Kees van den Oetelaar heeft zijn leven lang geld verdiend met paarden. Als handelaar, als fokker en als hengstenhouder. We moeten op z’n minst even luisteren als zo iemand een waarschuwende vinger opsteekt. En dat doet hij nu weer, als vervolg op zijn eerste verhaal over de gevaren van een te smal spoor in de fokkerij, vooral via de moederlijnen.

‘Ik ben echt verbaasd hoeveel reacties erop zijn gekomen, ik heb zelfs telefoontjes gehad van buitenlandse stamboeken, die me ook nog gelijk gaven. Maar er was ook iemand met een vraag die ik er even uit wil halen. De vraag ging over een ‘gewone’ fokker met een merrie die heel goed kan fokken maar die merrie heeft geen 1m60 gelopen. Weet je, een merrie in een dorp, die gewoon bij de rijvereniging loopt, kan een heel goede hengstenmoeder zijn. We moeten bedenken dat elke hengstenmoeder met niks is begonnen. Er zijn zoveel hengstenmoeders geweest die niet in de sport hebben gelopen.’

‘Ik kan de waarde van de bloedlijn via de moeder niet genoeg benadrukken. Zelf heb ik altijd heel sterk gekeken naar nieuwe moederlijnen, ik ben altijd op zoek geweest naar iets nieuws. Kijk bij voorbeeld naar Verdi en Eldorado van de Zeshoek. Allebei de hengsten komen uit een merrie die maar één hengst heeft gebracht. Dit soort hengsten kan nog jaren in de fokkerij gebruikt worden zonder problemen te krijgen met te nauwe verwantschap. Moet je je voorstellen dat we, zoals andere stamboeken dat gedaan hebben, meerdere zonen zouden hebben goedgekeurd van één moeder. Dan had je Verdi 1, Verdi 2, Verdi 3, Verdi 4 en Verdi 5 gehad. Dan kom je straks in de gevarenzone omdat je dan de moeder van zo’n hengst te veel in de fokkerij hebt zitten. Eigenlijk zou je dan als stamboek van zo’n tophengst een zoon moeten goedkeuren uit een totaal vreemde moeder.’

Op zoek naar de Volbloed
‘Ik heb het in deze verhalen alleen over mijn eigen hengsten, want ik ga niet over hengsten van andere mensen praten. Ik weet wel dat hengstenmoeders zoals die van Verdi en Eldorado als een pijl op een boog de fokkerij vooruit kunnen schieten. Daar moeten we zuinig op zijn. Dat kan met een goede Volbloed ook. Ik vind dat we sowieso nu al naar de goede Volbloeds moeten zoeken. Ja, we kunnen ook zolang doorgaan tot we de Volbloed móeten gaan gebruiken om bloedverversing te krijgen. Maar het beste is dat we nu al die Volbloed vinden, een die in onze fokkerij past. En niet zomaar een Volbloed zoals in het verleden is gedaan.’

‘Dat moeten we nu doen, om te testen, op de aanleg als springpaard en de rijdbaarheid. Nou bestaat die ruimte nog, je wilt niet in de situatie terecht komen dat je wel móet, want dan moet je toegeven op kwaliteit. Waar die vandaan komt maakt niks uit, als je maar kunt testen of ie springkwaliteiten heeft. Dat kan uit de eventingwereld zijn maar met crosscountry en moed heb je nog geen goed springpaard. Het is belangrijk dat we altijd op een goede Volbloed blijven letten.’


His Pleasure (For Pleasure x Quickstar)

‘Het gaat over de moederlijnen en het gevaar van inteelt dat bij te intensief gebruik op de loer ligt. Stamboeken moeten daar aandacht voor hebben, als we tenminste in de fokkerij vooruit willen gaan. Zelf ben ik gek van onze His Pleasure: een bloedhengst uit een Franse moederlijn die in ons fokgebied totaal niet voorkomt: For Pleasure x Quickstar x Laudanum x Uriel. Een moderne hengst die veel kwaliteiten heeft als springpaard, correct is en zeer goed past in de moderne springpaardenfokkerij, waarin we moeten vernieuwen, moderniseren om vooruitgang te kunnen boeken.’

Nieuwe generatie ruiters en paarden
‘De paarden moeten anders zijn dan die van 25 jaar geleden. Onze paarden moeten nou met kinderen die niet van boerenafkomst zijn toch een dikke proef kunnen lopen. Toen hadden we meer boerenkinderen die een sensibel paard veel makkelijker af konden richten dan de kinderen van nu, laat staan de kinderen over tien jaar. Ik doel op mensen als Piet Raijmakers, Jos Lansink, Gerco Schröder. Sowieso waren vroeger mensen anders met een paard bezig dan nu.’

‘Intelligentie, balans, vermogen moeten de paarden steeds meer hebben. We zijn zover gekomen dat een paard in principe nog meer aanleg moet hebben dan de ruiter. En dat wordt alleen nog maar erger. Kun je daar voor fokken? Ja, natuurlijk! Daarbij moeten ons ook realiseren dat het dwangmatig africhten van paarden helemaal uit de mode raakt. Dat kan niet meer, wordt niet meer gepikt. Dát moet in de paardenfokkerij een gróót aandachtspunt worden. Dat heeft veel met het karakter te maken en met de kwaliteit: balans, soepelheid, lichtvoetigheid moeten we hebben. We moeten toe naar een paard dat zich makkelijker laat bewerken. Ik heb niet het gevoel dat daar nou aandacht voor bestaat. Het is ook niet gemakkelijk, maar het moet wel gebeuren.’

‘Een andere hengst die heel goed past in mijn verhaal is Cool Kid, een Coolman-zoon uit het stammetje van Operette La Silla. Waar wij nog niks van hebben in ons fokgebied. Die kan de krant lezen en meteen daarna gaan springen, kijk het filmpje maar even. Hij is AES goedgekeurd, staat wel ter dekking maar we gaan er vooral eerst een paar eigen merries mee dekken om te kijken hoe hij zich vererft.’

‘Mijn verhaal wordt ook ondersteund door een paar mooie voorbeelden uit het verleden. Toen is vaak gebleken dat een hoop onbekende moeders toch topverervers konden fokken. Wat denk je van Grannus, Pilot, Polydor, Corrado? In principe waren dat allemaal hengsten die niet populair waren toen ze nog jong waren. De Duitse stamboeken hebben daarom weinig volle broers gekeurd, geluk achteraf! Terwijl ze later bleken onze beste verervers te zijn geweest. Wacht, ook ik heb andere hengsten hoor, met heel bewezen moederlijnen. Neem onze vierjarige Cero Blue die als grootmoeder de topmerrie Feincera van Peter Wylde heeft, die lijn komt totaal niet voor in onze populatie. Maar het zijn wel vier moeders op rij die op het allerhoogste niveau hebben gelopen, al vanaf 1960: Sarbit, Cera, Feincera en Zera.’


Cero Blue

‘De toekomst van onze fokkerij zal worden: een paard fokken dat te rijden is door de grote groep mensen die voor hun plezier op concours willen gaan. Daaruit zullen onze Grand Prix-paarden voort moeten komen, die sowieso in karakter en intelligentie nog beter moeten zijn dan de paarden van nu. Dat zijn de paarden die met gewone ruiters gemakkelijk een parcours kunnen springen. Als je op concours kijkt, zie je 150 ruiters in een 1m40-rubriek. Daarbij zullen we toch ook moeten gaan kijken naar wíe de moeder gereden heeft. Dat zegt ook iets over het karakter van die moeder. Een merrie die met een amateur een Z-parcours loopt, kan een paard zijn dat met een topruiter 1m50 gelopen zou kunnen hebben. We krijgen steeds meer mensen die op een normale manier fijn paard willen rijden. Dat is voor onze fokkerij een groot aandachtspunt!’


Springsteen

‘Ik noem nog één van onze hengsten voor ik mijn laatste punt heb. Dat is Springsteen, een zoon van de Kannan-tophengst A Big Boy Z, waarvan op dit moment maar 1 hengst bestaat, uit een totaal vreemde moederlijn van Comme Il Faut x Carthago x Almox Prints. Vier jaar is hij, zit nou volop in de dekkerij. En dan naar mijn afsluiting.’

‘Ik zie dat embryotransplantatie en ICSI-technieken in de voortplanting een kleine groep mensen schatrijk maakt èn de fokkerij op korte termijn een steun in de rug geeft. Maar een grote groep mensen krijgt op de langere termijn wel een groot probleem! Je kunt je toch niet voorstellen dat in een fokgebied 20 hengsten gekeurd zijn uit dezelfde moeder, waarop de volgende generatie weer gekruist wordt met dezelfde lijnen, etc.? Er zijn mensen die hebben één zo’n merrie, ze verkopen het vruchtje al voor 30 of 40 duizend Euro, en zo een keer of tien per jaar. Dát brengt de fokkerij veel eerder op een smal spoor dan iedereen denkt. En het gevolg is dat wij als hengstenhouders gaan stoppen met zoeken naar iets nieuws, het stimuleert niet meer om te zoeken naar iets nieuws. Want dat blijf ik de functie vinden van een goede hengstenhouder: de fokkerij de richting geven door nieuwe wegen aan te geven.’

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz