Het is heerlijk om naar paardenmensen zoals Linda de Jong te luisteren. Nuchter, enorm gepassioneerd, ondernemend maar ook met het hart op de tong en niet bang om ergens iets van te vinden. Vanuit Buitenpost regelt ze haar eigen bedrijven en ondersteunt ze intussen ook het timmerbedrijf van haar partner. ‘Ik ben nogal een bezig bijtje,’ zegt ze.

Ze is de oudste in een gezin met 9 kinderen, boerend op een melkveebedrijf met daarbij een loonbedrijf. Haar vader werd ziek in 2009 en overleed in 2016. Linda pakte haar verantwoordelijkheid: ‘In 2009 was ik 34, we hadden twee boerderijen, met land, de paarden, en een loon – en grondverzetbedrijf, dat zou betekenen dat alles weg zou gaan. Ik heb die verantwoordelijkheid gevoeld, vooral voor mijn zus Paula en broer Hylke die in de paarden wilden. Paula was 24 toen, Hylke 14. We zijn met elkaar om tafel gaan zitten en hebben gezegd: de schouders eronder! Paula woont met haar gezin aan de overkant van mij in Buitenpost, Hylke bij mijn moeder op de ouderlijke boerderij in Dokkum.”

Ons ouderlijk huis staat aan de rand van de stad Dokkum, boerderij de Osseweide, daar is de paardenhouderij met de zorgfunctie.  Aan de rand van de stad kwamen bij ons veel mensen, met gedragsproblematiek, ze hielpen mee, er zat structuur in de werkzaamheden, dat is goed. De professionalisering van de zorg is ontstaan omdat Yvonne Roorda een locatie zocht om paarden en zorg te combineren. We organiseren er nu ook wedstrijden, mensen die daar zijn werken mee, vinden ze hartstikke leuk om te doen, ze voelen zich nuttig. Op de boerderij in Westergeest exploiteer ik, samen met mijn broer Mark en schoonzus Natasja, sinds 2010 het loon- en grondverzetbedrijf. En dan heb ik dus mijn eigen paardenbedrijf, met inkoop, verkoop, noem maar op. En twee Berner Senners met momenteel puppies, eigenlijk ben ik altijd aan de gang. Nee, dat kost me geen moeite, denk niet dat ik niet meer slaap of zo.’

Even terug naar het begin, toen de wereld er nog anders uitzag: ‘In die tijd had elke boer wel paarden erbij en ook mijn moeder reed wel, recreatief. Ook naar Zuidlaren, van Marum naar Zuidlaren in 1976, onder de man met twee aan de hand. Dat was toen heel gewoon, in 1974 naar de eerste Zuidlaardermarkt, ik zat in de kinderwagen. Twee jaar later zat ik voorop. Natuurlijk kwam er later een Shetlandertje, Kissy, daar viel ik wat mee om. Even later een C-ponytje. Toen ik 15 was begon het wat serieuzer te worden: kocht ik pony’s op de markt, en die verkocht ik dan weer. Sleepte ik Paula mee, die was bijna 10 jaar jonger.”

Fokkerij is een belangrijk onderdeel van de paardenactiviteiten van de familie De Jong. Het betreft veulens van eigen merries maar ook het ter dekking stellen van hengsten zoals deze I’mtorius van de Osseweide (Dallas VDL x Damiro x Formateur) op de sprong met Hylke de Jong

Linda wilde de paarden in maar dat vonden haar ouders geen goed idee: ‘Geen denken aan, jij gaat studeren. Dat heb ik gedaan, ik heb een baan gekregen bij de ABN Amro, later werd ik kantoordirecteur in Kollum en Oosterwolde. De paarden ben ik er altijd bij blijven doen, dat wist ook iedereen. Niet zozeer de sport, M2, dan was het voor mij wel genoeg. Het opleiden van jonge paarden vond ik veel leuker. En de handelsgeest zat er altijd al wel in. Plus het coachen van Paula en Hylke, dat is altijd heel leuk geweest.’

De familie De Jong heeft het op een eigen manier aangepakt: ‘Ik weet nog, op een gegeven moment waren we met springen zo ver dat we aan het 1m40 mochten meedoen. Mijn God, wat een drama om daartussen te komen bij de KNHS. Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Veel bellen en lobbyen bij de KNHS. Paula had in Zuidbroek weer drie dagen lang fantastisch gereden in het ZZ. Toen werden we toch op de lijst gezet voor Roggel. Daar reed ze meteen twee keer 0 in het 1m40 en mocht ze de Grote Prijs rijden. Weet je, het heeft niet per se met rijden te maken. Ten eerste kost het heel veel geld, en ten tweede kost het heel veel tijd. Je moet wel de mogelijkheid hebben om drie of vier dagen iemand op stal te hebben. En je komt er niet zomaar tussen. Als je talent hebt en geen geld, is het heel lastig. Mensen kopen tafeltjes om daaraan mee te kunnen doen. Het is in die wereld heel erg van wie je bent en wie je kent. Heel erg jammer. Er zijn veel mensen die met hart en ziel eraan werken maar er daarom niet aan komen.’

‘In 2012 heb ik daarover een gesprek gehad bij de KNHS in Ermelo. Dat, behalve dat paardrijden een erg dure sport is, komt er weinig ondersteuning van de KNHS om de overstap te maken van nationale naar internationaal. We zijn natuurlijk ook lid van de KNHS om een meerwaarde te hebben, maar in deze situatie vond ik die ver te vinden.’

‘Paardensport is een way of life. Als je alleen al kijkt: je bent lid van een vereniging, van de KNHS, je hebt een startpas, je betaalt inschrijfgeld, je vervoer, noem maar op. Het is niet zomaar een hobby, 24 uur per dag ben je ermee bezig, dat kun je niet vergelijken met welke andere sport dan ook. Met alles wat er omheen hangt. De hengstenhouderij, de export, de hele bedrijfstak eromheen. Wij Nederlanders kunnen gewoon goed paarden fokken, met ideale weersomstandigheden. De sport is slechts een onderdeel. En dan hebben we binnen de sport nog allerlei gebruiksmogelijkheden. Dat is voor mensen die niet in die wereld zitten nauwelijks goed uit te leggen. Die zien hooguit alleen de topsport op TV, maar wat eraan vooraf gaat, ziet niemand. Kijk naar onze gigantische successen en de waardering daarvoor in de Sportgala’s. Dat geeft al aan hoe anders onze sport bekeken wordt. Over één kam scheren met andere sporten? Dan word ik helemaal kriegel. Dan denk ik: waarom? We hebben een individuele sport, we kunnen het hartstikke goed inrichten. Waar is de KNHS dan voor ons?’

‘Daar komt bij dat we met onze sport onder het vergrootglas liggen. Wij zitten aan de rand van Dokkum, de paarden lopen in het land. Ja, dan gebeurt er wel eens wat. Als je zes paarden moet vervoeren, dan schiet het niet op met ‘kom maar schatje, nog een beentje’. Ze moeten ook opgevoed worden. Maar mensen hebben nu snel de dierenbescherming gebeld, voor iets wat vroeger heel normaal was. Mensen zijn vergeten dat het dieren zijn en dat je ze niet vanuit menselijk perspectief moet benaderen.’

‘Plus dat we een geslotenheid hebben, ook onder elkaar. Natuurlijk verschilt het heel erg van persoon tot bedrijf. Gesloten met het hekwerk, maar ook om kennis te delen, om dingen te laten zien. Laten we wel wezen: als je er op afspraak komt, is alles piekfijn in orde. Dat is natuurlijk niet de praktijk. Door de handel kom ik op heel veel stallen, je ziet heel veel dingen. Hé, doe je dat zus, doe je dat zo? Thuis zeg ik dan goh, ik heb daar wat gezien, dat was ook wel wat voor ons. Maar dat komt omdat je op die stallen komt. Om dat echt te delen, dat gebeurt niet. Wat we nu doen met handel en export: daar heb ik heel veel voor moeten uitzoeken. Informatie vinden is echt lastig.’

Via de nieuwsbrief van de Kamer van Koophandel werd Linda geattendeerd op een handelsmissie naar Shanghai in 2010: ‘Toeval bestaat niet. Onze ouders waren een paar maanden daarvoor naar Beijing geweest en die zeiden: daar zouden jullie naar toe moeten gaan, echt iets voor jullie. Ik heb het samen met Paula uitgezocht, twee boerinnen van buten. We wisten niet wie er mee gingen, we moesten onze eigen weg zoeken. Sjoerd Meekma ging mee, Horse Service International, de Gerdine Hoeve, Age Okkema, Debby Wolters, zo nog een aantal. Hoe het was? We hebben amper kunnen eten en drinken, zoveel mensen kwamen er op ons af. Al snel hoorden we: die twee meiden die daar staan, die hebben de gang erin. Met onze CD-tjes en video’s. We hebben een foto van elke bezoeker gemaakt, en dat op de achterkant van het visitekaartje geplakt: man met bril foto 2 en zo.’

In de trein in China, alleen erop af

‘Twee maanden later hebben we onze eerste deal gesloten en toen….nou ja, toen hield het niet meer op. We hebben zelf onze klantenkring opgebouwd, dat komt ook wel omdat mijn zusje en ik van ondernemende aard zijn, zeg maar. Afspraken maken, zorgen dat je een chauffeur krijgt en erop af. We waren in dezelfde tijd als Dutch Premium Horses (DPH), zij hebben het ook echt heel goed gedaan. En tja, vrouw en persoonlijkheid, dat wordt soms ook wel onomwonden gezegd. Blauwe ogen, lang blond haar, dat sprak wel tot de verbeelding. Er zijn klanten die graag zaken willen doen om die reden.’

Het zakendoen met China is in de afgelopen tien jaren wel veranderd: ‘De eerste vraag was natuurlijk: zwart en moet 1m50 kunnen springen. Het was moeilijk om aan te geven dat het zo niet werkt. De fundering moet het beste zijn, dat is ook zo met je huis, daar kun je nooit meer bij. Dat is de basis, en dan komt het talent, de sponsors, etc. Plus dat Chinezen gewend waren om voor weinig geld veel te krijgen. Dat was dus niet zo. Ze zochten allemaal naar die toppers. En dan niet kunnen rijden, geen stalmanagement, geen goede coach, wat denk je dat er van zo’n paard overblijft?’

‘Al snel kwamen ze tot het inzicht dat ze meer hadden aan heel fijne gebruikspaarden, L- en M-niveau zeg maar. Dat is een beetje ons geluk geweest. Brave paarden, betrouwbaar. Die klanten kopen nog elk jaar. Je kunt wel elke keer nieuwe klanten aantrekken maar je bestaande klanten tevreden houden is veel beter. Er zijn klanten daar doen we al heel lang zaken mee. Paula heeft met Unanina 1m50 gesprongen. Daar heeft ze een jonge Nassau uit, een vos met aftekeningen, niet al te groot. Niet ideaal voor China, maar die loopt daar nu wel 1m50. Dat kwaliteit geen kleur heeft, dat heeft die koper daar wel wat ingebracht. We missen de contacten nu wel. We kregen laatst 1000 mondkapjes opgestuurd met de boodschap dat we goed op onszelf moesten passen.’

Ook als het gaat om inkoop beschouwt Linda de wereld op haar eigen manier: ‘De basis is wel goed, daar zijn we goed in. Ik waardeer enorm de basisruiter, 20 keer per jaar op concours, de kracht van de herhaling. Bij een andere categorie ruiters worden de punten in een paar maanden erbij gereden. Dan is een paard zomaar Z2, maar dat geeft geen informatie. Iedereen zegt: die handel….nee, dat staan we met elkaar toe. Het is zo belangrijk dat de basis er goed in zit. Fantastisch hoor als een paard met de benen een halve meter de lucht in draaft, maar je hebt er niks aan. Of een halve meter boven de hindernis uit, je hebt er niks aan. Basis, basis, basis, als je dat goed doet, is het goed voor iedereen.’

Linda, Hylke en Paula de Jong met I’mtorius van de Osseweide (Dallas VDL x Damiro x Formateur), een naam waarvan het achtervoegsel refereert aan de ouderlijke boerderij.

‘En dan moeten we kijken naar de meetmomenten. Mijn paard heeft M-niveau. Ja? Een hindernis van 1m20, thuis, kringniveau of CSI*1? Dat maak je allemaal mee. De presentatie naar buiten is ook belangrijk: ik ben ervoor om plaatsingspunten registreren, net als de FEI. Eenduidig. B, L M, Z: zegt een buitenlander niks, net zomin als onze dressuurindeling. Als handelaar heb je daar last van, een klant wil weten wat ie koopt. Ik ben nou op zoek naar een Z2-paard dat 68% kan scoren voor een redelijk budget, moeilijk. In Duitsland zijn ze er eerder mee, daar wordt een wissel spelenderwijs eerder in de proeven meegenomen. Die proeven moeten we ook maar eens goed onderhanden nemen.’

Eigengereid en vrijbuiterig, zo omschrijft Linda haar leven: ‘Dat ik dit zo kan doen, kan ook omdat ik geen kinderen heb. Het is niet standaard inderdaad. Mijn moeder is 67, rijdt nog paard, haalt de kleinkinderen op, is actief. Ik denk dat mijn moeder tropenjaren heeft gehad maar dat is haar niet aan te zien en het is niet aan haar te merken. Het zal in de aard van het beestje liggen, zo zijn we allemaal wel een beetje…’

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz