Op 14 april stapt ze officieel in het paardenbedrijf De Heumstede van stiefvader Rob Janssen. Af en toe verblijft ze een paar maanden in Zuid-Afrika om er te werken. Ze maakt paarden zadelmak, leidt ze op, brengt ze uit, het liefst in eventing. En ze geeft les. En toch is Janine van Sommeren pas 20. Ze praat erover of het allemaal de normaalste zaak van de wereld is, maar toch: ‘Bizar eigenlijk hoeveel ik meemaak.’

Het Zuid-Afrikaanse avontuur was het gevolg van een buitenland-stage van haar opleiding paardensportinstructeur en bedrijfsleiding in Barneveld, bij Aeres. Als je zo’n keuze maakt als 16-jarige, dan moet je toch wat avontuurlijk bloed en iets onverschrokkens in je hebben: ‘Duitsland vond ik te saai, ik dacht: kom, ik ga eens een keer ver weg, dat werd Zuid-Afrika. Onze docent Egbert van Roekel wist iemand in Zuid-Afrika, Maud Aarts, en mijn stiefvader Rob kende haar ook. Maar Maud zat net in een verhuizing, en zij tipte: ga maar naar mijn buurvrouw Carol-Ann Nurden. ‘Ik was 16, ben ik er voor twee maanden heen geweest, hup, wegwezen.’

De opleiding was het gevolg van een opvoeding met ouders die beiden reden maar Janine liever iets anders zagen doen: ‘Ik was 4 of 5, moest een sport kiezen: hockey, voetbal, dansen, turnen, zwemmen, ik heb alles heel even gedaan maar ik vond het allemaal verschrikkelijk. Thuis hadden we een grote E-pony, daar ben ik maar op gaan zitten, super braaf, die was een jaar of 21. En mijn moeder had een Fries, daar mocht ik ook op. Na twee jaar heb ik eindelijk een B-pony gekregen, daar ben ik mee naar de ponyclub gegaan, kreeg ik les van Rob.’

Samen met stiefvader Rob Janssen

‘Ik denk dat ik op m’n 8e mijn eerste crosstraining heb gedaan, met m’n B-pony Misty. Rob noemde hem altijd Sjimmie omdat hij nooit luisterde. Toen kwam er een C-pony, 4 jaar en net zadelmak. Als je nou terugdenkt, was dat misschien niet zo handig maar uiteindelijk is het een leuke pony geworden. Ik heb er m’n eerste crosswedstrijd mee gereden, in Gelselaar. Met 225 punten in de dressuurproef, dat protocol hebben we maar bewaard. Toen ik over de finish van cross kwam moest ik huilen, ik wilde nog een keer, zo leuk vond ik het, een jaar of 11 of 12 was ik.’

‘Toen kwam er een D-pony, die was wel een beetje stout in het begin, ook daar ben ik veel vanaf gevallen. Maar op een gegeven moment viel het kwartje, toen reed ik er zo mee rond. Dressuurles hadden we van Roos Loeffen, dat was altijd wel leuk. Ken je haar boer Cor Loeffen? Roos was ook altijd heel streng, pakte ons altijd heel erg aan, daar moest je wel tegenkunnen. Die kon je wel een beetje heet maken, fel op jezelf, kritisch, bozig op jezelf. En ze riep net zo hard als Cor, die hoorde je als ze aan het lesgeven was 20 kilometer verderop. Als ik m’n zus les ging geven, ging ik Roos nadoen, daar waren mensen in de buurt niet zo blij mee. Ik heb wel heel veel van haar geleerd. Daarna heb ik les gehad Jaap van den Heuy maar die vertrok naar China om les te geven. En toen ben ik met m’n opleiding begonnen in Barneveld, vooral goed les gehad van Bart Bax en Egbert van Roekel. En nu van Roelof Brink.’

Dit maak je mee als je in Zuid-Afrika een buitenrit maakt

En toen kwam de stage naar Zuid-Afrika: ‘Het was wel een beetje passen en meten, voor Rob en mijn moeder was het toen wel hard aanpoten met zo’n 35 paarden thuis. Het scheelde wel dat het winter was, veel paarden konden gelongeerd worden of gingen in de stapmolen. En in Zuid-Afrika was het zomer. Van tevoren was het best wel lastig om te gaan, maar toen ik eenmaal in het vliegtuig zat was dat over. Ik kwam bij de familie Nurden terecht waar ik me meteen voelde of ik thuiskwam. Alleen, ik kon geen Engels, Ja, ‘hello’ en ‘how are you’, dat was het wel. Maar op een gegeven moment dan moet je, en na twee maanden spreek je vloeiend Engels. Ik ben er zo warm opgevangen, geen moment last van heimwee gehad. Hoe vaak ik naar Nederland belde? Nou, niet zoveel hoor, haha, en het werd steeds minder.’

Een bizarre overgang, zo kijkt ze er nu op terug: ‘De cultuurverschillen waren best groot. Hier doe je alles zelf, je hebt hooguit iemand in dienst of er zijn stagiaires. Maar daar is het anders. Donkere mensen doen de verzorging, het uitmesten en zo, de blanke mensen rijden. Dat vond ik lastig om te zien, het verschil tussen rijk en arm, dan realiseer je wel hoe goed je het hier hebt. Die mensen hebben niet veel. Als je ziet hoe ze leven en slapen, in heel kleine kamertjes, een beetje zoals in krottenwijken. Mensen die daar bij Carol-Ann werken, die hebben het wel beter, met een normale kamer, douche, wc. Als je daar rondkijkt: aan de ene kant heb je grote villa’s, aan de andere kant slapen ze op straat. Dat is wat ze daar gewend zijn.’

Of dit…..

‘Ik heb er nooit donkere mensen op het paard gezien, nee, die rijden eigenlijk niet. Je hebt bij Carol-Ann wel eens een groom die wil rijden, een buitenrit maken of zo. Of een donkere groom die een paard zadelmak maakte, rookte hij eerst een paar joints zodat hij nogal high was, en dan op het paard, dan ging het wat gemakkelijker. Dat vond ik wel grappig. Nee, paardrijden is daar voor de meiden, 18 of 19, van de school in de buurt. Ze stallen de paarden bij Carol-Ann, komen aan, stappen op en weer af, niks geen management erbij. De paarden worden supergoed onderhouden hoor, dat wel. Maar de eigenaren rijden alleen maar. Het is een andere cultuur, doodnormaal daar, met een huisvrouw, een tuinman, noem maar op. Die mensen verdienen ook bijna niks, dat kunnen ze supermakkelijk betalen.’

‘Bizar eigenlijk hoeveel ik meemaak. Als ik aan het rijden was, kwam er zo een keer een giraf voorbijlopen. Of we waren een keer op een buitenrit met de paarden tussen de olifanten of giraffen. Maar ook tussen de leeuwen, galoppeerden we door de natuur, met een groepje van vier. Een van de paarden schrok ergens van, toen werden die leeuwen in een keer heel attent, tot op een afstand van een meter of vier. Uiteindelijk is het allemaal goed afgelopen. Of je ontmoet een neushoorn die aan je paard gaat ruiken, dan kun je je als Nederlander niet voorstellen.’

Of dit….kijk ff goed….

‘We hebben daar wel supergoede paarden hoor: vanuit Nederland, België, Duitsland. Het importtraject duurt wel lang, ik geloof een maand of drie. Mijn eerste wedstrijd heb ik er gereden met een paard van een meisje dat er niet mee overweg kon, het was niet zo’n simpele. Eerst heb ik er thuis best wel veel gereden, en toen heb ik het 1m10 meteen gewonnen. Na een paar wedstrijden mocht ik mee naar het kampioenschap in Johannesburg, een stukje verderop, ik denk 8 uur rijden of zo. Het ging over vier dagen, wie dat het beste gedaan had. En dat won ik ook, van zo’n 170 deelnemers, een normale proef met barrage. Toen kwamen Rob en mijn moeder kijken, samen met Patricia van Iersel en haar man Harry.’

Kampioen in Johannesburg

‘Na ruim twee maanden moest ik weer naar huis. Ik voelde me er zo thuis, bij zo’n lieve mensen, dat afscheid was verschrikkelijk. Het ergste wat er is, als je afscheid moet nemen op het vliegveld, als iedereen aan het huilen is. Ik denk dat ik nu zo’n vijf keer daar ben geweest, ook met Oud en Nieuw, dat voelt echt als familie. De laatste keer heb ik dat afscheid wel anders gedaan, heb ik ze thuis midden in de nacht een knuffel gegeven. Nou ben ik weer twee weken in Nederland, is de zomer daar weer voorbij en kan ik me hier weer richten op het wedstrijdseizoen. Iets later dan gepland omdat ik vanwege alle maatregelen niet direct terug kon. Kreeg ik een extra maandje. Op de terugreis was ik de enige in het vliegtuig.’

In Nederland is Every van de Heumstede haar troef, de 12-jarige merrie van de Holsteiner Lucky Boy uit een Jupilot-merrie: ‘Ze loopt nu op 2*-niveau eventing, het plan is om dit jaar naar de 3* te gaan, als het een beetje mee wil zitten allemaal. Gefokt door Rob, een merrie die altijd voor je door het vuur gaat. Ik rij haar dochter nou ook, die loopt nu M eventing, ook een merrie, met eenzelfde karakter. Ik rij veel jonge paarden uit Rob z’n fokkerij, plus een hoop paarden van klanten. Het is een heel bijzondere samenwerking. Ik ken Rob al sinds m’n achtste denk ik. Mijn moeder Esmeranda en hij kennen elkaar een jaar of vier, ook heel bijzonder. We doen het samen, ik denk al een jaar of 5, en daarvoor heb ik veel pony’s voor hem gereden.’

Every van de Heumstede, foto Maarten op den Drink

En nu thuis in Hernen, toch een beetje wiebelig tussen twee werelden: ‘In elk geval lekker thuis aan de slag, heel veel lesgeven, bixielesjes organiseren, zadelmak maken, opleiden, we hebben een prachtig terrein thuis, ik hoef nergens naar toe. En Zuid-Afrika, tja, daar kan ik niet meer wegblijven. Is wel een heel moeilijke keuze hoor, zeker als je daar een baan aangeboden hebt gekregen. Misschien ooit….Gelukkig staat Rob staat helemaal achter me: wat je doet, het is altijd goed.’

‘Voor de sport is het toch beter om in Europa te blijven. Ik wil heel graag een keer Boekelo rijden. En mijn grote droom is een 5* rijden, zoals in Badminton. Van de andere kant, daar heb je wel iets meer het sociale leven. We beginnen er om een uur of half 7, we stoppen om 5 uur, en dan hoppa, allemaal aan de wijn. Bij een graadje of 40, maar wel een heel andere warmte dan hier….’

Heppie de peppie

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz