Het schuchtere, stille en ietwat kortaffe meisje van voorheen is veranderd. Wilma Wernsen praat honderduit met een indrukwekkende gedrevenheid en autoriteit. Over haar paarden, over haar mening over de fokkerij, over het opvoeden van een paard. En over haar eigen leven, waarin het overlijden van haar vader een enorme klap was.

Drukdruk is ze, met lesgeven, zelf lessen, fokken, opvoeden, trainen, wedstrijden rijden en verkopen: “Ik heb best veel paarden verkocht de laatste tijd, in twee weken zijn zes paarden weggegaan. Dan denk je dat je even tijd hebt maar het is toch weer hartstikke druk. Dan is er weer wat met een klant, ik moet weer een nieuw paard zoeken voor iemand, dat kost gewoon veel tijd, dat lukt niet zomaar,” vertelt ze vanuit Putten waar ze sinds 2017 zit.

Wilma Wernsen groeide op in Achterveld bij Amersfoort. Op een boerderij met melkkoeien en mestvarkens, in een gezin met vier broers en een zus, met een vader die fokte en handelde, vooral in de tuigpaardrichting: “Hij had regelmatig ook wel een kampioen voor de keuring. In de tuigpaardwereld is Valita bekend, waar de hengst Jongbloed uit kwam, die verkocht hij naar Jan Schep, of Jalonka naar Hermannus Boelens, Kidolein werd verkocht, waar veel concourspaarden uitkomen en Celebration, de ereklasse tuiger. Ik was in de familie degene die altijd meehielp met de tuigpaarden, met het mak maken voor de kar. Maar ook met de pony’s, die kwamen natuurlijk van de markt. Zadelmak maken, rijden en verkopen. Ik was er altijd om mijn vader te helpen, paarden keuringsklaar maken, rijden. Met een Gelderse ruin zat ik toch snel in het Z, ik heb best veel paarden gehad in die periode. Ook wel missers natuurlijk, van die lastpakken, pffff.”

Wilma was vooraan 20 toen Oklarette in beeld kwam in de rij van handelspaarden, de Ferro x Candyboy x Roemer, gefokt door oud-KWPN-bestuurslid Jan Redelijkheid uit Papendrecht. De merrie zou later haar Grand Prix-paard worden: “Die kochten we eigenlijk als een grapje, mijn vader dacht dat ze niet te groot zou worden. Kom op, we beginnen eraan, heb ik gezegd, dan kon het altijd nog een e-pony worden. Maar op de keuring was ze toch 1m66. We hebben best wat moeite gehad om haar zadelmak te maken, thuis op zo’n kleine binnenplaats, maar daarna heeft ze nooit een stap verkeerd gezet. Mijn vader was een echte handelsman, hij kon de merrie best goed verkopen maar ik had er een klik mee. En tot mijn verbazing verkocht hij d’r niet.”

In de tussentijd werkte Wilma op een assurantiekantoor en al snel op het KWPN-kantoor in Den Dolder: “Een student was ik niet, als ik zie wat nu doe als coach niveau 5 bij NOC*NSF, dan had ik er toen ook wel meer van kunnen maken. De LEAO heb ik gedaan, en later in de avonduren steno en het MBO. Op het KWPN-kantoor zat ik op de financiële administratie en daarna ben ik toch vrij snel naar de Ahold in Ede gegaan.” In 2001 kwam de grote klap. “Een beroerte, binnen anderhalve dag was het bekeken. Dat heeft een impact gehad, mijn vader was mijn maatje. Maar dan moet je toch verder. Ik ben een werker, ik ga dat dan omzetten in werk. Ik heb een Métall uit een tuiger van mijn moeder overgenomen, en Oklarette natuurlijk, de boerderij werd verkocht. Die had ik graag willen hebben maar met mijn broers en zus werd dat moeilijk, heel jammer. Ik ben zelf wat op gaan zoeken en heb bij Nunspeet een huisje gekocht. Met vier boxen erbij, zo is het begonnen, ik was een jaar of 28. Met Oklarette kreeg ik een dip, ik kwam de man met de hamer tegen. Ik was niet zo’n prater of je moest me kennen. Dan ligt je vader daar. Je moet thuis aan het werk om het draaiende te houden. En dan gaat de boerderij weg. Het was een verwerkingsproces waar ik niet overheen kwam. Heel zwaar om het alleen te doen. Maar ik moest door.”

Wilma Wernsen wint Pompadour met Oklarette

“Mijn toenmalige man had niks met paarden, we hadden niet de gedeelde passie. Het was iets wat je samen met iemand had, en dan moet je dat alleen doen. Ik vond het heel zwaar, echt waar. En het deed me ook niks meer, of ik nou bovenaan of onderaan stond. Ik presteerde niet voor mijn vader maar de beleving had je wel samen. We hoefden ook niks tegen elkaar te zeggen, hij zat ook niet aan m’n kop te zeuren. Hij zei nooit zoveel, even dat knikje, dat was genoeg. Maar toen stond ik in de prijsuitreiking, ik was kampioen, ik keek om me heen: het doek viel. Degene die er moest zijn, was er niet. Ik heb toen met heel veel mensen het contact verbroken, ik kon het niet meer aan. Ja, ook de mensen die ik heel hoog heb. Ik associeerde ze teveel met de enorm gezellige tijd met mijn vader. Dat maakt het voor mij enorm moeilijk. Mensen zeggen zo gemakkelijk: daar moet je mee leren leven, je moet het een plek geven. Maar ik kan niet zomaar ergens overheen stappen.”

“Op het KNHS-kampioenschap reed ik Z1, ik reed rond en dacht: Wil, rustig. Maar het paard werd zo gespannen, het ging gewoon niet meer. Je komt eruit, je voelt je enorm klote. Toen heb ik me gerealiseerd: ik moet ermee aan het werk. Ik ben haptotherapie gaan doen om te ontdekken wie ik nou echt ben en hoe ik in mekaar zit. Ik zei nooit zoveel, dan stapelt het op en komt het eruit. Ik durfde nog geen proef meer te rijden. Toen ben ik naar Coby van Baalen gegaan: ik wilde de ring weer in, moest van die angst af. Daar heb ik met Oklarette weer proeven leren rijden. Maar de piaffe en passage aanleren was moeilijk, Oklarette was heel gespannen, die accepteerde de methode niet. Ik ben in gesprek gekomen met Alex van Silfhout, die heeft me een tijdje geholpen, vooral geleerd welk gevoel ik moest krijgen. En ik heb daar een tijd op Nimbly gereden. In de tussentijd steeds meer handel erbij gedaan, en zo heb ik het langzaamaan weer opgebouwd. Maar je, het blijft terugkomen. De eerste keer dat ik internationaal reed, was mijn vader weg, je beleeft iets nieuws, dat gemis was zo groot, wat zouden we een belevenis gehad hebben!”

Met Apretado

In 2005 verhuisde Wilma naar Nijkerk waar ze 7 stallen had, in 2008 stopte ze met werken buiten de paarden. Oklarette was inmiddels een internationaal paard. De Scandic-merrie Apretado werd geboren, Wilma reed er lichte tour mee, werd geselecteerd voor de WK-selecties, en de verkoop naar Denemarken volgde. Ze fokte met later enkele veulens van Oklarette en van de Métall-merrie uit de Waarborg x Eufraat van haar vader: “Uit een volle zus van de Waarborg-merrie komt het Grand Prix-paard van Jef Heistek. Mijn vader fokte paarden die goed in het tuig èn goed onder het zadel zijn. Uit de Métall-merrie hebben we nu bij het AES een zoon van Toto goedgekeurd. Apretado hebben we toen ze drie jaar was gelijk laten dekken met Ziësto, daar komt Estupendo uit, die is inmiddels ook Grand Prix. En ik ben gaan lessen bij Nicole Werner.”

“Sinds 2017 zit ik in Putten. In Nijkerk was het allemaal van mezelf, alleen, maar ik had besloten om te gaan scheiden. Ik wilde overal vanaf zijn, klaar. Om een huis en een stal te vinden heb ik wat balletjes opgegooid en Jorgen van der Holst, die bij mij de merries dekte, die wist wel wat. We hebben nu 18 boxen vol. Anouk Slabbers werkt bij me plus altijd een stagiaire van het Aeres college. We blijven ons op fokkerij richten, dat blijf ik prachtig vinden. Maar de hoofdmoot is paarden trainen van derden. En de handel natuurlijk. Paarden vinden is moeilijk maar paarden verkopen ook, de match moet er echt zijn, alles moet kloppen. Over het algemeen zijn paarden vaak minder goed gereden, en de klanten die komen kunnen vaak ook wat minder rijden. Als ze erop zitten en hun been verleggen, moet ie gewoon wisselen. Meestal ga ik naar de klant, ga ik de paarden rijden. Dan kan ik direct doorvertellen wat het paard kan, hoe het paard is, dat bespaart de verkopende partij een hoop werk maar ook degene die een paard zoekt. Op een gegeven moment weten ze dat in het veld. Nee, niet van een video, die tijd is wel voorbij. Oh ja, en ze moeten gezond zijn, ze worden binnenstebuiten gekeerd.”

Met de vijfjarige Estupendo in Barcelona

“Onze paarden worden steeds temperamentvoller en scherper gefokt, dat is niet voor iedereen weggelegd. We moeten betere karakters fokken en meer fundament, onze paarden worden te tenger. Een dressuurpaard moet toch een lijf hebben dat al dat werk aankan. Met goede voeten, sterk, en het liefst een beetje brutaal. Met schakelvermogen, als een harmonica in en uit elkaar. En de wil om te werken. Dan komt daar de training bij: veel dressuurpaarden hebben vaak eigenlijk best wel een saaie training. Ik rijd langs de weg, het bos in, een sprongetje maken, ik probeer de training af te wisselen, met kracht, met duur. In het bos heb je te maken met verschillende bodems, dat moeten ze ook leren. Tegenwoordig lopen ze allemaal op die mooie bodems, en als dat er even niet is, wordt het moeilijk….”

De training is belangrijk, maar ook de opvoeding: “De jonge paarden van mij lopen altijd bij elkaar, twee veulens samen. Dat koppeltje blijft lang een stel, ook als ze samen met een ander koppeltje lopen. Rustig aan naar de wei brengen is ook een stukje opleiding. Dingen moeten normaal worden, dan heeft het paard geen stress meer. Bij mij kan iedereen een veulen van stal halen, maar wel: zo zijn de regels, en zo gebeurt het. Links- en rechtsom lopen aan het halster, dat moeten ze leren. Als tweejarige haal ik ze uit elkaar, dat levert even wat stress op natuurlijk, maar dan krijgen ze al vrij snel een halster, met een hoofdstelletje eromheen. Veel lichamelijk contact, aaien, een beetje poetsen, links en rechts longeren, een keer een singel heel losjes om, dan ook een keer aan de dubbele lounge. Ze worden er schaapmak van, ze leren lopen in vertrouwen in mij. Maar niet drie jaar niet naar omkijken, uit de wei, snel even opscheren, met enorm veel stress, omdat het weinig tijd mag kosten. Dan raken bij het zadelmak maken de beesten helemaal over de zeik. Daar heb ik geen last van. Elk paard krijgt bij mij een eigen behandeling. Vertrouwen, daar gaat het om! Zeker met dat scherpe bloed. Een paard heeft een leider nodig.”

Met de AES goedgekeurde Toto x Métall-hengst

Wilma Wernsen is coach niveau 5, de hoogste graad bij NOC*NSF:“Ik heb zelf ook lange tijd de opleiding niveau 4 gegeven maar ik ben ermee gestopt. Ik ben te gedreven, ik ga ervoor. Je moet met je tijd mee, het is niet in een sjabloon te doen allemaal. Iemand die B-dressuur is samen met een Grand Prix-ruiter: dat ligt veel te ver uit elkaar. En het is niet meer zo dat iemand in de bak vanaf de kant bepaalt wat er moet gebeuren. We moeten vooral kijken naar hoe een persoon en een paard in elkaar zitten. De juiste snaren zoeken en niet alleen zitten te zeiken over wat iemand niet kan, dat gebeurt te veel in de paardensport. Het gaat om motiveren en stimuleren, in de samenwerking tussen paard, ruiter en coach. En we willen winnen! Dan denk ik: wees eens bezig met het gevoel hoe een paard in elkaar zit. In het algemeen vinden de mensen zo gemakkelijk iets, van een paard, een persoon. Ik ben daar heel anders over na gaan denken. Wim Ernes was daarom zo geweldig: hij was net zoveel als jij, wie je ook was. Van de dressuurmensen maakte hij toch een soort van team.”

Bekijk hier de website

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz