‘De paardenwereld zou zich veel beter moeten organiseren. En wij als paardenmensen moeten dat veel beter ondersteunen, met de jeugd voorop. Want elk jaar wordt er een hapje van de paardenkoek gehapt, elk jaar wordt de koek kleiner. Maar als we zo doorgaan, is er over 20 jaar geen koek meer.’ Woorden van Kees van den Oetelaar die zich zorgen maakt over de toekomst.
Praten met Kees van den Oetelaar betekent dat allerlei aspecten van de paardenwereld voorbijkomen. De grote lijn: we zullen de paardenwereld in alle aspecten positief èn in gezamenlijkheid moeten bekijken èn uitleggen en promoten. Dat is nodig voor de fokkerij, de liefhebberij, de handel maar ook voor de topsport. ‘We gaan de geschiedenis niet weggooien. Want het is altijd zo geweest: paarden kunnen niet zonder mensen en mensen kunnen niet zonder paarden. En ik vind al jaren dat de jeugd beter betrokken moet worden, daar moet het vandaan komen.’ Lees hier zijn verhaal.
Topsport
We hebben geluk dat we in Nederland mensen hebben als Eric Berkhof, Martha Ortega, Bill Gates, Ellen en Ivo Campagne van Stoeterij Sterrehof, Simon Frederiks van de paarden van Jur en Wim van de Leegte. Dat is geweldig, dat wij in deze positie zitten met deze betrokken mensen. Eric Berkhof ken ik het beste, als ik zie wat zo iemand voor de paardensport doet, dat is niet normaal. Paarden aanhouden voor het Nederlandse team. Dat zou hij ook doen als hij geen eigenaar van Van Mossel was, zozeer zit die drive er bij hem in. Als we die mensen niet hadden, was de spring-topsport in Nederland niet mogelijk. En als die mensen ophouden, hebben we een groot probleem. Daarom moeten we tegelijkertijd zorgen dat we verder kunnen, dat we er niet van afhankelijk zijn.

Landelijk talent
Volgens mij moeten we de breedte van de sport ook meer kans geven. In het gewone landelijke circuit zitten een heleboel getalenteerde paardenmensen die gewoon geen kansen krijgen. Waarom zorgen we niet voor een ruiterfonds in plaats van een paardenfonds? Zodat de meest getalenteerde jonge mensen, types als Siebe Leemans, Max van de Pol of Logan Fiechter een betere kans krijgen. En zo kunnen we er nog wel een paar meer noemen. Nou hebben we het Nederlands Olympiade Paard, waardoor mensen als Martha Ortega, de eigenaresse van Zara, Bill Gates van Microsoft, de familie Glock en noem maar op, elke maand geld van ons overgemaakt krijgen. We ondersteunen in de sport de mensen die geen ondersteuning nodig hebben. Dat zouden we op een andere manier moeten doen want het is wel geweldig wat zij voor ons betekenen.
Waardering
Het eerste Rabobank Talentenplan in 2000 had Rianne Nalis als winnaar. Dat was goed gezien, zo iemand heeft de kans gekregen bij Piet Raijmakers om het vak te leren. Daarna moest zo nodig Maikel van der Vleuten zoiets winnen. Nou, als iemand die begeleiding niet nodig had….let wel, een vorm van waardering moet er wel zijn naar eigenaren. O’Bailey werd Nederlands kampioen met Maikel, ongelofelijk trots was ik. Maar dan komt er geen enkele reactie van de KNHS, het KWPN had ‘m niet op de site staan terwijl het toch een erkende hengst is. De KNHS had misschien een bloemetje kunnen sturen met een kort briefje als: bedankt Oetelaar dat je dat paard houdt voor de sport. Maar het lijkt erop dat de KNHS vooral zichzelf promoot. Trouwens, de Nederlands kampioen kreeg € 1500,-, dat moest het concours zelf betalen. Voor mij persoonlijk is dat niet zo belangrijk, daar loop ik te lang voor mee. Maar er zijn ook andere typen eigenaren die zo’n blijk van waardering enorm op prijs stellen. Want we moeten zorgen dat die mensen hun paarden blijven houden voor onze sport.
De Spelen
De Olympische Spelen zijn voor onze paardensector van vitaal belang. Dat is het uithangbord voor de hele wereld, dat merken we in de liefhebberij in Nederland, in de fokkerij, in de handel, in de sport. We zullen iets moeten verzinnen om ervoor te kunnen zorgen dat de paarden die we voor een Olympiade op het oog hebben, een heel gerichte planning kunnen volgen, los van de andere paarden van de ruiters en eigenaren. We moeten ons realiseren dat met het minste of geringste een combinatie kan zijn uitgeschakeld. En we moeten ervoor zorgen dat de paarden niet overnomen worden, dat ze hun top gehad hebben als de Spelen nog moeten beginnen.

Maikel van der Vleuten met Willem van den Oetelaar, zoon van Kees en Linn Kvernes
Met één mond
En als we het hebben over promotie: voor de toekomst van onze paardensport moeten er een hoop dingen veranderen. Op de eerste plaats zou de paardenwereld dat veel beter moeten ondersteunen, we zouden een paar mensen moeten hebben die onze sport breder oppakken en uitdragen. De paardenwereld spreekt niet met één mond. Als er iemand uit de paardensector in een praatprogramma gevraagd zou worden, hebben we niemand die daar een goed verhaal namens ons allemaal kan brengen. Mensen als Mart Smeets met hun sportredacties hebben ons niet erg vooruitgeholpen. Die hadden een hekel aan paardensport, tenminste, zo leek het. Maar de mensen van die redacties vergeten dat paarden niet zonder mensen kunnen en mensen niet zonder paarden. Terwijl dat in onze buurlanden er heel anders aan toegaat.
Er wordt aan de paardenkoek geknabbeld zonder dat we daar eensgezind samen iets van vinden. Het is veel te veel versnipperd. Ook een bond als de KNHS lijkt vooral vanuit het eigenbelang te handelen. Niemand praat namens de hele paardenwereld. Onze jeugd moet zorgen dat die paardenkoek blijft bestaan. We hebben heel hard vertegenwoordigers namens ons allemaal nodig. De Sectorraad heeft in die zin ook geen autoriteit of draagvlak. Hopelijk hebben ze hun kerntaak bij crisissen wel op orde maar dat betwijfel ik.
Begrip
We moeten het met elkaar weer mooi gaan vinden. Je moet niet vergeten dat bijvoorbeeld de landenwedstrijden en andere topsportevenementen enorm belangrijk zijn voor de hele paardenwereld. Ze zijn een grote toevoeging voor de fokkerij, de handel, de stimulans om te gaan paardrijden, het bestaan van maneges, noem maar op. Daar hangt veel aan vast. In het bestuur moeten we mensen krijgen die daar begrip voor hebben, die niet denken vanuit het belang van één bond. En ja, die topsportevenementen zullen ook veranderen. Ik was naar de Hamburgse Derby aan het kijken, zo’n enorm traditioneel concours. Heb ik Eric van der Vleuten gebeld: Eric, over een paar jaar is er geen Derby van Hamburg meer.

Trots op Verdi
Financiers
De paardensector is een grote sector met heel veel belangen. Maar jonge mensen moeten vechten om daarin vooruit te komen. Neem een jonge ondernemer, 20 jaar, die heeft geld nodig van de bank. Als de mensen van de bank achter het huis komen en ze zien een paardentrailer, dan draaien ze meteen om. We hebben zelf ook wel gezorgd voor genoeg schandalen, daar wordt dat soort mensen voorzichtig van. Jonge paardenmensen geven het op omdat het veel te duur wordt, dat is de realiteit. En voor de belastingdienst is het moeilijk te volgen omdat er zoveel emotie bij zit. Een paard dat miljoenen waard was, kan over een paar maanden tienduizend waard zijn, vertel mij wat. Moet ik daarom als paardenliefhebber een paard als O’Bailey verkopen? Nee toch? Maar financiers snappen dat maar matig.
In België is er tegenwoordig veel meer promotie voor de sport. Op alle niveaus. Als je daar een wedstrijd voor jonge paarden organiseert, komen er duizend mensen kijken. Bij ons staan er vijf eigenaren. Hoe komt het dat daar veel meer jonge ruiters een icoon zijn dan in Nederland? Jonge mensen die vanuit fokkers en hengstenhouders veel meer kansen krijgen dan bij ons. Het is ook ongekend hoe een relatief klein stamboek als het BWP met iets meer dan 3500 veulens de Belgische springpaarden zo op de kaart heeft weten te zetten. In Nederland hebben we bijna vier keer zoveel veulens.
Fokkerij
Ik snap dierenactivisten wel. Er zijn een hoop mensen in Nederland die weinig verstand hebben van het verzorgen van dieren. Maar let op: van de andere kant zijn er ook mensen die dieren slecht verzorgen, ook in de paardenwereld. Dus ze hebben wel een rol. Ik durf te zeggen dat ik mijn paarden altijd goed verzorg, in de toekomst wordt paardenwelzijn hèt ding. Alleen, je moet paarden hebben die je kúnt verzorgen. Die je kunt benaderen, die een mens begrijpen, die van mensen meer accepteren, die zonder dwang meer accepteren. Daarom is het een belangrijke taak voor de stamboeken om ruiters beter te betrekken bij de fokkerij.
Wij moeten in de toekomst in onze fokkerij rekening houden met comfortabel te rijden paarden. Een hengst als O’Bailey wordt gereden zonder sporen, ja misschien met een dun spoortje, zonder zweep, dat wordt in de toekomst in onze fokkerij heel belangrijk. In onze fokkerij moeten we daar rekening mee houden. We zullen moeten selecteren op rijdbaarheid, op makkelijke galop, op comfort, en ja ook op kracht, op makkelijk denkende paarden. In de toekomst hebben we een heel ander paard nodig dan 25 jaar geleden. Paarden die op een eerlijke manier gereden moeten kunnen worden.
In mijn hengstenhouderij houd ik daar rekening mee. In onze stamboeken zullen we daar rekening mee moeten houden. In onze fokkerijen ook. In gezamenlijkheid is er nog heel veel in te halen. Op karakter, op rijdbaarheid. Dat moeten we met elkaar onderkennen. Wat mij betreft aangevoerd door de jeugd, want het is hun toekomst. Geloof me, de koek kan een keer op.

Met zijn eerste paradepaard, de hengst Concorde

