‘De paardenwereld zou zich veel beter moeten organiseren. En wij als paardenmensen moeten dat veel beter ondersteunen, met de jeugd voorop. Want elk jaar wordt er een hapje van de paardenkoek gehapt, elk jaar wordt de koek kleiner. Maar als we zo doorgaan, is er over 20 jaar geen koek meer.’ Woorden van Kees van den Oetelaar die zich zorgen maakt over de toekomst.
Praten met Kees van den Oetelaar betekent dat allerlei aspecten van de paardenwereld voorbijkomen. De grote lijn: we zullen de paardenwereld in alle aspecten positief èn in gezamenlijkheid moeten bekijken èn uitleggen en promoten. Dat is nodig voor de fokkerij, de liefhebberij, de handel maar ook voor de topsport. ‘We gaan de geschiedenis niet weggooien. Want het is altijd zo geweest: paarden kunnen niet zonder mensen en mensen kunnen niet zonder paarden. En ik vind al jaren dat de jeugd beter betrokken moet worden, daar moet het vandaan komen.’ Lees hier zijn verhaal.
Topsport We hebben geluk dat we in Nederland mensen hebben als Eric Berkhof, Martha Ortega, Bill Gates, Ellen en Ivo Campagne van Stoeterij Sterrehof, Simon Frederiks van de paarden van Jur en Wim van de Leegte. Dat is geweldig, dat wij in deze positie zitten met deze betrokken mensen. Eric Berkhof ken ik het beste, als ik zie wat zo iemand voor de paardensport doet, dat is niet normaal. Paarden aanhouden voor het Nederlandse team. Dat zou hij ook doen als hij geen eigenaar van Van Mossel was, zozeer zit die drive er bij hem in. Als we die mensen niet hadden, was de spring-topsport in Nederland niet mogelijk. En als die mensen ophouden, hebben we een groot probleem. Daarom moeten we tegelijkertijd zorgen dat we verder kunnen, dat we er niet van afhankelijk zijn.
Landelijk talent Volgens mij moeten we de breedte van de sport ook meer kans geven. In het gewone landelijke circuit zitten een heleboel getalenteerde paardenmensen die gewoon geen kansen krijgen. Waarom zorgen we niet voor een ruiterfonds in plaats van een paardenfonds? Zodat de meest getalenteerde jonge mensen, types als Siebe Leemans, Max van de Pol of Logan Fiechter een betere kans krijgen. En zo kunnen we er nog wel een paar meer noemen. Nou hebben we het Nederlands Olympiade Paard, waardoor mensen als Martha Ortega, de eigenaresse van Zara, Bill Gates van Microsoft, de familie Glock en noem maar op, elke maand geld van ons overgemaakt krijgen. We ondersteunen in de sport de mensen die geen ondersteuning nodig hebben. Dat zouden we op een andere manier moeten doen want het is wel geweldig wat zij voor ons betekenen.
Waardering Het eerste Rabobank Talentenplan in 2000 had Rianne Nalis als winnaar. Dat was goed gezien, zo iemand heeft de kans gekregen bij Piet Raijmakers om het vak te leren. Daarna moest zo nodig Maikel van der Vleuten zoiets winnen. Nou, als iemand die begeleiding niet nodig had….let wel, een vorm van waardering moet er wel zijn naar eigenaren. O’Bailey werd Nederlands kampioen met Maikel, ongelofelijk trots was ik. Maar dan komt er geen enkele reactie van de KNHS, het KWPN had ‘m niet op de site staan terwijl het toch een erkende hengst is. De KNHS had misschien een bloemetje kunnen sturen met een kort briefje als: bedankt Oetelaar dat je dat paard houdt voor de sport. Maar het lijkt erop dat de KNHS vooral zichzelf promoot. Trouwens, de Nederlands kampioen kreeg € 1500,-, dat moest het concours zelf betalen. Voor mij persoonlijk is dat niet zo belangrijk, daar loop ik te lang voor mee. Maar er zijn ook andere typen eigenaren die zo’n blijk van waardering enorm op prijs stellen. Want we moeten zorgen dat die mensen hun paarden blijven houden voor onze sport.
De Spelen De Olympische Spelen zijn voor onze paardensector van vitaal belang. Dat is het uithangbord voor de hele wereld, dat merken we in de liefhebberij in Nederland, in de fokkerij, in de handel, in de sport. We zullen iets moeten verzinnen om ervoor te kunnen zorgen dat de paarden die we voor een Olympiade op het oog hebben, een heel gerichte planning kunnen volgen, los van de andere paarden van de ruiters en eigenaren. We moeten ons realiseren dat met het minste of geringste een combinatie kan zijn uitgeschakeld. En we moeten ervoor zorgen dat de paarden niet overnomen worden, dat ze hun top gehad hebben als de Spelen nog moeten beginnen.
Maikel van der Vleuten met Willem van den Oetelaar, zoon van Kees en Linn Kvernes
Met één mond En als we het hebben over promotie: voor de toekomst van onze paardensport moeten er een hoop dingen veranderen. Op de eerste plaats zou de paardenwereld dat veel beter moeten ondersteunen, we zouden een paar mensen moeten hebben die onze sport breder oppakken en uitdragen. De paardenwereld spreekt niet met één mond. Als er iemand uit de paardensector in een praatprogramma gevraagd zou worden, hebben we niemand die daar een goed verhaal namens ons allemaal kan brengen. Mensen als Mart Smeets met hun sportredacties hebben ons niet erg vooruitgeholpen. Die hadden een hekel aan paardensport, tenminste, zo leek het. Maar de mensen van die redacties vergeten dat paarden niet zonder mensen kunnen en mensen niet zonder paarden. Terwijl dat in onze buurlanden er heel anders aan toegaat.
Er wordt aan de paardenkoek geknabbeld zonder dat we daar eensgezind samen iets van vinden. Het is veel te veel versnipperd. Ook een bond als de KNHS lijkt vooral vanuit het eigenbelang te handelen. Niemand praat namens de hele paardenwereld. Onze jeugd moet zorgen dat die paardenkoek blijft bestaan. We hebben heel hard vertegenwoordigers namens ons allemaal nodig. De Sectorraad heeft in die zin ook geen autoriteit of draagvlak. Hopelijk hebben ze hun kerntaak bij crisissen wel op orde maar dat betwijfel ik.
Begrip We moeten het met elkaar weer mooi gaan vinden. Je moet niet vergeten dat bijvoorbeeld de landenwedstrijden en andere topsportevenementen enorm belangrijk zijn voor de hele paardenwereld. Ze zijn een grote toevoeging voor de fokkerij, de handel, de stimulans om te gaan paardrijden, het bestaan van maneges, noem maar op. Daar hangt veel aan vast. In het bestuur moeten we mensen krijgen die daar begrip voor hebben, die niet denken vanuit het belang van één bond. En ja, die topsportevenementen zullen ook veranderen. Ik was naar de Hamburgse Derby aan het kijken, zo’n enorm traditioneel concours. Heb ik Eric van der Vleuten gebeld: Eric, over een paar jaar is er geen Derby van Hamburg meer.
Trots op Verdi
Financiers De paardensector is een grote sector met heel veel belangen. Maar jonge mensen moeten vechten om daarin vooruit te komen. Neem een jonge ondernemer, 20 jaar, die heeft geld nodig van de bank. Als de mensen van de bank achter het huis komen en ze zien een paardentrailer, dan draaien ze meteen om. We hebben zelf ook wel gezorgd voor genoeg schandalen, daar wordt dat soort mensen voorzichtig van. Jonge paardenmensen geven het op omdat het veel te duur wordt, dat is de realiteit. En voor de belastingdienst is het moeilijk te volgen omdat er zoveel emotie bij zit. Een paard dat miljoenen waard was, kan over een paar maanden tienduizend waard zijn, vertel mij wat. Moet ik daarom als paardenliefhebber een paard als O’Bailey verkopen? Nee toch? Maar financiers snappen dat maar matig.
In België is er tegenwoordig veel meer promotie voor de sport. Op alle niveaus. Als je daar een wedstrijd voor jonge paarden organiseert, komen er duizend mensen kijken. Bij ons staan er vijf eigenaren. Hoe komt het dat daar veel meer jonge ruiters een icoon zijn dan in Nederland? Jonge mensen die vanuit fokkers en hengstenhouders veel meer kansen krijgen dan bij ons. Het is ook ongekend hoe een relatief klein stamboek als het BWP met iets meer dan 3500 veulens de Belgische springpaarden zo op de kaart heeft weten te zetten. In Nederland hebben we bijna vier keer zoveel veulens.
Fokkerij Ik snap dierenactivisten wel. Er zijn een hoop mensen in Nederland die weinig verstand hebben van het verzorgen van dieren. Maar let op: van de andere kant zijn er ook mensen die dieren slecht verzorgen, ook in de paardenwereld. Dus ze hebben wel een rol. Ik durf te zeggen dat ik mijn paarden altijd goed verzorg, in de toekomst wordt paardenwelzijn hèt ding. Alleen, je moet paarden hebben die je kúnt verzorgen. Die je kunt benaderen, die een mens begrijpen, die van mensen meer accepteren, die zonder dwang meer accepteren. Daarom is het een belangrijke taak voor de stamboeken om ruiters beter te betrekken bij de fokkerij.
Wij moeten in de toekomst in onze fokkerij rekening houden met comfortabel te rijden paarden. Een hengst als O’Bailey wordt gereden zonder sporen, ja misschien met een dun spoortje, zonder zweep, dat wordt in de toekomst in onze fokkerij heel belangrijk. In onze fokkerij moeten we daar rekening mee houden. We zullen moeten selecteren op rijdbaarheid, op makkelijke galop, op comfort, en ja ook op kracht, op makkelijk denkende paarden. In de toekomst hebben we een heel ander paard nodig dan 25 jaar geleden. Paarden die op een eerlijke manier gereden moeten kunnen worden.
In mijn hengstenhouderij houd ik daar rekening mee. In onze stamboeken zullen we daar rekening mee moeten houden. In onze fokkerijen ook. In gezamenlijkheid is er nog heel veel in te halen. Op karakter, op rijdbaarheid. Dat moeten we met elkaar onderkennen. Wat mij betreft aangevoerd door de jeugd, want het is hun toekomst. Geloof me, de koek kan een keer op.
Patricia van Iersel is al 21 jaar de manager van de SRR, zeg maar het ruiter- en menbewijs. Ze vertelt over de verandering die de SRR voor ogen heeft: ‘Waar vroeger de verkeersdeelname het belangrijkste was, gaan we nu steeds meer de nadruk leggen op het welzijn van het paard.’
‘Omdat dat nu steeds belangrijker wordt. Het is maar de vraag of en hoe we straks nog kunnen rijden. De publieke opinie, flink gevoed door allerlei media, is niet echt vóór. We moeten oppassen dat we als paardenmensen niet meegetrokken worden in de houding dat niks meer kan, op allerlei terreinen. We moeten echt het tij keren, anders gaan we de boot in.’
Bewijs ‘Ik denk dat het belangrijk is dat we kennis zo breed mogelijk delen en goed toegankelijk moeten maken voor iedereen die zich erin wil verdiepen. Voor niet-paardenmensen, maar ook voor paardenmensen. Want ook onder paardenmensen zie ik goedwillende, onbedoelde maar wel foutieve aannames en handelingen. Er is behoefte aan opleiding en openheid. Het vernieuwde ruiterbewijs is een bewijs dat je je in elk geval verdiept hebt in alles rondom je paard, en niet alleen hoe je erop moet zitten.’
Opleiders De SRR heeft recent de uitstraling vernieuwd, met onder andere een nieuwe website en zelfs een vernieuwde naam: Stichting Rijvaardigheidsbewijs Ruiter en menner. Wat blijft is de groep opleiders bij wie je terecht kunt om het ruiterbewijs te halen: ‘Ja, een heel diverse groep van maneges, al dan niet aangesloten bij de FNRS of de Manege & Ruiter Bond, KNHS-verenigingen, maar ook ervaren rij- en meninstructeurs die de cursussen geven. Vaak omdat ze vanuit hun enthousiasme hun kennis willen delen. En uiteraard ook omdat het een heel leuke toevoeging op de reguliere lessen is. Dan werkt het tweeledig: je geeft extra lessen en je paarden worden beter verzorgd en bereden omdat de cursisten beter weten waar ze mee bezig zijn.’
Een examengroep bij Manege Boschhoeve in Soerendonk
Veilig en verantwoord ‘Als iemand zich aan wil melden als opleider: dat kan! Stuur me een mailtje of bel me, dan leg ik dat uit. Iedereen met een erkend instructeursdiploma kan als opleider aan de slag. Het zijn er nu ongeveer 60, verspreid over het hele land. Zij zorgen ervoor dat er jaarlijks een kleine 500 examens worden afgenomen, alleen al voor het ruiterbewijs. Daar komen de 300 menbewijzen per jaar nog bij. Dat zijn allemaal mensen die kunnen laten zien dat ze veilig en verantwoord met het paard om kunnen gaan.’
Met examinator Rob Janssen
Laatste ontwikkelingen ‘Op de vernieuwde website staat ook de lesstof online, voor mensen die zich willen oriënteren of die hun kennis op willen frissen. Ik zou zeggen: bekijk het eens en maak een proefexamen. De inzichten rondom paardrijden en paardenwelzijn blijven veranderen en dat gaat steeds sneller, het is belangrijk om dat goed bij te houden. Je zou daarvoor in de toekomst ook opfrisbijeenkomsten of zelfs toetsen kunnen organiseren, daar denken we nu over na, zodat de kennis van mensen up-to-date blijft. Uiteraard doen we dat in goede afstemming met grote partijen als de KNHS, maar we richten ons ook op de mensen die nergens bij aangesloten zijn, want dat zijn er veel meer. En ook daar zie ik in de praktijk heel veel mensen die misschien niet van de laatste ontwikkelingen op de hoogte zijn.’
Ze is 25, rijdt ZZ-licht, 2* internationaal eventing en ze werd in Schijndel Brabants kampioen Z-springen. Allemaal met hetzelfde paard Harly. Wat een bijzonder verhaal van Maartje Siemons, die samen met haar moeder ook de internationale wedstrijden afrijdt met hun trailer en tent. Haar ruim 11.000 volgers op Instagram genieten mee van haar onbevangen houding.
Een bijzonder verhaal in de huidige tijd van specialisme. Waar het vroeger best normaal was om in meerdere disciplines actief te zijn, komt het tegenwoordig nauwelijks nog voor. Maartje Siemons uit het dorpje Linden in de buurt van Cuijk doet het, zonder zichzelf enige druk op te leggen. Springen, dressuur en eventing, op een niveau waar velen van dromen en waarvan ze nu zegt: ‘We werken nergens specifiek naartoe, het is leuk om weer een stapje hoger te proberen.’ Maar als vanzelf ging het zeker niet……
De ouders van Maartje waren niet opgegroeid met paarden en de achtertuin was vroeger een traditionele siertuin. Maar ze lieten Maartje en haar zus Michelle wel naar de manege in Gassel gaan, waar ze tot haar 12e reed. En toen begon het langzamerhand te veranderen: ‘Toen ik 11 was, hebben we een pony gekregen, wel meteen een e-pony, Cortana, als een gezinspony samen met m’n zus. Vader was een Andalusiër-hengst van 1m70, moeder een kleine C pony Appaloosa-merrie, ze was wel een heel mooie verschijning. Uiteindelijk is wel de hele achtertuin omgebouwd tot rijbak.’
Wie had dat gedacht, Brabants kampioen Z-springen! Op de tweede plaats Maarten van Rooij, derde werd Ellen Zwijnenberg. Jurylid Barend Vorselaars is er ook blij mee!
Circus Herman Renz Sportambities kende Maartje niet zo: ‘Wat ik leuk vond waren vooral buitenritten en vrijheidsdressuur, kunstjes en zo, met een neckrope rijden, zonder zadel, noem maar op. Ik had een YouTube-account waar ik de filmpjes met kunstjes op deelde, onze pony kon apporteren, zitten, liggen, beter dan een hond. Ik heb bij kinderfeestjes opgetreden en via-via mocht ik een gastoptreden doen bij Circus Herman Renz. Eigenlijk had ik een hekel aan dressuur maar mijn moeder wilde toch dat ik dressuur reed, verplicht een keer in de week, bij ponyclub de Overlaatruiters. Uiteindelijk ben ik met mijn vorige pony Z1 dressuur en M-springen geworden. Hoewel, ik moet wel eerlijk zijn: ik ben één keer M-springen gestart maar dat vond ik zo hoog dat ik snel terug ben gegaan naar het L.’
Ook heel leuk: eventing ‘Ik merkte dat ik de wedstrijden eigenlijk steeds leuker begon te vinden. Ook heel leuk: eventing! Ik heb met mijn vorige pony crosslessen gevolgd via de regiotrainingen van Brabant bij René van der Loo, dat ging heel goed. Ik ben toen twee keer op wedstrijd gestart in de klasse B maar de pony durfde niet verder dan de eerste paar hindernissen. Daar hield onze eventingcarrière op. Toen ik 18 werd ben ik op zoek gegaan naar een paard als opvolger. Ik zocht een veelzijdig paard in de hoop dat ik ook eventing zou kunnen rijden. Her en der heb ik een balletje opgegooid en al vrij snel kwam mijn trainster José Huberts met een tip.’
‘Harly kwam als driejarige kort bij José op stal, hij was van Albert van Unen, de dierenarts uit Friesland die hem als veulen gekocht had. Harly moest beleerd worden en zou daarna verkocht worden. Ik ben gaan kijken en was meteen verliefd. Harly was een klein paardje, als 3,5-jarige was hij maar 1m60, en hij kende net een halster. Een Baltic VDL x Wittinger VDL, dus volledig springgefokt, dat paste me omdat ik de theorie had: een springpaard kan waarschijnlijk ook wel dressuren, die kans is groter dan dat een dressuurpaard kan springen. Ik vond meteen dat Harly goede dressuurgangen had voor een springpaard. Eerst heeft hij nog twee weken bij Hanneke Ariëns gestaan, met hulp van Hanneke heb ik hem ingereden zodat hij alvast de basishulpen kende. Na twee weken heb ik hem mee naar huis genomen!’
Afwachten of ie kon springen ‘Thuis heb ik hem doorgereden, vooral eerst met de focus op dressuur, en met buitenritjes. Toen hij vijf was, zijn we begonnen met springen. Of Harly kon springen was nog even afwachten, we hadden hem namelijk nog nooit laten vrijspringen. De eerste springlessen heb ik gehad bij Henk Diks, heel rustig, mooi laag, heel fijne lessen, met ook een paar BB-oefenparcoursjes. Maar ik moest zelf opnieuw leren springen. Ik was een pony gewend met korte pasjes die zelf altijd de juiste afstand pakte, ik hoefde alleen maar terug te zitten. Heel handig, maar met een paard was dat toch anders. Ik kwam erachter dat ik nog moest leren om de afstand te zien, dat heeft echt wel een paar jaar geduurd.’
Trots, samen met moeder Marielle
Talent? ‘Het is echt niet dat we allebei springtalenten waren. Balken in de eerste BB-parcoursjes en de eerste keer B kwam al te snel. Ik vond alles heel hoog, en was in ons eerste B parcours ook meteen uitgesloten. Ik reed op de eerste hindernis af en dacht help! Dat is te hoog! Als een bang haasje reed ik erop af. Uiteindelijk ben ik gezien de reisafstand bij Jan Albers gaan lessen. Hier heb ik heel fijn gelest, toen Jan helaas moest stoppen met lesgeven vanwege zijn gezondheid ben ik bij Ad van de Wetering gaan lessen, en dat doe ik nu al ruim 2,5 jaar. Een heel fijne man, precies wat ik nodig heb. Ad is zo’n trainer die thuis net wat uitdagender bouwt. In de winter springen we nog steeds in de binnenbak bij Jan Albers, bijna iedere les staat hij trouw aan de kant om de lesklanten aan te moedigen, heel leuk!’
‘Toen Harly 6 was, zijn we ook eventing gaan rijden, ik wilde met dressuur eerst de basis op orde hebben. Toen hij L2 liep, ben ik voor het eerst gaan crossen. Vanaf het eerste moment ging het crossen supergoed. Oké, de eerste cross in Alphen/Chaam zijn we rondgekomen, hij was overdonderd maar hij deed het wel! Vanaf toen is het heel goed gegaan en heb ik meteen het idee gehad: eventing is echt wat voor ons. In dat jaar hebben we ook mijn vorige pony verkocht. Als maatje voor Harly hebben we toen een springveulen gekocht. Inmiddels is dit veulen geen veulen meer maar een 5,5 jarig paard van bijna 1m80 hoog. Ik hoop met hem dit jaar ook te gaan crossen!
Levensmoe, wat een hoogte ‘Het eerste eventing jaar met Harly hebben we een paar B-wedstrijdjes gereden. We sloten de klasse B af met een tweede plaats op het Brabants kampioenschap. Daarna zijn we naar de klasse L gegaan en ook hier ging het erg goed. We werden Brabants Kampioen, tweede op de Nederlandse Kampioenschappen en we wonnen goud met het team. Hoe gaaf, met je zelfopgeleide paard, dat is genieten. Ik heb vooral veel te danken aan Rob Janssen uit Hernen, hij heeft mij echt vooruitgeholpen. Toen ik B-eventing reed, dacht ik over iedereen die M reed: die zijn levensmoe, wat een hoogte! Maar ja, als je dan zo makkelijk rondrijdt, ga je automatisch steeds een niveau hoger.’
‘Ik ging uiteindelijk naar het M en daar wonnen we acht van de tien M-wedstrijden, werden we weer Brabants Kampioen én wonnen we zilver op de Nederlandse Kampioenschappen, dat is bizar. Toen schaamde ik mij bijna om in het M te blijven en begon het Z toch wel te kriebelen. Blijkbaar konden we het aan, en het blijft leuk om het weer een stapje hoger te proberen. Afgelopen jaar zijn we naar de klasse Z gegaan, werden we Nederlands Kampioen en hebben we vier internationale wedstrijden gereden. Waarvan we er één hebben gewonnen en twee andere wedstrijden in de top-4 zijn geëindigd. Gewoon onwerkelijk.’
Eerst foutloos Inmiddels is Maartje ook Z-springen en ZZ-licht dressuur met Harly. De dressuur heeft zij vooral te danken aan de clublessen bij de rijvereniging de Kuuklanders uit Beers, van José en Tonnie Hubert en de privélessen van José. In alle drie de disciplines is het eind nog niet in zicht en het kampioenschap springen smaakt toch naar meer: ‘’ik heb twee jaar lang in het M springen gereden, heel veel meters gemaakt. Nu spring ik een paar maanden Z, dat was in het begin aftasten. In november, de eerste keer indoor, kreeg ik vier balken omdat ik gewoon slecht reed en moest wennen aan de hoogte. De keer daarna twee balken, toen een. En toen kwam de vraag: ga je naar het Brabants kampioenschap? Want daar was een vrije inschrijving. In december en januari ben ik op concours gegaan met een plan: pas als ik drie keer achter elkaar foutloos zou springen, wilde ik gaan. Toen dat lukte, voelde het als: hé, dit kunnen we, en zo moeilijk is het ook weer niet. Door een paar weken achter elkaar op wedstrijd te gaan en deze hoogte te springen, ging het als ‘normaal voelen.’
Op concours in Frankrijk is het heerlijk wandelen tussen de bedrijven door
Indoor Brabant! ‘Vrijdag was dat in Schijndel, we zouden wel zien. Ik heb gewoon een lekker rondje gereden, er waren 33 deelnemers en 9 bleven er foutloos. En de top-10 mocht naar Indoor Brabant en het Nederlands kampioenschap! Toen ik foutloos reed had ik dat dus al binnen! In de barrage had ik de keus: ga je rustig een rondje rijden of wordt het een echte barrage? Harly is doorgegroeid naar 1m64 en is heel wendbaar, soms moet ik oppassen dat hij niet té snel wendt. Als ik een scherpe bocht in gedachten heb, draait hij al voordat ik er klaar voor ben omdat we zo op elkaar zijn ingespeeld. Ik heb gewoon een heel gave, snelle barrage gereden. Na mij moesten nog 5 man, maar er was niemand die sneller en foutloos was!’
Zo’n soort verhaal vertelt Maartje ook over haar eventing-avontuur: ‘Ik was M-eventing, net voor de coronatijd. Ik ben toen een keer internationaal gestart, die hindernissen vond ik best spannend. Weet je, vanaf het Z heeft jouw paard je echt voor de volle 100% nodig. Ik heb ook een paar wedstrijden gehad waar het niet goed ging, ben ik zelfs een keer L hc gestart, gewoon om het vertrouwen weer op te bouwen. Vooral greppeltjes vond ik spannend. Daarna heb ik mij een crossles volledig op de greppels gefocust, ik heb ze net zolang rustig gesprongen tot dat het heel normaal voelde, daar heb ik nu nog profijt van.’
Moeder/dochter-dingetje Maartje combineert haar hobby met haar fulltimebaan sinds twee jaar als HR-adviseur na het VWO en haar Master HRM aan de Radboud-universiteit. ‘Hoe lang deze successen nog doorgaan? Ja, goede vraag, mijn moeder en ik gaan altijd samen gezellig op concours, een heel leuk moeder/dochter-dingetje. Met ons trailertje en onze tent tussen alle vrachtwagens met uitschuifcabines. Maar iedereen is zo behulpzaam, het is niet dat ik als hobbyist word buitengesloten, het is precies andersom. Iedereen is enorm behulpzaam! Door de week ga ik met de paarden zelf op pad, mijn vader leeft vooral mee vanuit huis.’
Verkoop? ‘Harly wordt in april 11 jaar, er is genoeg belangstelling voor maar mijn antwoord is vooralsnog altijd duidelijk nee. De kans die ik nu heb, krijg ik nooit meer. Wat we nu samen hebben en hoe we er samen naar gegroeid zijn, is heel uniek. Ik werk niet voor niets full time om mijn paardensport te kunnen betalen. Het klinkt bijna egoïstisch maar ik wil niemand anders op hem zien rijden. Het is zo’n geweldig paard en hij is echt mijn maatje. Als ik drie weken op vakantie ga, staat ie drie weken in de wei, lekker zichzelf dik te eten en ook te genieten van een welverdiende vakantie! Hij staat altijd samen met mijn andere paard 24/7 buiten.’
‘En waar het ophoudt, ik weet het niet. Harly loopt nu ZZ-licht en heeft al een keer de 70% aangetikt. José zegt wel eens: als je echt je best doet, dan kunnen jullie samen Grand Prix rijden. In elk geval heb ik nu bijna de punten voor het ZZ-zwaar. Ik spring pas een paar maanden Z, maar ik weet zeker dat hij het ZZ-niveau ook aankan, wie weet wel hoger! In de eventing ga ik strak eerst in het Z van start, dan volgt een lange 2* in Frankrijk, en mocht dat goed gaan, dan in Maarsbergen een 3*. En dan zien we wel weer verder. Mocht de 3 ster heel erg goed gaan, hoe gaaf zou het dan zijn om in augustus naar het EK landelijke ruiters, dat tegenwoordig de European Cup heet in Zweden te gaan? Hoe gaaf zou het zijn om met je tentje naar Zweden af te reizen? Het is geen doel, wel een droom!’
Met Harly en de nog jonge maar wel veel grotere Mandela de la Pomme (v. Vagebond de la Pomme)
Hij heeft niks met de paardenwereld maar ziet donders goed wat er aan het gebeuren is. Klaas Dijkstra hield laatst een lezing voor de leden van de VSN, de verenigde sportpaardenhandel Nederland. Al snel bleek de zaal gegrepen door zijn verhaal. Omdat het gepassioneerd gaat over onze paardentoekomst. ‘Als je het niet zelf regelt, dan wordt het straks voor je geregeld,’ zegt hij. En dan gaat het over goed georganiseerde èn goed gefinancierde clubs als Dier & Recht, Bont voor Dieren, Wakker Dier en Animal Rights, èn de politiek en de pers ….
In zijn lezing vroeg Klaas Dijkstra de paardenhandelaren of ze wisten wie die mevrouw op de foto was: ‘Het is belangrijk om te weten met wie je te maken hebt! Laatst in de vleessector liet ik de foto van Sjoerd van der Wouw zien. Wie is die man met dat kale hoofd? De hele zaal kijken maar er gebeurde niks. Ze kenden hem niet. Dan denk ik: besef je nou echt niet wie dat is? Dan zeg ik: dit is nou de meneer die in 2012 een belangrijke communicatieprijs heeft gewonnen. Als de bedenker van het woord ‘plofkip’, van Wakker Dier. Ik was verbijsterd, had het niet zien aankomen. Bij de VSN liet ik Sarah Pesie zien, ze hadden geen idee. Al vier jaar is ze met Dier & Recht bezig om elk jaar acties op te zetten tegen de paardensport. Goed opgeleid, door opleidingsinstituten, gedrild, voorzien van geld. Joh, we verliezen het in de paardenwereld op alle fronten: geld, kennis en capaciteit.’
Sarah Pesie van Dier & Recht
Jumping Amsterdam ‘Ik vond het een kwalijke zaak dat Dier & Recht rond Jumping Amsterdam in het Parool beweerde dat 82% van de paarden verwondingen in de mond heeft. Dat vraag ik dan na bij de dierenarts van Jumping Amsterdam: Hoe kom je daarbij? Geen enkel paard! Dan vind ik het de moeite waard om in verweer te komen. Bij Jumping Amsterdam zaten ze intussen met de handen omhoog: niemand wist wat er moest gebeuren. Ik heb het Parool gebeld: wat doen jullie! Ooit gehoord van hoor en wederhoor? Tja, misschien hadden ze dat toch moeten doen. Ik heb gezegd: je komt maar langs, neem een dierenarts mee en je gaat zelf kijken of het klopt wat je schrijft. De zaterdageditie was dus voor ons.’
‘Goede doelen’ Klaas Dijkstra belandde in 1990 in het marketingvak en kwam in aanraking met ‘goede doelen’: ‘Ik leerde een kerel kennen, pracht vent, die vond dat dieren een goede plek moesten hebben, die vocht en streed daarvoor. Dat was een communicatie-expert, met teksten die je naar de strot grepen. Zo leerde ik de wereld kennen van Wakker Dier, Dierenbescherming, Bont voor Dieren, WSPA. Bij Natuurmonumenten kwam ik binnen met de opdracht: groei van 400.000 naar 1 miljoen leden. Dat is bijna gelukt, we zijn gestrand op 969.000. Alles via keiharde marketing. Daar had je gewoon budgetten voor. Op jaarbasis zoveel, als je alle marketingbudgetten van de agrarische sector optelt, dan kom je nog niet in de buurt. Gewoon 30 miljoen! Wakker Dier kan per jaar 3 miljoen besteden. De paardenwereld heeft een omzet van 1,5 miljard per jaar, voor dit werk hebben we in de paardenwereld maar 50.000.’
Hondenkar ‘In 1963 kwam er een verbod op de hondenkar. We vonden het niet meer acceptabel dat een hond geëxploiteerd werd. Dat ging toen trouwens niet met petities, handtekeningen of filmpjes. Maar de hondenkar is weer terug! Alleen… de hond zit nou ín dat karretje! Een hondje met een coltruitje. In zo’n karretje. Als je dat in 1963 had gedaan, dan hadden de buren de GGZ gebeld. Mijn pleegdochter heeft een Labradoodle, Dribble heet ie, met 30.000 volgers op Instagram. Hij drinkt Bar le Duc. Weet je waarom? Dan tranen zijn oogjes niet meer. En mensen geloven dat. Dat zegt alles over hoe Nederland veranderd is qua dierenwelzijn. En geloof me: zo gaat dat ook met gedachten over paarden. Dan is het de vraag: wat wordt mainstream? We moeten ons niet vergissen in de technieken die ik gezien heb.’
Schaamte en verontwaardiging ‘We moeten het mooie verhaal over de sector vertellen, hoor ik dan in de paardenwereld. Weet je, dat doen we altijd al en moeten we ook blijven doen. Maar we moeten er ook iets naast zetten. Altijd komt toch de vraag: hoe neutraliseer je dat nou? En elke zaal met paardenmensen staat bol van de emoties, terwijl ze nooit van die ‘andere’ mensen gehoord hebben. Ze hebben zich nooit gerealiseerd dat die parallelle wereld er was. Schaamte zie ik, verontwaardiging. Op bestuurlijk niveau zijn er vervolgens maar weinig mensen in de paardenwereld die zich de situatie realiseren en die ergens voor durven te gaan staan.’
‘We zijn in rap tempo terrein aan het verliezen. De paardenwereld is versnipperd en wordt geregeerd door teveel bange mensen. Een juridisch spoor ontwikkelen? Ja natuurlijk, want de anderen doen dat ook! Verliezen is niet erg voor die clubs, ze doen alleen heel veel ervaringen op. De paardenwereld durft niet te verliezen, dus doen ze ook geen ervaring op. En die clubs weten: er komt een moment, dan halen we de complete buit binnen. Want we hebben te maken met de Groene Elf: elke maandag staan ze met hun stukken bij de minister, getraind, met een giga hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek.’
Power of minority ‘Hoe het dan kan dat de minderheid wint? Dat komt door het onvermogen van de grote meerderheid. In de jaren ’70 en ’80 toonde wetenschappelijk onderzoek aan hoe dat gaat: de power of minority. En wie gebruiken dat: clubs als Dier & Recht. Die weten precies hoe ze moeten acteren. Het creëren van een doembeeld bij voorbeeld. De paardensector komt niet verder dan: de sterke band tussen mens en paard benadrukken. Bij LTO roepen ze: we moeten het positieve verhaal over de boer vertellen. Maar dat alleen gaat niet werken. En de Partij voor de Dieren vindt dat prachtig: ga vooral zo door.’
‘We weten ook dat één persoon ervoor kan zorgen dat in de Tweede Kamer een wet op tafel komt. Mijn maatje toen filmde de paardentransporten naar Italië, in de jaren ’90. En hij stuurde dat naar de partners van de Tweede Kamerleden. Nou, dat werd thuis besproken natuurlijk! En wie was de grote tegenstander: Transport & Logistiek Nederland met 150 werknemers. En Maarten was alleen. Later hebben we voor TLN Nederland gewerkt. Zijn we 50 km/uur gaan rijden, zodat heel Nederland vaststond. Toen kwam er rap een afspraak met Maria Verhoeven, Kees de Jager, Camiel Eurlings, en twee weken later hadden we een compensatiebuget van 360 miljoen Euro. Echt: één persoon kan een belangenbehartiger aanpakken.’
Achterstand ‘Weet je, als de sector niet groter uitpakt, hebben we over een paar jaren echt een probleem. Maar die discussie wordt onvoldoende gevoerd. We weten dat we achterstand hebben maar ook onvoldoende het mentale vermogen om de geest om te draaien in een nieuwe richting. Terwijl je de kunst kunt afkijken! Kijk naar Dierenlot, tien jaar geleden begonnen, daar hebben ze nu al 300.000 leden, ze overvleugelen de dierenbescherming volledig, 75% van het geld dat ze ophalen, gaat de deur weer uit. Veel beter en slagvaardiger dan de oude Dierenbescherming met 100.000 leden. Ze zijn ook eigenaar van de vakopleiding Fondsenwerving waar ik lesgeef. Een HBO-opleiding is er ook, daar ben ik voorzitter van de examencommissie.’
Landelijk, provinciaal, gemeentelijk ‘Daar komt bij dat het landschap veranderd is. We hadden een schaakbord, konden redelijk overzien wat waar gebeurde. Dier & Recht, soms een veagan streaker. Maar wat je nu ziet: het is niet alleen meer landelijk, het gaat naar provinciaal, naar gemeentelijk, naar waterschappen. De provincie Noord-Holland bemoeit zich met sponsorgeld voor Jumping Amsterdam, net als de Gemeente Amsterdam. Haarlem wil een verbod op buitenreclame voor vlees, Noord-Holland ook. In Zwolle moet je voor een receptie vooraf een normale vleesbitterbal bestellen met de kreet: Carnivoor? Geef het door. De sportvisserij ligt nu onder de loep bij de waterschappen en gemeenten. Als ik tegen bestuurders in de paardenwereld zeg: het schaakbord ziet er nu anders uit, dan vragen ze: wat bedoel je daar dan mee? Als je dan ook nog denkt dat je met het budget van meer dan 20 jaar geleden de strijd kunt volhouden, dan heb je het verkeerd. Het vergt heel veel mens-capaciteit, en kennis. Overal waar ik kom, is onvoldoende kennis.’
Wetgeving ‘We hebben nog geen wetgeving rondom het houden, berijden van of sporten met paarden. Daar zit Dier & Recht en de Partij voor de Dieren op te hinten: dat er regelgeving moet komen op het gebruik van sporen, zweep, bitten, huisvesting en nog verder. Ze publiceren petities op internet. En als er voldoende handtekeningen zijn, gaan ze het agenderen bij de minister. Dan kun je beter zelf zorgen dat je alles reguleert, want het komt tòch als je verder niks doet.’
‘Wat je dan zou moeten doen? Nou, om te beginnen een taskforce met vaste bemanning, met een dierenarts, goede jonge communicatiemensen die je naar de vakopleiding fondsenwerving moet sturen. Daar leren ze hoe je een campagne moet voeren, hoe je legaten en giften naar binnentrekt, om mensen een deel van het vermogen na te laten aan de paardenwereld. Bij goede doelen zijn er veel mensen per organisatie die daar de hele dag mee bezig zijn. Als iemand 10 miljoen bezit en hij laat 10% na, dan schiet het tenminste een beetje op.’
In 2020 is Eigenaar Zoekt Ruiter opgericht om eigenaren/fokkers gemakkelijker in contact te brengen met ambitieuze, jonge ruiters. In Nederland zijn immers zo’n 450.000 paarden en circa 500.000 ruiters, waarvan er bijna 50.000 actief zijn in de wedstrijdsport. Keuze genoeg zou je zeggen. Maar toch….. Nieuws.horse besteedt aandacht aan succesvolle matches. Deze keer: Conny Brederoo en Laura de Koning.
Conny Brederoo uit Loosbroek, actief in de thuiszorg, zit samen met haar man Rien van Beusekom al meer dan 40 jaar in de paarden. Met die ervaring weet ze ook wat ze wel en wat ze niet wil, ook toen Eigenaar Zoekt Ruiter kwam omdat ze een ruiter zocht voor het paard van haar dochter Ayla. Omdat zij naar de politie-academie ging en geen tijd voor de paarden meer kon vrijmaken, moest er een oplossing gevonden worden. ‘We hebben geen jonge paarden, ik wil dat een ruiter ons systeem van rijden overneemt. Met de juiste aanleuning, je handen goed van de hals houden, goed voor de benen, dat soort principes, onze paarden reageren daar sterk op.’
Wat past bij dit paard ‘Ik ben altijd bezig geweest met de vraag hoe je nou goed kunt leren paardrijden. De reden van een fout ligt meestal bij de ruiter, de feedback heb ik altijd bij mezelf neergelegd. Je hebt natuurlijk ook mensen die dat niet zo makkelijk kunnen doen, ik ben er in het verleden vaak tegenaan gelopen. Dan moet het paard zich omvormen naar de wijze waarop de ruiter rijdt. Wij zijn meer van: wat past bij dit paard? Dan gaan we dat toepassen.’
‘Het is niet altijd gezegd dat een hoog geklasseerde ruiter in jouw systeem past hoor. Ik heb hier ook mensen gehad die lichte tour of zo reden, dat ik dacht: hoe kan het toch zijn dat ze dat zo hebben aangeleerd…? Of iemand die kwam viavia, met veel ervaring, een leuke meid, ik dacht echt: dit gaat het worden, maar dan klikte het toch niet. Onze paarden hebben over het algemeen veel zelfvertrouwen, tot op zekere hoogte worden ze in hun waarde gelaten. Dat betekent ook een beetje overmoed, een eigen wil, zonder dat ze verwend zijn trouwens. Als ik een keer een conflict heb: dan is er iets aan de hand. Dan denk ik: ik ben fout geweest, opnieuw beginnen, en dan lukt het weer. Ik evalueer mijn trainingen altijd, ook als het een keer wat minder is geweest.’
Roeien met de riemen die je hebt ‘Kijk, je hebt met je tweede helft vijftig een berg ervaring, maar ik heb ook beginnersfouten gemaakt, leergeld noemen ze dat. We hebben in onze bloedlijnen best kijkerige paarden gefokt, daar kom je door de ervaring achter, dat weet je van tevoren niet. Ze zijn niet bang maar ze kunnen sterk reageren op de spanning van de ruiter. Dat kan zich uiten in van de wand lopen of niet een hoek door willen. Dat mag nou eenmaal niet in de proef dus trainen we van tevoren op een locatie. Dat kost natuurlijk meer inspanning en tijd. Er zijn genoeg mensen die sneller zeggen: hij moet er maar uit. Dat kunnen we niet, daar hebben we trouwens niet het geld voor, simpel. We hebben geleerd om te roeien met de riemen die we hebben.’
Conny begon op haar zesde met rijden: ‘Eigenlijk wilde ik boerin worden, we woonden midden in de stad Vlaardingen op een flat, mijn moeder liet me uit met een tuigje, zo’n spring-in-het-veld was ik. Op m’n zesde zijn we naar Oss verhuisd, ben ik begonnen met Shetlanders en IJslanders, en later bij de ponyclub De Robbers in Heesch.’ Conny lest nu bij Dimphy van Os in Berghem naar daarvoor leste ze maar liefst 25 jaar bij Patricia Callaghan: ‘Patricia heeft bij ons een veulen gekocht, Joy, daar heeft ze de Grand Prix mee gehaald. Een Ulft x Doruto, onze paarden zijn de nazaten uit die lijn, niet de meest makkelijke paarden. Doruto’s zijn natuurlijk wel karakters, daar moet je toch op een bepaalde manier mee omgaan.’
Een aantal jaren geleden: Rien en Conny bij hun fokproduct Joy die met Patricia Callaghan de ring in gaat.
Om de dag rijden Conny reed Z1 met haar inmiddels 15-jarige Carlos Santana, een Painted Black x Elcaro x Doruto: ‘Hij was altijd veel te sterk, ik had daar een stang en trens bij nodig maar dat mocht ik niet omdat ik geen twee paarden in het Z1 had gestart. De zwarte van ons, zo heet ie hier. Hij kan sterk reageren op andere ruiters, vooral als er kopers komen. Dan loopt hij die dag wat minder. Ik weet zeker dat hij passend kan zijn voor een ruiter die de juiste technische vaardigheden en natuurlijk het geduld bezit om hem wat langer uit te proberen. Het is eigenlijk nog veel te leuk met hem, zelfs mijn werk is afgestemd op de paarden: ik werk om de dag, zodat ik ook om de dag kan rijden. Ach ja, werken is natuurlijk belangrijk maar liever was ik altijd bij de paarden geweest.’
Niet kijkerig Het leek erop dat de hobby bescheidener werd van omvang toen een halfzus van Joy, de Elcaro x Doruto-merrie aan haar eind kwam. ‘Maar ja, mijn man was bij een vriend terecht gekomen, die had een oudere fokmerrie staan, en toen heeft ie dat toch zo bekokstoofd dat hij die mocht kopen. Zieomein heet ze, een Rodium x Deniro, ze heeft al drie prachtige veulens gehad, een jonge Jameson hebben we gehouden. We hebben het idee dat we nu een niet-kijkerige stam te pakken hebben, met een zachter karakter, niet zo dominant. Marlou Verkleij rijdt haar.’
Zieomein (Rhodium x De Niro) met haar veulen van Jameson RS2
Match voor Heavy En dan hebben we het paard waar het bij Eigenaar Zoekt Ruiter om draait in dit verhaal: ‘Ja, Heavy, een Sambuca x Elcaro x Doruto, 10 jaar, het paard van mijn dochter Ayla. Toen ze ermee stopte, liep hij M1 met 9 winstpunten. Eigenaar Zoekt Ruiter heeft de match gevonden met Laura de Koning, we werden voorgesteld, ik heb mijn dingen verteld en gezegd: kijk maar of je er iets mee kan. Best spannend natuurlijk, en dan gaat ook nog iemand je beoordelen. Ik heb geprobeerd haar gerust te stellen en ze is aan de slag gegaan, ik zag er wel potentie in. Ze zei: ik heb eigenlijk niks vreemds gehoord, eigenlijk zijn dat uitgangspunten die iedereen zou moeten hanteren.’
Conny reed Z-dressuur met de moeder van Heavy, de prok-elitemerrie Lucky Lass (Elcaro x Doruto)
Wederzijds vertrouwen ‘Heavy’s gedrag moet je continu managen. Je moet immers een ontspannen lopend paard in de baan kunnen laten zien. Het gaat heel goed: er is wederzijds vertrouwen, we benutten elkaars kwaliteiten, en we spreken uit wat we van elkaar verwachten. Samen met Laura werken we aan subdoelen, dan blijft het leuk. Als tegenprestatie mogen we haar trailer gebruiken, dat staat ook in het contract. En Laura is paardensportmasseur, ze heeft professionele tips waar ik ook mee verder kan. Ik heb zelf ervaren dat het beter is om in een team te werken, dan bereik je zoveel meer dan wanneer je alleen aanmoddert. Ik denk heel belangrijk voor de paardensport. Het is klein bij ons, maar ik voel wel dat we daardoor ook beter stappen kunnen maken.’
Laura de Koning Inmiddels is de 38-jarige Laura de Koning uit St.-Michielsgestel dus de vaste amazone van Heavy: ‘Heel leuk dat ik deze mogelijkheid heb, heel erg dankbaar voor wat ik met Heavy kan doen. Alles gebeurt in overleg, zodat we van elkaar begrijpen waarom we bepaalde keuzes maken. We nemen allebei geen blad voor de mond, open en eerlijk maar simpel: het zijn niet mijn paarden, uiteindelijk bepaalt Conny wat er gebeurt met de paarden. En ik heb de situatie dat ik me geen zorgen hoef te maken over mijn paard als ik een keer op vakantie ben,’
Laura aan het werk als paardenmasseur
Carrière ‘Ik ben mijn hele leven lang al een paardenmeisje. Eerst mijn eigen pony, daarna vanaf m’n 13e mijn eigen paard, in Tilburg. Op m’n 18e ben ik gaan studeren aan de HAS in ’s-Hertogenbosch, heb ik gezegd: verkoop ze maar, ik ga van het studentenleven genieten. Zoals velen dacht ik toen: ik stop ermee. Maar ja, dat gaat een heel aantal jaren goed. Totdat je weer een keer met een vriendin meegaat naar stal en je denkt: het is toch wel weer leuk. Ik was 23, toen begon het toch weer te kriebelen, paardgereden in de Vughtse Manege. Maar een manege is dan toch niet de beste plek als je een eigen paard hebt gehad. Ik ben gaan werken bij een agrarisch accountantskantoor, heb op de HAS gewerkt, bij ABN*Amro op de Zuidas, bij SNS Bank. In de coronaperiode ben ik gaan denken: wat wil ik nu eigenlijk? Ik ben zo’n 15 jaar op zoek geweest naar mijn passie. Meer met paarden, was het antwoord, daar ligt toch mijn hart. Tja, soms ga je het heel ver zoeken terwijl het voor je neus ligt.’
Dressuurmuts ‘Ik ben een beetje rond gaan kijken naar mogelijkheden voor een verzorgpaard. Inmiddels was ik projectcontroller en paardensportmasseur, na een opleiding bij Gisella Bartels bij wie ik nu ook praktijkbegeleider ben. Super leerzaam omdat je constant met de materie bezig bent, bij Karen Nijvelt in Hoeven. Vorig jaar heb ik een jaar een merrie geleased, bij Pascalle van Boxtel in Vlijmen. Ik ben echt een dressuurmuts maar bij zo’n eventingamazone ga je dan toch een sprongetje maken. Ik sprong zelfs over boomstammetjes en zo, waarvan ik altijd dacht: wáárom doen mensen dat…’
Mijn god, anderen zien dat ook ‘Maar goed, ik heb de merrie gekocht maar gaandeweg raakte ik de connectie kwijt. Ik was maar wat aan het aanmodderen in het BB in een parcoursje maar ik had geen ambitie om verder te komen. Terwijl ik ook dacht: ik kan het gewoon niet. Plus dat ik mezelf terugzag en dacht: mijn god, anderen zien dat ook…. …. Ik ben bij mezelf te rade gegaan waar ik nu echt energie van krijg met de paarden en heb uiteindelijk besloten om niet met dit paard verder te gaan. Ik heb uiteindelijk de merrie terugverkocht aan de oude eigenaar.’
Zoveel mensen met paarden ‘Toen dacht ik: zo, nou stop ik ermee. Drie weken duurde dat gevoel van ‘ff niks’. Na drie weken dacht ik: ik moet wel gaan sporten. En na vier weken: maar wat dan? En na zes weken: wil ik een eigen paard? Nee. In combinatie met een eigen bedrijf opbouwen, terwijl ik ook heel erg verantwoordelijk voel voor zo’n paard, dat is heel intensief. Ik dacht: er zijn zoveel mensen met paarden, er zijn vast mensen die een ruiter zoeken., en toen zag ik de advertentie van Eigenaar Zoekt Ruiter. En na een paar weken weer. Ik heb een mail gestuurd: ik ben Laura, 38, sportmasseur, dit is wat ik kan en dit is wat ik zoek. En toen werd ik vrij snel gebeld: de eigenaar wilde kennismaken.’
Laura met Heavy
Andermans paard ‘Ik zat vrij vlot bij Conny aan tafel, een klein half jaar geleden. Ze was heel stellig: fijn als iemand het paard rijdt volgens mijn visie. Ik dacht: ik kan daar van tevoren iets van vinden maar er is maar één manier om erachter te komen: gewoon proberen. Voor het eerst zat ik weer op andermans paard. Toch had ik heel snel het gevoel: dit zou wel eens kunnen werken. In het begin was het wel wennen hoor, maar al snel voelde het fijn dat er iemand bij staat die je attendeert op de kleine dingen. En Heavy is een paard met pit. Maar wel betrouwbaar. Met dat andere paard reed ik met een bodyprotector omdat ik het vertrouwen kwijt was, maar bij deze dacht ik vanaf moment 1: wauw, dit past. Ik heb wel een paar keer aan Conny gevraagd: weet je het wel zeker?’
Samen oplossen ‘We zijn heel snel gegroeid naar een fijne samenwerking. Soms komt het voor de een of de ander niet goed uit om een stal uit te doen en te voeren, dan los je dat samen op. We zijn al begonnen met wedstrijden: op een ander terrein is Heavy wel een beetje kijkerig, maar zeker niet gemeen. We zijn nu bijna L1, in een jaar moeten we terug zijn op het niveau waarop Conny’s dochter Ayla gestopt is. En dan kijken we wel hoever we kunnen komen.’
Lees even mee hoe Dinette Neuteboom haar leven invulling heeft gegeven. En misschien laat je je wel inspireren. De voormalige lerares switcht net zo gemakkelijk van Argentinië naar China, naar Nieuw-Zeeland, naar Mongolië, naar Amerika en nog meer. Alles voor de paarden: als groom, als ruiter, als trainer, als journalist en als perschef bij het vernieuwde Indoor Friesland. ‘Ik wilde niet wachten tot ik 65 was, ik heb het gewoon gedaan,’ zegt ze.
Dinette Neuteboom groeide op in Hattem, met een vader in de muziek en een moeder voor de klas: ‘Ja, een paardenmeisje zonder paardenouders. Bij Margje Fikse zat ik in de klas, dochter van Helmert Fikse die bekend was door de hengst Duc de Normandie. Ik mocht er blijven slapen om een veulentje geboren te zien worden, zo machtig mooi. Margje presenteert nu programma’s op TV. Ik ben lang bij Johan Jonker gekomen en bij Jenny en Fred Schoenman in Wapenveld, van de Schaapskooiruiters. Ik heb er hard leren werken èn leren rijden, dat heeft mijn leven toch wel bepaald.’
Lerares ‘Ik wilde naar Deurne maar Johan Jonker en mijn ouders raadden me dat af, ze dachten dat er geen droog brood in te verdienen viel. Johan had ooit een driejarige verkocht op de veiling in Zangersheide, toen vertelde hij al dat ze in Argentinië een paar duizend paarden op de pampa’s hadden lopen. Wauw, dacht ik, dat moet gaaf zijn. Ik ben de lerarenopleiding in Windesheim gaan doen, plus de ORUN-opleiding. Daardoor mocht ik op De Groene Welle vanaf 1998 Nederlands èn paardenhouderij en paardensport geven, zij waren de eerste die de eerste fase orun-opleiding aanboden, de commandantencursus en de basiscursus.’
Dinette in actie tijdens de Zwolse Paardendagen
‘Ik had in die tijd met vrienden in Balkbrug een stalletje, tien jaar lang hebben we dat gedaan, met jonge paarden die we een tijdje reden en die we dan probeerden te verkopen, soms ging het goed en soms ook niet.’ Springamazone Dinette hield dat leven in Nederland een jaar of elf vol: ‘Ik had er natuurlijk wel over nagedacht, een beetje gespaard ook. Ik wilde niet wachten tot ik 65 was, heb het gewoon gedaan. De paarden verkocht en de vrachtwagen verkocht, mijn baan opgezegd en ik ben gaan reizen. Iedereen haalt de lol uit de eigen dingen, voor mij was het dit. Ik heb er nooit spijt van gehad.’
Als amazone op Zangersheide ‘Achteraf gezien heb ik mijn hart gevolgd waardoor ik toch weer bij mijn passie terecht kwam. Op het Winter Equestrian Festival in Wellington kwam ik Alex Korompis tegen, hij heeft toen contact gelegd met Marleen Melchior in Argentinië. Zij heeft daar Zangersheide Argentinië. Ik heb er een jaar gereden, fulltime, ook wedstrijden, ik denk van 80 cm. tot 1m30. In het begin vond ik het heel raar dat ze ’s middags zo nodig op bed moesten gaan liggen voor een siësta. Maar ja, de eerste paar dagen kreeg ik er 3 of 4 om te rijden, toen 6 en niet veel later 10. Toen snapte ik dat van die siësta wel, lag ik helemaal voor pampus ’s middags bij te komen.’
in Zangersheide-outfit op concours in Argentinië
Dinette had de smaak te pakken en reisde van het ene naar het andere land. Via Wim de Jonghe kwam ze in China terecht: ‘Ik kende Wim en ik wilde China ook wel een keer meemaken, heel interessant om die cultuur een keer te ervaren. Ik heb er ruim een jaar gewerkt, nakomelingen van de hengsten Thunderbolt en Cassini Boy gereden voor Li Zhen Qiang, die bij Axel Verlooy en Harrie Smolders ook Jumpy des Fontaines gereden had.’ Daarna belandde ze in Nieuw-Zeeland: ‘Maar daar had ik het niet naar m’n zin. In Argentinië was ik in contact gekomen met Amerikanen die daar paarden waren wezen kopen, ze zochten iemand als groom.’
Als groom naar een klassiek concert ‘Ben ik dat gaan doen, helemaal niet erg, ik vind paarden gewoon geweldig. Dat was voor mij geen straf, helemaal niet zelfs. Wel precies andersom als in Argentinië, daar werden ze allemaal gepoetst en verzorgd voor me. En nou moest ik ze poetsen, paarden voor andere mensen klaarmaken. In Wellington of Nashville, superleuk. In Amerika is het anders dan hier. Om 4 uur was ik klaar, dan stond ik even later in hartje New York. Ging ik naar een klassiek concert of zo, vanuit de opvoeding meegekregen. Dan kon ik niet zo heel veel mensen vinden die mee wilden, haha, maar ik kan gelukkig heel goed op mezelf zijn. En als je geen gezin of relatie hebt, kun je gaan en staan waar je wilt.’
Zo gaat dat in Argentinië op concours
In Wyoming werkte ze als ‘wrangler’: ‘Met paarden het wilde westen in, per week 20 gasten, met een paar meiden zoals ik in dienst, ritten rond de kuddes mustangs die daar liepen, de bergen in, koeien drijven, kuddes van 300, 400 of 500 koeien, wij ‘hielpen’ met de gasten de cowboys mee om de koeien naar een nieuw stuk land te ‘pushen’ zoals ze dat daar noemen. Dan maak je een heel andere manier van horsemanship mee, totaal anders dan in het Engelse rijden. Ik heb het een maand of vijf gedaan, vorige zomer. Ik heb altijd gedacht: voordat ik terugga, wil ik nog een keer het Wilde Westen zien.’
Als journalist in de wereld Dinette begon al vroeg te schrijven naast haar paardrijderij: ‘Ik was bij de Marneruiters in Hattem, wat nu Hippisch Hattem is, en daar schreef ik voor het clubblaadje. Cor van Dalen schreef voor de Zwolse Courant, later de Stentor, die vroeg toen of ik niet wat over paarden wilde schrijven, ben ik dat erbij gaan doen. Dat ben ik steeds blijven doen naast de paarden, voor de Paardenkrant, soms voor In de Strengen en Hoefslag, en nu voor de SLF-veiling en Dutch Horse Trading. Ik heb altijd geld verdiend met mijn paardenbanen, ook wel veel weer uitgegeven aan reizen trouwens. Maar zeker in Amerika betalen ze goed, veel beter dan in Europa, daar heb je professionele teams rond een stal.’
Te paard in Mongolië
Schrijven in het Nederlands maar ook in het Engels: ‘Nu schrijf ik ook voor een Amerikaans bedrijf dat op maat gemaakte producten maakt voor ruiters en concoursen. Een plan, waardoor ze beter beschermd zijn voor als er wat gebeurt. Stel dat je eraf valt in Wellington en je moet met een helikopter weg, dan neemt het plan het gedeelte op dat niet door de verzekering vergoed wordt. Ik maak bijvoorbeeld interviews met mensen die daar voordeel van hebben gehad. Mensen in Amerika zijn er echt enthousiast over, ik denk wel dat ze dit wereldwijd uit gaan rollen. Mensen in Amerika organiseren trouwens ook snel een Go Fund Me-actie als dat nodig is. Als iemand van een paard valt en een heel erge blessure heeft, zijn er weinig verzekeringen die zo iemand lang bijstaan, stel dat je aanpassingen moet maken in je huis of je moet andere mensen aannemen. Springruiter Kevin Babbington kreeg een vreselijk ongeluk en is er op die manier doorheen geholpen.’
Dit maakt Dinette mee in haar rijke leven: op concours in de achtertuin van Trump
Door haar internationale ervaring heeft Dinette een brede kijk op het paardenleven. En op mensen: ‘Ja, door het vele reizen ga je veel beter begrijpen waarom mensen zijn zoals ze zijn, waarom ze zeggen wat ze zeggen. Het zijn verschillende werelden. In Amerika bij de amateurs heeft een ruiter een heel team om zich heen: opstappen en de ring in rijden. In Europa heb je over het algemeen veel meer kennis. Ik zie wel dat rijstijlen steeds dichter bij elkaar komen. En ik zie dat het steeds moeilijker wordt om netjes aangereden paarden te vinden in Nederland. Het is niet makkelijk om goede opleiders te vinden, mensen die netjes jonge paarden aanrijden.’
Maar dit hoort er ook bij in de Verenigde Staten: in de natuur van Wyoming
Veranderingen in de opleidingen ‘De veranderingen in de opleidingen in Nederland van de afgelopen 15 of 20 jaar zijn niet heel positief geweest. Ik vond de ‘ouderwetse’ ORUN een super goede opleiding waarin je volgens het Skala der Ausbildung correct leerde rijden en lesgeven. Helaas is de opzet van de ORUN in de afgelopen vijftien jaar enorm veranderd. In mijn ogen niet positief. Ik hoop dat de inspanningen van mensen als Marion Schreuder dat ouderwetse correcte paardrijden weer terugbrengen. Ik ben bijvoorbeeld helemaal geen topruiter en verre van getalenteerd, maar doordat ik tijdens de ORUN erin gedreund heb gekregen dat je een paard in balans, van achter naar voren over de rug naar de hand toe en recht moet rijden, heb ik redelijk leren paardrijden. Zo redelijk dat er mensen zijn die me ervoor willen betalen. Niet omdat ik zo fantastisch een parcours rondspring maar omdat ik de paarden correct basiswerk kan geven en ze daarmee beter of makkelijker rijdbaar kan maken voor hun eigenaren. Ik hoor van Amerikanen dat het steeds lastiger wordt om netjes aangereden paarden te vinden. En als ik nu in Nederland op concours kom, vind ik ook dat de rijderij over het algemeen niet overhoudt.’
Koeien ‘pushen’ in Wyoming
Indoor Friesland Terug naar vroeger, dat was ook wel een beetje de sfeer van het vernieuwde Indoor Friesland waar Dinette Neuteboom perschef was: ‘In Wellington kwam ik door een gezamenlijke vriendin aan tafel bij Yvonne van Bergen: als ik ooit een evenement krijg om te leiden, wil ik graag dat jij de perschef wordt, zei ze. En toen kwam Indoor Friesland. We zijn erin geslaagd om de ouderwetse gezelligheid terug te brengen. Veel bezoekers en ruiters snakten daarnaar, iedereen was zo blij dat het er weer was. Yvonne verdient daar een hele vette pluim voor. Plus dat in het bestuur de juiste mentaliteit en passie samenkwamen. Geen onvertogen woord is er gevallen, we namen het voor elkaar op. Sponsors, standhouders, ruiters, vrijwilligers: het gaat er ook om hoe je ze benadert. Vier avonden waren we uitverkocht, een paar duizend mensen per avond, geweldig. Je moest toch maar afwachten wat er zou komen. Ik hoop echt dat Indoor Friesland volgend jaar weer doorgaat en dat we dan tribuneplaatsen bij kunnen zetten.’
Interview met Yvonne van Bergen, organisator van Indoor Friesland
Na Indoor Friesland vertrok Dinette voor twee weken naar Peru en daarna door naar Argentinië, naar haar vriend: ‘Ik heb hem leren kennen bij Marleen Melchior, maar het werd pas vorig jaar april wat. Hij is groom van springpaarden, op een club in Buenos Aires. Buitenaf heb je daar wel kleinere stalletjes maar in de stad heb je alleen een paar clubs. In 2004 was hij groom in de Argentijnse ploeg voor Athene, toen is hij wel in Nederland geweest maar dat vond hij wat regenachtig en koud. Ik ga dadelijk eerst voor een paar maanden naar Wellington om hunters te rijden. ’s Ochtends, zodat ik ’s middags mijn schrijfwerk kan doen. Hij kan niet mee want hij heeft geen visum daarvoor. Dat vindt hij niet leuk nee. Ik wil hier in Argentinië niet blijven want er is qua paardensport weinig te beleven terwijl ik er wel bij betrokken wil blijven. Ik denk dat het straks Spanje wordt, dat is toch makkelijker voor hem om in te burgeren in een Schengen-gebied. Ach, ik kan met een wifi-verbinding en een laptop overal aan het werk. Een superleuk leven, vind ik!’
We use cookies to ensure that we give you the best experience on our website. If you continue to use this site we will assume that you are happy with it.