[responsive_menu_pro]

‘Je moet het niet doen om geld te verdienen, dat is alleen maar mooi meegenomen.’ Dat soort woorden past bij paardentransporteur Arno Koekkoek uit Slagharen. Nog maar 37, maar inmiddels ondernemend met een stuk of 6 grote vrachtwagens, met personeel, met vaste contactpersonen. Hij realiseert zich dat dat niet kan zonder de mensen om zich heen.

Arno Koekkoek leidt zijn bedrijf op basis van zijn kennis en ervaring: ‘We verkochten veel paarden naar Marokko, dat was best ver rijden. Persoonlijk zag ik een te groot verschil in hoe ze hier vertrokken en hoe ze daar aankwamen. Ik heb wel een bepaald idee bij de verzorging van een paard, ik denk toch dat ik daar wel kijk op heb, en dan ga je natuurlijk ook kritisch kijken naar anderen. Ik kan wel goed zien of een paard koliekerig is, of ie wat moet drinken, het verschil in behandeling tussen een Arabier, een Fries of een koudbloed. Sommigen in onze branche denken daar nog niet heel goed over na. In elk geval vonden we toen dat we dat zelf ook wel konden doen.’

Uiteraard begon Arno Koekkoek veel eerder met de paarden. Zijn opa had vanuit Noordscheschut bij Hoogeveen een bekende naam in de paarden, met tuigpaarden en spring- en dressuurpaarden. Van huis uit was er een kalvermesterij en pallethandel, waarbij de kalveren langzamerhand plaats maakten voor de paarden. Als kind ging Arno op ponyles in Slagharen, deed bij de pony’s later altijd wel op het hoogste niveau mee en stapte toen over op de paarden.

‘Mijn vader en moeder stimuleerden dat, vooral in de ponytijd, met een vrachtwagentje met de hele familie op concours. Later ben ik vooral jonge paarden gaan aanrijden, vaak voor de handel, met les van Harrie Kok, later Arjen Vos in Dwingeloo en heel vaak van Henri Stegeman. Altijd springpaarden, dressuur deed ik alleen voor de basis, wat noodzakelijk was, zeg maar M2.’ Belangrijke ervaring deed Arno ook op bij het rijden van de EPTM-testen voor het KWPN in Exloo, een jaar of 20 was hij toen.

Niet de grootste hobby
Er zijn veel voorbeelden van jonge, succesvolle ondernemers voor wie school niet de grootste hobby was. ‘School? Tja, dat is een moeilijk verhaal. Ik heb de Mavo afgemaakt, twee jaar autotechniek gedaan, nog even transport en logistiek op het MBO gedaan maar uiteindelijk is er niet zo veel van terecht gekomen. Een beetje de basisdingen weet je dan, omdat het je interesseert. Aan de ene kant jammer, van de andere kant: als ik nou heel lang had doorgeleerd, tja….ik heb veel kennissen en vrienden uit de paardenwereld, dus dan ben je automatisch meer in die sfeer. Dan is de opleiding niet het meest belangrijke. Ik heb nog een blauwe maandag bij Van der Most gewerkt, in de staalbouw, dat moest van m’n vader. We hebben thuis ook een pallethandel en hij vond het goed om ook een keer ergens anders te werken, dat hoefde niet per se thuis.’

Paarden opleiden, uitbrengen en verkopen, dat paste meer bij Arno Koekkoek, en zo leerde hij ook zijn partner Rosalien kennen: ‘Vaak verloopt de handel via vaste contactpersonen in allerlei landen, zo bouw je een netwerk op. En ja, mijn vriendin heb ik ook leren kennen op concours, haar vader zat ook altijd in de paarden. Zelf heeft ze vooral in de ponytijd gereden, met de paarden niet zo veel. Maar ze ging wel vaak mee.’

Zelf weten waar je mee bezig bent
Met het netwerk bouwde Arno Koekkoek ook zijn eigen stal en transportonderneming op: ‘We deden ook al vaker wat transport, naar Denemarken of zo, met de jongens met wie ik omging. Die combinatie van de dieren en de vrachtwagen, dat interesseerde me wel. Ik was een jaar of 22 toen ik voor het eerst naar Marokko reed. In korte tijd ben ik heel veel wijzer geworden want de eerste keer klopten de papieren niet. Dan kom je er snel achter dat de veterinaire papieren eromheen wel heel belangrijk zijn. En dat je niet volledig moet vertrouwen op wat iemand anders zegt, je moet zelf weten waar je mee bezig bent. Andere mensen zeiden dat het zo kon, maar dat bleek toch echt anders. En toen weer terug, een week later of zo. Je moet in zo’n groeiende onderneming als wij hebben ook op dat gebied groeien. In 2019 hebben we nog een keer twee aanhoudingen heel kort achter elkaar gehad waar we nu leergeld voor betaald hebben. Zo blijf je wijzer worden.’

Bedrijf in Marokko
Al snel vestigde Arno Koekkoek samen met zijn Marokkaanse vriend een im- en exportbedrijf voor paarden en materialen. ‘Dat ging goed, de paarden moesten er toch heen. Mijn vriend is meer van de cijfers, doet de boekhouding, is trouwens ook architect. Later hebben we een derde erbij genomen, een ruiter, die vooral goed was in het verder verkopen van de paarden. Dat ging goed, ieder zijn ding, met een eigen netwerk. Via een Finse vrouw kwamen we wat meer in de hogere kringen terecht.’

‘Haar man werd de Finse ambassadeur in Marokko, ze kwam bij ons paarden kijken. Ze ging dus wonen in Marokko, wilde haar paarden daarheen hebben, die vrouw spreek ik nog vaak. Daarna spreek je de vrouw van de Duitse ambassadeur, dan de vrouw van weer een andere ambassade, geweldig. Die jongen daar regelde dat allemaal. Heel normale mensen hoor, van de buitenwereld wordt daar vaak anders naar gekeken. Ook als je heel hoge functie hebt, zal ik toch zeggen hoe ik erover denk, ik doe me nooit anders voor dan dat ik ben. Nuchter boerenverstand zeg maar, gewoon normaal.’

Niet de uiteindelijke drijfveer
‘Weet je, volgens mij moet Ieder voor zichzelf z’n best doen, goed doen wat ie goed vindt. Je moet het doen omdat je het leuk vindt, omdat het je passie is, niet alleen maar om er geld mee te verdienen want dan kun je beter wat anders gaan doen Als ik iets doe, wil ik het goed doen. Geld verdienen is mooi, maar dat is niet de uiteindelijke drijfveer. Anders moet je geen paarden gaan houden want die kosten elke dag geld. Dan had ik beter wat anders kunnen gaan doen.’

Dat deed Arno Koekkoek niet en zo bouwde hij zijn bedrijf uit: ‘Ja, met nu een stuk of zes grote auto’s, een klein autootje, en we besteden ook uit aan buitenlandse transportbedrijven. Daar werken we mee samen omdat we gewoonweg niet alles alleen kunnen doen. Je kunt beter met elkaar dan tegen elkaar werken, alles om het paard zo snel en goed mogelijk op de eindbestemming krijgen. De springstal zijn we gaan gebruiken als Horse Hotel, voor het transport. Dat is nodig, dinsdags en donderdags komen hier heel veel paarden binnen voor transport, met keuringen voor Traces. Van allerhande paarden, ook dravers die weggaan, van mensen die op vakantie gaan, mensen die paarden verkocht hebben, noem maar op.’

Personeel
‘Inmiddels hebben we zes man vast aan het werk zonder mezelf, met een aantal op oproepbasis, we zijn nog steeds op zoek naar nieuwe collega’s. Ik geeft altijd aan, ook aan potentiële nieuwe chauffeurs, dat ze het moeten willen doen omdat het hun passie is, omdat ze het mooi werk vinden, zeg maar hetzelfde streven als ik heb. Rosalien werkt full time, dat noem je zo als je altijd moet werken. Zij doet vooral de facturatie, het bijhouden en archiveren van de ritten die zijn uitgevoerd en de export met douaneafhandeling. Mijn moeder werkt ook mee, zij doet puur de factuuradministratie, de betalingen, zeg maar de dingen waar ik me niet druk over wil maken. Het is lastig om mensen te vinden die dezelfde visie hebben als ik. We hebben ook wel samengewerkt met andere transporteurs, uit de chauffeurswereld, die hadden wel enige ervaring met paarden, kunnen goed vrachtwagen rijden maar wij vragen toch meer dan dat. Wat je zegt moet je ook doen. Het is toch een stuk praktischer als mensen uit de buurt komen, wij vragen veel flexibiliteit, als iets last minute moet gebeuren of mensen vragen ons op zeer korte termijn, dan moeten we snel schakelen en onze chauffeurs ook.’

‘We kunnen in principe op een zeer korte termijn schakelen, we kunnen grote aantallen transporteren en we hebben de kennis en de relaties. Onze vrachtwagens zijn voor 15 of 16 paarden, die wagens bouwen we zelf, dat doen kennissen van me. Eentje komt uit de vliegtuigbouw weg, de ander uit de machinefabriek, die bouwen precies hoe ik het wil hebben. Zo krijgen we wat je nodig hebt voor de verzorging: gemakkelijk en veilig. Daardoor kunnen we een heel goede prijs/kwaliteit-verhouding leveren.’

Ontzorgen
‘Ik denk dat we vooral sterk zijn in het ontzorgen van de mensen: de jongens die handel doen kunnen ook gewoon een paard neerzetten, wij zorgen dat ie afgeleverd wordt, maar 20 kan ook, en 100 ook. Als jij een paard verkoopt naar Zweden, gaat ie dezelfde week weg, ook al is het niet met een eigen auto, we lossen het op. Eigenlijk is het voor ons een beetje een sport om het zo goed en snel mogelijk klaar te krijgen. Die planningen, die moet ik zelf doen, plus dat ik af en toe op de vrachtwagen rijd, in het weekend vaak naar Zweden.’

Zelf rijden? De laatste jaren komt het er niet meer van. De jongens van Arno en Rosalien zijn 11 en 6, hun dochter 10 maanden: ‘De jongens gaan wel eens mee, als het niet te ver is. En de middelste heeft ook een eigen pony. We hebben met ons bedrijf een mooie maat bereikt, heel veel groter hoeft het niet 1-2-3. We zijn aardig flexibel met de wagens en de relaties die we nu hebben. We zijn wel constant bezig met het vernieuwen van ons wagenpark. Misschien dat we in stalling nog wat uit gaan breiden. We hebben nu 40 stallen, we huren elke week 20 tot 40 stallen erbij en het streven is toch om dat toch meer aan huis te hebben. Misschien een keer een tweede locatie, wie weet. Wat we nu hebben, hebben we zelf ook allemaal gebouwd. Weet je, het gaat voor een belangrijk deel ook over de mensen die je om je heen hebt, heel veel uit de buurt. Daar hoort ook een gunfactor bij….’

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz