Een ‘buitenmanneke’, zo kijkt Gijs van de Mortel terug op zijn eigen jeugd in Helenaveen, gemeente Deurne. De springruiter heeft na een intensieve Franse periode tegenwoordig met zijn ouders het paardenbedrijf Du Buisson in het Limburgse Egchel waarbij het zadelmak maken en de fokkerij belangrijke activiteiten zijn. Het leverde ook een eigenzinnige kijk op: “We zijn met de fokkerij veel te commercieel bezig.”

In Helenaveen, midden in de Peel, hadden zijn ouders een kwekerij met rododendrons toen Gijs op 7-7-’78 geboren werd. Ponyrijden was niet meteen zijn grootste hobby: “Mijn zus ging ponyrijden bij de buren, zei ik: laat mij er ook eens een keer op. Ik had nog geen rondje gereden of ik lag er al langs, zo hard! Ik ging liever vissen. Mijn zus kreeg mijn vader zo gek dat hij een pony kocht, en toen moest ik er toch ook een hebben. We zijn naar Pietje Martens gereden in Ommel, kochten we Bruintje, een vosje, voor 1750 gulden. Hoe oud ie was, wisten we niet. Als ie beviel, konden we het geld komen brengen. Ik was een jaar of 10.”

Gijs werd lid van de ponyclub in IJsselstein: “Bruintje had zo’n dikke onderhals, aan de teugel rijden kon niet, echt een boerenpony’ke. Hij was wel superbraaf, hij sprong overal overheen. Maar toen moest je een winstpunt in de dressuur halen om te kunnen springen, ik heb er twee jaar over gedaan. Toen is mijn vader naar de commandant Lei Marcellis gegaan: kun jij niet zorgen dat mijn zoon een winstpunt haalt? In Sevenum heb ik toen mijn allereerste winstpunt gehaald, 121 punten, dat weet ik nog precies. En dezelfde dag mocht ik springen, meteen foutloos. Ik ben wel blijven dressuren, dat was de afspraak met Lei Marcellis.”

“Ach, wij moesten beginnen met helemaal niks. Werd er een d-pony gekocht uit de buurt, moesten we die zelf zadelmak maken, proberen omhoog te rijden, werd ie verkocht en dan kwam er weer wat anders. Bij Arnold van Mierlo in Someren hebben we toen een palomino-pony gekocht, een lastige, maar ik had er wel een klik mee. Onder begeleiding van Werner Geven ben ik van het B naar het M-springen gegaan. En crossen, dat was mooi, ik zat in de selectie voor het EK, training met Karin Galema. Ik was 12, heel jong, het zag er goed uit! Tot de pony rhinopneumonie kreeg die op de zenuwen sloeg, de pony raakte de controle over de bewegingen kwijt. Daar hield mijn ponycarrière op.”

Bij springruiter Reinier van der Maas leerde Gijs van de Mortel het vak: “Ik zat op de middelbare school in Horst, kwam ik bij hem in de buurt langs. Zei ik tegen mijn ouders: ik ga daar eens kijken. Van het een kwam het ander, ik heb er heel veel jaren meegeholpen. Mijn vader had in de tussentijd een paard gekocht, ik was einde 15, en ik zat in no time in het Z. Mijn zus was meer van de dressuur, dus sprong ik het paard van mijn zus ook nog erbij. Het begon me steeds meer te trekken. We hebben een veulentje gefokt, nog een paard erbij, en al snel werd het een uit de hand gelopen hobby. Mijn vader zou heel graag gereden hebben vroeger maar dat zat er toen niet in.”

“Na de middelbare school dacht ik: ik ga het hippisch centrum in Deurne doen. De voor-stage bij Henk van de Broek beviel hartstikke goed, maar de school zelf was een tegenvaller. Ik heb het drie maanden gedaan, met de kerst ben ik gestopt. Ik had geen klik met de mensen, het rijden strookte helemaal niet met mijn ideeën. Ik reed al ZZ, ik wilde verder, en ik zat tussen mensen die B of heel misschien L reden. Ik mocht van thuis stoppen, maar dan moest ik wel naar een andere school. Vanwege de boomkwekerij thuis heb ik de middelbare tuinbouwschool in Horst afgemaakt en ben ik halve dagen bij mijn ouders in het bedrijf gaan werken en halve dagen voor mezelf: eigen paarden en rijden voor andere mensen, de verzorging van de fokmerries, noem maar op.”

De kwekerij midden in de Peel werd in 1999 verkocht omdat er natuurgebied moest komen: “Toen moesten we wat anders. Mijn vader vroeg me: wat gaan we nou doen? Ik zei: ik ga verder in de paarden. Nou, zei hij, dan ga ik niet een nieuwe boomkwekerij starten. Hij wilde altijd al graag naar Frankrijk. Hij zei: we gaan er eens kijken, als je paarden wilt houden, moet je grond hebben. Wij naar Normandië. Ach, wij waren geen mensen van de vakantie, nooit ergens geweest. Eind 2000 hebben we daar een bedrijf gekocht, Haras du Buisson, met drie huizen, 65 stallen, alles omheind met hout, met automatische drinkbakken, op 92 hectare kleigrond. Heel rijke grond, met een klein beetje kunstmest konden de paarden er al niet meer op, zo blauw van de stikstof, zo’n rijk gras, dat heeft me ook een paard gekost. In november 2000 ben ik er alleen heen gegaan, ik was 20, met 30 paarden, waarvan 15 fokmerries en een stuk of 5 concourspaarden. We hadden in Helenaveen meer dan een miljoen planten, die moesten verkocht worden. Vader zei: je gaat maar vast vooruit. Mijn moeder zei dan: maar hij is nog zo jong. Zei m’n vader: als hij het nou niet leert, leert hij het nooit meer.”

Haras du Buisson in Normandië

Gijs zette een paardenbedrijf op in Frankrijk maar dat ging niet zonder slag of stoot. Tegenwoordig maken ze er tv-programma’s over. “Vooral het eerste jaar was best moeilijk. Van 15 fokmerries werden het 20, en al snel groeide het uit tot 100 paarden. Een oudere Fransman die er vroeger al werkte, hielp me. De dierenarts woonde heel ver weg, toen zei vader: we kopen een scanapparaat, kunnen we zelf scannen en insemineren, zorg dat je het onder de knie krijgt. Dat bespaarde ons een hoop kosten. Mijn ouders zijn twee jaar later gekomen. We hebben het probleem van de afzet van paarden in Frankrijk onderschat, dat is gewoon niet zoals hier. Wij zijn een handelsland, dat is daar echt anders. Erlangs had ik ook een houthandel opgestart. In Frankrijk werden alle weilanden afgemaakt met spoorbielzen, en hier moesten ze allemaal vervangen worden door beton, een spoorbiels was hier chemisch afval. Dat groeide in een jaar van 300 naar 20.000 bielzen per jaar, het liep als een tierelier. Plus leggers om ze te bevestigen, plus weipalen, zeker 6000 per jaar, plus paardendekens, en daar kwamen weer zoutblokken bij.  Alleen de afzet van die paarden, dat lukte niet.”

“Toen we 9 jaar in Frankijk zaten, zei ik tegen mijn vader: of het dit nou is, ik weet het ook niet. Ik hoef alleen maar te werken, ik heb hier verder niks, geen relatie, niks, alleen maar werken. Komt bij toeval de buurvrouw langs, die had een kasteel, wilde 45 hectare terugkopen hebben die ze ooit verkocht had aan Haras du Buisson. We hebben gezegd: alles of niks. Daar ging nog een half jaar overheen, komt ze terug: ik wil alles kopen. Eind 2009 hebben we het bedrijf verkocht, voor bijna het dubbele voor wat we ooit gegeven hadden, dat was wel goed. Mijn vader deed het met pijn in het hart. Dit krijg je nooit meer, zei hij. Heb ik gezegd: Dat weet ik, maar altijd werken is ook niet alles. Ik wilde mijn paardenbedrijf rendabel maken. Dat lukt het een jaar wel, het andere jaar niet.  De houthandel maakte het vaak goed. We hebben iets in Nederland gezocht en een bedrijf in Egchel gekocht. We zijn met de beste fokmerries verder gegaan.”

“Maar in 2010 kwam ook de crisis, hebben we het echt heel zwaar gehad. Ik heb veel paarden moeten laten gaan voor geld….ik zou willen dat ik die paarden vandaag de dag had.  Gelukkig hadden we een spaarpot, anders had ik het niet overleefd. Komt Ben van Mierlo bij mij: Gijs, kun jij een paar paarden zadelmak maken? Dat sprak zich vrij snel rond, echt heel snel. Nou heb ik er zeker 100 per jaar. We hebben een rijhal van 20 x 40, 27 stallen, een woonhuis voor mijn ouders, en ik woon boven de inpandige garage. Ik voer nog altijd de naam Du Buisson, da’s toch promotie van je stal. Het zadelmak maken blijf ik gewoon doen, daarnaast fokken, dit jaar krijgen we 10 veulens. De beste stammen die ik had, hebben we nog steeds, de stammen waar structureel goede springpaarden uitkomen. De veulens bied ik vaak aan bij de veulenveiling Midden-Limburg. Minimaal elke week ga ik op concours, van BB t/m 1m40. Ik hoef niet per se 1m40 te rijden, ik rijd er liever een in het L die ik kan verkopen dan een in het 1m40 die er af en toe een uitlepelt. En nou heb ik wel een vriendin, Julia van Benten, we gaan samen het bedrijf voortzetten.”

Het bedrijf Du Buisson in Egchel

Iemand die zoveel paarden zadelmak maakt, heeft ook een mening over paarden: “Met de fokkerij gaan we de verkeerde kant op, we zijn veel te commercieel bezig. We maken de fokkerij heel smal, we letten te weinig op het karakter. Veel mensen snappen al niet de definitie van het woord bloed. Voor mij is dat de drang om te werken. Ik had vroeger een Naturel x Eclatant x Beiaard, maar bloed! Die kon je twee uur rijden. Maar het was geen bloedtype. Aan het eind van het liedje is 95% voor de amateur en semi-professioneel, die alleen kunnen rijden als ze een fijn rijdbaar paard hebben. We rennen allemaal naar Cornet, Kannan, Emerald of Comme Il Faut, die gaan voor veel geld weg. In Frankrijk in de draverswereld zijn hengsten gelimiteerd, ze willen hun bloedspreiding zo breed mogelijk houden. Dan komen ook de goede naar boven die je eerst niet in de gaten had. Dat moeten we hier ook doen. Een fokker met een veulen heeft dan iets exclusiefs. Zit je niet in de groep Verdi, dan neem je een andere Quidam of een Verdi-zoon. Nee, ze vliegen met z’n allen op die paar hengsten af. En klonen of ICSI? Dat is niet vooruit werken. Wat geweest is, is geweest. Let op, we zijn grandioos vooruit gegaan. Als ik kijk waar de mensen nu mee rijden….daar durfden we vroeger alleen maar van te dromen.”

De fokkerij van Gijs van den Mortel heeft al heel wat goede springpaarden opgeleverd: “Zeus du Buisson, die met Santiago Lambre voor Mexico loopt. Of Kodarco, die als 8-jarige al Spruce Meadows liep met Ali en de Derby van Hamburg met Jorg Naeve. Rudicon du Buisson en Renoir du Buisson, volle broers van Mr. Blue die alle twee 1m60 sprongen. Dakota du Buisson met Suus Kuyten (v. Dutch Capitol). En bij Rob van Bussel staat nu een heel goede 7-jarige, Chica du Buisson Z, een Galvaro x Mr. Blue. We verdienen de kost, betalen alle rekeningen. Maar ik blijf wel zoeken naar het optimale rendement, dat je er bovenuit groeit. Dan zou het wel mooi zijn als ik de absolute crack zou kunnen fokken….”

Gijs van de Mortel met onafscheidelijk petje, met Julia van Benten en de 6-jarige Dacota du Buisson Z, volle broer van Dakota du Buisson waar Suus Kuyten 1m50 geklasseerd is.

© Nieuws.Horse 2023 | powered by ThreeTwoOne CreationFactory