Soms blijft je naam heel lang verbonden aan iets wat je ooit gedaan hebt. Misschien geldt dat ook wel voor Patricia van Iersel, die voor de NKB werkte. Tegenwoordig is ze de regelaar van de SRR, het onafhankelijke exameninstituut voor het ruiter- en menbewijs. Op basis van ouderwetse service en vooral géén verdienmodel. Levenslang geldig, zonder contributie. ‘Waarom, vraag je? Waarom niet?’ Het past heel goed bij haar passie: recreatief rijden, overal in het land.

In 1980 begon Patricia van Iersel bij de NKB in Tilburg, de plaats waar ze ook paard leerde rijden: ‘Ik was altijd bezig met pony’s en paarden toe ik klein was. Vooral in Hilvarenbeek, een heel klein ponystalletje, ongeveer waar nu de Beekse Bergen is, daar gingen wij pony rijden. Samen met mijn broertje die toen pony’s ook wel leuk vond. Hij kreeg een eigen pony, die kwam bij een boer in Tilburg te staan. Daar stond ook een heel leuke, kleinere pony en die schaften ze voor mij aan, ik denk een B-tje, Pukkie. Pukkie was nog hengst, maar mijn ouders en ik hadden geen idee wat dat betekende. Dus bij een buitenrit sprong hij met mij erop over het prikkeldraad naar de merries. Dat was het einde van zijn hengst-zijn.’

Patricia op Pukkie met haar oudere broer

De ouders van Patricia hadden een meubelzaak in Tilburg, dat betekende nauwelijks tijd om de vorderingen van hun dochter te volgen. ‘Ik ben les gaan nemen bij Jan van Mensvoort in Tilburg, die zat daar om de hoek. Blijkbaar deed ik toch iets goed want ik mocht de betere paarden rijden, zelfs op wedstrijden. Toen werd het tijd voor een eigen paard, we zijn met Jan naar Jan Maathuis gereden, hebben we mijn eerste paard gekocht, een belevenis. Ik vertelde thuis wel eens dat ik 1m10 of 1m20 sprong maar dat had mijn vader nooit gezien. Dat zag ie bij Maathuis voor het eerst, hij hield zijn handen voor de ogen, had iets van: wauw, wat gebeurt hier!’

‘Het werd Untouchable, die had al wat kilometers in de benen, daar zat je zo mee in het 1m20 bij de NBVR. We zijn verhuisd naar Goirle waar we het paard aan huis konden hebben. En toen ben ik landelijk gaan rijden, zoals dat heette. Een héél andere sfeer. Achttal rijden, parade rijden, dat was iets heel anders dan bij de NBVR-wedstrijden. De gezelligheid, elkaar helpen, de manier waarop je met elkaar optrok, dat vond ik heel fijn. Het vervoer samen was gemakkelijk, gezamenlijk inschrijven, en als het niet te ver was dan ging je onder de man. De afdelingsdressuur moest als eerste want dan waren de paarden nog op hun best. Een trailer hadden we niet, dat was toen nog niet zo.’

Patricia van Iersel op het wedstrijdsecretariaat met Sjef van Roovert en Hanneke Dielissen.

Untouchable raakte geblesseerd, er kwam een driejarige die Patricia zelf zadelmak maakte. ‘Tja, zo ging dat. Drie man vasthouden, ik er heel langzaam op, en toen ie begon te bokken, waren ze natuurlijk alle drie weg.’ In de vakanties werkte Patricia bij in de meubelzaak: ‘Maar tegen de tijd dat ik echt ging werken, moest mijn vader de zaak van de hand doen vanwege een tia. Ik ben gaan werken als secretaresse. Mijn man, Surinamer, zag in De Landelijke Ruiter de oproep staan voor een medewerker bij de NKB. Daar wilden ze eigenlijk een man hebben, hoewel er uiteraard m/v bij stond. Ik werd dus afgewezen.  Maar die man was geen succes en na twee maanden belden ze of ik alsnog wilde komen. Samen met iemand die ik niet kende, Hanneke Dielissen. Blijkbaar dachten ze toen dat ze twee vrouwen nodig hadden om het werk van één man te doen. Adrianne van Waardenberg werkte daar, Sjef van Roovert, Herman Wassenaar, Jan van Dieren.’

Toen er nog echt volk kwam op de kampioenschappen. Patricia assisteert minister Gerrit Braks (r) bij de prijsuitreiking.

Patricia deed het twee jaar en emigreerde toen naar Suriname, waar ze 11 jaar zou blijven: ‘Mijn man had een agrarische opleiding, hij begon een boerderij in pluimvee en varkens met een compagnon, en die had ook koeien en paarden. Hij zei: deze hengst staat hier, niemand durft er iets mee te doen. Ik ben de stal ingegaan, ben ermee weggereden en klaar. Op een gegeven moment stopte die tijdens een buitenrit. Hij stond stokstijf. Stak er een anaconda over, zo’n wurgslang. En toen die aan de overkant was, ging hij weer verder. Dat maakte je daar mee. Maar ook de decembermoorden. Je had daar twee maneges, een in Lelystad, maar die eigenaar moest in de achterbak van de auto het land uit om te vluchten vanwege de kippencoup, een vermeende opstand tegen Bouterse.’

Ze had intussen haar eigen manege: ‘Eigenlijk ontstond het gewoon zo, ik had inmiddels ook vier kinderen, dus ik was meer thuis. Daar zaten heel veel Belgen: voor ontwikkelingswerk want dan hoefden ze niet in dienst. Of Amerikaans ambassadepersoneel. Ik organiseerde buitenritten, met de vrachtwagen mee naar Zanderij, dat draaide prima, ik hoefde er niet van te leven want we leefden van Rannie zijn boerderij.  Maar de Nederlandse ontwikkelingshulp werd stopgezet, er was gebrek aan van alles, voor melk, brood, benzine en zo stonden we in de rij. Uiteindelijk wilde ik er niet meer zijn, ik heb Rannie daar achtergelaten, ik ben teruggegaan naar Nederland met vier kinderen.’

‘Ik ben bij m’n zus opgevangen in Goirle en ik heb Herman Wassenaar van de NKB gebeld: goh, je hebt toen gezegd: als je ooit terugkomt…..De volgende dag belde hij: ik heb een vacature! En toen ben ik weer begonnen bij de NKB. Hanneke zat er niet meer, haar zusjes Jeanet Wolfs en Ans Hendriks wel. Het was in 1993, ik was 36, het was de tijd van het bijhouden in multomappen, met langwerpige kaartjes per combinatie, daar werden handmatig de winstpunten bijgeschreven. Van coupons uitdraaien, van ledenlijsten en standenlijsten voor de afvaardiging per kring. De NKB-kampioenschappen waren een feestje, geen organisatiebureaus of zo, we deden alles zelf, samen met Onze Gezel, de lokale rijvereniging in Wanroij. En we werkten aan een gezamenlijk automatiseringsproject met KNF, NBVR en NHS, want iedereen had natuurlijk z’n eigen bestanden.’

Patricia van Iersel als prijzenmeisje naast NKB-secretaris Herman Wassenaar. Interpolis was natuurlijk de vaste hoofdsponsor.

Het project bleek onderdeel van de plannen om in 2002 gezamenlijk één nieuwe KNHS op te richten. ‘We waren al verhuisd van Tilburg naar Wanroij omdat in 2000 daar het kantoor kwam van de NKB. Ik heb er een huis gekocht, want het heen en weer rijden was niet ideaal. Topsport en recreatie kwamen in Wanroij, ik heb gekozen voor recreatie. Dat kwam ook omdat ik bij de NKB het diplomarijden onder mijn hoede had, een opleidingstraject voor kinderen. De Stichting Rijvaardigheidsbewijzen Recreatieruiter gaf het ruiterbewijs uit, daarmee hebben we gesprekken gevoerd of het C-diploma en het ruiterbewijs bij elkaar konden passen. Dat is gelukt. Michel de Leeuw, ook parcoursbouwer, begeleidde dat als gecommitteerde bij de SRR. Hij vroeg: waarom wil je geen examinator worden? Ik was niet zo bekend met het ruiterbewijs maar het leek me wel leuk!’

‘Vanaf 2002 ben ik recreatiesport gaan doen met een man of zeven. Kun je nagaan hoeveel examens er toen waren! Anneke Pardoel, Wendy van Stiphout, wij deden de examens. En ik was verbindingspersoon naar het SRR-bestuur, de onafhankelijke exameninstelling. Eef Schreurs was toen voorzitter, snel daarna werd dat Toon Hulshof. In 2004 werd de unit in Wanroij gesloten en moest iedereen naar Ermelo. Maandenlang werden we met een taxi om 08.uur in Wanroij opgehaald, waren we om 09.30 in Ermelo. Om 15.00 uur stond ie er weer en om 16.30 uur waren we weer thuis. We mochten reizen in de baas zijn tijd. De oplossing voor mij is toen bedacht dat ik via de SRR een lease-auto kreeg en ik mocht twee dagen thuis werken. Dat ging een hele tijd goed, tot het fout ging.’

Patricia in gesprek met vrijwilligers voor de ruiterpaden van Nationaal Park Veluwezoom

‘Vanaf 2002 ben ik recreatiesport gaan doen met een man of zeven. Kun je nagaan hoeveel examens er toen waren! Anneke Pardoel, Wendy van Stiphout, wij deden de examens. En ik was verbindingspersoon naar het SRR-bestuur, de onafhankelijke exameninstelling. Eef Schreurs was toen voorzitter, snel daarna werd dat Toon Hulshof. In 2004 werd de unit in Wanroij gesloten en moest iedereen naar Ermelo. Maandenlang werden we met een taxi om 08.uur in Wanroij opgehaald, waren we om 09.30 in Ermelo. Om 15.00 uur stond ie er weer en om 16.30 uur waren we weer thuis. We mochten reizen in de baas zijn tijd. De SRR wilde me behouden voor hun werkzaamheden en zo kreeg ik van de SRR een lease-auto  en bedong de voorzitter Toon Hulshof dat ik twee dagen thuis mocht werken. Dat ging een hele tijd goed, tot het fout ging.’

In 2015 zegde de KNHS de samenwerking met de SRR op, ze konden samen niet meer door één deur.  De SRR had geen personeel, en het leek erop of de KNHS ervan uitging dat de SRR daarmee op zou drogen. ‘Er was eerder steeds heibel geweest. Ik was KNHS-werknemer maar mijn hart lag bij de SRR, het stak me dat de KNHS met de FNRS nieuwe pasjes uitgaf terwijl de SRR het met papieren pasjes moest doen. Dat steeds de verplichte contributies verhoogd werden tot het ‘gewone’ lidmaatschap, en dat er voor de recreatieruiters niks gebeurde. Na de clash mocht ik geen contact meer hebben met het SRR-bestuur op straffe van ontslag op staande voet, daarvoor moest ik op het matje komen bij Theo van der Meulen. Toen vroeg Toon Hulshof me of ik in dienst wilde komen. En sindsdien werk ik voor de SRR.’

‘We hebben nu 30.000 levenslang geldige bewijzen uitgegeven sinds 2016, in totaal zo’n 110.000 ruiterbewijzen sinds de oprichting en een kleine 40.000 menbewijzen. Die zijn levenslang geldig zonder dat je ergens contributie voor hoeft te betalen. Waarom? Waarom niet? Je hebt een examen gedaan. Het jaarlijks blijven betalen van contributie zegt niks over of je ook echt rijdt. Je hoeft toch nergens lid te zijn omdat je hebt aangetoond dat je kunt rijden? Je hebt examen gedaan, je bent geslaagd. Natuurlijk is bijscholen altijd goed, maar dan wel onder je eigen condities en voorwaarden. Daar hoeft geen verplichting aan vast te hangen. Als je een rijbewijs haalt, heb je niet automatisch een ANWB-lidmaatschap. Als je ergens pech hebt, komt de ANWB je nog ophalen, maar dat doet de KNHS niet.’

x Lekker het bos in met echtgenoot Harry

‘Het bestaan van de SRR is nog steeds heel waardevol. Het blijft nodig dat beginnende ruiters veel leren over hun pony en paard. Ik heb het  in Drenthe gezien, van boerderij naar boerderij met zo’n huifkar, door mensen die nog nooit een paard in handen hadden gehad. Of er zijn nog steeds maneges waar je gewoon een paard kunt meenemen als je wilt rijden. En wat denk je van mensen die gewoon maar besluiten om een paard te kopen omdat ze buiten wonen? Hoe komen die mensen aan hun informatie? Ze zijn niet aan een manege gebonden, niet aan een vereniging, misschien vragen ze het aan de buurman die ook een paard heeft. Kijk hoeveel impulsaankopen er gedaan worden. De SRR biedt dan training en opleiding, zowel in theorie als in praktijk. Wij adviseren, ze kunnen zelf bepalen.’

‘Als SRR moeten we blijven opleiden en examens afnemen. De examinatoren vinden dat, de opleiders vinden dat. Die hebben daar ook een leuk product aan, leuk om te doen, vanuit enthousiasme, niet vanuit een verdienmodel. En dan leveren ze ook een goed product want het is niet van geld afhankelijk. We zijn er niet op gericht om geld te verdienen. Het leuke is dat je mensen kunt helpen. Als je ziet in allerlei facebook-groepen wat er aan hulp gevraagd wordt….wij zijn daar ook pro-actief in. Een oma die het ruiterbewijs cadeau wil geven aan de kleinkinderen, mensen met een beperking die toch graag een vorm van diploma hebben, ook dat soort dingen proberen we zo goed mogelijk in te vullen.’

‘Als SRR zijn we ook een beetje ouderwets. Ik ben bij voorbeeld altijd bereikbaar. Mijn man Harry is gepensioneerd, was hoefsmid, hij snapt heel goed wat ik doe. Ik werk het liefste ’s avonds, van de andere kant kan ik ook gerust zeggen: ik ben nu aan het rijden, ik kijk het straks even voor je na. Want we gaan altijd samen paardrijden, overal in het land. Ik haal energie uit wat ik doe, voel me nog prima, ik ga zeker niet thuiszitten. Het lijkt me ook wel een uitdaging om te bekijken wat we voor de recreatieruiter kunnen betekenen. Zo’n pasje voor de Utrechtse Heuvelrug? Gaan we dat overal doen dan, per gebied € 60,- betalen? Dat vind ik jammer, triest eigenlijk. Ik hoop dat we ook daaraan wat kunnen doen. Misschien met partners samen, kan ook de KNHS zijn, waarom niet.’

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz