Praten met Jos Brinkman is een reis door een tijd van veranderingen, op allerlei gebieden. De man uit Twello die in Twente terecht kwam, draagt een schat aan hippische ervaring met zich mee. Van zijn hobby heeft hij in dubbel opzicht zijn werk gemaakt: als instructeur op het Zone.College en natuurlijk als parcoursbouwer, zijn grote passie.

Jos Brinkman werd eind jaren ’50 in Twello geboren in een gezin met 5 jongens en 3 meisjes, een gezin ook met naam en faam in de paardenwereld: hengstenhouderij Brinkman. Meer dan 140 jaar is het bedrijf steeds overgegaan van vader op zoon en ook Jos was een soort van voorbestemd om in de hengstenhouderij te gaan werken: “Alle vrije uren ging ik met m’n broer Willie mee die zich toentertijd over de  Shetlander-hengstjes ontfermde, we hadden er in de toptijd wel een stuk of 7. Mijn vader reed met twee, drie grote hengsten, met namen als Irco Polo, Halewijn, Minister of Mirco. En we hadden toen ook nog drie koudbloedhengsten op stal, de Belgische trekpaarden, dat weet ik nog heel goed. En vaak met pa mee naar de hengstenkeuringen, van de New Forest, de Shetlanders, het KWPN, eigenlijk alles.”

“Willie en ik zouden samen de hengstenhouderij overnemen maar toen kwam het hele KI-gebeuren, het was best de vraag of je daar met twee gezinnen van zou kunnen leven, eigenlijk best een heel groot vraagteken ja. Toen zat ik al in Almelo bij handelsstal Heerdink, de stal die bekend was als De Mooie Vrouw. Willie ging daar in de winterdag altijd al naar toe. En ik in de schoolvakanties. Je moet weten, in de winter kocht mijn vader een paar varkens en koeien om ook in de winterdag bezig te zijn. Zo ging dat toen in de jaren ‘70. Ik was een jaar of 15 of 16, zat op de mavo. Gerard Heerdink zei altijd: blijf maar hier, ga maar van school af. Maar ik heb de mavo afgemaakt.  Mijn ouders wilden graag dat ik doorstudeerde omdat ze niet geloofden dat ik met die mavo werk kon krijgen, maar daar had ik weinig zin in.”

“Toen ik mijn diploma had, was ik de maandag erna al aan het werk. Op een manege in Hattemerbroek bij Zwolle, gewoon het manegewerk. Ik was een jochie van 17, gaf heel veel les, en toen ben ik ook begonnen met de commandantencursus, wat toen de eerste fase van de instructeursopleiding was. En toen vroegen ze bij dierenarts dr. Mulder in Emst personeel. Zijn zoon Michiel Mulder reed eventing wedstrijden, ik verzorgde de paarden en hielp mee in de praktijk. Ik denk dat dr. Mulder de eerste dierenarts van het KWPN was. Hij was de eerste man van de zenuwsnede, wat toen vrij normaal was als er problemen waren met de hoefkatrol. Hij was ook de man van het eerste cornage-onderzoek. En hij begon met röntgenfoto’s, met een apparaat dat hij van het ziekenhuis gekocht had. Ik was er intern, heb het allemaal meegemaakt, een jaar of drie.”

Eind jaren ’70 verhuisde Jos Brinkman naar Twente om te gaan werken bij De Mooie Vrouw:  “Ik was er intern, daar werkten ook Paul Hendrix, Martin Hulshof en Willie van der Ham. Peter Geerink kwam er heel veel, kruimeltje noemden we die omdat hij zo klein was. Ik heb er veel mensen leren kennen, deed daar ook de handel. En een beetje rijden en in de weekenden op concours, ik was toen ZZ-springen, M-dressuur en M-samengesteld. En heel veel de boer op om paarden te zoeken, naar alle markten, Hedel, Zuidlaren, Elst. In deze tijd heb ik de ORUN-cursus verder gevolgd, het was de tijd van Lammert Haanstra, Wim Bonhof en Johan Hamminga. Er ging een hele wereld open voor ons, ik heb er heel veel geleerd in een leuke groep. Ik ben allround geslaagd, dat was in die tijd niet anders. Jammer dat het later gesplitst is, de allerslechtste zaak. Ik vind dat ook een dressuurinstructeur de basis van het springen moet weten, ook cavaletti lopen is goed voor een dressuurpaard, daar ben ik van overtuigd. Om maar iets te noemen. Ik heb toen heel veel lesgegeven, soms wel aan drie, vier of vijf verenigingen. En als gastinstructeur voor de lesweken, dat was toen een bekend iets hier in Twente. Ik mocht ook alles jureren. Het was geen dik loon maar ach, ik was vrijgezel.”

Dat veranderde toen Jos Gerda leerde kennen: “Op vrijdagavond gaf ik les aan de vereniging St.-Hubertus en van de Looleeruiters kwamen daar ‘s avonds altijd mensen naar de kantine, ook Gerda. Het was het ouderwetse verenigingsleven, enorm gezellig. Ik kwam erachter dat zij ook de instructeurscursus volgde. Gerda was een bekende springamazone in Twente, bekend van de NCRV springtrofee die toen op TV kwam. We zouden best willen trouwen als we ergens een vrijstaand huis konden vinden. Dat is nou 36 jaar geleden, in 1981, en we wonen nog op dezelfde plek, in Albergen. Met buitenbak, stallen, een heel mooie plek. Op 14 augustus hebben we feest gegeven, met 80 paarden en vijf koetsen zijn we getrouwd. We hebben zoon Tom en dochter Pia gekregen, en inmiddels ook drie kleinkinderen, prachtig. Tom heeft met de Engelse Emma zijn eigen springstal, Pia rijdt hobbymatig en woont samen met Bart Blaauwgeers die bij Team Nijhof werkt.”

Lune, de oudste van Pia

““Ik heb ongeveer 8 jaar bij De Mooie Vrouw gewerkt, toen stopte het bedrijf. Dat kwam best als een harde klap aan. Het was altijd hard werken voor weinig geld. Na De Mooie Vrouw ben ik gestopt met het werken in de paardensport, even later kon ik aan het werk als varkensdrijver. Verschrikkelijk om te doen. Na een paar maanden mocht ik daar ontvanger worden, met klanten praten, de binnenkomende varkens tellen. Ik heb het een jaar of 7 gedaan, elke morgen vanaf 4 uur, half 1 weer thuis, heel even slapen en dan rijles geven en parcours bouwen. Ik verdiende geld wat ik nog nooit verdiend had in de paardenwereld! Ik ben ook een tijdje tegelzetter geweest en ik ben een hele tijd chauffeur voor een verswarenbedrijf geweest, van vlees tot groente, van alles wat. De paardenbusiness was puur hobby, mijn passie. Op een gegeven moment moest ik daar op kantoor komen: het wordt voor ons toch moeilijk, we stoppen met die vrije dagen voor jouw concoursen, te veel geregel. Oké, dan stop ik, heb ik geantwoord. Hij zegt: hoe bedoel je? Voor mij was het simpel: we geven de hobby paardensport niet op.”

Bliss is de jongste dochter van Pia, hier thuis in de stallen  bij opa en oma

Emma en Tom Brinkman met hun dochtertje Evie

“In diezelfde tijd bouwde ik Expo on Horse. Mijn broer Willie zat op de tribune en die hoorde dat ze bij het AOC – Oost nog iemand voor de praktijklessen zochten. De volgende dag heb ik gebeld: jij hebt mijn baan in handen zei ik tegen die mevrouw. Ik ben gaan praten, vier man tegenover me, had ik nog nooit meegemaakt. Twee dagen later kreeg ik bericht: of ik kon komen voor mijn tweede gesprek.  Ik werd tijdelijk aangenomen als instructeur/onderwijs-assistent. Ik ben begonnen zonder dat ik wist wat ik precies moest doen. Het was leren parcoursbouwen, stagebedrijven bezoeken, longeren, toiletteren, opscheren, spring- en dressuurlessen, leren lesgeven en zo. Met het nieuwe schooljaar dat volgde, kreeg ik een vaste baan. En nou werk ik er 25 uren in de week, da’s meer dan voldoende bij mijn hobby, ik kan het goed combineren. Zuidbroek valt voor een gedeelte in de kerstvakantie, bij Jumping De Achterhoek en bv Jumping Schröder helpen de studenten van mij mee.”

Leerlingen van het Zone.College, eerder AOC Oost

Voor Jos Brinkman is het vak van parcoursbouwer een passie als zzp’er, sinds 2008 voor 1m50-parcoursen en sinds 2016 zelfs met de internationale status voor de 5*-wedstrijden: “Ik ben begonnen bij Marinus Vos, mijn allergrootste leermeester. En ik heb later veel geleerd van mensen als Louis Konickx, Rob Jansen, Olaf Petersen, Linda Allen en Frank Rothenberger: van iedereen steek je wat op. Gelukkig ben ik vanaf het begin dat ik geslaagd was, best veel gevraagd. In de loop van de jaren is ook het parcoursbouwen veranderd. Alle afstanden zijn wel een meter verder dan toen ik begon. Vroeger bouwde je 24 meter, de laatste jaren toch makkelijk 25 meter voor 6 galopsprongen. Een paard galoppeert meer, overal staat nog 3m5 of 3m80, maar ik denk zeker 4 meter, vooral op een goede zandbodem. De paarden zijn veranderd, de bodems zijn veranderd. Het rijden is veranderd omdat ook de paarden veranderd zijn. De afstanden zijn afhankelijk van zoveel factoren: bodem, grootte piste, kleuren, materialen, waar rij ik naar toe, wat is de achtergrond, noem maar op, het heeft met zoveel dingetjes te maken. Ik probeer creatief te zijn, nooit hetzelfde, veel variatie.”

De combinatie met het onderwijs is voor Brinkman ideaal: “Ik hoop dat ik dat kan blijven behouden. We doen het als school heel goed, maar er zijn minder kinderen, dat beginnen we nou langzaam te merken in het middelbaar onderwijs. Het parcoursbouwen hoop ik zonder meer nog een paar jaar te doen. Ik bouw zo’n 40 weekenden per jaar met plezier, met heel veel liefde en passie, dit jaar voor de 27e keer Zuidbroek, voor de 28e keer Ambt-Delden. Dat kan alleen als je veel varieert. Of ik nog op de hengstenhouderij kom? Zeker! Ik heb lang geholpen als ringmeester bij de paasshow, Koen en Marco hebben de hengstenhouderij van hun ouders overgenomen, ook dat is enorm veranderd. Maar wij komen nog altijd graag in Twello bij de Familie!”

 

 

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz