Eindelijk heeft ze de stap gezet om voor zichzelf te beginnen. De behoefte aan zekerheid bleek lang sterker voor Bianca Schoenmakers, de springamazone die overal wel een mening over heeft. En die dat aan een groot publiek in de paardenwereld weet te etaleren. Maar het is niet allemaal goud wat er blinkt. Ook Bianca heeft haar onzekerheden, twijfels, overdenkingen.

“Weet je, boeren en paardenmensen lijken best op elkaar. Die typische reacties. Kom op, zal toch wel meevallen? Het is toch niet zo? Tja, maar als niemand dat weet….De boeren zijn ook bezig met een omslag. Ik ken jonge boeren die heel actief bezig zijn, om de menselijkheid achter de bedrijven te laten zien. Wat je ook wilt veranderen, er zijn altijd mensen boos. Je houdt altijd mensen die ontevreden zijn, ook over hoe je de sport inricht. Het is net als in de politiek. Het nadeel bij ons is natuurlijk dat er geen concurrentie is. Met het springforum zijn ze al een heel eind op weg, in elk geval om de werkvloer erbij te betrekken. Ik leg dingen die me op het hart liggen nu bij het forum neer, dan wordt er iets mee gedaan. Ik denk dat de KNHS vooral communicatief veel fouten maakt. En dat blijven ze doen, da’s knap.”

Toen de Rabobank nog een zadeldekje gaf aan de deelnemers van Indoor Brabant. vlnr boven Nicol van den Bosch, Inge van den Bosch, Bianca Schoenmakers, vlnr onder Anique van Wanrooij, Wim Wernaart

Bianca Schoenmakers aan het woord, de amazone met het hart op de tong, een concurrent waar de rest nog niet van gewonnen had. En iemand met het hart op de goede plaats, vooral denkend aan de toekomst van onze sport. Twee EK’s reed ze met haar pony PS Excellent, met ouders die actief waren in de sport: “Mijn moeder reed zelf toen ik klein was. We kochten een pony, voor weinig, van een meisje dat 18 werd. Hij was 8 toen ik ‘m kreeg, had nog geen wedstrijd gelopen. Ja, in de bossen crossen en af en toe een lesje bij m’n moeder. Ik denk dat ik 13 was. Op m’n 14 en 15e in 1996 en 1997 heb ik EK met hem gereden, in een team met Willem Greve, Inge van den Bosch, Ellen van Bussel, Michael Greeve, Marleen Oudbier. Hij was 1m43, die Ierse en Engelse pony’s waren zeker 10 cm groter. Ik had geen crack, maar wel een leeuwtje, heel safe, liep altijd naar de finish, dat is belangrijk voor het team.”

Met PS Excellent op het EK in het Engelse Hartpury

“Achteraf bezien was het een top-ervaring omdat het me veel rust heeft gegeven. Ik had het meegemaakt, de honger naar internationaal rijden was wel wat gestild. Toen ik 19 was gingen mijn ouders uit elkaar, toen hield het bij ons ook een beetje op met de paarden. Ik kwam Hans Dings tegen, die kon wel iemand gebruiken, zoals hij dat zei. Het was vlak in de buurt, het kwam goed uit, ik kon in elk geval m’n eigen kostje verdienen en op mezelf gaan wonen. Ik ben er 17 jaar blijven plakken omdat ik het daar goed heb gehad. Het gaf me zekerheid in een tijd dat mijn ouders heftig uit elkaar gingen. Hij gaf me een goed salaris, het was in de buurt en ik kon doen wat ik wilde. Toen ik 21 was, kon ik een huis kopen omdat Hans daarin meedacht, met garantstelling en een verbeterde loonstrook.”

“Weet je, ik denk dat ik realistisch was. Het gras is niet groener bij de buren, er kwam gewoon niks beters op m’n pad. Als ik wat meer had willen bereiken in de sport, had ik om me heen moeten gaan kijken. Ik ben autodidact, heb alles zelf uit kunnen vinden, op allerlei terreinen, en Hans is niet iemand die je strak stuurt, om het zo maar te zeggen. Meer in de sport? En dan? Misschien had ik meer internationaal kunnen rijden maar ik had er niet per se de honger naar. En voor mij was de zekerheid gewoon erg belangrijk. Uiteindelijk heb ik best wel veel internationaal gereden, vooral 2 sterren. M’n eerste 1m50 reed ik pas in 2013, in Sevenum, buiten op het gras. Uiteindelijk heb ik 1m60 gereden, op het NK in Mierlo. Ik had er geen schijn van kans maar in de laatste proef stond ik toch 6e, ik stond wel naast Zenith in die proef, 4 en 0, dat was goed. Met Anastasia, een Oklund x Baloubet, die had Hans zelf gefokt.”

Met Anastasia in Mierlo op het NK

“Wat als? Ik heb er geen spijt van, ik heb veel kunnen leren. Ik was natuurlijk toch wel een beetje vastgeroest. Ik had het heel goed, met veel plezier, maar ik heb me steeds meer afgevraagd: en nou? Dat gevoel had ik al langer, maar ik had geen idee wat ik dan zou moeten doen. Hans wilde dat internationale werk niet meer, dat was voor mij een moment om te zeggen: dan houdt het ook op. Toen ben ik naar de stal van Gerard Franssen gegaan, in Gilze, voor negen maanden maar omdat ik daar de klik miste. Mario Everse kwam of ik daar wilde gaan werken. Een mooi bedrijf, met heel veel goede paarden, ik heb het er een jaar lang goed naar m’n zin gehad, kon m’n zelfvertrouwen weer opbouwen. Maar het was weer hetzelfde verhaal: zoveel paarden per dag rijden, goede paarden, leuke paarden, maar wel met het gevoel dat ik terug bij af was.”

Met Hans Dings op concours

Bianca zette de stap, gesteund door partner Allard Kalff, reining-liefhebber en autosportcommentator: “Allard heeft me gestimuleerd. We redden het wel, zei hij, gewoon doen. Weet je, als je alleen bent, loop je toch dat risico. Die hang naar zekerheid zit wel aan me vast, ondanks m’n grote bek. We hebben elk ons eigen huis, toch weer die zekerheid hè. Ik in Geldrop, hij in Nieuwer ter Aa niet te ver van Hilversum, is ook praktisch voor mij met nieuwe klanten. Want ik wil in de paardenwereld op wat voor een manier dan ook de kost verdienen. Terwijl het misschien eigenlijk geen leuke wereld is. Ik kan m’n vinger er niet helemaal op leggen, in elk geval zijn er veel ego’s. Natuurlijk: er zijn heel veel mensen die ik heel leuk vind en je moet je er nou eenmaal overheen zetten. Maar ik heb ook mijn principes. Voor bepaalde mensen zou ik nooit kunnen werken. Het draait veel om geld, en dat is logisch. Maar ik ben niet zo zakelijk, niet hard genoeg. Je moet vrij hard zijn wil je bijvoorbeeld in de paardenhandel de kost verdienen. Als ik een paard verkoop, wil ik een match kunnen maken. Ik heb er moeite mee dat dingen verzwegen worden. Veel moet stiekem, ook met dingen die niet stiekem hoeven te zijn.”

Bianca geeft een demo tijdens Horse Event. Nu ze als freelancer door het leven gaat, heeft ze tijd voor allerlei soorten werkzaamheden. Als het maar ergens met paarden te maken heeft.

“Meer openheid zou veel beter zijn, in het algemeen. Bedrijven moeten gesloten zijn, dat snap ik ook wel, kijk hoeveel zadels er gestolen worden. Van de andere kant: als ze iets willen hebben, komen ze het toch wel halen. Open dagen zou niet zo verkeerd zijn, bij handelsstallen, sportstallen. Ik heb het bij Hans een keer gedaan: hartstikke leuk, al die mensen uit de buurt die kwamen kijken. Maar nee, bij de meesten is de houding: wat brengt mij dat? Het moet zichzelf direct terugverdienen. Maar we moeten het op de lange termijn zien, het gaat om het voortbestaan van de branche.”

“Laatst was ik bij Anky op een bijeenkomst: het ene na het andere paard ging naar de wei. Maar mensen denken dat die paarden altijd op stal staan. We vertellen het niet omdat we het nut er niet van inzien. Veel tenminste. Tegenstanders roepen heel hard en heel begrijpelijk, en iemand die geen idee heeft, vindt dat er een kern van waarheid in zit. Ze zien niet dat er onwaarheden in staan. Dat is anders dan bij voetbal. Alsof iemand schrijft dat een bal vierkant is. Dat zien mensen wel dat dat niet klopt. Er wordt in onze wereld vaak geheimzinnig gedaan en dan denken mensen: er gebeuren dingen die niet door de beugel kunnen. Het voorterrein gesloten houden om te voorkomen dat er foto’s gemaakt worden? Van iedereen kun je een rotfoto maken, dat kun je toch niet voorkomen. Wij weten dat je een paard niet topsport kunt laten bedrijven door hem te prepareren. Dat werkt maar tijdelijk, daar ben ik van overtuigd. Ik ken verschillende stallen van dichtbij waar zoiets strikt verboden is, daar gebeurt niks, helemaal niks behalve eerlijk. Er zijn genoeg stallen waar niks te verbergen is. Mario Everse is het toonbeeld van een goudeerlijke handelaar, die zegt zoals het is. Als ik een klant zou hebben, stuur ik hem graag naar hem.”

Bianca Schoenmakers maakt zich vaak druk over het voortbestaan van de sport, bijvoorbeeld als het gaat om de concoursen: “Ik ben bang dat we de afwisseling gaan verliezen. We hebben een paar fantastische accommodaties die heel goed zijn in wat ze doen, maar de kleinere verliezen zo terrein en houden op. Erg? Ik denk het wel. We willen toch niet elk weekend op twee of drie accommodaties rijden? Plus dat het verschrikkelijk saai wordt. Ik vind er niks aan om in een rubriek met 150 starters te rijden. Plus: alles super voor elkaar maar geen sfeer, het is op elk niveau gewoon training. Maar we doen het zelf, we kijken niet verder. Ik vind het heel leuk om in Leende buiten te rijden. Op gras, terrein mwah, maar ze doen er alles aan en het is beregezellig, er komt publiek. In het Westen heb je dat nog vaker: omdat daar in de manege niet elke week concours is. Of het 1m40 in De Meern op zaterdagavond: volle bak en ze applaudisseren voor iedereen, ook al ben je niet foutloos.”

“Concoursen kunnen wel bestaan maar ze moeten er heel veel aan doen. Van de vereniging in Boxtel krijg ik een mailtje: we organiseren een concours maar er komt niemand. Of ik tips heb. Die zijn er mee bezig. Flyeren en reclame maken: dan kun je laten zien wat je te bieden hebt.  Op een grasveldje met een lintje eromheen en een tientje voor de winnaar: dan ga je het niet redden. We moeten zorgen dat de concoursen blijven bestaan die er echt iets van willen maken. En aan ons als ruiters is het de taak om ook die wedstrijden te blijven bezoeken. Er gaan heel veel concoursen kopje onder. Maar waar zijn dan die amateurs als er zo een concours gehouden wordt? Heeft het dan zin om na te denken over een nieuwe bond, een soort amateurbond? Dan blijkt de animo toch niet zo groot te zijn. Ik zie daar niks in. Zoals het er nu naar uitziet, gaan we die concoursen verliezen. En als we doorgaan zoals we nu doen, de kop in het zand, gesloten blijven, critici uitlachen, dan zitten we over 20 jaar niet meer op een paard.”

Bianca aan het woord tijdens een bijeenkomst van de Equine Business Babes

“Ik denk dat we een breed samengestelde werkgroep moeten vormen voor onze communicatie. Met verschillende lagen, verschillende disciplines. Iemand die in de springsport zit, kijkt heel anders naar de dingen dan iemand die natural horsemanship doet. En dan heb je het nog maar over de paardenwereld zelf. Ik zoek ook feedback, probeer naar allerlei mensen te luisteren, naar toppers, naar mensen van Dier&Recht. In elk geval moeten we open communiceren. In zo’n werkgroep moet je ook iemand hebben die kritisch is, zonder dat we meteen de hakken in het zand zetten. Het probleem is dat in de top van de sport en de handel daar niet naar geluisterd wordt. Het gesloten wereldje. Die lezen dat stuk van Vermaat en je hoort ze bijna zeggen: wat een onzin. En gaan over tot de orde van de dag. Terwijl dat soort verhalen wel begrijpelijk is voor een leek. We zijn het graag met elkaar eens, en als dat niet is, dan ben je een afvaller.”

En nu verder in de sport: “Hoe ik het zie? Ik wil paarden hebben om te rijden, liefst bij mensen thuis, op een punt dat iemand niet verder kan of durft, zoiets. Ik heb al twee weken niet op een paard gezeten, het kriebelt. Ik hoef niet internationaal, maar heel groen hoeft ook niet. Ik hoef niet op de hoek van de straat het L te winnen maar de rest wel! En daar hoort bij dat je een paard wat moet leren. Kort draaien, naar voren, terug, gewoon opleiden. Als ik alleen wedstrijden zou moeten rijden om te trainen…..nee.”

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz