Jeroen Hulsman gaat er weer met volle energie tegenaan. Samen met Merel Blom heeft hij in Heerde een spul gekocht waar dressuur en eventing de boventoon voeren: ‘We willen er een vooraanstaand dressuur- en eventingcentrum van maken, ik denk dat het kan.’ Daarmee sluit hij een moeilijke periode af.

‘Eigenlijk ongelofelijk dat een eigenaar zo’n scherp beestje hier neerzet, bij zo’n ouwe vent,’ begint hij. ‘Tja, een heleboel jongere ruiters willen de tijd er niet meer instoppen. Je hebt natuurlijk hordes van die jongens die een stalletje willen hebben. Dan hebben ze er vaak veel te veel staan en rijden ze te weinig. Of ze kunnen de hetere beestjes niet handelen. Wij krijgen er ook nog wel, van die paarden die snel-snel zadelmak zijn gemaakt. Die hebben vaak zoveel vertrouwen verloren, daardoor gaat het mis. Te weinig tijd, moet allemaal vlug-vlug, daar ben ik nooit van geweest.’

Engeland
Het tekent Jeroen Hulsman, de ervaren dressuurvakman, en tegenwoordig steeds meer eventingkenner. Maar liefst 27 jaar had hij samen met Marie-Jose Timmermans een goedlopende stal in Schalkwijk, oorspronkelijk een melkveebedrijf dat ze samen ombouwden tot paardenaccommodatie. Daarvoor reed hij met het ouderlijke gezin uit Leiden op de manege in Voorschoten, werkte hij bij lang bij Ton en Mieke de Kok in Nootdorp en tussendoor een jaar bij Henk van Bergen. Jeroen deed zowel Deurne als Ermelo en besloot toen hij 23 was om als dressuurtrainer voor Lady Inchcape in Engeland te gaan werken: ‘We hebben er drie jaar lang een fantastische tijd gehad, wel 15 Grand prix paarden gereden, heel veel jonge paarden ook. Marie-José reed daar paarden voor Ulli Kasselmann. Het was de tijd rond 1990 dat Carl Hester als broekie net bij Bechtolsheimer begonnen was.’

Africhten, begeleiden, lesgeven en handel in de betere dressuurpaarden, dat is het werk van Jeroen Hulsman gebleven: ‘Ik ben daarna les blijven geven in Engeland, steeds weekenden erheen. Zo hebben we ook een eigen klantenkring opgebouwd. En ik heb ook veel bij Bert Rutten gereden, gingen we daar trainen.’ Jeroen is er de man niet naar om met zijn ervaring terug te blijven kijken. Wel om de huidige dressuurpraktijk te beschouwen.

In bedwang
‘Dressuursport heeft absoluut een heel hoge vlucht genomen, ondanks alle verhalen dat het vroeger beter was. Er wordt absoluut beter gereden. Maar de top blijft heel smal, iets wat ook al heel lang speelt. We hebben in onze fokkerij ook zeker veel betere paarden gebracht, maar ik denk dat we te weinig aandacht hebben gegeven aan het karakter. Voor de grote, brede massa zijn onze paarden te scherp. Als ik kijk naar zo’n Pavo Cup-wedstrijd: prachtige paarden, geweldig lopen, maar er loopt een paar man omheen met kettingen om ze in bedwang te houden.’

‘Op de gewonere wedstrijden wordt heel vaak simpel gereden maar dat is altijd zo geweest. Toch is ook dat wel verbeterd. Er is meer kennis gekomen. Nog steeds te weinig volgens mij, in de grote lijn. Mensen zitten onwijs veel op het internet. Daar staat heel veel goeds op maar ook heel veel onzin. Vroeger had je toch meer het boerenverstand maar dat wordt niet meer zo gewaardeerd. Goh, je moest een keer op je tanden bijten, doorwerken, een beetje pijn lijden. Nee, dat willen ze niet meer. In elke sport heb je momenten van bloed, zweet en tranen, maar in de dressuur tegenwoordig is dat moeilijk. Alles moet opgelost worden.’

‘En het liefst zo vlug mogelijk. Ja, dat is wel beter voor de handel en de portemonnee maar het moet wel kunnen. En dat wordt tegenwoordig wel eens overgeslagen. Dat is slecht voor de sport, maar ook slecht voor de consument. Als ze een keer verkocht worden, komen mensen in de problemen omdat de paarden niet goed zijn afgericht. Dan hebben ze het over het rotbeest, moet de tandarts erbij komen, de dierenarts, de bitfitter en noem maar op. Terwijl het volgens mij heel vaak aan de rijderij ligt. Paardrijden is gewoonweg heel moeilijk. Het is superleuk dat een heleboel mensen dat willen doen, daarvan kunnen we in ons vak leven, maar het ís heel moeilijk. We kennen natuurlijk het absolute cliché van de mensen met paarden en paardenmensen, maar daar zit toch een heel stuk waarheid in.’

Mensen met hun paard in de knoop
‘Ik krijg wel eens paarden op stal, vaak met problemen, met mensen die met hun paard in de knoop zitten. Wat ik veel zie: dat mensen zo weinig hebben meegekregen in de jaren dat ze op een stal staan, zo weinig begeleiding blijkbaar. Merel doet ook veel aan begeleiding van de jeugd. Ik zie dan absoluut kinderen die heel goed kunnen rijden, maar ook kinderen die eigenlijk zitten te wachten tot ze een 4*paard thuis komen brengen. Vroeger was dat toch minder, als ze reden hadden ze vaak van huis uit meer meegekregen.’

De verandering
Zo’n tien jaar geleden kwam de grote verandering in het leven van Jeroen Hulsman. ‘Onwaarschijnlijk groot was dat voor mij. We zijn na 27 jaar uit elkaar gegaan, dat heeft bij mij serieuze sporen achtergelaten, ik ben echt een beetje van het padje geweest. We hadden samen dat bedrijf, goedlopend, ik zag me daar echt samen oud worden. Op het moment dat dat misliep, op een voor mij nare manier, heb ik twee tot drie jaar echt moeite gehad om de kop boven water te houden. We deden het heel goed in de subtop, met goede paarden die we goed konden verkopen, we waren een koppel dat best wat deed in de dressuursport.’

‘En toen moest ik bedenken wat ik wilde. Alleen? Kan ik dat wel? Wil ik dat wel? Iemand erbij in dienst nemen? Zo’n 95% in de dressuur is vrouw, de meesten willen liever niet op een lastige zitten of een paard zadelmak maken. Kim Leen is toen bij me in dienst gekomen, die kon fijn rijden, heeft me goed geholpen. Kim heeft absoluut de ambitie om goed paard te leren rijden. Ze wilde niet altijd wedstrijden rijden, wilde ook op een gewone zitten, dat ging goed. En dan ga je je wel afvragen: is dit het dan?’

Merel Blom
‘Via Leendert-Jan Hofland ben ik in contact gekomen met Merel Blom, ze kwam bij me trainen met Rumour Has It, zo’n acht jaar geleden. Later ook met jonge paarden, we hadden een keer een paard samen, en zo ben ik steeds meer in de eventingwereld terecht gekomen. We kennen elkaar natuurlijk al heel lang, we hebben serieus samengewerkt. En pas sinds een jaar hebben we een relatie. Het was wel even de vraag want ze zei: jij werkt nog harder dan ik, en ik werk al zo hard, dan moeten we maar geen relatie beginnen. Maar uiteindelijk is ze toch omgegaan. Ik ga ergens voor en dat is dan 100%. Of je gaat ervoor, of niet, ik kan mezelf gerust zeer loyaal noemen. Maar ja, dan heb je elk je eigen bedrijf en dan zie je elkaar nog nauwelijks.’

‘We hebben bedacht: wat willen we? Ik zat in Schalkwijk, mooi in Midden-Nederland maar met te weinig grond. Merel in Aalten, ook een mooie plek maar erg uit de richting. Het zijn onwijs grote stappen die je maakt om je spul te verkopen. Het is Heerde geworden, op 9 hectare, serieus groot, met ruimte, veel mogelijkheden, en een bouwblok: van de zomer gaan we bouwen aan de rijhal. De stallen waren helemaal verbouwd en vernieuwd, super bijgehouden maar de laatste paar jaren was het niet meer als paardenbedrijf gebruikt. In oktober komt Merel hierheen.’

De eventing-wereld is niet de dressuurwereld: ‘Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in alle taken van de paardensport, en eventing vond ik altijd wel een ruige sport. Eerder vroeg ik me wel eens af of het voor de paarden niet tè ruig was. Maar ik heb veel geleerd: in die wereld is uitermate veel kennis in de topsport, en een supergoed management. Veel beter dan veel mensen denken. In het begin dacht ik: ach, waarom kun je dat paard geen wissel leren? Maar dan moet ie een heuveltraining doen, dan een sprongetje maken, dan de galoptraining, daar had ik nooit zo bij stilgestaan. Er gaat ook onwaarschijnlijk veel tijd zitten in het africhten en het fit houden van eventers.’

Juichend over de finish
‘Ik ga ook met veel plezier naar zo’n SGW, een landelijke wedstrijd. Die mensen komen een soort van juichend over de finish – want ze zijn door de waterbak geweest! Geweldig! Bij dressuur komen ze vaak met een sik de ring uit want hij is een keer omgesprongen. Ze hebben het vaak over wat er niet goed ging. Ik keek een keer naar een dressuurproef van Tim Lips, ik na afloop naar hem toe: ging best goed hè? Toen begon hij ook met ‘ja maar…’ ik zei: man hou op, je lijkt wel een dressuurruiter!’

‘We zijn onze stal al mooi aan het opbouwen. Dit jaar doen we het al beter met eventers dan met dressuurpaarden, er is zelfs vraag uit Engeland, de wereld op z’n kop zou je zeggen. Je hebt heel weinig stallen in Nederland waar je vertrouwd terecht kunt. Wil je een dressuurpaard? Ik noem je zo vijf handelaren op z’n minst. Maar eventing? Waar moet je heen? Er waren maar een paar namen, maar kan ik daar een eventingpaard kopen?  We proberen goede paarden te verkopen, ik wil ook de after sales voor elkaar hebben, zorgen dat het goed blijft gaan. Als mensen bellen, dan zorgen we dat we het op gaan lossen. Het zijn geen machines, dat moeten we wel in de gaten houden, maar dat geldt voor alle paarden, springen, dressuur en eventing. Het moet vooral leuk zijn en leuk blijven, want 90% hoeft er de kost niet mee te verdienen.’

Jeroen Hulsman is gelukkig in zijn nieuwe situatie: ‘Tien jaar lang ben ik alleen geweest. Alleen een bedrijf runnen is ook wat. En elke avond alleen zijn is ook wat. Maar nu? Ik ga er nog een keer voor, ik trek toch weer alle registers open. Ik blijf actief rijden, normaal rijd ik er nog tien op een dag, nu nog even alleen de dressuur-paarden, stuk of vijf op een dag. En we willen er in Heerde een vooraanstaand dressuur- en eventingcentrum van maken. Ik denk dat het kan!’

Jeroen Hulsman met The Quizmaster (Albaran XX x Casco x Linaro)

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz