Met haar gedrevenheid zorgde ze er als Provinciale Statenlid voor dat er € 3,6 miljoen en meer beschikbaar kwam voor de Zuid-Hollandse recreatieve ruitersport. Vanuit haar akkerbouwbedrijf in Dirksland pakte ze de uitdaging aan om een TREC-wedstrijd en trainingen te organiseren, haar grote hobby. Al 19 jaar werkt ze bij TNO en nu staat Mirjam Nelisse voor de VVD op de lijst bij de komende Tweede Kamerverkiezingen.

Ook in de paardenwereld heb je mensen nodig die ervoor gáán. Dan heb je kans dat er iets ontstaat. Mirjam Nelisse ging en gaat ervoor. In 2015 werd ze voor de VVD gevraagd om zich beschikbaar te stellen voor de Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland: ‘Ik in de politiek? Ik ben nogal direct en kan soms wat ongeduldig zijn, maar ik ben me er toch in gaan verdiepen. En zo zag ik dat ze eigenlijk wel heel interessante dingen doen bij de provincie. Ze houden zich ook bezig met landbouw en met natuur, onderwerpen waarvan ik dacht: jeetje, daar weet ik veel van, daar kan ik aan bijdragen. Ik ben gekozen en in 2019 mocht ik nog een keer.’

‘Bij de coalitieonderhandelingen heb ik het meteen ingebracht: laten we goed kijken naar natuurgebieden, hoe kunnen we ze openstellen voor ruiters. Want paarden zijn ook natuur. Los natuurlijk van beschermde gebieden, die mogen daar geen nadeel van ondervinden. Volgens mij heel logisch: langs de rijweg is het vaak onveilig, op het fietspad hebben mensen last van de mest, waarom de natuurgebieden dan niet openstellen? Nou, ik heb er behoorlijk voor moeten lobbyen. In het begin kreeg ik geen medestanders, ik heb denk ik wel 40 uur aan een motie gewerkt om de partijen achter me te krijgen. Samen met PvdA, PVV en PvdD kregen we de motie erdoor. Uiteindelijk hebben we € 3,6 miljoen voor elkaar gekregen voor achterstallig onderhoud van ruiterpaden en om ontbrekende schakels aan te leggen.’

En toen kwam de uitdaging om er wat van te maken: ‘In de politiek werkt het vaak niet zo goed omdat dingen achter een bureau zijn verzonnen terwijl het in de praktijk anders uitpakt. We zijn met allemaal ruiters samengekomen, veel van de Ruiter Groen Groepen, die een regio vertegenwoordigen, een man of 30/40, en ook de recreatieconsulenten van de KNHS. De mensen konden hun zegje doen en zo is een plan van aanpak ontstaan. Het gaat bij dit soort projecten vaak om lokaal-specifieke informatie die de ruiters uit de buurt veel beter weten aan te duiden. Plus dat ze zich een beetje eigenaar voelen. Draagvlak bij de mensen die er gebruik van gaan maken, is essentieel.’

En nu kunnen ook ’s zomers de ruiters het strand op en zijn er nieuwe ruiterpaden aangelegd: ‘Bijna alle gemeentes aan de Zuid-Hollandse kust doen daaraan mee. Een paar gemeentes hebben nog wat bezwaren tegen de openstelling van het strand maar ik heb goede hoop dat zij ook meegaan. En ik verwacht dat er nog meer ruiterpaden komen waar we een lintje kunnen gaan knippen. Er komt nog wat extra budget beschikbaar voor de aanleg van nieuwe ruiterpaden. De provincie heeft niet echt heel veel kennis over ruiterpaden. Voor mij is de beste ondergrond een stevige laag. Het voorstel is nu om de ruiterpaden heel luxe uit te voeren, haast goud omrand. Voor mij hoeft dat gouden randje niet, ik heb voor dat geld liever normale kwaliteit en meer kilometers.’

Haar eigen ruiterhobby had niet heel veel met ruiterpaden te maken: ‘Ik reed overal, maakte zelden gebruik van ruiterpaden met mijn Haflinger Hans, dat was een fantastisch kuikenmak paard. Mijn ouders hebben een landbouwmechanisatiebedrijf in Nieuwe-Tonge, ik kom uit een familie van ondernemers. Ik was de eerste die in loondienst ging werken, haha, op mijn 24e, na mijn studie Technische Bestuurskunde aan de TU Delft, als onderzoeker bij TNO. Bij mijn man hadden ze een beginnende manege in Dirksland, ik heb een van de manegepaarden gekocht. Hans, mijn grote liefde. We waren samen ontzettend veelzijdig: dressuren in de winter, TREC in de zomer, maar ook een springparcoursje, achter koeien aangezeten in een clinic, oefencrossjes gereden, crosstrainingen, noem maar op. Ik volwassen en 1m72 en hij maar 1m45. Dus bleef mijn voet nog wel eens achter de hindernis hangen. En we trokken er graag op uit met de trailer.’

Op een gegeven moment las Mirjam een artikel over TREC: ‘Zó, dacht ik, dat is gaaf. Ik heb alles gelezen wat erover te vinden was. En ik heb me aangemeld voor een wedstrijd in 2007. Thuis op de boerderij heb ik in 2009 zelf een TREC-wedstrijd georganiseerd. Dat kon nooit een moeilijke worden, zeiden ze. Nou…. Mijn man hielp ook mee, ik op de shovel, hij op de trekker, zijn we samen gaan klussen. Het werd een heel uitdagende oriëntatierit en hindernissenparcours, een lekker diepe waterbak, op- en afsprong, daarna door de sloot, een heuvel die best hoog was als je er bovenop stond. Na die wedstrijd zijn de hindernissen blijven staan en ben ik ook TREC-trainingen gaan geven.’

Bij TREC [Technique de Randonnée Equestre de Compétition) gaat het om de technieken die je moet beheersen op het moment dat je het buitenrijden tot in de puntjes wilt beheersen: ‘In Frankrijk waar het ontstaan is, doen ze niet zo aan gebaande paadjes zoals bij ons. Daar ga je met kompas het terrein in. Bij het eerste onderdeel krijg je een kaart mee, met een voorgeschreven snelheid en controleposten. In het tweede onderdeel gaat het om de gangenbeheersing, zo moet je een langzame galop en een snelle stap laten zien. En in het derde onderdeel heb je 16 veelzijdige hindernissen in gevarieerd terrein: een heg, een boomstam, een hek dat open en dicht moet, slalom rijden, en zo.’

‘Working equitation is anders, dat lijkt toch meer op dressuur, op controle over hindernissen. Bij ons geen mooi net pakje, geen gepoetst paard, alsjeblieft niet trouwens want de parcoursen gaan overal doorheen. Je weet zeker dat je niet schoon aan de finish komt. Het is minder lang en hard dan de endurance, de hindernissen zijn minder hoog dan in de cross-country. Ik heb het in binnen- en buitenland gedaan, Frankrijk, Duitsland, België, het mooie daarvan is dat de wedstrijden in de prachtigste stukjes natuur georganiseerd worden. Bij voorbeeld een route die zo’n 50 meter door een stromend riviertje loopt, vandaar uit over een héél smal overgroeid paadje, naar boven op een heuvelkam. Geweldig.’

Mirjam Nelisse heeft de smaak van de politiek goed te pakken: ‘Natuurlijk heb ik gedacht: kan ik wel echt iets veranderen? Maar het blijkt gewoon: als je goede ideeën hebt en doorzettingsvermogen, dan kun je dingen voor elkaar krijgen. De combinatie van TNO, de politiek en het akkerbouwbedrijf is wel een drukke. Of ik mijn man ooit zie? Door al dat thuiswerken best wel vaak eigenlijk, haha. In de Tweede Kamer zit nu volgens mij één vrouwelijke ingenieur, ik zou dat graag willen verdubbelen. Ik sta op plek 69 maar we staan er goed voor, als we meedoen met de formatie schuiven allerlei plaatsen op en ik hoop natuurlijk op voorkeurstemmen, dus wie weet!’

De paardenhobby is na het heengaan van Hans wel veranderd: ‘Ik heb nog wel een paard hoor: als veulen is hij hier gekomen, Bliksem, ook een Haflinger. Hij doet z’n naam eer aan, staat 24/7 buiten, heeft een goddelijke jeugd gehad, maar bleek uiteindelijk vergroeide gewrichten te hebben bij z’n bekken. Daar loop ik al twee jaar naast. Werk aan de hand en longeren volgens de NCSAH-methode. Ik heb afspraken met een vriendin gemaakt voor als het niet gaat terwijl ik er niet ben maar het lijkt goed en langzamerhand kijken we toch naar een opvolger voor Hans. Hans was zo mijn maatje, dus dat verdriet is nog lang niet verwerkt, nu drie maanden geleden.’

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz