Source :

Te midden van alle boerenprotesten is hun stem nauwelijks hoorbaar, maar ook ondernemers in de paardensector zijn bezorgd over het stikstofbeleid. ‘Voor de meeste Nederlanders wordt paardrijden onbetaalbaar. Dagblad Trouw schreef er een artikel over met Paul Sueters, eigenaar van Stalhouderij Het Zwarte Paard in Emst, ORUN men/rij-instructeur, jurylid KNHS en examinator voor het SRR Menbewijs

Privélessen aan BN’ers, teambuilding voor advocaten, rondritten met jachtgezelschappen; Paul Sueters richt zich met zijn stalhouderij Het Zwarte Paard in Emst naar eigen zeggen op het ‘hogere segment’. Naar nu blijkt een verstandige keuze, want zijn klanten kunnen een eventuele prijsverhoging wel lijden. En daar loopt het dankzij dit ‘strenge stikstofbeleid’ wel op uit, is zijn verwachting.

Achttien jaar geleden verkocht Sueters zijn leesportefeuillebedrijf en ‘van die centen’ kon hij op de Veluwe zijn jongensdroom waarmaken. De stallen liggen vlakbij Paleis Het Loo in Apeldoorn. Daar verzorgt hij dertig paarden, waaronder een heel aantal imposante Friese. Omdat het bedrijf dicht bij beschermd Natura 2000-gebied ligt, is er een kans dat hij straks paarden moet inleveren. Of in het zwartste scenario: dat er voor zijn bedrijvigheid helemaal geen ruimte meer is. Dat hangt samen met hoeveel boeren er stoppen in zijn omgeving.

Sueters vermoedt dat veel veehouders in de regio Emst – er zitten vooral kleine bedrijven – gebruik zullen maken van een uitkoopregeling. Maar eerlijk is eerlijk: hij is er niet helemaal gerust op. “Voor de branche in zijn geheel verwacht ik problemen. Als we minder paarden mogen houden, hebben we minder inkomsten, maar nog wel hoge kosten. Het kan niet anders dat ook rijlessen dan duurder worden. Straks is paardrijden weer een kaksport. Dat vind ik echt jammer, omdat er nu veel mensen van kunnen genieten.”

In de gevarenzone

Nederland telt een half miljoen paardensporters en zo’n tienduizend paardenbedrijven. Die zijn samen goed voor een omzet van zeker 1,5 miljard euro per jaar, becijferde de paardenbond KNHS. Bij elkaar opgeteld gaat het om 450.000 paarden. Zij vallen onder dezelfde regels voor veeteelt als koeien, varkens en kippen. Hoewel de paardensector ‘slechts’ voor 5 procent bijdraagt aan de totale stikstofemissie van de Nederlandse veestapel, speelt er wel een ander probleem. Een ruiter wil van oudsher de paden op en het bos in. Logisch dus dat een groot aantal paardenbedrijven nabij of zelfs midden in kwetsbaar natuurgebied ligt. Deze maneges, fokkerijen en stoeterijen verkeren daardoor net zo goed in de gevarenzone als de intensieve veeteelt.

Of hierdoor daadwerkelijk paardenbedrijven de deuren moeten sluiten, valt nog moeilijk te zeggen. Maar bij ondernemers groeit de onrust, merkt ook Haike Blaauw. Hij is directeur van de FNRS, de Federatie Nederlandse Ruiter Sportcentra. Vanaf de jaren zestig is de paardensport sterk gegroeid. Er zijn nu zo’n duizend maneges en de meeste zijn aangesloten bij zijn organisatie. Het aantal leden zit zelfs in de lift vanwege alle recente ontwikkelingen, vertelt Blaauw.

Blaauw is onlangs bij Johan Remkes langs geweest, die bemiddelt tussen boeren en kabinet. Daar heeft hij alle zorgen vanuit zijn sector op tafel gelegd. In juli hield de FNRS een webinar voor leden. Bij de achterban leven veel vragen. Per bedrijf en gebied kan de optelsom en situatie anders uitpakken, vertelt Blaauw. Daar is geen peil op te trekken. “Je bent sterk afhankelijk van wat je buren gaan doen. Zijn het jonge boeren die wellicht nog door willen en zich dus niet laten uitkopen? Dan zouden ook paardenhouders weleens in een lastig parket kunnen komen.”

Veel organische stoffen

Een paardenkeutel is een stuk droger dan uitwerpselen van een koe en stinkt ook minder. Maar het belangrijkste verschil: verse, strorijke paardenmest bevat veel organische stoffen en juist minder minerale stoffen. Daardoor komt minder schadelijke stikstof vrij dan bijvoorbeeld bij koeien.

Blaauw wil ‘zeker niet wegkijken’ van de stikstofproblematiek, maar voor paarden mag meer coulance gelden, vindt hij. “Paarden zijn geen productiedieren. Het gaat in onze sector om recreatie, ontspanning, fokkerij en sport. Natuurlijk zullen wij indien nodig ook een bijdrage leveren om stikstof te minderen, maar we zijn geen intensieve veehouderij. Bij grote paardenbedrijven praat je over honderd tot honderdvijftig paarden; dat is onvergelijkbaar met wat je doorgaans ziet bij koeien, kippen en varkens.”

Stikstofprofessor Wim de Vries van Wageningen University & Research (WUR) onderschrijft dat verhaal van Blaauw; de paardensector veroorzaakt aanmerkelijk minder stikstof en paarden houd je niet voor vleesproductie. Maar of dat enige coulance rechtvaardigt richting paardenhouders, vindt hij ‘meer een politieke vraag dan een vraag voor de wetenschap’.

Ook Johan Vollenbroek, voorzitter van milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB), vindt paarden niet passen in de categorie ‘vee-industrie’. “Hun bijdrage aan het stikstofprobleem is in het algemeen ook beperkt en daarom voor MOB geen doelgroep”, laat hij in een reactie weten.

Mest van paarden is populair bij champignonkwekers en als bodemverbeteraar belangrijk binnen de landbouw. Het is eerder waardevol dan een probleem, constateert FNRS-directeur Blaauw. “Paarden kregen voorheen veel krachtvoer, maar met alle aandacht voor dierenwelzijn is dat inmiddels omgezet in ruwvoer. Daardoor is de samenstelling van paardenpoep ook behoorlijk veranderd.”

Nieuw onderzoek

En juist dat is een interessant gegeven, vindt Blaauw. Want het kabinet hanteert voor het bepalen van de uitstoot een uitgangswaarde die nog grotendeels op basis van onderzoek uit de jaren negentig is vastgesteld. “Wij pleiten daarom voor nieuw onderzoek naar de huidige uitgangswaarde en ik denk dat de uitstoot voor onze sector daarmee nog lager kan uitpakken.”

Anders dan bij een koe urineert een paard niet als het poept. Door in stallen de urine en uitwerpselen nog beter te scheiden kan broeikasgasuitstoot en ammoniakvorming zelfs met 75 procent afnemen, bleek eerder al uit onderzoek van WUR. Ook ziet Blaauw mogelijkheden voor zijn sector door te investeren in betere afzuiging in de stallen. Dat de Raad van State onlangs nog de vergunning vernietigde voor zo’n ‘slimme stal’ noemt hij daarom ook een domper.

Dat paardenhouders zich tot nog toe amper lieten horen tijdens boerenprotesten, is Blaauw niet ontgaan. “We zijn wellicht iets minder revolutionair, maar vergis je niet; we zijn solidair met de boeren. Vergeet niet dat we van hen afhankelijk zijn voor hooi, stro en ander voer. Stro komt nu al deels uit Frankrijk en Spanje omdat er een tekort is. Als steeds meer boeren in ons land stoppen, zullen ook die prijzen stijgen. Laten we het niet hopen, maar als we op deze weg doorgaan, wordt paardrijden voor de meeste Nederlanders onbetaalbaar.”

Onrust

Marieke Toonders, voorzitter van de Vakgroep Paardenhouderij binnen LTO Nederland, zat eerder dit jaar zowel namens LTO als de Sectorraad Paarden aan tafel bij bemiddelaar Remkes. Zij merkt dat het kabinet met het inmiddels beruchte kaartje over emissiereductiedoelstellingen voor veel onduidelijkheid heeft gezorgd. Vooral paardenhouders die dicht bij Natura 2000-gebied zitten maken zich zorgen, merkt zij. “Als je dieren houdt en je ziet dat in jouw gebied 74 tot 90 procent gereduceerd moet worden, dan trek je dat automatisch door naar je eigen bedrijf. Natuurlijk is daar onrust over.”

De Sectorraad Paarden heeft bij Remkes laten weten dat de paardenhouderij ‘niet op één hoop mag worden geschoven met andere dierlijke sectoren’. Eigenlijk om dezelfde redenen die ook Blaauw noemde; een paard stoot immers veel minder stikstof uit.

LTO diende dit jaar een plan in dat uitgaat van een ‘duurzaam evenwicht’. Kort samengevat: zorg ervoor dat boeren die geen opvolger hebben voldoende compensatie krijgen om te stoppen en bied ruimte en perspectief aan blijvers – dus ook paardenhouders – om te investeren in een duurzame, innovatieve bedrijfsvoering. Toonders: “Minder eiwit in het voer, mest aanlengen met water, meer weidegang, slimmere technieken in de stal; in de breedste zin zijn maatregelen mogelijk die voor reductie kunnen zorgen. Maar jammer genoeg hoor ik dit kabinet alleen praten over het opkoopbeleid.”

Maatwerk

Het is nu nog moeilijk aan te geven wat de gevolgen zijn van het stikstofbeleid voor de paardensector, stelt Toonders. “Pas als de provincies aan de slag gaan met de zogeheten gebiedsgerichte processen wordt uitgemaakt wat de regelgeving op bedrijfsniveau betekent. Er is een veelheid aan factoren; waar zit het bedrijf, hoe lang zit het daar, hoeveel piekbelasters telt de omgeving, heeft de ondernemer al een natuurvergunning? Het vraagt veel maatwerk.”

In Emst prijst Paul Sueters zich gelukkig dat hij alle benodigde papieren op zak heeft, waaronder een natuurvergunning. Dat geldt lang niet voor alle bedrijven, weet hij. “Ik ken ook ondernemers die steeds de dans zijn ontsprongen bij de handhaving van bouw- en milieuvergunningen. Maar ook in de gemeente Epe, waar Emst onder valt, is al aangekondigd dat vanaf nu scherper wordt gelet op paardenbakken en illegale uitbreidingen. “Dus als de provincie straks begint met die gebiedsgerichte processen, dan kan je wel raden bij wie ze het eerste aanklopt. Ik snap die onrust onder mijn collega’s wel; wie in deze tijd niet alles op orde heeft, komt vroeg of laat aan de beurt.”

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz