Cheryl Sjouke: met vallen en opstaan

Cheryl Sjouke: met vallen en opstaan

Letterlijk met vallen en opstaan reed ze zichzelf omhoog. “Ik heb periodes gehad dat ik huilend van mijn paard af kwam, dat ik mijn instructeur Leon Kuipers belde: ik geef het op.” Pas het afgelopen jaar ging de weg echt omhoog voor de 27-jarige Cheryl Sjouke. Met prijzen in het 1.40 en steeds meer klanten, met dank aan de familie Van Dam.

Heel lang was het verhaal van Cheryl Sjouke niet bijzonder. Ze woonde in Den Haag bij haar ouders met een fietsenwinkel terwijl haar moeder ook in de verzorging werkte. Ze hadden niks met paarden, zoals dat heet. Maar Cheryl dacht daar anders over: “Mijn hart lag wel altijd bij de paarden. Op m’n achtste ben ik naar Hippisch Centrum Westland gegaan, gewoon omdat het dichtbij was, leek ons een leuke manege. Ik was heel lang verschrikkelijk bang en onzeker, moest en zou altijd op dezelfde pony.” Toen ze dertien was, kwam haar eerste eigen pony Layka,een Poolse E-pony: “Na een week kwamen we erachter dat ze vijf maanden drachtig was. Twee voor de prijs van een, zeg maar. Na drie jaar kwam het cremello veulen terug uit de opfok: was ie 1.70 geworden, een onwijs groot paard. We hebben hem toch maar verkocht naar Engeland, waar hij jachten gelopen heeft.”

Als tiener vond Cheryl de ponytijd vooral leuk: “Heel lang hoefde ik geen bijzondere pony. In het bos rijden vond ik prima. Ik heb Layka doorgereden naar het L2 en sprong met haar in het B. Meer kwaliteiten had ze niet. Toen hebben we toch maar besloten om de pony te verkopen, een jaar of zestien was ik toen. Layka kwam terecht bij een meisje dat er niet genoeg voor kon zorgen, ik heb haar teruggekregen en daarna heeft ze een jaar of vijf op de manege gestaan bij Irene Dijkhuijsen.” Een jonge Damiro X Karandasj volgde: “We waren bevriend met een vrouw met een ruitersportzaak en die had een jong paard staan dat ze kwijt wilde omdat hij overcompleet was. We zijn samen aan de gang gegaan, hij was vijf. Het klikte. Ik had geen ervaring, kon helemaal niet goed rijden en ik wist eigenlijk ook niet hoe ik moest springen. Ik heb het met dat paard geleerd van Ton Smits van de manege, hij heeft me jaren geholpen.”

Zento X Animo X Ramiro

Toen Cheryl achttien was, werkte en leste ze negen maanden bij de huidige bondscoach Edwin Hogenraat. Ze reed er haar eerste wedstrijd in de klasse B. In de tussentijd deed ze de sportklas in Deurne: “Ik moest voorrijden en dat ging goed, op papier mocht het eigenlijk niet maar ze vonden het toch goed genoeg. Maar er waren er daar ook die nog nooit een winstpunt in de B hadden gehaald.” En toen volgde de periode bij Jeroen Heijmans in Bodegraven: “Zo fijn om voor te werken! Ik ben bij hem in dienst gegaan om paarden zadelmak te maken en dat ging super goed. Ik heb bijna drie jaar voor hem gewerkt, tot mijn 22e.”

En toen gebeurde het. Even voordat de vaste aanstelling zou volgen, viel Cheryl op concours van haar paard. “Ik naar het ziekenhuis en toen bleek dat van mijn arm allerlei pezen, banden en zenuwen waren afgescheurd. En ik kreeg de boodschap van de dokters: ik denk dat je nooit meer kunt paardrijden. Na drie weken mocht het gips eraf: mijn arm viel zo naar beneden. Ik keihard huilen, dat was een vreselijke ervaring. Ik moest aan mijn revalidatie beginnen maar ze gaven me geen idee hoe lang dat zou kunnen duren. Het contract voor onbepaalde tijd bij Jeroen Heijmans kon toen niet meer, maar ik ben dankbaar voor de drie jaren dat ik er wel heb mogen werken.”

De armbreuk betekende een heel onzekere periode: “Na een week of zes kon ik mijn pols rechthouden, met de zenuwen werd het ietsje beter, na vijftien weken kon ik in een boekje bladeren. En toen ineens pakt mijn middelvinger een blaadje. Hij bleef rechtop staan! Wij meteen het ziekenhuis gebeld en we mochten meteen komen, want wat ik zei, dat kon eigenlijk niet. Vijf of zes dokters stonden me op te wachten en toen heb ik mijn middelvinger naar ze opgestoken. Foto’s en filmpjes gemaakt natuurlijk, dat was heel bijzonder. Na een week of 16 of 17 deed bijna heel mijn hand het weer, alleen mijn wijsvinger en pink nog niet. En de dokters vonden dat ik even op een paard mocht zitten als ik dat zo graag wilde, maar wel een die heel braaf was en heeeel rustig. Nou, ik heb anderhalf uur gereden en gegaloppeerd op het strand. Wat een gevoel! En een paar weken later reed ik mijn eerste concours, met twee paarden in de B, niks bijzonders natuurlijk, maar dat ga ik niet meer vergeten! Ik ben heel veel gaan lessen, bij Bert de Groot. Zo vaak gedacht: ik kan het niet, het wordt niks, maar ik ben toch weer gegaan, toch geprobeerd om gemotiveerd te blijven. Ik heb alles weerlegd wat de artsen voorspelden en nu functioneert het allemaal weer.”

In de tussentijd ging Cheryl aan de gang bij Stal Meursing in Benthuizen, een dierenkliniek met eigen fokproducten die in de sport gereden worden. Ze bleef er een jaar, tot het contract niet verlengd werd vanwege inkrimping van de stal. “Maar waar de ene deur dicht gaat, gaat een andere open,” blikt ze terug. “Toevallig kwam ik Danielle en Stephanie Kok tegen, van de manege in Poeldijk,
Ik kende ze van Deurne. Via een Whatsapp’je kwam het idee om samen iets te gaan doen. Stephanie rijdt dressuur, Daan doet allebei, ik de springruiter maar ik kon ook dressuurpaarden opleiden. Al mijn paarden kunnen appuyeren bij voorbeeld, voornamelijk in de periode bij Jeroen geleerd: met veel meer gevoel paardrijden. Ik ben niet in de dressuur doorgegaan: ik vind de sfeer daar zo verschrikkelijk, iedereen chagrijnig, iedereen lijkt wel boos. Maar goed, het idee was handel en training maar dat mislukte finaal. De accommodatie was er niet voor gemaakt, met de manege en de pensionstal was het niet te combineren.”

Heel toevallig kwam toen Zuideindeweg 55 in Delfgauw op haar pad, het spul van Huug van Dijk: “Via Google Maps was ik aan het rondkijken, ruim een jaar geleden nu. Het was niet nieuw maar wel functioneel, alles was er, het stond alleen leeg, behalve een stuk of tien dravers en een paar pensionpaarden. Ik heb gevraagd of hij mij stallen wilde verhuren. En nu heb ik er elf boxen, een binnenbak van 26 X 40, een stapmolen, een 20 X 60 buitenbak, een drafbaan, weiland, paddocks, ruiterpad, een spuitplaats met warm en koud water, alles wat ik nodig heb. Ik ben 100% voor mezelf begonnen, dat was heel eng maar wel wat ik altijd gewild heb. Er moest brood op de plank komen maar ik had alleen een paar klanten voor wie ik een paard reed. Nu na een jaar heb ik een stuk of tien dressuurpaarden: ik geef de mensen les en ik rijd de paarden een keer per week. Ik heb eigen paarden, trainingspaarden, paarden om zadelmak te maken, ja het gaat goed.”

Met Peu Blanche op het WK in Zangersheide

Sinds Cheryl voor zichzelf werkt, komen er ook andere kansen: “Een oude vriendin belde: ik heb een paar investeerders, die willen in paarden. Ik dacht jaja, zal wel. Maar een week later belde ze weer: we gaan paarden kijken. Ze kochten werkelijk een paard, dat alweer verkocht is. Die mensen waren daar erg tevreden over. We hebben nu een driejarige Berlin X Ultimo X Heartbreaker en met een jonge El Salvador X Ultimo X Le Mexico gaan we voor de hengstenkeuring.” Cheryl’s beste paard in de ring is Peu Blanche BZ, een jonge Peter Pan X Zandor Z X Alme Z uit de fokkerij van Wim van Dam. Peu Blanche stond op de nominatie om naar een handelaar verkocht te worden omdat hij best lastig was, ze wist niet goed wat ze ermee moesten. Hij is me gegund door de familie Van Dam. Vorig jaar liep ie ZZ maar ik ben in Lanaken zo het 1.40 in gereden. Ik hoef nooit bang te zijn dat ik niet aan het eind kom. Hij loopt nu 1.40m en ik win er prijzen mee. Ik heb hem nu samen met de familie Van Dam uit Lienden. Bij hen heb ik ook een Zento-merrie gekocht uit een Animo X Ramiro-moeder. Ik ben ze heel dankbaar dat ik deze paarden tot mijn beschikking kon krijgen. Met die paarden les ik bij Leon Kuipers.”

Cheryl Sjouke heeft het allemaal zelf moeten doen: “Ik ben er trots op. Het was keihard werken, veel leren, alles zelf regelen, en ik had geen goede paarden die ik onder mijn kont geschoven kreeg. Het was echt vallen en opstaan. Thuis zijn ze ook trots, maar ze vinden het wel spannend. Een relatie? Ik besteed er nu even geen aandacht aan. Ik heb een paar keer de keuze moeten maken: voor hem of voor de paarden. Nou, die keuze was snel gemaakt!”

Merieke Voorneveld gaat voor Goed Paardrijden

Merieke Voorneveld gaat voor Goed Paardrijden

Merieke Voorneveld is een dressuuramazone die er altijd is. Niet dat ze zware Grand Prix-wedstrijden gewonnen of zelfs gereden heeft. Merieke is meer van de opleiding, de Z-kampioenschappen, de jonge paarden en het lesgeven, zelfs van het Z-springen. Tegenwoordig heeft ze met haar partner een stal midden in Exloo, als oplossing om de internationale relaties te kunnen huisvesten. Maar ze geeft ook nog steeds met veel plezier les aan leden van de vereniging.

Net vijftig jaar geleden werd Merieke geboren in het Utrechtse Maarssen, in een gezin waar niemand iets met paarden had. Thuis waren ze druk met de woninginrichtingszaak: “Het was een beetje de vraag waar we het kind op zaterdag naar toe sturen. Dat werd dus de manege in De Meern. En ik kreeg al snel een pony maar ik had werkelijk geen idee wat ik daarmee moest. Door schade en schande ben ik behoorlijk wijs geworden. Stond ik met m’n hoofdstelletje voor de pony: riempjes verkeerd, bit andersom, dat soort dingen. Of de instructeur die zei: joh, je dekje ligt verkeerd om. En toch was de ponytijd hartstikke leuk. In alle vroegte met z’n allen op de vrachtwagen, pony’s daar vastgebonden, aan het einde van de dag de parade. Vijftien keer de caprilliproef gedaan en uiteindelijk gewonnen. Het was ook een leuke ponyclub in Maarssen, vooral spelen eigenlijk.”

De vergelijking met vandaag de dag dringt zich dan op: “We hebben het er weleens over. Nu is de ponysport bij veel mensen vanaf het begin prestatiegericht. Het wordt soms wel heel individueel. Het worden al van die groepjes van kinderen die met elkaar de concoursen af gaan en met de prijzen thuiskomen. Ik merk dat de sfeer er niet beter op wordt. In mijn tijd was de groep die pony reed voor de lol veel groter ten opzichte van de kinderen die per se wilden presteren. Hoeveel van die leuke ponyclubs zijn er nog over?”

Op haar 13e kreeg Merieke haar eerste paard: “Dat had mijn vader gevonden in de Telegraaf. In Zandvoort bij een autohandelaar. Dat was dus een oude draver maar gelukkig kon ie wel galopperen. Ik heb er ook mee gesprongen. Van mijn ouders moest ik de havo afmaken, in combinatie met het paardrijden lukte dat maar net. En toen ben ik op een manege gaan werken, voor 100 gulden per week. Dat leek me voor de toekomst niet ideaal en zo kwam ik op een kantoor terecht. En tussendoor deed ik Schoevers. Plus de instructeursopleiding in Ermelo.”

Met een jonge Arlando, aangekocht door een Russische junior-ruiter

In het laatste jaar van haar instructeursopleiding vroeg Tinus Ruiterkamp, toen de baas van het Federatiecentrum, of Merieke de hengsten mee wilde trainen. Dat waren de WPN-hengsten, de pony’s en de Volbloeds. En vervolgens mocht ze ook tien weken de zomerkampen draaien: “Een machtige mooie tijd! In de eerste week van september meldde ik me weer bij het uitzendbureau, tot februari, en dat ging een paar jaar zo door.” Het was ook de tijd dat Merieke bij Egbert Schep haar eerste succespaard kocht, driejarige Formateur, een vos bles met drie witte benen. Een paard dat later ook weer via Egbert Schep werd verkocht naar het buitenland.  In de tussentijd bouwde Merieke haar ervaring op met het rijden van paarden voor eigenaren, met kampioenschappen in het Z1 en Z2 en wedstrijden tot en met Prix St.-George.

Overdracht van kennis is een belangrijk aspect voor Merieke Voorneveld. Zelf kreeg ze les van verschillende grote trainers: “Van Johan Hamminga bij voorbeeld om altijd vanuit het been naar voren te rijden. Of van Edward Gal om die overgang maar opnieuw te rijden want als je je paard in de overgang niet door de hals kan houden, dan heb je nog wel wat te doen. Van Rien van der Schaft om ervoor te zorgen dat de nek uiteindelijk altijd het hoogste punt blijft. En zo heb ik van alle trainers het beste bij elkaar gehaald om nu over te kunnen brengen naar mijn leerlingen. Ik vind het prachtig werk om ruiters verder te helpen en ze te behoeden voor de fouten die ikzelf heb gemaakt.”

Leerlingen krijgen in Merieke een instructeur die gaat voor de gedegen opleiding. Voor Goed Paardrijden: “Het is zo jammer dat mensen steeds meer voor het plaatje gaan. Ze willen vooral wedstrijden rijden, en dat moet goed gaan. Ze zijn heel erg bezig met hoe het eruit ziet. Ze gaan zelden terug naar de vraag waarom iets niet lukt. Nou, vaak lukt iets niet omdat de basis niet bevestigd is. Veel mensen hebben te weinig kennis van de basisprincipes van onze sport. Eigenlijk weten ze niet zo goed waar ze mee bezig zijn en kunnen ze zich slecht verplaatsen in hun paard. Uitvluchten zoeken waarom iets niet lukt.”

Met een jonge Carthino Z, Z-dressuur en verkocht naar Amerika

Via de verkoop van een jonge Ravel naar Moskou zo’n twaalf jaar geleden ontstonden de nodige contacten in Rusland. Merieke bleef de begeleiding doen en uiteindelijk kwamen er ook lesklanten bij vanuit St Petersburg.  Deze Russische dressuurruiters zijn vanaf 2012 elke zomer voor een aantal weken naar Nederland gekomen met hun paarden om bij Merieke de trainingen te volgen en deel te nemen aan de wedstrijden: “Er waren in die tijd nog weinig wedstrijden in Rusland en al helemaal niet zoals wij ze hier kennen. Ze keken hun ogen uit dat ze zo vaak in de week op zoveel verschillende locaties konden starten en dan ook nog 2 proeven. Dat realiseren we ons eigenlijk niet meer, wij vinden dat een soort van normaal.”

In de zomerperiodes regelde Merieke voor haar Russische gasten accommodaties om ze met hun paarden onder te brengen: “Maar na een jaar of vijf kwam toch de vraag wat verstandig was. Of ermee stoppen omdat steeds iets huren en zoveel regelen elke keer toch een opgave was, of nog een keer voor ons zelf beginnen. In 2015 kwam het oude Hippische Centrum in Exloo op ons pad. Eigenlijk rijp voor de sloop maar gezien de locatie midden in het dorp en aan het bos met een bestemming voor zowel mijn paardenbedrijf als voor het bouwbedrijf van mijn partner Gerard was het uiteindelijk toch een schot in de roos. Beetje bij beetje wordt de boel nu gestript. Het bouwtechnisch inzicht van Gerard komt natuurlijk zeer goed van pas en met het jaar komen we dichter bij ons ultieme droomobject. Voor nu heb ik de beschikking over een binnen- en buitenbak met een goede bodem, er zijn paddocks aangelegd, er is weidegang en er zijn 11 nieuwe ruime paardenboxen gekomen.  Inmiddels is ook het ruiterverblijf klaar en de eerste ruiters met hun paarden weten de weg te vinden naar Exloo. En ook de Russische delegatie is nu weer aanwezig! Ik ga ervan uit dat ik dit werk nog heel lang kan blijven doen!”

Ingrid van der Weiden is zuinig op haar contacten

Ingrid van der Weiden is zuinig op haar contacten

Thuis hadden ze niks met paarden. En toch werd vader Henk van der Weiden een van de bepalende gezichten van Concours Hippique Hoofddorp. En is dochter Ingrid nu een internationaal opererende paardenhandelaar die graag jonge talenten begeleidt in de springsport. Waarbij het Arabische sultanaat Oman met z’n Olympic Equestrian Centre en Royal Stables een belangrijk land is waar Ingrid elke zes weken te vinden is.

“Nee, geen paarden, daar hadden ze bij ons thuis niks mee,” begint Ingrid van der Weiden haar verhaal, terugkijkend naar de periode in Heemstede. Via oom Fred Suurbier in Schoorl, vroeger een nationale springruiter, kwam ze in aanraking met paarden: “En uiteindelijk kocht mijn vader wat paarden waarmee ik toch leuk mee heb gedraaid. In het young riders team, met zelfs landenwedstrijden. Dat ging toen toch anders dan nu, zal ik maar zeggen. Nu zie je toch meer de kinderen van vermogende ouders die in dat stukje meedraaien. Het is natuurlijk afwachten of zij er ook in doorgaan. Van mijn generatie in elk geval wel veel! Mensen als Bernadette Nijhof, Jochen Munsterhuis, Sasha Dito, Carry Huis in ’t Veld, Marcel Willems, Ernest Kwint. Wij moesten er vroeger harder voor werken, denk ik nu. Ja, je had heus wel wat andere mensen ertussen zitten die het misschien ook wat aangedragen werd, maar nu hebben meer ruiters het toch makkelijker. Ik zat laatst met Piet Raijmakers naar een proef te kijken. Zeiden we: de paarden die nu met de junioren lopen, zijn de paarden waar wij vroeger de Grote Prijs mee moesten rijden.”

Ingrid, 47 nu, maakte een paar jaren na haar young riders-carrière de keuze om vooral jonge paarden op te gaan leiden en jonge mensen te begeleiden: “Ik heb nog een of twee jaar meegedraaid maar ik was niet zo kapitaalkrachtig om thuis het hele spul gaande te houden en veel internationaal weg te zijn. Ik kon mijn paarden goed verkopen en van daaruit ben ik met de jonge paarden begonnen plus de handel. Ik help nu net zo lief een amateur aan een heel fijn paard als dat ik een toppaard verkoop. En ik ben toen al snel jonge ruiters gaan begeleiden. Chantal Regter vanaf haar achtste een jaar of zes, Roosje Brouwer vanaf haar achtste tot ze een jaar of zestien was of Lizzy de Gooier vanaf haar twaalfde. Het leuke is dat Lizzy nu weer voor me rijdt. Toen was dat vanuit Zaandam waar ik een stal had maar ik heb op verschillende plaatsen gezeten. Bij Willem Hamoen in Putten, bij Stal De Meijboom in Lattrop, een paar maanden Amerika ook. En sinds elf jaar in Westbeemster.”

Lizzy de Gooijer met een 5-j Big Star jr X Indoctro, uit eigen opfok samen met Cees Klaver

Via de handel kwam Ingrid van der Weiden in contact met het Olympic Equestrian Centre in Oman: “Iemand uit Oman kocht bij mij twee paarden en daar was hij heel erg blij mee. Dat bleek Hamood  Sultan Al Tooqi te zijn, manager van het Olympic Equestrian Centre. En daarna was het contact met de Royal Stables bijna een vanzelfsprekendheid. Op een gegeven moment kwam ook het verzoek of ik daar les wilde geven. En nu vlieg ik er elke zes weken heen, blijf ik een dag of tien. Ik begeleid daar zo’n vijftien mensen, op het niveau van B tot 1.45m. Een van hen is his royal highness Ahmed Ghalib Al Said, die een paard kocht bij Michel van der Knaap, met wie ik veel samen doe in de handel. Trouwens ook met Cees Klaver, we hebben bij voorbeeld een aantal Big Star jr’s samen.”

“De mensen daar willen de sport echt laten groeien. Ze hebben een heel mooi spul opgebouwd waar veel concoursen worden georganiseerd. En ze hebben ook een groot fokprogramma opgezet, ook voor de springpaarden, met goede merries die ze hier gekocht hebben en met sperma van de hengsten van bij voorbeeld Wiepke van de Lageweg. Zo is Hans van Kempen van Liberty daar ook binnen gekomen, om maar een voorbeeld te noemen. Vergis je niet: ze hebben daar zo’n 3000 paarden, van Shetlanders en miniatuurpaardjes tot Volbloed renpaarden, Arabieren, en natuurlijk springpaarden.”

Ingrid met Hamood en amazone Samah Albulushi, die bij hem op stal staat

Uit het fokprogramma voor de springpaarden worden nu de eerste zes jonge paarden zadelmak gemaakt: “Ze komen naar Nederland naar mijn stal, daar worden ze opgeleid en dan gaan ze als opgeleid springpaard weer terug. De mensen uit Oman beginnen nu ook het besef te krijgen dat niet alles altijd te koop is. Dat de juiste paarden bij de goede ruiters terecht moeten komen, dat het moet passen. In die bewustwording hoort ook de opleiding van de ruiters: van de zomer krijg ik vijftien man over, onder wie Samah Albulushi, die komen een of twee maanden trainen. In de zomer kun je daar niks, is gewoon veel te heet. Een aantal rijdt concoursen in de buurt of iets verder, maar vier mensen uit Oman hebben toch een uitnodiging voor de Longines Masters in Parijs. Daar rijden we De Wolden mee, dan Fontainebleau en dan Parijs. Lizzy de Gooier rijdt de paarden in Hoofddorp als voorbereiding. Geweldig dat dat concours er weer staat, is toch mede door mijn vader mogelijk gemaakt. Samen met Gem Dekker. Allebei overleden. Elke keer als ik daar kom, moet ik toch een traantje wegpinken. De zoon van Gem, Jeroen, zit met zijn Hyppo Holland ook in de paardenwereld, dat is wel leuk.”

Met twee van haar leerlingen in Oman: links Warith Tamim Al Mahroori en rechts Sultan Rashid Al Tooqi

Uiteraard is Ingrid zuinig op haar contacten: “Hamood die toen bij mij de eerste paarden kocht, is als een vriend.  Allebei zijn zoons, Sultan en Mohammed, zijn fanatiek aan het rijden, dat is heel leuk. Ja, ik ben er heel zuinig op, we zijn langzamerhand als een familie, zo voelt het. Het mooie is dat ze in Oman heel Westers, heel open-minded zijn. Vrouwen hoeven daar niet per se hoofddoekjes te dragen, daar laten ze de mensen vrij in.  Ik ken daar een familie waarvan twee dochters gesluierd gaan en een niet, mogen ze zelf beslissen. Dat maakt het contact allemaal wat makkelijker.”

Yvonne van Bergen gaat voor kwaliteit

Yvonne van Bergen gaat voor kwaliteit

Onderneemster Irene Dijkhuijsen verveelt zich nooit

Onderneemster Irene Dijkhuijsen verveelt zich nooit

Als je horeca en paarden combineert, kun je bij een manege uitkomen. Het overkwam de Haagse Irene Dijkhuijsen, die nu ver weg van haar geboorteplaats in Zutphen terecht is gekomen waar ze met veel plezier haar eigen Ruitersport Centrum Zutphen runt. Door een soort crowfund-actie en een welwillende sectormanager van de Rabobank kwam het uiteindelijk allemaal goed. “Ik verveel me nooit en ik heb nog geen dag spijt gehad,” klinkt het nu, al was het een paar jaar geleden wel even heel spannend…..

Irene Dijkhuijsen, nu 51, begon op haar negende op Hippisch Centrum Westland, toen nog manege Jan de Haan geheten, aan de rand van Den Haag: “Mijn ouders hadden niks met paarden maar mijn moeder was gelukkig bereid om elk dubbeltje om te draaien zodat ik op de manege kon zijn. Vanaf toen is paardrijden een passie voor het leven gebleken, al heb ik tot mijn 38e nooit een eigen paard gehad, ben echt lang manegeruiter geweest.”

Na een periode van 10 jaar kantoorwerk, o.a. bij een bank, verzekeringsmaatschappij, reclamebureau en uitzendbureau, belandde Irene op haar 28ste in de Haagse horeca omdat ze even geen zin meer had in verantwoordelijkheid. Achter de bar bleek al snel dat ze helemaal niet kon werken zonder die verantwoordelijkheid: “Daar dook ik zoals met alles voor 200% in en binnen de kortste keren runde ik bij wijze van spreken de toko. Dat was ook de eigenaar van een nieuw op te zetten zaak opgevallen en hij vroeg of ik compagnon wilde worden. Samen met nog drie compagnons openden we een nieuwe zaak met een simpel concept: spareribs en saté, en ’s avonds om elf uur de tafels aan de kant en de muziek harder. Na een paar jaar heb ik me uit laten kopen en in 1999 ben ik voor mezelf een lunchroom begonnen. Dat heb ik tot 2005 gedaan en toen heb ik het verkocht. Die zaak was al afgelost, dus daarmee had ik wat geld. En toen dacht ik: ik ga weer paardrijden!”

Irene meldde zich weer bij Hippisch Centrum Westland waar haar vroegere instructeur/eigenaar inmiddels gescheiden was. Ze kregen een relatie en met het kapitaal van de lunchroom kocht ze zichzelf in in de manege: “En dan ben je ineens mede-eigenaar van een manege! Omdat mijn liefde altijd aan de manegekant heeft gezeten, heb ik me daarop gestort en dat gedeelte weer laten opbloeien”. In 2009 bleek de relatie op maar vond Irene het manegegebeuren nog wel heel erg leuk. Net op dat moment belde haar nicht, die vanuit het westen naar Baak in Gelderland was verhuisd: er stond bij haar in de buurt een lege manege te huur. Irene ging er kijken, verliet het bedrijf in Den Haag en vertrok met haar eigen drachtige paard en de drie nakomelingen van een, twee en drie jaar naar Baak.

In Baak stond Irene er helemaal alleen voor om een manegebedrijf nieuw leven in te blazen: “Ik woonde in de kantine en sliep het eerste half jaar in een tourcaravan op de parkeerplaats. Ik moest paarden en pony’s kopen en verder alles opzetten om de manege daar te kunnen draaien. Gelukkig sloeg het aan en moest ik binnen een half jaar uitbreiden omdat er al 150 lesklanten waren.  Ik had afgesproken met de verhuurders dat ik na een jaar of vijf alles zou kopen maar zij deden niks meer aan het onderhoud en begonnen heel vervelende verhuurders te worden. Toen ben ik op zoek gegaan naar een nieuwe locatie binnen een straal van 10 kilometer zodat ik de hele manege inclusief klanten mee kon verhuizen.”

 

Het werd een oude paardenhouderij in Zutphen waar een projectontwikkelaar vanaf moest. Zo’n anderhalf jaar ging verloren aan het papier- en regelwerk en de bureaucratie van de gemeente, waardoor ook de financieringsaanvraag steeds opnieuw moest worden aangevraagd. In april 2014 kreeg Irene goedkeuring van de gemeente om alvast in Zutphen te beginnen: “Er waren alleen stallen en een buitenbak en zo hebben we het eerste half jaar gedraaid, in de onzekerheid of we het bestemmingsplan en de financiering wel rond zouden krijgen. De bank heeft tussendoor zelfs nog een keer de financiering afgewezen omdat we niet genoeg eigen vermogen hadden terwijl we met een crowdfund actie het benodigde eigen vermogen bij elkaar hadden gekregen. Afhaken was geen optie meer, je hebt wel te maken met 200 kinderen die binding met je pony’s en de manege hebben. Dus heb ik een klacht ingediend bij de Rabobank. Een sectormanager van Rabobank Nederland vond gelukkig wel dat ik de boel goed onder controle had en gaf een positief advies. De overdracht bij de notaris stond gepland op een vrijdagochtend en op de donderdag ervoor kwam pas het verlossende telefoontje van de bank. Dat waren behoorlijk stressvolle momenten!”

Bij het nieuwe Ruitersport Centrum Zutphen verrezen twee rijhallen en een kantine, vanuit de oude situatie was er een heel grote loopstal van 20m X 45m met 9 grote loopstallen die voor de opfok gebruikt waren: “Daar hebben we de manegepaarden en -pony’s in verdeeld en de 2 stallen met 14 aparte boxen gebruikt voor de pensionpaarden en paarden die niet konden aarden in de loopstal.  De loopstallen bevallen eigenlijk zo goed dat we het zo laten, het past prima in het dierenwelzijn van tegenwoordig!” Het aantal lesklanten groeide naar ruim 200 lesklanten waarvan een kwart twee keer per week rijdt of een paard of pony parttime least: “Ik heb wel geleerd dat prognoses niet werken. Het duurt gewoon een paar jaar tot je het publiek hebt wat je hebben wilt. En ja, dat kost je soms klanten. Ik heb niet geprobeerd om het iedereen naar de zin te maken, ik heb regels opgesteld en voet bij stuk gehouden en alles verloopt gemoedelijk en gezellig. Ik heb geen dag spijt gehad dat ik van Den Haag naar het Oosten ben verhuisd.  Dat komt waarschijnlijk ook wel omdat ik een bedrijf heb waar heel veel mensen over de vloer komen. Ik verveel me nooit, heb een leuke vriendenkring hier opgebouwd en vaak ben ik s avonds toch pas rond een uur of negen klaar met alles”.

Ruitersport Centrum Zutphen heeft naast Irene nog 2 fulltime medewerksters die naast het verzorgen van de stallen ook lesgeven en zelf actief rijden. Ze werken met verschillende verhuur-vormen, waarbij de lease voor Irene wel favoriet is: “Dat leasen kan voor drie dagen per week maar ook fulltime.  Je hebt natuurlijk in eerste instantie met leken te maken die langzaam in de sport opgroeien, dan is leasen leuk: wel de lusten, niet de lasten. Ze mogen 2 uur per dag rijden en er zit 1 les per week bij in. Het paard krijgt lekker extra aandacht en de mensen leren spelenderwijs omgaan met paarden en pony’s. En voor de manege is het eigenlijk nog beter dan dat je ze een paard verkoopt want ze hebben binding met je bedrijf.  En verder heb ik geprobeerd om een moderne manege op te zetten. In de jaren ’80 zijn er natuurlijk heel veel gebouwd, met van die vreselijk ongezellige kantines met bruine tafels en stenen vloeren.  Wij hebben het anders gedaan. En ik rij zelf ook nog ja! Mag nu in het Z gaan starten, maar ik kom er nauwelijks aan toe…..”

Manege Zutphen op Facebook

RC Zutphen op Universal Horse Data

Ronelle van Driel: de aard van het beestje

Ronelle van Driel: de aard van het beestje

Ronelle van Driel-Rooijakkers, 49 nu, groeide op in Breugel bij Eindhoven. Van jongs af aan reed ze pony en later bij de paarden Z2-dressuur en M-springen: “Ik vond het wel leuk, maar de hulp en steun van vader was erg belangrijk. Hij moest ’s morgens eerst de varkens voeren en ging dan met ons mee. En dan was hij ook voorzitter van de ponyclub. Ik realiseer me nu, nou ik zelf kinderen heb, hoeveel inzet dat heeft gekost om naast een druk bedrijf elk weekend op wedstrijd te gaan als hobby. Waarbij ik nog degene was die het allemaal netjes in orde wilde hebben. Mijn broers kwamen natuurlijk veel te laat thuis van het stappen, ik zorgde dat alles klaar was voor vertrek. Nu heb ik zelf twee rijdende kinderen, Estée van 11 en Donna van 13. Diego van bijna 17 rijdt niet, die is naast zijn gymnasium met muziek bezig. Je omgeving zegt gemakkelijk: dat kunnen ze zelf allemaal wel maar zo werkt het niet.”

In 1997 kwam ze Hein tegen: “Ik brak m’n enkel op een concours en toen kwamen mijn paarden bij Van Driel te staan. Zo is het begonnen. En sindsdien ben ik niet meer zelf op concours gegaan. Hein, Marcel en nu zijn vriendin Solveig nemen volle vrachtwagens mee op concours, met vijftien tot twintig paarden of meer, en dan zou ik daar ook aankomen met één paardje. Vond ik zo’n gedoe. Tot aan de geboorte van mijn tweede kind heb ik thuis de paarden nog mee gereden. Daarna was ik er natuurlijk wel altijd bij als groom, met alle hand- en spandiensten er omheen. Ik heb wat hindernissen staan te bouwen met een zwangere buik. Toen de drie kinderen klein waren, vond ik het soms moeilijk: ik kon niks doen maar ik wilde de kinderen ook niet steeds wegbrengen naar mijn ouders. We gingen een half uurtje kijken op concours. Kwamen ze ’s avonds laat thuis van concours, had ik voor mijn gevoel eigenlijk alleen maar prietpraat gehad.”

Ronelle met dochter Dona en pony Jessie en man Hein met een 7-jarige Ukato van de heer Van Oss.

Ronelle kwam binnen in een mannenbolwerk. Schoonvader Gerard, zwager Marcel en man Hein, allemaal wonend in of rond de rijhal: “Nu is het een beetje georganiseerd, het gras is gemaaid, de stoep geveegd. Dat heb ik van ons thuis meegekregen. En als Hein en Marcel op concours gaan, moet alles er netjes uitzien, twee of tweeëntwintig paarden, dat maakt geen verschil. Dat heb ik nog steeds. Gelukkig hebben we altijd twee stagiaires: meiden uit het buitenland, uit alle windstreken, via de site Yard & Groom waar je vacatures kunt plaatsen voor working students. Ze werken tegen kost en inwoning, en soms nemen ze een paard mee. En John Delforterie werkt hier drie dagen in de week. Met de hele club inclusief Gerard die toch al 77 is, doen we drie keer per week de 80 stallen. Van 6 tot 9, dan is het gedaan. In de tussentijd ga ik douchen en omkleden en dan hup naar de huisartsenpraktijk, waar ik werk als diabetes-verpleegkundige, eigenlijk mijn second life. Om een uur of 3 of 4 ben ik dan weer thuis, dan zorg ik weer dat er koffie gedronken kan worden. Daarnaast doe ik ook de boekhouding met Hein. Alleen om het huis te poetsen laat ik iemand komen.”

Het bedrijf van de familie Van Driel in Heeswijk-Dinther

Zadelmak maken, paarden uitbrengen voor eigenaren, ook op 1.40m-niveau en hoger, en de handel, dat is het merendeel van de activiteiten op Stal Van Driel. Daar hoort nu ook de KWPN-goedgekeurde hengst Idextro bij, de jonge Dexter die in Den Bosch op een zeer overtuigende manier tweede werd in de finale van de hengstencompetitie: “We kregen een dragende merrie op stal en daar is Idextro uit geboren. Hij is hier gebleven voor de opfok, we hebben hem zadelmak gemaakt en voorgebracht. Afspraken maken over de exploitatie doet Hein die hem ook op concours rijdt, mijn schoonvader Gerard rijdt met de hengst naar Arjan Bekkers voor de dekkingen. Als er folders gemaakt moeten worden, overleg ik met Arjan Bekkers hoe we dat het beste kunnen doen. Zo heeft ieder een eigen rol in ons drukke familiebedrijf.”

De goedgekeurde hengst Idextro met Hein van Driel

En dan Jumping Heeswijk: “De kartrekker van deze wedstrijd kreeg andere bezigheden. Onze mannen zijn van de praktische aanpak en iemand moest de kar trekken omdat we vonden dat Jumping Heeswijk op de kaart moest blijven. Ik ben interim ingesprongen, nou, dan weet je het wel. Ik vond het wel een uitdaging om het naast het werk op stal, mijn eigen werk en de kinderen toch te doen. Na de eerste keer was ik echt afgepeigerd, heb ik met longontsteking op bed gelegen. Het lijkt wel of je je verjaardag viert maar geen tijd hebt om met de gasten te praten. Maar het was wel gelukt. En dat was kicken. Van 11 t/m 15 juli hebben we qua sport grofweg hetzelfde programma als vorig jaar. De vrijdagavond wordt de speciale rubriek Jumping Heeswijk Twisted: serieuze dressuurruiters springen een parcours en springruiters rijden een kür op muziek. We hebben nu al zes teams van twee. En Johan Wilmink kan dat super omroepen. Hans van Kempen van Liberty sponsort weer een junior trainingsmolen, Combipro een hindernis, en we hebben nog meer mooie extra prijzen. Plus dat het gewoon fijn rijden is in een fijne accommodatie, we hebben gewoon een mooie wedstrijd met Brabantse gezelligheid.” Het wordt dan extra druk voor Ronelle: “Het is natuurlijk net in de tijd dat er hier zo’n 15 tot 20 veulens worden geboren uit onze eigen merries. Plus dat Marcel, Hein en Solveig alle dagen meerijden. Zij moeten ’s avonds als lid ook weer het parcours opbouwen voor de volgende dag, dan met de paarden naar huis en alles weer klaarmaken voor de volgende dag. Intussen gaat het werk hier ook door, gelukkig hebben de kinderen vakantie dan.”

“Ik krijg er energie van,” zegt Ronelle. “Andere mensen gaan naar de sportschool of ze gaan hardlopen, dat hoef ik niet te doen. Ik zou het erg vinden als ik niet mee zou kunnen helpen. Zo gewend om van alle markten thuis te zijn. Het is een way of life, zeg maar de aard van het beestje. Als je iets doet waar je achter staat en waar je veel van weet, dan zie je meteen resultaat, misschien is dat wel waarom ik het volhou. Ik ben niet zo van de poeha en het circus, een toenemende tendens in de paardenwereld. We proberen op onze manier toch daarin mee te gaan. Je moet wel, anders kennen ze je niet.”