snapte het in het begin helemaal niet. Had ik 70% gereden, zei hij: waarom geen 100%, je hebt het toch goed gedaan? Haha, Frenk heeft hem superveel geleerd, hij leert steeds een beetje meer. Toen ik mijn punten had voor de Grand Prix, was hij er ook bij, was hij ook superblij, heel leuk om te zien. Hij begint het wel steeds beter te begrijpen. Mijn moeder heeft vroeger wel veel gereden, maar vooral springen. Eigenlijk vindt ze dressuur een beetje getut allemaal. Maar ze vindt paarden geweldig, en ze vindt het heel leuk dat ik er zoveel voor doe en er zo mee bezig ben. Ze heeft heel veel gesjouwd, heel wat autogereden voor mij. Al die ritjes naar Werkendam, of naar Frenk Jespers.”

Twee jaar geleden, bij het stappen op de merrie in de manege van de Selevia Hoeve, zorgde een klein schrikmoment voor een enorme domper op de sportplannen: “Ik deed de rits van mijn jas dicht en de merrie schrok van dat geluidje, ze schoot naar voren. Ik viel, precies op mijn stuitje. Ik ben afgevoerd naar het ziekenhuis in een ambulance, kon niet opstaan of niets. Ik was verlamd, ik kon helemaal niks meer vanaf mijn borst, ik kon eigenlijk alleen mijn armen bewegen. Maar ik was zo verdoofd, ik realiseerde het me niet, ik was van de wereld af. In het ziekenhuis zeiden ze: als je morgenvroeg zonder gevoel wakker wordt, hebben we een heel groot probleem. Er was niks gebroken, zeiden ze, maar ja, wat was het dan? Het kon zijn dat het ruggenmerg gekneusd was. ’s Ochtends werd ik wakker met een soort van gekke tinteling, en dat was goed, ik mocht de volgende dag weer naar huis.”

“Een week later ben ik met hulp van iedereen weer op het paard geklommen, vanuit de rolstoel. Ik heb een rondje gestapt, maar daarna heb ik drie maanden thuis gezeten. De merrie werd in de tussentijd getraind door Annika Roodhart, Dominique Filion was toen al naar Rusland verhuisd. Ik heb lang in een rolstoel gezeten, en later kon ik niet op een houten stoel zitten. Voor het havo-examen hebben we bij de commissie een speciale stoel aan moeten vragen. Na een hele tijd heb ik toen toch weer mijn eerste wedstrijd gereden, een kaderwedstrijd bij de junioren. Een half jaar later moest ik van mijn fiets afstappen omdat ik enorm aan het trillen was. Ik terug naar het ziekenhuis: bleek dat mijn rug op twee plaatsen gebroken was. Ik heb heel veel geluk gehad, eigenlijk is het een wonder wat ik allemaal kan doen. Bij je staartbeen zitten allemaal kleine zenuwtjes, ik was zo hard gevallen dat daar ook alle zenuwen waren geklapt. Omdat het ziekenhuis zei: je mag naar huis, kreeg mijn lichaam niet de tijd om alles te herstellen. Dat bleek de grootste fout. Het hele revalidatieproces duurt nog wel een paar jaar, ik ben nu bijna pijnvrij. Er zijn best dagen dat ik denk oei, best wel pijnlijk, maar je gaat er ook wel mee leven, en het vooruitzicht is goed. Ooit hoop ik elke dag pijnvrij kunnen leven. Als ik geen paard had gereden? Dan had ik ook niet zo’n leuk leven gehad!”

En nu? “Ik wil heel graag U25 gaan rijden, hopen dat ik in een kader kom, dat lijkt me wel heel gaaf. In juli ben ik jarig, dan word ik 20, het zou gaaf zijn als ik dan mijn eerste Grand Prix gereden heb. Maar ik ga niet te snel, ik ga het pas doen als ik het echt kan. Gelukkig helpt mijn trainster Kim van der Velden me altijd, echt trainen doen we zo’n twee keer in de week. Voor mij is het allemaal nieuw, ik moet al heel blij zijn dat ik dit bereikt heb.” Begin juni staat de andere volgende stap gepland: de verhuizing naar de eigen accommodatie in het West-Brabantse Schijf, waar VDH Stables straks beschikt over 18 boxen, een binnenbak van 20×60, opfokboxen, een woonhuis en natuurlijk grond voor de paarden: “Het is echt een droom om te gaan werken met de veulentjes, de jonge paarden, en ze dan op te leiden. Als een training goed gaat, dat gevoel is zo heerlijk. En als je dan ook nog een wedstrijd wint…..”

 

 

Jos Brinkman: we geven de hobby paardensport niet op

Jos Brinkman: we geven de hobby paardensport niet op

Praten met Jos Brinkman is een reis door een tijd van veranderingen, op allerlei gebieden. De man uit Twello die in Twente terecht kwam, draagt een schat aan hippische ervaring met zich mee. Van zijn hobby heeft hij in dubbel opzicht zijn werk gemaakt: als instructeur op het Zone.College en natuurlijk als parcoursbouwer, zijn grote passie.

Jos Brinkman werd eind jaren ’50 in Twello geboren in een gezin met 5 jongens en 3 meisjes, een gezin ook met naam en faam in de paardenwereld: hengstenhouderij Brinkman. Meer dan 140 jaar is het bedrijf steeds overgegaan van vader op zoon en ook Jos was een soort van voorbestemd om in de hengstenhouderij te gaan werken: “Alle vrije uren ging ik met m’n broer Willie mee die zich toentertijd over de  Shetlander-hengstjes ontfermde, we hadden er in de toptijd wel een stuk of 7. Mijn vader reed met twee, drie grote hengsten, met namen als Irco Polo, Halewijn, Minister of Mirco. En we hadden toen ook nog drie koudbloedhengsten op stal, de Belgische trekpaarden, dat weet ik nog heel goed. En vaak met pa mee naar de hengstenkeuringen, van de New Forest, de Shetlanders, het KWPN, eigenlijk alles.”

“Willie en ik zouden samen de hengstenhouderij overnemen maar toen kwam het hele KI-gebeuren, het was best de vraag of je daar met twee gezinnen van zou kunnen leven, eigenlijk best een heel groot vraagteken ja. Toen zat ik al in Almelo bij handelsstal Heerdink, de stal die bekend was als De Mooie Vrouw. Willie ging daar in de winterdag altijd al naar toe. En ik in de schoolvakanties. Je moet weten, in de winter kocht mijn vader een paar varkens en koeien om ook in de winterdag bezig te zijn. Zo ging dat toen in de jaren ‘70. Ik was een jaar of 15 of 16, zat op de mavo. Gerard Heerdink zei altijd: blijf maar hier, ga maar van school af. Maar ik heb de mavo afgemaakt.  Mijn ouders wilden graag dat ik doorstudeerde omdat ze niet geloofden dat ik met die mavo werk kon krijgen, maar daar had ik weinig zin in.”

“Toen ik mijn diploma had, was ik de maandag erna al aan het werk. Op een manege in Hattemerbroek bij Zwolle, gewoon het manegewerk. Ik was een jochie van 17, gaf heel veel les, en toen ben ik ook begonnen met de commandantencursus, wat toen de eerste fase van de instructeursopleiding was. En toen vroegen ze bij dierenarts dr. Mulder in Emst personeel. Zijn zoon Michiel Mulder reed eventing wedstrijden, ik verzorgde de paarden en hielp mee in de praktijk. Ik denk dat dr. Mulder de eerste dierenarts van het KWPN was. Hij was de eerste man van de zenuwsnede, wat toen vrij normaal was als er problemen waren met de hoefkatrol. Hij was ook de man van het eerste cornage-onderzoek. En hij begon met röntgenfoto’s, met een apparaat dat hij van het ziekenhuis gekocht had. Ik was er intern, heb het allemaal meegemaakt, een jaar of drie.”

Eind jaren ’70 verhuisde Jos Brinkman naar Twente om te gaan werken bij De Mooie Vrouw:  “Ik was er intern, daar werkten ook Paul Hendrix, Martin Hulshof en Willie van der Ham. Peter Geerink kwam er heel veel, kruimeltje noemden we die omdat hij zo klein was. Ik heb er veel mensen leren kennen, deed daar ook de handel. En een beetje rijden en in de weekenden op concours, ik was toen ZZ-springen, M-dressuur en M-samengesteld. En heel veel de boer op om paarden te zoeken, naar alle markten, Hedel, Zuidlaren, Elst. In deze tijd heb ik de ORUN-cursus verder gevolgd, het was de tijd van Lammert Haanstra, Wim Bonhof en Johan Hamminga. Er ging een hele wereld open voor ons, ik heb er heel veel geleerd in een leuke groep. Ik ben allround geslaagd, dat was in die tijd niet anders. Jammer dat het later gesplitst is, de allerslechtste zaak. Ik vind dat ook een dressuurinstructeur de basis van het springen moet weten, ook cavaletti lopen is goed voor een dressuurpaard, daar ben ik van overtuigd. Om maar iets te noemen. Ik heb toen heel veel lesgegeven, soms wel aan drie, vier of vijf verenigingen. En als gastinstructeur voor de lesweken, dat was toen een bekend iets hier in Twente. Ik mocht ook alles jureren. Het was geen dik loon maar ach, ik was vrijgezel.”

Dat veranderde toen Jos Gerda leerde kennen: “Op vrijdagavond gaf ik les aan de vereniging St.-Hubertus en van de Looleeruiters kwamen daar ‘s avonds altijd mensen naar de kantine, ook Gerda. Het was het ouderwetse verenigingsleven, enorm gezellig. Ik kwam erachter dat zij ook de instructeurscursus volgde. Gerda was een bekende springamazone in Twente, bekend van de NCRV springtrofee die toen op TV kwam. We zouden best willen trouwen als we ergens een vrijstaand huis konden vinden. Dat is nou 36 jaar geleden, in 1981, en we wonen nog op dezelfde plek, in Albergen. Met buitenbak, stallen, een heel mooie plek. Op 14 augustus hebben we feest gegeven, met 80 paarden en vijf koetsen zijn we getrouwd. We hebben zoon Tom en dochter Pia gekregen, en inmiddels ook drie kleinkinderen, prachtig. Tom heeft met de Engelse Emma zijn eigen springstal, Pia rijdt hobbymatig en woont samen met Bart Blaauwgeers die bij Team Nijhof werkt.”

Lune, de oudste van Pia

““Ik heb ongeveer 8 jaar bij De Mooie Vrouw gewerkt, toen stopte het bedrijf. Dat kwam best als een harde klap aan. Het was altijd hard werken voor weinig geld. Na De Mooie Vrouw ben ik gestopt met het werken in de paardensport, even later kon ik aan het werk als varkensdrijver. Verschrikkelijk om te doen. Na een paar maanden mocht ik daar ontvanger worden, met klanten praten, de binnenkomende varkens tellen. Ik heb het een jaar of 7 gedaan, elke morgen vanaf 4 uur, half 1 weer thuis, heel even slapen en dan rijles geven en parcours bouwen. Ik verdiende geld wat ik nog nooit verdiend had in de paardenwereld! Ik ben ook een tijdje tegelzetter geweest en ik ben een hele tijd chauffeur voor een verswarenbedrijf geweest, van vlees tot groente, van alles wat. De paardenbusiness was puur hobby, mijn passie. Op een gegeven moment moest ik daar op kantoor komen: het wordt voor ons toch moeilijk, we stoppen met die vrije dagen voor jouw concoursen, te veel geregel. Oké, dan stop ik, heb ik geantwoord. Hij zegt: hoe bedoel je? Voor mij was het simpel: we geven de hobby paardensport niet op.”

Bliss is de jongste dochter van Pia, hier thuis in de stallen  bij opa en oma

Emma en Tom Brinkman met hun dochtertje Evie

“In diezelfde tijd bouwde ik Expo on Horse. Mijn broer Willie zat op de tribune en die hoorde dat ze bij het AOC – Oost nog iemand voor de praktijklessen zochten. De volgende dag heb ik gebeld: jij hebt mijn baan in handen zei ik tegen die mevrouw. Ik ben gaan praten, vier man tegenover me, had ik nog nooit meegemaakt. Twee dagen later kreeg ik bericht: of ik kon komen voor mijn tweede gesprek.  Ik werd tijdelijk aangenomen als instructeur/onderwijs-assistent. Ik ben begonnen zonder dat ik wist wat ik precies moest doen. Het was leren parcoursbouwen, stagebedrijven bezoeken, longeren, toiletteren, opscheren, spring- en dressuurlessen, leren lesgeven en zo. Met het nieuwe schooljaar dat volgde, kreeg ik een vaste baan. En nou werk ik er 25 uren in de week, da’s meer dan voldoende bij mijn hobby, ik kan het goed combineren. Zuidbroek valt voor een gedeelte in de kerstvakantie, bij Jumping De Achterhoek en bv Jumping Schröder helpen de studenten van mij mee.”

Leerlingen van het Zone.College, eerder AOC Oost

Voor Jos Brinkman is het vak van parcoursbouwer een passie als zzp’er, sinds 2008 voor 1m50-parcoursen en sinds 2016 zelfs met de internationale status voor de 5*-wedstrijden: “Ik ben begonnen bij Marinus Vos, mijn allergrootste leermeester. En ik heb later veel geleerd van mensen als Louis Konickx, Rob Jansen, Olaf Petersen, Linda Allen en Frank Rothenberger: van iedereen steek je wat op. Gelukkig ben ik vanaf het begin dat ik geslaagd was, best veel gevraagd. In de loop van de jaren is ook het parcoursbouwen veranderd. Alle afstanden zijn wel een meter verder dan toen ik begon. Vroeger bouwde je 24 meter, de laatste jaren toch makkelijk 25 meter voor 6 galopsprongen. Een paard galoppeert meer, overal staat nog 3m5 of 3m80, maar ik denk zeker 4 meter, vooral op een goede zandbodem. De paarden zijn veranderd, de bodems zijn veranderd. Het rijden is veranderd omdat ook de paarden veranderd zijn. De afstanden zijn afhankelijk van zoveel factoren: bodem, grootte piste, kleuren, materialen, waar rij ik naar toe, wat is de achtergrond, noem maar op, het heeft met zoveel dingetjes te maken. Ik probeer creatief te zijn, nooit hetzelfde, veel variatie.”

De combinatie met het onderwijs is voor Brinkman ideaal: “Ik hoop dat ik dat kan blijven behouden. We doen het als school heel goed, maar er zijn minder kinderen, dat beginnen we nou langzaam te merken in het middelbaar onderwijs. Het parcoursbouwen hoop ik zonder meer nog een paar jaar te doen. Ik bouw zo’n 40 weekenden per jaar met plezier, met heel veel liefde en passie, dit jaar voor de 27e keer Zuidbroek, voor de 28e keer Ambt-Delden. Dat kan alleen als je veel varieert. Of ik nog op de hengstenhouderij kom? Zeker! Ik heb lang geholpen als ringmeester bij de paasshow, Koen en Marco hebben de hengstenhouderij van hun ouders overgenomen, ook dat is enorm veranderd. Maar wij komen nog altijd graag in Twello bij de Familie!”