In Calgary, zo ongeveer het zwaarste en moeilijkste springevenement ter wereld, móet je top zijn. Anders heb je daar niks te zoeken. Directeur topsport Laurens van Lieren en bondscoach Wout-Jan van der Schans dachten daar anders over. Aan de landenwedstrijd deden mee: Sanne Thijssen, Mathijs van Asten, Roel Holthuizen (foto) en Logan Fiechter. Enrico van Manen en Harrie Smolders mochten toekijken. Het team werd 8e van de 9 landen, alleen bij thuisland Canada werden nog meer ruiters (allemaal) uitgebeld. Duitsland won oppermachtig, de Ieren werden tweede en de Belgen derde.

Het is de vraag welk beleid bedacht is achter het uitzenden van deze ploeg naar Calgary, waar vandaag de Rolex Grand Prix op het programma staat. Als je op grond van je ervaring niet een goede ploeg kunt samenstellen, moet je dan toch meedoen? Sanne Thijssen hoort daar thuis als ze in goede vorm is. Mathijs van Asten moet wat geluk hebben om iets te kunnen betekenen. Roel Holthuizen, woonachtig in Duitsland, heeft in Carlson eigenlijk zijn eerste goede paard. En Logan Fiechter is een 20-jarig talent, Nederlands kampioen bij de young riders, iemand die van huis uit heel goede begeleiding krijgt van topmensen.
Maar wie verzint het om een 20-jarige young rider naar Calgary te sturen! En wie verzint het dat het een goed idee is om de schimmel Carlson W3, die vorig jaar zijn beste prestatie haalde met een 3e plaats in een 1m55 in het Poolse Krakow, met een relatief onervaren ruiter aan de uitdagingen van Calgary bloot te stellen? Natuurlijk zijn die ruiters gevleid als ze gevraagd worden voor het zwaarste concours ter wereld. En natuurlijk denken ze op hun roze wolk dat ze dan ook wel goed genoeg zullen zijn. Ze zijn immers geselecteerd! Bondscoach en topsportdirecteur moeten zich ernstig afvragen of het niet veel verstandiger is om mensen tegen zichzelf in bescherming te nemen.

