Gerard Schuttert uit Ommen is voorzitter van het NRPS. Welbewust, zelfverzekerd en gebaseerd op visie maar wel vanuit een zekere dienstbaarheid of bescheidenheid, zoals dat in de familie gangbaar is: ‘Het doen is belangrijk. Daar waar we het podium hebben, zijn we niet te benauwd om het te pakken maar we hoeven niet per se in de schijnwerpers te staan.’
‘We fokten thuis in KWPN-verband en we reden zelfgefokte paarden, begin jaren ’80. Gelderse merries en dan aangepaard met een Volbloed, daar reden we op. Als ze een jaar of 4 of 5 waren, dan werden ze vaak verkocht naar Zwitserland, zo ging dat toen. Of ze bleven, als basis voor de fokkerij,’ blikt Gerard terug.
‘We’ is de familie Schuttert uit Ommen waar vanuit een gemengd bedrijf in de jaren ‘70 langzamerhand werd overgeschakeld naar de varkenshandel, die werd overgenomen door Gerard’s broer Jan, de vader van zijn paardrijdende neven Hendrik Jan en Frank: ‘Maar ook mijn broer Johan, mijn zus Ria en hun kinderen zijn volop betrokken bij de paarden.’
EK Het was logisch dat ook Gerard ging rijden: ‘Vanaf mijn 8e bij de ponyclub, 6 uur ’s ochtends laden, en dan op concours, bij de Federatie was dat. Ik had een pony bij Arend Zoer vandaan, die heb ik zelf aangereden, gedressuurd en gesprongen, achttal gereden, gecrosst, alles. En in 1983 op m’n 15e heb ik het EK gereden in Zweden, met Jenny Zoer en Uriël Taken in het team, toen in de dressuur ook Gonnelien Gordijn meereed. Ik heb nog even Z bij de paarden gereden en toen ben ik gaan studeren. In 1996 hebben we onze eerste paarden gekocht, ik springen en mijn vrouw Brigitte dressuur maar toen onze twee dochters Anna en Kyra de leeftijd hadden, werd dat toch minder. We hebben nu nog wel een jong paard staan naast de pony’s waar we nu mee fokken. Ik ben een beetje moed aan het verzamelen om daarmee aan het werk te gaan.’
In zijn jonge jaren tijdens de Levade 1982, het kampioenschap van de Federatie, met zijn EK-pony Blitslicht
Gerard werkte na zijn studie bij verschillende agrarische bedrijven en nu bij DSM-Twilmi waar ze vitaminen- en mineralenmengsels voor het voer van landbouwhuisdieren maken. Toen zijn dochters pony gingen rijden werd hij ook voorzitter van de ponyclub in Ommen. En hij kreeg interesse voor het stamboek NRPS: ‘Bij ons op concours was Jan Stegeman uit Ommen de speaker en die vroeg: ben je niet geïnteresseerd om eens te gaan praten bij het NRPS? Ik had wat huiswerk gedaan, in die tijd ook een jonge Kanshebber aangeschaft, waar nog steeds de betere springpony’s van komen. In Wageningen heb ik diervoeding met als bijvak ook veefokkerij gestudeerd, ook gericht op paarden. Fokkerij had altijd al mijn grote interesse. Nou, toen ben ik in 2018 in het bestuur gekomen, met de portefeuille sport en fokkerij.’
Voorzitter ‘In het NRPS-bestuur ben ik begonnen om de fokprogramma’s verder vorm te geven, de selectie tegen het licht te houden, en het NRPS met zo’n 1000 leden meer voor het voetlicht te brengen. Tot in 2020, toen nam Ronald Funke Küpper afscheid als voorzitter, en ben ik in die rol gekozen. Hands on: dat ben ik, maar dat is ook het NRPS. We zijn als bestuur heel inhoudelijk met de fokkerij bezig, we hechten niet aan het pluche. Met mensen die er op dezelfde manier in zitten zoals Liesbeth Bonder, Pauline Knols-van Nispen en Marco Loos, om maar een paar collega’s te noemen. We kennen elkaar en we staan dicht bij elkaar in contact, we zijn bekend bij de mensen die op de evenementen zijn, veel hengstenhouders en fokkers, die vaak geen blad voor de mond nemen. We willen niet bestuurlijk op afstand staan, we willen vooral gewoon normaal doen. We zijn nr. 2 qua stamboek en dat geeft mooie kansen om te groeien.’
‘Natuurlijk heb ik wel meegekregen hoe vroeger het NRPS was. In de beginjaren ’80 en ’90 een beetje een anti-club. Het bestaansrecht van het NRPS was toch ook het zich afzetten tegen de mainstream, het moest vooral onderscheidend zijn van de standaard WPN. En het was een beetje een vrijgevochten club, altijd wat aan de hand. Later was het voor mij vooral een ponystamboek. Heel sterk vanuit de sport ontstaan, dat ook, vooral met burgers die fokten, dat kenmerkte het NRPS. En relatief sterk vertegenwoordigd in het Westen van het land.’
Samen met speaker Jan Stegeman tijdens de keuring.
Niet afzetten ‘Nu zie ik vooral een vereniging in het hele land met enorm veel liefhebberij, met heel veel drive om vooruit te gaan. De professionaliteit kan beter, maar die is al veel beter dan een jaar of 3 of 4 geleden. Daar bouwen we echt aan, ook door goed te luisteren naar de fokkers en hengstenhouders plus de sportmensen. Heel belangrijk om ze ook erbij te betrekken, sportmensen en jonge mensen, daar bouwen we echt aan. En vooral echt luisteren. We zullen nog meer onze eigen lijn moeten kiezen, niet bekend willen staan als het andere stamboek, ons niet afzetten tegen het KWPN.’
‘Met onze fokkers en hengstenhouders een goed paard fokken, daar gaat het om. Daarbij is gezondheid heel belangrijk: wij waren een van de eerste stamboeken die met röntgenologisch onderzoek begonnen. Bij de pony’s zijn we de enige zelfs! En we fokken ook op karakter, zodat we paarden fokken waar mensen blij van worden. Als je een paard uit de stal haalt, moet ie klaar zijn om aan het werk te gaan. Een paard waar je normaal een zadel op kunt leggen. Een paard ook met ‘go’, dat voor je wil werken. Als je een paard met allerlei hulpmiddelen moet motiveren om het werk te doen, dat is vrij snel eindig.’
Paarden die willen werken ‘Professionele amateurs zijn daarom voor ons een belangrijke doelgroep. Toen ik vroeger leerde paardrijden, hoorde het erbij dat je ze alles liet zien. Nu is het veel specialistischer geworden, komen de paarden veel minder in aanraking met allerlei prikkels. Dan is het belangrijk dat ze van nature niet van alles onder de indruk zijn. Ik zei ‘professionele amateurs’ maar het geldt ook voor professionals: als je 10 paarden per dag rijdt, is het wel fijn dat je paarden hebt die willen werken, dat je geen strijd hoeft te voeren.’
‘Dat soort eigenschappen is aan de hand niet altijd even gemakkelijk te beoordelen. Bij de hengstenselectie kennen we drie bezichtigingen en een tweedaags examen, dan letten we extra op karakter en werkwilligheid. Uiteindelijk zullen de betere hengsten zich in de sport moeten gaan bewijzen. De laatste twee jaren zien we dat de kwaliteit van de jonge hengsten die bij ons worden voorgesteld, aanzienlijk toeneemt. Het is belangrijk om de standaard vast te houden: correctheid, gezondheid, functioneel in exterieur, vermogen en schakelbaarheid en karakter. Maar als ze voldoen, dan voldoen ze. Het verrichtingsonderzoek is voor ons geen selectiemoment, bij voorbeeld om de beste 20% goed te keuren. Als klein stamboek keuren we relatief meer hengsten goed dan binnen ons merriebestand gebruikt worden. Maar ze zijn goed, röntgenologisch gezond, ze hebben als jonge hengst aanleg laten zien. En dan moet de sport het uitwijzen.’
Niet te benauwd om aan te pakken
Nederlandse Sportpony ‘Als fokkerijorganisatie zagen we dat de springponyfokkerij wel een heel smalle genetische basis kreeg dus hebben we daar het fokbeleid aangepast. In 2019 hebben we de nieuwe fokrichting Nederlandse Sportpony ingesteld, zonder eisen aan een percentage Arabisch bloed, geen rasfokkerij. Dat heeft wel wat uitlegwerk in alle afdelingen gekost, vooral ook voor de oudere garde. En daarnaast hebben we de allround rijpony met minimaal 20% Arabisch bloed. Sinds 2020 hebben we ook in de ponyfokkerij de disciplines gescheiden, tussen dressuur en springen. Voor die tijd moesten de pony’s alles kunnen.’
‘In de ponyfokkerij lopen we hiermee voorop, we zien zo’n ontwikkeling nu ook wel in Duitsland. In de paardenfokkerij liepen we wat achter. We zijn aan het inhalen, steeds meer op specialisatie, maar hebben ook om ons heen gezien dat je daar ook in kan doorschieten. Zo hebben we ook eventing benoemd als derde, aparte fokrichting. Voor de selectie in de springpaarden hebben we Boudewijn Schepens uit België de laatste 4 jaar als adviseur in de hengstenkeuringscommissie voor springpaarden uitgenodigd. Hij heeft 18 jaar in de hengstenkeuringscommissie van het BWP gezeten, in mijn ogen heeft hij mede aan de basis gestaan van het succes van het Belgische springpaard.’
Naar de andere kant ‘Wat moet een springpaard kunnen? Dat moet je niet te ingewikkeld maken. Een springpaard moet op een gemakkelijke, vermogende manier naar de andere kant van de hindernis springen en hij moet dat ook vol kunnen houden, gezond zijn. Ook in België krijgen ze snel een kans om zich te bewijzen, ze selecteren op minder kenmerken. Dat willen wij als NRPS ook richting springpaardenfokkerij: fijne, vermogende springpaarden met bloed, en het aantal selectiecriteria zo beperkt mogelijk houden.’
‘In 2018 heb ik mezelf kadervorming binnen de vereniging als taak gesteld. Je moet er immers voor zorgen dat er mensen klaarstaan om taken over te nemen. Zeker met een relatief klein stamboek, met drie mensen op de loonlijst en veel vrijwilligers, is het belangrijk dat je kundige mensen aan je bindt. Joyce Lenaerts in de hengstenkeuringscommissie, gastjuryleden als Marten Luiten, Kirsten Brouwers, Amber Hage of Willem Verdonk op de hengsten. Die kun je voor een dag aan je binden in zo’n systeem. Als we dat drie weken achter elkaar moesten doen, dan kregen we deze mensen niet.’
Met Anne en Kyra op concours.
Afscheid nemen ‘Het was een traditie dat functionarissen heel lang bleven zitten, het is goed om er een termijn aan te hangen. Feedback geven en afscheid nemen hoort er niet vanzelfsprekend bij in de paardenwereld. Kijk naar het voorbeeld van Rob Ehrens. Het is best een uitdaging om goede mensen aan je te binden, maar net zo goed om mensen die zich heel lang hebben ingezet een gepast afscheid te bieden. Bij ons noem ik iemand als Gert Teunissen, hij is al 40 jaar vrijwilliger, en in die zin Mr. NRPS. Na 40 jaar kan je met heel veel respect afscheid nemen.’
‘Kijk, het succes van ons stamboek hangt toch af van de individuele successen van de fokkers die de paarden en pony’s bij ons registreren. Als stamboek stel je in die zin weinig voor. Dus moeten we heel goed luisteren. En de fokkers wat te bieden hebben. Advisering, kwaliteit in de keuringscommissies in de baan, zo professioneel mogelijk. Maar ook een nieuw softwarepakket sinds twee jaar: dat mensen hun eigen informatie toe kunnen voegen op de website, hun eigen pony’s en paarden zelf in de etalage zetten, met links naar Youtube, dat is voor eigenaren zelf ook leuk om te doen, simpel en snel.’
Er plezier aan hebben ‘Het is belangrijk dat we succes hebben, dat we het bedrijfsmatig goed voor elkaar hebben, en elk jaar met ons allen er plezier aan hebben in de fokkerij èn in de sport. Het is een heel belangrijke sector in Nederland, waar heel veel geld in omgaat, daar mag je niet lichtzinnig mee omgaan. We bestonden vorig jaar 40 jaar, we hebben nu een generatiewissel van veel mensen die vanaf het begin bij het NRPS betrokken zijn geweest. Onderscheidend in het fokbeleid, dat heeft de strijders van het eerste begin gekenmerkt. Nu is het vooral: welke kant gaan we op?!’
‘Waar we over tien jaar staan? Dan hoop ik dat we een stamboek zijn met leden die ook werkelijk bewust kiezen voor het NRPS en daar hun veulens registreren, zodat we een herkenbare NRPS-fokkerij hebben. En dat in drie disciplines op de Olympische Spelen een NRPS’er meedoet, misschien wel voor de prijzen. Bij de pony’s mee blijven strijden op het hoogste podium, het EK. En in het algemeen: dat NRPS voor onze paarden en pony’s een erkend en gevoeld kwaliteitskenmerk is. Dat willen we bereiken door te luisteren, het voor elkaar te hebben en gewoon te blijven doen. Want ze zeggen op TV dat je dan vanzelf bijzonder wordt.’
Het lijkt zo vanzelfsprekend dat een Van den Oetelaar een onderneming runt binnen de eigen familie. Zoals Lotte, dochter van Kees, nu officieel de eigenaresse is van Hengstenhouderij Van den Oetelaar. Samen met haar partner Tijn Vulders gaat ze hopelijk het eerste ‘normale’ dekseizoen sinds de corona-uitbraak tegemoet. Toch leek het een paar jaar geleden nog niet zo vanzelfsprekend….
Lotte is nu 25, moeder van twee kinderen Tijn van 2 en Mies van 8 maanden, en samen met hun vader Tijn woont ze in de boerderij naast de hengstenhouderij. Die voeren ze op basis van de vele hengsten van (schoon)vader Kees: in alle vroegte sperma vangen bij Stal Van der Vleuten waar enkele hengsten zoals Horizontal, O’Bailey en Q Chacco Blue staan en daarna thuis in Schijndel, dan de verwerking op het lab, de koerier rond 09.00 uur, het klantencontact, de bestellingen en de publiciteit.
Lotte had als dochter van zijn eerste vrouw een tijd lang geen contact met Kees: ‘Toen ik 16 was, ben ik eigenlijk pas hier gekomen. Drie jaar daarvoor was ik met een vriendinnetje bij Manege De Rekkendonken in Liempde om te kijken. Dat leek me wel leuk, maar dat kon ik net zo goed hier doen, dat was logischer. Bij Rien, mijn oom, ben ik toen gaan rijden op Manege De Molenheide, gewoon een keer in de week, en daarna al snel helpen, een ponykamp meedraaien en zo. Ooit kreeg ik er wat geld voor, ooit mocht ik een lesje vooroprijden, joh, het was al een eer als je bij hem op stal mocht werken! Ik was er heel lang niet geweest maar ons mam heeft me nooit weggehouden hier, daar ben ik haar dankbaar voor.’
Lotte (l) op de manege van oom Rien
‘Zo ben ik via Rien weer bij ons pap gekomen. Ik heb ook een pony’tje van hem gekregen, reed ik op de manege wat onderlinge wedstrijdjes mee. Toen ik 16 was, heb ik de Volbloed Hopalong Cassidy gereden bij de presentatie in Den Bosch. Ik reed zeg maar BB maar ik had niet in de gaten wat ik daar aan het doen was. Ik moest met een paard dat 1m60 gesprongen had een paar hindernisjes van 1 meter springen, voor volle tribunes. Ik kwam van de manege en ik dacht dat ik wel wat kon rijden. Maar hier op stal was het wel ff wat anders. Ons pap zette mij op allerlei jonge paarden om te rijden, ik weet niet hoe vaak ik eraf ben gevallen. Kom maar, dat gaat wel, zei hij dan. Als dat nu zou gebeuren, zou ik zeggen: nee, dat kan ik niet maar toen deed je dat wel.’
Lotte reed Hopalong, maar nooit op officiële wedstrijden: ‘Daarvoor moest ik een winstpunt in de dressuur halen. Dat was met Husky van Rosanne van Roosmalen, die stond bij Rien op stal, ben ik met ons pap naar Hulten gereden, won ik, dat was snel geregeld. Hopalong ging weg en toen kreeg ik D’Artagnan en Delina, de Verdi-merrie die later naar Maikel ging. Met D’Artagnan werd ik Schijndels kampioen, heb ik het Brabants Kampioenschap gereden. Zelf opgeleid, van BB tot Z, voor allebei de eerste keer. Op het voorterrein lag ik er vaak af, toen heb ik ons pap wel eens vervloekt. Maar in de ring won ik dan weer.’
Lotte van den Oetelaar met Farmgraaf (Verdi x Heartbreaker x Landgraf) in Den Bosch in 2014
‘Ik heb met D’Artagnan zelfs een keer in Hickstead gewonnen, daar waren we met Linn, de vrouw van mijn vader, en Doris, de dochter van Agaath van der Lei naar toe gereden. Zo liet ons pap me ervaring opdoen. Een hele rij van goedgekeurde hengsten heb ik steeds heel even gereden. Dat was wel een ding eigenlijk: dat die gekeurde hengsten zelfs met mij een mooi rondje liepen. Misschien was het van ons pap wel vooraf bedacht zo. Ik reed gewoon met een lang teugeltje rond, achteraf bekeken. Heel goed voor jonge paarden in de opleiding, niet zoals tegenwoordig dat met jonge paarden alles perfect voor elkaar is.’
Lotte in actie met D’Artagnan op de Brabantse kampioenschappen in 2014 in Oosteind
Langzamerhand ontstond wel het besef dat Lotte het als professioneel springruiter niet direct zou gaan maken terwijl ze in de handel ook niet echt haar passie had. ‘Dat heb ik wel geprobeerd, mijn vader heeft me wel het paardenverstand geleerd en af en toe wel gestimuleerd maar ik heb het hart er niet voor. Een hengstenshow, mensen erbij, dat vind ik mooi. En thuis dressuurmatig de hengsten rijden, dat ging heel goed.’
‘Ons pap kwam toen met het idee om paarden te gaan insemineren. Ik heb het praktijkexamen Voortplantingsdiploma gehaald, theorieles van Ruud van der Linden gehad, de veterinair die met zijn paard verongelukt is. Zo is het begonnen, eigenlijk met Claartje Ruis en Arjan Bekkers, die veel samen met ons pap deden, vooral om de hengstenshow en de catalogus te combineren. Ik heb veel van ze geleerd. Toen het uit elkaar ging, zijn we hier voor onszelf begonnen.’
Tijn samen met vader Tijn op concours
‘We’ is samen met haar partner Tijn Vulders, erkend paardenman uit Heeswijk-Dinther, die nu nog zijn vader Tijn en zus Marieke steunt in de paardenbusiness Hazelberg met dit jaar 35 veulens. Ze leerden elkaar zo’n 7 jaar geleden kennen: ‘Ik kwam hier voor het eerst met hoefsmid Gertje Wijdeven bij wie ik stage liep. Op concours kwam ik Kees weer tegen en die vroeg of ik niet bij hem wilde komen werken. Ik kan heel goed met hem. Ik ben heel gek met mijn vader maar toch bijna net zo gek met Kees. Het past ook wel. Ik weet niet anders dan dat ik pony’s en paarden zadelmak gemaakt en gereden heb. Hoe gekker, hoe liever ik ze had.’
‘En de handel zit in mijn hart. Toen ik 6 was, ging ik al naar de kippenmarkt, in Mol, Liempde of St-Anthonis. Ik handelde in kippen, konijnen, geiten en zo volgden de pony’s en de paarden, steeds wat groter. Maar ik heb ook ontelbare aantallen pony’s en paarden gesprongen. Ooit 21 paarden op één concours, hier aan de overkant in Schijndel. Ik heb gesprongen tot 1m45 maar ik kon ook een puissance winnen over 2m15 in Alverna toen Rob Bongers dat nog organiseerde. En nou besla ik als hoefsmid alle paarden die hier op stal staan naast het werk van de hengstenhouderij, rij ik verschillende paarden voor Kees en handel ik erbij.’
Tijn met Q Chacco-Blue van Essene, zonder sigaret maar met een opstaand kraagje
Lotte en Tijn wonen nu zo’n drie jaar samen aan de Dungensesteeg in Schijndel. Toen Lotte zwanger was van kleine Tijn besloot Tijn om haar te ontlasten door het insemineren op zich te nemen. Zo’n twee jaar geleden, kleine Tijn was geboren in november, kwam Kees met zijn idee bij Lotte: ‘Hij zei: neem het over. Eerder stond ik op de loonlijst, het was best spannend om dan voor jezelf te beginnen. Net een nieuw kindje, elke dag nieuwe luiers nodig. En toen kwam ook nog corona in ons eerste jaar, best spannend. Ons pap liet het ons zelf uitzoeken maar we hebben nooit het gevoel gehad dat we er alleen voor stonden. Hij laat ons wel onze fouten maken, en ik weet dat hij ons nooit zal laten vallen. Jawel hoor, ik heb hem ooit vervloekt! Waarom help je niet?! Hij blijft dan rustig en zegt: komt goed.’
Lotte in het lab
Waar kleine Tijn nog in november geboren werd, was het met Mies iets lastiger in het afgelopen dekseizoen: ‘Om 3 uur ’s nachts kwamen we met Mies thuis die net een paar uur oud was, om half 8 ging de telefoon voor een sperma-bestelling. De kraamhulp zei: ik geef het wel even door dat ze jou in de gaten moeten houden, want je hebt officieel recht op verlof. We hebben het samen gerooid, Tijn en ik. Hij moest toch onderweg, sperma vangen, verwerken, en dan de verwerking en de administratie. Dat laatste was niet echt zijn ding, we hebben het opgelost met briefjes die ik overal opgehangen had. Ons mam is vaak hier geweest om onze Tijn bezig te houden, of pa en ma Vulders. Tja, verlof. Daar hebben de mensen het dan over maar midden in het dekseizoen werkt dat niet.’
Kees met zijn kleindochter Mies
Lotte en Tijn hopen dat ze nu toch echt een normaal dekseizoen tegemoet kunnen zien: ‘Wij proberen onze band met mensen zo persoonlijk mogelijk te houden. We rijden nog met een schouwhengstje rond, we lossen fouten of misverstanden altijd goed op, mensen kunnen altijd bij ons terug komen. Plus dat we adviseren om met een hengst te dekken, ik weet zeker dat wij niet dwingen. Ooit voel je dat mensen zich schuldig voelen als mensen iets vinden van een hengst van ons pap maar dat hoeft echt niet, ze kunnen bij ons allerlei andere hengsten bestellen. In mijn ogen is Verdi de beste in heel veel opzichten maar mensen mogen dat gerust anders vinden, geen probleem. Dat geldt ook voor de keuze voor het stamboek. Wij zijn natuurlijk van het AES maar mensen moeten echt helemaal zelf weten wat ze gaan doen.’
Hopen dat het binnenkort weer kan, begin april is gepland!
De aanstaande hengstenshow is iets om naar uit te kijken: ‘Ik hoop echt dat we weer een show kunnen doen, begin april. Voor de jonge hengsten zijn het twee moeilijke jaren geweest. Een filmpje is heel mooi maar de meeste fokkers willen de hengsten toch live zien en vinden een 1-op-1-gesprek fijn. We willen ze ook graag laten zien, met ouderwets volle tribunes. Horizontal, net goedgekeurd bij het KWPN, Willem Normandi de For Romance x Ferro-zoon die nu door Doris gereden wordt, O’Bailey van het Brouwershof, Q’Chacco Blue van Essene, maar ook Verdi of Hermantico, of High Five, de Casall uit Pialotta.’
Horizontal, Casall x Quickstar, goedgekeurd bij het kWPN
De waardering voor de aanpak van Kees spreekt uit het verhaal van Lotte en Tijn maar toch: ‘We willen rustig aan opbouwen. En we gaan nog heel veel van ons pap leren, van allebei de kanten. Ons pap kan een veulen kopen, dat mensen hem zes jaar erom uitlachen, en dan staat daar een paard als Verdi. O’Bailey kocht hij met een stuk in de kraag, maar hij zag het goed. Hij kan heel rustig blijven met paarden die anderen al tien keer afgeschreven hebben. En toch wil ik niet helemaal zoals ons pap zijn. Ik wil er meer voor Tijn zijn, voor de kinderen, niet altijd met de paarden bezig. Voor Tijn geldt gelukkig hetzelfde: hij vindt het mooi om vaak op de weg te zijn, te insemineren, paarden te kijken, te kletsen met mensen, te handelen waar het kan. Maar hij neemt ook de oudste mee om koeien te voeren, dat vind ik mooi. Heel kleine dingen die kinderen waarderen, een beetje de boerenopvoeding. De kinderen staan op 1 bij ons allebei. En we realiseren ons heel goed: we hadden dit nooit kunnen doen als dit niet van ons pap was geweest.’
Tijn jr jr: onder een appelboom groeien geen peren
Internationaal rijden onbereikbaar? De 15-jarige Lara Smeets rolde erin, zoals ze zelf zegt. Met de nodige tegenslagen inmiddels, maar wat wil je ook als je pas twee jaar bezig bent met je pony, en dat ook nog in corona-tijd! Het verhaal van Lara kan een inspiratie zijn voor al die jonge mensen die dromen hebben! En voor hun ouders….
Je moet wel wat lef hebben om in twee jaar van niks naar internationaal te gaan, en dat in de eventing! Lara Smeets doet er niet zo moeilijk over: ‘Mijn pony is Sulaatik’s Spotlight, een 11-jarige New Forest ruin, we zijn samen ongeveer twee jaar bezig. Daarvoor hadden we allebei eigenlijk nog geen enkele ervaring en het was ook nooit de bedoeling om zo hoog te komen, eigenlijk zijn we er samen ingerold.’
Lara begon zoals zovelen als klein meisje op de manege: ‘Mijn moeder had een paard waarmee ze recreatie reed, bij manege Blauwe Steen in Wijnandsrade. Toen ik vijf was, ben ik daar ook begonnen met lessen. Spotlight kwam een paar jaar geleden, eigenlijk voor m’n zusje Nina die nu 12 is. Afgepakt? Ja, haha, maar ze krijgt ‘m wel weer terug hoor want ik ben bijna 16 en dan ga ik door met de paarden.’
Lara met Spotlight tijdens de allereerste crosstraining
Dat wil ik ook! Bij een bezoekje aan een eventingwedstrijd in Kronenberg twee jaar geleden begon de weg waarvan de familie Smeets-Vermeer toen niet kon vermoeden hoe die zou lopen: ‘Ik dacht: dat wil ik ook! Maar we hadden allebei geen ervaring: ik reed op de manege en thuis in de buitenbak, Spotlight had alleen wat dressuur gelopen toen hij bij ons kwam, en nauwelijks gesprongen, laat staan eventing. En toch ben ik er helemaal voor gegaan. Dat betekende veel trainen, veel wedstrijden rijden en zoeken naar wat het beste voor je is. Dat is niet zo gemakkelijk als je in het wereldje komt, want wanneer weet je dat nou?’
Hoe kun je dat nou zien! ‘Ik weet nog wel toen ik voor het eerst ging trainen bij Gerald Arts in Ysselsteyn, dat hij zei: wauw: dat is een echte EK-pony! Dat geloofde ik niet, ik dacht echt: hoe kun je dat nou zien! Ik heb nou crossles gehad van Gerald Arts, van Suzanne Bouten, van Margo van Nijnatten, en nu van Mans Buurman. En in het springen van Nico Nelissen en Iris Lambrichs, in de dressuur van Vivian de la Roy. In Leende heb ik in 2020 mijn eerste oefencross gereden, meteen foutloos, een heel fijn rondje, en ook in het springen foutloos. Toen nog een in Kronenberg en een in Schaijk, ook foutloos, allemaal in de klasse B. Aan het eind van het seizoen heb ik meegedaan aan de Limburgse kampioenschappen in Ysselsteyn, werd ik reserve-kampioen, in de B.’
Links Lara, rechts Nina in Oudkarspel, in de crossoutfit van Claus Close Up, de fotografe die ook de foto maakte.
Ups en downs ‘Door corona kon ik in het winterseizoen natuurlijk maar weinig spring- of dressuurwedstrijdjes rijden om ervaring op te doen. In het voorjaar 2021 ben ik toch L eventing gestart omdat ik door het seizoen heen wat puntjes had kunnen halen. Ik had me ingeschreven voor de talentendag van het beloftenteam, daarvoor moest ik M+1 zijn. Maar zoveel wedstrijden waren er niet. Plus dat je dan ook ups en downs hebt: in Leende sprong ik een heel smalle waterbak in maar meteen over een heggetje er weer uit: foutief parcours, eruit gehaald. In Ede ben ik geweest voor een M-rondje, kreeg ik in het springen vier balkjes in het springen. In België, in Maarkedal, lukte het gelukkig wel.’
Totaal verkeerd ingeschat Net na de zomer 2021 volgde de beloftendag: ‘Dat ging heel goed. Mans Buurman en Marcelle de Kam beoordeelden de cross, De volgende dag beoordeelden Hélène en Elaine Pen de dressuur en Mans Buurman, Raf Kooremans en Merel Blom het springen. En toen werd ik geselecteerd.’ Dat betekende trainingen in heel Nederland, vanuit Zuid-Limburg een hele inspanning. En de ervaring dat het niet altijd even goed kan gaan, zeker niet in het begin: ‘De eerste 1* in Varsseveld half september ging heel goed, met 68% in de dressuur en een heel goede cross, tot de allerlaatste hindernis. Totaal verkeerd ingeschat op een soort boog met een boom eronder, Spotlight struikelde en toen lagen we samen op de grond. Fysiek hebben we er niks aan overgehouden, maar mentaal toch wel: het vertrouwen was ineens een stuk minder.’
Geen ervaring Lara pakte de draad weer op, bleef aan het trainen en sprak met bondscoach Mans Buurman: ze mocht naar Polen! ‘Een heel lange reis, met heel veel geregel. De dressuur ging super netjes, ook 68%, met daarna een heel pittige cross omdat het ook een Nations Cup was. In de cross moest ik een bergje op, dan een hindernis en daarna weer omlaag naar een smalletje. Maar ja, ik ging te langzaam de berg op, kroop er een soort van overheen en toen kreeg ik het niet voor elkaar om het smalletje goed te springen. Dat was een weigering, heel jammer, want ik heb de cross mooi uitgereden. En toen het springen, dat stond op 1m10/1m15, terwijl ik totaal geen ervaring had op die hoogte. Ik kwam aan het eind maar wel met drie balken.’
Lara in actie met Spotlight tijdens de CCIP2* in Strzegom
Vertrouwen kwijt ‘Weet je, door Corona hebben we gewoon heel weinig tijd gehad om dat soort dingen te oefenen. Deze winter zijn we verder gaan trainen met Mans, het afgelopen weekend hadden we voor het eerst weer een oefencross in Schaijk. Ik merkte wel dat ik mijn vertrouwen een beetje kwijt was, ook omdat ik er in Ermelo flink vanaf was gevallen in een training. Dan word je in de cross toch iets onzeker, dan ga je iets terugrijden en dat is natuurlijk niet heel handig.’
Ervaring kon Lara in de tussentijd gelukkig ook opdoen met de pony Poseidon B: “Een pony die ik kan rijden via Vivan de la Roy, 17 jaar, hij heeft hiervoor met een andere ruiter Z2-internationaal dressuur gereden en ik rij er nu Z1 mee, werden we derde in Ermelo bij de KNHS-kampioenschappen. Daarnaast heb ik hem meegenomen naar eventingwedstrijden, gewoon om te kijken hoe hij dat zou vinden. Eigenlijk hebben we tot nu toe alles gewonnen.‘
Een heel geplan Het leven gaat door en Lara is van plan om na het eindexamen dit jaar de HAVO te doen: ‘Dan wil ik proberen een LOOT-status te krijgen om tijd voor de sport te krijgen. Dit jaar word ik 16 en dan ga ik met de paarden verder, daarvoor hebben we nu Lecce Balia RS die nu 6 wordt, een Arezzo x Berlin x Kreator XX, gekocht van Margo van Nijnatten. Afgelopen seizoen heb ik al twee crossen met haar gereden en ook de springwedstrijdjes gaan goed. Het is een heel geplan, twee paarden per dag rijden en tussendoor leren. Ik moet m’n eindexamen halen, dat is minder leuk maar het moet wel. Ik heb met m’n ouders de afspraak dat de punten goed genoeg moeten zijn om op wedstrijd te kunnen gaan.’
Lara met Lecce Balia RS in Ysselsteyn
Lara is inmiddels met Spotlight weer volop aan de gang met de toekomst: trainingen in Baexem, oefencross in Schaijk, het Limburgs kampioenschap in het L-springen en M1-dressuur, een training met hartslagmeting door Carolien Munsters in Renswoude. Op de planning staat op 20 maart een Z-cross in Alphen/Chaam en daarna observatiewedstrijden in onder andere Oud-Karspel: ‘Daar heb ik ook mijn eerste Z-cross gereden afgelopen jaar, toen kwam ik ook op de radar bij de bondscoach. In de observatiewedstrijden kan ik goed kijken hoe het gaat. Het is al gaaf dat ik die wedstrijden kan rijden. Het EK wordt dit jaar gehouden in Strzegom in Polen, ik denk dat de kans 50/50 is, maar daar ga ik voor!’
Vader Mervyn Smeets: je hebt geen idee! Als je niet ‘in de paarden’ zit, is het een hele onderneming om in zo’n korte tijd dit allemaal mee te maken. Vader Mervyn Smeets: ‘Lara is heel fanatiek, en blijkbaar heeft ze toch talent want de leercurve is zo steil en zo snel! Ze is een medium-puber, dat valt allemaal hartstikke mee. Voor ons als ouders is het fantastisch om te zien, ook omdat je de paarden thuis hebt. We hebben geen binnenbak, en soms is rijden pittig in de kou, regen of in het donker. In het begin vraag je je wel af: waar moeten we zijn? Je hebt geen idee! Trainen in Ysselsteyn is voor ons al een uur en een kwartier, en dat is voor ons dan een thuiswedstrijd. Gelukkig kan ik redelijk mijn eigen tijd indelen, dat is ook wel makkelijk als je een mailtje krijgt dat je volgende week dinsdag een training hebt om 16.00 uur in Ermelo. Uurtje of tweeëneenhalf enkele reis.’
Vlnr: Lara op Poseidon, vader Mervyn op de mobiel, Zusje Nina, moeder Baukje en Poseidon-eigenaresse Elise van der Spoel; foto Claus Close Up, Ashley Claus
‘Weet je, we kochten twee jaar geleden een leuke pony en die bleek meer in zijn mars te hebben dan we hadden kunnen dromen. Het EK wordt nou toch een serieus doel: het is heel fijn dat we mensen hebben die ons helpen. En wij luisteren heel graag! Fotograaf Ashley Claus van Close Up bij voorbeeld: wij rijden met haar cross-setje en zij zorgt dan voor de foto’s. En Sandy Schaepkens die onze pony masseert en op deze manier bijvoorbeeld meekijkt of de pony iets mist in zijn training. Het is leuk dat je voor iemand mag rijden want echte sponsors zijn op dit niveau moeilijk te vinden. Als ik dan kijk naar alle lessen, het deelnemen aan internationale concoursen: het blijft in zekere zin toch een elitesport.’
Een hengst goedgekeurd krijgen is altijd een mooi feestmoment. Pascalle Wagemans uit Einighausen bij Sittard kreeg het voor elkaar: de Escolar x Vitalis x Lord Loxley die ze als veulen had gekocht, werd zelfs Premienhengst op de keuring in Westfalen. Met dank aan vooral vader Jan Wagemans, haar zus Danielle en Gwen Vogely.
Het verhaal van Pascalle Wagemans (34) is geen standaard-verhaal. Ook geen luxe verhaal, al zou je dat wel kunnen denken: welk meisje krijgt nou het advies van haar vader om na de HAVO eerst maar eens twee jaar naar Duitsland te gaan, in een soort sabbatical? ‘Niks geen verwend grietje, allesbehalve! Ik kon terecht bij mensen die papa goed kende uit de paardenwereld maar ik moest nog geld meenemen om er te mogen werken. Het was echt een harde leerschool, maar voor mij fantastisch: ik heb achter de schermen met veilingen meegeholpen als groom, invlechten, verzorgen en zo, ik heb heel veel geleerd daar, gewerkt van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat.’
Vader Jan Wagemans is haar grote voorbeeld, steun en toeverlaat. De onderwijzer in Einighausen, inmiddels gepensioneerd, startte eind jaren ’80 als hobby met zijn oriëntatie op Hannover en Oldenburg: ‘Het eerste veulentje dat bij ons kwam was Duits, en eigenlijk is die oriëntatie op Duitsland al die jaren gebleven. Ik weet niet anders dan dat hij enorm bedreven is in afstammingen en dat hij een heel goed oog voor de kwaliteit van veulens heeft. Die veulens kochten we, we fokten ze op, ze werden soms goedgekeurd in Duitsland en dan ging ik ze rijden voor de verkoop.’
Vader en dochter Wagemans
Laat maar eens zien ‘Zo ben ik met paarden opgegroeid, niet eens actief bij de pony’s gereden, meteen naar de paarden. Met een jonge Saros heb ik Z gereden, net als mijn zus Danielle trouwens. Ik was een jaar of 15 of 16, was met leerpaarden aan de gang. Welkanto was er ook zo een, de Weltmeyer-zoon die we goedgekeurd hebben gekregen. Maar op een gegeven moment kocht mijn vader geen ervaren paard meer. Als je dat echt wilt, dan laat je dat eerst maar eens zien, zei hij. Vandaar dat ik toen naar Duitsland ben gegaan en sindsdien eigenlijk vooral jonge paarden heb gereden, paarden waar nog niet de knopjes op zitten. Superleuk om ze op te leiden. En ook superleuk om de hengsten op te fokken voor de keuringen.’
Onderwijs Het is natuurlijk verleidelijk om na de twee jaren in Duitsland in de paardenwereld verder te gaan in de volgende job bij de volgende stal of om thuis te gaan werken. Pascalle koos ervoor om toch verder te gaan studeren, wel in lijn met de twee jaren in Duitsland: ‘Ik heb toen de HBO-docentenopleiding Duits gedaan. En ja, ik heb ook voor de klas gestaan, van m’n 23e tot bijna m’n 30e. Toen kwamen de kinderen die nu 6 en 4 zijn. Ik ben met lesgeven gestopt omdat mijn man ook als revalidatie-arts een fulltime job heeft en ik er toch voor de kinderen wilde zijn. Hij kan niet rijden, heeft er niks mee, maar is naast papa toch ook mijn steun en toeverlaat. Ik heb het zo heel mooi kunnen combineren met het thuis trainen van de paarden, ik kon helpen om de stal verder uit te bouwen.’
Wagemans Stables Twee jaar geleden richtte Pascalle de Wagemans Stables op: ‘Samen met papa, we zijn zo verbonden met elkaar. Samen met hem is het een heel leuke combi. We hebben een kleinschalige stal, zo’n 15 paarden, met enkele paarden in training voor mensen, heel leuk maar daar ligt niet de nadruk. Dat is toch echt het veulentjes kopen en opfokken. En ook het fokken met onze 2 of 3 merries. Ik ben nou ook mee aan het rondrijden, dat moet ik ook leren. Vooral gericht op Duitsland, dat komt door papa, dat heeft niks te maken met dat we Nederlands bloed niet zouden willen, dat is zo gegroeid. We hebben thuis een binnenbak van 20 x 40, daar ben ik al heel blij mee met m’n halletje en vier hectare land. Personeel hebben we niet. Mijn zusje Danielle werkt ook nog mee, ze heeft ook een eigen baan maar helpt ieder moment van haar vrije tijd mee, maar eigenlijk doe ik toch alles met papa samen.’
Pascalle en Danielle Wagemans
Sorento ‘Zonder hem zou ik niet staan waar ik nu sta. Eigenlijk heb ik het aan de hele familie te danken. Ik ben meer de opleider thuis, best wel wat als moeder met een man die full time werkt. Ik ben nou wel op een punt gekomen dat ik een of twee paarden voor mezelf wil houden. Het is toch ook leuk om te laten zien wat ik kan op wat hoger niveau. Want tja, nou is het zo dat ze al weg zijn voordat ik het kan laten zien. We hebben een heel leuke 5-jarige merrie, Blue Hors Zack x Sorento x Warkant, zelf gefokt. Sorento, de Sandro Hit x Donnerhall, hebben wij trouwens ook als velen gekocht, thuis opgefokt, in Duitsland voor de keuring gebracht en toen verkocht naar de familie Venderbosch. Papa heeft voor hem een stukje PR in Duitsland gedaan, uiteindelijk heeft Stefanie Wolf hem naar de Grand prix gereden oor de stal van Johan Hinnemann.’
Pascalle met de jonge Blue Hors Zack
Klein team Pascalle Wagemans heeft een klein team van getrouwen om zich heen: ‘Ik ben ook heel blij dat ik Manuela Poulsen heb ontmoet, aan haar heb ik heel veel steun, ze doet het hartstikke goed, verkoopt heel veel paarden, heeft een oog voor wat een goed paard is. Zij is na mijn vader voor mij echt een voorbeeld, ze verkoopt ze over de hele wereld. Ze komt af en toe, dan kijkt ze wel eens mee met de training, maar ik train vooral bij Diederik Wigmans en Krista Kolijn in Weert.’
Escolar x Vitalis x Lord Loxley, goedgekeurd in Westfalen en verkocht naar Landgestüt Celle
De hengstenkeuring Met de jonge Escolar-hengst in Münster-Handorf werd het nog een beetje spannend: ‘Ik heb heftig corona gehad, ik dacht dat overkomt mij niet. Ik had de hengst zelf klaargemaakt tot de voorselectie, een maand voor de eigenlijke keuring, maar ja, toen lag ik eruit. Gwen Vogely heeft de voorbereiding toen verder opgepakt en ook op de keuring gelongeerd. Ik was er wel maar omdat zij de laatste weken met hem gewerkt had, leek het ons beter om dat zo te laten. Toen kwam op de keuring het berichtje van de Zuchtleiter dat we een Premienhengst hadden. Ik heb direct Danielle gebeld, en samen met Gwen zijn we toen samen heerlijk emotioneel geworden. Pap was daar ook maar die stond vooral mensen te woord omdat er zo’n animo voor de hengst was. De hengst is via de veiling naar Landgestüt Celle verkocht. Het mooie was ook dat de Zuchtleiter zei: we hebben hem ook geprimeerd omdat hij zich zo goed liet zien aan de longe!’
Jasmijn de Bruijn schrift blogs over visie in de paardenwereld. In deze bijdrage gaat het over persoonlijk leiderschap: heb je je wel eens afgevraagd hoe het kan dat sommige mensen van nature goed om kunnen gaan met paarden?
“Het lijkt soms magie; zodra die mensen een paard overnemen zie je meteen wat veranderen in de reactie van het paard. Waar jij misschien al maanden mee bezig was om voor elkaar te krijgen met je paard, lukt een paardentrainer met natuurlijk leiderschap binnen 10 minuten zonder al te veel ‘gedoe’. Maar wat is leiderschap dan precies? En hoe kun je het ontwikkelen?” In deze blog lees je meer over natuurlijk leiderschap.
“Feitelijk is goed horsemanship een kwestie van goed leiderschap. Natuurlijk, je moet ook inhoudelijke kennis hebben van paarden, gedrag en training. Maar veel kennis hebben maakt je nog geen goed leider richting je paard. Sterker nog; veel goede paarden trainers beschikken helemaal niet over heel veel theoretische en wetenschappelijke kennis over paarden. Maar wie goed kijkt ziet dat de betere paardentrainers beschikken over ‘natuurlijk’ leiderschap en veel praktische kennis welke zij hebben opgedaan door ervaring. Zij kunnen vaak niet precies benoemen wat ze doen en waarom, omdat datgene wat ze doen, onbewust, en dus op een natuurlijke en vanzelfsprekende manier, gaat.”
Persoonlijk leiderschap als basis voor goed horsemanship
Maar wat is leiderschap dan precies? En hoe kun je het ontwikkelen? “Om te beginnen is persoonlijk leiderschap de basis van goed horsemanship. Voordat je een paard kunt leiden moet je eerst in staat zijn om zelf leiding te kunnen geven aan je eigen leven. Dit houdt in dat je inzicht hebt in wat jouw persoonlijke doelen en drijfveren zijn, dat je in staat bent om keuzes te maken en kunt omgaan met de consequenties van jouw keuzes. Persoonlijk leiderschap houdt in dat je kunt omgaan met stress, weerstand, dat je kansen ziet en grijpt en dat je weet wat je wilt.”
“Een belangrijke oorzaak van het gegeven dat veel ruiters geen leiderschap tonen, en daarmee geen horsemanship ontwikkelen is angst en onzekerheid. Ze zijn bang om fouten te maken als ze iets uitproberen bij hun paard of proberen hun horsemanship te ontwikkelen. Ze zijn bang voor het oordeel van een jury, van stalgenoten of van andere paardenmensen in hun omgeving. Ook zijn ze bang voor de reactie van hun paard. Soms is dat de angst dat ze geen controle meer over het paard hebben, of de angst dat ze het vertrouwen van hun paard beschadigen of het paard boos maken. Die angst kan verlammend werken waardoor ze stagneren in het ontwikkelen van hun horsemanship.”
“Ze belanden dan in een neerwaartse spiraal, want voor paarden is iemand die passief is en verlamd wordt door angst geen vertrouwd leider. En dat is waardoor er veel ‘gedragsproblemen’ ontstaan bij paarden. Maar het echte probleem is zelden het gedrag van het paard, en heel vaak zijn die problemen te herleiden op gebrekkig leiderschap.”
Leiderschapsrollen en persoonskenmerken
“Goed horsemanship begint dus bij persoonlijk leiderschap. Vaak wordt leiden en leiderschap geassocieerd met hiërarchie en dominantie. Maar als het gaat om horsemanship is dit slechts een deel van het verhaal. Als je naar het partnerschap met je paard kijkt, dan vervul je richting je paard verschillende rollen. Je bent zijn vriend en verzorger, maar ook zijn trainer en zijn eigenaar. Daarnaast ben jij ook degene die een doel voor ogen heeft en die beslissingen neemt voor het paard. De mate waarin jij je bewust bent van die rollen én de mate waarin je in staat bent om te kunnen schakelen tussen die rollen is van invloed op jouw horsemanship. Linda Kohanov (De vijf rollen van een Meesterherder) vertaalde deze leiderschapsrollen in de volgende 5 leiderschapsrollen; de leider, de waarnemer, de dominant, de verzorger en het roofdier. In dit artikel zijn de rollen toegespitst op leiderschap in het partnerschap met ons paard. Per leiderschapsrol zijn ook een aantal persoonskenmerken benoemd waar je over moet beschikken om die rollen goed te kunnen vervullen.”
Leiderschapsrollen & Persoonskenmerken
De Leider. In de rol van de Leider heb je visie, je ziet de potentie in jezelf en je paard en je weet je paard vanuit vertrouwen en respect te motiveren.Visie, waarden, principes, pro-actief, doelgericht.
De Waarnemer. Vanuit deze rol observeer je je paard en wat er om jou en je paard gaande is. Je zoekt continu naar verbeterpunten in de training en in het management rondom je paard.Analytisch, geduld, kunnen afwachten, luisteren.
De Dominant. Door inzet van deze rol weet je je paard in beweging te krijgen en stel je grenzen richting je paard. Je bent niet bang om die grenzen richting je paard duidelijk te maken, zelf als daarvoor even een duidelijk statement nodig is. Vanuit deze rol weet je ook wat nodig is om de doelen die jij met je paard gesteld hebt te behalen. Daadkracht, moed, consistent in je aanpak.
De Verzorger. Als verzorger ben je in staat je in te leven in hoe je paard zich voelt en wat er in hem om gaat. Je weet wanneer je een dierenarts of specialist moet inschakelen en je weet wat je paard nodig heeft. Je bent in staat zijn signalen te lezen en in deze rol zet je je in voor zijn welzijn, mest je zijn stal uit, zorg je dat alles om hem heen tiptop in orde is. Zorgzaam, verbindend, empathisch.
Het Roofdier. Wanneer je paarden houdt, zal er altijd een keer een moment komen dat je een nare beslissing moet nemen en dat je afscheid moet nemen van je paard. Omdat hij ziek is, om hem langer lijden te besparen, of een beslissing nemen hem te verkopen omdat dat voor jou of je paard beter is. Het zijn de beslissingen die je neemt waarvan je weet dat dat beter is, maar die ontzettend moeilijk, verdrietig of pijnlijk zijn. Besluitvaardig, doortastend, integer.
Inzicht in je eigen voorkeuren
“Om een goede en gebalanceerde leider voor je paard te zijn is het van belang dat je de verschillende rollen situatieafhankelijk in kunt zetten. Geen van de rollen is beter of slechter dan de ander. Ze zijn allemaal nodig in het partnerschap met ons paard. Wel is het zo dat we vaak een voorkeur hebben voor een of meerdere rollen. Wanneer de verzorgers rol de voorkeur heeft kan dit ervoor zorgen dat het paard niet de leiding en training krijgt die hij nodig heeft. Of wanneer de dominante rol de voorkeur heeft, en de focus vooral ligt op het behalen van trainingsdoelen, kan het zo zijn dat signalen dat het paard niet fit is, of er een blessure aan het ontstaan is over het hoofd wordt gezien. Wie niet besluitvaardig is van nature kan bijvoorbeeld moeilijke beslissingen steeds maar uitstellen, bijvoorbeeld als het gaat om euthanasie wanneer het paard ongeneselijk ziek is. Het is dus ook zaak om inzicht te krijgen in jouw eigen voorkeuren.”
Welke kenmerken zijn van nature al in jou aanwezig?
“Met alle kennis over training en gedrag die nu voor handen is zou je denken dat leiderschap en horsemanship ontwikkelen ‘piece of cake’ is. Je volgt een cursus of een opleiding, je verdiept je in een trainingsmethode of je gaat gewoon elke week les nemen bijeen goede trainer. Horsemanship is te ontwikkelen en vaardigheden zijn te trainen, dat is wat we aannemen. Dit is ten dele waar. Voor een groot deel kunnen we vaardigheden aanleren. De leiderschapsrollen gaan voor een groot gedeelte over ons gedrag, wat we aan kunnen leren. Maar om die rollen echt authentiek en op een ‘natuurlijke manier’ toe te kunnen passen moeten de genoemde kenmerken van nature in ons aanwezig zijn. Iemand die van nature zorgzaam is, zal niet veel moeite hebben om dat toe te passen in de omgang met het paard. Anderzijds; als je van nature niet doortastend bent, dan kun je dit wel oefenen en je kunt daarin ook beter worden. Maar het zal je nooit op een natuurlijke manier afgaan. In die gevallen zal je horsemanship op dat punt ook meer een kunstje blijven, dan dat je spreekt van natuurlijk leiderschap. Het is net als met paarden trainen; je kunt een draver leren galopperen, maar de galop zal nooit zo makkelijk en vanzelfsprekend worden als de galop van een rijpaard met een natuurlijke aanleg om goed te kunnen galopperen.”
Schakel hulp in waar nodig
“Als we van nature niet over (alle) de persoonskenmerken beschikken die nodig zijn om goed horsemanship te ontwikkelen, hoeft dat geen ramp te zijn. Je kunt evengoed genieten van je paard. Zodra je inzicht hebt in waar het je minder natuurlijk afgaat, kun je op deze punten hulp inschakelen. Heb je moeite met doortastend zijn? Zoek dan een goede trainer/instructeur die jou daarin kan bijstaan. Vind je het lastig om de moeilijke beslissingen te nemen? Laat je dan goed adviseren door bijvoorbeeld een dierenarts of bijstaan door iemand die je vertrouwd wanneer deze beslissingen genomen moeten worden.”
Binnen de hippische sector springen allerlei (commerciële) opleidingen, on- en offline workshops en cursussen als paddenstoelen uit de grond. Wie op sociale media scrolt, wordt bedolven onder gesponsorde adds van hippische professionals die jou en je paard naar een hoger plan kunnen tillen. Veel titels zoals trainer, instructeur, coach of behandelaar zijn echter onbeschermd. Iedereen mag zich namelijjk gedragstrainer, revalidatietrainer, bekapper, houding- en zitcoach of paardencoach noemen.
Het venijn zit hem in het gegeven dat er door inferieure hippische professionals (on)bewust misbruik wordt gemaakt van de zoekende en onzekere paardenliefhebber die het graag goed wil doen voor zijn paard. (On)bewust omdat deze groep aanbieders zich vaak ook niet altijd bewust is van hun gebrek aan kennis en ervaring (het ‘Dunning Kruger’ effect, zie onderaan)
Vaak lijden deze profs ook aan het ‘redderssyndroom’. Ze bieden hun diensten niet alleen aan omdat ze van paarden houden en mensen willen helpen, maar ook omdat ze het zelf nodig hebben. Ze zitten vaak nog midden in hun eigen ontwikkeling. Het helpen van mensen met hun paard geeft een prettig gevoel en voor veel mensen is het een droom; van je paardenpassie je werk maken. Het aanzien dat hun professionele ‘deskundigheid’ oplevert, kan gebruikt worden om een eigen negatief of beschadigd zelfbeeld te herstellen. En het levert daarbij ook nog eens geld op.
Maar een gedegen vakopleiding, jarenlange ervaring met het trainen van paarden of de universitaire studie van een dierenarts kan zomaar niet vervangen worden door een dagcursus bekappen of een clinic over rechtrichten. Dat je ‘ervaringsdeskundige’ bent omdat je eigen paard niet op de trailer wil, maakt je nog geen trailerlaadexpert.
Waarom trappen dan toch zoveel paardenliefhebbers in de belofte van probleemloze harmonie of de maakbare gezondheid van hun paard? Omdat die belofte goed en overtuigend gecommuniceerd wordt. Slimme marketingtechnieken helpen inferieure professionals mensen bewust te maken van problemen waarvan ze niet eens wisten dat ze bestonden. Ze spelen in op de intentie van paardeneigenaren om het goed te willen doen. Op hun beurt zijn dergelijke paardenprofessionals zelf vaak ook weer een pionnetje in schimmige piramidespelletjes van online marketing- en businesscoaches die ze wijsmaken hoe uniek, belangrijk en deskundig ze zijn. Hoe ze een perfect imago creëren met personal branding.
Wie op zoek gaat naar een goede paardenprofessional, komt vaak bedrogen uit. In de hippische sector zijn het in de regel niet de door de wol geverfde ervaren professionals die als eerste boven in de google zoekresultaten verschijnen. Maar degene die zijn aanbod het beste communiceert.
Inferieure paardenprofessionals verschuilen hun onkunde achter allerlei gelikte methoden, zorgvuldig ge-editte content en mooie hoogdravende visies op het gebied van horsemanship. De gemeenschappelijke deler van deze benaderingen is de ontkenning van de weerbarstige praktijk die het trainen van paarden en ruiters soms met zich meebrengt. Dat gezondheid niet altijd maakbaar is en succes niet altijd haalbaar.
De praktijk leert dat veel echte hippische rotten in het vak online vaak helemaal niet zo zichtbaar zijn. Ze hebben misschien een website of facebookpagina, met daarop wat beperkte informatie over behaalde diploma’s, prestaties of hun werkwijze en gaan er daarmee van uit dat dat wel voldoende is. Vaak hebben die professionals ook niet meer nodig, omdat ze de agenda toch wel vol hebben. Omdat ze al jarenlang goed werk leveren en een vaste klantenkring hebben. En de meer ervaren paardenliefhebbers kunnen vaak op grond van die informatie wel inschatting maken van hun vakbekwaamheid en horsemanship.
Om de wildgroei van onbekwame professionals tegen te gaan wordt vaak de oplossing gezocht in keurmerken, diploma’s en certificaten. Maar voor de zoekende paardenliefhebber wordt het steeds lastiger om die op waarde te schatten. Daarbij zegt een keurmerk of diploma ook niet altijd alles. Veel is afhankelijk van hoe iemand zich naast zijn opleiding ontwikkelt. Met paarden ben je sowieso nooit uitgeleerd.
Zichtbaarheid van de echte vakmensen en hippische experts op sociale media werkt wel. Toch zijn dat nu de mensen die zich online het minst laten horen en zien. Ze houden zich liever met de paarden bezig, dan een story te posten over wat zij doen op een dag. De oplossing van het probleem is simpel: meer transparantie. Een van de doelstellingen van het Hippisch Kompas en #secretproject is om juist de echte professionals weer zichtbaar te maken. Op een manier die bij hen past. Zodat het voor de welwillende paardenliefhebber makkelijker wordt om de juiste professional te vinden. De zin te scheiden van de onzin.
Wanneer zoekende paardenliefhebbers meer inzicht hebben in de daadwerkelijke skills, ervaring, achtergrond, diploma’s en objectieve reviews van professionals, kunnen zij een bewustere keuze maken. In de ontwikkeling van je horsemanship is uiteindelijk de langste weg de kortste. Je kunt dus maar beter je geld, tijd en energie goed inzetten, en voorkomen dat je op een dwaalspoor raakt door met de verkeerde in zee te gaan. Je bespaart je paard daarmee ook nog eens een hoop ellende. Tot er meer transparantie is binnen de hippische sector, is het handig om je in ieder geval het volgende te realiseren vóórdat je een professional inschakelt:
Besef dat geen enkele paardenprofessional de wijsheid in pacht heeft. De echte professional herken je niet aan wat hij je allemaal belooft, maar aan zijn duidelijkheid over wat hij wel en vooral NIET voor je kan betekenen. Die kennen namelijk niet alleen hun kracht, maar ook hun beperkingen. Zij zullen je doorsturen wanneer zij je niet kunnen helpen.
Geen enkele paardenprofessional verdient een goeroestatus. Het zijn namelijk ook gewoon mensen, die ook wel eens fouten maken, een keer gefrustreerd raken en soms door schade en schande wijzer zijn geworden.
Wees kritisch, geloof geen enkel woord op voorhand. Laat je overtuigen door wat ze je in de praktijk kunnen tonen aan vakmanschap of horsemanship.
Pas op voor professionals die zeer bedreven zijn in het profileren van zichzelf door te wijzen op fouten van andere professionals.
Bedenk dat jij en je paard soms het beste af zijn met een professional die je juist vertelt wat je NIET wilt horen. Niet altijd leuk, maar soms wel wat je nodig hebt om verder te komen.
1. Het dunning-krugereffect is een psychologisch verschijnsel. Het treedt op bij incompetente mensen die juist door hun incompetentie het vermogen ontbreekt om in te zien dat hun keuzes en conclusies soms verkeerd zijn. Mensen die werkelijk bovengemiddeld competent zijn, hebben daarentegen de neiging hun eigen kunnen te onderschatten. Minder competente mensen slaan zodoende hun eigen capaciteiten hoger aan dan zij die veel competenter zijn.
We use cookies to ensure that we give you the best experience on our website. If you continue to use this site we will assume that you are happy with it.