Joris van den Oetelaar: alles is mogelijk, als je maar niet opgeeft

Joris van den Oetelaar: alles is mogelijk, als je maar niet opgeeft

Joris van den Oetelaar kennen we in de paardenwereld als de man van manege De Molenheide in Schijndel, van de horeca op Paaspop en van het Anglo European Studbook. Maar hij heeft ook een héél andere kant: politiek. Al zo’n 20 jaar. Inmiddels is de 37-jarige ondernemer vice-voorzitter van Forum voor Democratie en kandidaat-kamerlid.

De Forum-hindernis heeft een plek in het parcours van De Molenheide, een leuk gebaar toen vorig jaar alle volksvertegenwoordigers van de partij te gast waren in Schijndel, om te praten, om te barbecueën maar ook om naar de wedstrijd te kijken voor de Van Mossel Automotive Cup. En voor sommigen zelfs om te paardrijden. Joris van den Oetelaar was de trotse gastheer samen met zijn vrouw Peggy, op het familiebedrijf met meerdere vertakkingen: tante Carolien regelt de manegelessen en de bar ’t Kiske, hengstenhouder en handelaar oom Kees is zijn compagnon in het Anglo European Studbook, met zijn moeder Leny, zijn zussen Janneke en Judith en zijn broer Joost gaat het om de evenementen.

 ‘Ik merkte al vroeg dat het gewoon niet goed ging in dit land. Veel te veel immigratie, veel te hoge belastingen, dat waren in mijn ogen toen de problemen. Ik was 18 toen Pim Fortuyn werd doodgeschoten. Het werd steeds onveiliger, het kostte enorm veel geld, de meerderheid vond dat, in elk geval een heel grote groep van mensen, en ik ook. Het liep voor mij de spuigaten uit. Woningnood? Een sociale huurwoning was toen al een probleem om te krijgen. Ik vroeg me af: waarom doen we onszelf dat aan?’

Boerenjongen

Joris werkte toen in de brandbeveiliging door het hele land, om sprinklerinstallaties aan te leggen in vuurwerkopslagruimten, een gevolg van regelgeving na de vuurwerkramp in Enschede. ‘Ik kwam overal toen ik 17 of 18 was, in Almere, Rotterdam, Gouda.  En om de zoveel tijd ging het alarm af omdat er weer iemand met gestolen kleding naar buiten liep. Bijna altijd immigranten. In Almere bij een scooterwinkel stond altijd een groepje toe te kijken tot ze toe konden slaan. En ik was een boerenjongen uit Schijndel, die zag dat allemaal. Dat was de tijd dat Pim Fortuyn opkwam.’

Niet wars van het ontdekken van nieuwe dingen meldde Joris van den Oetelaar zich voor een bijeenkomst van de PVV in Waddinxveen, Richard de Mos was toen medewerker: ‘Die stuurde een mail aan alle aanwezigen maar niet in de bcc, die lijst is terecht gekomen bij een NRC-journalist en die heeft mij benaderd: of ik wilde meewerken aan een interview? Ik denk dat ze op zoek waren naar gekkies, ik dacht als ik dat nou doe, dan staat er tenminste geen gekkie in de krant. Want die heb je er wel bij, in alle partijen. Ik heb twee keer meegewerkt aan een artikel in de NRC over de PVV, en toen belde Alexander Pechtold: Joris, wil jij meewerken aan mijn boek? Hij is hier geweest, samen met Bart Snels, die nu bij GroenLinks zit. Negen jaar geleden was dat, in 2012. Op het terras bij de manege, bij het haardvuur hebben we een paar uren zitten te praten.’

Voor Forum voor Democratie in de binnenstad

‘Op dat moment was Alexander Pechtold nog iemand die als een redelijk persoon overkwam. Hij was vriendelijk, ik vond het een fijn gesprek, het verslag in het boek deed ook wel recht aan het gesprek. Hij was het niet steeds met me eens maar als we langer doorpraatten, dan had ik het gevoel dat we elkaar wel begrepen. Hij was vooral ideologisch, niet zo pragmatisch. Ik ben nog naar de boekpresentatie in Den Haag gegaan, heeft hij in mijn boek nog een vriendelijk stuk geschreven. Henk, Ingrid en Alexander, Pechtold in gesprek met PVV’ers heette het.’

Groot applaus

‘Toen heeft Pechtold mij uitgenodigd voor het partijcongres in Rotterdam, voor een debat met twee jong-D66’ers, samen met Derk Boswijk, nu van het CDA. Toen de vraag kwam wat de PVV eigenlijk bereikt had, heb ik gezegd: ze hebben er in elk geval voor gezorgd dat de PvdA niet in de regering zit. Groot applaus van de hele zaal, uiteindelijk werd ik uitgeroepen tot sterkste in het debat! In die tijd was de PvdA het ergste wat er was voor mij, ik vond dat zij eigenlijk overal schuld aan hadden, toen begon de EU een probleem te worden. De VVD voerde nog campagne voor minder EU, ik praat over 9 jaar geleden. Vanaf toen is de VVD steeds meer gaan kiezen vóór de EU.’

Al in zijn jeugd raakte Joris thuis politiek betrokken: ‘Mijn vader was actief VVD’er in Schijndel, de vergaderingen waren altijd hier in de kantine. Ik ben een keer bij die vergadering gaan zitten, samen bier drinken, en toen werd ik uitgenodigd om met de JOVD naar Brussel te gaan voor een excursie. Dat vond ik toen al verschrikkelijk daar. Zo groot, zoveel mensen, die toen al aan het stemmen waren over dingen die invloed hadden op ons. Het was net de dag dat ze stemden over Kazaa, een downloadplatform, dat draaiden ze de nek om terwijl ik dat altijd gebruikte, dat heeft mijn afkeer voor de EU wel gevoed, haha.’

De Euro: k**

‘En de Euro vond ik ook k**. Ik verdiende 1700 gulden, ik woonde thuis en ik kreeg het geld niet op. Toen kwam de euro, kreeg ik nog maar 770 euro en het bier en de sigaretten werden duurder! En nou kwam ik tekort! Ik zag de EU meer als een orgaan dat irritante beslissingen nam. Toen kon ik nog niet voorzien dat de EU alles naar zich toe zou trekken. Klimaat, stikstof, welvaart, zaken die we in Nederland moeten omdat het moet van de EU. Meer dan gehalveerd en alles duurder, dan ben je als burger wel de sjaak.’

Een optreden in Nieuwsuur volgde voor een debat met Alexander Pechtold: ‘Kwam iemand van de productie naar me toe: Joris, wat ga je dadelijk zeggen? Toen heb ik in de uitzending expres iets anders gezegd als wat ik tegen de productie had verteld. En toen begon hij te hakkelen. Ik vroeg hem hoe hij ertoe kwam dat Nederland geen handel meer zou drijven met andere EU-landen als Nederland uit de EU zou zijn. Bart Snels was er weer bij en die gaf me na afloop een compliment: ik had hem van z’n stuk gebracht.’

Nederland welvarender

‘Ik vond toen al dat Nederland uit de EU moet. Omdat Nederland een handelsland is met veel innovatie, productie en veel welvaart, met een belangrijke infrastructuur, en daarmee zijn we een heel belangrijk land. Soevereine staten kunnen heel goed floreren en onderling handel voeren zonder op te gaan in een unie. We zitten ook niet in een unie met Japan, Korea of Saoedie-Arabië, om maar een paar voorbeelden te noemen. Zwitserland of Noorwegen hebben veel minder te bieden dan Nederland, die zitten ook niet in de EU en daar gaat het heel erg goed. Nederland zou nog welvarender kunnen zijn als we uit de EU gaan. We hebben heel veel weggegeven aan de EU.’

‘Een eigen munt brengt enorme voordelen met zich mee. Nederland is in staat om de eigen broek op te houden en daarom vertegenwoordigt die eigen munt een stabiele waarde. Dat maakt Nederland juist interessanter om handel mee te drijven. Nederland is gelukkig in staat om in de eigen voedselvoorziening te voorzien. Je hebt de waarde-ontwikkeling van je eigen munt dan veel beter in de hand, je hebt de regie over je eigen financiële systeem. Waarom was de lire niks waard? Omdat ze bleven bijprinten en dat gebeurt nu op Europese schaal weer. De Zwitserse franc en de Noorse kroon zijn beide enorm stabiele valuta. Plus: wij zijn de grootste nettobetaler per kop aan de EU. Waarom zou je in de kroeg steeds rondjes blijven geven als je zelf niks aangeboden krijgt?’

Flyeren hoort erbij!

‘Nu ben je je welvaart aan het delen, als soevereine staat kun je beslissen met wie je wel of niet samenwerkt. Als je een gezamenlijke munt hebt, ben je samen verantwoordelijk. Als Italië er een potje van maakt, dan deel je die verantwoordelijkheid terwijl Italië er zich niks van aantrekt. Je begint toch ook geen bedrijf met iemand die al zes keer failliet is gegaan en maar Porsches blijft kopen?’

‘Ik was altijd sympathisant van de PVV, al vond ik wel dat het alleen maar van Geert Wilders afhing, daar was ik op een gegeven moment wel klaar mee. Hij liep weg bij het Catshuis-overleg, een blunder. En de minder-minder-uitspraak vond ik dom en onnodig. Toen dacht ik al: nou heb je er dus voor gezorgd dat je nooit meer mee kunt doen, om serieus mee te besturen. Sindsdien vertrouw ik zijn motieven niet meer, volgens mij wil hij helemaal niet meedoen, dat merken we in de Brabantse staten ook. Inhoudelijk ben ik het wel vaak met ze eens.’

Boer wordt nooit meer boer

‘Ik zit ook bij Forum omdat er zoveel verloren gaat in Nederland. De boer wordt net zo lang gepest tot hij het niet meer ziet zitten. Dan komt er een flinke zak gemeenschapsgeld en dan stopt ie. Maar die boer wordt nooit meer boer. De zaak moet worden afgebroken, er wordt nepnatuur gecreëerd, ze zetten het onder water. Wat je aan het doen bent: een productieve sector langzaam de nek aan het omdraaien. Je vergroot de afhankelijkheid van andere landen als het gaat om je voedselvoorziening.’

‘Je ziet het ook met kerken in veel gemeenschappen: het wordt een polenhotel, of een winkelcentrum, of een theatertje, het wordt herbestemd, maar in elk geval zorgen ze ervoor dat het nooit meer de oorspronkelijke bestemming krijgt. Tegelijkertijd worden er wel heel wat moskeeën bijgebouwd. Het is een hefboom die de verkeerde kant op gaat. Ze moeten van onze cultuur afblijven, ook als het een keer even wat minder gaat, we moeten onze cultuur intact houden. Daar hoort een koe in de wei ook bij, of een veld vol bloembollen. Tegelijkertijd is er ruim baan voor andere culturen. Iedereen die tegen onze cultuur is, krijgt subsidie en een platform.’

In gesprek met voorbijgangers

Joris ging op zoek naar een alternatief, snuffelde aan VNL van Bram Moszkowicz en toen kwam Forum voor Democratie: ‘Ze waren betrokken bij het Oekraine-referendum, ik vond het knap dat dat gelukt was, ik dacht: eindelijk een club met mensen die wel iets voor elkaar krijgen. Ik ben meteen op dag 1 lid geworden. In Thierry Baudet zag ik iemand die het wel heeft, enorm getalenteerd, met visie, ik merkte dat hij altijd hetzelfde dacht als ik. Hij zei wat ik dacht, maar dan mooier.’

Provinciale staten

Joris werd in 2019 gekozen in de provinciale staten van Noord-Brabant: ‘In eerste instantie zijn we in de oppositie beland, maar met de boerenprotesten zag ik dat het CDA wel los te weken was uit de coalitie met GroenLinks, PvdA en D66, toen heb ik een aantal moties ingediend waarover het CDA verdeeld heeft gestemd. Daarop zijn twee gedeputeerden opgestapt maar de coalitie bleef intact. Ik heb met een aantal VVD’ers gebeld, daarbij merkte ik dat ze onvoldoende beeld van ons hadden. En ik ben in gesprek gegaan met een prominente CDA’er, ze maakten zich zorgen dat wij hun plaats in zouden nemen, dus met links zouden willen besturen, wat me verraste. Ik heb toen beloofd dat als wij dat zouden doen, ik mijn zetel op zou geven. Toen zijn vrij snel de onderhandelingen op gang gekomen, wat Hans Smolders en Eric de Bie voortreffelijk hebben gedaan. Het resultaat: een coalitie met CDA, VVD, Forum en Lokaal Brabant.’

Joris was ook betrokken bij de dag in Ahoy waar de top-10 bekend werd gemaakt: ‘Later bleek dat een paar mensen uit die lijst bezig waren een coup te organiseren. En in de hysterie die daardoor ontstond, hebben helaas ook wat mensen direct hun conclusies getrokken, op basis van valse aantijgingen richting de JFVD. Een organisatie met bijna 5000 leden. Later bleek dat het ging om meer dan 100 app-groepen met iets van 210.000 appjes, waarvan er zo’n 12 als fout te kwalificeren waren. Voordat het onderzoek goed en wel begonnen was, hebben de coup-plegers hun moment gekozen en zijn ze er vol in gegaan. Een van de coupplegers heeft ook toegegeven dat de appjes alleen maar een stok waren om mee te slaan. Vooral Freek moest het ontgelden maar het was eigenlijk te doen om Thierry, zodat zij de partij over konden nemen en over de leden en de financiën konden beschikken. Het referendum onder de leden was duidelijk, zo’n 80% stond achter Thierry Baudet. Helaas zijn er ook goede mensen vertrokken op basis van deze valse beschuldigingen. Ze hadden ook kunnen zeggen: we wachten het rapport even af, en we polsen wat de echte argumenten van die mensen zijn. Dat is bestuurlijk van een hoger niveau dan wanneer je zo primair reageert.’

‘Zonder Thierry Baudet zou het voor mij geen nut hebben gehad om me in te zetten voor de partij. Ik denk dat ons coronastandpunt binnenkort wel eens de wind in de zeilen kan krijgen. Mensen zijn het ongelofelijk beu. Natuurlijk is het niet leuk als je het hebt en je behoort tot de kwetsbare groep of je hebt iemand verloren. We moeten de mensen voor wie dit virus gevaarlijk kan zijn, gericht beschermen. Maar de rest moet doorgaan, de winkels, de horeca, de evenementen, alles.’

Met Thierry Baudet

‘Je kunt een volk niet jarenlang op gaan sluiten. En het virus blijft voorlopig wel onder ons. Een mondkapje omdoen? Dat mag als je dat nodig vindt, maar dat mocht vijf jaar geleden ook al. We moeten de zorg opschalen, want die is de afgelopen tien jaar enorm afgebrokkeld, met 20% minder bedden en minder personeel. Dit grapje duurt al sinds maart, toen was de capaciteit al een probleem. Er is niet voor gekozen om dat op te lossen, een enorme blunder. Alles dicht laten kost veel meer. En alle steunmaatregelen: allemaal ons eigen geld. De zorg opschalen kost een fractie van wat we nu kwijt zijn. De staat zorgt er nu met de maatregelen voor dat ondernemers gaan stoppen. Deze mensen zouden wel gek zijn om opnieuw risico te lopen. Failliete horecaondernemers zullen nooit meer een kroeg hebben, winkeliers nooit meer een winkel.’

Steun is niet de oplossing

‘Dat is niet waar de staat voor moet zijn, die moet er voor ons zijn. Steun is niet de oplossing, alles moet weer open. Ondernemers moeten ondernemen. Deze maatregelen worden bedacht door mensen die zelf geen risico lopen en die niet goed weten waar ze het over hebben, zij laten zich alleen maar adviseren door specialisten die ook de verantwoordelijkheid niet durven te dragen. Het resultaat is dat we in een cyclus van maatregelen terecht zijn gekomen waar we nooit meer uit geraken, behalve als we het roer omgooien.’

En in de tussentijd ligt ook de paardenwereld stil: ‘De paardenevenementen, manegelessen, de bar, alles ligt stil. Gelukkig gaat het goed met het AES, met de registraties, de hengstenkeuringen, door heel Europa. In april organiseren we weer een hengstenkeuring in Schijndel. Mooi dat het gelukt is dat Eva-Maria Broomer in het bestuur van de WBFSH zit, dezelfde club waarmee we een paar jaar geleden voor de rechter stonden vanwege onenigheid over het lidmaatschap. En nu leveren we de vice-president. Met het AES zijn we ook begonnen met een soort van alternatief tegen de gevestigde orde. En dat is gelukt, dus het kan wel. Alles is mogelijk als je maar niet opgeeft.’

‘De paardensector wordt hard getroffen door de maatregelen, de sport kan niet doorgaan. Paarden en mensen horen al duizenden jaren samen. Het rijden op paarden heeft er altijd bij gehoord, dat is waarom paarden nog bestaan. Daar worden ze op gefokt en geselecteerd. En dat staat nu onder druk door onwetende mensen die denken dat ze iets goeds doen door te zeggen dat we niet meer op een paard mogen rijden, en dat een bit en een hoefijzer schadelijk zijn, terwijl die attributen al duizenden jaren bestaan. Helaas krijgen deze clubjes ook een platform in de bond, waarschijnlijk ook nog gesubsidieerd. Mocht ik in de Kamer komen, dan ga ik me vooral inzetten voor ondernemers, boeren, en natuurlijk de paardensector.’

Patricia van Iersel: ‘We zijn een beetje ouderwets. Ik ben bij voorbeeld altijd bereikbaar’

Patricia van Iersel: ‘We zijn een beetje ouderwets. Ik ben bij voorbeeld altijd bereikbaar’

Soms blijft je naam heel lang verbonden aan iets wat je ooit gedaan hebt. Misschien geldt dat ook wel voor Patricia van Iersel, die voor de NKB werkte. Tegenwoordig is ze de regelaar van de SRR, het onafhankelijke exameninstituut voor het ruiter- en menbewijs. Op basis van ouderwetse service en vooral géén verdienmodel. Levenslang geldig, zonder contributie. ‘Waarom, vraag je? Waarom niet?’ Het past heel goed bij haar passie: recreatief rijden, overal in het land.

In 1980 begon Patricia van Iersel bij de NKB in Tilburg, de plaats waar ze ook paard leerde rijden: ‘Ik was altijd bezig met pony’s en paarden toe ik klein was. Vooral in Hilvarenbeek, een heel klein ponystalletje, ongeveer waar nu de Beekse Bergen is, daar gingen wij pony rijden. Samen met mijn broertje die toen pony’s ook wel leuk vond. Hij kreeg een eigen pony, die kwam bij een boer in Tilburg te staan. Daar stond ook een heel leuke, kleinere pony en die schaften ze voor mij aan, ik denk een B-tje, Pukkie. Pukkie was nog hengst, maar mijn ouders en ik hadden geen idee wat dat betekende. Dus bij een buitenrit sprong hij met mij erop over het prikkeldraad naar de merries. Dat was het einde van zijn hengst-zijn.’

Patricia op Pukkie met haar oudere broer

De ouders van Patricia hadden een meubelzaak in Tilburg, dat betekende nauwelijks tijd om de vorderingen van hun dochter te volgen. ‘Ik ben les gaan nemen bij Jan van Mensvoort in Tilburg, die zat daar om de hoek. Blijkbaar deed ik toch iets goed want ik mocht de betere paarden rijden, zelfs op wedstrijden. Toen werd het tijd voor een eigen paard, we zijn met Jan naar Jan Maathuis gereden, hebben we mijn eerste paard gekocht, een belevenis. Ik vertelde thuis wel eens dat ik 1m10 of 1m20 sprong maar dat had mijn vader nooit gezien. Dat zag ie bij Maathuis voor het eerst, hij hield zijn handen voor de ogen, had iets van: wauw, wat gebeurt hier!’

‘Het werd Untouchable, die had al wat kilometers in de benen, daar zat je zo mee in het 1m20 bij de NBVR. We zijn verhuisd naar Goirle waar we het paard aan huis konden hebben. En toen ben ik landelijk gaan rijden, zoals dat heette. Een héél andere sfeer. Achttal rijden, parade rijden, dat was iets heel anders dan bij de NBVR-wedstrijden. De gezelligheid, elkaar helpen, de manier waarop je met elkaar optrok, dat vond ik heel fijn. Het vervoer samen was gemakkelijk, gezamenlijk inschrijven, en als het niet te ver was dan ging je onder de man. De afdelingsdressuur moest als eerste want dan waren de paarden nog op hun best. Een trailer hadden we niet, dat was toen nog niet zo.’

Patricia van Iersel op het wedstrijdsecretariaat met Sjef van Roovert en Hanneke Dielissen.

Untouchable raakte geblesseerd, er kwam een driejarige die Patricia zelf zadelmak maakte. ‘Tja, zo ging dat. Drie man vasthouden, ik er heel langzaam op, en toen ie begon te bokken, waren ze natuurlijk alle drie weg.’ In de vakanties werkte Patricia bij in de meubelzaak: ‘Maar tegen de tijd dat ik echt ging werken, moest mijn vader de zaak van de hand doen vanwege een tia. Ik ben gaan werken als secretaresse. Mijn man, Surinamer, zag in De Landelijke Ruiter de oproep staan voor een medewerker bij de NKB. Daar wilden ze eigenlijk een man hebben, hoewel er uiteraard m/v bij stond. Ik werd dus afgewezen.  Maar die man was geen succes en na twee maanden belden ze of ik alsnog wilde komen. Samen met iemand die ik niet kende, Hanneke Dielissen. Blijkbaar dachten ze toen dat ze twee vrouwen nodig hadden om het werk van één man te doen. Adrianne van Waardenberg werkte daar, Sjef van Roovert, Herman Wassenaar, Jan van Dieren.’

Toen er nog echt volk kwam op de kampioenschappen. Patricia assisteert minister Gerrit Braks (r) bij de prijsuitreiking.

Patricia deed het twee jaar en emigreerde toen naar Suriname, waar ze 11 jaar zou blijven: ‘Mijn man had een agrarische opleiding, hij begon een boerderij in pluimvee en varkens met een compagnon, en die had ook koeien en paarden. Hij zei: deze hengst staat hier, niemand durft er iets mee te doen. Ik ben de stal ingegaan, ben ermee weggereden en klaar. Op een gegeven moment stopte die tijdens een buitenrit. Hij stond stokstijf. Stak er een anaconda over, zo’n wurgslang. En toen die aan de overkant was, ging hij weer verder. Dat maakte je daar mee. Maar ook de decembermoorden. Je had daar twee maneges, een in Lelystad, maar die eigenaar moest in de achterbak van de auto het land uit om te vluchten vanwege de kippencoup, een vermeende opstand tegen Bouterse.’

Ze had intussen haar eigen manege: ‘Eigenlijk ontstond het gewoon zo, ik had inmiddels ook vier kinderen, dus ik was meer thuis. Daar zaten heel veel Belgen: voor ontwikkelingswerk want dan hoefden ze niet in dienst. Of Amerikaans ambassadepersoneel. Ik organiseerde buitenritten, met de vrachtwagen mee naar Zanderij, dat draaide prima, ik hoefde er niet van te leven want we leefden van Rannie zijn boerderij.  Maar de Nederlandse ontwikkelingshulp werd stopgezet, er was gebrek aan van alles, voor melk, brood, benzine en zo stonden we in de rij. Uiteindelijk wilde ik er niet meer zijn, ik heb Rannie daar achtergelaten, ik ben teruggegaan naar Nederland met vier kinderen.’

‘Ik ben bij m’n zus opgevangen in Goirle en ik heb Herman Wassenaar van de NKB gebeld: goh, je hebt toen gezegd: als je ooit terugkomt…..De volgende dag belde hij: ik heb een vacature! En toen ben ik weer begonnen bij de NKB. Hanneke zat er niet meer, haar zusjes Jeanet Wolfs en Ans Hendriks wel. Het was in 1993, ik was 36, het was de tijd van het bijhouden in multomappen, met langwerpige kaartjes per combinatie, daar werden handmatig de winstpunten bijgeschreven. Van coupons uitdraaien, van ledenlijsten en standenlijsten voor de afvaardiging per kring. De NKB-kampioenschappen waren een feestje, geen organisatiebureaus of zo, we deden alles zelf, samen met Onze Gezel, de lokale rijvereniging in Wanroij. En we werkten aan een gezamenlijk automatiseringsproject met KNF, NBVR en NHS, want iedereen had natuurlijk z’n eigen bestanden.’

Patricia van Iersel als prijzenmeisje naast NKB-secretaris Herman Wassenaar. Interpolis was natuurlijk de vaste hoofdsponsor.

Het project bleek onderdeel van de plannen om in 2002 gezamenlijk één nieuwe KNHS op te richten. ‘We waren al verhuisd van Tilburg naar Wanroij omdat in 2000 daar het kantoor kwam van de NKB. Ik heb er een huis gekocht, want het heen en weer rijden was niet ideaal. Topsport en recreatie kwamen in Wanroij, ik heb gekozen voor recreatie. Dat kwam ook omdat ik bij de NKB het diplomarijden onder mijn hoede had, een opleidingstraject voor kinderen. De Stichting Rijvaardigheidsbewijzen Recreatieruiter gaf het ruiterbewijs uit, daarmee hebben we gesprekken gevoerd of het C-diploma en het ruiterbewijs bij elkaar konden passen. Dat is gelukt. Michel de Leeuw, ook parcoursbouwer, begeleidde dat als gecommitteerde bij de SRR. Hij vroeg: waarom wil je geen examinator worden? Ik was niet zo bekend met het ruiterbewijs maar het leek me wel leuk!’

‘Vanaf 2002 ben ik recreatiesport gaan doen met een man of zeven. Kun je nagaan hoeveel examens er toen waren! Anneke Pardoel, Wendy van Stiphout, wij deden de examens. En ik was verbindingspersoon naar het SRR-bestuur, de onafhankelijke exameninstelling. Eef Schreurs was toen voorzitter, snel daarna werd dat Toon Hulshof. In 2004 werd de unit in Wanroij gesloten en moest iedereen naar Ermelo. Maandenlang werden we met een taxi om 08.uur in Wanroij opgehaald, waren we om 09.30 in Ermelo. Om 15.00 uur stond ie er weer en om 16.30 uur waren we weer thuis. We mochten reizen in de baas zijn tijd. De oplossing voor mij is toen bedacht dat ik via de SRR een lease-auto kreeg en ik mocht twee dagen thuis werken. Dat ging een hele tijd goed, tot het fout ging.’

Patricia in gesprek met vrijwilligers voor de ruiterpaden van Nationaal Park Veluwezoom

‘Vanaf 2002 ben ik recreatiesport gaan doen met een man of zeven. Kun je nagaan hoeveel examens er toen waren! Anneke Pardoel, Wendy van Stiphout, wij deden de examens. En ik was verbindingspersoon naar het SRR-bestuur, de onafhankelijke exameninstelling. Eef Schreurs was toen voorzitter, snel daarna werd dat Toon Hulshof. In 2004 werd de unit in Wanroij gesloten en moest iedereen naar Ermelo. Maandenlang werden we met een taxi om 08.uur in Wanroij opgehaald, waren we om 09.30 in Ermelo. Om 15.00 uur stond ie er weer en om 16.30 uur waren we weer thuis. We mochten reizen in de baas zijn tijd. De SRR wilde me behouden voor hun werkzaamheden en zo kreeg ik van de SRR een lease-auto  en bedong de voorzitter Toon Hulshof dat ik twee dagen thuis mocht werken. Dat ging een hele tijd goed, tot het fout ging.’

In 2015 zegde de KNHS de samenwerking met de SRR op, ze konden samen niet meer door één deur.  De SRR had geen personeel, en het leek erop of de KNHS ervan uitging dat de SRR daarmee op zou drogen. ‘Er was eerder steeds heibel geweest. Ik was KNHS-werknemer maar mijn hart lag bij de SRR, het stak me dat de KNHS met de FNRS nieuwe pasjes uitgaf terwijl de SRR het met papieren pasjes moest doen. Dat steeds de verplichte contributies verhoogd werden tot het ‘gewone’ lidmaatschap, en dat er voor de recreatieruiters niks gebeurde. Na de clash mocht ik geen contact meer hebben met het SRR-bestuur op straffe van ontslag op staande voet, daarvoor moest ik op het matje komen bij Theo van der Meulen. Toen vroeg Toon Hulshof me of ik in dienst wilde komen. En sindsdien werk ik voor de SRR.’

‘We hebben nu 30.000 levenslang geldige bewijzen uitgegeven sinds 2016, in totaal zo’n 110.000 ruiterbewijzen sinds de oprichting en een kleine 40.000 menbewijzen. Die zijn levenslang geldig zonder dat je ergens contributie voor hoeft te betalen. Waarom? Waarom niet? Je hebt een examen gedaan. Het jaarlijks blijven betalen van contributie zegt niks over of je ook echt rijdt. Je hoeft toch nergens lid te zijn omdat je hebt aangetoond dat je kunt rijden? Je hebt examen gedaan, je bent geslaagd. Natuurlijk is bijscholen altijd goed, maar dan wel onder je eigen condities en voorwaarden. Daar hoeft geen verplichting aan vast te hangen. Als je een rijbewijs haalt, heb je niet automatisch een ANWB-lidmaatschap. Als je ergens pech hebt, komt de ANWB je nog ophalen, maar dat doet de KNHS niet.’

x Lekker het bos in met echtgenoot Harry

‘Het bestaan van de SRR is nog steeds heel waardevol. Het blijft nodig dat beginnende ruiters veel leren over hun pony en paard. Ik heb het  in Drenthe gezien, van boerderij naar boerderij met zo’n huifkar, door mensen die nog nooit een paard in handen hadden gehad. Of er zijn nog steeds maneges waar je gewoon een paard kunt meenemen als je wilt rijden. En wat denk je van mensen die gewoon maar besluiten om een paard te kopen omdat ze buiten wonen? Hoe komen die mensen aan hun informatie? Ze zijn niet aan een manege gebonden, niet aan een vereniging, misschien vragen ze het aan de buurman die ook een paard heeft. Kijk hoeveel impulsaankopen er gedaan worden. De SRR biedt dan training en opleiding, zowel in theorie als in praktijk. Wij adviseren, ze kunnen zelf bepalen.’

‘Als SRR moeten we blijven opleiden en examens afnemen. De examinatoren vinden dat, de opleiders vinden dat. Die hebben daar ook een leuk product aan, leuk om te doen, vanuit enthousiasme, niet vanuit een verdienmodel. En dan leveren ze ook een goed product want het is niet van geld afhankelijk. We zijn er niet op gericht om geld te verdienen. Het leuke is dat je mensen kunt helpen. Als je ziet in allerlei facebook-groepen wat er aan hulp gevraagd wordt….wij zijn daar ook pro-actief in. Een oma die het ruiterbewijs cadeau wil geven aan de kleinkinderen, mensen met een beperking die toch graag een vorm van diploma hebben, ook dat soort dingen proberen we zo goed mogelijk in te vullen.’

‘Als SRR zijn we ook een beetje ouderwets. Ik ben bij voorbeeld altijd bereikbaar. Mijn man Harry is gepensioneerd, was hoefsmid, hij snapt heel goed wat ik doe. Ik werk het liefste ’s avonds, van de andere kant kan ik ook gerust zeggen: ik ben nu aan het rijden, ik kijk het straks even voor je na. Want we gaan altijd samen paardrijden, overal in het land. Ik haal energie uit wat ik doe, voel me nog prima, ik ga zeker niet thuiszitten. Het lijkt me ook wel een uitdaging om te bekijken wat we voor de recreatieruiter kunnen betekenen. Zo’n pasje voor de Utrechtse Heuvelrug? Gaan we dat overal doen dan, per gebied € 60,- betalen? Dat vind ik jammer, triest eigenlijk. Ik hoop dat we ook daaraan wat kunnen doen. Misschien met partners samen, kan ook de KNHS zijn, waarom niet.’

Annemiek van der Vorm: je moest maar leren plannen als je iets wilt bereiken

Annemiek van der Vorm: je moest maar leren plannen als je iets wilt bereiken

Hoe gaaf is het als je gevraagd wordt om mee te werken aan de Olympische Spelen in Tokyo! Annemiek van der Vorm overkwam het. Je zou kunnen denken dat het haar aan kwam waaien, maar zo is het niet gegaan! ‘Hard werken en mijn best doen, daar heb ik wel wat voor teruggekregen,’ kijkt ze nu terug. En netwerken.

Annemiek van der Vorm groeide in de jaren ’80 en ’90 op in Dinteloord op de Margaretha Hoeve, het paardenbedrijf van haar moeder Nelleke en vader Willem, ondernemer in groente en fruit, in de paardenwereld bekend als onder andere fokker, paardeneigenaar en van de samenwerking met de familie Bolluijt, samen Bollvorm, in de jaren ’90. Het lijkt een ideale plek om op te groeien en van alles in de schoot geworpen te krijgen. 

‘Ik was vroeger als klein kind wel gek van dieren, maar niet per se van de manege. Eigenlijk begon het toen ik een veulentje van iemand kreeg die voor mijn vader iets terug wilde doen. En toen kwam er al snel een pony, mijn eerste wedstrijdje heb ik gereden op m’n 11e, hier in Halsteren. Tot aan het M2 ben ik met haar gekomen. Toen kwam langzamerhand Leida Strijk in beeld, zij werkte voor Bollvorm op de dressuurstal in Halsteren. Met Navelino, een ponyhengstje, ben ik bij haar gaan lessen. Na school, vanuit Bergen op Zoom 20 kilometer heen en 20 kilometer terug, op de fiets. Bijna Spartaans, je moest maar leren plannen als je iets wilde bereiken.’

 

 Met haar eerste pony Jiske op concours. ‘Excuses, niet goed zonder cap….’ zegt ze nu

De luxe opvoeding was ver te zoeken: ‘Nee hoor, na het pony’tje is er precies één keer een paard voor mij gekocht, de jonge goedgekeurde dekhengst Landtänzer, die was net zadelmak. Maar ik heb natuurlijk enorm veel te danken aan mijn ouders. De beste lessen gekregen en mijn moeder ging altijd met mij mee. Met m’n pony reed ik Z2 en daarbij kreeg ik Bollvorm’s Goldfinger, een jonge Matcho, te rijden, maar die reed Leida eerst. Ik ben in het B met hem begonnen en ik was snel Z2, met succes, ook bij de junioren. Zo ging dat. Zoiets was het ook met Incredible: een Oldenburg- en AES-goedgekeurde hengst, in Oldenburg zelfs reserve-kampioen, waarmee Robert Puck tot en met ZZ gesprongen heeft. Mijn vader zei: volgens mij kan hij ook goed in de dressuur presteren. Hans Peter Minderhoud werkte toen bij Bollvorm, hij heeft hem nog een paar keer Z gestart. Toen had ik er twee, naast mijn school.’

Met Navalino in 1995 op het EK in Achelswang

Toen het groente & fruitbedrijf verkocht was, begon het ondernemersbloed bij vader Willem weer harder te stromen, hij begon weer in de handel. ‘Dat deed hij vanuit huis, maar hij was natuurlijk ook vaak weg. En dan mocht ik de telefoon opnemen. Ja maar wat moet ik dan zeggen als jij er niet bent? Want het was internationaal en ik was best nieuwsgierig. ‘Er ist nicht da’ hebben ze mij geleerd, daarmee is het ‘kantoortje spelen’ een beetje begonnen, nog in mijn basisschooltijd.’

Toen het Z2-kampioenschap van de NKB in Wanroij nog een enorme happening was

Toen Annemiek nog maar net bij de junioren reed, nam ze deel aan een kadertraining van bondscoach Jürgen Koschel: ‘Dat was in de tijd van meneer Van Gansewinkel, hij organiseerde dat toen bij ons. Het was in de tijd van Ferro, ik zie hem nog bij ons in de oude schuur staan. Weet je wat meneer Koschel zei? Als jij in een kader zit, dan vind ik dat je nog niet zo goed kunt rijden. Nou ja. Misschien lag het er wel aan dat ik veel tussen de springruiters thuis reed. Nu is het misschien wel een voordeel dat ik dat deed, stel ik mezelf wat relaxter op. Maar ik mocht wel bij meneer Koschel komen trainen, in Schenefeld bij Hamburg. Dat werden dus alle vakanties, met kerst was ik bijvoorbeeld nooit meer thuis, in de zomer, ik denk dat ik er zo’n vier keer per jaar naartoe ging. Verschillende paarden rijden, maar ook gewoon op stal helpen, stallen doen, tuig poetsen, noem maar op.’

 In 2000 reed Annemiek met het Nederlands team naar de zilveren individuele en de gouden teammedaille met Incredible

Annemiek maakte in de tussentijd haar havo en hbo-officemanagement af en was op haar 21e klaar: ‘Ik heb nog een jaartje thuis gewerkt, paarden rijden, beetje de inkoop doen, dingen regelen op stal en zo. Mijn ouders hadden mij daarvoor al wel gevraagd of ik het paardenbedrijf thuis over wilde nemen, maar dat vond ik niet bij mij passen. Ik had gezien wat het allemaal inhield. Ik wist dat ik met een stal met 200 paarden mij niet helemaal op het echte paardrijden kon richten. Het bedrijf is in 2005 verkocht aan Eric Berkhof. In 2002 belde meneer Koschel mij met de vraag of ik iemand wist: als ruiter, verzorger, voor vast op stal. Ik wilde naast het bedrijf thuis graag wat anders zien en dat stimuleerden papa en mama ook. En ik was gecharmeerd van de manier van omgaan met paarden in Duitsland, daar had ik gewoon iets mee. Ik weet nog wel dat ik in mijn slaapkamer stond te bellen met hem, toen heb ik letterlijk mijn vinger opgestoken om mij aan te melden.’

 ‘Ik woonde in Schenefeld bij Hamburg, twee straten van de sportstal van de familie Koschel vandaan en dat was ook een manege, dus daar kwamen ook heel veel andere mensen. Ik mocht van meneer Koschel daar ook les gaan geven. In het Duits natuurlijk. Ik pakte daar alles enthousiast aan, was natuurlijk altijd het Holländisches Mädchen. Of ik met Kerst in het restaurant wilde helpen? Ook gedaan. Of op concours, met Christoph en zijn vader, sliep ik in de vrachtwagen, ik vond het allemaal prachtig. Ik wilde dus heel graag naar Duitsland, maar na een jaar of twee ook wel naar Engeland, had ik bedacht. Ik was 23, Koschel vond dat ik niet naar Engeland moest, vooral omdat de dressuur daar nog weinig voorstelde. Hij wist iets anders: hij belde de familie Kasselmann.’

 Annemiek in de vrachtwagen in de periode in Duitsland

‘Incredible hup weer mee naar Hagen, kon ik net iets makkelijker naar mijn ouders, broers en naar mijn vrienden. Was ook wel bikkelen hoor, stallen doen, minimaal tien paarden per dag rijden, geen groom en paarden voorrijden voor klanten. We hadden ook avonddiensten, dat was voor iedereen gelijk. Ik had heel leuke collega’s, uit heel Europa. En met avonddiensten: als de dierenarts die avond kwam, moest jij erbij zijn, als er klanten kwamen, moesten de paarden voorgereden worden etc.’

 De winst in Hagen met Incredible leverde mooie publiciteit op

‘Op een gegeven moment belde de cheffin, mevrouw Kasselmann: de chef moest opgehaald worden, hij had een feestje gehad. Ik vond het mega interessant wat die man deed: de grootste veiling ter wereld organiseren, een prachtig concours in Hagen, hij gaf trainingen en was natuurlijk handelaar. Ik heb hem opgehaald en in de auto kom je dan aan het praten. Ik heb veel gevraagd en toen vroeg hij: wat wil jíj eigenlijk? Nou, meer internationaal, heb ik gezegd. Twee dagen later ging de telefoon: ik moest bij de chef komen. Hast du dein Pass dabei? We gaan een visum aanvragen, je gaat drie weken training geven in China. Jeetje, hoe cool…hard werken en mijn best doen, daar heb ik wel wat voor teruggekregen.’

Annemiek reed daarna nog even hengsten als Johnson en Scandic voor de eigenaren Nijhof en Greve en liep toen Gerda Verhaar Eeuwijk tegen het lijf: ‘Op de Hippiade was dat. Jij hebt toch de diploma Officemanagement behaald? Kom eens op de koffie. Lang verhaal kort: ik heb 11 jaar gewerkt bij haar headhuntersbureau, tot ze overleed. Zij doorzag het snel, met haar mega-netwerk. Ze zei altijd: netwerken is net werken, ik dacht oh, komt ze weer met die zin. Maar nu ze overleden is: ja, het is echt zo. Ze was heel sterk voor diversiteit. Vroeger dacht ik: moet daar nou zo zwaar over gesproken worden? Maar bij haar ben ik daar op een andere manier naar gaan kijken, überhaupt naar gelijkheid. We hebben samen een coöperatie van vrouwelijke ondernemers opgericht, een heel andere wereld, een heel ander netwerk. Met die coöperatie hadden we ook een doel: voor elkaar omzet genereren. In mijn eigen kennissenkring ben ik ook mensen gaan stimuleren in het ondernemen door vrouwen. Durf je eigen ding te doen!’

 Gerda Verhaar Eeuwijk

 ‘Het was een pittige periode. Op 8 januari 2018 overleed ze, twee weken later kreeg ik mijn ontslag, omdat de familie het bedrijf niet door wilde zetten. Dat was een harde klap. Ik heb het bedrijf in twee weken ontmanteld, eigenlijk moest ik mezelf opruimen. Ik heb heel even gedacht om het over te nemen, maar het was toch uiteindelijk niet zo mijn ding. Een paar jaar daarvoor had EQ International mij al gevraagd om mee te werken bij het sportsecretariaat van het NK dressuur op Marienwaerdt, daar voelde ik me als een vis in het water: ik ken de sport, heb een netwerk en ik weet wat ruiters fijn vinden. Via Tineke Bartels kwam ik ook bij het CHIO Rotterdam binnen. Ik heb ook voor evenementen sponsorwerving gedaan, de hele opzet van kleinere evenementen, sportsecretariaten springen en dressuur, toen ben ik toch maar mijn bedrijf begonnen, In Vorm, in 2012.’

‘Op de dag dat Gerda overleed, had ik met Fred Rozendaal destijds directeur van CHIO Rotterdam een afspraak staan. Dat werd natuurlijk uitgesteld, maar een paar maanden daarna vroeg hij me of ik zijn managementassistent wilde worden voor het EK dressuur. Ik moest heel veel met de FEI samenwerken, ook met de FEI-sponsors, ik denk dat naast mijn werkzaamheden als FEI vertegenwoordiger tijdens Nations Cups voor de jeugd, daar het idee is ontstaan dat ik iets met Tokyo zou kunnen doen. Ik weet nog goed dat ik mijn spam-mapje aan het leegmaken was: delete, delete, delete, ik dacht: huh? Wat verwijder ik nou net? Dat was dus een bericht uit Japan: of ik volgende maand naar Tokyo wilde komen. Maar we hadden dan het EK, en afspraak is afspraak. Ik heb een paar maanden lopen twijfelen, omdat ze wilden dat ik full time naar Tokyo kwam, maar ik heb thuis met mijn partner, ouders en naasten goed overlegd, in oktober 2019 heb ik het contract getekend, in november ben ik er naartoe gevlogen.’

Als FEI representative actief bij de Jumping Batiosn Cup Youth in Samorin.

‘En begin van dit jaar ging de zaak op slot, ik kan echt niet wachten om weer te gaan. De afgelopen weken waren de Japanse kampioenschappen op die plaats, ik hoop dat we in januari weer mogen vliegen, maar ik vrees het. We werken hard door met ons sportteam in Tokyo, maar fysiek werkt toch wel fijner, met het tijdsverschil schiet het digitale werken ook niet altijd op. Ik kijk er enorm naar uit, maar vind thuis en iets anders ook wel belangrijk. Mijn partner is security manager bij een groot transportbedrijf. Totaal iets anders dan met paarden, dat mag voor mij niet iets met oogkleppen worden. We wonen in Steenbergen, vlak bij m’n ouders die allebei gelukkig gezond en positief zijn. En m’n twee broers hebben wel paarden, maar hebben totaal ander werk.’

Annemiek van der Vorm kijkt op een manier naar de paardenwereld die hard werken en aanpakken verraadt. ‘Ik ging ook gewoon met ons trailertje naar de concoursen hoor. Maar het lijkt wel of het steeds sneller moet, steeds internationaler, met veel glitters. Wat dat betreft maak ik me wel een beetje zorgen over de toekomst van de sport. We moeten onze jeugd goed steunen en zichtbaarder worden met onze topsport en het paardenwelzijn. We doen het erg goed, we mogen dat best laten zien, het mooie en emotionele is dat we het samen met de paarden doen. Wat betreft het welzijn, dat blijft toch heel dichtbij. De anti-groepen vinden het nooit genoeg.’

Evenementen zijn er even niet, maar stilzitten is er niet bij: ‘Ik geef nog les en ik ben nu bestuurslid bij de Equestrian Organisers, dat vind ik ook leuk. Het gaat bijvoorbeeld over prijzengeld, afdrachten, de klasse-indeling, formats etc.  Via Peter Bollen van de Jumping Committee van de FEI ben ik FEI vertegenwoordiger geweest tijdens FEI Jumping Nations Cup Youth op internationale concoursen in heel Europa, ook heel erg leuk om te doen. Tja, dan kom je toch weer bij die uitspraak van Gerda Verhaar Eeuwijk he, netwerken is net werken.’

 

 

 

Simone van Wijngaarden: je herpakken en weer doorgaan

Simone van Wijngaarden: je herpakken en weer doorgaan

Positief is ze in haar manier van praten, goedlachs ook. Maar er is ook een andere kant voor Simone van Wijngaarden: ‘Natuurlijk heb ik ook wel in de put gezeten, maar je moet je herpakken en doorgaan.’ Het leven in de paardenwereld is een zoektocht van hard werken en doorzetten voor de amazone die verschillende paarden tot en met Grand Prix opleidde maar die ook ongewild in rechtszaken terecht kwam.

Vlak bij haar woonplaats Durgerdam heeft Simone van Wijngaarden haar boxen bij Stal Melman in Broek in Waterland. De pony voor haar dochter stond er eerst: ‘Ik heb op heel veel stallen gestaan, waaronder heel luxe. Maar hier is het gezellig, leuk, kleinschalig. Ik kende die mensen al mijn hele leven en toen ik voor mijn dochter een pony kocht, werd dat de plek. Toen ze een grotere bak bouwden, ben ik er ook heen verhuisd. Ik doe sowieso alles zelf: mesten, voeren, buiten zetten, rijden. Ik heb nu drie paarden in training staan.’

Naast lesgeven en clinics verzorgen is de training van paarden naar het hoogste niveau de belangrijkste bezigheid van Simone: ‘Ik heb nu weer even plek omdat paarden van Eugène Reesink zijn verkocht. Hij heeft nu alleen vierjarige paarden beschikbaar maar dat is niet zo mijn ding, bovendien, dat kunnen ze ook zelf met hun stalruiters. Ik heb me gespecialiseerd in het opleiden op hoger niveau. Passage, piaffe, de wissels, gedragen laten draven, zeg maar de laatste stapjes op subtop-niveau.’

Trailertje tussen de vrachtwagens

Simone van Wijngaarden is wel iemand die de paardensport met de paplepel kreeg ingegeven. Maar ze is niet iemand bij wie het aan kwam waaien. Haar zus reed pony, haar vader reed paard. Vanuit Durgerdam, waar ze altijd is blijven wonen: ‘Ik ben één keer in mijn leven ooit verhuisd. Ja, één meter, ik woon nu naast mijn ouders.’ Simone bleef als enige in de paarden, haar vader haakte vooral af op de dressuur: ‘Nee, hij vond er niet veel aan, hij ging vooral marathonschaatsen. Hij riep altijd: al kom ik achterstevoren in een lelijk pak over de finish, dan heb ik toch gewoon gewonnen. Mijn moeder ging altijd overal mee, die zat ook meteen met iedereen te kletsen, mensen herkennen haar op wedstrijden eerder dan mij. Mee naar Maastricht, Zwolle, Hengelo of mijn droomconcours Jumping Amsterdam. Als amateur mocht ik daar tussen de grote namen rijden. Wij met ons trailertje tussen de grote vrachtwagens. Mijn moeder zei dan: het gaat erom wat eruit komt, niet waar hij in staat.’

Met de eerste eigen pony Blacky Boy

De eerste pony’s waren geleend, met de B-pony Blacky Boy werd ze M-dressuur en ze kreeg maar de D-pony Hagar, een half-Arabier: ‘Ik heb er een vreselijk ongeluk mee gehad. Op een bruggetje stapte hij op een plaat die kantelde waardoor we in het water terecht kwamen. Water dat was afgezet met platen aan de zijkant, waardoor de pezen beschadigd waren, de buik openlag. De pony was wit, het water zwart maar binnen de kortste keren was alles rood. We hebben heel lang over de revalidatie gedaan, een half jaar op stal en zo, maar hij kon nooit meer normaal stappen, het werd een soort dribbelen. Uiteindelijk heb ik toch in het Z2 gereden. Voor de stap kregen we dan een 2 of een 3, dat kon ik dan ophalen met de rest. Later is hij met een ander meisje nog Z-springen geweest. Toen ik hoorde dat hij naar de slager ging, heb ik die handelaar 1000 gulden meer geboden dan de slager wilde geven. Maar hij deed het niet. Al die emotionele vrouwen altijd, dat soort teksten, zijn opdrachtgever wilde gewoon dat hij geslacht werd.’

Stekerig voorbeen

Jennie Loriston-Clarke, 77 inmiddels, deelneemster aan vier Olympische Spelen en nog steeds actief in dressuur en vooral de AES-fokkerij in Engeland, was met haar beroemde Dutch Courage een inspiratie voor Simone om haar eerste paard te kopen: ‘Zij had een paard met een beetje een stekerig voorbeen, zo een wilde ik ook. Ik dacht: dat vindt de jury mooi, da’s altijd handig. Rom Vermunt wist er een te staan. Het was het eerste paard waar ik bij ging kijken, een jonge Meridiaan, een heel gewoon beestje maar ik ben er wel lichte tour mee geworden. Hij is uiteindelijk verkocht naar Japan.’

Met Princepals Diamond, de jonge Meridiaan

Het was in de tijd dat Simone de detailhandelsschool achter de rug had: ‘Ik dacht dan kan ik een winkel beginnen maar dat is er nooit van gekomen. Ik ben op kantoor gaan werken van 8 tot 12, kon ik ’s middags de paarden doen. Mijn ouders vonden het prima, zolang ik het maar kon betalen. ’s Middags gaf ik ook les, ik combineerde het allemaal wel. En zelf kreeg ik les bij de Waterlandruiters, bij de KNF toen nog.’

Alles kwijt

Het was nog niet de tijd van luxe pensionstallen: ‘Ik stond bij een boer waar ik voor 20 jaar een stuk grond kon huren van 20 x 35 meter. Dat leek ideaal, ik heb er een buitenbak aan laten leggen. Maar toen gebeurden er allerlei vreemde dingen. De paarden werden schichtig, mijn spullen lagen op andere plekken, paarden hadden verwondingen. Ik heb een camera neergezet en toen zag ik dat die boer de paarden gewoon treiterde. Een aantal keren per dag of avond met een stok langs de tralies waardoor de paarden achterover schoten, soms tegen een dwarsbalk boven hun hoofd. Ik ben er weggegaan, alles kwijt.’

Met dochter Faye Lynn op pony Goldflame

Simone stond op meerdere stallen, kreeg een zoon en een dochter, en kocht Stallone (Lancet x Symfonie) bij Eugene Reesink, als 4-jarige. Ze leste bij Nicole Werner, bij Judith Scholte die later tragisch overleed aan kanker, bij Theo Hanzon: ‘Van iedereen leer je wat. In de Pavo cup gestart, ging hartstikke goed, veel jonge paardenwedstrijden gewonnen, vaak met Patrick van der Meer als testruiter die nogal gecharmeerd was van Stallone. We hadden hem eigenlijk zomaar gekocht bij Reesink: maar toen bleek steeds duidelijker dat we toch een veel beter paard gekocht hadden dan we dachten. Ik ben bij Gerard Hogervorst en Joyce Heuitink gaan lessen, uiteindelijk werden we Grand Prix, we hebben meegedaan aan het NK, dat is leuk als je mee mag doen als amateur. Stallone werd uiteindelijk verkocht aan een Oekraïense amazone in de tijd dat Anky van Grunsven en Sjef Janssen de dressuursport daar begeleidden.’

Met AFS Stallone op het lievelingsconcours Jumping Amsterdam

‘Thuis vonden ze het wel mooi dat er eindelijk eens wat geld binnen kwam. Met meteen de vraag: wat ga je met het geld doen? Nou, ik heb het op een spaarrekening gezet en gezegd: jullie denken altijd maar dat ik dom ben met die paarden. Nu niet meer hoor, zei mijn man. Maar ja, toen kwam de crisis, mijn man raakte zijn baan kwijt op de effectenbeurs waar hij al vanaf zijn 16e werkte. Hij zei: we kopen maar eens even helemaal geen paarden meer. En toen kwam ik bij de familie Plantaz terecht, op Facebook stond het, amazone gezocht voor Rubin Cartier.’ Het werd het begin van een lange strijd.

Rubin Cartier

‘Ik heb hem even gereden, vier jaar was ie, ik zou hem trainen, ik zou hem voor de helft kopen en zij zouden 400,- per maand stalling betalen. In het begin was het hartstikke leuk en gezellig. Ik vroeg nog: moet ie niet gekeurd worden? Nee, ze hadden het rapport daar liggen, maar dat bleek een Belgisch rapport waar achteraf gezien een pagina miste. Nou ja, dacht ik, zij blijven eigenaar, betalen de stalling, prima toch?’

‘Omdat Rubin Cartier een Belgisch gefokt paard was, hebben we hem voor het WK jonge dressuurpaarden even gestald bij Tom Franks in België. Tom had ‘m fijn aan het lopen maar na een maand bleek het toch niet goed genoeg. We zijn er weggegaan, ik heb hem weer in overleg met Tom en Frea Plantaz weer mee naar huis genomen en heb de training voortgezet. Maar vanaf dat moment betaalden ze de stalling niet meer en kon ik ze niet meer bereiken. En op het keuringsrapport bleek te staan dat hij een chip had in zijn rechter voor -en achterkogel, ZZ-zwaar liep ie toen. Verschillende dierenartsen zeiden dat het er met spoed uit moest. We kregen geen toestemming voor een operatie, dat hebben we nog voor de rechtbank gebracht. Klaas Vos van Hollands Kroon, toevallig mijn buurman, heeft ‘m geopereerd, ik heb buiten staan te wachten tot hij bij was uit de narcose. Toen hij weer op zijn benen stond, kon ik met een gerust hart naar huis. We hebben daarna de training weer opgepakt, hij liep goed in het ZZ-zwaar, en we mochten naar het NK. Hij was nog steeds van ons samen.’

Met Rubin Cartier in Roosendaal, de laatste wedstrijd voordat de hengst in beslag werd genomen

Toen, op 6 juli ’s ochtends, kwamen zes man politie Rubin in beslag nemen: ‘Hij zou kreupel zijn, ze kwamen met een veewagen…. voor slachtvee zijn ze nog mooier. Ja, hij had een ontstoken oog, vlak daarvoor ben ik nog in Utrecht geweest. Maar beschuldig me nou niet dat ík met een ontstoken oog een NK wil gaan rijden, vier jaar lang heb ik hem verzorgd, getraind, heel mijn ziel en zaligheid in dat paard gelegd. De mede-eigenaren waren er nooit. Nee, dan voel je ook geen verantwoordelijkheid als er wat gebeurt. Met m’n oude beenbeschermers heb ik de uitstekende punten afgedekt in die wagen waardoor hij zich niet zou kunnen verwonden. Hij liep altijd op de wagen, en nu ook. Hij hinnikte echt nooit, maar toen de klep dicht viel, enorm. Met alle andere paarden die terughinnikten. Ik heb staan te huilen.’

Strijd

Rubin werd naar de kliniek van Jan Greve in Haaksbergen gebracht, Simone reed er met haar zus achteraan. Het werd een juridische strijd met verschillende kort gedingen, met halve oplossingen, mislukte mediation, valse beschuldigingen, met ruziënde en soms incompetente advocaten, met torenhoge declaraties waarvan achteraf ook nog eens een gedeelte op z’n minst discutabel was, met inbeslagname van een vrachtwagen. Uiteindelijk kwam Rubin Cartier bij Patrick Kittel terecht. ‘Eigenlijk ben ik murw geprocedeerd. Gelukkig heeft Stephan Wensing, die was eerst van de tegenpartij, uiteindelijk juist voor mij zijn best gedaan. Het was zo onrechtvaardig. Gelukkig heb ik van mijn zus en zwager veel steun gehad. Als we weer eens bij de rechtbank binnenliepen zei ze altijd: het is nooit zo donker of het wordt wel weer licht.’

Simone herpakte zich, ging weer aan de slag, vertrouwd begeleid door Yessin Rahmouni: ‘Ik kon natuurlijk geen paard meer kopen maar via-via kreeg ik een paard uit Rusland, Caruso, om op te leiden. Vlak na Jumping Amsterdam is ie weggehaald, dat wist ik van tevoren. Ik heb een zesjarige Krack C gekocht, een mooie vos, maar die bleek een gezwel in zijn hoofd te hebben. De Special D X Jetset waar ik nu mee aan het sturen ben, doet passage/piaffe, en bijna de eners. Die heb ik nu drie jaar, Coen van der Vlugt begeleidt me daarbij.’

Met Caruso die ze voor Russische klanten opleidde

‘En nu? Het zou leuk zijn als mijn dochter het paardrijden leuk blijft vinden. Ik probeer veel les te geven, clinics ook, en ik blijf paarden van eigenaren rijden. Wat ik niet meer doe: nooit meer een rechtszaak beginnen, dat is zeker. Dat kost je echt heel veel emoties en ellende. En nooit meer met iemand iets samendoen. Ik had heel graag dierenarts willen worden, maar ja, ik was niet zo’n carrière-type, achteraf kun je daar wel spijt van hebben.’

‘En nu zit ik lekker in Broek in Waterland.  Mijn man is havenmeester in Durgerdam, totaal iets anders, heel relaxed. Eigenlijk ben ik assistent-havenmeester want het was een job voor een echtpaar, maar ja, hij kan het makkelijk alleen af. Ik ben wel een beetje een type dat bij de dag leeft, en paarden zijn toch het leukste. Ik heb een jurycursus gedaan, dat is ook leuk. Weet je, ik ben nu 51, straks kun je op een gegeven moment niet meer rijden, dat houdt wel een keer op, op een gegeven moment is het ook niet meer mooi. Maar voorlopig ga ik nog lekker door!’

Met Scofield, de Special D x Jetset D, binnenkort Grand Prix
Corien Yspeerd: een paard heeft een leider nodig, niet een vriendje

Corien Yspeerd: een paard heeft een leider nodig, niet een vriendje

Ze praat er zo simpel over. En zo vanzelfsprekend. Over hoe ze in aanraking kwam met paarden en over haar eigen bedrijf in het Gelderse Baak. Over hoe fokkerij steeds belangrijker wordt voor haar bedrijf, over de teleurstellingen in de handel en over de tegenwoordige manier van omgaan met paarden. En toch is het bijzonder wat Corien Yspeerd inmiddels bereikt heeft. Met een ijzersterke wil en doorzettingsvermogen kun je er ook in de paardenwereld komen.

“Ik leef voor de paarden, ik ben een paardenliefhebber in hart en nieren. En ik ben iemand die er hard voor werkt.” Zo begint Corien Yspeerd haar verhaal. Uit Emmeloord komt ze, waar ze als meisje van 8 naar de manege ging. Ze moest wachten tot ze 12 was voordat ze voor het eerst op rijles mocht: “Mijn ouders hadden helemaal niks met paarden. Vanuit school ging ik helpen op de manege, mocht ik af en toe wat rijden als ik ook wat werk deed.” Uiteindelijk kreeg ze toch een eigen pony van haar ouders.

Corien met haar pony Gentleman

“Toen wist ik al vrij snel dat ik naar Deurne wilde. Ik zat op de Landbouwschool in Emmeloord, mijn ouders vonden dat de beste keuze, een doener zeg maar. Deurne was de enige school voor mij, ik wist zeker dat ik in de paarden wilde werken. Het was ook de enige oplossing, ik had geen familie in de paarden of zo. Wat leuk in Deurne was? De stages. Voor mij in elk geval. Ik liep alleen maar op de manege in Emmeloord en door die stages ging een wereld voor me open. Ik was nooit op andere bedrijven geweest. Ik wist gewoon dat ik het wilde, ik vond het fantastisch. Altijd bezig met de paarden.”

Stages
“Bij Frits Minnebo in Groenekan heb ik een leuke stage gehad, met springen en dressuur, vooral de handel in springpaarden. Of een halfjaar bij Coby van Baalen, daar heb ik heel veel geleerd. Ik heb er na school nog een jaartje gewerkt. Alleen mijn eerste stage was minder, vanuit een klein kamertje boven de kantine waar de voetbalvereniging feest vierde. Voor het toilet moest ik door de kantine. Ik kreeg weinig waardering, moest vooral werken. Het was mijn eerste stage, ik dacht: ik zeg niks, want ik wilde niet ontevreden zijn. Achteraf bleek dat 60% van de leerlingen in Deurne een ander bedrijf opzocht omdat ze het niet naar de zin hadden.”

“Het ging me wel redelijk makkelijk af allemaal in Deurne, wilde er hard voor werken, wilde graag ruiter worden op een stal. Maar toen ik klaar was, kwam ik erachter dat ik toch niet een stalruiter wilde zijn die 8 tot 10 paarden voor iemand rijdt voor een minimumloontje, zonder perspectief op meer. Ik heb eerst 40 uur bij Irma Sieling gewerkt in haar opfokbedrijf, later 20 uur, ik durfde wel op elk paard te zitten, ik was niet bang of zo. Zadelmak maken was voor mij geen probleem, bij Coby heb ik ook de jonge hengsten en zo gereden. Ik klom eigenlijk overal wel op. Ik reed inmiddels op Z2-niveau, ben stallen gaan huren, zodat mensen hun paard bij mij in training konden zetten. Dat verliep eigenlijk heel geleidelijk, steeds meer naast mijn werk. Op een gegeven moment kwamen er steeds meer, toen heb ik stallen erbij gehuurd in Emmeloord bij de manege.”

Wedstrijdervaring deed ze vooral met de jonge Belisar van eigenaresse Sytsck Kiestra voor wie Corien meerdere paarden reed en bij wie ze in de beginfase ook een aantal stallen huurde. “En daarnaast werkte ik een seizoen bij het KWPN om hengsten te rijden. Veel voor mezelf gereden, paarden naar de lichte tour gereden, wat handel gedaan. In 2012 werd de manege in Emmeloord verkocht en toen moest ik daar weg. Ik ben rond wezen zwerven voordat ik iets kon vinden. Bij Hans van Geldere had ik wat paarden in Drempt lopen, hij wist dat deze manege in Baak leeg stond, zo ben ik hier terecht gekomen. Een jaar of zes geleden.”

Corien Yspeerd is een paardenvrouw die nuchter zegt waar het op staat: “Ik wil dat mensen tevreden zijn, dat heb ik me na die eerste stage nog sterker voorgenomen. Ik weet ook dat je niet iedereen helemaal tevreden kunt stellen. Maar eerlijk bij de verkoop, daar voorkom je al grote problemen mee.” Des te wranger is het dan dat iemand als Corien zich door de huidige wetgeving rond consumentenverkoop gedwongen ziet om de handel aan te passen: “Het is moeilijk om aan een amateur een paard te verkopen. Ze willen allemaal niet te veel geld betalen maar wel met de kwaliteiten van een voor veel geld. Ik kan niet garant staan voor het rijden en het management vanaf het moment dat ik het paard verkocht heb. Dat heb ik meerdere malen meegemaakt, er moet echt wat gebeuren in de paarden om het consumentenrecht te veranderen.”

Wat is de keuring waard?
“Met een dierenarts die is uitgekozen door de koper, wat is de keuring dan waard als de koper terug kan vallen op het consumentenrecht? Twee jaar geleden verkocht ik een paard waarmee ik altijd op wedstrijd ging naar een pensionstal in Den Haag. Het paard werd bang van andere paarden, die mensen durfden dat niet te corrigeren, ze werden steeds onzekerder. Het paard ging op een gegeven moment omhoog als hij met andere paarden in de bak kwam. Dat heeft zich wel ontwikkeld daar. De advocaat zei: neem hem maar gewoon terug, want in een rechtszaak weet je niet hoe het kwartje valt. Toen kon ik hem terugnemen, weer corrigeren, en je hebt een paard met een verhaal, met internet en zo, dan moet je dat erbij vertellen. Dat wordt dan ruilen in de handel, je verliest er altijd op.”

“Ik zit ik niet bij de Verenigde Sportpaardenhandel Nederland, ik ben gewoon minder handel gaan doen. Ik doe nou alleen de echt betere paarden, die handel. Het fijne rijpaard voor de amateur, dat heb ik best veel gedaan maar ik ben er helemaal klaar mee. De fokkerij is een steeds belangrijkere activiteit geworden: ik hoef niet veel geld te verdienen, ik wil gewoon het bedrijf op kunnen bouwen. De veulenveilingen worden steeds populairder, ik heb wat oudere merries gekocht om mee te beginnen. Goede sportpaarden met een goed karakter. Als het papier me aanstaat, als ze een goed achterbeen hebben, krachtig kunnen lopen, dan wil ik ze wel hebben. De hengst kies ik in de combinaties met de merrie.”

San Amour en Floris
“We hebben zelf de hengst San Amour 2, de volle broer van San Amour die bij Schockemöhle staat, die gaat Inter II lopen, in het voorjaar Grand Prix. Niet te snel, want ik ben niet van 60%, dan rij ik tenminste GP, dat hoeft niet van mij. Nars Gotmer helpt me daarbij. Ik rijd ook de Negro-hengst Floris BS in de lichte tour. Maar we hebben ook gedekt met Van Gogh, Tangelo van de Zuuthoeve, Cum Laude, Rubin Royal, Guardian, ik probeer toch mooie combinaties te maken. We proberen ze als veulen te verkopen, elk jaar houden we zo’n beetje twee veulens, voor de toekomst. Dat doe ik samen met Hans van Geldere, die woont twee dorpen verderop, dat is zo gegroeid.”

Met Floris BS, foto Theo Janssen

Een eigen bedrijf opbouwen zonder de achtergrond of de middelen, het is niet veel mensen gegeven. Corien, 40 nu, deed het ook nog eens in haar eentje: “Zeker de afgelopen jaren heb ik heel fijne mensen om me heen, mensen die het beste met me voor hebben, die mee willen investeren. Die voor me klaar staan om een keer te voeren, om een dag te helpen. In elk geval geen mensen die me negatieve energie geven, dat is in het verleden wel eens anders geweest. Dat mensen gebruik maakten van je goedheid, of dat je zelf niet op tijd ‘nee’ zei, terwijl je eigenlijk voelde dat het niet klopte. Als je zelf niks hebt en je wilt heel graag, dan ga je misschien wel te veel door omdat je het zo graag wilt bereiken. Ik heb dus best wat levenslessen gehad ja, maar gelukkig ben ik een vechter. Als ik iets voor ogen heb, dan ga ik er ook voor, zeven dagen in de week.” 

Ik mis de drive
“In de huidige omstandigheden is het behalve voor een klein clubje professionals nauwelijks mogelijk om concours te rijden. “Of ik het concoursleven mis? Nee. Naarmate je ouder wordt, denk ik steeds meer: hartstikke leuk maar ik mis eigenlijk alleen de drive. Ik mis niet de sfeer, wel de uitdaging van de proef. Er zijn steeds meer mooie grote concoursen in de dressuur verdwenen. Vroeger in de zomer had je de concoursen waar de combinatie van springen en dressuur nog normaal was. Zwolle, Leeuwarden, Zelhem, dat soort wedstrijden, daar hing sfeer. In de doorsnee-wedstrijd, zeg maar de gemiddelde subtop-wedstrijd, hangt niet veel sfeer, het is rijden, coupon ophalen en naar huis. Ik doe wedstrijd rijden echt voor mezelf: kijken waar je staat in je training, kijken hoe je verder kan werken.”

“Daar komt dan bij dat de sport een kant op gaat waar ik niet mee ben opgevoed. Ik ben vroeger wel echt vanuit de basis springen en dressuur opgeleid. Zitten, niet zeuren en rijden. Met een parade, met prijsuitreikingen. Die prijsuitreikingen, die kunnen we maar beter niet meer doen. Aan een longeerlijntje de bak in want misschien doet ie wel een bokje. Ik heb het gevoel dat er steeds meer ruiters zijn die angstig zijn. Het is altijd wat: hoofdstel, bit, zadel, de fysio. Terwijl je rijtechnisch gezien heel veel op kunt lossen bij een paard. Maar ach, misschien is dat wel de toekomst. De aandacht voor dierenwelzijn ontwikkelt zich ook in die richting. Steeds meer projecteren we onze eigen ideeën op die van de paarden. Maar een paard heeft een leider nodig, niet een vriendje.”

Floris BS, foto Theo Janssen

“Ik had een keer een vacature opengesteld, zocht een keer iemand om me te helpen paarden zadelmak te maken. Natuurlijk konden ze dat, omdat ze het een keer gedaan hadden, dat soort verhalen. Maar gewoon erop gaan zitten en naar voren rijden, dat kon er geen een. Het is jammer dat de sport zich zo ontwikkelt. Voor heel veel jonge dressuurruiters is de basis veel belangrijker dan ze beseffen.  Het bos in gaan, een sprongetje maken, dat hoort er echt bij. Maar tegenwoordig: als een paard een bokje geeft, liggen ze er al naast soms. Internet voedt dat, iedereen vindt dat die een mening moet hebben. In de dressuursport is dat volgens mij het ergste: heel veel meiden die eigenlijk bang zijn of het talent niet hebben, leveren vaak commentaar op professionals. In de springsport hoor je er niemand over. Volgens mij zou de KNHS er meer aan kunnen doen om voorlichting te geven want deze groep is wel een belangrijke basis voor de bond.”

Corien Yspeerd leeft voor de paarden: “Ik ben nou eenmaal niet zo’n groepjesmens. Mijn moeder komt af en toe het huis schoonmaken, vroeger deed ze ook het wedstrijdsecretariaat in Emmeloord, springen en dressuur. Ik ga wel regelmatig uit eten hoor, een tentfeest of zo, ff gezellig eruit. Maar de paarden en mijn bedrijf, dat is mijn inspiratie. In Baak, een fijne plek, ook voor de toekomst.  Het ou mooi zijn als de fokkerij de basis kan worden van mijn bedrijf. Met de fokmerries erbij en het jonge spul staan er nu zo’n 25 à 30 paarden. Met San Amour II en Floris BS als mijn wedstrijdpaarden. Lesgeven doe ik wel wat maar niet heel veel. Ik heb het te druk met de handel, met rijden, en ik heb me er niet op toegelegd. Plus dat de fokkerij ook veel tijd kost, met elf fokmerries heb je daar best veel werk aan.”

Cynthia Overbeeke: Als ik dénk dat het hoog is, dan ís het hoog

Cynthia Overbeeke: Als ik dénk dat het hoog is, dan ís het hoog

Ho is ho, naar voren is naar voren en stilstaan is stilstaan. Dat typeert Cynthia Overbeeke. De 27-jarige amazone uit Capelle aan den IJssel leidt jonge paarden op en dat doet ze goed. En dat terwijl ze niet tussen de paarden geboren is en ze het Z nog steeds heel spannend vindt.

Cynthia ging ‘Deurne’ doen toen ze een jaar of vijftien was. Met het paard dat haar ouders op de Capelse manege hadden staan, Z1-geklasseerd: ‘Toen ben ik pas op dat paard een wedstrijd gaan rijden, een Iroko x Zuidhorn, alleen hij kon niet springen, we kregen hem niet eens over een meter heen.’

Op die manege kwam Cynthia in aanraking met paarden: ‘Ik was elke dag wel op de manege, ja, toen wilde ik ook wel paardrijden. Ik geloof dat ik een jaar of zes was toen ik begon met ponylessen. Tja, en toen ben ik steeds verder doorgestroomd, een eigen pony heb ik nooit gehad. Die Iroko was thuis ons eerste eigen paard maar die kende nog niks toen hij bij ons kwam. Ik was een jaar of acht, toen ben ik hem ook voor de eerste keer gaan rijden. Maar weet je, ik vond het eigenlijk nooit leuk. Ik wilde veel liever paarden van andere mensen rijden, dat was veel interessanter.’

Cynthia Overbeeke met Oscar (Iroko x Zuidhoorn)

Deurne leek de ideale leerschool voor Cynthia omdat ze instructrice wilde worden: ‘Ja, dat dacht ik. Het was de best aangeschreven instructeursopleiding, maar toen ik daar was, kwam ik erachter dat ik dat toch niet wilde. In het 2e tot en met het 4e jaar mocht ik daar de eptm-testen rijden en dat vond ik veel leuker dan lesgeven.

Het was de periode dat Cor Loeffen er nog lesgaf: ’Een gouden man, recht voor z’n raap maar je leerde zo ongelofelijk veel van hem. Herhalen, structuur, consequent zijn, ik ben die man ontzettend dankbaar. Je moet openstaan voor kritiek, je zit er om iets te leren en die meneer is oud en wijs genoeg, dus hij praat geen onzin, zo heb ik zijn lessen gevolgd. Die mentaliteit heb ik van huis uit ook wel meegekregen. In het eerste jaar heb ik stagegelopen en ik had ontzettend veel last van heimwee, wilde het liefst naar huis. Geen sprake van, zei m’n moeder, je hoort daar te zijn, je wilde er zelf naar toe, gewoon gaan.’

Cynthia was klaar met Deurne, had haar diploma op zak en toen gaf weer Cor Loeffen het zetje: ‘Meneer Loeffen liet mij Ad Valk bellen, omdat die een baan zou hebben. In Gorkum heb ik een half jaartje bij hem gewerkt. Toen ik daar zat, kwam ik erachter dat het rijden van dressuurpaarden niet helemaal mijn ding was. Ik wilde gewoon echt graag springen. Maar ja, ik had maximaal 1.10 m met een schoolpaard gesprongen in Deurne, één keer denk ik, op een schoolwedstrijd. Toen heeft Ad Valk me aanbevolen om bij Jan Vink te gaan solliciteren, een half uurtje rijden, dus dat viel wel mee. Tot op de dag van vandaag ben ik er nog steeds heel blij mee.’

Cynthia op Cytadôr (Acolord x Calando I) tijdens haar periode in Deurne.

‘Ik moest solliciteren bij Kees Lips, moest een aantal paarden voorrijden. Ik ben die dag meteen begonnen, in september 2013 was dat. Jan Vink zag ik pas een paar maanden later voor het eerst, ik had ook nog nooit van hem gehoord. Ik heb gewoon ontzettend veel naar iedereen gekeken daar, veel vragen gesteld, ontzettend veel les gehad; van Kees Lips, Carlo van Kaathoven. Achteraf bekeken heb ik ook best veel geleerd in Deurne, ook omdat ik die eptm-merries mocht rijden. Plus het dressuur rijden, dat heeft ook genoeg geholpen.’

‘Ik denk dat ik jonge paarden best wel oké kan opleiden nu. En omdat ze zo zijn opgeleid, kan ik ze denk ik ook wel best oké door het parcours sturen. Maar ik blijf bijleren. Bij Black Horses heb ik ook wel les gehad van Joep Raijmakers. Je kan van iedereen iets leren in je rijden. En nu staat Kevin Jochems bij ons, daar kan ik ook veel van leren. Hoe vaak werken we samen? De hele week is hij bij Black Horses, meestal vanaf donderdag is hij op concours. Aan het begin van de week kan ik best wel bij hem terecht, maar ik kijk vooral naar hem, wat hij allemaal aan het doen is. En als het past in zijn schema, dan krijg ik een uurtje les.’

‘Het leuke aan mijn baan is dat je de paarden vanaf het begin ziet veranderen. Ik leid ze op naar een niveau en meestal als ik ze Z heb gereden, dan gaan ze naar een andere ruiter. Naar Johnny Pals, Kevin Jochems; Siebe Kramer. En dan ben ik trots als ik zie dat ze er zo op weg kunnen rijden. Dan heb ik mijn werk goed gedaan, want dat is mijn baan, de paarden opleiden.’

Cynthia Overbeeke op de KWPN-goedgekeurde hengst L’Extreme BH (Canturo x Calvaro Z) uit de lichting van 2019 die 83,5 punten behaalde tijdens het verrichtingsonderzoek.

Cynthia vindt het de normaalste zaak van de wereld dat consequent zijn bij de opleiding hoort: ‘Het zijn paarden die voor jou moeten willen werken, die moet je wel een soort van blij houden. Daarbij vind ik het belangrijk om consequent te zijn. Hoe consequenter, hoe beter. Ho is ho, naar voren is naar voren en stilstaan is stilstaan. Op een gegeven moment zijn ze zo goed gefocust op jou dat ze alles doen.’

Het planmatige komt ook terug in de wedstrijden: ‘Ik moet zeggen dat ik nooit zo op anderen let als ik op wedstrijd ben, dat komt omdat voor mezelf alles volgens mijn planning moet verlopen. Ik ben stipt op tijd, wil op m’n gemak kunnen losrijden, goed getimed, dan het parcours, dan uitstappen en dan de volgende, en dan gaat alles weer precies hetzelfde.  Ik probeer er toch zeker wel zes mee te nemen als dat lukt. Meestal is Carlo erbij voor het losspringen, heel af en toe Nelleke Schumer, maar vaak doe ik het werk alleen. Ik doe dat soort dingen graag zelf. Misschien ben ik wel een beetje autistisch in die zin, haha, mensen die me kennen zullen wel weten wat ik bedoel. Alles strak plannen, alles op dezelfde manier doen. Hoe ik mijn paard opzadel? Dat moet helemaal zoals ik vind dat het moet. Het moet perfect liggen. En als iemand anders het erop legt, moet ik het wel even checken, controleren, ook als ik eigenlijk weet dat het goed ligt.’

Het is nog maar een jaar of vijf geleden dat Cynthia Overbeeke voor de eerste keer Z reed. ‘Of dat spannend was? Ik vind het nog stééds spannend, ik blijf het toch een hele hoogte vinden waar ik overheen moet. Gelukkig krijg ik nu steeds wat meer paarden in het Z, zodat ik meer ervaring op kan doen, daarmee wordt het voor mij ook gemakkelijker. Internationaal? Oh nee, zeker niet. Ik ben heel blij om de jonge paarden op te kunnen leiden, ik denk dat ik dat nog jaren ga blijven doen. Paarden een goede basis meegeven, zodat andere ruiters ermee verder kunnen.’

Cynthia Overbeeke is gewoon super tevreden met haar werk: ‘Voor mezelf beginnen? Nee, dat kan ik niet financieren. Plus: ik ben gewoon ontzettend blij met waar ik nu zit, ik ga daar voorlopig niet weg. Ik heb echt mijn plekje gevonden, kan altijd bezig zijn met de paarden. Ik rijd gewoon, ik ben bezig met mijn paarden op te leiden, en ik ga naar wedstrijd toe om te kijken of ze al wat geleerd hebben.’

Blijft er dan niks te wensen over? ‘In de paardenwereld? Tja, dat is een lastige. Nou, dan denk ik toch: het zou heel gaaf zijn om een paard te hebben waar ik ZZ mee kan rijden. Dat heb ik één keer gedaan, dat vond ik zó spannend. En dan het liefst een vast paard, een paard dat wat meer kent, zodat ik ervaring op kan doen en het voor de rest van de paarden ook weer wat gemakkelijker wordt.’

‘Ik wil leren om iets makkelijker hogere hoogtes te springen, daar heb ik nog best veel moeite mee. Als ik een Z-parcours in ga, dan moet dat over een tijd vlekkeloos gaan. Dat het voor mij geen ding meer is om binnen te rijden, zeg maar hetzelfde als een B-parcours.

Maar ja, in mijn hoofd gaat dat toch anders. Dan denk ik: dit is hoog hoor, dit is hoog! En dát moet eruit.  Als ik dénk dat het hoog is, dan ís het hoog. Dan kan Carlo hoog en laag springen, maar ik ervaar dat dan toch anders. Maar ja, vroeger vond ik het L al hoog, en nu het Z, dus ik denk dat het een kwestie is van veel doen.’

Cynthia Overbeek zit op haar plek: ‘Ik woon nu 4 jaar op mezelf, in Capelle aan den IJssel. Als ik ’s avonds bij Black Horses klaar ben, dan ga ik nog even de paarden van mijn ouders en zusje doen op de manege. Er is hier in de buurt nauwelijks een andere mogelijkheid om een paard te stallen. Zo ben ik met paarden bezig.

‘Ik bemoei me ook niet met andere zaken zoals fokkerij: nee, het gaat bij mij echt om het opleiden van de paarden. Fokkerij, daar zijn andere mensen voor en die zijn heel goed in wat ze doen. En dat moeten ze maar blijven doen.’

Cynthia met haar huidige eigen paarden Oscar (Iroko x Zuidhorn) en Illusion (Biscayo x Indoctro)  inclusief hond Kinaya.