Annemiek van der Vorm: je moest maar leren plannen als je iets wilt bereiken

Annemiek van der Vorm: je moest maar leren plannen als je iets wilt bereiken

Hoe gaaf is het als je gevraagd wordt om mee te werken aan de Olympische Spelen in Tokyo! Annemiek van der Vorm overkwam het. Je zou kunnen denken dat het haar aan kwam waaien, maar zo is het niet gegaan! ‘Hard werken en mijn best doen, daar heb ik wel wat voor teruggekregen,’ kijkt ze nu terug. En netwerken.

Annemiek van der Vorm groeide in de jaren ’80 en ’90 op in Dinteloord op de Margaretha Hoeve, het paardenbedrijf van haar moeder Nelleke en vader Willem, ondernemer in groente en fruit, in de paardenwereld bekend als onder andere fokker, paardeneigenaar en van de samenwerking met de familie Bolluijt, samen Bollvorm, in de jaren ’90. Het lijkt een ideale plek om op te groeien en van alles in de schoot geworpen te krijgen. 

‘Ik was vroeger als klein kind wel gek van dieren, maar niet per se van de manege. Eigenlijk begon het toen ik een veulentje van iemand kreeg die voor mijn vader iets terug wilde doen. En toen kwam er al snel een pony, mijn eerste wedstrijdje heb ik gereden op m’n 11e, hier in Halsteren. Tot aan het M2 ben ik met haar gekomen. Toen kwam langzamerhand Leida Strijk in beeld, zij werkte voor Bollvorm op de dressuurstal in Halsteren. Met Navelino, een ponyhengstje, ben ik bij haar gaan lessen. Na school, vanuit Bergen op Zoom 20 kilometer heen en 20 kilometer terug, op de fiets. Bijna Spartaans, je moest maar leren plannen als je iets wilde bereiken.’

 

 Met haar eerste pony Jiske op concours. ‘Excuses, niet goed zonder cap….’ zegt ze nu

De luxe opvoeding was ver te zoeken: ‘Nee hoor, na het pony’tje is er precies één keer een paard voor mij gekocht, de jonge goedgekeurde dekhengst Landtänzer, die was net zadelmak. Maar ik heb natuurlijk enorm veel te danken aan mijn ouders. De beste lessen gekregen en mijn moeder ging altijd met mij mee. Met m’n pony reed ik Z2 en daarbij kreeg ik Bollvorm’s Goldfinger, een jonge Matcho, te rijden, maar die reed Leida eerst. Ik ben in het B met hem begonnen en ik was snel Z2, met succes, ook bij de junioren. Zo ging dat. Zoiets was het ook met Incredible: een Oldenburg- en AES-goedgekeurde hengst, in Oldenburg zelfs reserve-kampioen, waarmee Robert Puck tot en met ZZ gesprongen heeft. Mijn vader zei: volgens mij kan hij ook goed in de dressuur presteren. Hans Peter Minderhoud werkte toen bij Bollvorm, hij heeft hem nog een paar keer Z gestart. Toen had ik er twee, naast mijn school.’

Met Navalino in 1995 op het EK in Achelswang

Toen het groente & fruitbedrijf verkocht was, begon het ondernemersbloed bij vader Willem weer harder te stromen, hij begon weer in de handel. ‘Dat deed hij vanuit huis, maar hij was natuurlijk ook vaak weg. En dan mocht ik de telefoon opnemen. Ja maar wat moet ik dan zeggen als jij er niet bent? Want het was internationaal en ik was best nieuwsgierig. ‘Er ist nicht da’ hebben ze mij geleerd, daarmee is het ‘kantoortje spelen’ een beetje begonnen, nog in mijn basisschooltijd.’

Toen het Z2-kampioenschap van de NKB in Wanroij nog een enorme happening was

Toen Annemiek nog maar net bij de junioren reed, nam ze deel aan een kadertraining van bondscoach Jürgen Koschel: ‘Dat was in de tijd van meneer Van Gansewinkel, hij organiseerde dat toen bij ons. Het was in de tijd van Ferro, ik zie hem nog bij ons in de oude schuur staan. Weet je wat meneer Koschel zei? Als jij in een kader zit, dan vind ik dat je nog niet zo goed kunt rijden. Nou ja. Misschien lag het er wel aan dat ik veel tussen de springruiters thuis reed. Nu is het misschien wel een voordeel dat ik dat deed, stel ik mezelf wat relaxter op. Maar ik mocht wel bij meneer Koschel komen trainen, in Schenefeld bij Hamburg. Dat werden dus alle vakanties, met kerst was ik bijvoorbeeld nooit meer thuis, in de zomer, ik denk dat ik er zo’n vier keer per jaar naartoe ging. Verschillende paarden rijden, maar ook gewoon op stal helpen, stallen doen, tuig poetsen, noem maar op.’

 In 2000 reed Annemiek met het Nederlands team naar de zilveren individuele en de gouden teammedaille met Incredible

Annemiek maakte in de tussentijd haar havo en hbo-officemanagement af en was op haar 21e klaar: ‘Ik heb nog een jaartje thuis gewerkt, paarden rijden, beetje de inkoop doen, dingen regelen op stal en zo. Mijn ouders hadden mij daarvoor al wel gevraagd of ik het paardenbedrijf thuis over wilde nemen, maar dat vond ik niet bij mij passen. Ik had gezien wat het allemaal inhield. Ik wist dat ik met een stal met 200 paarden mij niet helemaal op het echte paardrijden kon richten. Het bedrijf is in 2005 verkocht aan Eric Berkhof. In 2002 belde meneer Koschel mij met de vraag of ik iemand wist: als ruiter, verzorger, voor vast op stal. Ik wilde naast het bedrijf thuis graag wat anders zien en dat stimuleerden papa en mama ook. En ik was gecharmeerd van de manier van omgaan met paarden in Duitsland, daar had ik gewoon iets mee. Ik weet nog wel dat ik in mijn slaapkamer stond te bellen met hem, toen heb ik letterlijk mijn vinger opgestoken om mij aan te melden.’

 ‘Ik woonde in Schenefeld bij Hamburg, twee straten van de sportstal van de familie Koschel vandaan en dat was ook een manege, dus daar kwamen ook heel veel andere mensen. Ik mocht van meneer Koschel daar ook les gaan geven. In het Duits natuurlijk. Ik pakte daar alles enthousiast aan, was natuurlijk altijd het Holländisches Mädchen. Of ik met Kerst in het restaurant wilde helpen? Ook gedaan. Of op concours, met Christoph en zijn vader, sliep ik in de vrachtwagen, ik vond het allemaal prachtig. Ik wilde dus heel graag naar Duitsland, maar na een jaar of twee ook wel naar Engeland, had ik bedacht. Ik was 23, Koschel vond dat ik niet naar Engeland moest, vooral omdat de dressuur daar nog weinig voorstelde. Hij wist iets anders: hij belde de familie Kasselmann.’

 Annemiek in de vrachtwagen in de periode in Duitsland

‘Incredible hup weer mee naar Hagen, kon ik net iets makkelijker naar mijn ouders, broers en naar mijn vrienden. Was ook wel bikkelen hoor, stallen doen, minimaal tien paarden per dag rijden, geen groom en paarden voorrijden voor klanten. We hadden ook avonddiensten, dat was voor iedereen gelijk. Ik had heel leuke collega’s, uit heel Europa. En met avonddiensten: als de dierenarts die avond kwam, moest jij erbij zijn, als er klanten kwamen, moesten de paarden voorgereden worden etc.’

 De winst in Hagen met Incredible leverde mooie publiciteit op

‘Op een gegeven moment belde de cheffin, mevrouw Kasselmann: de chef moest opgehaald worden, hij had een feestje gehad. Ik vond het mega interessant wat die man deed: de grootste veiling ter wereld organiseren, een prachtig concours in Hagen, hij gaf trainingen en was natuurlijk handelaar. Ik heb hem opgehaald en in de auto kom je dan aan het praten. Ik heb veel gevraagd en toen vroeg hij: wat wil jíj eigenlijk? Nou, meer internationaal, heb ik gezegd. Twee dagen later ging de telefoon: ik moest bij de chef komen. Hast du dein Pass dabei? We gaan een visum aanvragen, je gaat drie weken training geven in China. Jeetje, hoe cool…hard werken en mijn best doen, daar heb ik wel wat voor teruggekregen.’

Annemiek reed daarna nog even hengsten als Johnson en Scandic voor de eigenaren Nijhof en Greve en liep toen Gerda Verhaar Eeuwijk tegen het lijf: ‘Op de Hippiade was dat. Jij hebt toch de diploma Officemanagement behaald? Kom eens op de koffie. Lang verhaal kort: ik heb 11 jaar gewerkt bij haar headhuntersbureau, tot ze overleed. Zij doorzag het snel, met haar mega-netwerk. Ze zei altijd: netwerken is net werken, ik dacht oh, komt ze weer met die zin. Maar nu ze overleden is: ja, het is echt zo. Ze was heel sterk voor diversiteit. Vroeger dacht ik: moet daar nou zo zwaar over gesproken worden? Maar bij haar ben ik daar op een andere manier naar gaan kijken, überhaupt naar gelijkheid. We hebben samen een coöperatie van vrouwelijke ondernemers opgericht, een heel andere wereld, een heel ander netwerk. Met die coöperatie hadden we ook een doel: voor elkaar omzet genereren. In mijn eigen kennissenkring ben ik ook mensen gaan stimuleren in het ondernemen door vrouwen. Durf je eigen ding te doen!’

 Gerda Verhaar Eeuwijk

 ‘Het was een pittige periode. Op 8 januari 2018 overleed ze, twee weken later kreeg ik mijn ontslag, omdat de familie het bedrijf niet door wilde zetten. Dat was een harde klap. Ik heb het bedrijf in twee weken ontmanteld, eigenlijk moest ik mezelf opruimen. Ik heb heel even gedacht om het over te nemen, maar het was toch uiteindelijk niet zo mijn ding. Een paar jaar daarvoor had EQ International mij al gevraagd om mee te werken bij het sportsecretariaat van het NK dressuur op Marienwaerdt, daar voelde ik me als een vis in het water: ik ken de sport, heb een netwerk en ik weet wat ruiters fijn vinden. Via Tineke Bartels kwam ik ook bij het CHIO Rotterdam binnen. Ik heb ook voor evenementen sponsorwerving gedaan, de hele opzet van kleinere evenementen, sportsecretariaten springen en dressuur, toen ben ik toch maar mijn bedrijf begonnen, In Vorm, in 2012.’

‘Op de dag dat Gerda overleed, had ik met Fred Rozendaal destijds directeur van CHIO Rotterdam een afspraak staan. Dat werd natuurlijk uitgesteld, maar een paar maanden daarna vroeg hij me of ik zijn managementassistent wilde worden voor het EK dressuur. Ik moest heel veel met de FEI samenwerken, ook met de FEI-sponsors, ik denk dat naast mijn werkzaamheden als FEI vertegenwoordiger tijdens Nations Cups voor de jeugd, daar het idee is ontstaan dat ik iets met Tokyo zou kunnen doen. Ik weet nog goed dat ik mijn spam-mapje aan het leegmaken was: delete, delete, delete, ik dacht: huh? Wat verwijder ik nou net? Dat was dus een bericht uit Japan: of ik volgende maand naar Tokyo wilde komen. Maar we hadden dan het EK, en afspraak is afspraak. Ik heb een paar maanden lopen twijfelen, omdat ze wilden dat ik full time naar Tokyo kwam, maar ik heb thuis met mijn partner, ouders en naasten goed overlegd, in oktober 2019 heb ik het contract getekend, in november ben ik er naartoe gevlogen.’

Als FEI representative actief bij de Jumping Batiosn Cup Youth in Samorin.

‘En begin van dit jaar ging de zaak op slot, ik kan echt niet wachten om weer te gaan. De afgelopen weken waren de Japanse kampioenschappen op die plaats, ik hoop dat we in januari weer mogen vliegen, maar ik vrees het. We werken hard door met ons sportteam in Tokyo, maar fysiek werkt toch wel fijner, met het tijdsverschil schiet het digitale werken ook niet altijd op. Ik kijk er enorm naar uit, maar vind thuis en iets anders ook wel belangrijk. Mijn partner is security manager bij een groot transportbedrijf. Totaal iets anders dan met paarden, dat mag voor mij niet iets met oogkleppen worden. We wonen in Steenbergen, vlak bij m’n ouders die allebei gelukkig gezond en positief zijn. En m’n twee broers hebben wel paarden, maar hebben totaal ander werk.’

Annemiek van der Vorm kijkt op een manier naar de paardenwereld die hard werken en aanpakken verraadt. ‘Ik ging ook gewoon met ons trailertje naar de concoursen hoor. Maar het lijkt wel of het steeds sneller moet, steeds internationaler, met veel glitters. Wat dat betreft maak ik me wel een beetje zorgen over de toekomst van de sport. We moeten onze jeugd goed steunen en zichtbaarder worden met onze topsport en het paardenwelzijn. We doen het erg goed, we mogen dat best laten zien, het mooie en emotionele is dat we het samen met de paarden doen. Wat betreft het welzijn, dat blijft toch heel dichtbij. De anti-groepen vinden het nooit genoeg.’

Evenementen zijn er even niet, maar stilzitten is er niet bij: ‘Ik geef nog les en ik ben nu bestuurslid bij de Equestrian Organisers, dat vind ik ook leuk. Het gaat bijvoorbeeld over prijzengeld, afdrachten, de klasse-indeling, formats etc.  Via Peter Bollen van de Jumping Committee van de FEI ben ik FEI vertegenwoordiger geweest tijdens FEI Jumping Nations Cup Youth op internationale concoursen in heel Europa, ook heel erg leuk om te doen. Tja, dan kom je toch weer bij die uitspraak van Gerda Verhaar Eeuwijk he, netwerken is net werken.’

 

 

 

Simone van Wijngaarden: je herpakken en weer doorgaan

Simone van Wijngaarden: je herpakken en weer doorgaan

Positief is ze in haar manier van praten, goedlachs ook. Maar er is ook een andere kant voor Simone van Wijngaarden: ‘Natuurlijk heb ik ook wel in de put gezeten, maar je moet je herpakken en doorgaan.’ Het leven in de paardenwereld is een zoektocht van hard werken en doorzetten voor de amazone die verschillende paarden tot en met Grand Prix opleidde maar die ook ongewild in rechtszaken terecht kwam.

Vlak bij haar woonplaats Durgerdam heeft Simone van Wijngaarden haar boxen bij Stal Melman in Broek in Waterland. De pony voor haar dochter stond er eerst: ‘Ik heb op heel veel stallen gestaan, waaronder heel luxe. Maar hier is het gezellig, leuk, kleinschalig. Ik kende die mensen al mijn hele leven en toen ik voor mijn dochter een pony kocht, werd dat de plek. Toen ze een grotere bak bouwden, ben ik er ook heen verhuisd. Ik doe sowieso alles zelf: mesten, voeren, buiten zetten, rijden. Ik heb nu drie paarden in training staan.’

Naast lesgeven en clinics verzorgen is de training van paarden naar het hoogste niveau de belangrijkste bezigheid van Simone: ‘Ik heb nu weer even plek omdat paarden van Eugène Reesink zijn verkocht. Hij heeft nu alleen vierjarige paarden beschikbaar maar dat is niet zo mijn ding, bovendien, dat kunnen ze ook zelf met hun stalruiters. Ik heb me gespecialiseerd in het opleiden op hoger niveau. Passage, piaffe, de wissels, gedragen laten draven, zeg maar de laatste stapjes op subtop-niveau.’

Trailertje tussen de vrachtwagens

Simone van Wijngaarden is wel iemand die de paardensport met de paplepel kreeg ingegeven. Maar ze is niet iemand bij wie het aan kwam waaien. Haar zus reed pony, haar vader reed paard. Vanuit Durgerdam, waar ze altijd is blijven wonen: ‘Ik ben één keer in mijn leven ooit verhuisd. Ja, één meter, ik woon nu naast mijn ouders.’ Simone bleef als enige in de paarden, haar vader haakte vooral af op de dressuur: ‘Nee, hij vond er niet veel aan, hij ging vooral marathonschaatsen. Hij riep altijd: al kom ik achterstevoren in een lelijk pak over de finish, dan heb ik toch gewoon gewonnen. Mijn moeder ging altijd overal mee, die zat ook meteen met iedereen te kletsen, mensen herkennen haar op wedstrijden eerder dan mij. Mee naar Maastricht, Zwolle, Hengelo of mijn droomconcours Jumping Amsterdam. Als amateur mocht ik daar tussen de grote namen rijden. Wij met ons trailertje tussen de grote vrachtwagens. Mijn moeder zei dan: het gaat erom wat eruit komt, niet waar hij in staat.’

Met de eerste eigen pony Blacky Boy

De eerste pony’s waren geleend, met de B-pony Blacky Boy werd ze M-dressuur en ze kreeg maar de D-pony Hagar, een half-Arabier: ‘Ik heb er een vreselijk ongeluk mee gehad. Op een bruggetje stapte hij op een plaat die kantelde waardoor we in het water terecht kwamen. Water dat was afgezet met platen aan de zijkant, waardoor de pezen beschadigd waren, de buik openlag. De pony was wit, het water zwart maar binnen de kortste keren was alles rood. We hebben heel lang over de revalidatie gedaan, een half jaar op stal en zo, maar hij kon nooit meer normaal stappen, het werd een soort dribbelen. Uiteindelijk heb ik toch in het Z2 gereden. Voor de stap kregen we dan een 2 of een 3, dat kon ik dan ophalen met de rest. Later is hij met een ander meisje nog Z-springen geweest. Toen ik hoorde dat hij naar de slager ging, heb ik die handelaar 1000 gulden meer geboden dan de slager wilde geven. Maar hij deed het niet. Al die emotionele vrouwen altijd, dat soort teksten, zijn opdrachtgever wilde gewoon dat hij geslacht werd.’

Stekerig voorbeen

Jennie Loriston-Clarke, 77 inmiddels, deelneemster aan vier Olympische Spelen en nog steeds actief in dressuur en vooral de AES-fokkerij in Engeland, was met haar beroemde Dutch Courage een inspiratie voor Simone om haar eerste paard te kopen: ‘Zij had een paard met een beetje een stekerig voorbeen, zo een wilde ik ook. Ik dacht: dat vindt de jury mooi, da’s altijd handig. Rom Vermunt wist er een te staan. Het was het eerste paard waar ik bij ging kijken, een jonge Meridiaan, een heel gewoon beestje maar ik ben er wel lichte tour mee geworden. Hij is uiteindelijk verkocht naar Japan.’

Met Princepals Diamond, de jonge Meridiaan

Het was in de tijd dat Simone de detailhandelsschool achter de rug had: ‘Ik dacht dan kan ik een winkel beginnen maar dat is er nooit van gekomen. Ik ben op kantoor gaan werken van 8 tot 12, kon ik ’s middags de paarden doen. Mijn ouders vonden het prima, zolang ik het maar kon betalen. ’s Middags gaf ik ook les, ik combineerde het allemaal wel. En zelf kreeg ik les bij de Waterlandruiters, bij de KNF toen nog.’

Alles kwijt

Het was nog niet de tijd van luxe pensionstallen: ‘Ik stond bij een boer waar ik voor 20 jaar een stuk grond kon huren van 20 x 35 meter. Dat leek ideaal, ik heb er een buitenbak aan laten leggen. Maar toen gebeurden er allerlei vreemde dingen. De paarden werden schichtig, mijn spullen lagen op andere plekken, paarden hadden verwondingen. Ik heb een camera neergezet en toen zag ik dat die boer de paarden gewoon treiterde. Een aantal keren per dag of avond met een stok langs de tralies waardoor de paarden achterover schoten, soms tegen een dwarsbalk boven hun hoofd. Ik ben er weggegaan, alles kwijt.’

Met dochter Faye Lynn op pony Goldflame

Simone stond op meerdere stallen, kreeg een zoon en een dochter, en kocht Stallone (Lancet x Symfonie) bij Eugene Reesink, als 4-jarige. Ze leste bij Nicole Werner, bij Judith Scholte die later tragisch overleed aan kanker, bij Theo Hanzon: ‘Van iedereen leer je wat. In de Pavo cup gestart, ging hartstikke goed, veel jonge paardenwedstrijden gewonnen, vaak met Patrick van der Meer als testruiter die nogal gecharmeerd was van Stallone. We hadden hem eigenlijk zomaar gekocht bij Reesink: maar toen bleek steeds duidelijker dat we toch een veel beter paard gekocht hadden dan we dachten. Ik ben bij Gerard Hogervorst en Joyce Heuitink gaan lessen, uiteindelijk werden we Grand Prix, we hebben meegedaan aan het NK, dat is leuk als je mee mag doen als amateur. Stallone werd uiteindelijk verkocht aan een Oekraïense amazone in de tijd dat Anky van Grunsven en Sjef Janssen de dressuursport daar begeleidden.’

Met AFS Stallone op het lievelingsconcours Jumping Amsterdam

‘Thuis vonden ze het wel mooi dat er eindelijk eens wat geld binnen kwam. Met meteen de vraag: wat ga je met het geld doen? Nou, ik heb het op een spaarrekening gezet en gezegd: jullie denken altijd maar dat ik dom ben met die paarden. Nu niet meer hoor, zei mijn man. Maar ja, toen kwam de crisis, mijn man raakte zijn baan kwijt op de effectenbeurs waar hij al vanaf zijn 16e werkte. Hij zei: we kopen maar eens even helemaal geen paarden meer. En toen kwam ik bij de familie Plantaz terecht, op Facebook stond het, amazone gezocht voor Rubin Cartier.’ Het werd het begin van een lange strijd.

Rubin Cartier

‘Ik heb hem even gereden, vier jaar was ie, ik zou hem trainen, ik zou hem voor de helft kopen en zij zouden 400,- per maand stalling betalen. In het begin was het hartstikke leuk en gezellig. Ik vroeg nog: moet ie niet gekeurd worden? Nee, ze hadden het rapport daar liggen, maar dat bleek een Belgisch rapport waar achteraf gezien een pagina miste. Nou ja, dacht ik, zij blijven eigenaar, betalen de stalling, prima toch?’

‘Omdat Rubin Cartier een Belgisch gefokt paard was, hebben we hem voor het WK jonge dressuurpaarden even gestald bij Tom Franks in België. Tom had ‘m fijn aan het lopen maar na een maand bleek het toch niet goed genoeg. We zijn er weggegaan, ik heb hem weer in overleg met Tom en Frea Plantaz weer mee naar huis genomen en heb de training voortgezet. Maar vanaf dat moment betaalden ze de stalling niet meer en kon ik ze niet meer bereiken. En op het keuringsrapport bleek te staan dat hij een chip had in zijn rechter voor -en achterkogel, ZZ-zwaar liep ie toen. Verschillende dierenartsen zeiden dat het er met spoed uit moest. We kregen geen toestemming voor een operatie, dat hebben we nog voor de rechtbank gebracht. Klaas Vos van Hollands Kroon, toevallig mijn buurman, heeft ‘m geopereerd, ik heb buiten staan te wachten tot hij bij was uit de narcose. Toen hij weer op zijn benen stond, kon ik met een gerust hart naar huis. We hebben daarna de training weer opgepakt, hij liep goed in het ZZ-zwaar, en we mochten naar het NK. Hij was nog steeds van ons samen.’

Met Rubin Cartier in Roosendaal, de laatste wedstrijd voordat de hengst in beslag werd genomen

Toen, op 6 juli ’s ochtends, kwamen zes man politie Rubin in beslag nemen: ‘Hij zou kreupel zijn, ze kwamen met een veewagen…. voor slachtvee zijn ze nog mooier. Ja, hij had een ontstoken oog, vlak daarvoor ben ik nog in Utrecht geweest. Maar beschuldig me nou niet dat ík met een ontstoken oog een NK wil gaan rijden, vier jaar lang heb ik hem verzorgd, getraind, heel mijn ziel en zaligheid in dat paard gelegd. De mede-eigenaren waren er nooit. Nee, dan voel je ook geen verantwoordelijkheid als er wat gebeurt. Met m’n oude beenbeschermers heb ik de uitstekende punten afgedekt in die wagen waardoor hij zich niet zou kunnen verwonden. Hij liep altijd op de wagen, en nu ook. Hij hinnikte echt nooit, maar toen de klep dicht viel, enorm. Met alle andere paarden die terughinnikten. Ik heb staan te huilen.’

Strijd

Rubin werd naar de kliniek van Jan Greve in Haaksbergen gebracht, Simone reed er met haar zus achteraan. Het werd een juridische strijd met verschillende kort gedingen, met halve oplossingen, mislukte mediation, valse beschuldigingen, met ruziënde en soms incompetente advocaten, met torenhoge declaraties waarvan achteraf ook nog eens een gedeelte op z’n minst discutabel was, met inbeslagname van een vrachtwagen. Uiteindelijk kwam Rubin Cartier bij Patrick Kittel terecht. ‘Eigenlijk ben ik murw geprocedeerd. Gelukkig heeft Stephan Wensing, die was eerst van de tegenpartij, uiteindelijk juist voor mij zijn best gedaan. Het was zo onrechtvaardig. Gelukkig heb ik van mijn zus en zwager veel steun gehad. Als we weer eens bij de rechtbank binnenliepen zei ze altijd: het is nooit zo donker of het wordt wel weer licht.’

Simone herpakte zich, ging weer aan de slag, vertrouwd begeleid door Yessin Rahmouni: ‘Ik kon natuurlijk geen paard meer kopen maar via-via kreeg ik een paard uit Rusland, Caruso, om op te leiden. Vlak na Jumping Amsterdam is ie weggehaald, dat wist ik van tevoren. Ik heb een zesjarige Krack C gekocht, een mooie vos, maar die bleek een gezwel in zijn hoofd te hebben. De Special D X Jetset waar ik nu mee aan het sturen ben, doet passage/piaffe, en bijna de eners. Die heb ik nu drie jaar, Coen van der Vlugt begeleidt me daarbij.’

Met Caruso die ze voor Russische klanten opleidde

‘En nu? Het zou leuk zijn als mijn dochter het paardrijden leuk blijft vinden. Ik probeer veel les te geven, clinics ook, en ik blijf paarden van eigenaren rijden. Wat ik niet meer doe: nooit meer een rechtszaak beginnen, dat is zeker. Dat kost je echt heel veel emoties en ellende. En nooit meer met iemand iets samendoen. Ik had heel graag dierenarts willen worden, maar ja, ik was niet zo’n carrière-type, achteraf kun je daar wel spijt van hebben.’

‘En nu zit ik lekker in Broek in Waterland.  Mijn man is havenmeester in Durgerdam, totaal iets anders, heel relaxed. Eigenlijk ben ik assistent-havenmeester want het was een job voor een echtpaar, maar ja, hij kan het makkelijk alleen af. Ik ben wel een beetje een type dat bij de dag leeft, en paarden zijn toch het leukste. Ik heb een jurycursus gedaan, dat is ook leuk. Weet je, ik ben nu 51, straks kun je op een gegeven moment niet meer rijden, dat houdt wel een keer op, op een gegeven moment is het ook niet meer mooi. Maar voorlopig ga ik nog lekker door!’

Met Scofield, de Special D x Jetset D, binnenkort Grand Prix
Corien Yspeerd: een paard heeft een leider nodig, niet een vriendje

Corien Yspeerd: een paard heeft een leider nodig, niet een vriendje

Ze praat er zo simpel over. En zo vanzelfsprekend. Over hoe ze in aanraking kwam met paarden en over haar eigen bedrijf in het Gelderse Baak. Over hoe fokkerij steeds belangrijker wordt voor haar bedrijf, over de teleurstellingen in de handel en over de tegenwoordige manier van omgaan met paarden. En toch is het bijzonder wat Corien Yspeerd inmiddels bereikt heeft. Met een ijzersterke wil en doorzettingsvermogen kun je er ook in de paardenwereld komen.

“Ik leef voor de paarden, ik ben een paardenliefhebber in hart en nieren. En ik ben iemand die er hard voor werkt.” Zo begint Corien Yspeerd haar verhaal. Uit Emmeloord komt ze, waar ze als meisje van 8 naar de manege ging. Ze moest wachten tot ze 12 was voordat ze voor het eerst op rijles mocht: “Mijn ouders hadden helemaal niks met paarden. Vanuit school ging ik helpen op de manege, mocht ik af en toe wat rijden als ik ook wat werk deed.” Uiteindelijk kreeg ze toch een eigen pony van haar ouders.

Corien met haar pony Gentleman

“Toen wist ik al vrij snel dat ik naar Deurne wilde. Ik zat op de Landbouwschool in Emmeloord, mijn ouders vonden dat de beste keuze, een doener zeg maar. Deurne was de enige school voor mij, ik wist zeker dat ik in de paarden wilde werken. Het was ook de enige oplossing, ik had geen familie in de paarden of zo. Wat leuk in Deurne was? De stages. Voor mij in elk geval. Ik liep alleen maar op de manege in Emmeloord en door die stages ging een wereld voor me open. Ik was nooit op andere bedrijven geweest. Ik wist gewoon dat ik het wilde, ik vond het fantastisch. Altijd bezig met de paarden.”

Stages
“Bij Frits Minnebo in Groenekan heb ik een leuke stage gehad, met springen en dressuur, vooral de handel in springpaarden. Of een halfjaar bij Coby van Baalen, daar heb ik heel veel geleerd. Ik heb er na school nog een jaartje gewerkt. Alleen mijn eerste stage was minder, vanuit een klein kamertje boven de kantine waar de voetbalvereniging feest vierde. Voor het toilet moest ik door de kantine. Ik kreeg weinig waardering, moest vooral werken. Het was mijn eerste stage, ik dacht: ik zeg niks, want ik wilde niet ontevreden zijn. Achteraf bleek dat 60% van de leerlingen in Deurne een ander bedrijf opzocht omdat ze het niet naar de zin hadden.”

“Het ging me wel redelijk makkelijk af allemaal in Deurne, wilde er hard voor werken, wilde graag ruiter worden op een stal. Maar toen ik klaar was, kwam ik erachter dat ik toch niet een stalruiter wilde zijn die 8 tot 10 paarden voor iemand rijdt voor een minimumloontje, zonder perspectief op meer. Ik heb eerst 40 uur bij Irma Sieling gewerkt in haar opfokbedrijf, later 20 uur, ik durfde wel op elk paard te zitten, ik was niet bang of zo. Zadelmak maken was voor mij geen probleem, bij Coby heb ik ook de jonge hengsten en zo gereden. Ik klom eigenlijk overal wel op. Ik reed inmiddels op Z2-niveau, ben stallen gaan huren, zodat mensen hun paard bij mij in training konden zetten. Dat verliep eigenlijk heel geleidelijk, steeds meer naast mijn werk. Op een gegeven moment kwamen er steeds meer, toen heb ik stallen erbij gehuurd in Emmeloord bij de manege.”

Wedstrijdervaring deed ze vooral met de jonge Belisar van eigenaresse Sytsck Kiestra voor wie Corien meerdere paarden reed en bij wie ze in de beginfase ook een aantal stallen huurde. “En daarnaast werkte ik een seizoen bij het KWPN om hengsten te rijden. Veel voor mezelf gereden, paarden naar de lichte tour gereden, wat handel gedaan. In 2012 werd de manege in Emmeloord verkocht en toen moest ik daar weg. Ik ben rond wezen zwerven voordat ik iets kon vinden. Bij Hans van Geldere had ik wat paarden in Drempt lopen, hij wist dat deze manege in Baak leeg stond, zo ben ik hier terecht gekomen. Een jaar of zes geleden.”

Corien Yspeerd is een paardenvrouw die nuchter zegt waar het op staat: “Ik wil dat mensen tevreden zijn, dat heb ik me na die eerste stage nog sterker voorgenomen. Ik weet ook dat je niet iedereen helemaal tevreden kunt stellen. Maar eerlijk bij de verkoop, daar voorkom je al grote problemen mee.” Des te wranger is het dan dat iemand als Corien zich door de huidige wetgeving rond consumentenverkoop gedwongen ziet om de handel aan te passen: “Het is moeilijk om aan een amateur een paard te verkopen. Ze willen allemaal niet te veel geld betalen maar wel met de kwaliteiten van een voor veel geld. Ik kan niet garant staan voor het rijden en het management vanaf het moment dat ik het paard verkocht heb. Dat heb ik meerdere malen meegemaakt, er moet echt wat gebeuren in de paarden om het consumentenrecht te veranderen.”

Wat is de keuring waard?
“Met een dierenarts die is uitgekozen door de koper, wat is de keuring dan waard als de koper terug kan vallen op het consumentenrecht? Twee jaar geleden verkocht ik een paard waarmee ik altijd op wedstrijd ging naar een pensionstal in Den Haag. Het paard werd bang van andere paarden, die mensen durfden dat niet te corrigeren, ze werden steeds onzekerder. Het paard ging op een gegeven moment omhoog als hij met andere paarden in de bak kwam. Dat heeft zich wel ontwikkeld daar. De advocaat zei: neem hem maar gewoon terug, want in een rechtszaak weet je niet hoe het kwartje valt. Toen kon ik hem terugnemen, weer corrigeren, en je hebt een paard met een verhaal, met internet en zo, dan moet je dat erbij vertellen. Dat wordt dan ruilen in de handel, je verliest er altijd op.”

“Ik zit ik niet bij de Verenigde Sportpaardenhandel Nederland, ik ben gewoon minder handel gaan doen. Ik doe nou alleen de echt betere paarden, die handel. Het fijne rijpaard voor de amateur, dat heb ik best veel gedaan maar ik ben er helemaal klaar mee. De fokkerij is een steeds belangrijkere activiteit geworden: ik hoef niet veel geld te verdienen, ik wil gewoon het bedrijf op kunnen bouwen. De veulenveilingen worden steeds populairder, ik heb wat oudere merries gekocht om mee te beginnen. Goede sportpaarden met een goed karakter. Als het papier me aanstaat, als ze een goed achterbeen hebben, krachtig kunnen lopen, dan wil ik ze wel hebben. De hengst kies ik in de combinaties met de merrie.”

San Amour en Floris
“We hebben zelf de hengst San Amour 2, de volle broer van San Amour die bij Schockemöhle staat, die gaat Inter II lopen, in het voorjaar Grand Prix. Niet te snel, want ik ben niet van 60%, dan rij ik tenminste GP, dat hoeft niet van mij. Nars Gotmer helpt me daarbij. Ik rijd ook de Negro-hengst Floris BS in de lichte tour. Maar we hebben ook gedekt met Van Gogh, Tangelo van de Zuuthoeve, Cum Laude, Rubin Royal, Guardian, ik probeer toch mooie combinaties te maken. We proberen ze als veulen te verkopen, elk jaar houden we zo’n beetje twee veulens, voor de toekomst. Dat doe ik samen met Hans van Geldere, die woont twee dorpen verderop, dat is zo gegroeid.”

Met Floris BS, foto Theo Janssen

Een eigen bedrijf opbouwen zonder de achtergrond of de middelen, het is niet veel mensen gegeven. Corien, 40 nu, deed het ook nog eens in haar eentje: “Zeker de afgelopen jaren heb ik heel fijne mensen om me heen, mensen die het beste met me voor hebben, die mee willen investeren. Die voor me klaar staan om een keer te voeren, om een dag te helpen. In elk geval geen mensen die me negatieve energie geven, dat is in het verleden wel eens anders geweest. Dat mensen gebruik maakten van je goedheid, of dat je zelf niet op tijd ‘nee’ zei, terwijl je eigenlijk voelde dat het niet klopte. Als je zelf niks hebt en je wilt heel graag, dan ga je misschien wel te veel door omdat je het zo graag wilt bereiken. Ik heb dus best wat levenslessen gehad ja, maar gelukkig ben ik een vechter. Als ik iets voor ogen heb, dan ga ik er ook voor, zeven dagen in de week.” 

Ik mis de drive
“In de huidige omstandigheden is het behalve voor een klein clubje professionals nauwelijks mogelijk om concours te rijden. “Of ik het concoursleven mis? Nee. Naarmate je ouder wordt, denk ik steeds meer: hartstikke leuk maar ik mis eigenlijk alleen de drive. Ik mis niet de sfeer, wel de uitdaging van de proef. Er zijn steeds meer mooie grote concoursen in de dressuur verdwenen. Vroeger in de zomer had je de concoursen waar de combinatie van springen en dressuur nog normaal was. Zwolle, Leeuwarden, Zelhem, dat soort wedstrijden, daar hing sfeer. In de doorsnee-wedstrijd, zeg maar de gemiddelde subtop-wedstrijd, hangt niet veel sfeer, het is rijden, coupon ophalen en naar huis. Ik doe wedstrijd rijden echt voor mezelf: kijken waar je staat in je training, kijken hoe je verder kan werken.”

“Daar komt dan bij dat de sport een kant op gaat waar ik niet mee ben opgevoed. Ik ben vroeger wel echt vanuit de basis springen en dressuur opgeleid. Zitten, niet zeuren en rijden. Met een parade, met prijsuitreikingen. Die prijsuitreikingen, die kunnen we maar beter niet meer doen. Aan een longeerlijntje de bak in want misschien doet ie wel een bokje. Ik heb het gevoel dat er steeds meer ruiters zijn die angstig zijn. Het is altijd wat: hoofdstel, bit, zadel, de fysio. Terwijl je rijtechnisch gezien heel veel op kunt lossen bij een paard. Maar ach, misschien is dat wel de toekomst. De aandacht voor dierenwelzijn ontwikkelt zich ook in die richting. Steeds meer projecteren we onze eigen ideeën op die van de paarden. Maar een paard heeft een leider nodig, niet een vriendje.”

Floris BS, foto Theo Janssen

“Ik had een keer een vacature opengesteld, zocht een keer iemand om me te helpen paarden zadelmak te maken. Natuurlijk konden ze dat, omdat ze het een keer gedaan hadden, dat soort verhalen. Maar gewoon erop gaan zitten en naar voren rijden, dat kon er geen een. Het is jammer dat de sport zich zo ontwikkelt. Voor heel veel jonge dressuurruiters is de basis veel belangrijker dan ze beseffen.  Het bos in gaan, een sprongetje maken, dat hoort er echt bij. Maar tegenwoordig: als een paard een bokje geeft, liggen ze er al naast soms. Internet voedt dat, iedereen vindt dat die een mening moet hebben. In de dressuursport is dat volgens mij het ergste: heel veel meiden die eigenlijk bang zijn of het talent niet hebben, leveren vaak commentaar op professionals. In de springsport hoor je er niemand over. Volgens mij zou de KNHS er meer aan kunnen doen om voorlichting te geven want deze groep is wel een belangrijke basis voor de bond.”

Corien Yspeerd leeft voor de paarden: “Ik ben nou eenmaal niet zo’n groepjesmens. Mijn moeder komt af en toe het huis schoonmaken, vroeger deed ze ook het wedstrijdsecretariaat in Emmeloord, springen en dressuur. Ik ga wel regelmatig uit eten hoor, een tentfeest of zo, ff gezellig eruit. Maar de paarden en mijn bedrijf, dat is mijn inspiratie. In Baak, een fijne plek, ook voor de toekomst.  Het ou mooi zijn als de fokkerij de basis kan worden van mijn bedrijf. Met de fokmerries erbij en het jonge spul staan er nu zo’n 25 à 30 paarden. Met San Amour II en Floris BS als mijn wedstrijdpaarden. Lesgeven doe ik wel wat maar niet heel veel. Ik heb het te druk met de handel, met rijden, en ik heb me er niet op toegelegd. Plus dat de fokkerij ook veel tijd kost, met elf fokmerries heb je daar best veel werk aan.”

Cynthia Overbeeke: Als ik dénk dat het hoog is, dan ís het hoog

Cynthia Overbeeke: Als ik dénk dat het hoog is, dan ís het hoog

Ho is ho, naar voren is naar voren en stilstaan is stilstaan. Dat typeert Cynthia Overbeeke. De 27-jarige amazone uit Capelle aan den IJssel leidt jonge paarden op en dat doet ze goed. En dat terwijl ze niet tussen de paarden geboren is en ze het Z nog steeds heel spannend vindt.

Cynthia ging ‘Deurne’ doen toen ze een jaar of vijftien was. Met het paard dat haar ouders op de Capelse manege hadden staan, Z1-geklasseerd: ‘Toen ben ik pas op dat paard een wedstrijd gaan rijden, een Iroko x Zuidhorn, alleen hij kon niet springen, we kregen hem niet eens over een meter heen.’

Op die manege kwam Cynthia in aanraking met paarden: ‘Ik was elke dag wel op de manege, ja, toen wilde ik ook wel paardrijden. Ik geloof dat ik een jaar of zes was toen ik begon met ponylessen. Tja, en toen ben ik steeds verder doorgestroomd, een eigen pony heb ik nooit gehad. Die Iroko was thuis ons eerste eigen paard maar die kende nog niks toen hij bij ons kwam. Ik was een jaar of acht, toen ben ik hem ook voor de eerste keer gaan rijden. Maar weet je, ik vond het eigenlijk nooit leuk. Ik wilde veel liever paarden van andere mensen rijden, dat was veel interessanter.’

Cynthia Overbeeke met Oscar (Iroko x Zuidhoorn)

Deurne leek de ideale leerschool voor Cynthia omdat ze instructrice wilde worden: ‘Ja, dat dacht ik. Het was de best aangeschreven instructeursopleiding, maar toen ik daar was, kwam ik erachter dat ik dat toch niet wilde. In het 2e tot en met het 4e jaar mocht ik daar de eptm-testen rijden en dat vond ik veel leuker dan lesgeven.

Het was de periode dat Cor Loeffen er nog lesgaf: ’Een gouden man, recht voor z’n raap maar je leerde zo ongelofelijk veel van hem. Herhalen, structuur, consequent zijn, ik ben die man ontzettend dankbaar. Je moet openstaan voor kritiek, je zit er om iets te leren en die meneer is oud en wijs genoeg, dus hij praat geen onzin, zo heb ik zijn lessen gevolgd. Die mentaliteit heb ik van huis uit ook wel meegekregen. In het eerste jaar heb ik stagegelopen en ik had ontzettend veel last van heimwee, wilde het liefst naar huis. Geen sprake van, zei m’n moeder, je hoort daar te zijn, je wilde er zelf naar toe, gewoon gaan.’

Cynthia was klaar met Deurne, had haar diploma op zak en toen gaf weer Cor Loeffen het zetje: ‘Meneer Loeffen liet mij Ad Valk bellen, omdat die een baan zou hebben. In Gorkum heb ik een half jaartje bij hem gewerkt. Toen ik daar zat, kwam ik erachter dat het rijden van dressuurpaarden niet helemaal mijn ding was. Ik wilde gewoon echt graag springen. Maar ja, ik had maximaal 1.10 m met een schoolpaard gesprongen in Deurne, één keer denk ik, op een schoolwedstrijd. Toen heeft Ad Valk me aanbevolen om bij Jan Vink te gaan solliciteren, een half uurtje rijden, dus dat viel wel mee. Tot op de dag van vandaag ben ik er nog steeds heel blij mee.’

Cynthia op Cytadôr (Acolord x Calando I) tijdens haar periode in Deurne.

‘Ik moest solliciteren bij Kees Lips, moest een aantal paarden voorrijden. Ik ben die dag meteen begonnen, in september 2013 was dat. Jan Vink zag ik pas een paar maanden later voor het eerst, ik had ook nog nooit van hem gehoord. Ik heb gewoon ontzettend veel naar iedereen gekeken daar, veel vragen gesteld, ontzettend veel les gehad; van Kees Lips, Carlo van Kaathoven. Achteraf bekeken heb ik ook best veel geleerd in Deurne, ook omdat ik die eptm-merries mocht rijden. Plus het dressuur rijden, dat heeft ook genoeg geholpen.’

‘Ik denk dat ik jonge paarden best wel oké kan opleiden nu. En omdat ze zo zijn opgeleid, kan ik ze denk ik ook wel best oké door het parcours sturen. Maar ik blijf bijleren. Bij Black Horses heb ik ook wel les gehad van Joep Raijmakers. Je kan van iedereen iets leren in je rijden. En nu staat Kevin Jochems bij ons, daar kan ik ook veel van leren. Hoe vaak werken we samen? De hele week is hij bij Black Horses, meestal vanaf donderdag is hij op concours. Aan het begin van de week kan ik best wel bij hem terecht, maar ik kijk vooral naar hem, wat hij allemaal aan het doen is. En als het past in zijn schema, dan krijg ik een uurtje les.’

‘Het leuke aan mijn baan is dat je de paarden vanaf het begin ziet veranderen. Ik leid ze op naar een niveau en meestal als ik ze Z heb gereden, dan gaan ze naar een andere ruiter. Naar Johnny Pals, Kevin Jochems; Siebe Kramer. En dan ben ik trots als ik zie dat ze er zo op weg kunnen rijden. Dan heb ik mijn werk goed gedaan, want dat is mijn baan, de paarden opleiden.’

Cynthia Overbeeke op de KWPN-goedgekeurde hengst L’Extreme BH (Canturo x Calvaro Z) uit de lichting van 2019 die 83,5 punten behaalde tijdens het verrichtingsonderzoek.

Cynthia vindt het de normaalste zaak van de wereld dat consequent zijn bij de opleiding hoort: ‘Het zijn paarden die voor jou moeten willen werken, die moet je wel een soort van blij houden. Daarbij vind ik het belangrijk om consequent te zijn. Hoe consequenter, hoe beter. Ho is ho, naar voren is naar voren en stilstaan is stilstaan. Op een gegeven moment zijn ze zo goed gefocust op jou dat ze alles doen.’

Het planmatige komt ook terug in de wedstrijden: ‘Ik moet zeggen dat ik nooit zo op anderen let als ik op wedstrijd ben, dat komt omdat voor mezelf alles volgens mijn planning moet verlopen. Ik ben stipt op tijd, wil op m’n gemak kunnen losrijden, goed getimed, dan het parcours, dan uitstappen en dan de volgende, en dan gaat alles weer precies hetzelfde.  Ik probeer er toch zeker wel zes mee te nemen als dat lukt. Meestal is Carlo erbij voor het losspringen, heel af en toe Nelleke Schumer, maar vaak doe ik het werk alleen. Ik doe dat soort dingen graag zelf. Misschien ben ik wel een beetje autistisch in die zin, haha, mensen die me kennen zullen wel weten wat ik bedoel. Alles strak plannen, alles op dezelfde manier doen. Hoe ik mijn paard opzadel? Dat moet helemaal zoals ik vind dat het moet. Het moet perfect liggen. En als iemand anders het erop legt, moet ik het wel even checken, controleren, ook als ik eigenlijk weet dat het goed ligt.’

Het is nog maar een jaar of vijf geleden dat Cynthia Overbeeke voor de eerste keer Z reed. ‘Of dat spannend was? Ik vind het nog stééds spannend, ik blijf het toch een hele hoogte vinden waar ik overheen moet. Gelukkig krijg ik nu steeds wat meer paarden in het Z, zodat ik meer ervaring op kan doen, daarmee wordt het voor mij ook gemakkelijker. Internationaal? Oh nee, zeker niet. Ik ben heel blij om de jonge paarden op te kunnen leiden, ik denk dat ik dat nog jaren ga blijven doen. Paarden een goede basis meegeven, zodat andere ruiters ermee verder kunnen.’

Cynthia Overbeeke is gewoon super tevreden met haar werk: ‘Voor mezelf beginnen? Nee, dat kan ik niet financieren. Plus: ik ben gewoon ontzettend blij met waar ik nu zit, ik ga daar voorlopig niet weg. Ik heb echt mijn plekje gevonden, kan altijd bezig zijn met de paarden. Ik rijd gewoon, ik ben bezig met mijn paarden op te leiden, en ik ga naar wedstrijd toe om te kijken of ze al wat geleerd hebben.’

Blijft er dan niks te wensen over? ‘In de paardenwereld? Tja, dat is een lastige. Nou, dan denk ik toch: het zou heel gaaf zijn om een paard te hebben waar ik ZZ mee kan rijden. Dat heb ik één keer gedaan, dat vond ik zó spannend. En dan het liefst een vast paard, een paard dat wat meer kent, zodat ik ervaring op kan doen en het voor de rest van de paarden ook weer wat gemakkelijker wordt.’

‘Ik wil leren om iets makkelijker hogere hoogtes te springen, daar heb ik nog best veel moeite mee. Als ik een Z-parcours in ga, dan moet dat over een tijd vlekkeloos gaan. Dat het voor mij geen ding meer is om binnen te rijden, zeg maar hetzelfde als een B-parcours.

Maar ja, in mijn hoofd gaat dat toch anders. Dan denk ik: dit is hoog hoor, dit is hoog! En dát moet eruit.  Als ik dénk dat het hoog is, dan ís het hoog. Dan kan Carlo hoog en laag springen, maar ik ervaar dat dan toch anders. Maar ja, vroeger vond ik het L al hoog, en nu het Z, dus ik denk dat het een kwestie is van veel doen.’

Cynthia Overbeek zit op haar plek: ‘Ik woon nu 4 jaar op mezelf, in Capelle aan den IJssel. Als ik ’s avonds bij Black Horses klaar ben, dan ga ik nog even de paarden van mijn ouders en zusje doen op de manege. Er is hier in de buurt nauwelijks een andere mogelijkheid om een paard te stallen. Zo ben ik met paarden bezig.

‘Ik bemoei me ook niet met andere zaken zoals fokkerij: nee, het gaat bij mij echt om het opleiden van de paarden. Fokkerij, daar zijn andere mensen voor en die zijn heel goed in wat ze doen. En dat moeten ze maar blijven doen.’

Cynthia met haar huidige eigen paarden Oscar (Iroko x Zuidhorn) en Illusion (Biscayo x Indoctro)  inclusief hond Kinaya.

Laura Hoitsema: het blijft elke keer een shock

Laura Hoitsema: het blijft elke keer een shock

In het Zuid-Spaanse Sevilla runt Laura Hoitsema een stal voor verwaarloosde en mishandelde paarden. Zo’n 190 staan er nu en in totaal zijn het er al 2368 geweest die een ander bestaan hebben gekregen. Wat drijft iemand om op vrijwillige basis daaraan haar leven te geven? ‘Paarden hebben me altijd op het rechte pad gehouden,’ zegt de Amsterdamse.

‘Ik was best wel een stoute Amsterdammer, uit de Pijp, enorm nieuwsgierig om alles te ontdekken wat er te koop is. En ja, ik ben in die tijd een paar keer van het pad af geraakt, met verkeerde mensen omgegaan, drugs, drank en gezelligheid, daar bestond het leven uit, dacht ik toen ik een jaar of 17 was. Joh, we woonden in een volksbuurt, iedereen paste op elkaar, de hoeren waren mijn ‘tantes’. Daar gingen ‘ooms’ naar binnen, die moesten dan met de ‘tantes’ gaan praten. Haha, zo ging dat in de jaren ‘70, ik was een jaar of 6. School? Ik heb wel op school gezeten maar ben er ook weer heel hard vanaf gegooid. Ik was geen goede leerling, voelde me heel erg opgesloten. Regelmaat, alles volgens de klok, dat was aan mij niet besteed.’

En toch zegt Laura, 50 nu: ‘Ik wil dat uit mijn verhaal blijkt dat het zo belangrijk is om niet op te geven, dat je niet vastroest, je droom naleeft, dat je positief blijft. Ik was er toen een van altijd het avontuur zoeken. De paarden hebben me in de goede richting geholpen, hebben me rust gegeven. Op de manege in Oud-Sloten heb ik mijn eerste wedstrijdjes gereden. Mijn vader zag dat ik dat hartstikke goed deed. Hij was restaurateur van antieke auto’s, altijd druk, maar hij ging trouw met me mee. Presteren en niet zeuren, trainen, trainen, trainen, dat wel. Ik ben best wel vaak 1e of 2e geworden. En dan ben je 16 en stop je, omdat je vrijheid wilt.’

Laura Hoitsema kan er smakelijk over vertellen, alles relativerend, met heel veel lachen: “Ik was gewoon stout, heb heel veel meegemaakt. En toch ben ik weer de paardenwereld ingegaan. Op een gegeven moment, ik kwam in Almere te wonen. Alleen? Ik woonde al op m’n 17e alleen, wel met verschillende relaties. Gewoon heerlijk geleefd, alles uit het leven gehaald. In Amsterdam waren er geen huizen te krijgen, Almere wel, daar had je ruimte, groene vlaktes. Ik had al snel een eigen paard, bij een stukje grond van de gemeente, Project Stadsweide, dat moet je zelf onderhouden, met twee stallen erop.’

‘Ik werkte wel gewoon hoor, zelfs een jaar bij de gemeente in die tijd, ik was al richting braaf geworden. Ik had een vriendje en die moeder, die ik toen best burgerlijk vond, die heeft me eigenlijk wel op het rechte pad gezet. Hun aten op bepaalde tijden, groenten en aardappelen, dat was voor mij een eyeopener: zo kon het dus ook. Bij ons thuis waren ze altijd druk, mijn ouders waren altijd in de eigen zaak, het was meer een sfeer van ‘ieder voor zich’. Het mooie is dat mijn stiefvader en mijn moeder nu in mijn Stichting zitten, ze doen best wel veel. En m’n vader steunt me geestelijk, die vraagt hoe het gaat, haha.’

‘Ik had het eigenlijk helemaal naar m’n zin. Leuke relaties, het ging allemaal zo snel. Met m’n paarden bij huis reed ik Z1, ik heb M gesprongen, eventing gereden in Spaarnwoude. Gewoon met mijn huis-tuin- en-keukenpaard, een KWPN’er. De afstamming? Joh, dat weet ik niet, ik was natuurlijk niet met bloed bezig. Ik weet wel dat ik de dressuursport hartstikke zat was. Eerder waren het witte bandages, een cap en een dekje maar op een gegeven moment werd het een bekakt modewereldje, dat was niks voor mij. Ik ben de western-sport ingegaan. Ja, een jaartje…. Toen verbrijzelde ik m’n knie en was het afgelopen. Door een schaap, die kwam om de hoek rennen, ik was aan het wandelen. Eigenlijk echt heel lullig….door een schaap naar het ziekenhuis.’

‘Na dat gedoe met m’n knie ben ik les gaan geven, en dát was echt een succes! Vooral omdat ik goed overweg kon met probleempaarden. Later werd dat ‘paarden fluisteren’. Ik reed door heel Nederland. Ja joh, in de tussentijd heb ik natuurlijk allerlei baantjes gehad, van alles en nog wat. Goh, wat heb ik eigenlijk veel gedaan zeg als je dat zo eens op een rijtje zet! Maar weet je, ik vond langzamerhand in Nederland de politiek niet meer leuk, de mensen niet meer leuk. Geen fijn klimaat, steeds meer materialistisch. Ik deed er net zo hard aan mee hoor! Een vrijstaand huis in Almere-Hout hadden we, niks mis mee, auto’s en zo. Maar het was niet wat ik zocht in het leven.’

‘We zijn negen jaar geleden naar Spanje gegaan, daar was ik van kleins af aan geweest. Zonder haast, zonder stress, het voelde als mijn thuis. Met World Horse Transport van Kennard Buisman zijn we geëmigreerd, met vijf paarden, konijnen, katten en drie honden. We hebben iets gehuurd vlak bij Alicante, in de bergen, als het niks zou worden, konden we zo weg. Cursussen geven, mensen hun angst voor paarden laten overwinnen, ’s morgens een tochtje, ‘s avonds een tochtje, een sangriaatje, ’s middags naar het strand, zo’n leven.’

Door toeval kwam Laura op het idee om verwaarloosde paarden te gaan helpen: ‘We werden gebeld door vrienden die per toeval verwaarloosde paarden hadden gezien, ik met een vriendin ernaartoe gegaan. Er stonden er 17, een lag met z’n hoofd op de grond. Ik ben bij d’r gaan zitten, hief ze haar hoofd op, en ze stierf in mijn armen. Ik had nog nooit zoiets gezien. We hebben erbij zitten te janken.’

‘We hadden plek voor 10 paarden maar al snel hadden we er 65, met grond van de buren erbij en zo. Als ze eenmaal weten dat je paarden opvangt, gaat het heel snel, zeker zo’n tien jaar geleden toen het in Spanje erg slecht ging, de mensen moesten er vanaf. Je krijgt meldingen, dat kun je in je slechtste dromen niet voorstellen. Een paard aan vier benen vastgebonden in de bergen laten liggen, zodat ie niet naar beneden kon lopen, dat verzin je toch niet? Die hebben we in moeten laten slapen. Wat m’n man ervan vond? Die vond het maar niks, we zijn dan ook gescheiden.’

‘We hebben paarden gehad die beschoten waren, door mafkezen, die moeten wel gestoord zijn. Of paarden die in elkaar geknuppeld waren. We hebben ook 82 paarden gehad van een grote drugshandelaar, je hebt in dat wereldje wel vaker te maken met een soort van maffiosi. Elke ochtend, zes dagen lang, vonden we een van onze dieren dood, met alleen het linkerpootje gebroken, als een waarschuwing. Of in Benidorm, daar vroeg de politie of we 6 paarden wilden komen ophalen, ze zouden zelf ook komen. Bleek het een zigeunerij te zijn, en de politie die kwam niet. Ze stonden ons met geweren op te wachten, we hebben die paarden moeten kopen, 150 euro per stuk vroegen ze. We hebben stal open moeten breken van een merrie die drie weken opgesloten was in een dichtgetimmerde stal met een dood veulentje aan haar voeten.  Ezeltjes gevonden die opgehangen waren. We krijgen die meldingen van de politie waarmee we samenwerken. Staan ze ons op te wachten op de vluchtstrook en dan worden we naar de plek gebracht. Je denkt elke keer: het kan niet erger…..het blijft elke keer een shock, het went nooit.’

‘Vorig jaar hadden we 240 paarden staan, nu 190. We gaan dan proberen of we ze kunnen herplaatsen na een tijdje. Over de 1500 hebben we opnieuw geplaatst, en in totaal hebben we al 2368 paarden gered. Veel mensen vinden het mooi om paarden een tweede kans te geven, in Nederland, Belgie, Frankrijk, Italië. Dat transport doet World Horse Transport tegen een mooi tarief, geweldig. De meeste paarden staan te wachten in deposito, we mogen niks doen totdat de rechter heeft gesproken. Zo hebben we er 90 staan. De eigenaar zou dat moeten betalen maar die heeft natuurlijk geen geld.’

‘Gelukkig hebben we trouwe sponsors, donateurs, organiseren we ruitervakanties, hebben we vrijwilligers die meebetalen. We lopen op dit moment zomaar 9000 euro per maand mis om de boel te kunnen onderhouden. Veel doen we met vrijwilligers. Ik heb ook geen salaris, ik word onderhouden door m’n familie en m’n vrienden. Waarom ik het doe? Dit is zo dankbaar, daar kan niks tegen op, geen Replay-truitje of luxe tv, haha. Ik loop hier op m’n klompies in m’n oude korte broek, heerlijk. Back to basic, zeg maar. We hebben wel internet, dat dan weer wel.’

Laura richtte de Stichting Paard in Nood Spanje op, in Spanje Los Caballos Luna, genoemd naar dochter Luna; ‘Ze is 19, mijn steun en toeverlaat. Eigenlijk wil ze de sport in, daarvoor is ze even in Nederland geweest. Mam, ze maken daar een afspraak om over 3 weken te gaan barbecueën….zei ze. Dat soort dingen, vond ze raar, ze kon niet wennen. We hebben mensen gevonden die haar kunnen helpen in de dressuur, in Madrid heeft ze een aanbieding gekregen om een opleiding te doen. Ze draait hier ook 24/7 mee, slaapt ook bij de paarden om te waken, wonden verzorgen, pfff, wat kom je allemaal tegen….’

‘We hebben ook heel veel tegenstanders hoor: laat lekker inslapen, dat scheelt, dat soort opmerkingen. Maar je moet blijven vechten voor elk dier, vind ik. Hoe lang? Tot de dood ons scheidt….’

Klik hier voor de website

Annemieke van Straaten: ‘Ik zit er bovenop, ik laat niet los.’

Annemieke van Straaten: ‘Ik zit er bovenop, ik laat niet los.’

Haar leven draaide om paarden. Voor en na die vreselijke gebeurtenis. Uiteindelijk heeft ze er een streep onder gezet en is ze vol energie -en dat is zwak uitgedrukt- bezig met het lot van verwaarloosde dieren, vooral in gebieden als de Oostvaardersplassen. ‘Gedomesticeerd graasvee, daar praten we over. Nep-natuur, dat is het,’ zegt Annemieke van Straaten, ‘met een verdienmodel erachter voor de groene subsidieclubjes.’

Annemieke van Straaten is wars van onrecht, van meten met twee maten, van besodemieterd worden door de overheid. Voordat we daaraan toekomen eerst een blik in het verleden. In Hilversum werd ze geboren in 1976, waar haar vader een groot transportbedrijf had. Toen ze 6 was ging ze met een vriendinnetje mee naar manege Fuhren in Hilversum: ‘Uiteindelijk is onze hele familie ermee besmet. Ik moest en zou naar Deurne, die uniformen, die discipline, dat sprak me wel aan. Maar toen ik daar kwam, met die hokjes, die bedden, heb ik tegen papa gezegd: dat gaat ‘m niet worden.’

‘Mijn vader vroeg of ik dan de zaak in wilde. Het was jaren ’90. Het ging om een paar honderd vrachtwagens, ooit gestart door mijn opa met paard en wagen en een bakfiets. Het bedrijf was zo groot geworden dat het voor mij niet zou lukken om dat over te nemen. Vader kocht Stal Heidepark toen ik 18 was. Voor mij. Ik kon mijn droom volgen: kinderen leren paardrijden. En hij werkte zich uit de naad.’

Een oude foto, met vader en broertje in het zwembad

‘Ik was 19 toen het gebeurde. Vroeger zei ik altijd dat ie een hartaanval had gehad. Maar hij heeft zelfmoord gepleegd. Het fundament werd onder mijn voeten weggeslagen. We zijn 24 jaar verder en ik begrijp het nog steeds niet. Wist ik het maar, dan was het leven de afgelopen 24 jaar misschien een stuk makkelijker geweest. Mijn allergrootste vriend verloor ik. Gelukkig ben ik nooit rare dingen gaan doen, geen drugs of alcohol of zo. Mijn moeder heeft me altijd gesteund, en nog steeds, zij heeft natuurlijk ook een enorme klap gehad. Bij alles wat ik doe, denk ik aan hem, dan hoor ik zijn stem. Niet doen, of juist gas erop. Ik mis hem elke dag. Hij heeft ons wel heel goed achtergelaten.’

Met Fly, de laatste herinnering….

Annemieke sprong met haar paarden op licht internationaal niveau, werkte even in het bedrijf thuis, maar ontvluchtte ‘voor de sport’ de eigen moeilijke situatie en ging met de paarden in het Brabantse Son wonen. ‘En toen kwam in Lage Vuursche het huis te kooop naast de smederij waar mijn vader altijd koffiedronk. In de tussentijd had ik zoveel last van mijn rug na een val van de vrachtwagenklep dat ik geen wedstrijden meer kon rijden. Ik had wel nog een oud paard, had ik van mijn vader gekregen, twee weken voordat hij overleed. Fly was speciaal, ik heb er heel veel mee gewonnen, en heel veel van geleerd. Hij werd uiteindelijk 34, heb hem eind december 2018 moeten laten inslapen. Dat was eigenlijk het laatste stukje dat ik van mijn vader had, zeg maar.’

‘Voor mijn gevoel had ik daarmee een soort van hoofdstuk afgesloten, het paardenverhaal was klaar. Paarden, paarden, wedstrijden, het heeft me ook door mijn rouwproces geholpen. Mijn familie heeft misschien nooit zo leuk gevonden, maar ja, dan maar niet sociaal. Ik had verdriet. Dan kom je er ook achter dat je weinig vrienden hebt. Ik ben wie ik ben, nou ja. Het interesseert me helemaal niks meer wat mensen van me denken. Als je vader overlijdt, hebben mensen hebben allemaal wat van je nodig. Tja, ik ben daarna veel belazerd in mijn leven. Je gaat er anders tegenaan kijken als je een aantal keren door een strontkar overreden bent. Daarom geniet ik ook zo als ik de zon zie opgaan hier in het Markermeer. Want vier jaar geleden ben ik naar Volendam verhuisd. Ik had er altijd al veel mee. In de drukte, maar wel waar ik ook nog ’s avonds over straat durf. Geen stal meer, geen hooi voeren.’

Begin 2018 kwam de ommekeer in haar leven: ‘Iemand vroeg me: ga je mee hooi voeren? Waar? Bij de Oostvaardersplassen. Waar? Nooit van gehoord. Door de sneeuw zijn we het verboden gebied ingegaan. Uiteindelijk hebben we een aantal paarden gevonden, het leek wel een filmset van een Jurassic Park-film. Verschrikkelijk. Ik heb de provincie Flevoland gebeld. Meneer Ad Meijer was het, vergeet ik nooit meer. Hij wilde twee dagen later met mij spreken. Ik dacht, oh….met je grote smoel Van Straaten….’

‘Ik heb Antoinette gebeld bij de KNHS, die kende ik van de afdeling Topsport. Wie weet hier iets van? Dat bleek Jan Cees Vogelaar, die leerde ik kennen in de draaideur van het provinciehuis omdat ik hem gebeld had: gaat u met mij mee? Niet wetende dat hij vroeger de eerste was die hooibalen voerde aan de paarden in de Oostvaardersplassen, samen met zijn vriend Kostelijk. Meijer zei na een uur: ik ga mijn best doen. In de Telegraaf stond al snel: provincie besluit tot bijvoeren.’

In de Oostvaardersplassen

Meijer vroeg me om mee te gaan naar het verboden gebied. Ik deed het hek open, en ik ben echt wel wat gewend, maar wat ik daar zag…..paarden verzopen in het ijs. Uiteindelijk bijna 3500 dieren kapot van de honger, verzopen in het moeras. Het was één grote zwarte kale vlakte. Ik ging diep over mijn nek van de lijkenlucht. Toen heb ik besloten om er een missie van te maken. Ik heb de eerste berichten op Facebook gezet en toen kwamen de reacties los: mijn wereld stond op de kop. Vogelaar steunt me nog steeds, da’s hartstikke mooi. Uiteindelijk ben ik een serieuze luis in de pels geworden van de groene clubjes.’

‘We worden gigantisch belazerd, dat steekt me enorm. Onder de noemer ‘natuur’ laten we dieren aan hun lot over, zogenaamd ecologisch verantwoord. Bedacht door politici die bij hun gelofte beloven alles voor de burger te zullen doen. Hou toch op, ze houden direct elkaar de hand boven het hoofd, het is allemaal eigenbelang. Niks voor de burger. Alleen, ik had me er nooit in verdiept, ik was altijd op concours, ik wist het niet. Oernatuur terugcreëren? Gedomesticeerd graasvee, daar praten we over. Nep-natuur, dat is het. Duurzaamheid, het hele stikstofverhaal? Het zijn allemaal verdienmodellen voor de groene clubjes. Groene graaiers noem ik ze.’

Met links Jan Cees Vogelaar en rechts Gert-Jan Ransijn

‘Re-wilding heet het, het opnieuw creëren van natuur. Ik krijg er helemaal jeuk van. Dieren uitzetten en het dan natuur noemen. Ze zijn tegen de boeren maar vangen wel de landbouwsubsidies. En ze worden gesponsord door de Postcodeloterij. Neem de club Free Nature: die gaan een gebied inspecteren voor Staatsbosbeheer. Natuurlijke begrazingsclubs, ingehuurd door Staatsbosbeheer. Of de Stichting ARK, ook gesponsord door de postcodeloterij, de onderaannemer van Staatsbosbeheer en natuurmonumenten. Ze vinden het niet zo leuk wat ik doe, netjes maar wel verdomd lastig. Maar ik weet gewoon hoe we belazerd worden.’

‘En ja, het gaat ook over de wolf. Een prachtig dier hoor, maar hij hoort hier niet. Er wordt gerotzooid met die wolven maar de groene clubjes gaan dat nooit toegeven. Ik weet dat er plannen zijn gemaakt door de stichting ARK. De bruine beer ontbreekt er nog maar aan. Een bijzondere salamander wordt ineens gespot in Zandvoort! Of ergens een zeldzame woelmuis als dat past. Via de Wet Openbaarheid Bestuur kom ik erachter. Duizenden documenten, bijvoorbeeld tussen Staatsbosbeheer en een gedeputeerde. Ik kan je wob-documenten laten zien hoe het er in de achterkamertjes aan toe gaat. Hoe zwarter gelakt, hoe groter de belangen. Ik ben de dagen aan het aftellen tot de verkiezingen, Nederland is gewoon knettergek aan het worden. Gelukkig krijg ik veel steun van Forum voor Democratie, die stellen ook de goede vragen in de Kamer hierover. Thierry Baudet is twee keer bij me geweest, die wil het snappen wat er gebeurt. Ik heb vrijwel dagelijks contact met Gert-Jan Ransijn, fractievoorzitter in Flevoland, en met veel Statenleden in andere provicies.’

Bij het bezoekerscentrum van de Oostvaardersplassen met Thierry Baudet

‘Het is crimineel hoe ze met de natuur omgaan. Heb je laatst Zembla gezien? Een programma over gif storten in natuurplassen. Waar mensen lekker zwemmen. Daar flikkeren ze granuliet in of ander zwaar verontreinigd slib. Gehaald met de vrachtwagens waarmee ons schone zand en grind worden geëxporteerd. Om zo een stuk nieuwe natuur te creëren. En daar dan weer grote grazers erop zetten. Dat levert heel, heel veel subsidie op, daarom worden de boeren weggepest. Maar ze harken wel veel landbouwsubsidies binnen. In november kocht ik zo’n natuurpakketje van Free Nature, met hamburgers, biefstukje, en zo, echt natuurvlees zeggen ze. Afkomstig van dieren die lopen op die vervuilde bodems. Wie zegt mij dat dat vlees veilig is? Ik heb de NVWA erop gezet, in november. Het is nu juni, er is nog geen antwoord. Free Nature geeft ook geen antwoord. Zonder oormerken lopen de beesten daar, moet een boer eens flikken! Meten met twee maten, dat is heel erg en frustrerend. Ik vraag er elke maand naar, ik zit er bovenop, ik laat niet los.’

‘Ik ben wie ik ben, nou ja. Het interesseert me helemaal niks meer wat mensen van me denken, dit is wie ik ben. Ik heb veel mensen in mijn leven verloren, je wordt zo gevormd.Jan Cees Vogelaar heb ik mijn hart gesloten, bijna als een tweede vader. Een van de weinige mensen in mijn leven van wie je onmiddellijk weet dat ze bij je horen. Ik heb ook wel eens vier dagen de telefoon niet voor hem opgenomen hoor. Daarna weer wel, omdat we een goede basis om op door te gaan. Een grote mond? Ja, soms. De frustratie over mensen die me besodemieterd hebben. Ik laat weinig mensen toe in mijn leven. Ze gunnen je alles, zolang je het maar niet hebt. Kom maar op, ik weet dat ik mezelf in de spiegel aan kan kijken.’

‘Een relatie? Ik ben er helemaal niet mee bezig. Ik heb wel samengewoond hoor, drie keer zelfs! Het kan maar zo dat ik ‘m vandaag tegen het lijf loop, maar dan moet ie zo speciaal zijn. Ik ben bezig met mijn missie. Ik krijg een onkostenvergoeding via mensen die doneren. We hebben zes man als razende reporter in de Oostvaardersplassen aan de gang. Daar ben ik druk mee, om geld voor mijn Stichting op te halen. Ik wil de politiek wel in maar ik weet niet of ik daar geschikt voor ben. Als m’n moeder dit leest denk ze: oh nee, help. Ik leef van dag tot dag, al 24 jaar lang. Leven alsof het je laatste dag is. Ik wil aan het werk, leuke dingen doen. En bij mijn vriendje Albert Zoer op een wedstrijd kijken.’

Annemieke onderhoudt al vele jaren een vriendschap met Albert Zoer