Joep van der Kampen is een voorbeeld voor veel jonge ruiters die van de sport hun beroep zouden willen maken. Hij deed het gewoon, op zijn eigen bescheiden manier zonder grootspraak of poespas. Van pony’s naar paarden, een studie erbij en dan de kans krijgen en doorzetten. En nu runt hij met vriendin Fleur van Lier in het Limburgse Ospel hun eigen stal FJ Horses. Tijdens de fokkersdag van Cees van den Oetelaar prees Eric van der Vleuten hem als iemand die op een goede manier de paarden opleidt.

‘Wie ik ben? Nou, een gepassioneerde paardenman, 35 jaar, opgegroeid in Soerendonk, in het verleden gewoon een HBO-studie small business & retail management aan de Fontys in Eindhoven afgerond. Vanaf m’n 7e jaar ponygereden en later paardgereden. In de schooltijd was het best druk om dat te combineren. Ik heb er wel over gedacht om een andere job te gaan doen maar ik zag ook: als ik succesvol carrière wilde maken, dan paste daar eigenlijk maar 1 paard erbij, 2 zou al wat te intensief zijn als je er vol voor wil gaan.’

Bij toeval -heet dat dan- kwam hij terecht op een rondleiding bij de VDL-stal: “Ik reed wel eens een paard voor Trudy van der Velden en Peter van der Linden uit Veldhoven, zij kenden stalmanager Wiebe van der Kleij, die ze had uitgenodigd om het bedrijf te bekijken. Toen vroeg Wiebe: we zoeken nog iemand die hier als ruiter zou willen werken, is dat niks voor jou? Eigenlijk was het niet de bedoeling maar thuis stonden ze er toch wel achter: dat kon ik altijd een of twee jaar proberen, daarmee gooi je geen carrière weg als je net van school komt.’

Sollicitaties
‘Voordat ik die rondleiding had gehad, had ik twee sollicitaties, bij bekende mensen hier uit de regio. Redelijk vrijblijvend, maar dan krijg je wel een beetje in de gaten wat zo’n ‘normale’ job inhoudt. Bij m’n school reed ik drie, vier of vijf paarden fanatiek, wekelijks een paar dagen naar de concoursen. Als je dan zo’n sollicitatiegesprekje gehad hebt, dan denk je wel: tja. Ik voelde ik me daar niet lekker bij. Eigenlijk hoefde ik niet zo lang na te denken, ik ben vrij snel toch bij VDL gaan werken. Wiebe bood me een mooie kans om het een keer te proberen, 24 was ik.’

Ander wereldje
‘Ik reed wel paarden tot1m40 nationaal, maar dan kom je wel in een heel ander wereldje terecht. Op die manier had ik dat nog niet eerder gezien, er ging een wereld voor me open. Voor mij was dat heel leuk, vooral omdat het nieuw was, het voelde als een hele stap. Alles professioneler, groter, luxer, andere mensen over de vloer, een ander soort paarden ook. Ik kon best wel snel enthousiast worden van wat ik zag, maar nu de hele dag in de paarden op zo’n stal, dat had ik ook niet eerder meegemaakt. Dion van Groesen begeleidde het hele team, half 8 beginnen, vanuit Soerendonk 25 minuutjes rijden, tot een uurtje of 5 altijd. En wekelijks concoursen rijden.’

‘Het is ook vooral de hoeveelheid: je rijdt er meer, je bent met een eigen team van mensen, met collega’s onder dezelfde vlag. Ik vond dat interessant, omdat ik collega-ruiters kon volgen, je krijgt meer affiniteit met je paarden die doorstromen naar topniveau. Ik zat op de opleidingsstal, de jonge paarden, dan heb je verschillende paarden te rijden die je later terugziet in de sport. Ik volgde die sport toch wel, maar dan sta je er toch minder ver vanaf. Ik had er altijd als klein manneke tegenop gekeken, was niet veel gewend, keek veel toe vanuit de zijlijn.’

Vader Jo en moeder Francien van der Kampen reden allebei in hun jongere jaren, Jo hobbymatig landelijk, Francien toch wel fanatiek dressuur. En zus Marlou reed eerder ook: ‘We hebben veel jonge pony’s zelf opgeleid, naar Z-niveau gereden, een keer verkocht, of een keer een moeilijke pony van mijn zus overgenomen. Maar altijd fanatiek. Eerder gingen we natuurlijk met de trailer maar toen kwamen de vrachtwagens. Die moeten we ook een hebben als we dadelijk meer pony’s hebben, vond ik. Thuis zijn ze er altijd snel in meegegaan.’

1m60
‘Ik heb altijd thuis gereden, en links en rechts af en toe bij een fokker hier in de buurt, wat erbij gedaan. Mijn allereerste paard hebben we nog, als 4-jarige gekocht, loopt hier nog in de wei, heeft 1m35 gelopen. Bij Adri Schelle, een fokker een kilometer van ons huis, heb ik een paard gereden, een Balourado. Hij benaderde mij om dat paard te rijden, liep met hem wat B-parcoursen. Maar ik had een paar paarden in het Z of ZZ, het kwam me niet zo goed uit in de planning. Het paard was ook niet zo dat je daar van de buitenkant gelijk verliefd op werd. Hij is er later op teruggekomen en toen ben ik er een keer op gaan zitten en dat veranderde mijn hele beeld, ik heb hem gereden tot z’n 7e. Piergorgio Bucci heeft hem gekocht, heeft hem 1m60 gereden en daarna is ie naar Amerika gegaan.’

Joep met z’n allereerste paard

‘Toon Holtus heeft me altijd begeleid, toch wel een hele periode ja. In de paardentijd ben ik eigenlijk niet bij iemand anders geweest, misschien iemand vanuit de vereniging of iemand een keer uit de buurt. Het was vooral hobby en heel af en toe kon ik er wat aan overhouden. Ik reed wat in de buur voor geld, had ook wel een keer een afspraak over commissie. En ik pakte een lesklantje mee. Maar ja, dat waren nog niet de grootste verdienpraktijken, zeg maar leuk zakgeld, dat was ook wel de reden dat ik bleef studeren.’

Leon Thijssen
Joep bleef 4,5 jaar bij de VDL-stal, tot Leon Thijssen zich meldde: ‘Ja, hij benaderde me, ik heb de overstap gemaakt, daar hoefde ik niet lang over na te denken. Ik was klaar voor een nieuwe uitdaging. Bij VDL merkte je toch dat er een groot bedrijf achter zit, de druk was niet zo hoog.  Bij Leon was dat anders. Het werk op zich is misschien wel hetzelfde maar met een hele andere insteek. Je hebt toch je werkgever aan je zijde staan, die een enorme drive heeft om van die paarden iets te maken, die verantwoordelijk is voor zijn eigen boterham.’

‘Het was heel vrij daar, maar zodra je hulp nodig had, konden we samen trainen. Kevin Jochems reed in die periode ook daar. Iedereen was wel veel van huis, maar we hadden ook veel overleg. Lesgeven deed Leon wel terwijl hij op het paard zat, gewoon af en toe een aanwijzing geven. Tot het moment dat er echt wat bijgespijkerd moest worden, dan duurde het nog heel even en dan was het wel lesgeven vanaf de grond. Dan kan ie heel fanatiek zijn. Vond ik mooi, zeker als je daar resultaat van merkt. Bij Leon heb ik ook voor de eerste keer een 1m50 gereden: als je dan de paarden daarvoor hebt, gaat je dat dan toch goed af, dat is mooi. Mijn eerste 1m50 bij Peel & Maas, de eerste ronde foutloos, dan is de sport wel leuk. Dat had ik nooit gedaan want ik was altijd de opleider. Bij Leon was het een soort van snoepwinkel, daar vond ik een nieuwe uitdaging.’

Joep als winnaar van de 1* Grand Prix in Eindhoven met de Larimar-zoon Larcone

Eigen bedrijf
Twee jaar werkt Joep bij Leon. Samen met zijn vriendin Fleur, die hij in zijn VDL-tijd tegenkwam, begon hij zijn eigen bedrijf. In eerste instantie in Weert, daarna naar Ospel. ‘We hebben het zelf gevonden, rondgekeken naar stallen, zelf de dam op gelopen, gewoon gaan kijken. In Weert hadden ze ook een pensionstal erbij, daar hadden we een eigen gedeelte met stallen. Het spul in Ospel is van een privé-persoon, dat huren we, hij heeft hobbymatig een paar paarden maar verhuurt alleen aan ons.’

Joep van der Kampen bekent eerlijk: ‘In het begin was het nog niet zoveel. Toen ik bij Leon wegging, kwam de corona-tijd, en via via is het langzamerhand wel wat geworden. Het duurde zeker een halfjaar dat we er zoveel hadden dat ik er een dagtaak aan had. Het was niet zo dat ik al wat had toen ik begon, ik had eigenlijk gewoon niks. Een paar eigen paarden, ik denk vier, die kosten in het begin alleen geld en ze leveren niks op. Links en rechts heb ik wel wat mensen benaderd, toen kwamen er snel genoeg toch wel wat paarden in de stal.’

Vader Joep met kleine Job die zo het stuur wil overnemen

Geld vragen
‘En dan moet je in een keer geld gaan vragen, dat is in het begin best lastig. Met wat kosten erbij moeten mensen toch zo’n 1000,- per maand inclusief BTW afrekenen. Fleur had er ook geen ervaring in, we hebben het samen gedaan. En dan kom je er snel genoeg achter dat dat niet genoeg is, ook al heb je tien paarden in het hok. De huur, het voer, verzekeringen, de vrachtwagen, onderhoud, noem maar op. Dan heb je met z’n tweeën een dagtaak maar als je gaat kijken, dan is het geen vetpot. Gelukkig had ik me wel mentaal voorbereid. Ik moest gewoon beginnen en van daaruit verder werken.’

‘En dan ga je toch proberen er nog wat bij te doen. Wat lesgeven, een paard zien te vinden dat je probeert te verkopen met een beetje winst, provisies afspreken. We hebben nu in Ospel gemiddeld tussen de 12 en 14 paarden, met z’n tweeën, met een werknemer. Bij mijn ouders thuis staan de fokpaarden en de jonge paarden, in Ospel de sportpaarden. We willen op dezelfde voet verder werken, wel wat meer gaan fokken op kleine schaal, proberen jonge paarden op te leiden. En we zijn op zoek naar een keer een eigen locatie. Dat zijn nog geen concrete plannen maar dat zit wel in ons wensenpakket. Onze wens is toch om het mooi bij elkaar te hebben.’

Ambitie
‘Mijn ambitie is eigenlijk wel: in de kern de jonge paarden opleiden, in de hoop op een goede verkoop, maar van daaruit ook wel in de positie zijn om een paard langer door te kunnen houden, misschien wel een paar, op 2*-niveau, misschien wel met eigen fokmateriaal. Dat is eigenlijk toch weer de hobby die om de hoek komt kijken. Maar nu is het vooral heel goed nadenken om de stappen te zetten om verder te komen in het leven.’

© Nieuws.Horse 2023 | powered by ThreeTwoOne CreationFactory