Joan Scharffenberger: we gaan het zien wie gaat winnen, leuk!

Joan Scharffenberger: we gaan het zien wie gaat winnen, leuk!

Nieuws.horse heeft weer een leuke actie: een springles van niemand minder dan Joan Scharffenberger!  Joan was Amerikaans kampioen bij de hunterklassen, en ze was ook een vaste waarde in het Amerikaanse springteam met de legendarische Victor, waarmee ze onder andere twee keer de Nations Cup won in Aken, het grootste concours ter wereld. Sinds 1990 woont ze in het Noord-Limburgse Ottersum met haar man Wiljan Laarakkers en twee zoons die uitgevlogen zijn. Joan begeleidt een beperkt aantal mensen en wil voor Nieuws.horse graag ruimte maken bij haar thuis voor een inspirerende springles!

Zo rustig en bescheiden als Joan nu overkomt, zo fanatiek was ze in haar jongere jaren. Ze groeide op in de heuvels rond Los Angeles in een ondernemersgezin met vier broers en een zus, met Joan als ruim de jongste. In het paardvriendelijke dorp was het verplicht om een ruiterpad om je huis heen te hebben en in die sfeer begon Joan als peuter al met western rijden, en dan vooral barrel racing: zo snel mogelijk om de opgestelde tonnen heen: “Daar kregen we geen les in, dat deden we gewoon. Plat door de bocht, prachtig was dat. Toen ik een jaar of 7 of 8 was, ben ik voor mezelf gaan springen met mijn paardje, een kruising tussen een quarter en een volbloed. Want pony’s waren er nauwelijks. Zonder zadel, soms op een paardje van de buren, ook op een ezel, het maakte niet uit. Les kreeg ik op een gegeven moment van een trainster uit het dorp, zij gaf les in alle disciplines, ze was een soort cowboy. Judy Martin werd mijn eerste echte trainer, daar moesten we een half uur voor rijden en mijn paard moest daar op stal. Zij vond voor mij een nieuwe quarter X volbloed, dat was gewoon in die tijd, er waren geen Europese paarden. Op m’n 9e heb ik met haar begeleiding de eerste springwedstrijd gereden. Dat kon omdat ik best lange benen had.”

Ponyrijden met een nichtje eind jaren ’60 in California

Toen Joan een jaar of 11 was, zagen haar ouders wel dat de ambitie serieuze vormen begon aan te nemen. Ze volgde clinics bij George Morris en Rodney Jenkins, de grootste namen in de Amerikaanse springsport: “Moeder vond dat we alles moesten doen wat we konden om verder te komen. En ik wilde zoveel leren als ik maar kon. Ik ben lang bij Judy Martin blijven lessen, dat kon met wat carpoolen wel gecombineerd worden met school. Maar op een gegeven moment moesten we voor de doorstroming toch naar het Oosten, daar werd bij voorbeeld de equitation finale gehouden.” Dat werd het nieuwe doel voor de junior Joan Scharffenberger, die op stal kwam bij George Morris in New Jersey maar dat combineerde met haar school thuis in Californië. Die maakte ze in record-tempo af, gedreven als ze was om in de springsport iets te bereiken.

Joan Scharfffenberger in de typische hunterstijl, winnaar van het Amerikaans kampioenschap

Met het diploma op zak verhuisde ze onmiddellijk naar het Oosten en won ze de Equitation finale van de beste 500 deelnemers uit het hele land: “Voor veel deelnemers was dat het einddoel, maar voor mij niet. Ik was al een keer met het Amerikaanse juniorenteam in Frankrijk uitgenodigd geweest, dat was een andere wereld.” De getalenteerde Joan kreeg Silver Exchange te rijden, de volbloed waarmee Katie Monahan op het hoogste niveau reed. Vanaf toen reed ze wereldbekerwedstijden. En ze begon een studie geschiedenis en economie op de Georgetown universiteit in Washington, die ze later afmaakte, gecombineerd met wedstrijden vanaf elke donderdag in Florida.

Het gouden USA team: Debbie Dolan, Katie Prudent, Joan Scharffenberger en Anne Kursinski

“Naast Silver heb ik veel jonge paarden gereden, uiteindelijk heb je er altijd wel een in opleiding. Eentje was Winnipeg, die stopte met een man, ik dacht dat hij pijn in de rug leek te hebben. Uiteindelijk heb ik hem toch gekocht. Of Dominca van Ans Rouweler, die stopte ook maar ik geloofde erin.  Met die moeilijke paarden heb ik best veel gewonnen maar ik zocht toen toch naar een iets makkelijker paard. Dat werd Victor, 1.59 groot. Marlene Sinclair, een vriendin van mij, reed Victor toen hij 5 of 6 was. Ik kocht hem van haar op zijn 7e. George Morris geloofde er niet echt in. Haar trainer Norman Dello Joio wel. Jan Greve heeft Victor gefokt. In Nederland hadden allerlei grote handelaren hem op stal gehad maar ze hebben toch niet echt de potentie gezien. Ik begon rustig op 1.30/1.40, op z’n 7e. En als snel won hij op bijna elke wedstrijd in Europa speedrubrieken als tweede of derde paard. Vanaf zijn 8e heeft hij in landenwedstrijden bijna alleen maar 0 gelopen. Met Debby Dolan, Anne Kursinski en Katie Monahan hadden we wel een sterk meidenteam. En Victor werd tweede in de Grote Prijs van Calgary, dat was ook wel een mooie uitslag.”

In 1990, na de Wereldruiterspelen in Stockholm, verhuisde Joan met haar paarden naar Ottersum naar haar liefde Wiljan Laarakkers, die ze in de wereldbekercircuits had leren kennen. Joan begon met Wiljan een eigen springstal. Met Victor reed ze tot en met 1992: “In de aanloop naar de Olympische Spelen in Barcelona moesten we in Amerika selectiewedstrijden rijden. George Morris was zo aardig om voor mij een heel klein stalletje te huren, want ik moest het zelf betalen allemaal. Op de laatste wedstrijd in Devon ging het mis. De modder daar was zo diep, Victor struikelde aan het eind en kwam op drie benen door de finish. Ook de beroemde Gem Twist werd daar uitgebeld. Daarna heb ik in Ottersum twee jaar lang aan zijn revalidatie gewerkt.”

Joan Scharffenberger met Victor en Joe Fargis met de even legendarische Abdullah

Joan ging voor het eerst in haar leven ‘landelijk’ rijden om de jonge paarden op te leiden: “In Amerika is het opleiden van jonge paarden peperduur. Je betaalt voor een weekend op concours zo 1000 dollar. In Nederland is dat anders. Op het Limburgs kampioenschap in Ottersum ben ik zelfs kampioen in het Z geworden met een paard dat we samen met Ger Poels hadden. En tegenwoordig heb je hier elke dag in de buurt wel een wedstrijd.” Daar rijdt Wiljan maar ook begeleidt Joan de leerlingen die op stal staan: diverse uit Nederland maar ook mensen uit Turkije. Op de stal in Ottersum wordt ook gefokt, bij voorbeeld met Lois Lane, die eerder verhuurd was aan Dominique Roelofsen. Twee nakomelingen van Numero Uno lopen al onder Wiljan, een derde van Cornet Obolensky komt eraan: “Nederland heeft een supermooi mengsel in de fokkerij met van alles en nog wat qua bloed. Ik hoop dat mensen in Nederland zien dat België iets vooroploopt met power en scope, die doen het erg goed. Maar mijn hart zit toch bij het Nederlandse paard, ik denk, dat komt wel goed omdat alles gemixt is.”

Joan Laarakkers-Scharffenberger

Joan Laarakkers-Scharffenberger

En dan nu de springles thuis in Ottersum: “Het maakt niet uit wie er wint, het is leuk om iemand te begeleiden naar een betere prestatie, het niveau maakt niet uit. Ik ben zelf begonnen in de hunterklassen in Amerika, dat is een heel fijne manier van paardrijden.  Maar ik begeleid ook leerlingen op een veel hoger niveau. We gaan het zien wie de actie gaat winnen, leuk!”

Esther Haverkate: na hindernis 2 weer lachend naar huis

Esther Haverkate: na hindernis 2 weer lachend naar huis

Esther Haverkate-Schipper was de gelukkige winnares van de Nieuws.Horse LIVE actie! Ze won voor Jumping Twente in Geesteren een compleet mediapakket inclusief een banner, redactionele aandacht en een dag uitzending van het concours op 11 juli. De moeder van springamazone Puck Haverkate heeft ambitieuze plannen met het gebruik van het terrein dat vroeger Erve Maathuis heette.

De hele familie Haverkate zet zich in om van Jumping Twente een succes te maken. Esther zelf, haar man Bob vooral als liefhebber van de sport, dochter Puck en zoon Maxim, hoewel die verder niks met paarden doet. “En ik mag Sini en Gerrit Hagenvoort van het secretariaat en de omroep niet vergeten, want zonder hun inzet zou het allemaal niet kunnen. Gelukkig zijn er ook veel vrijwilligers die ons helpen, zelfs mensen die hun vrije dagen zo plannen dat ze de hele dag bij onze wedstrijden actief kunnen zijn,” zegt Esther.

Uit Almelo komt ze, waar ze in de buurt bij de toenmalige manege Rootveld als klein meiske midden jaren ’70 begon te rijden: “Mijn moeder had ook al gereden, dus dat zat er wel een beetje in. Op m’n zevende kreeg ik mijn eerste eigen pony, en daarna was het eigenlijk het normale verhaaltje wat zoveel kinderen en hun ouders meemaken. Heel veel vallen en opstaan en uiteindelijk toch een goede match met een pony waardoor ik tot in het Z gesprongen heb. Geen grote resultaten hoor, alleen hobbymatig. Bij de vereniging Sint Hubertus in Harbrinkhoek, elk weekend op concours. Ik zit nog steeds in het bestuur daar, en ook in de organisatie van een tweedaags concours in het voorjaar in Almelo op het terrein van de Looleeruiters.”

Esther ging over naar de paarden, bleef hobbymatig rijden, deed intussen de meao en de hotelschool “en toen kwamen man en kinderen en heb ik het hele spul verkocht. Eigenlijk heb ik zelf daarna nooit meer echt gereden, ja, heel af en toe een 40+-wedstrijd later, dat wel,” blikt ze nu terug. Dochter Puck ging al snel naar de manege, waarbij de handigheid van rijden niet lang daarna opviel: “Ja, al vrij snel kwam er een mevrouw van wie de dochter met rijden gestopt was: of Puck haar pony niet kon rijden. Dus ik met Puck en de pony op concours, in eerste instantie alleen dressuur want ze was in het begin niet zo’n held. De pony was een beetje lastig, behoorlijk zelfs: na hindernis 2 snel naar de uitgang, zo’n soort pony. Maar ja, Puck was toen helemaal gek van die pony, en maar doorgaan, ze zou het wel voor elkaar krijgen. En ik ging trouw mee, heb het haar zelf laten uitzoeken. Na hindernis 2 weer naar de uitgang, en dan gingen we lachend weer naar huis, ja, ook Puck. In Ermelo kwam ze later huilend de ring uit omdat ze voor het eerst een keer foutloos was. En zo hebben we voor Puck nooit een eigen pony gekocht. En de trailer? Ook niet, dat zat bij de pony.”

Bob en Esther Haverkate

Puck ging op haar 16e naar de paarden en trainde paarden voor Rob Schipper, van wie ze ook les kreeg. Later reed ze nog een jaar paarden voor Stal Maathuis: “Ze heeft zelfs nog even les gehad van Jan Maathuis. En begin vorig jaar is ze voor zichzelf begonnen als zzp-er, rijdt ze vooral voor VDP Horses van Arend-Jan van der Pol in Bathmen. Onze rol is natuurlijk flink veranderd. Tegenwoordig mogen we komen kijken maar ook niet meer dan dat. Aan de kant geschoven? Nee, zo voelt dat niet. Ik ben zelf uiteindelijk in de mode terecht gekomen, onder andere als bedrijfsleider bij een grote modezaak in Almelo. En nu doe ik The Cube Shop, een shop bij een pompstation, steeds meer op catering, eten en drinken gericht. Genoeg te doen dus. Ik ben meer bestuurswerk gaan doen en we zijn ook hartstikke trots dat ze dat op eigen kracht allemaal doet. Heel af en toe help ik haar wel eens als groom als dat zo uitkomt.”

Na het faillissement van Stal Maathuis in 2015 ontstond op het terrein van Erve Maathuis op initiatief van een aantal grote ondernemers het driedaagse Jumping Twente: “Een top opgezet concours, een nationaal driedaagse, met de allure van een internationaal concours. Na twee of drie keer is dat verwaterd op de een of andere manier. We hebben er hier met veel mensen vaak over gesproken. Zo’n mooi terrein dat zo weinig gebruikt wordt dat het gras door de all weather bodem heen groeide. Een paar weken in april heb je hier de wedstrijden van het Twentse Ros Albergen, de club van Jos Brinkman, dan heb je Hippisch Geesteren van de verenging Sint-Joris, en CSI Twente.”

Drie generaties: Esther, moeder Rita en dochter Puck

“We zagen natuurlijk ook dat Puck steeds vaker door de week op wedstrijd ging. En toen we de vraag kregen om het terrein te gaan gebruiken en er wat van te maken, zijn we begonnen met twee springwedstrijden en een dressuurconcours. We? Dat is ons gezin en Sini en Gerrit Hagenvoort. Vooral Sini had al snel in de gaten dat ik bij het secretariaat hulp zou kunnen gebruiken, want dat moet goed in orde zijn en haar ervaring komt daar heel goed bij van pas. En toen kwam de eerste keer, hartstikke spannend. We zijn aan het eind van het indoorseizoen gaan zitten met een oefenwedstrijd. Nou, die zat meteen hartstikke vol, met heel veel complimenten.  Alleen van de Z-ruiters hoorden we dat ze graag het hele terrein wilden benutten en dat niet de baan opgedeeld was. Dat hebben we de tweede wedstrijd meten veranderd en nu op 16 mei hadden we meer dan 300 starts, van 8 uur tot 9 uur ’s avonds.”

Puck Haverkate met John Doe VDP

Jumping Twente is een stichting: “Met een klein aantal enorm betrokken mensen, verder niet gebonden aan een vereniging. Gelukkig kunnen we gebruik maken van alles wat er nodig is voor een wedstrijd, zoals, laptops, tijdwaarneming, omroepinstallatie, secretariaatswagen, noem maar op. Daarom kunnen we nu met sponsoring op bescheiden schaal vooruit, gelukkig doet het bedrijfsleven hier in de buurt heel goed mee. Weet je, het zijn niet de dikste bedragen maar we kunnen beter tien kleinere hebben dan één grote. En we kunnen onze vrijwilligers aan het eind van de dag iets toestoppen, ook belangrijk. Het volgende outdoorseizoen willen we elke maand een springwedstrijd houden tot en met ZZ en elke twee maanden een dressuurwedstrijd tot en met ZZ-licht. Doordeweekse wedstrijden blijven dat. En we willen proberen om de driedaagse weer in ere te herstellen, voor pony’s en paarden.”

Eerst gaan we naar donderdag 11 juli. De parcoursbouw is in handen van Tim Frielink: “Dat willen we zoveel mogelijk afwisselen om elke wedstrijd weer anders te laten zijn. Hoe laat we beginnen op 11 juli weten we nog niet, we denken nu 09.00 uur, maar dat is afhankelijk van het aantal inschrijvingen. Die verlopen via MijnKNHS. En het helpt onze plannen als we via Nieuws.horse live uit kunnen zenden. We kunnen onze sponsors wat extra aandacht geven. En TV erbij, dat geeft toch de wedstrijd iets bijzonders.”

Facebook Jumping Twente

 

Alwin Duiven: de kinderen van tegenwoordig hebben veel meer kennis

Alwin Duiven: de kinderen van tegenwoordig hebben veel meer kennis

Alwin Duiven is een van de meest gerespecteerde coaches van jonge talenten in het springen. Tegenwoordig woont hij weer in het Drentse Vledder maar zijn ervaring in rijden en begeleiden raakt landen als Zwitserland, Mexico, de Dominicaanse Republiek, China, Turkije en Israël. “De kinderen van tegenwoordig hebben veel meer kennis dan ik vroeger had op die leeftijd,” blikt hij terug.

Alwin Duiven is wars van grootspraak of op de voorgrond treden. “Twee voeten op de grond, dat blijft belangrijk, en nuchter over de dingen nadenken. En meestal op de achtergrond, daar voel ik me het fijnste” zegt de 48-jarige trainer, die in Deurne zijn opleiding kreeg. Hij kwam er als 16-jarige, na de landbouwschool. Opgegroeid in Vledder waar hij elk vrij uurtje met zijn broer te vinden was op de boerderij van Opa: “We waren jongens van buiten, van koeien, van paarden, van pony’s, dat hadden we thuis niet. Mijn vader was elektricien, hij kwam van die boerderij maar wilde toentertijd geen boer worden. Wij waren altijd met pony’s bezig, op onze manier. Wat rijden, springen, met dat wat we daar hadden, dat betekende ook zelf veel verzinnen om te gebruiken. Bij de ponyclub in Frederiksoord, dat wel, maar pas op m’n 12e. Met ons pony’tje moesten we eerst een winstpuntje halen in de b-dressuur. Dat betekende voor ons zo snel mogelijk met het hoofdje naar beneden, op wat voor manier dan ook, we dachten dat het daar om ging. Springen deden we thuis al wel, wie het hoogste kon. Met ons d-pony’tje. Die liet alles toe, dat moest ook wel trouwens.”

Alwin vertrok naar Deurne, de boerderij van Opa was niet meer modern genoeg voor een toekomst: “Daar ging wel een wereld voor me open. Voor een kereltje uit Vledder. Ik denk niet dat ze het gezegd hebben, wel gedacht denk ik. Daar ging je wel iets anders met paarden om. Stipter ook dan wij gewend waren, met meer regels. En op een andere manier les krijgen, dat ook vooral.” Het eerste stagebedrijf werd De IJzeren Man: “Waar Rob Ehrens toen zat, met Toon Holtus, Diederik Wigmans en Jan Bouwman. Dat was ook ff nieuw toen ik daar kwam. Ik kende het wel van TV: Amsterdam, de NCRV-springtrofee, Aken, dat keken wij altijd, dat vonden wij machtig. En dan kom je daar. Rob bleek een heel normale vent te zijn, prachtig. En het waren toppaarden, dat kenden wij toen niet. Oscar Drum, Sunrise, Surprise, de grote namen! Ik mocht er af en toe op zitten als Rob erbij was, om ze wat beweging te geven. Die paarden waren anders gereden, dat was een ander iets, dat had ik nog nooit gevoeld, dat was fantastisch. Henk Nooren was toen bondscoach, in Weert kwamen elke maand de ruiters daar bij elkaar. Dan mochten wij daarbij zijn, Henk helpen met hindernissen verzetten, harken, kuiltjes wegwerken. Als jongen is dat natuurlijk je droom! Joh, ik kwam in een heel andere wereld terecht.”

Stageperiodes volgden bij Dick Groenewoud in Rheden en Stoeterij Zangersheide: “Bij allebei heb ik veel geleerd. Bij Dick mocht ik best wel veel rijden toen, dat weet ik nog wel, een leuke man. Bij Zangersheide werkte ik voor Willy van der Ham, ook een plezierige man. Melchior was er nooit. Ik heb er veel geleerd van de fokkerij, over hengsten en het werken met hengsten. En ik kreeg wel in de gaten dat, alles bij elkaar opgeteld, het nog niet zo gemakkelijk is, die topsport. Als je wat ouder wordt, dan merk je dat waar je vroeger van droomde, nog niet zo gemakkelijk is. Als jong mannetje wil je topsport bedrijven. Later merk je dat het niet alleen met paardrijden te maken heeft, je hebt heel veel dingen nodig om dat te kunnen doen. En je moet het zelf doen, het komt je niet vanzelf aanwaaien. Dat geeft ook niet. Onze topruiters? Dat is allemaal niet voor niks gekomen. Ook als je bijzonder getalenteerd bent, moet je er veel voor doen. Je moet wel de drive hebben om elke keer de tegenslag te verwerken.”

Na Deurne ging Alwin aan de slag bij Manege ’t Zandeind in Tilburg: “Ik deed de manege en het handelsstalletje, voor eigenaar Frans Wilborts. Daar ben ik ook voor het eerst echt concours gaan rijden. Er stonden paarden die al L en M gelopen hadden, daar ben ik mee doorgegaan, het werden Z- en ZZ-paarden. Bert Romp gaf me toen les, die zat daar tegenover bij Van Esch. Het was de tijd dat ik ook mensen als Martien Burgers leerde kennen daar vlak in de buurt, die deed al zaken met Wilborts. En toen pas ben ik begonnen met wedstrijdrijden. In de Deurne-tijd ging dat bijna niet, ik had wel een paar jonge paarden maar die verkocht ik dan weer, ook een paar die mijn opa als veulen gekocht had. Het kwam er nooit van dat die op concours liepen. Ze werden toen ook sneller verkocht in de handel, denk ik. Tussendoor was ik vaak samen met mijn opa onderweg, dat was een paardenman, zat in het bestuur van de fokvereniging De Westhoek. Mijn ouders hebben me altijd gesteund, met paarden transporteren, wegbrengen naar de stagebedrijven.”

Alwin Duiven als trainer/coach in Wierden, op de achtergrond Hilde Veenstra

Daarna begon de zoektocht voor Alwin Duiven. Om te beginnen bij Jan Verellen: “Hij stopte bij Tops en begon thuis in België een stalletje, daar ben ik na vier jaar ‘t Zandeind gaan werken. Een tijdje later belde Paul Hendrix: Willi Melliger in Zwitserland had een ruiter nodig, of dat niet iets voor mij was. Ik ben er naartoe gereden met mijn autootje, ik dacht nog: wat moeten ze nou met mij? Maar ik had ook iets van: och, ik zie het wel. Ik ben er ruim anderhalf jaar geweest, heb er een heel mooie tijd gehad met heel veel rijden, tot 1m45 op concours. Melliger was niet iemand van heel veel woorden maar het was een bijzonder aardige man, met een heel goed hart. Streng maar rechtvaardig, zeg maar. Het was de tijd van Calvaro, een van die grootheden in de sport. En toen belde Boerstra.”

Alwin vertrok naar Gorredijk, waar Boerstra een stuk of zes paarden had om te rijden: “Heidi was wel een heel goed paard, een jonge Aram, ik werd er tweede mee op de indoorkampioenschappen, ik heb er een keer een Masters mee gewonnen en er landelijk vaak mee vooraan gereden. Twee jaar duurde het, toen stopte het bedrijf vanwege privéomstandigheden. Ik heb een stalletje gehuurd bij Klok in Diever, die was toen net gestopt met de hengstenhouderij. En daarna ben ik een beetje aan het reizen gegaan.”

Via een commissionair van Van de Lageweg kwam Alwin terecht op een stal in Mexico: “Ze zochten een ruiter voor een klant, in 1999 was dat. Daar stond Jimtown, die heb ik daar gereden. Het heeft twee jaar geduurd en daarna ben ik in Zuid-Amerika gebleven. Een klein jaartje een meisje getraind op de Dominicaanse Republiek, die mensen wilden er graag een trainer bij hebben, voor de paarden en voor het begeleiden van hun dochter.  Toen is eigenlijk het coaching-gebeuren begonnen. Ik heb altijd wel lesgegeven naast het springen, aan clubs en aan individuele mensen, maar daar begon echt de coaching. Natuurlijk was de sport daar minder ontwikkeld, met faciliteiten, bodems, hindernismateriaal en zo, maar ik redde me daar wel mee. Concoursen? Zeker! Een select aantal mensen die daar wedstrijden reden, haalden paarden uit Duitsland, Nederland, België. Het einddoel voor de begeleiding van dat meisje waren de Central American en Caribbean Games. Daarna hebben we er nog drie maanden Ocala in Florida aangeplakt en toen ben ik teruggekomen naar Nederland.”

Met Jimtown reed Alwin in Mexico

Het volgende adres was de stal van Kooistra in Houtigehage, van de Indoctro-hengst No Limit: “Daar ben ik weer meer gaan rijden. Dat trainen was ook wel heel erg leuk maar achteraf denk ik dat ik toen niet genoeg ervaring had om mensen in Europa goed te kunnen begeleiden, dat was toch anders dan in de Dominicaanse Republiek. Door de jaren heen krijg je meer ervaring in het trainen, het coachen en ga je misschien ook mensen wat beter begrijpen, zo is dat uitgegroeid. Meer lesgeven, dat vond ik mooi. Daarom was het ook niet gek dat ik via de mensen die ik nog kende toen teruggegaan ben naar Mexico, als trainer en coach op een leuke club in Monterrey, met goede paarden. Met Ernesto Canseco Olvera spreek ik nog wel eens Spaans, ik had hem bij Van de Lageweg in de les toen hij 15 was. Dat heb ik ook nog gedaan.”

Na Monterrey volgde een periode in China: “En in de tussentijd heb ik ook nog Turkije gedaan. Lessen, trainen, en alles wat met paarden van doen had. Daarna Israël via Tal Milstein, ook voor een club. Een jaartje ben ik er geweest, een prachtig mooi land, lieve mensen, maar ik verloor er de uitdaging in het niveau. Mooi wonen hoor! En lekker leven, dat wel.”

In Israël met Danielle Goldstein

Terug in Nederland kreeg Alwin een telefoontje van Rob Besselink: “Hij was instructeur/trainer bij CSE Zwolle van Landstede, kreeg het te druk. Zo ben ik daar begonnen en dat doe ik nog steeds, met veel plezier. Ik geef af en toe een theorieles maar het belangrijkste deel is trainen, begeleiden, uitleggen hoe het allemaal in z’n werk gaat, een paar ochtenden in de week. En daarnaast ga ik mijn eigen weg, vooral in het trainen van mensen en het lesgeven. Hilde en Gerrit Veenstra doen het heel erg goed, maar eigenlijk moet ik geen namen noemen want heel veel anderen doen het ook heel goed.”

Met Hilde en Gerrit Veenstra in Mierlo

“Die coaching, daar komt steeds meer behoefte aan en dat is voor de kinderen wel heel fijn. Wij hadden dat allemaal niet, eigenlijk moesten wij zelf alles maar uitvinden, op onze manier. De kinderen van tegenwoordig hebben veel meer kennis dan ik vroeger had op die leeftijd. Van het rijden, van paarden en hoe je ermee omgaat, het hele gebeuren is zoveel veranderd. Tegenwoordig hebben paarden een heel ander economisch doel dan vroeger. Het is een commercieel gebeuren geworden, dat is goed voor iedereen. Het is hartstikke mooi dat de sport die wij beoefenen zo is meegegaan  in de tijd. Met steeds weer nieuwe dingen, om alles nog fijner af te stellen. Ik hoop mezelf daarin ook steeds beter te maken. Met je ervaring leer je ook beter mensen in te schatten. Wat ik over tien jaar doe? Dat is bij mij niet te voorspellen. Ik denk dat de reis nog niet ten einde is, al zit ik nu wel in fijner en rustiger vaarwater. En dat allemaal op basis van een Deurne-diploma en boerenverstand…..”

 

Wilma Wernsen: de mensen vinden zo gemakkelijk iets….

Wilma Wernsen: de mensen vinden zo gemakkelijk iets….

Het schuchtere, stille en ietwat kortaffe meisje van voorheen is veranderd. Wilma Wernsen praat honderduit met een indrukwekkende gedrevenheid en autoriteit. Over haar paarden, over haar mening over de fokkerij, over het opvoeden van een paard. En over haar eigen leven, waarin het overlijden van haar vader een enorme klap was.

Drukdruk is ze, met lesgeven, zelf lessen, fokken, opvoeden, trainen, wedstrijden rijden en verkopen: “Ik heb best veel paarden verkocht de laatste tijd, in twee weken zijn zes paarden weggegaan. Dan denk je dat je even tijd hebt maar het is toch weer hartstikke druk. Dan is er weer wat met een klant, ik moet weer een nieuw paard zoeken voor iemand, dat kost gewoon veel tijd, dat lukt niet zomaar,” vertelt ze vanuit Putten waar ze sinds 2017 zit.

Wilma Wernsen groeide op in Achterveld bij Amersfoort. Op een boerderij met melkkoeien en mestvarkens, in een gezin met vier broers en een zus, met een vader die fokte en handelde, vooral in de tuigpaardrichting: “Hij had regelmatig ook wel een kampioen voor de keuring. In de tuigpaardwereld is Valita bekend, waar de hengst Jongbloed uit kwam, die verkocht hij naar Jan Schep, of Jalonka naar Hermannus Boelens, Kidolein werd verkocht, waar veel concourspaarden uitkomen en Celebration, de ereklasse tuiger. Ik was in de familie degene die altijd meehielp met de tuigpaarden, met het mak maken voor de kar. Maar ook met de pony’s, die kwamen natuurlijk van de markt. Zadelmak maken, rijden en verkopen. Ik was er altijd om mijn vader te helpen, paarden keuringsklaar maken, rijden. Met een Gelderse ruin zat ik toch snel in het Z, ik heb best veel paarden gehad in die periode. Ook wel missers natuurlijk, van die lastpakken, pffff.”

Wilma was vooraan 20 toen Oklarette in beeld kwam in de rij van handelspaarden, de Ferro x Candyboy x Roemer, gefokt door oud-KWPN-bestuurslid Jan Redelijkheid uit Papendrecht. De merrie zou later haar Grand Prix-paard worden: “Die kochten we eigenlijk als een grapje, mijn vader dacht dat ze niet te groot zou worden. Kom op, we beginnen eraan, heb ik gezegd, dan kon het altijd nog een e-pony worden. Maar op de keuring was ze toch 1m66. We hebben best wat moeite gehad om haar zadelmak te maken, thuis op zo’n kleine binnenplaats, maar daarna heeft ze nooit een stap verkeerd gezet. Mijn vader was een echte handelsman, hij kon de merrie best goed verkopen maar ik had er een klik mee. En tot mijn verbazing verkocht hij d’r niet.”

In de tussentijd werkte Wilma op een assurantiekantoor en al snel op het KWPN-kantoor in Den Dolder: “Een student was ik niet, als ik zie wat nu doe als coach niveau 5 bij NOC*NSF, dan had ik er toen ook wel meer van kunnen maken. De LEAO heb ik gedaan, en later in de avonduren steno en het MBO. Op het KWPN-kantoor zat ik op de financiële administratie en daarna ben ik toch vrij snel naar de Ahold in Ede gegaan.” In 2001 kwam de grote klap. “Een beroerte, binnen anderhalve dag was het bekeken. Dat heeft een impact gehad, mijn vader was mijn maatje. Maar dan moet je toch verder. Ik ben een werker, ik ga dat dan omzetten in werk. Ik heb een Métall uit een tuiger van mijn moeder overgenomen, en Oklarette natuurlijk, de boerderij werd verkocht. Die had ik graag willen hebben maar met mijn broers en zus werd dat moeilijk, heel jammer. Ik ben zelf wat op gaan zoeken en heb bij Nunspeet een huisje gekocht. Met vier boxen erbij, zo is het begonnen, ik was een jaar of 28. Met Oklarette kreeg ik een dip, ik kwam de man met de hamer tegen. Ik was niet zo’n prater of je moest me kennen. Dan ligt je vader daar. Je moet thuis aan het werk om het draaiende te houden. En dan gaat de boerderij weg. Het was een verwerkingsproces waar ik niet overheen kwam. Heel zwaar om het alleen te doen. Maar ik moest door.”

Wilma Wernsen wint Pompadour met Oklarette

“Mijn toenmalige man had niks met paarden, we hadden niet de gedeelde passie. Het was iets wat je samen met iemand had, en dan moet je dat alleen doen. Ik vond het heel zwaar, echt waar. En het deed me ook niks meer, of ik nou bovenaan of onderaan stond. Ik presteerde niet voor mijn vader maar de beleving had je wel samen. We hoefden ook niks tegen elkaar te zeggen, hij zat ook niet aan m’n kop te zeuren. Hij zei nooit zoveel, even dat knikje, dat was genoeg. Maar toen stond ik in de prijsuitreiking, ik was kampioen, ik keek om me heen: het doek viel. Degene die er moest zijn, was er niet. Ik heb toen met heel veel mensen het contact verbroken, ik kon het niet meer aan. Ja, ook de mensen die ik heel hoog heb. Ik associeerde ze teveel met de enorm gezellige tijd met mijn vader. Dat maakt het voor mij enorm moeilijk. Mensen zeggen zo gemakkelijk: daar moet je mee leren leven, je moet het een plek geven. Maar ik kan niet zomaar ergens overheen stappen.”

“Op het KNHS-kampioenschap reed ik Z1, ik reed rond en dacht: Wil, rustig. Maar het paard werd zo gespannen, het ging gewoon niet meer. Je komt eruit, je voelt je enorm klote. Toen heb ik me gerealiseerd: ik moet ermee aan het werk. Ik ben haptotherapie gaan doen om te ontdekken wie ik nou echt ben en hoe ik in mekaar zit. Ik zei nooit zoveel, dan stapelt het op en komt het eruit. Ik durfde nog geen proef meer te rijden. Toen ben ik naar Coby van Baalen gegaan: ik wilde de ring weer in, moest van die angst af. Daar heb ik met Oklarette weer proeven leren rijden. Maar de piaffe en passage aanleren was moeilijk, Oklarette was heel gespannen, die accepteerde de methode niet. Ik ben in gesprek gekomen met Alex van Silfhout, die heeft me een tijdje geholpen, vooral geleerd welk gevoel ik moest krijgen. En ik heb daar een tijd op Nimbly gereden. In de tussentijd steeds meer handel erbij gedaan, en zo heb ik het langzaamaan weer opgebouwd. Maar je, het blijft terugkomen. De eerste keer dat ik internationaal reed, was mijn vader weg, je beleeft iets nieuws, dat gemis was zo groot, wat zouden we een belevenis gehad hebben!”

Met Apretado

In 2005 verhuisde Wilma naar Nijkerk waar ze 7 stallen had, in 2008 stopte ze met werken buiten de paarden. Oklarette was inmiddels een internationaal paard. De Scandic-merrie Apretado werd geboren, Wilma reed er lichte tour mee, werd geselecteerd voor de WK-selecties, en de verkoop naar Denemarken volgde. Ze fokte met later enkele veulens van Oklarette en van de Métall-merrie uit de Waarborg x Eufraat van haar vader: “Uit een volle zus van de Waarborg-merrie komt het Grand Prix-paard van Jef Heistek. Mijn vader fokte paarden die goed in het tuig èn goed onder het zadel zijn. Uit de Métall-merrie hebben we nu bij het AES een zoon van Toto goedgekeurd. Apretado hebben we toen ze drie jaar was gelijk laten dekken met Ziësto, daar komt Estupendo uit, die is inmiddels ook Grand Prix. En ik ben gaan lessen bij Nicole Werner.”

“Sinds 2017 zit ik in Putten. In Nijkerk was het allemaal van mezelf, alleen, maar ik had besloten om te gaan scheiden. Ik wilde overal vanaf zijn, klaar. Om een huis en een stal te vinden heb ik wat balletjes opgegooid en Jorgen van der Holst, die bij mij de merries dekte, die wist wel wat. We hebben nu 18 boxen vol. Anouk Slabbers werkt bij me plus altijd een stagiaire van het Aeres college. We blijven ons op fokkerij richten, dat blijf ik prachtig vinden. Maar de hoofdmoot is paarden trainen van derden. En de handel natuurlijk. Paarden vinden is moeilijk maar paarden verkopen ook, de match moet er echt zijn, alles moet kloppen. Over het algemeen zijn paarden vaak minder goed gereden, en de klanten die komen kunnen vaak ook wat minder rijden. Als ze erop zitten en hun been verleggen, moet ie gewoon wisselen. Meestal ga ik naar de klant, ga ik de paarden rijden. Dan kan ik direct doorvertellen wat het paard kan, hoe het paard is, dat bespaart de verkopende partij een hoop werk maar ook degene die een paard zoekt. Op een gegeven moment weten ze dat in het veld. Nee, niet van een video, die tijd is wel voorbij. Oh ja, en ze moeten gezond zijn, ze worden binnenstebuiten gekeerd.”

Met de vijfjarige Estupendo in Barcelona

“Onze paarden worden steeds temperamentvoller en scherper gefokt, dat is niet voor iedereen weggelegd. We moeten betere karakters fokken en meer fundament, onze paarden worden te tenger. Een dressuurpaard moet toch een lijf hebben dat al dat werk aankan. Met goede voeten, sterk, en het liefst een beetje brutaal. Met schakelvermogen, als een harmonica in en uit elkaar. En de wil om te werken. Dan komt daar de training bij: veel dressuurpaarden hebben vaak eigenlijk best wel een saaie training. Ik rijd langs de weg, het bos in, een sprongetje maken, ik probeer de training af te wisselen, met kracht, met duur. In het bos heb je te maken met verschillende bodems, dat moeten ze ook leren. Tegenwoordig lopen ze allemaal op die mooie bodems, en als dat er even niet is, wordt het moeilijk….”

De training is belangrijk, maar ook de opvoeding: “De jonge paarden van mij lopen altijd bij elkaar, twee veulens samen. Dat koppeltje blijft lang een stel, ook als ze samen met een ander koppeltje lopen. Rustig aan naar de wei brengen is ook een stukje opleiding. Dingen moeten normaal worden, dan heeft het paard geen stress meer. Bij mij kan iedereen een veulen van stal halen, maar wel: zo zijn de regels, en zo gebeurt het. Links- en rechtsom lopen aan het halster, dat moeten ze leren. Als tweejarige haal ik ze uit elkaar, dat levert even wat stress op natuurlijk, maar dan krijgen ze al vrij snel een halster, met een hoofdstelletje eromheen. Veel lichamelijk contact, aaien, een beetje poetsen, links en rechts longeren, een keer een singel heel losjes om, dan ook een keer aan de dubbele lounge. Ze worden er schaapmak van, ze leren lopen in vertrouwen in mij. Maar niet drie jaar niet naar omkijken, uit de wei, snel even opscheren, met enorm veel stress, omdat het weinig tijd mag kosten. Dan raken bij het zadelmak maken de beesten helemaal over de zeik. Daar heb ik geen last van. Elk paard krijgt bij mij een eigen behandeling. Vertrouwen, daar gaat het om! Zeker met dat scherpe bloed. Een paard heeft een leider nodig.”

Met de AES goedgekeurde Toto x Métall-hengst

Wilma Wernsen is coach niveau 5, de hoogste graad bij NOC*NSF:“Ik heb zelf ook lange tijd de opleiding niveau 4 gegeven maar ik ben ermee gestopt. Ik ben te gedreven, ik ga ervoor. Je moet met je tijd mee, het is niet in een sjabloon te doen allemaal. Iemand die B-dressuur is samen met een Grand Prix-ruiter: dat ligt veel te ver uit elkaar. En het is niet meer zo dat iemand in de bak vanaf de kant bepaalt wat er moet gebeuren. We moeten vooral kijken naar hoe een persoon en een paard in elkaar zitten. De juiste snaren zoeken en niet alleen zitten te zeiken over wat iemand niet kan, dat gebeurt te veel in de paardensport. Het gaat om motiveren en stimuleren, in de samenwerking tussen paard, ruiter en coach. En we willen winnen! Dan denk ik: wees eens bezig met het gevoel hoe een paard in elkaar zit. In het algemeen vinden de mensen zo gemakkelijk iets, van een paard, een persoon. Ik ben daar heel anders over na gaan denken. Wim Ernes was daarom zo geweldig: hij was net zoveel als jij, wie je ook was. Van de dressuurmensen maakte hij toch een soort van team.”

Bekijk hier de website

Akash Sukhraj: Met zadels was het altijd wel een beetje gezeur

Akash Sukhraj: Met zadels was het altijd wel een beetje gezeur

Eerlijkheid is belangrijker dan iemand een goed gevoel geven voor Akash Sukhraj. Sinds ruim anderhalf jaar is hij zelfstandig bezig in zijn passie. Je kunt zeggen dat dat zadels betreft en alles eromheen maar eigenlijk gaat het hem om goed paardrijden, waar hij ook een mening over heeft. Hij gaf er zijn goedbetaalde job en lease-auto voor op.

Akash, 35 nu, geboren en getogen in Goes, groeide op in een Surinaams hindoestaans gezin en kwam via een schoolvriendje op Hippisch Centrum Wolphaartsdijk terecht. Na de manegelessen volgde een verzorgpony waarmee hij Z-springen en Z-dressuur werd: “En toen kwam een eigen paard, ik was een jaar of 16 en al vrij lang. Door die ponytijd kenden mensen me al een beetje en toen ben ik paarden gaan trainen voor derden, vooral fokmerries die het sport-predicaat moesten behalen maar ook paarden voor de verkoop. Als laatste heb ik gereden voor Henk van de Zande in Tholen, van Paardenfokkerij Hoeve Weltevreden. Met twee paarden heb ik ook Lichte Tour gereden. En in de tussentijd studeerde ik Human Resources aan de Hogeschool Zeeland.”

In het derde jaar van de studie verhuisde Akash naar Rotterdam voor een stage bij Tence! Uitzendbureau: “En daar ben ik blijven plakken. Ik heb er vier jaar gewerkt en ik ben de detachering ingerold. Ik heb steeds eigen paarden gehad, en nog steeds. Vooral op hobbybasis, africhten en dan verkopen, zeg maar een soort bijverdienste. In al die tijd heb ik op alle zadels gereden, veel zadelmakers gesproken, maar altijd was er wel een beetje gezeur op de een of ander manier, het was vaak net niet naar mijn zin.”

“In 2015 dacht ik: die gasten hebben het ook ergens moeten leren. En toen ben ik naast mijn werk en de paarden elke twee maanden naar Engeland gegaan, met de auto, naar Cumbria School of Saddlery in Salisbury om te leren leer te bewerken, zadels op te vullen, hoofdstellen te maken, noem maar op. Het echte ambacht leer je toch in Engeland. En ik ben stage gaan lopen bij Hans de Haas van Kingsley zadels en in de leer bij Peter Menet van Amerigo zadels. In 2017 heb ik een kvk-nummer aangevraagd en ben ik hybride-ondernemer geworden, tot afgelopen maart, toen heb ik mijn baan bij Adecco opgezegd. Ik kreeg het zo druk, het was niet meer te combineren. Ik ben in 2017 begonnen met Kingsley zadels en hoofdstellen. Gaandeweg kreeg ik meer vraag naar andere merken omdat ik gemerkt heb dat men het fijner vindt de keuze te hebben uit een iets breder assortiment dan voor één merk. Ik ben inmiddels dealer van vijf verschillende merken in de verschillende prijsklassen: Wintec, Bates, Kingsley, Empire en Amerigo. Blijkbaar heb ik goed werk geleverd….”

“Je hebt ze ook wel in Duitsland zitten, de ambachtelijke zadelmeesters, waar ik volgend jaar verder in de leer ga waarschijnlijk. Ik wil bezig blijven, me nieuwe technologieën eigen maken om klanten goed te kunnen blijven adviseren. Maar belangrijk vond ik dat ik niet gezien wilde worden als een zadelverkoper. Wel als een zadelspecialist, om een totaal-concept te kunnen bieden. Ik heb zelf gereden, heb kennis van de biomechanica en het exterieur van het paard en ik heb zelf al meer dan 15 jaar paarden. Dan weet je dat je samen moet werken met andere specialisten zoals hoefsmeden, dierenartsen en fysiotherapeuten. Ik heb namelijk te maken met levende dieren waar ik me verantwoordelijk voor voel. Uiteindelijk is het doel om zo’n paard pijnvrij te laten lopen.”

De planning, afspraken, bevestigingen, contact met klanten: Akash doet het allemaal in zijn eentje. Hij heeft een groot netwerk maar ook een grote bek, zoals hij zelf zegt: “Ik weet het, ik ben tamelijk direct, je weet meteen wat ik vind. En ik schuw niet om te zeggen dat ik vind dat je het verkeerd doet, bijvoorbeeld het management van het paard. Eerlijkheid vind ik belangrijker dan iemand een goed gevoel geven, ik weet ook wel dat er veel mensen zijn die het anders doen. Vaak mag ik het werk dan opknappen, word ik gebeld als mensen met de handen in het haar zitten. Nee, publiekelijk te kakken zetten doe ik niet, ik bel altijd even naar mijn conculega’s, om te sparren en overleg te hebben. Maar ik moet zeggen: klanten zijn zelf ook niet altijd heel eerlijk in wat ze vertellen, daar ben ik wel tegenaan gelopen.”

“Ach, in de paardenwereld heeft iedereen een eigen mening. Ik meen te kunnen weten wat goed management voor je paard inhoudt, en dat een goed team van specialisten daarbij van cruciaal belang is. Zeker anno 2019: de fokkerij wordt er volgens mij niet beter op. En de

sport verloedert ook wel een beetje. Pappen en nat houden, lijkt het, een beetje een poppenkast, elkaar naar de mond praten. Ik zeg meteen waar het op staat, in de sport, en ook in dit vakgebied. Ik zie dat kritiek zich tegenwoordig snel uit in kwetsende opmerkingen op social media, niet gefundeerd, niet opbouwend bedoeld. Dat is jammer, want het paard wordt er altijd de dupe van. Het paard dat voor veel mensen steeds meer een soort statussymbool wordt in plaats van een partner waar je mee samenwerkt.”

Om een klein voorbeeldje te noemen: “Heel veel rugproblemen zijn het gevolg van overgewicht bij ruiters in combinatie met een te klein zadel. Als een ruiter echt te zwaar is, dan schroom ik er niet voor om een 1-op1-gesprek aan te gaan. Ik vind het belangrijk om dat soort zaken goed over te brengen, om mensen in beweging te krijgen. Een beetje een lange termijnmissie ja. Maar ik zie te veel mensen die geen logica in het rijden hebben, weinig systeem in het rijden. Dan wordt de zadelmaker gebeld voor de grootste steun, de grootste kniewrongen en de diepste zit. Maar dat helpt je uiteindelijk niet, sterker nog, je wordt in een houding gedwongen die op langere termijn fysieke klachten kan opleveren omdat je niet natuurlijk in de beweging mee kan zitten. Dan komen de fysiotherapeuten en osteopaten om ze los te maken, de dierenarts af en toe om een spuitje hier en daar te geven, en dan gaan ze weer door.”

Akash Sukhraj levert advies en zadels: “De hoofdmoot bestaat nu toch uit het aanmeten van maatzadels, dat is een groeiende vraag. Men is toch bereid om te betalen voor kwaliteit. Daarbij gebruik ik de Equiscan, een soort van blauwe spin die de rug op 98 hoeken meet, zodat je een blauwdruk krijgt van de bespiering. Het nauwkeurig opmeten van de paardenrug is zonder enige twijfel de basis voor een goed passend zadel. De takken van de zadelboom moeten weer corresponderen met de schouders, de side rails moeten de rug-contouren volgen. Het geraamte, waar het zadel omheen gebouwd wordt, is bepalend voor de pasvorm van het zadel. Op basis van die metingen kan ik de kamerwijdte, maat en vorm van de zadelboom bepalen en bij voorbeeld het zadel goed opvullen. Dit doe ik, afhankelijk van het merk, door middel van kale zadelbomen óf de Equiscan. Dat is in mijn aanpak wel een unique selling point, net zoals dat ik de taal spreek van de meeste paardeneigenaren.”

Daarbij is luisteren, samenvatten en adviseren belangrijk: “Soms zitten mensen vast, hebben ze al van alles geprobeerd. Dan neem ik ze mee terug. Hoe is jouw liefde voor het paard ontstaan? Hoe waren jouw eerste stappen? Toch niet omdat je een paard zag als een ding? Het was toch de kameraad waar je naar toe kon gaan als je gepest werd, omdat je voor iets wilde zorgen? Omdat je onbewust bezig was met het kweken van je eigen verantwoordelijkheidsgevoel, van je persoonlijkheid, van je empathisch vermogen? Maar veel mensen weten niet eens meer op welk paard ze hebben leren rijden. Het mooiste daarna is als ik ruiter en paard in balans door de baan zie gaan, als ze resultaten halen op een paardvriendelijke manier, dat bezorgt mij kippenvel, dat is de passie waar ik het voor doe.”

Die passie voor het vak brengt Akash tegenwoordig ook buiten de landsgrenzen: “Eigenlijk door heel Europa, vorige week was ik nog Tsjechië. Ook daar is behoefte aan een getraind oog. Met name professionele en semi-professionele ruiters zoeken zadels waar hun klanten makkelijk mee weg kunnen èn die hun paard goed tot hun recht laten komen. Ik kijk de huidige zadel na, maar sommigen hebben ook behoefte aan een nieuw merk. Wij Nederlanders staan erom bekend dat we tamelijk direct zijn. En zo kom ik ook in Duitsland, Frankrijk, België, Oostenrijk, Luxemburg en Limburg.”

Het gaat bij Akash niet vooral om dressuurzadels, maar ook om zadels voor alle andere takken van paardensport: “Ik houd het bewust zo breed mogelijk, wil toegankelijk zijn voor bijna iedereen. En dat kan ik ook. Mond-tot-mond reclame is daarbij voor mij mega-belangrijk. Het gaat bij Empire en Amerigo toch om compleet maatwerk, bij Bates en Wintec om semi-maatwerk en bij Kingsley om semi-maatwerk met ontelbaar veel kleuren en opties. Ik heb gemerkt dat mensen bereid zijn om te betalen voor advies en service, dat is erg belangrijk. En er komen weer nieuwe afspraken uit. Er is steeds meer vraag naar mensen met kennis, bijna ongeacht het vak dat je uitoefent. En zadelmaker is toch een wat uitstervend beroep. Ik ben dag en nacht bezig met m’n passie. Dat is het voor mij, passie, anders had ik mijn baan er niet voor opgegeven. In mijn functie als salesmanager bij Adecco had ik veel druk, vooral door de hoge budgetten/targets die boven je hoofd slingerden. Dat heb ik nu ook, maar ik doe het voor mezelf, niemand zegt wat ik moet doen. Ik weet dat ik er niet rijk van ga worden, maar door de enorme voldoening ervaar ik in elk geval geen stress!”

Voor informatie kunt u altijd contact opnemen met: info@akashsaddlery.nl

Britt Loeffen: de hakken in het zand brengt een oplossing niet dichterbij

Britt Loeffen: de hakken in het zand brengt een oplossing niet dichterbij

Mr. Britt Loeffen gaat haar kennis en ervaring delen met de lezers van Nieuws.horse! De sportieve dochter van Cor Loeffen deed na haar rechtenstudie zo’n zes jaar ervaring op met paardenzaken en gaat dat nu voortzetten vanuit de praktijk van ALEX advocaten in Wijchen. Uit die ervaring van zes jaren heeft ze interessante zaken te melden.

Tennis en voetbal, dat waren en zijn de sporten van Britt Loeffen. En dat best fanatiek: “Ik ben nu 31, maar leeftijd heeft daar niet zoveel mee te maken: hoe ouder ik word, hoe fanatieker geloof ik. Ik heb in Nijmegen rechten gestudeerd en ben in het strafrecht afgestudeerd. Ik heb altijd tijd voor een bijbaantje gehad, zoals bediening in de horeca en juridisch secretaresse op een advocatenkantoor. Daardoor had ik wat centjes erbij en heb ik veel kunnen reizen.”

Britt groeide op in een gezin waarin vader Cor en later ook opa van moeders kant fanatieke paardenmensen zijn: “Natuurlijk werd er wel een pony aangeschaft. Mijn broertje had een geit, die stond met de pony in de stal, en die waren zo aan elkaar verknocht dat als ik pony reed, de geit ernaast liep. Dat moet wel een komisch gezicht zijn geweest. Uiteindelijk was de voorliefde voor tennis groter en werd dát mijn sport. Volgens mij vond papa dat ook wel prima, hij heeft me nooit gepusht om te rijden. Het was al zoveel paard bij ons thuis, vooral mama vond het ook wel prima dat we niet gingen rijden. Mijn vader ging er wel vanuit dat je naar je beste kunnen alles deed. Hij gaf les in Deurne, was op werkdagen natuurlijk altijd weg, daarnaast was hij een periode ook veel weg voor keuringen, lezingen en zo. Af en toe ging ik mee, naar de hengstenkeuring, of naar CHIO Rotterdam of Jumping Amsterdam.”

Britt Loeffen op San Patrignano Dorina, opgeleid door vader Cor

Britt was nauwelijks afgestudeerd of ze kon al terecht in de praktijk van Luc Schelstraete: “Ik naar Tilburg afgereisd om kennis te maken en tot mijn verbazing kon ik meteen aan de slag. Hij gaf mij een bureau en een computer en zei: hier is een dossier, ik hoor graag wat je ervan vindt.” Zo kwam ik als vanzelf weer in de paarden en dat bleek toch een goede combi. In zekere zin ben ik opgegroeid in de paardenwereld, ken de terminologie, de denkwijzen, de mitsen en maren, de redenatie van de mensen in die wereld. Dat maakt het toch makkelijker om aansluiting te vinden, onderling begrip is belangrijk. Dat zit vaak in heel kleine dingen. In de dressuursport is ‘verzamelen’ een veelgebruikte term maar dat is voor niet-paardenmensen niet heel vanzelfsprekend, verre van zelfs. Of ‘opzadelen’, ook zo’n term. Ik kan de vertaalslag maken naar iets wat de rechter kan begrijpen. Daarnaast wordt in de paardenwereld veel gedaan op basis van vertrouwen en ontbreekt een contract. Natuurlijk is het beter om alles in een contract vast te leggen en dat weten mensen vaak ook heel goed, maar in de hippische wereld is men dat niet gewoon.”

“Ik leerde het vak bij Luc, eerst een jaar als juridisch medewerkster. Ik mocht snel best veel dossiers zelfstandig doen, wel onder supervisie van een advocaat uiteraard. Ik leerde snel hoe ik een dossier moest beoordelen, hoe dat aan te pakken, wat de logische stappen zijn. Nee, dat leer je niet op een universiteit. Toen werd het me ook duidelijk hoe bleu je bent als je zes jaar in de boeken hebt gezeten. Natuurlijk ging het met vallen en opstaan, maar het was aan mij om te zorgen dat ik boven kwam drijven. Nadat ik werd beëdigd als advocaat, ben ik zelf de rechtszaal in gestapt om cliënten bij te staan. Het gaat bij zaken rond paarden veel over koop en verkoop, lease, trainingsovereenkomsten, eigendom of aansprakelijkheid bij ongevallen. ”

In november 2018 heeft ze de overstap gemaakt naar ALEX advocaten. “Waarom? Bij ALEX advocaten had ik de mogelijkheid om binnen een breder veld van het ondernemings- en contractenrecht werkzaam te zijn. Plus dat in januari 2018 onze zoon Jurre werd geboren. Ik woonde in Tilburg en Den Bosch en nu kon ik terug naar mijn familie en vrienden in Wijchen, dat is heel belangrijk voor me. Ik ben bij ALEX advocaten aan de slag gegaan, een kantoor met zes advocaten. Het kantoor doet veel in het arbeidsrecht, huurrecht, omgevingsrecht, ondernemingsrecht en contractrecht. Ik ga daarnaast de hippische praktijk opzetten omdat ik daarin geschoold ben. En het lijkt me hartstikke leuk en nuttig om daarover te vertellen.”

“Het merendeel van de zaken die bij mij langs kwamen ging over karaktergebreken, stalgebreken, peesproblematieken en ook kissing spines. Als ik kijk naar de dossiers waarin bijvoorbeeld karaktergebreken speelden, dan viel mij op dat dit soort gebreken zich vooral voordeden in dossiers waarin particulieren, noem ze amateurs, stelden dat er sprake was van een karaktergebrek. Wat mensen dan vaak vergeten is dat paarden levende dieren zijn. Een paard wordt verplaatst uit de vertrouwde omgeving, naar andere mensen, andere gewoonten, noem maar op. Als je dat ineens gaat veranderen, en het paard reageert daarop, dan moet je dat niet meteen wegschrijven als een negatieve eigenschap van een paard. Misschien klinkt het wel wat zweverig…. maar veel mensen zouden beter voorgelicht kunnen worden, over wat het houden van een paard in alle opzichten betekent.”

“Als je op zoek gaat naar een paard of pony, zorg dan dat je weet hoe je de eigenschappen kunt beoordelen die je zoekt, dat je weet wat je belangrijk vindt aan een paard. Vraag het paard op proef, of ga een paar keer rijden, of neem hem eens even mee naar de nieuwe stal, zodat je bekijkt hoe hij zich daar gedraagt. En als het dan toch niet voldoet, blijf asjeblieft in gesprek! Hoe vaak ik niet zie dat een koper direct begint te roepen dat het paard terug moet omdat hij niet voldoet, alsof het een TV is die je terug over de toonbank schuift! Of dat juist een verkoper meteen zegt: bekijk het maar. De hakken gaan in het zand en dat brengt een oplossing niet dichterbij.”

“En waar ik me over verbaasd heb: best veel mensen die willen rijden op hoger niveau denken dat te kunnen bereiken door enkel het kopen van een paard van hoog niveau. Alsof je in een Formule 1-auto gaat zitten en dan meteen mee kunt doen in de Formule 1. Daar gaat het vaak fout, verwachtingen komen niet uit, mensen raken gefrustreerd. Soms gaan ze dan van alles uitproberen met zo’n paard of wordt het paard binnenstebuiten gekeerd door een dierenarts. Negen van de tien keren wordt er wel iets geconstateerd en dan wordt geroepen dat hetgeen de dierenarts heeft geconstateerd de oorzaak is van het niet naar verwachting functioneren van het paard. Er zijn maar weinig mensen die het bij zichzelf of in omgevingsfactoren zoeken. Dit alles natuurlijk los van de categorie waar er werkelijk iets aan de hand is. En ja, nog te vaak zijn er verkopers die paarden slijten aan mensen op een manier die de paardenwereld geen goed doet. ”

“Het is mijn vak om het verhaal van de client om te zetten naar een verhaal wat de rechter begrijpt en de rechter te overtuigen van het gelijk van mijn client. Ik begrijp heel goed dat mensen geen paard met een stalgebrek willen. In de paardenwereld wordt maar voetstoots aangenomen dat bijvoorbeeld luchtzuigen een gebrek is op grond waarvan het paard teruggegeven kan worden, maar je kunt je afvragen of dat vanuit juridisch oogpunt wel juist is. In de rechtszaal zal de rechter de koper vragen met welk doel hij het paard heeft gekocht. Als het antwoord op deze vraag luidt “een parcours te kunnen springen”, dan zal de koper vervolgens moeten aantonen dat het luchtzuigen in de weg staat aan het springen van een parcours. Volgens mij is tot op heden vanuit de veterinaire wetenschap nog niet onomstotelijk bewezen dat een luchtzuiger geen springparcours kan lopen. Uiteraard houd ik mij aanbevolen voor onderzoeken waaruit dit verband wel is gebleken. Neemt niet weg dat een luchtzuiger wel minder waard is, dus dat vermindering van de koopprijs een reële optie is.”

“In mijn werk is verwachtingsmanagement eigenlijk de basis. Ik geef cliënten een inschatting van hun juridische positie en de mogelijkheden en kansen. Soms betekent dit dat ik een client moet vertellen dat zijn positie niet zo gunstig is en hij beter niet kan gaan procederen. Ik probeer daarin dicht bij mezelf te blijven.”

Klik hier voor meer informatie over Britt Loeffen en ALEX Advocaten