Source :

Julien Epaillard, de winnaar van de wereldbekerwedstrijd in Amsterdam, vertelde in een interview dat hij het raar vond dat de springsport 90% van de tijd besteedt aan ‘rondjes lopen’ en maar een klein gedeelte aan de uiteindelijke sport zelf, het springen. Dat is ondenkbaar in iedere andere sport zei hij, alsof je een voetballer of tennisser het meest van de tijd zonder bal laat trainen. Dat heeft voormalig springruiter Marcel Dufour in zijn wekelijkse bijdrage voor horses.nl voor ons opgediept uit een interview.

‘Epaillard vertelde dat hij op een gegeven moment zijn training heeft veranderd en in plaats van mondjesmaat thuis springen werkt hij nu drie keer per week een parcours van 18 hindernissen af in het tempo waarin hij zijn parcoursen en barrages rijdt. Dat dat zijn vruchten heeft afgeworpen is te zien aan de vele paarden waarmee hij zijn proeven wint. Het zijn niet een of twee paarden waarmee hij kan winnen, zoals je bij het gros der ruiters ziet, maar met ieder paard waarmee hij in de ring verschijnt. Epaillard is daarin een uitzondering want veruit de meeste trainers en ruiters hebben de overtuiging dat je thuis zoveel mogelijk dressuurmatig moet trainen met af en toe wat springgymnastiek en op concours liefst rust de dag voor de finale.’

‘Wat je vaak ziet is dat paarden alleen snel worden gereden in een barrage of een parcours op tijd. Een deel van de paarden wordt daar na verloop van tijd heter van want ze weten wat er te gebeuren staat aangezien het verschil in snelheid van de eerste ronde en de barrage groot is. De Fransman benadert dat anders en heeft de filosofie dat je het basisparcours in hetzelfde tempo rijdt als de barrage, alleen zullen in de barrage de draaien korter zijn. Op die manier wordt een paard ook niet heter aangezien snel zijn de dagelijkse routine is. Maar niet alleen het paard wordt daar beter van, ook de ruiter. Als je maar vaak genoeg oefent op snelheid dan ga je ook uitvinden wat het beste werkt. Zo kun je langzamer naar een hindernis komen zodat je in de landing direct kunt draaien of je kunt de bocht iets ruimer nemer waardoor je snelheid behoudt.’

Dufour is een groot voorstander van de manier waarop Epaillard de springsport benadert. ‘Ook al zullen er altijd mensen zijn die vinden dat hij té vaak thuis springt en ze ook té vaak op concours rijdt. De cijfers laten zien dat zijn paarden aan het eind van het seizoen niet per sé minder fit zijn dan de paarden die mondjesmaat worden ingezet.’

Foto Elianne Castelijns

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz