Roos Hermans heeft een beroep waarvoor eigenlijk geen naam bestaat. Animal attendent? Flying groom? In elk geval verzorgt ze het transport van paarden naar andere landen, waar ze ze persoonlijk aflevert. Dat betekent hard werken: “24/7 aan het werk is natuurlijk wel wat veel maar mijn telefoon staat wel 24/7 aan voor het werk. Maar dat kan ook niet anders in dit beroep.”

Het lijkt allemaal heel romantisch, dat werk van Roos Hermans. Maar je moet er veel voor opzij willen zetten omdat de paardenverzorging altijd doorgaat. Plus dat ze werkt voor het groeiende bedrijf Horse ET in Ravenstein waar het sowieso ‘alle hens aan dek’ is. Hoe kom je nou aan zo’n baan? In Oss stond in 1993 de wieg van Roos, op een boerderij waar ze opgroeide in een gezin met drie kinderen: “Van m’n opa kreeg ik natuurlijk meteen een pony, daar groeide je mee op. Zijn melkveebedrijf heeft mijn vader nooit doorgezet, iedereen in de familie is de agrarische kant opgegaan maar mijn vader’s hart lag daar niet, hij is interim-manager. Ik ben de oudste, mijn broer en zus studeren nog, mijn moeder werkt bij een dierenarts. Het was bij ons normaal dat iedereen altijd aan het werk was thuis. De paarden en alle kleinvee zijn altijd een hobby gebleven, zeg maar een uit de hand gelopen hobby.”

Sportief stelde de paardencarrière van Roos niet zoveel voor: “Eigenlijk ben ik weinig op concours geweest. Ik dressuurde en dat duurt toch even voordat je met een paard op concours kunt. Maar ja, ging ik drie keer op concours, dan had m’n vader ‘m alweer verkocht. De hobby moest wel betaalbaar blijven. Ik was handig genoeg in het rijden, dat was wel een voordeel. Zo ben ik ook in Deurne terecht gekomen. Eerst een jaartje een opleiding voor pedagogisch medewerker maar dat was eigenlijk niks voor mij. En toen Deurne maar dat was toch niet voor mij weggelegd. Toen ik daar zat, waren er heel veel leerlingen die er weinig van wisten. We hadden ook wel leuke vakken, maar 80% deed ik dagelijks al. Paarden binnenzetten en voeren, correct een paard opzadelen, dat leerden wij van huis uit. Leuk voor als je op een manege wilt gaan werken, die huis-tuin-en-keuken dingen. Maar die Penny’s konden goed met elkaar overleggen welke kleur Anky-dekje ze die dag zouden gebruiken, pfff, niks voor mij.”

Roos wist niet goed wat ze wilde maar ze moest toch iets: “Eerst heb ik op verschillende stallen wat gewerkt. Tot iemand me belde dat ze bij de Equine Elite veiling in Weert iemand nodig hadden voor de verzorging van de paarden. Dat vond niet iedereen even gemakkelijk maar ik kon er goed mee omgaan. Maar op een gegeven moment brak de afstand van Oss naar Weert me toch op, anderhalf uur heen en anderhalf uur terug, dat schoot niet op. Dat had ook te maken met de verdiensten natuurlijk. En toen belde Marjolijn van Horse E.T. Ik kende haar al zeker tien jaar, vanaf toen ik in mijn schoolperiode voor Nikay van Duren een paar paarden reed bij stal Swanenberg waar zij toen ook stond met haar zoon Rob Wiering. Roos, zei ze, ik heb te veel paarden staan en ik heb iemand nodig naar wie ik niet om hoef te kijken. Kun je asjeblieft even komen helpen tot ze weg zijn. En toen kwam ik, en nou ga ik niet meer weg. Alles stond vol en er bleven maar paarden komen.”

Paarden per vliegtuig transporteren betekent paarden stallen, dan vervoeren naar het vliegveld, dan de vlucht, dan landen en afleveren. Horse E.T. verzorgt het allemaal, met de nadruk op vluchten naar het Midden-Oosten. De eerste vlucht was voor Roos direct een flinke uitdaging: ”De eerste keer hadden we 52 paarden op een vlucht, dat was mijn vuurdoop. Je kunt beter in het diepe gegooid worden, dan zie je snel hoe het werkt. Alles eromheen was nieuw voor me. Van buitenaf kun je denken? Hoe moeilijk kan het zijn? Je zet een paard op een vrachtwagen en twee dagen later is ie in een ander land ver weg. Maar het was doorwerken, heel snel, en voordat ik het wist, was ik alweer terug. We waren met z’n vieren toen, met mensen om me heen die het vak al lang kennen.”

“Je leert snel op alle fronten: welke paarden kunnen wel of niet bij elkaar, welke stallen vooraan, welke stallen achteraan. Ze kunnen heel braaf zijn aan de hand, maar in een box van een vliegtuig kunnen ze ook een varken zijn. Ik heb er eentje met claustrofobie gehad, dat was nog voordat we de lucht ingingen. Dan moet je snel schakelen: hoe ga je dat oplossen. Je zorgt dat ze wat verdoving krijgen, je geeft ze ietsje meer plek. Dat kun je allemaal van tevoren niet zeggen, het is handelen op dat moment. De ene keer lukt het meteen, een andere keer probeer je tien dingen uit. Je moet kunnen schakelen, wij zijn immers degenen die de paarden veilig van a naar b transporteren.”

“Een cargo-vlucht is totaal anders dan een passagiersvliegtuig, waar je gaat zitten en van a naar b gaat. Met de paarden heb je geen stewardess die je eten komt brengen. Als je met meer grooms bent, maak je het met elkaar gezellig, je zit toch een uur of zes opgesloten. Er is wel eten en drinken aan boord maar je bent je eigen stewardess. Bij aankomst gaan de paarden eruit, en zelf ga je zo lang mogelijk mee met de paarden. Dan ga je zelf door de douane en dan weer terug naar de paarden op het cargo-gedeelte van het vliegveld. En daar overhandig je ze aan de nieuw eigenaar of de groom, of ze gaan door naar een quarantainestal. Dat doen we bij Horse E.T. allemaal zelf, we besteden niks uit. Daarom is het ook belangrijk dat we de paarden thuis zelf op stal hebben, we kennen ze. Ik kan de klanten vertellen hoe de reis was, dat we ‘m van tevoren nog even gelongeerd hebben, dat ie goed gedronken heeft op de vlucht. Dat is de manier waarop we werken en dat wordt gewaardeerd.”

Als transporteur heb je ook te maken met cultuur- en karakterverschillen: “Je moet daar creatief in zijn, je hebt vaak met een ander slag volk te maken. Sta je daar midden in de nacht en is er iets niet in orde, of collega-transporteurs die de papieren niet in orde hebben, waardoor ze dreigen het uitladen te blokkeren. Dat betekent dan heel veel praten, met uiteindelijk een compromis. Die van ons waren al vrij, twee uur later kwamen die andere paarden eraf. Moet je je voorstellen dat het 32 graden is en vol in de zon. Voor die mensen maakt het niet uit wat de cargo is, autobanden of paarden. Het zijn altijd leken, die niks met paarden hebben. Ze vinden het mooi, dat wel, ze willen altijd mee op de foto. Maar ze weten niet het verschil tussen de voor- en achterkant. En dan heb je nog eigenaren, mensen die opeens niet willen dat hun paard met een ander paard in een box staat. Of mensen die per se hun eigen paard als eerste willen ontvangen. Maar ja, je wilt een merrie met veulen niet met andere paarden tegelijkertijd lossen. Maar eigenaren hebben daar vaak geen boodschap aan. Het is belangrijk dat je er zelf bij bent om de goede beslissingen te kunnen nemen. Ik heb bij andere bedrijven weleens gezien dat een paard losbrak, de eigen groom was al weg, de eigenaren moesten zelf lossen. Ik stond bij de dierenarts, kwam er een langs galopperen. Dan help je mekaar wel, natuurlijk.”

Werken in deze business betekent onregelmatig en onvoorspelbaar: “Elke week ben ik wel weg, soms twee, soms zelfs drie keer in de week. Ik weet nu niet waar ik over een maand ben. Vrienden zeggen weleens: nou joh, een beetje in een vliegtuig zitten, beetje paarden verzorgen en dan met je luie reet aan het zwembad zitten. De werkelijkheid is echt anders. Ze vergeten dat je ’s nachts om 1 uur vertrekt, heel de dag en nacht aan de sjouw bent, een paar uur slaapt en dan het vliegtuig terug naar huis pakt.  Je komt ’s avonds laat binnen op Schiphol, komt diep in de nacht thuis, en de volgende ochtend staan de paarden er weer. Drie uur ’s nachts of twee uur ’s middags, dat kun je in ons werk nooit van tevoren zeggen. Heel soms probeer ik een dag te blijven om nog wat sightseeing te doen, zoals laatst in Taiwan waar ik twee dagen gebleven ben. Daar moest ik die kleding van de foto aan, in de quarantainestal. Klanten hebben me toen meegenomen om het land te bekijken, een nationaal park, een keer daar het concoursterrein bekeken, wezen eten, heel leuk. Je hebt het dan toch een keer meegemaakt.”

Roos doet het werk nu ruim anderhalf jaar: “En ik hoop het nog heel lang te kunnen doen. Het is een levensstijl, maar ik haal er heel veel voldoening uit. Een kantoorbaan is niks voor mij. En ik heb het geluk dat Marjolijn en ik perfect samenwerken. En straks? Vliegen is hartstikke leuk maar je wilt meer, het is ook het werk erachter. We groeien hard, dan is het leuk om zelf meer te managen, zodat Marjolijn ook andere dingen kan doen dan de hele dag regelen. Verkering? Nee, dat past niet, heel eerlijk, hoe ga je dat doen, hoe leg je dat uit……”

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz