Datum NK Springen 2022 bekend

Datum NK Springen 2022 bekend

Van 21 tot met 24 april 2022 vindt het NK Springen plaats in Deurne. CH Mierlo, jarenlang de organisator van het NK, gaat sinds 1 oktober verder onder de naam Concours Hippique Deurne. De titelstrijd zal plaatsvinden op het fraaie buitenterrein van Green Valley Estate, voorheen bekend als NHB Deurne, de plek van de hippische beroepsopleidingen.

De organisatie zelf zegt daarover: ‘De afgelopen jaren is gebleken dat het organiseren van een concours met de omvang en de daarbij passende accommodatie en de noodzakelijke huur van de hospitality units, tribunes en stallen, een te grote belasting geeft op het beschikbare budget. De eisen van een topsportevenement verhogen continu en vraagt de sport op het niveau van een NK om een dusdanige kwalitatieve accommodatie, die wij in Mierlo niet kunnen bieden. De organisatie van een evenement op het niveau van CH Mierlo is dan ook op de huidige locatie niet meer mogelijk.’

‘Dat betekent dat CH Mierlo vanaf 2022 neer zal strijken in Deurne. Na 50 jaar historie in Mierlo is dit een grote verandering voor ons als bestuur en de zeer betrokken medewerkers waarvan velen afkomstig uit Mierlo. Wij denken echter dat de nieuwe locatie met de vele voordelen van de aanwezige accommodatie, een fantastische nieuwe bodem, stallen en hospitality mogelijkheden een nieuw begin van ons concours op topniveau kan betekenen. Wij hopen dan ook iedereen in 2022 van 20 t/m 24 april te mogen verwelkomen in Deurne.’

Klik hier voor de website van Concours Hippique Deurne

Opnieuw veel animo voor GMB selectiewedstrijd

Opnieuw veel animo voor GMB selectiewedstrijd

Na de succesvolle start op vrijdag 8 oktober in IJsselmuiden staat zaterdag 23 oktober de tweede selectiewedstrijd in Denekamp op het programma. Er komen ruim 220 combinaties aan de start.

Om 09.00 uur wordt er begonnen met de rubriek voor de zes- en zevenjarige paarden over een tweefasen speciaal parcours. Aansluitend om ongeveer 10.30 uur zal worden begonnen met de vijfjarigen, die eveneens een tweefasen speciaal parcours verrijden. De slotrubriek van de dag begint ongeveer om 14.00 uur. Deze vierjarigen rubriek met maar liefst 95 paarden op de startlijst gaat over één omloop en wordt door een vakjury beoordeeld op techniek, vermogen en het gaan tussen de hindernissen. In Denekamp bestaat de vakjury uit Caroline Müller en Mark Dijkstra.

Plats van handeling is Manege “de Zonnebeek”, Brandlichterweg 68 in Denekamp. De toegang is gratis.

Springcompetitie voor manegeruiters komt er weer aan

Springcompetitie voor manegeruiters komt er weer aan

In januari start de KNHS-FNRS Springcompetitie weer voor de manegeruiters! Afgelopen jaar kon de Springcompetitie niet doorgaan vanwege de coronamaatregelen. Deelnemers strijden om de titel ‘Beste springende manegeruiter van het jaar’ en met alle deelnemers van het Ruitersportcentrum kan er gestreden worden voor de titel ‘Best springend Ruitersportcentrum van het jaar’. Er zijn drie categorieën: S40, S60 en S80.

Ruiters die bij een FNRS Ruitersportcentrum rijden en in het bezit zijn van een geldig KNHS Ruiterpaspoort mogen deelnemen aan de springcompetitie. Door deel te nemen aan een lokale selectie bij een FNRS Ruitersportcentrum kun je je selecteren voor de regiofinale. Tijdens de vier regiofinales worden de 12 hoogstgeplaatste ruiters per categorie afgevaardigd naar de halve finale. Daarvan gaan de 20 beste deelnemers per categorie naar de finale. Deze wordt verreden op het Nationaal Hippisch Centrum in Ermelo waar het voor alle ruiters een groot feest wordt om te rijden.  Ruiters met een KNHS startpas kunnen helaas niet deelnemen aan de springcompetitie.

Locaties en data
Inmiddels zijn alle locaties en data bekend voor de KNHS-FNRS Springcompetitie 2022. Hieronder vind je de verdeling.

Regiofinale

Zondag 16 januari 2022                

Hippisch Centrum de Delft in Assendelft

Het Paardrijk in Berlicum

Zondag 30 januari 2022                

Hippisch Centrum Bodegraven in Bodegraven

De Lourenshoeve in Den Ham

Halve finale

Zondag 13 februari 2022              Stal Groenendaal in Bunschoten

Finale

Zondag 27 maart 2022                   Nationaal Hippische Centrum in Ermelo

Kijk voor meer informatie op www.knhs.nl/springcompetitie.

Kevin Jochems wint wereldbekerwedstrijd Oslo

Kevin Jochems wint wereldbekerwedstrijd Oslo

Kevin Jochems won vanmiddag in Oslo op spectaculaire wijze de FEI Longines Wereldbekerwedstrijd springen. Met de twaalfjarige hengst Turbo Z was Jochems de snelste van de zeven combinaties in de barrage. Daarmee verdiende hij twintig punten richting de finale in Leipzig in april komend jaar. Jochems was eerder in de week al vijfde in de Grote Prijs van Olso met zijn tweede paard Emmerton.

“Turbo Z deed zo geweldig zijn best voor mij”, lacht Kevin Jochems. “Het was voor mij een voordeel dat ik als laatste kon starten in de barrage. Er was druk, maar ik wist ook wat ik moest doen. Ik was snel in het hele barrageparcours maar de winst pakte ik toch in de wending binnendoor naar de gele steilsprong. Dat was sneller dan buitenom en dat maakte het verschil. Het was een pittig parcours in de eerste omloop. De parcoursbouwer had een goed parcours gebouwd, net als de hele week hier in Oslo. Het was geweldige sport.”

Kevin Jochems won hiermee zijn eerste wereldbekerwedstrijd. Onlangs nam hij met zijn toppaard Turbo Z deel aan de landenwedstrijd in Aken en ze waren de reserve voor het team dat in Barcelona twee weken geleden de FEI Longines Nations Cup finale won. De twaalfjarige hengst Turbo Z is nog in bezit van zijn fokker Wijnand van Stam uit Lopik.

Met de overwinning verdiende Jochems 20 punten. Er volgen nog 10 wedstrijden, waaronder Jumping Amsterdam, met de finale in april volgend jaar in Leipzig. Jochems was de enige Nederlander aan start in Oslo.

Uitslag FEI Longines Wereldbekerwedstrijd Oslo, 1.60m
1. Kevin Jochems (Sliedrecht), Turbo Z (v.Thunder van de Zuuthoeve), 0 – 0, 44.77 sec
2. Pieter Clemens (Bel), Hulde G (v.Vigo d’Arsouilles), 0 – 0, 46.09 sec
3. Jens Fredricson (Zwe), Markan Cosmpolit (v.Cohiba VDL), 0 – 0, 46.72 sec

Klik hier voor de volledige uitslag

Foto FEI/Helene Gjerde Aamdal

Ard van den Eertwegh: fair en uitdagend

Ard van den Eertwegh: fair en uitdagend

Parcoursbouwer Ard van den Eertwegh vertelt graag over zijn werk als official. ‘Het contact met de wedstrijdorganisatie, de juryleden en de deelnemers is heel belangrijk. Ik denk graag met iedereen mee en ik ben op de wedstrijddag zelf altijd beschikbaar voor ruiters die vragen hebben over afstanden in het parcours.’

Ruim vier jaar geleden rondde Ard van den Eertwegh zijn opleiding voor parcoursbouwer succesvol af. Daarnaast is Ard bestuurslid van de vereniging voor parcoursbouwers, de NVVP, en maakt hij deel uit van het Springforum. Hij vertelt wat zijn werkzaamheden als parcoursbouwer precies inhouden: ‘Het ontwerpen van een springparcours is een proces wat gedurende een periode steeds meer vorm krijgt. Het begint allemaal met een aanvraag van een wedstrijdorganisatie. Als ik word benaderd voor het bouwen van een parcours, dan ga ik eerst uitgebreid in overleg om de wensen van de organisatie te bespreken. Wat voor soort wedstrijd is het? Welke rubrieken staan op het programma? Doen er paarden of pony’s mee? Wat voor materiaal heeft de organisatie tot haar beschikking?’

‘Ik probeer alles eerst in kaart te brengen. Dan kan ik beginnen met een eerste schets te maken. Alles wat ik heb geleerd, probeer ik toe te passen bij het ontwerpen van het parcours. Ik kijk per klasse wat in de reglementen staat voorgeschreven voor toegestane hindernissen en combinatiesprongen. Ik vind het belangrijk om tijdens het parcours ook altijd een momentje van rust te creëren zodat paard en ruiter tussen de hindernissen even op adem kunnen komen. Voor de lagere klassen zet ik de eerste hindernissen altijd iets lager dan de voorgeschreven hoogte. Hiermee geef je een combinatie vertrouwen voor de rest van het parcours.’  

Een parcours met een plan
Ard vervolgt: ‘Nadat de inschrijving voor de wedstrijd is gesloten en het aantal deelnemers bekend is, kan ik mijn definitieve tekening opmaken en deze voorleggen aan de wedstrijdorganisatie. Op de wedstrijddag zelf ben ik altijd ruim een uur vantevoren aanwezig. Tijdens het parcourslopen mogen ruiters me ook altijd aanspreken met bepaalde vragen over bijvoorbeeld afstanden of het aantal galopsprongen tussen de hindernissen. Niet iedere ruiter heeft een coach mee op wedstrijd en door spanning en zenuwen kunnen ruiters misschien gaan twijfelen over lijnen in het parcours. Ik help ze daar graag bij. Ik heb het parcours ten slotte gebouwd met een bepaald idee en een bedoeling. Er is vooraf lang over nagedacht en er zit altijd een plan achter. Dat plan leg ik graag uit aan iedereen die daar vragen over heeft.’

‘Het is vervolgens de taak van de ruiter om zijn eigen plan te maken en te bedenken hoe hij met zijn paard zo goed mogelijk het parcours kan rijden. Zeker in de lagere klassen, tot en met klasse M, zijn de parcoursen zo gebouwd dat een combinatie met een gelijkmatig grondtempo keurig alle hindernissen kan overwinnen, zonder na te hoeven denken over de galopsprongen. Maar dan nog moet je wel een plan hebben als je paard in het parcours ergens in de problemen komt. De tijd is daarbij een stuk minder belangrijk, want in principe is er tot en met de klasse M voor iedereen genoeg tijd om het parcours te overwinnen. Mijn doel is om voor iedere klasse steeds weer een fair en uitdagend parcours te bouwen waarbij zowel professionele ruiters als amateurs op een goede manier de finish kunnen halen.’

We horen helaas niet meer bij de wereldtop maar we kunnen er wat aan doen

We horen helaas niet meer bij de wereldtop maar we kunnen er wat aan doen

We horen helaas niet meer bij de wereldtop, constateert springamazone Gabryella Dufour. Te veel getalenteerde springruiters lopen vast in het beperkte internationale circuit op lager niveau in allerlei landen wat vooral de gefortuneerde ruiters zich kunnen veroorloven. En dan nog, wat draagt dat bij aan successen op niveau? En de topruiters kunnen maar een paar paarden uitbrengen. Er moeten in Nederland meer opleidingsmogelijkheden komen op hoger niveau, zonder dat dat direct 500 euro kost als inschrijfgeld. Bovendien trekken de organisaties in Nederland zich niks meer van elkaar aan als het gaat om planning voor de sport. Gabryella klopt bij de KNHS aan. Waar vroeger via de NHS en de Federatie voor Springruiters dit soort zaken regelde en stimuleerde, lijkt de huidige bond geen oog te hebben voor deze ontwikkeling.

‘Waarom worden de talentvolle paarden niet aangehouden? Dat begint naar mijn mening bij het nationale circuit,’ stelt Gabryella. ‘Iedereen is zich ervan bewust dat onze paarden een hoop geld kosten. Dat we ze kunnen bekostigen betekent al dat we het niet zo slecht doen. Toch kost het zoveel dat mensen die geld verdienen door middel van paarden genoodzaakt zijn hun paarden te verkopen. Van prijzengeld op gemiddeld niveau kunnen we niet kunnen leven.’

Gabryella schetst in haar bericht op Facebook de levensfasen van een talentvol paard: van de prijzen op veulenvelingen tot aan het nationale niveau. En dan loopt het vast: ‘Het liefste niet verkopen maar de eigenaar/ruiter heeft vaak niet de financiële middelen om zijn paard naar een hoger niveau te krijgen. In Nederland is dit niet weggelegd voor iedereen die capabel is. Dat reflecteert zich in de topsport. Als wij hoger dan 1m40 willen rijden, moeten wij minstens 500 euro inleggen om aan een 2* internationaal mee te kunnen doen, hier staat de hoogste rubriek 145. Voor de mensen die zich dit kunnen permitteren zijn er meer dan genoeg wedstrijden op dit niveau in heel Europa.’

‘Dan komt het moment dat het paard/ruiter klaar is om 1m50 te springen. Prachtig mooi maar dan loop je tegen een muur aan. Er zijn weinig 3* wedstrijden, zeker niet rond de kerk en al zeker geen 1m50-rubrieken op nationaal niveau. Dus is het alleen mogelijk voor de mensen die door middel van een sponsor/werkgever/eigenaar of die het zelf goed gedaan hebben om deze verre reizen te blijven maken. Voor de mensen die de middelen hebben is dit mooi dat ze op 1m50/1m55 niveau.’

‘Het mooie aan onze sport is dat we dit 40 en voor de fanatiekelingen misschien wel 50 jaar kunnen doen. En dus blijven de mensen die op niveau rijden als het allemaal wil lukken op hetzelfde 4/5* niveau. De mensen die een paard hebben waarvan ze menen dat hij het hoogste niveau aankan, brengen hun paard het liefste naar een van deze ruiters want zij kunnen ze op deze wedstrijden mee nemen en dan wordt je paard nog meer waard.’

‘Dat klinkt goed maar helaas in de praktijk werkt dit anders. Deze kleine groep 4/5 * ruiters krijgen zoveel paarden aangeboden en ze kunnen maar 4/5 paarden op het hoogste niveau uitbrengen. Als je paard bij die 4/5 hoort: geweldig! Zo niet, dan heeft het inmiddels heel wat geld gekost en moet er toch iets gaan gebeuren.’

‘We lopen dus vast als we het 1m40 behaald hebben, dit geldt zowel ruiter als paard. En dus komen we weer op het punt dat de paarden het beste op tijd verkocht kunnen worden. Ik vind dat we het nationale niveau moeten opkrikken naar een 1m50/1m55-niveau, dat heeft zo zijn voordelen. De paarden worden hierdoor meer waard en het niveau van onze gemiddelde ruiter wordt nog hoger en is het dus makkelijker voor onze bondscoach om te selecteren want we krijgen een betere kijk op hoe paard/ruiter het op het gewenste niveau doen. Het is ook toegankelijk voor iedereen en dus komen er meer kansen dan nu, ook voor de mensen die niet direct naar topsport streven maar vooral zichzelf op een steeds hoger niveau uit willen dagen.’

‘Hierbij kan de KNHS naar mijn mening helpen. Het is namelijk erg prijzig voor nationale organisaties om een wedstrijd op 1m40-niveau te organiseren, laat staan 1m50 en dus durven ze het risico niet te nemen om niet rond te komen van inschrijvingen. Dat hoeft niet zo te zijn. Als we samen sterk staan kunnen we de liefde voor de sport terugbrengen en Nederland als land weer naar een hoger niveau brengen. Want eerlijk is eerlijk; we doen het leuk maar we horen helaas niet meer bij de wereldtop.’

Lees hier haar verhaal