Diny Markhorst: Moreno Grove biedt kansen voor de eventing fokkerij

Diny Markhorst: Moreno Grove biedt kansen voor de eventing fokkerij

Praten met Diny Markhorst is een belevenis. Ze is uitgesproken in haar mening en ze is van alle markten thuis: ze vertelt net zo gemakkelijk over haar springpaarden, haar dressuurpaarden en haar eventingpaarden als over haar tuigpaarden. Van de opvoeding tot en met de sport. Met haar rijke levenservaring zonder moeite zelfs urenlang.

Diny Markhorst uit het Overijsselse Brucht heeft net haar volgende fokproduct goedgekeurd zien worden, de driejarige Moreno Grove, een eventer. Een hengst met een ontroerend verhaal: “Nou…..het was dus zo: ik kreeg een Pacific-merrie uit een Emilion. Die Pacific kon goed springen, ze liep 1m40, maar ik vond dat ze wel wat meer bloed kon gebruiken. Nico Krol had sperma van Coconut Grove, een volbloed die zelf op Grand Prix-niveau had gesprongen. Zoveel volbloeds zijn er niet die op niveau gesprongen hebben, hij had zelfs op de Pan American Games gelopen. Volbloeds waren een beetje uit de gratie, de omvorming hadden we immers jaren geleden al gehad.”

Diny’s eerste paard: Gelderse vosbles merrie Bianca (v. L’Invasion)

Coconut Grove moest het dus worden, hoewel ze niet veel voorbeelden had: ”Niet veel voorbeelden? Klopt, dat hoef je ook niet altijd te hebben, je moet soms wat uitproberen. Ik kreeg in 2007 in elk geval een bloederig veulen, Dynamic Grove, dat het beste kon galopperen van alle veulens van dat jaar. Ik moest toen nog naar een speciale merriekeuring voor halfbloeden, dat waren toch net iets andere types dan de paarden die toen bovenaan stonden op de keuring. Ze werd voorlopig keur en toen heeft ze de merrietest gelopen in Sleen, was ze meteen zadelmak en elite.”

“Ik had intussen wel wat fokpaarden, en ik twijfelde of ik ze meteen moest laten dekken. Ik heb haar laten rijden door Jan Diepman, werd ze Z springen. Toen vond ik dat ik genoeg geïnvesteerd had, ik denk laat ik nou maar eens gaan fokken. Ik heb er wel vraag naar gehad uit de eventing wereld hoor. Maar ik heb het niet gedaan, want ik dacht: dan ben ik mijn stukje eventing-fokkerij kwijt. Met de eventingsport in het achterhoofd kwam ik bij Herald uit, VDL had sperma van die hengst. Diepvries, maar ze was in een keer drachtig, een jaar of 7 was ze toen. En na 11 maanden kwam er een veulen.”

Moreno Grove met Janneke Boonzaaijer

“Een paar dagen later kreeg de merrie koliek, ik in de haast naar Wolvega, daar werd ze geopereerd. Aanvankelijk leek het geslaagd en ging het allemaal goed, maar anderhalve dag later kwam het telefoontje dat het niet goed ging. De merrie had een bloeding en was in hun ogen niet meer te redden. Zat ik met een veulen in Wolvega. Ik had 14 dagen ervoor een artikel gelezen over een kliniek in Brabant voor de opfok van moederloze veulens, Dennenoord. Na ettelijke telefoontjes: ze hadden nog een merrie. Ik het veulen daarheen gebracht, kwam ze bij een mooie merrie, licht atactisch, daarom werd ze ingezet voor dit doel.”

“Ik woon in de buurt van Hardenberg, van daaruit helemaal naar het Noorden, toen met het veulen helemaal naar het zuiden naar Duizel tegen de Belgische grens aan, ongeveer een halfuurtje voor ik er was, moest ik bellen. Dan krijgt de merrie een hormoonspuit waardoor eigenlijk een soort van bevalling wordt nagebootst. Toen ik er kwam, stond de merrie half bezweet op stal, alsof ze een veulen had gekregen. Samen met die mensen haal ik het veulen uit de trailer, we schuiven het veulen daar naar binnen het hok in, het veulen hinnikt, de merrie hinnikt. Meteen. Ik stond er met de tranen in de ogen bij, na al die ellende.”

Amber Jerina V.Waterman winnares FSP

“Die mensen in Brabant hebben dat super gedaan. Merrie en veulen gingen samen direct naar buiten, de merrie was er gek mee. Na drie dagen heb ik het hele spul opgehaald. Toen moest de merrie bij mij nog integreren in de koppel, dat ging super, en het veulen speelde direct met de andere veulens, gelukkig is hij heel voorspoedig en heel sociaal opgegroeid. Mijn eventingplan ging dus door het oog van de naald. Moreno Grove, heb ik hem genoemd, Moreno is iets van donkerbruine jongen, Grove spreekt voor zich.”

“Maar het was wel een hengst, ik wilde ‘m wel verkopen. Wiebe-Yde van de Lageweg wist wel iemand, zo is het contact met Van der Leest van de Dutch Eventing Stables tot stand gekomen, hij kocht het veulen. Hij is met Moreno Grove naar de hengstenkeuring geweest, natuurlijk heb ik dat gezien. Het springen viel me heel erg mee, het ging over het type, waardoor hij zich moest bewijzen in de sport. Da’s een heel lange weg. Mooi dat het AES hem genomen heeft, dan krijgt hij een kans.”

Jerina V.Waterman Nat. Tuigpaardendag Ermelo

“Het is dus zo dat ik steeds meer hoor dat men interesse heeft in paarden die specifiek voor de eventing gefokt zijn. Ik denk dat er mogelijkheden zijn. Een eventing-paard is toch wel een heel apart paard met wat ie allemaal moet kunnen. Dressuur, springen, cross: er moet veel in je merrielijn verankerd zijn, en dan paren aan een goede hengst. Coconut Grove had zelf gesprongen. Misschien is het wel zo dat er meer Engels Volbloed nodig is, of Anglo-Arabisch bloed, dat zullen we vooral in Frankrijk moeten zoeken. Met dit merrielijntje fok ik al een hele tijd. De Emilion-grootmoeder was elite sport preferent prestatie, daar de moeder van van Indorado was keur sport preferent prestatie, de Le Val Blanc-merrie daarachter was preferent prestatie. En dan een Farn-merrie die model preferent prestatie was. Het hele lijntje heeft paarden gegeven die het doen willen, die moet je hebben.”

Diny Markhorst is ook uitgesproken over de opvoeding van een paard: “Jan Diepman rijdt mijn springpaarden, hij woont vlak aan het bos. Hij neemt een boompje en een slootje mee, daar worden ze handig van, vertrouwd in het terrein. Eigenlijk zouden alle jonge springpaarden veel in het terrein moeten lopen voor de balans. Ze lopen over ongelijke bodems, iets een heuveltje op en af, een ditje en een datje, dat is veel beter dan in zo’n vlakgetrokken manegebakje. En een springpaard moet op jonge leeftijd een L-dressuurproefje kunnen lopen, net zo goed houd ik nog steeds van een dressuurpaard dat een sprongetje kan maken. Over balkjes lopen en een kruisje springen moeten ze allemaal kunnen.”

Valentina (v.Le Val Blanc) op 30 jarige leeftijd.

“En wat in mijn ogen heel belangrijk is: de opvoeding van een veulen! Vooral in de eerste week doen ze zoveel indrukken op, dat vergeten ze hun hele leven niet weer. Ook voor mijn eigen gemak leer ik ze direct een halstertje om te hebben, aan een touwtje lopen, beentjes opbeuren, oor vasthouden, overal aan kunnen zitten zonder dat je een klap krijgt. Als ze dan iets willen, dan kan ik ze nog wel aan. Alleen al op de intonatie van je stem reageren ze. Als ze gehoorzaam zijn, klinkt mijn stem anders. Als ik een paard gefokt heb en ze horen mijn stem, dan zie ik aan de ogen en de oren, de uitdrukking dat ze dat herkennen. Veulens opvoeden en kinderen opvoeden, dat is in wezen hetzelfde. In liefde vermanen, consequent zijn en grenzen aangeven, en veel belonen als ze het goed doen.”

“Ik heb altijd iets met dieren gehad. Mijn ouders hadden een melkveebedrijf, mijn opa zette mij op de rug van een paard, dat vond ik prachtig. Mocht ik mee op het koetsje, deed opa mij voor wat ik moest doen. Hij leerde mij onbewust de liefde voor het paard. Zover als ik terug kan denken, was ik gek van paarden. Toen hij overleed, verdwenen de paarden van de boerderij, mijn vader was van de tractoren. Onze buurman was instructeur van de rijvereniging, daar ging ik op mijn fietsje heen. Die gaf les op de manege, dat was bij ons een open plek in het bos. Mocht ik de paarden vasthouden want dan gingen de ruiters hindernissen bouwen. En daarna reden ze terug door de hoofdstraat van Hardenberg, mocht ik het laatste stukje erop zitten. Het zal in de jaren ’60 zijn geweest.”

“Van lieverlee mocht ik er wel eens vaker op zitten, zo heb ik rijden geleerd. De buurman ging met twee paarden naar de club, mocht ik er ook op een. En intussen heb ik natuurlijk mijn ouders de kop gek gezeurd. Als ik er zelf voor kon zorgen, wilde mijn vader er wel een kopen. Zo kreeg ik op m’n 17e een Gelderse vosbles, Bianca, een L’Invasion. Ik ben er M-dressuur, L-springen en M-achttal mee geworden. Als landelijke ruiter. Vijf keer per jaar hadden we een wedstrijd. In Balkbrug, Lemele, De Wijk, op Koninginnedag in Dalfsen, en Vilsteren een samengestelde wedstrijd. Op een gegeven moment ben ik getrouwd, mede door rugklachten was ik wat minder fanatiek in de sport. Maar toen is wel de fokkerij begonnen.”

Valentina eveneens 30 jaar. Hier is de rijpaardfokkerij mee begonnen.  Ze is 34 jaar geworden.

De familie Markhorst had een boerderij met fokvarkens en akkerbouw: “De varkens zijn langzamerhand verdwenen, onze zoon had daar niet zoveel oren naar. Inmiddels heeft hij een akkerbouwbedrijf gespecialiseerd in de bloembollenteelt. Diny Markhorst verloor haar man in 2007 maar zet fanatiek de fokkerij voort vanuit het huis naast de boerderij waar haar zoon het bedrijf maar zij de stallen heeft. Met 20 tot 25 paarden en dit jaar 8 veulens. “Dressuur- en springpaarden maar ik fok ook tuigpaarden, ik ben altijd geïnteresseerd geweest in allerlei soorten paarden. Erina, de jonge Waterman x Monarch-merrie waarmee Drikus Vonk veel succes heeft gehad, heb ik als veulen verkocht. Met die stam fok ik nog steeds.” Mijn parade-tuigpaard Viva Jerina werd vier keer kampioene op de CK Overijssel en twee keer NMK-kampioene in Ermelo. Viva Jerina is dit jaar drachtig van Eebert. Soms worden mijn tuigpaarden ook gereden, dat doet Henk Hammers. Ook maakt hij voor mij wel rijpaarden klaar voor de keuring.”

“Gelukkig kan ik ze wel kwijt, mijn stallen zijn niet van elastiek dus er moet elk jaar wel wat weg.  Merries houd ik soms wel aan tot hun 3e jaar, via de sport kan ik ze ook kwijt. Dat is een gigantische investering, ik ben me heel goed bewust dat niet elke fokker dat kan doen.

Soms komt het terug, soms ook niet. De dressuurpaarden worden door amazones gereden en uitgebracht op wedstrijden. Er moet heel veel liefhebberij en geduld bij komen, van een veulen aan een touwtje naar een mooi paard op niveau in de sport, die progressie duurt heel lang.”

Marita Damkat: het kost enorm veel inspanning èn spanning

Marita Damkat: het kost enorm veel inspanning èn spanning

Hoe kan het nou dat jouw paarden zomaar 33 jaar worden? “Nou, zomaar is het ook weer niet, haha. In elk geval niet 24 uur per dag de wei op in weer en wind zonder onderkomen, onze paarden zijn nou eenmaal geen wilde paarden. Dat is een argument dat je nog wel eens hoort. Maar ook zeker niet 24 uur per dag op stal, balans is erg belangrijk,” vertelt Marita Damkat uit Apeldoorn.

Een pure paardenliefhebber is ze. Die kennen we in de paardenwereld in alle gradaties, van topsporters tot kinderen voor de eerste les op de manege. Marita had geen paardenachtergrond vanuit de familie, ging als klein kind op de camping in Friesland naar de paarden in de buurt en reed thuis op een manege. En toch is het inspirerend om haar verhaal te horen. Met een gepassioneerde nuchterheid vertelt ze hoe het er bij haar aan toe gaat. 

“Bij mij lopen de paarden overdag in de wei, het hele jaar door en ‘s nachts staan ze op stal. Ze willen graag naar buiten en ze willen graag naar binnen. Ze kunnen het hele jaar door grazen en dat maakt ze extreem gelukkig. Door het bewegen hebben mijn paarden nog nooit dikke benen gehad, ook op 33-jarige leeftijd hebben ze nog mooi droge, slanke benen..” Marita heeft het grootste gedeelte van haar leven 3 paarden gehad, de drie musketiers Sjors, Fabi en Leny. Nu heeft ze er ook drie: twee van haarzelf en een merrie van een kennis omdat afgelopen zomer haar pony Leny, het maatje van haar bijna 33-jarige merrie Fabi, overleed aan ouderdom. Ze wist dat de oude merrie een nieuw maatje erbij nodig had om dit te overleven en gelukkig klikte dat super goed.

Fabiola Utopia, de 32-jarige Sjors en Leny

Bij Manege Voorst in Klarenbeek kocht ze haar eerste paard: “Een heel fijne manege, waar de paarden elke dag buiten kwamen. Ik werkte maar daar kon ik de stalling niet van betalen. Ze hadden een speciale regeling waardoor het wel mogelijk was: dan liep het paard ook af en toe mee in de manegelessen en hoefde je geen stalgeld te betalen. Ik had dus de keuze: een paard kopen en daar gedeeltelijk een manegepaard van maken, of een manegepaard kopen en het leven daarvan wat verbeteren. Voor mij was de keuze makkelijk, ik heb een manegepaard gekocht, een donkerbruine ruin, een zeer bijzonder paard, mijn Sjors.”

“Zijn hele leven veranderde toen hij van mij werd. Sjors kende heel veel angst, was ook heel ondeugend, een combinatie die pittig was in het begin. Maar na twee jaar, toen hij wist dat hij mij kon vertrouwen, konden we samen lezen en schrijven. Zo’n slim paard, heel dankbaar, dat liet hij mij bijna dagelijks heel goed merken. Sjors liep nooit weg van mij, wel voor anderen. In het begin was hij doodsbang voor van alles en nog wat. Mensen die hij niet moest, drukte hij in de hoek van de stal, pony’s aanvallen in de les, dat soort gedrag. Sjors had geen papieren, was op een paardenmarkt gekocht, was platgespoten en werd heel heftig toen dat uitgewerkt was. Ik kocht hem toen hij 13 jaar was.”

“Twee jaar lang liep hij om de dag een uurtje in de les. Hij kreeg allerlei privileges als privé-paard. Ik kwam erachter dat Sjors heel onzeker was. Mensen vonden dat ik hem op zijn donder moest geven maar ik had snel in de gaten dat hij dat al meer dan genoeg had gehad in zijn leven. Langzamerhand liet hij meer toe, eigenlijk heb ik hem helemaal gesocialiseerd. We hebben een heel bijzondere band opgebouwd met elkaar. Na twee jaar heb ik hem uit de les gehaald.”

Marita met de 33-jarige Sjors

“Sjors had wel altijd pony-achtige gangen. Inmiddels was ik erachter gekomen dat hij hoefkatrol had, in stadium 4 volgens de dierenarts, dus eigenlijk gewoon afgelopen met rijden, zeiden ze bij de kliniek. Maar daar geloofde ik niet in. We waren verhuisd naar een pensionstal waar hij elke dag in de wei kon lopen, ik ben Sjors Primeval gaan voeren, heb hem speciaal beslag gegeven, en dat bleek een ideale combinatie te zijn. Ik heb hem daarna gereden tot zijn 29e, hij heeft geen dag kreupel gelopen. Bijzonder dat hij toen ook veel ruimere gangen kreeg, hij ging heel anders lopen. Ik had privéles en de instructrice wilde Sjors de eerste keer ‘even’ proberen maar Sjors bleef heel kleine rondjes om mij heen lopen. Zo hing hij aan mij, hij vond iemand anders op zijn rug niet meer leuk en dat is ook nooit meer gebeurd. Elke dag als hij mijn auto hoorde, begon hij te hinniken. We hebben ook een tijdje dressuurwedstrijden gereden, Sjors vond dat leuk en deed erg zijn best, binnen een paar maanden reden we van het van B naar de L2.”

“Inmiddels was Sjors 16, ik vond het genoeg, wilde lekker met hem in het bos rijden. Ik ben verhuisd naar een privé-plekje aan het bos, met prachtige weilanden, ik had de enige twee pensionpaarden, Sjors en de 12-jarige merrie Fabiola Utopia die we er inmiddels bij gekocht hadden. Daar hebben ze gestaan totdat ik een huis kocht met weiland en ze naar huis konden komen. Ik heb bij diverse pensionstallen/maneges gestaan en heb bedroevende situaties gezien, paarden die 24 uur per dag op stal stonden 7 dagen per week, waar de eigenaar 1 of 2 keer per week kwam rijden en dan werd de eigenaar boos omdat het paard een keer bokte. Verschrikkelijk triest, dat zijn mensen die paarden hebben maar zeker geen paardenmensen. Ik heb ook nooit begrepen waarom een pensionhouder dat accepteert. Paarden moeten buiten kunnen lopen, ik ben ervan overtuigd dat een paard niet zo oud wordt als ze niet buiten op gras kunnen lopen, als ze geen paard kunnen zijn. Het is gewoon heel goed voor hun lichaam en hun geest.”

Fabiola Utopia en de San Remo-merrie Lela (Wansuela)

“Sjors is bij mij 33 jaar geworden. Tot de laatste dag was hij tiptop in orde, met een heel goed gebit, met levenslust, alleen op het laatst met heel af en toe een aanval. Het leek wel een soort van tia, dan liep hij alleen maar linksom, heel naar. Tot op Tweede Kerstdag 2015. Hij had z’n muesli op, liep naar buiten, ik zag het meteen, hij kreeg 7 aanvallen achter elkaar, het was zo verschrikkelijk, ik wist dit is het einde. Ik was erbij, gelukkig, daar ben ik nog dankbaar voor. De dierenarts is gekomen, ik stond bij hem. Ik moest uit de stal maar ik heb dat geweigerd. Maar dat is levensgevaarlijk! zei de arts. Kan wel zijn, zei ik, hij keek altijd uit voor mij. Hij had mij nodig, ik wilde dat hij goed kwam te liggen. Hij kreeg een kalmerende spuit, ik heb z’n halster vastgepakt, toen hij naar de grond ging z’n hoofd vastgepakt zodat hij goed kwam te liggen. Ik was totaal van de wereld, ik heb zo gehuild. Hij was alles voor mij, zo enorm bijzonder, een stukje uit mijn hart verdween, dat komt nooit meer terug.” 

“Over Sjors kan ik een boek schrijven, dat paard deed zulke bijzondere dingen, hij keek mij ook altijd echt in mijn ogen en aan zijn ogen kon ik zien dat er iets aan de hand was. Ik kwam een keer op stal toen de paarden nog in pension stonden. Hij bleef me maar aankijken totdat ik terugkeek in zijn ogen. Hij ging hij met zijn mond naar de waterbak. Die deed het niet, hij deed zijn hoofd omhoog, zo van “kijk, hij doet het niet!” Toen ik de kraan omgedraaid had en de paarden konden drinken, stond hij heel triomfantelijk om zich heen te kijken, zo van, kijk wij regelen dat wel even! Zo had hij zoveel bijzondere dingen, hij was enorm speciaal. Sjors is gecremeerd en zijn urn staat, in de vorm van een koperen paard, bij mij in de woonkamer, zo is hij altijd bij me.”

Marita met Sjors

“Toen Sjors en Fabi, onze roepnaam voor Fabiola, 12 jaar geleden bij huis kwamen te staan, heb ik er een pony, Leny, bijgenomen voor het geval dat één van de twee kwam te overlijden. Sjors en Fabi waren al zó lang een stel. Fabi was binnen twee weken vel over been toen Sjors was overleden. Gelukkig had ze Leny, anders had ze het niet overleefd. Ik merkte dat ze meer wilde en zo kwam mijn San Remo-merrie Wansuela erbij en toen had ik er weer drie. Wansuela heb ik nu 5 jaar en tot voor kort reed ik M2 dressuur met haar. Helaas heeft ze artrose in haar hals en is de dressuur met haar nu verleden tijd. Ze loopt nu lekker met Fabi in de wei.”

“Fabi is inmiddels 33 jaar en heeft, in tegenstelling tot Sjors en Leny, een heel goed leven gehad voordat ze bij mij kwam. Bij de fokker kreeg ze twee veulens, ze heeft dressuurwedstrijden gelopen bij haar vorige eigenaar, en nu is ze al 22 jaar bij mij. Ze is een heel ander paard dan Sjors, meer het verwende koninginnetje. Ziet er ook nog heel goed uit maar is wel een aantal kiezen en tanden kwijt, dus hooi of kuil kan ze niet meer eten, daarvoor in de plaats eet ze fibra en grasmix als ruwvoer. Ze is enorm gek op eten, ze is lekker rond, ook in de winter, en ze eet ook gras het hele jaar door. Ik heb mijn oude paarden nooit iets van bietenpulp hoeven voeren, heb dan ook het geluk dat ze zomer en winter gras kunnen eten want dat heeft natuurlijk niet iedereen.”

Marita met Fabiola Utopia

“Daarnaast is individuele zorg heel erg belangrijk, de juiste medicijnen, opletten hoeveel ze eten en drinken, waar bepaalde allergieën vandaan komen, èn liefde en aandacht, ook al worden ze niet bereden. Sommige dagen is het een dagtaak om een bejaard paard gelukkig en gezond te houden. Vooral voor Fabi is het heel bijzonder dat ze al zo oud is omdat ze na een blessure bij haar vorige eigenaar niet meer op kon staan in de stal. Daardoor durft ze al zo’n 23 jaar niet meer te gaan liggen, ze slaapt dus al 23 jaar alleen maar staand! Regelmatig valt ze diep in slaap, valt dan iets achteruit en raakt dan de muur, daarom hebben we al een paar jaar stootbanden aan de zijkant van haar stal zodat ze die raakt in plaats van de muur. Ik werk gelukkig 7 minuten van mijn huis af en heb ook camera’s geïnstalleerd om alles goed in de gaten te kunnen houden. Het is een paar keer gebeurd dat Fabi ging rollen en dan net in een kuil kwam te liggen. Moesten we haar helpen om omhoog te komen, het zijn echt bejaarden.”

“De laatste vijf jaar zijn we ook niet meer op vakantie geweest omdat ik dat met Fabi niet meer durf, de situatie met oude paarden kan met twee minuten anders zijn heb ik geleerd. Ook ‘s nachts kijk ik drie keer op de camera om te kijken of het goed gaat met Fabi. Ze heeft veel zorg nodig en het kost enorm veel inspanning en spanning als je ze steeds ouder ziet worden maar ik ben er ook super trots op!! Over het algemeen heb ik heel weinig gehad met mijn paarden gelukkig en bij Sjors en Leny was hun einde heel onverwachts. Fabi zie ik echt een oude oma worden, dat vind ik wel lastig hoor. Maar ze geniet nog elke dag van het leven, is blij, eet super goed en maakt nog regelmatig een galopje door de wei! Zolang het zó is….” 

Patrick Verbakel: Je helpt elkaar, afgunst bestaat nauwelijks in die wereld

Patrick Verbakel: Je helpt elkaar, afgunst bestaat nauwelijks in die wereld

‘Winnen is voor mij mooi meegenomen, maar als ik verlies is er niks aan de hand.’ Typerende woorden voor Patrick Verbakel, de nuchtere ruiter, fokker en pensionstalhouder uit Aarle-Rixtel. In de 3*eventing werd hij KNHS-kampioen met zijn zelfgefokte Coconut Girl, in een tak van sport die vanuit de familie helemaal niet zo vanzelfsprekend was.

De eerste pony Fabiola met het veulentje

Verbakel is een bekende naam in de Brabantse paardensport en fokkerij. Vader Martien was lang de bepalende inspecteur in Noord-Brabant voor het KWPN, hij reed in de jaren ‘70 en ‘80 op het hoogste landelijke niveau dressuur èn hij was een van de bepalende ruiters van het destijds beroemde achttal van Aarle-Rixtel, veelvoudig NKB-kampioen. Op zijn boerderij met koeien en varkens groeide Patrick op, samen met zijn broers Han en Maarten en zus Marlene.

“Ik weet niet beter of we hebben altijd paarden gehad,” blikt Patrick terug. “Paarden op het land zelfs in de jaren ‘70, ik weet nog wel dat we met paard en wagen pakjes hooi uit de wei haalden. Maarten en ik hebben ons eerste Shetlandertje uitgezocht, dat waren de eerste poniekes, en zachtjes aan kwamen er steeds grotere pony’s. Ik was een jaar of 15 toen we langzaam de overstap naar de paarden maakten. Eerst met een ervaren paard, later kwamen pas de jongere paarden. Het was een combinatie van school, het boerenbedrijf thuis, met de paarden als hobby, en misschien zie ik het nou nog wel een beetje zo.”

Startkaartfoto met Rocca

Patrick werd verschillende keren NKB-kampioen met het achttal, geleid door Toon Roijackers: “Dat waren toen hele happenings ja, met duizenden mensen publiek. Maar het werd met de acht- en viertallen steeds ietsje minder en zelf trok ik meer naar het springen. Dat deden we altijd al, maar daar lag mijn hart toch meer. Met les van Dion van Groesen en Henk van de Broek, mensen die nou nog meedraaien. Met de hengst Zortin, die we zelf gefokt hebben, en Adonis, uit dezelfde moeder, heb ik goed mee kunnen doen op nationaal 1m40 niveau. Adonis is toen verkocht aan stal Hendrix. En Zortin is altijd als dekhengst actief gebleven.”

Zortin op de hengstenkeuring

“Met het varkensbedrijf zijn we gestopt in 2003, we konden gebruik maken van de opkoopregeling. Je moest blijven investeren met prijzen die vaak niet goed waren, Maarten ging naar zijn schoonouders voor het koeienbedrijf en we zijn toen hier helemaal in de paarden gegaan. We hadden in 1992 al een rijhal erbij gebouwd, we hadden al wat pensionpaarden en we reden al flink wat paarden die we africhtten, dus die overstap viel eigenlijk wel mee. We liggen in het buitengebied tegen Helmond aan, eigenlijk best gunstig. In ons bedrijf hebben we vijftig pensionpaarden en alle faciliteiten beschikbaar, met moderne stallen die we machinaal uit kunnen mesten, gelukkig met afmetingen waar we mee vooruit kunnen.”

De eventingsport kwam bij Patrick onder de aandacht  eigenlijk als logisch gevolg van zijn paardenhobby: “Waarom eventing? Ik was wel eens een wedstrijd wezen kijken, maar het kwam er nooit van. Bij de NKB had je het clubkampioenschap en daar had je ook een kleine crossje bij als onderdeel van de wedstrijd, dat was leuk. De sport biedt afwisseling, je kunt meer met je paard bezig zijn. Hobby, plezier, dat is zo gegroeid. Het zijn fijne wedstrijden, je bent veel in de natuur. Er gaat alleen wel veel tijd in zitten. De eventingsport is in opkomst, de wedstrijden worden druk bezocht, er doen heel veel ruiters mee, en als je op bepaalde wedstrijden mee wilt doen, moet je er snel bij zijn. Daar hebben veel mensen plezier aan, de hele dag. Ook in de lagere klassen zijn het wedstrijden waar veel mensen plezier aan kunnen blijven beleven. Het mooie is dat je elkaar ook op het hogere niveau niet als concurrenten ziet, meer als collega’s. Je helpt elkaar, afgunst bestaat nauwelijks in die wereld.”

Coconut Girl (Coconut Grove x Zortin)
foto: Marli Verbakel

De laatste jaren heeft Patrick vooral met zijn Coconut Girl naam gemaakt in de landelijke eventingwereld: “Ik had een paard te rijden voor Nico Krol en zo kom je met elkaar in gesprek. Hij had sperma van Coconut Grove, de volbloed uit Amerika, en hij adviseerde om dat een keer te gebruiken op mijn Zortin-merrie Wembly. Dat werd Coconut Girl. Wij gebruikten thuis wel vaker een volbloed op de merries, mijn vader stimuleerde dat ook wel. We overleggen trouwens nog vaak samen over de fokkerij, gaan samen naar de hengstencompetitie. Hij is 84 maar longeert de jonge paarden nog en rijdt zelfs nog een aantal  keer in de week op de betrouwbare paarden.”

Met Coconut Girl is Patrick Z2 dressuur, 1m40 springen en in Waregem heeft hij een 4*-eventingwedstrijd gereden. In 2015 was ze sgw-kampioen in het Z, in 2017 reed hij met haar het EK voor landelijke ruiters: “Dat was in Tongeren in België, haalden we brons met het team. Fried van Stiphout was de coach, we hadden twee reserves want we moesten ook zestal rijden, in totaal acht: Ilonka Kluytmans, Marcelle de Kam, Stefan Hazeleger, Laura Hoogeveen, Willemina van der Goes, Suzanne Smulders en Bas Kamps. Een heel leuke wedstrijd, individueel was ik toen 10e. Ik heb er ook een paard voor dat geschikt is, vorig jaar wonnen we de internationale wedstrijd in Varsseveld. En nou gaat het langzamerhand weer naar het nieuwe seizoen, binnenkort gaan we weer de galoptraining doen in Renswoude onder begeleiding van Carolien Munsters. Het is belangrijk om een goed trainingsschema te maken, voor het uithoudingsvermogen om die wedstrijden goed vol te kunnen houden.”

Coconut Girl (Coconut Grove x Zortin)
foto: Marli Verbakel

De fokkerij heeft de warme belangstelling van Patrick: “Hoofdzakelijk in de springpaarden-richting, maar ik kijk ook naar beweging, ik wil een fijn bewegend paard fokken met een goed karakter. De Volbloed gebruik ik nog steeds wel, nou heb ik een merrie drachtig van Gemini, de kloon van Gem Twist, vroeger als volbloed een fenomeen van een springpaard. Met Coconut Girl heb ik ander bloed gebruikt omdat ze zelf met 70% zo hoog in het bloed staat. En dan kijk ik vooral naar springpaarden die heel goed kunnen bewegen. Een jonge Numero Uno loopt nu in Amerika hunterrubrieken, ik heb gedekt met Van Gogh, een driejarige is van Glasgow van het Merelsnest. Met Carrera VDL is het ook goed gelukt, had ik er twee uit een seizoen, de een is naar Egbert Schep gegaan, de ander naar René van der Leest. Ik heb Coconut Girl nu weer geïnsemineerd, vroeg in het seizoen, dan kunnen we ons helemaal op de sport focussen. Met L’Extreme BH, een jonge Canturo x Calvaro. Ik ben niet bang om een keer een jonge hengst te gebruiken.”

Wellicht dat een eigen fokrichting een bijdrage kan leveren aan de groei…..: “Dat is moeilijk in te schatten. Wat ik al zei: wijzelf kijken toch naar een springpaard dat goed kan bewegen, dat kan omdat we eerst een goede Volbloed gebruikt hebben, anders moet je dat toch inbrengen. Iemand als Jan Greve doet dat goed, af en toe de goede volbloed gebruiken. Die moet je in onze sport dan wel neer kunnen zetten bij mensen die echt voor de eventingsport gaan. Het gaat om paarden met uithoudingsvermogen, die goed te rijden zijn, èn die heel handig zijn. Heraldik is een voorbeeld van een hengst die zulke paarden brengt. Ik denk dat eventingpaarden wel een goede toekomst hebben, de vraag is alleen hoeveel je er nodig hebt.”

Coconut Girl (Coconut Grove x Zortin)
foto: Marli Verbakel

De eventingsport is de afgelopen decennia flink veranderd: “Er wordt goed aan gewerkt vanuit de FEI, met steeds meer aandacht voor de veiligheid. De breekboom is in het verleden door Jacob Melissen uitgevonden, Gert Boonzaaijer maakt nu hindernissen die op meerdere manier in elkaar kunnen klappen. Tja, je hebt wel altijd iets meer risico dan bij het springen, dat wel. Echt hoger zal het in de toekomst ook niet worden, wel technischer. Smalletjes, zodat de paarden er makkelijker langs kunnen. Als je een hindernis hebt van 1m20 breed, dan komt het toch op de rijkunst aan.”

Adonis NKB kampioen ZZ 1989

“Ik wil in de eventingsport zo goed mogelijk meedoen, ga dit jaar vooral 4*wedstrijden rijden. Boekelo zou wel heel mooi zijn, maar niet dat dat per se zou moeten. Ik probeer plezier erin te hebben, en ik wil mijn paard zo goed mogelijk voorbereiden. Natuurlijk, je probeert zo hoog mogelijk te komen maar het is voor mij niet het hoogste doel. De sport is toch een hobby voor mij. Zoals het nu loopt, ben ik eigenlijk best tevreden. Thuis moet het bedrijf doorgaan, ik wil niet altijd te veel van huis zijn.”

“Ons bedrijf, fijne mensen om me heen, fijne familie, pensionklanten, weet je, uiteindelijk is dat belangrijker dan de sport. Mijn vrouw Francis rijdt ook een paar keer per week, naast haar werk in een zorginstelling twee dagen in de week, ze is er dagelijks en ze regelt van alles als manusje van alles. We hebben er samen veel plezier in, anders hou je het niet vol denk ik. Onze twee oudste dochters Lianne en Marly rijden ook, de twee jongens voetballen. Niet alles moet bij mij wijken voor de sport. Winnen is voor mij mooi meegenomen, maar als ik verlies is er niks aan de hand. Ach, toentertijd had ik misschien wel voor een stal kunnen gaan rijden, maar ja, of ik het dan beter gehad had…. ik weet het ook niet.”

Bianca Schoenmakers: ik heb er moeite mee dat dingen verzwegen worden

Bianca Schoenmakers: ik heb er moeite mee dat dingen verzwegen worden

Eindelijk heeft ze de stap gezet om voor zichzelf te beginnen. De behoefte aan zekerheid bleek lang sterker voor Bianca Schoenmakers, de springamazone die overal wel een mening over heeft. En die dat aan een groot publiek in de paardenwereld weet te etaleren. Maar het is niet allemaal goud wat er blinkt. Ook Bianca heeft haar onzekerheden, twijfels, overdenkingen.

“Weet je, boeren en paardenmensen lijken best op elkaar. Die typische reacties. Kom op, zal toch wel meevallen? Het is toch niet zo? Tja, maar als niemand dat weet….De boeren zijn ook bezig met een omslag. Ik ken jonge boeren die heel actief bezig zijn, om de menselijkheid achter de bedrijven te laten zien. Wat je ook wilt veranderen, er zijn altijd mensen boos. Je houdt altijd mensen die ontevreden zijn, ook over hoe je de sport inricht. Het is net als in de politiek. Het nadeel bij ons is natuurlijk dat er geen concurrentie is. Met het springforum zijn ze al een heel eind op weg, in elk geval om de werkvloer erbij te betrekken. Ik leg dingen die me op het hart liggen nu bij het forum neer, dan wordt er iets mee gedaan. Ik denk dat de KNHS vooral communicatief veel fouten maakt. En dat blijven ze doen, da’s knap.”

Toen de Rabobank nog een zadeldekje gaf aan de deelnemers van Indoor Brabant. vlnr boven Nicol van den Bosch, Inge van den Bosch, Bianca Schoenmakers, vlnr onder Anique van Wanrooij, Wim Wernaart

Bianca Schoenmakers aan het woord, de amazone met het hart op de tong, een concurrent waar de rest nog niet van gewonnen had. En iemand met het hart op de goede plaats, vooral denkend aan de toekomst van onze sport. Twee EK’s reed ze met haar pony PS Excellent, met ouders die actief waren in de sport: “Mijn moeder reed zelf toen ik klein was. We kochten een pony, voor weinig, van een meisje dat 18 werd. Hij was 8 toen ik ‘m kreeg, had nog geen wedstrijd gelopen. Ja, in de bossen crossen en af en toe een lesje bij m’n moeder. Ik denk dat ik 13 was. Op m’n 14 en 15e in 1996 en 1997 heb ik EK met hem gereden, in een team met Willem Greve, Inge van den Bosch, Ellen van Bussel, Michael Greeve, Marleen Oudbier. Hij was 1m43, die Ierse en Engelse pony’s waren zeker 10 cm groter. Ik had geen crack, maar wel een leeuwtje, heel safe, liep altijd naar de finish, dat is belangrijk voor het team.”

Met PS Excellent op het EK in het Engelse Hartpury

“Achteraf bezien was het een top-ervaring omdat het me veel rust heeft gegeven. Ik had het meegemaakt, de honger naar internationaal rijden was wel wat gestild. Toen ik 19 was gingen mijn ouders uit elkaar, toen hield het bij ons ook een beetje op met de paarden. Ik kwam Hans Dings tegen, die kon wel iemand gebruiken, zoals hij dat zei. Het was vlak in de buurt, het kwam goed uit, ik kon in elk geval m’n eigen kostje verdienen en op mezelf gaan wonen. Ik ben er 17 jaar blijven plakken omdat ik het daar goed heb gehad. Het gaf me zekerheid in een tijd dat mijn ouders heftig uit elkaar gingen. Hij gaf me een goed salaris, het was in de buurt en ik kon doen wat ik wilde. Toen ik 21 was, kon ik een huis kopen omdat Hans daarin meedacht, met garantstelling en een verbeterde loonstrook.”

“Weet je, ik denk dat ik realistisch was. Het gras is niet groener bij de buren, er kwam gewoon niks beters op m’n pad. Als ik wat meer had willen bereiken in de sport, had ik om me heen moeten gaan kijken. Ik ben autodidact, heb alles zelf uit kunnen vinden, op allerlei terreinen, en Hans is niet iemand die je strak stuurt, om het zo maar te zeggen. Meer in de sport? En dan? Misschien had ik meer internationaal kunnen rijden maar ik had er niet per se de honger naar. En voor mij was de zekerheid gewoon erg belangrijk. Uiteindelijk heb ik best wel veel internationaal gereden, vooral 2 sterren. M’n eerste 1m50 reed ik pas in 2013, in Sevenum, buiten op het gras. Uiteindelijk heb ik 1m60 gereden, op het NK in Mierlo. Ik had er geen schijn van kans maar in de laatste proef stond ik toch 6e, ik stond wel naast Zenith in die proef, 4 en 0, dat was goed. Met Anastasia, een Oklund x Baloubet, die had Hans zelf gefokt.”

Met Anastasia in Mierlo op het NK

“Wat als? Ik heb er geen spijt van, ik heb veel kunnen leren. Ik was natuurlijk toch wel een beetje vastgeroest. Ik had het heel goed, met veel plezier, maar ik heb me steeds meer afgevraagd: en nou? Dat gevoel had ik al langer, maar ik had geen idee wat ik dan zou moeten doen. Hans wilde dat internationale werk niet meer, dat was voor mij een moment om te zeggen: dan houdt het ook op. Toen ben ik naar de stal van Gerard Franssen gegaan, in Gilze, voor negen maanden maar omdat ik daar de klik miste. Mario Everse kwam of ik daar wilde gaan werken. Een mooi bedrijf, met heel veel goede paarden, ik heb het er een jaar lang goed naar m’n zin gehad, kon m’n zelfvertrouwen weer opbouwen. Maar het was weer hetzelfde verhaal: zoveel paarden per dag rijden, goede paarden, leuke paarden, maar wel met het gevoel dat ik terug bij af was.”

Met Hans Dings op concours

Bianca zette de stap, gesteund door partner Allard Kalff, reining-liefhebber en autosportcommentator: “Allard heeft me gestimuleerd. We redden het wel, zei hij, gewoon doen. Weet je, als je alleen bent, loop je toch dat risico. Die hang naar zekerheid zit wel aan me vast, ondanks m’n grote bek. We hebben elk ons eigen huis, toch weer die zekerheid hè. Ik in Geldrop, hij in Nieuwer ter Aa niet te ver van Hilversum, is ook praktisch voor mij met nieuwe klanten. Want ik wil in de paardenwereld op wat voor een manier dan ook de kost verdienen. Terwijl het misschien eigenlijk geen leuke wereld is. Ik kan m’n vinger er niet helemaal op leggen, in elk geval zijn er veel ego’s. Natuurlijk: er zijn heel veel mensen die ik heel leuk vind en je moet je er nou eenmaal overheen zetten. Maar ik heb ook mijn principes. Voor bepaalde mensen zou ik nooit kunnen werken. Het draait veel om geld, en dat is logisch. Maar ik ben niet zo zakelijk, niet hard genoeg. Je moet vrij hard zijn wil je bijvoorbeeld in de paardenhandel de kost verdienen. Als ik een paard verkoop, wil ik een match kunnen maken. Ik heb er moeite mee dat dingen verzwegen worden. Veel moet stiekem, ook met dingen die niet stiekem hoeven te zijn.”

Bianca geeft een demo tijdens Horse Event. Nu ze als freelancer door het leven gaat, heeft ze tijd voor allerlei soorten werkzaamheden. Als het maar ergens met paarden te maken heeft.

“Meer openheid zou veel beter zijn, in het algemeen. Bedrijven moeten gesloten zijn, dat snap ik ook wel, kijk hoeveel zadels er gestolen worden. Van de andere kant: als ze iets willen hebben, komen ze het toch wel halen. Open dagen zou niet zo verkeerd zijn, bij handelsstallen, sportstallen. Ik heb het bij Hans een keer gedaan: hartstikke leuk, al die mensen uit de buurt die kwamen kijken. Maar nee, bij de meesten is de houding: wat brengt mij dat? Het moet zichzelf direct terugverdienen. Maar we moeten het op de lange termijn zien, het gaat om het voortbestaan van de branche.”

“Laatst was ik bij Anky op een bijeenkomst: het ene na het andere paard ging naar de wei. Maar mensen denken dat die paarden altijd op stal staan. We vertellen het niet omdat we het nut er niet van inzien. Veel tenminste. Tegenstanders roepen heel hard en heel begrijpelijk, en iemand die geen idee heeft, vindt dat er een kern van waarheid in zit. Ze zien niet dat er onwaarheden in staan. Dat is anders dan bij voetbal. Alsof iemand schrijft dat een bal vierkant is. Dat zien mensen wel dat dat niet klopt. Er wordt in onze wereld vaak geheimzinnig gedaan en dan denken mensen: er gebeuren dingen die niet door de beugel kunnen. Het voorterrein gesloten houden om te voorkomen dat er foto’s gemaakt worden? Van iedereen kun je een rotfoto maken, dat kun je toch niet voorkomen. Wij weten dat je een paard niet topsport kunt laten bedrijven door hem te prepareren. Dat werkt maar tijdelijk, daar ben ik van overtuigd. Ik ken verschillende stallen van dichtbij waar zoiets strikt verboden is, daar gebeurt niks, helemaal niks behalve eerlijk. Er zijn genoeg stallen waar niks te verbergen is. Mario Everse is het toonbeeld van een goudeerlijke handelaar, die zegt zoals het is. Als ik een klant zou hebben, stuur ik hem graag naar hem.”

Bianca Schoenmakers maakt zich vaak druk over het voortbestaan van de sport, bijvoorbeeld als het gaat om de concoursen: “Ik ben bang dat we de afwisseling gaan verliezen. We hebben een paar fantastische accommodaties die heel goed zijn in wat ze doen, maar de kleinere verliezen zo terrein en houden op. Erg? Ik denk het wel. We willen toch niet elk weekend op twee of drie accommodaties rijden? Plus dat het verschrikkelijk saai wordt. Ik vind er niks aan om in een rubriek met 150 starters te rijden. Plus: alles super voor elkaar maar geen sfeer, het is op elk niveau gewoon training. Maar we doen het zelf, we kijken niet verder. Ik vind het heel leuk om in Leende buiten te rijden. Op gras, terrein mwah, maar ze doen er alles aan en het is beregezellig, er komt publiek. In het Westen heb je dat nog vaker: omdat daar in de manege niet elke week concours is. Of het 1m40 in De Meern op zaterdagavond: volle bak en ze applaudisseren voor iedereen, ook al ben je niet foutloos.”

“Concoursen kunnen wel bestaan maar ze moeten er heel veel aan doen. Van de vereniging in Boxtel krijg ik een mailtje: we organiseren een concours maar er komt niemand. Of ik tips heb. Die zijn er mee bezig. Flyeren en reclame maken: dan kun je laten zien wat je te bieden hebt.  Op een grasveldje met een lintje eromheen en een tientje voor de winnaar: dan ga je het niet redden. We moeten zorgen dat de concoursen blijven bestaan die er echt iets van willen maken. En aan ons als ruiters is het de taak om ook die wedstrijden te blijven bezoeken. Er gaan heel veel concoursen kopje onder. Maar waar zijn dan die amateurs als er zo een concours gehouden wordt? Heeft het dan zin om na te denken over een nieuwe bond, een soort amateurbond? Dan blijkt de animo toch niet zo groot te zijn. Ik zie daar niks in. Zoals het er nu naar uitziet, gaan we die concoursen verliezen. En als we doorgaan zoals we nu doen, de kop in het zand, gesloten blijven, critici uitlachen, dan zitten we over 20 jaar niet meer op een paard.”

Bianca aan het woord tijdens een bijeenkomst van de Equine Business Babes

“Ik denk dat we een breed samengestelde werkgroep moeten vormen voor onze communicatie. Met verschillende lagen, verschillende disciplines. Iemand die in de springsport zit, kijkt heel anders naar de dingen dan iemand die natural horsemanship doet. En dan heb je het nog maar over de paardenwereld zelf. Ik zoek ook feedback, probeer naar allerlei mensen te luisteren, naar toppers, naar mensen van Dier&Recht. In elk geval moeten we open communiceren. In zo’n werkgroep moet je ook iemand hebben die kritisch is, zonder dat we meteen de hakken in het zand zetten. Het probleem is dat in de top van de sport en de handel daar niet naar geluisterd wordt. Het gesloten wereldje. Die lezen dat stuk van Vermaat en je hoort ze bijna zeggen: wat een onzin. En gaan over tot de orde van de dag. Terwijl dat soort verhalen wel begrijpelijk is voor een leek. We zijn het graag met elkaar eens, en als dat niet is, dan ben je een afvaller.”

En nu verder in de sport: “Hoe ik het zie? Ik wil paarden hebben om te rijden, liefst bij mensen thuis, op een punt dat iemand niet verder kan of durft, zoiets. Ik heb al twee weken niet op een paard gezeten, het kriebelt. Ik hoef niet internationaal, maar heel groen hoeft ook niet. Ik hoef niet op de hoek van de straat het L te winnen maar de rest wel! En daar hoort bij dat je een paard wat moet leren. Kort draaien, naar voren, terug, gewoon opleiden. Als ik alleen wedstrijden zou moeten rijden om te trainen…..nee.”

Arjan van Gorp: als je het uitspreekt, komen de mensen naar je toe

Arjan van Gorp: als je het uitspreekt, komen de mensen naar je toe

“Achteraf bekeken had ik niet verwacht dat ik de capaciteiten had voor wat ik nu doe,” vertelt Arjan van Gorp, ondernemer in de paardenwereld. Hij ontwikkelde zich toch tot een zelfverzekerde specialist in ruwvoer, krachtvoer en supplementen, die heel wat paardenbedrijven bezoekt. “De sport wordt in alle opzichten professioneler. Tegenwoordig zie je steeds vaker dat ook op voergebied cijfermatig onderbouwd moet worden of iets klopt.”

Arjan van Gorp wist niet wat hij wilde worden toen hij van de middelbare agrarische school kwam. “Ja, iets in de agrarische sector, dat wist ik wel. Paarden en koeien, dat heeft me altijd getrokken. Ik had twee omes Ad: een Van Gorp in mijn dorp Reusel, die had een boerderij met koeien. En ik had ome Ad Geurts in Beers, die had paarden. In de vakantie ging ik altijd naar één van de twee, naar twee soorten dieren, die interesse en passie voor paarden en koeien is er altijd gebleven.”

De jonge Arjan van Gorp op vakantie bij ome Ad Geurts in Beers

Vader Van Gorp was de tweede zoon op de boerderij in Reusel. “Hij werd geen boer maar heeft wel een stuk grond van de boerderij van mijn opa kunnen kopen. Die wei heb ik weer van hem over genomen en daar maak ik nou dankbaar gebruik van, ik heb er vier Belgische witblauwe lopen, dikbil-koeien, samen met een verzorgpony voor m’n dochter. Mijn vader had Shetlanders, en een Haflinger, maar hij werd relatief jong ziek. Hij heeft me nooit fysiek kunnen helpen, dat kon hij niet. Wat zou het mooi zijn geweest als we dat meer samen hadden kunnen doen. Toen Yvonne en ik trouwden, had ons pa een Haflinger. Met de hulp van Ad Geurts hebben we ‘m betuigd, en kon ons pa nog mee op de sjees. Dat waren mooie momenten om op terug te kijken!”

Zoals het vaker gaat, kwam ook Arjan van Gorp bij toeval in een sector terecht: “Ik heb de HAS in Den Bosch niet afgemaakt. Ik heb er drie jaar gezeten, heel gezellig, maar op een gegeven moment waren mijn punten niet toereikend, om het zo maar te zeggen. Ik heb er wel veel van geleerd. Daarna heb in anderhalf jaar de MAS in Boxtel gedaan, tja, ik had zoveel uren op de HAS rondgesjouwd….” Voor zijn stage kwam hij terecht bij De Dommelsche Watermolen, een familiebedrijf in diervoeders. Het werd ook zijn eerste werkgever: “Het was goed bevallen en het begon steeds interessanter te worden. Toeval, want ik wist echt niet wat ik wilde worden. Ja, iets in de agrarische sector. Daar kwam bij dat ik toen nogal twijfelde over mijn kunnen. Ik vond van mezelf dat ik niet geschikt was voor een baan als vertegenwoordiger of verkoper.”

“Ik ben er overheen gekomen, ik denk omdat ik de kans heb gehad bij De Dommelsche Watermolen om heel langzaam te kunnen groeien. Ik ben in de winkel begonnen, kleinschalig, waar de mensen voor iets kleins naar je toe kwamen. Toen op de vrachtwagen, voer rondbrengen, wel naar mensen toe (weliswaar op bestelling), maar om de klanten te binden. En via-via kom je dan ook bij nieuwe klanten, wat ze dan prospects noemen. Da’s wéér een stapje verder. Het bedrijf groeide, ik ben er bedrijfsleider geworden, maar na 17 jaar kon ik toch niet verder, er stond een muur waar ik niet overheen kwam.”

“Weet je, op het moment dat je die stap uitspreekt, komen er mensen toch naar je toe, da’s mooi om mee te maken. Ik ben aan de slag gegaan bij Teurlings in Casteren, een klein familiebedrijf in diervoeding met een winkel, ben ik gaan werken voor de verkoop en ook om de zaak organisatorisch te versterken. In de praktijk was het toch veel zakken voer rondbrengen, maar waarvoor ik aangenomen was, kwam er niet uit. Een super familiebedrijf, ik heb er met heel veel plezier drie jaar gewerkt maar in die periode is het bij mij ook naar boven komen borrelen: ik heb nu bijna twintig jaar gewerkt alsof je het voor jezelf doet maar er is niks van jezelf bij….”

Kuilmonsters nemen

Arjan ontmoette in zijn zoektocht in 2016 op z’n 41e Mirjam Bierings, van springpaarden op hoger niveau als Ffw88 (nu Forever SFN), Gogo en Hoeheetie: “Zij vond dat ik het voor mezelf moest gaan doen. Ze deed vooral het supplementenmerk Foran, maar ze had ook Horsemaster, het Franse supplementen- en verzorgingsartikelenmerk. Ze deed er weinig mee en ik kon bij haar inkopen, dus ik hoefde haar niet voorbij te lopen. Ik werkte nog bij Teurlings toen ik in Asten op concours Pieter Schouten tegenkwam. Die vroeg hoe het met me ging, maar op zo’n manier dat ik daar eerlijk antwoord op moest geven. Normaal zeg je snel: goed! Maar ik heb eerlijk geantwoord dat ik het had gehad met het gesjouw met de zakken. Het waren fijne mensen bij Teurlings maar ik kwam er geen streep vooruit. Altijd stond de koffie klaar, tussen de middag hamburgers of eitjes, ik werd in de familie opgenomen. Maar ik was het gesjouw beu. Pieter snapte dat, zei niet zoveel, behalve: ik weet wel een bedrijf dat iemand zoals jou kan gebruiken. Dat was vrijdagavond, op zaterdagochtend heb ik Van den Eerenbeemt van het grote fouragebedrijf gesproken: twee weken later was het beklonken, voor vier dagen in de week.”

Dat bood de ruimte om in 2016 voorzichtig voor zichzelf te beginnen, onder de naam Balance4Animals: “Met supplementen van Horsemaster, Finecto en Agri Nutrition, gefermenteerde gisten. Heel moeilijk om zoiets op te bouwen, heb ik gemerkt. Ik deed het parttime, heb een gezin met drie kinderen, nu van 13, 11 en 10, mijn vrouw Yvonne bouwde in dezelfde tijd een eigen acupunctuur-praktijk op: dan is een jaar zo voorbij. De ontwikkeling ging naar mijn idee te langzaam en eind 2018 heb ik gedacht: wat kan ik nou doen om naast de handel toch een verdienmodelletje te hebben om de groei te kunnen financieren. Vanuit de vraag: wat vond ík nou belangrijk dat mensen zouden moeten weten.”

“Ik kwam uit bij ruwvoerkwaliteit, waterkwaliteit, grondkwaliteit en bewustzijn. Waarom wel 3 kilo krachtvoer en geen 2? Mensen weten dat gewoon niet. Ik ben naar het bureau Van de Meerakker gegaan en samen hebben we de paardenanalyse opgezet, de rundvee-analyse hadden ze al. Over de energiewaarde van het paard, het getal dat aangeeft hoeveel energie in het voedingsmiddel zit, in krachtvoer, in ruwvoer. Dat van krachtvoer staat vast, van ruwvoer weet je dat vaak niet. En eigenlijk moet je weten wat je aan ruwvoer geeft om het totale plaatje rond te krijgen. Ik weet vanuit de fouragehandel dat er vaak partijen gras of voordroogpakken worden aangeboden waarvan niet bekend is wat er aan waarde in zit. Als paardenhouders dat zouden voeren, zouden er problemen uit voort kunnen komen: te nat, teveel of juist te weinig energie, suikergehalte te hoog wat bij voorbeeld hoefbevangenheid kan veroorzaken. Ik ben er nou op maandag en zaterdag mee bezig en inmiddels bedien ik ook rundveebedrijven. De analyses vormen eigenlijk de olie van mijn bedrijf omdat het daardoor makkelijker wordt om supplementen te verkopen.”

Supplementen hebben voor veel mensen een lichtelijk vaag imago: ”Klopt, dat is het beeld enigszins. Maar weet je wat erbij komt kijken als je diervoeders en wat ze noemen aanvullende diervoerders wilt verkopen? Registratie bij de NVWA, GMP, Haccp, ingrediënten afkomstig van gecertificeerde bedrijven. En je mag geen claims gebruiken: je mag niet zomaar zeggen dat iets gaat helpen. Ik werk het liefste van persoon tot persoon, zodat ik het zelf uit kan leggen. Het nadeel is natuurlijk dat het tijdrovend is. Ik heb mijn assortiment bewust smaller gehouden, min of meer als verlengstuk van de ruwvoeranalyses. Op mineralen en spoorelementen kun je dan het beste sturen. Ik was laatst bij een klant, die zei: Arjan, er is zoveel te koop, en er wordt zoveel gezegd wat we moeten voeren. Er komen hier allerlei mensen achterom die brokken willen verkopen, het ene verhaal is nog beter dan het andere. Het geloof is een beetje weg: mensen nemen niet meer zo makkelijk klakkeloos over wat de fabrikant zegt wat ze moeten doen.”

“Op alle gebieden wordt de paardensport professioneler, daar hoort ook een eerlijk, onafhankelijk advies bij van iemand die geen belang heeft bij de verkoop van krachtvoer. Het lijkt me ook mooi om dat te ontwikkelen. Je ziet steeds meer dat professionele stallen steeds beter weten waar ze mee bezig zijn op dat gebied. Ze werken met een rantsoenberekeningsprogramma, waarmee ze heel goed kunnen sturen op het krachtvoer dat ze geven. En daarmee kan dan ook cijfermatig onderbouwd worden dat iets klopt of juist niet. Want dat zal toch de toekomst zijn in een wereld waarin steeds meer vastgelegd moet worden.”

Esther de Vries: “…ik wil graag een fatsoenlijk antwoord.”

Esther de Vries: “…ik wil graag een fatsoenlijk antwoord.”

Esther de Vries heeft een bijzonder vak. En ook weer niet. Ze combineert haar paardenervaring met gedrevenheid, duidelijkheid en het vragen om fatsoen. Fatsoen? Ja, het gaat in dit verhaal ook om waarden en normen, wars van poeha, recht voor z’n raap. Leren trailerladen is haar specialiteit, inclusief stang sluiten en het paard vervoeren. In één training van gemiddeld 2 uur.

Waarschijnlijk is het voor heel veel paardeneigenaren herkenbaar: “Van de week had ik ook weer een paard, die ging recht omhoog, draaide 180 graden weg, en zette het op een lopen. En als je een beetje pech hebt, rammen ze ook nog een keer naar achteren. Ach, het komt ook gewoon in bepaalde bloedlijnen voor. Vroeger haalde je er een keer een bezem overheen of deed je een touw zo strak om de neus dat ie graag de trailer in wilde. Met de bloedlijnen van tegenwoordig hoef je dat niet meer te doen. Die pikken dat misschien één keer, maar zeker geen tweede keer…” Esther de Vries kent de praktijken. Maar ze pakt het anders aan.

Ze groeide op in Friesland waar haar ouders van Twents en Indonesische afkomst een jachthaven runden. “Mijn ouders hadden weinig met paarden of een boerderij maar ze gaven me wel een kans en ze lieten me vrij. Of het nou op een hobbelpaard op de kermis was, op een pony, een ezel, op de boerderij, met de knieën in de klei, tussen de koeien: daar voelde ik mij thuis. Ik was nooit thuis, altijd op de plekken waar de paarden waren.”

Ook op een ezel kon je rijden

In de sport bracht ze het tot de selectiewedstrijd van het juniorenteam springen, in de tijd dat Daan Nanning bondscoach was: “Ik reed bij mensen als Gerrit Jan Olde Achterhuis, Nathalie van der Mei en Sietze, haar man. Vooral handelspaarden eigenlijk, omdat mijn ouders in de sport niet verder konden gaan. Op een gegeven moment kon je niet meer meekomen, vooral omdat er een financieel plaatje aan hangt. En als je het financieel niet voor elkaar hebt, tja, dan speel je het spelletje niet mee. Op m’n 23e ben ik marketing en communicatie gaan studeren aan de Hogeschool in Groningen. Waarom toen pas? Nou, van tevoren was ik meer met paarden dan met school bezig en had ik er in dat opzicht een beetje een zooitje van gemaakt.”

De paarden verdwenen tijdelijk uit het leven van Esther: “Die studie heb ik in vier jaar afgerond, ben toen direct aan het werk gegaan bij het TT circuit in Assen, daarna bij een reclamebureau in Groningen. Maar ja, op de één of andere manier kwam ik terecht bij de westernstal van Dieneke Jonker en Jacob Jan de Roode in Echten. Spontaan gaan kijken, geen idee waarom. Het was de eerste keer in lange tijd dat ik weer een paard zag en de vonk sloeg patsboem over naar een supergave, zwart-witte Paint hengst, een stoer paard met mega veel uitstraling én karakter. Dat was mijn Petit Éclair, vernoemd naar het paardje in het stripboek Yakari. Ik heb ‘m gekocht, zadelmak gemaakt, ben ‘m gaan trainen, ik denk zo’n twintig jaar geleden. In 2003 won ik met hem het EK Open Senior Reining in Bonn. Omdat ik toen in Frankrijk woonde, kwamen ze vragen welk volkslied ik wilde horen. Ik had geen idee dat ik kampioen was.”

Europees Kampioen in 2003 in Bonn met RR Black Britches oftewel Petit Eclair

In Frankrijk fokten en trainden we westernpaarden, quarters en paints. We dachten: Frankrijk is een groot land, westernrijden is in opkomst, mensen zijn gewend om te reizen. Maar dat was helemaal niet zo. Het heeft geen standgehouden, in meerdere opzichten niet. Ik ben naar Duitsland gegaan, waar ik boxen kon huren. Ach, het was vaak net-niet. Je probeert sprongen te maken om de boel te redden en het hoofd boven water te houden, in de hoop dat je op de nieuwe plek makkelijker mee kon doen. Ik ben toch weer terug naar Nederland gegaan. Tja, als je het spel niet voor elkaar hebt, kun je het niet spelen. Vanuit Voorthuizen ben ik naar het EK reining gereden in Wiener Neustadt in Oostenrijk. In m’n eentje. Kom je daar aan met je gave palomino paint hengst, zelf opgeleid. Uren en uren gereden, dan ben je kapot en dan begint het pas. Aanmelden, paard verzorgen, stront uit het vrachtwagentje scheppen, de boel zoveel mogelijk schoonspuiten, m’n bedje  in die ruimte opmaken, m’n paard beweging geven, trainen… kapot was ik. En toen moest het nog beginnen. Je speelt gewoon niet mee, je bent kapot en leeg. Liep ik daar in m’n eentje rond, ik voelde me eenzaam. Met al die mensen om me heen die bang lijken te zijn dat je een stukje van de taart meepikt. Iedereen met zijn of haar eigen groepje. Ik was er klaar mee.”

“Ik ben gestopt met rijden, zo’n tien jaar geleden. Ik ben geen bosruiter, ik wil een paard opleiden en op wedstrijden uitbrengen. Ik heb het steeds maar weer geprobeerd. Je geeft veel geld uit om het paarden en klanten naar de zin te maken maar het is lastig: je probeert iedereen te pleasen maar je doet het nooit goed genoeg. Het is een superdure sport, ik kon gewoonweg niet meekomen. Daar kwam bij dat vrijwel niemand wist wat reining was. Wiener Neustadt was niet de druppel, het was de emmer die vol was.”

Esther als springamazone met Rolex, een Manhattan x Zeus x Le Mexico in de tijd dat ze al westernpaarden trainde

En toen, ruim 15 jaar geleden, kreeg Esther langzaam het besef dat ze iets kon wat anderen niet doen: “Het begon op die stal in Duitsland, waar ik stond na Frankrijk. Ik was aan het werk, kwam regelmatig langslopen met mijn kruiwagen terwijl vijf man sterk een merrietje in een driepaardstrailer probeerden te jassen, te rammen, geef het maar een naam. Op alle mogelijke manieren. Touwen, hekken, lijnen, longeerzweep, kleed over het hoofd, noem het maar. Ik heb het meer dan twee uur aangekeken, toen had ik het écht gehad. Dus ik zeg: jongens, ga maar koffiedrinken, laat mij maar. Na 20 minuten stond ze op de trailer. En toen wilden ze natuurlijk dat ik meeging naar de dierenarts waar ze heen moest….. daar eruit en na behandeling zo er weer in, dat ging super gemakkelijk. Hé, dat vonden ze toch wel apart. En ik ook.”

“Terug in Nederland ben ik daarmee verder gegaan. Op locatie, bij de mensen thuis, trailerlaadtrainingen geven. Je had wel een paar mensen die claimden dat ze trailerlaadproblemen konden oplossen, maar daar moest je dan je paard naartoe brengen. Terwijl dat juist het probleem was… Hoe ze daar dan kwamen? Geen idee, zie maar dat je ‘m op de trailer krijgt. En dan je paard uit handen geven, voor een maand of langer. Je hebt dan geen idee wat ze met je paard doen, je bent er niet bij hè. En vervolgens maar hopen dat het dan werkt als je ‘m ophaalt. Dat je ‘m altijd makkelijk en zonder stress kan laden. Ik ben vanaf het begin naar mensen toegegaan, juist ómdat ze hun paard niet konden laden en dus niet konden vervoeren.”

In actie met Cut A Sugar Pep

“Ik leer de paarden èn de mensen hoe de regels zijn. Het draait om respect en een bepaalde manier van werken. Wat ik precies doe, kan ik nooit van tevoren zeggen, ik ken de paarden niet, ik ken de mensen niet. Ik stem mijn werk af op wat er gebeurt, in een fractie van een seconde. Een vorm van actie en reactie. De paarden hebben bij mij áltijd de mogelijkheid om de goede keuze te maken. Een beetje een waarden en normen-verhaal. Ik heb te maken met paarden die meer dan 10 keer zo zwaar zijn als ik ben, dat heeft niks met zweverigheid te maken. Ik werk gewoon met een touwhalster. Maar ik laat wel merken wie de baas is. Ik vraag iets op een fatsoenlijke manier en ik wil graag een fatsoenlijk antwoord.”

Weet je wat een groot probleem is bij het laden? Het wordt als vanzelfsprekend gezien. Negen van de tien mensen hebben een half maandsalaris over voor hun paard. En daarmee denken ze dat ze elk obstakel ook wel kunnen overwinnen. Omdat ze denken dat ze weten hoe hun paard denkt en hoe die zich voelt. Toe maar, schatje, kom maar, je kan het wel. Het begint lief en uiteindelijk staan ze te krijsen, te trekken en te duwen. Er wordt zoveel uitgegeven aan paarden: trailer, auto, stalling, lessen, rijlaarzen, caps, noem maar op: allemaal normaal om je geld aan uit te geven. Maar als er een keuze gemaakt moet worden tussen veiligheid en gemak of mooiigheid dan wint de mooiigheid het vaakst.”

“Wat ik een paard leer, is dat ie het graag voor hun doet. En niet met een wortel of door lieve woordjes in zijn oor te fluisteren, ik leer ‘m binnen z’n grenzen te functioneren. Ik zeg tegen de mensen: je houdt je mond. Pas als ie gedaan heeft wat van ‘m gevraagd wordt, dan mag je lieve woordjes zeggen. Een paard leert gewoon supersupersnel. Meestal heb ik een belangrijke doorbraak in om en nabij de twintig minuten, lastige paarden met al een behoorlijke rugzak in circa drie kwartier. Dan weten ze heel goed wat de bedoeling is, wat ik van ze vraag. Met rust en respect. Maar wel met duidelijkheid. Ik leer de paarden èn de mensen hoe de regels zijn. Daarom moet de eigenaar erbij zijn, ik wil dat ze alles zien. Dat is de eerste herhaling, vervolgens leg ik alles uit en vervolgens gaan ze hun paard zelf tig keer laden. Thuis en op andere locaties, tot ze nachtmerries van me hebben of over me dromen, haha. Je kunt een je paard altijd binnen 17 seconden laden na mijn training.”

Esther met Peppys French Man

“Maar het is ook verdomd gevaarlijk af en toe want er zitten ook echte rotzakken tussen. En vergeet niet: ik word 99 van de 100 keer pas gebeld als ze alles geprobeerd hebben. Lief zijn, de wortel, een lijntje, twee lijntjes, gangpad, hekken, noem maar op, ze hebben alles geprobeerd, anders bellen ze me niet. Dan is het ook echt serieus voor mij. Mensen vergeten vaak dat het leven voor een paard tijdloos is. Eén minuut of twee uur voor die klep: het maakt niet uit. Vergelijk het met een kind dat doorgaat in drammen en zeuren, vervolgens gaat jengelen en uiteindelijk krijsend op de grond ligt. Geloof me, als een paard weet hoe die ergens mee wegkomt….dan weet ie dat ook echt.”

“Ik kijk eerst naar de voorgeschiedenis, dan naar het papier, en pas dan kan ik zeggen hoe lang het gaat duren. Maar het gaat wèl lukken, ik heb er nog nooit een gehad bij wie het niet gelukt is. Alles draait om respect: eerlijk blijven en het goed afsluiten. En soms moet je echt doorpakken. Zo’n Jazz of Ferro die na 20 keer braaf zijn toch besluit niet meer braaf te zijn en dan na 30 keer weer een keer, enzovoort. Mensen zien dat hun paard elke keer met iets nieuws komt en vinden het vaak moeilijk om te dealen met deze karaktereigenschappen. Met dat soort bloed kan ik er vergif op innemen dat ie met een paar nieuwe trucjes op de proppen komt. Eigenlijk geeft ie je steeds de middelvinger. Maar ik blijf net zo lang vriendelijk maar wel duidelijk de goede vraag stellen, net zolang tot ie mij graag het goede antwoord geeft.”

“Ik leer ze iets heel kleins en simpels, en van daaruit in de goede richting. Ik vind niks zo erg als dat ik een keer een tik moet uitdelen. Maar als ie 20 keer het goede antwoord heeft gegeven en de 21e keer zegt ‘bekijk het maar’ en dus de vloer met mij aanveegt, dan kan ie ‘m krijgen. Híj maakt de keuzes, ik niet. Ik leer ze gewoon iets. En daarna leer ik de mensen hoe ze zelf de vraag moeten stellen, zodat hun paard het graag voor ze doet. Daar geef ik levenslang garantie op en ze mogen me 24/7 bellen. Die mensen weten dat ze in 17 seconden kunnen laden inclusief de stang sluiten. En ze weten dat als ze 2 minuten voor de klep staan, mij moeten bellen. Dat is namelijk al 6x te lang…”

“Veiligheid staat voorop, nu meer dan ooit. In de eerste plaats voor mij en de mensen en zeker als er kinderen bij betrokken zijn. Ik forceer niets. Het paard èn de eigenaar moeten klaar zijn voor ‘the next step’. Een half jaar geleden heb ik een ernstig ongeluk gehad. Een tik tegen m’n onderkaak, kaak verbrijzeld, alle ondertanden eruit. Ik doe dit werk al vijftien jaar, ik heb vijftien jaar geluk gehad. En nu had ik extra veel geluk, zeg maar een engel met obesitas op mijn schouder. En nu ben ik bijna 50, the new 20, mij maak je niet gek. Ik hou van dit werk. Ik hou ervan als ik zie dat er een betere band is gekomen tussen mens en paard, dat ze weer lekker op pad kunnen, naar wedstrijden, het bos of de dierenarts. Ik geniet van spontane appjes en berichten waarin ze hun blijdschap uitspreken. Ja, ik hoop dat ik dit werk nog lang mag blijven doen. Inclusief engeltje met obesitas… hahaha. ”