Hoe gaaf is dat als in Oostenrijk het volkslied voor je gespeeld wordt! En dat terwijl je nog niet zo lang rijdt, je teamleden al internationaal reden toen ze net konden lopen, je in de voorbereiding een week in het ziekenhuis hebt gelegen en je best wel onzeker bent over je eigen kunnen, om het zwak uit te drukken. Heel veel jonge ruiters en amazones zullen zich herkennen in het verhaal van de 19-jarige young rider Hyke Voorn uit het Zuid-Friese Ruigahuizen….

Het was in elk geval geen vanzelfsprekendheid dat Hyke paard zou gaan rijden. Haar moeder reed paard. Maar haar vader had er niks mee. Opa en oma gaven het eigenlijke zetje: ‘Die hadden me eigenlijk een pony gegeven toen ik geboren was. Toen zeiden mijn ouders: doe dat nog maar even niet, straks vindt ze het niet leuk en dan zitten wij met die pony. Op m’n 8e verjaardag kwam ie toch, helemaal het einde, een IJslander. Ik reed altijd in het bos, vaak met mijn moeder samen maar ik vond springen het leukst. Een IJslander is daar natuurlijk niet zo geschikt voor maar eigenlijk kon zij het nog best goed voor een IJslander. Echt voor de lol, mijn ouders wisten niks van springen en ik ook niet.’


Lol met je knol: in dit geval met de IJslander Meyla, van opa gekregen

‘Mijn vader vond het op een gegeven moment ook wel leuk worden. Hij was zich wat gaan verdiepen in het springen, dat vond ie wel interessant. En we verhuisden toen ik 13 was naar een huis met stallen, dat vond ik fantastisch, daar had ik nooit van durven dromen! In die tijd reed ik ook een oudere pony, daar had ik inmiddels een winstpunt mee behaald in de dressuur, ik denk echt pas rond m’n 13e. Toen begon ik ook een beetje met wedstrijdjes. We zijn gaan zoeken naar een andere pony, maar we hadden er niet zoveel verstand ervan. Op internet heb ik er zelf een gevonden, direct toen ik het filmpje zag dacht ik: dit moet ‘m worden! Mijn moeder en ik zijn gaan kijken, in Stadskanaal. Ik viel eraf maar ik wist nog steeds zeker dat ‘m dat moest worden. Waarom? Ik weet niet, het was de uitstraling, echt een bloedmooie pony, ik was enorm aangetrokken door hoe die sprong.’

De ontdekkingstocht
Zo begon de ontdekkingstocht met de E-pony Vanety: ‘Wij dachten; die is goed groot, daar kunnen we lekker lang mee rijden. Het bleek een lastig dier te zijn, wat heb ik daar regelmatig spijt van gehad. Schoppen, bijten, steigeren, alles wat niet moet, zeg maar. Echt een extreme merrie, emotioneel met alles. Ze wilde de trailer nooit in, best wel dwars eigenlijk. We moesten best wat samen uitvinden. Maar in de springles ging het knopje om en dan ging het goed. Ik ben wat wedstrijdjes met haar gaan rijden, met een beetje B en L had ze geen enkele moeite, de probleempjes kwamen in het M. Die pony was heel slim, ze wist me vóór te zijn met alles. Waterbakken vond ze eng, dan lag ik er altijd naast. Als er geen waterbak lag, ging het goed. Maar dan kwam het Fries kampioenschap eraan, daar was ik enorm zenuwachtig voor omdat ik wist dat het dan geheid weer mis zou gaan.’


Met vader Remco

‘Op een gegeven moment reed ik in het Z, heb ik gedacht: we gaan die waterbak aanpakken, anders blijft het aanmodderen. Maar zelfs als we alleen zo’n blauwe bak onder een kruisje legden: je kon gewoon de bak niet rondrijden, ze zag het. En ik kon niet goed genoeg rijden. Inmiddels had ik al een tijdje les bij Marriët Hoekstra. Twee weken voor het Fries kampioenschap ben ik zo’n beetje elke dag eraf gevallen, ik was een jaar of 15, zeg maar vier jaar geleden. Ik heb Marriët gebeld: ik meld me maar af, dat gaat niet goedkomen. Maar ze zei: dat lijkt me niet nodig, kom maar, dan gaan we kijken. Ik ben niet een die dan opgeeft. Ik naar Marriët, zij erop, uiteindelijk is het gelukt om haar over de sloot te krijgen. Toen hebben we de hele bak volgelegd met blauwe dingen, echt onder elke hindernis; we hebben haar helemaal gek gemaakt: voor de stal, onder elk kruisje, nog twee keer naar Marriët gegaan en toen werden we Fries kampioen. Alleen…er was dus geen sloot.’


Tevreden met de prestatie!

‘Inmiddels had mijn vader ook een paard gekocht, op de veiling in Dronten. We gingen voor de leuk naar die veiling en hij dacht: laat ik ook een keer mijn hand opsteken. Mijn moeder was niet zo blij maar we hadden wel een paard erbij! Mijn moeder vond het niks, de merrie schrok overal van. Toen ben ik er maar op gaan rijden, kon ik er een beetje ingroeien, ik denk rond mijn 15e. Met de pony en het paard ben ik verder gaan rijden. Een jaar later ben ik weer Fries kampioen geworden met Vanety, in het ZZ. En op de Hippiade flikte ze me het weer. Ik met Marriët er weer aan gewerkt, in de zomer weer kampioen in het ZZ outdoor, precies op mijn 16e verjaardag, en toen werden we ook Hippiadekampioen in het ZZ bij de pony’s. Uiteindelijk heb ik met het veilingpaard ook nog Z gereden, ze bleek toch niet het laatste talent te hebben, was ook erg kijkerig, dan moest je wel echt rijden, terwijl ik niet zo heel veel ervaring op paarden had. Voor hoe goed ik toen kon rijden: het Z was wel het hoogst haalbare. We hebben haar nog steeds, als fokmerrie.’

Ik lag er alle drie de dagen af
‘Inmiddels hadden we Vanety goed aan het lopen, we hebben ook mooie wedstrijden gewonnen zoals Outdoor Gelderland. Toen dachten we: we kunnen ook wel een keer internationaal bij de paarden rijden. We kenden iemand die in Ommen sponsorde: ik mocht meedoen in de 1*. De tweede dag wonnen we, de derde dag wonnen we ook de Grand Prix, ik geloof dat er iets van 120 meededen. Met zo’n pony ben je natuurlijk heel snel, tegen die paarden rijden kon heel goed. Mijn vader en ik zijn altijd heel erg van: als het goed gaat, willen we meer. En toen zijn we een stapje te ver gegaan. We dachten: dan kunnen we ook wel internationaal indoor, in Zwolle. Maar ja, dan heb je minder galop en de afstanden zijn anders. Ik lag er alle drie de dagen af in de dubbelsprong. De pony was bloedvoorzichtig, die zag dat niet zitten.’


Met Vanety

Zo’n drie jaar geleden kwam Camaxima: ‘We waren op zoek naar een goed springpaard. We kwamen in contact met mensen die voor ons een soort bezichtigingstoer organiseerden langs diverse stallen, dat zijn we gaan doen. Zo kwam Camaxima op ons pad, ze was 7, sprong op dat moment M en ze was heel meewerkend.  ‘Ik had best wat gevoel voor paardrijden en oog op de sprong. Maar ik vond dat de techniek beter kon, vooral de basis van het dressuurmatige rijden. Als het hoger werd, dan kon ik me er niet altijd uit redden, ik moest best wel een keer improviseren. Het was goed om een keer bij iemand anders te lessen, en zo kwamen we bij Alwin Duiven uit. We hebben een stapje teruggedaan, pas op de plaats, niet direct streven naar goede prestaties, maar vooral aandacht besteden aan werken aan de basis. En we hebben veel gepraat, soms wel twee uur.’

Alles van de wap
“Ik was toen mentaal een stuk minder sterk. Onzeker, extreem perfectionistisch, ik zat mezelf vaak in de weg, was boos op mezelf, dan reed ik niet goed, zenuwachtig. En als er iets misging, was ik direct de draad kwijt, was alles van de wap af. Daar had ik best wel een weg in te gaan. Ik moest leren om mijn mindset onder controle te krijgen, ik ben naar een mental coach gegaan. Op de HAVO had ik daar niet zo’n last van, daar was ik niet zo mee bezig, ik wilde vooral paardrijden. Iedereen maakte zich druk om mijn cijfers maar ik dacht: het lukt wel. Maar het lukte maar net, niet met heel veel extra’s zeg maar, ik vond het doodsaai. Het was voor mij eerst paardrijden en dan school, en dan precies zo dat mijn ouders het niet in de gaten hadden, dacht ik. Dat hadden ze natuurlijk wel, daar hebben we wel om gelachen ja. Na de HAVO mocht ik fulltime met de paarden aan de gang. Er was wel één vereiste van m’n ouders: dat ik elk jaar online een opleiding zou volgen. Dat heb ik gedaan. Ik heb een HBO Online Marketing gedaan en daarna ‘succesvol verkopen’.’


1 en 2 is niet zo verkeerd toch?

‘Inmiddels reed ik ook af en toe wat internationaal, junioren en 1*. Gelukkig deed Camaxima altijd haar best, het was voor mij heel fijn om vertrouwen te krijgen. Die mental coach heeft me wel veel geleerd, om van mijn zenuwen af te komen, om een stuk meer overzicht te houden. Met oefeningen, door heel veel zelfreflectie. Ik raakte gewoon snel in paniek van dingen, ze heeft me geleerd om overzicht te houden, in het parcours en in het dagelijkse leven. Tja, ik was altijd wat extreem in mijn reacties. Als er een dag niks goed ging, was ik van streek dat het voor altijd zou zijn, gelijk op die manier. Ik kon me heel snel door iets kleins van mijn stuk laten brengen. Ergens wist ik wel dat ik het kon maar ik had altijd heel weinig vertrouwen in mezelf. Lastig vond ik dat. Dat uitte ik niet zoveel. Mijn ouders en Alwin zagen het wel, maar verder wist ik het altijd wel goed bij mezelf te houden. Als het niet goed gaat, ben ik het liefst even alleen, kruip ik in een hoekje, en als ik het verwerkt heb, ben ik er weer. En toch ben ik een doorzetter, wil er altijd voor gaan om het goed te doen.’

Elke keer beter
‘In het rijden merkte ik dat ook. Thuis kon ik het altijd wel, maar op concours, als er iets was waardoor ik me toch liet afleiden, was het wel een dingetje. Alwin zei dan: thuis kan ik je alles laten rijden, op concours bevries je af en toe. Dat vond ik zelf ook heel erg, eigenlijk het allerergste: dat het juist met paardrijden niet lukte. Ik wilde het zo graag goed doen. En dan ook snel denken: wat vinden andere mensen er dan van? Gelukkig werd die terugval steeds minder, elke keer maakte je weer een stapje vooruit, elke keer kon je het beter oplossen.’

Wat een pech
Toch liep Camaxima inmiddels nationaal 1m40 toen corona kwam. Hyke bleef doortrainen om haar paarden perfect voor elkaar te hebben als het weer open zou gaan, maar begin dit jaar brak ze haar pols: ‘Plus een ontsteking aan mijn nieren. Met heel extreme buik- en rugpijn, uiteindelijk heb ik een week in het ziekenhuis gelegen in februari. Met mijn ene arm in het gips en de andere aan het infuus. Ik ben zo snel mogelijk weer aan de gang gegaan met mijn paarden. Elke week weer trainen, met Alwin, thuis en in Tolbert. Drie weken geleden zijn we naar de scoutingsdag in Ermelo gegaan, ik dacht: leuk, kan ik mijn gezicht laten zien, ik ging meer voor het idee. Maar ja, het ging best wel goed.’


Hyke met haar topper Camaxima

‘Toen kwam Luc Steeghs de bondscoach naar me toe: had je ook al met Alwin overlegd wanneer je een keer meekan? Ik zei: ik, een keer mee? Met een enorme lach ben ik de ring uit gegaan. Luc belde later: ik denk dat je meekunt naar Opglabbeek. Ik dacht: die is gek, dat was het jeugdconcours, ik moest 1m45 rijden, dat had ik nog nooit gedaan! Ik mocht in de landenwedstrijd rijden, als een soort droom. Ik trok wit weg toen ik de ring in moest, was bloednerveus, ik verprutste het, heb heel slecht gereden. En ik wilde het zo goed doen. Ik kreeg een fout en toen was het ik het weer kwijt, heel slecht. Ik was niet te genieten, gelukkig kon mijn paard er niks aan doen. Ik dacht oh, nou heb je alles weggegooid. In de tweede ronde heb ik tegen mezelf gezegd: kom op, herpak jezelf even! En toen ging het best goed, had ik 1 balk. Luc vond het ook goed hoe ik me had herpakt.’

En dan toch: het Wilhelmus!
‘Toen ik maandag wakker werd, was ik niet te genieten, ik voelde me echt verslagen. Het was wat ik wilde maar ik had het gevoel dat ik het had verpest. Toen belde Luc en hij zei: wat vond je er zelf van? Ik: nou ja, eerste ronde gepruts en zo. Ja…ja… dat was wel zo, zei hij. Maar het kwam erop neer dat hij er toch vertrouwen in had. En toen vroeg hij: wil je mee naar Lamprechtshausen? Ik was nog nooit zo ver van huis geweest. Ik voelde het bij het inspringen al: jeetje, dat gaat niet goed als ik het niet op een rijtje krijg. Ik heb tegen mezelf gezegd: je zorgt maar dat je het goed doet, je kunt niet weer zo’n blunder maken. Ik kwam over de finish, toen stond er 0 op het scorebord! Uiteindelijk hebben ze me een fout op de waterbak gegeven. In de tweede ronde had ik ook één fout. En we wonnen!  Als je dan in de prijsuitreiking het Wilhelmus hoort, dan denk je wel: wauw!’


De prijsuitreiking in het Oostenrijkse Lamprechtshausen

En nu? ‘We hebben afgesproken dat we even pas op de plaats maken, en een volgend doel stellen, kijken waar we rijtechnisch stappen kunnen maken, dat het nog beter wordt. Ik wil strakker in het parcours kunnen rijden, perfect afstellen, dat is nu het plan. En dan een aantal 2* rijden, met het oog op volgend jaar de young riders wedstrijden. Dan kan ik nog 1 jaar meedoen, het zou mooi zijn als ik dan nog iets meer voor het team kan betekenen. En in de tussentijd werk ik mee in het marketing- en communicatiebureau van mijn ouders, vooral social media marketing voor bedrijven, campagnes opstellen, nieuwsbrieven, zeg maar dingen regelen, dat is ook heel leuk!’

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz