Source :
KNMvD

De Commissie Welzijn Paard heeft aangegeven waar de paardendierenarts vindt dat het welzijn en de gezondheidsstatus van paarden aan moet voldoen. De paardendierenarts is hierbij de vertrouwenspersoon voor de paardenhouder. Bij het formuleren van de volgende 10 punten is de definitie opgesteld: Een individu verkeert in een staat van welzijn wanneer het in staat is zich actief aan zijn levensomstandigheden aan te passen en daarmee een toestand kan bereiken die het als positief ervaart.

1: Paarden hebben dagelijks contact met soortgenoten, leven bij voorkeur in een groep en in een passende omgeving.

Voor paarden is de vrijheid om sociaal gedrag te kunnen vertonen met soortgenoten een basisbehoefte. Het is dan ook noodzakelijk voor het welbevinden van paarden om elke dag in de gelegenheid te zijn om sociaal contact met andere paarden te hebben. Het door afstand of afscheiding beperken van fysiek contact is een aantasting van het welzijn. Indien paarden in een groep leven, wordt bij het plaatsen van een nieuw groepslid een degelijk introductieprotocol gevolgd. Daarbij is de locatie waar een groep paarden verblijft, zo ontworpen dat alle leden van de kudde in hun behoeften kunnen voorzien. Daarbij wordt voorkomen dat er te veel paarden worden gehouden, in verhouding tot de beschikbare ruimte. Bij de huisvesting van veulens moet rekening worden gehouden met de bijzondere behoefte van veulens om normaal sociaal gedrag aan te leren en spelgedrag te kunnen vertonen. Dat betekent dat merries met veulens idealiter opgroeien met tenminste twee andere merries met veulens. Daarbij beschikken de paarden op elke verblijfplaats over beschutting, een schoon ligbed en een droge ondergrond. Indien een paard in een box gehouden wordt, is het oppervlak ten minste twee keer de stokmaat van het paard in het kwadraat. Paarden leven eveneens in frisse lucht en met voldoende licht waarbij aandacht is voor het natuurlijke dag- nachtritme.

2. Alle paarden kunnen dagelijks vrij bewegen.

Paarden zijn van nature steppedieren, die zich anatomisch en fysiologisch hebben aangepast aan 5-10 km scharrelend foerageren, verdeeld over 24 uur. Het paardenlichaam heeft dus dagelijks beweging nodig om goed te kunnen functioneren. Denk hierbij onder andere aan de werking van de verterings- en bewegingsstelsels. Veilige vrije beweging speelt een belangrijke rol in blessurepreventie. Daarnaast heeft dagelijkse vrije beweging, onafhankelijk van de mens, een positieve invloed op het mentaal welbevinden van paarden. Daarnaast heeft dagelijkse vrije beweging, onafhankelijk van de mens, een positieve invloed op het mentaal welbevinden van paarden.

3. Paarden krijgen kwalitatief goed ruwvoer als basis van de voeding.

Het maagdarmstelsel van paarden is gemaakt om gedurende de hele dag kleine hoeveelheden vezelrijk voer op te nemen en te verteren. Vezelrijk voer betekent een goede kwaliteit ruwvoer zoals gras, hooi of voordroog. De afwezigheid van langdurige honger of dorst is een basisvoorwaarde voor paardenwelzijn. Daarbij is het een vereiste om passend voedsel en water op een fysiologisch verantwoorde manier aan te bieden. Dit betekent praktisch dat paarden fris water en ruwvoer aangeboden krijgen en nooit langer dan 6 uur zonder ruwvoer staan. De basis van het rantsoen is ruwvoer. Aanvullend (kracht)voer wordt afgestemd op de individuele behoeften van het paard en dient om eventuele tekorten aan voedingsstoffen uit het ruwvoerrantsoen aan te vullen. Ter bescherming van de maag van het paard wordt krachtvoer gevoerd nadat het paard ruwvoer heeft kunnen eten.

4. Paarden ontvangen goede gezondheidszorg en ondergaan alleen lichamelijke ingrepen die een veterinaire indicatie hebben.

Paarden krijgen de best mogelijke zorg door een team van gediplomeerde zorgprofessionals, gecoördineerd door de paardendierenarts. Alle behandelingen, zowel preventief als curatief, zijn altijd in het belang van het paard. Lichamelijke ingrepen die een cosmetisch doel hebben en/of het welzijn van het paard aantasten, wijst de paardendierenarts af. Voorbeelden hiervan zijn het inkorten van tastharen en het uitscheren van de oren. Het couperen van de staart en het verwijderen van transponders zijn verboden. Voor het couperen van de staart kan een uitzondering gemaakt worden bij veterinaire noodzaak. De wet maakt een uitzondering voor het onvruchtbaar maken van dieren. De uitvoering hiervan is (wettelijk) voorbehouden aan de dierenarts.

5. Paarden en mensen werken op een harmonieuze manier samen en ervaren de samenwerking allebei als positief.

Paarden worden door opgeleide begeleiders op een harmonieuze en diervriendelijke manier ingezet. De intensiteit van inspanning wordt in overeenstemming met de gesteldheid van het paard bepaald. In geen geval wordt het door paarden ervaren van pijn tijdens inzet getolereerd. Er wordt ook aandacht besteed aan de leeftijd van paarden bij het aangaan van de training, welke afhankelijk is van het type paard en de discipline. Paarden moeten fysiek en mentaal kunnen voldoen aan het gevraagde werk. Er wordt gezorgd voor een voldoende warming-up en cooling-down, en een goede balans tussen rust en inspanning in het trainingsschema. Onder rust wordt ook vrije beweging en/of weidegang verstaan. Alle betrokkenen kunnen het gedrag van het paard goed interpreteren. De begeleider van het paard heeft voldoende kennis (of wordt door een opgeleide instructeur begeleid) in de fysieke en mentale leerprincipes van paarden en de manier waarop dit leerproces optimaal benut kan worden. De begeleider zorgt ervoor dat deze technieken door eenieder worden gekend en toegepast om de veiligheid tijdens de omgang met een paard te verzekeren.

6. Trainingshulpen worden met mate ingezet ter bevordering van de natuurlijke beweging en houding van het paard.

Trainingshulpen moeten een positieve invloed hebben op de beweging en de houding van het paard en mogen deze niet tegengaan. Het gebruik van trainingshulpen geschiedt door ervaren begeleiders met kennis van de leerprincipes en met mate zodat deze het welzijn van het paard niet aantasten.

7. De paardensport geschiedt uitsluitend met gezonde paarden zonder gebruik van ongeoorloofde middelen.

Tijdens wedstrijden en keuringen worden uitsluitend fit-to-compete paarden gepresenteerd zonder gebruik van ongeoorloofde middelen. Idealiter beoordeelt een dierenarts de fysieke conditie van het paard voor de sport als voorwaarde voor deelname aan de wedstrijd. Paarden presteren niet onder invloed van ongeoorloofde middelen. Na een veterinaire behandeling moet het paard voldoende tijd hebben om volledig te herstellen voordat het weer voor wedstrijden of andere activiteiten wordt ingezet.

8. Paarden worden op een verantwoorde manier getransporteerd.

Transport is alleen voorbehouden aan gezonde paarden. Het transport van geblesseerde of zieke paarden is alleen toegestaan, in overleg met de dierenarts.  Het inladen van paarden wordt rustig, met geduld en onder leiding van ervaren mensen uitgevoerd. Paarden worden op een veilige manier met elkaar getransporteerd, rekening houdend met hun karakter en geslacht. Tijdens het transport moeten paarden beschermd zijn tegen risico’s op blessures en overdracht van infectieuze ziektes. Het voertuig moet veilig, goed geventileerd en goed onderhouden zijn. Het voertuig wordt regelmatig gereinigd en gedesinfecteerd indien dit gedeeld wordt met andere paarden. Het besturen van het voertuig gebeurt door ervaren en bevoegde personen. Er dienen altijd mensen mee te reizen die het paard vakkundig kunnen begeleiden.  Bij reizen langer dan 4 uur, dienen regelmatig pauzes te worden ingelast om het paard het hoofd naar beneden te laten brengen en voer en water aan te bieden. Daarnaast wordt rekening gehouden met weersomstandigheden, inbegrepen het in acht nemen van het protocol extreme weersomstandigheden.

9. Diergezondheid en dierenwelzijn moeten leidend zijn bij het fokken van paarden.

Het diergeneeskundig handelen rondom de voortplanting van het paard vindt plaats met respect voor de fysiologie en het welzijn van het paard. De paardendierenarts spreekt zich uit tegen fokken op kenmerken die de gezondheid en het welzijn van paarden in gevaar kunnen brengen. De dierenarts levert een positieve bijdrage aan de fokkerij van gezonde paarden door (wetenschappelijk) onderzoek. Op basis hiervan adviseert de paardendierenarts de eigenaar en de stamboeken over de geschiktheid van de fokdieren.

10. Alle paarden verdienen een kwalitatief goed leven en een waardige levensbeëindiging.

De paardendierenarts helpt de eigenaar bij de besluitvorming rondom de laatste fase van het leven en de levensbeëindiging van het paard. Dit laatste kan zijn in de vorm van euthanasie door de dierenarts of middels slachten. Beide vormen van levensbeëindiging zijn welzijnsneutraal en dienen met respect voor het dier te gebeuren.

Klik hier voor het complete document waarin voor alle 10 onderdelen verdere uitleg wordt gegeven

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz