[responsive_menu_pro]

‘Als ik in de bak sta, ben ik happy,’ zegt Lammert Laseur. Het tekent de paardenman met een schat aan ervaring. Het werd niet de handel, niet het rijden van andermans paarden, het werd lesgeven en begeleiden van jonge mensen in de springsport. Met de afgelopen periode zelfs online begeleiding. Lammert weet als voormalig internationaal springruiter waarover hij praat.

Om met het laatste te beginnen: ‘Je ziet wel eens ruiters die hebben een diploma behaald en die staan daar les te geven, dat ik denk: hoe ben je in godsnaam aan dat papiertje gekomen? Dat soort mensen moeten niet lesgeven, je moet ergens verstand van hebben om het weg te kunnen leren. Ik kan in elk geval niet mensen over een sprong laten gaan en denken: je breekt je nek maar. Maar zo lijken er wel heel wat rond te lopen. Je moet verstand hebben van de motoriek van een paard, van de afstanden, en een paard heeft vertrouwen nodig. Als een paard met een goede afstand komt, en dat weet, dan durft een paard ook toe te springen.’

Eerste helft jaren ’60: toen ging het zo.

Het zijn de ontboezemingen van een gepassioneerd paardenman met een opleiding van lang geleden, toen de sport zich begon te ontwikkelen. In Soest groeide hij op in de jaren ’60, op de boerderij van zijn ouders samen met zijn broers Rinus en Johan die later de manege overnam: ‘We hadden een boerenbedrijf met koeien, mijn vader verkocht een koe, er kwam een paard voor terug en zo is het langzaamaan een manegebedrijf geworden. De NBVR was onze bond voor de basis, daarna nationaal via de NHS. We hadden goede paarden, maar we moesten ze zelf wel klaarmaken, meestal als ze 3 of 4 jaar waren, net zadelmak. Ik kon heel goed met iets tragere paarden omgaan, Johan was bijvoorbeeld iets handiger met iets hetere paarden. Paste de een niet bij de een, dan wel bij de ander, zo ging dat. Met twee heel grote vrachtwagens gingen we samen met moeder op concours, mijn vader zat thuis op het bedrijf.’

Zo ging dat in de jaren ’60

Lammert Laseur ging lessen bij de legendarische Anton Ebben: ‘in Hilversum, hier in de regio had je makkelijk contact met elkaar, zo kreeg ik de kans om bij hem te lessen. Mijn vader deed ook wat handel af en toe met Jan Maathuis in Geesteren en daar ben ik op m’n 21e heen gegaan. Mijn vader gunde me die kans, als ik dat zo graag wilde. Ik heb er veel geleerd, over rijden, verzorgen, jonge paarden, ook wel zadelmak maken en ook paarden die niet heel fijn te rijden waren. Ik kreeg les van Jan, dat ging goed. En ik heb veel geleerd van Johan Heins die daar toen op stal kwam werken. Het was een handelsstal, dan zie je wel dingen die tegen de grens aanzitten. Maar Jan was een paardenman in hart en nieren, een goede man ook. Hij verkocht er heel veel, aan heel goede klanten, zo’n beetje de eerste die zoveel paarden naar Amerika verkocht. In de jaren ’70 en ’80 was hij toch de hoofdman van de handel in Nederland.’

Lammert (r) met broertje Rinus en vader Laseur

Het werden een kleine vijf jaren bij Maathuis, zoals dat toen ging: ‘Slapen bij de stallen, in één ruimte met Hans Bijen. Wel ’s morgens bij Jan ontbijten, maar altijd betrokken bij de handel en de paarden. Als hij ’s avonds klanten kreeg, moesten we er zijn. Een fantastische tijd, ik heb heel veel leuke dingen meegemaakt. En natuurlijk was het ook wel eens zo moeilijk dat ik naar huis wilde. Maar mijn vader deed dat goed, die zei: het paardenwereldje is hard, en je wou leren, dus je lost het maar op.’ Na de periode in Geesteren ging Lammert zich helemaal toeleggen op het lesgeven: ‘Dat is mijn passie, vind ik hartstikke mooi. Nou nog, 7 dagen per week, en elke dag met plezier. Ik ben altijd blij als ik weer zo’n telefoontje krijg of een facebookberichtje zie van klanten die het goed gedaan hebben. Ze sturen me filmpjes, daar kan ik op een zondagavond gewoon thuis van nagenieten, heerlijk dat ik dat met die klanten bereikt heb.’

Toen de hindernissen er nog zo uitzagen.

Uiteraard verkende Lammert voor zichzelf wel de andere mogelijkheden: ‘Ja, ik had een eigen bedrijf in Soest, 9 jaar gehad aan de andere kant van Soest, een manegebedrijf ook. Maar ik kreeg geen kans om het over te nemen, ze hebben er later grote bungalows neergezet. Ik was ook wel een beetje klaar met het manegewerk. Ik heb ook paarden uitgebracht voor mensen, maar daar kreeg ik nooit een heel goed gevoel bij. Afspraken niet nakomen en zo, dat paste me niet. En ik heb gemerkt dat de handel ook niet mijn passie is. Ik heb altijd wel wat gedaan maar ik ben er nooit in verder gegaan. Je kreeg wat tegenslagen met in- en verkoop, dan weer dat het met een keuring niet goed was: ik heb de knoop doorgehakt. Laat mij maar lesgeven, daar ben ik goed in, en dat moet je dan uitbouwen.’

In 1977 stonden de uitslagen van het concours in Leiden in de krant.

‘Ik had internationaal 1m50 gereden, wilde me meer specialiseren in het begeleiden van jonge ruiters in de sport, en training geven. Ik vind het heel leuk om paarden met klanten in te schatten, dat is dan toch een heel klein beetje handel. Alles met lesgeven vind ik fantastisch. Het is super als klanten resultaten boeken, zeker als mensen in het begin moeite hebben om iets op te lossen, daar ga ik het liefst mee aan de slag. Ik heb een keer mijn rug gebroken, heb een paar jaar wat gesukkeld, maar nu met mijn vrouw Kirstin zijn we echt een team geworden en kan ik me nog meer specialiseren op lesgeven en trainingen. Het is geweldig dat zij commercieel meedenkt, promotiemateriaal maakt, de online producties verzorgt.’

Samen met zijn vrouw Kirstin: in 2018 verzorgde Lammert een clinic tijdens de beurs Paard in Utrecht.

Lammert Laseur is een man van de basis: ‘Ik weet zeker dat de oudere ruiters van vroeger zoals Piet Raijmakers en Rob Ehrens daar hetzelfde over denken. Ik heb veel contact met ze, mijn stiefdochter Nicky werkt met veel plezier bij Piet jr. op stal als groom. De basis moet punt 1 blijven. Er worden heel veel dingen te hectisch gedaan, met te weinig geduld, veel mensen willen de paarden te snel op een niveau hebben. Veel ruitertjes die met pony’s rijden, daar zit vaak weinig ritme vaak. Johan Heins en Anton Ebben zeiden precies hetzelfde: zorg dat je de basis op orde hebt. Dat je controle hebt. Netjes aan de teugel, netjes, je moet moeiteloos kunnen schakelen. Je moet naar voren kunnen rijden als je dat wilt, en andersom ook.’

Grondwerk is voor Lammert Laseur essentieel bij het opbouwen van de controle: ‘Als je paarden met het grondwerk over balkjes goed kunt laten springen, dan kun je ook een concours rijden. Als je op een cavalet een oefening doet, moet dat zeer correct zijn, je moet zuiver weten dat je het evenwicht goed in acht kunt nemen. Cavaletti zijn belangrijk om balans krijgen, vroeger deden we dat ook wel met de handen op de rug, dat gebeurt eigenlijk niet meer. Als je dat in Duitsland zegt: krijg je als antwoord: dat doen we al jaren, ook mensen als Klimke en Werth. Heel veel gymnastiek, de paarden eens wat anders te laten doen. Elke dag biefstuk eten verveelt ook. Ik ben altijd wel een fan van iets hogere cavaletti. Met Schuurman in Almelo heb ik afspraken gemaakt, die levert nog de goede.’

‘Zo oefenen helpt om de draf te verruimen, het paard meer over de rug te laten lopen met flexibiliteit, of op 3 meter een in-uit-effect. Maar heel veel met balken gewoon op de grond kan ook prima. Voor mij toch het liefst dan zo’n 20 of 30 cm van de grond, met een meter ertussen. De paarden gaan beter en fijner lopen, ondergaan een betere gymnastiek.  Ze verruimen, komen beter op de achterhand, dat zouden we veel meer moeten doen.  En dan het liefst afgewisseld met balken die op de grond liggen, dan heeft het paard even de tijd om te herpakken als er even een taktfout in zit. Want we willen geen getrek. Kijk naar jongens als Marcus Ehning: die rijdt een paard, zo is er geen tweede, die weet exact wat er moet gebeuren en wat er gaat gebeuren.  Maar ik kan ook onze topjongens noemen als Marc Houtzager, Eric en Maikel van der Vleuten of Harrie Smolders. En er komen steeds meer jonge mensen bij. Als ik zie hoe mijn nichtje Megan rijdt, een lust voor het oog.’

‘Rustige opbouw is zo belangrijk. Ook de jonge ruiters moeten zich goed realiseren dat een pony een maatje is, die moet voor je willen werken, dan moet je niet gestrest raken als er iets fout gaat. Werk maar aan dressuur, heel veel. Je moet kunnen schakelen, naar voren, terug. En zorg voor variatie van het aantal galopspringen in bepaalde afstanden, daar kun je lessen aan spenderen. Als je dat soort dingen goed kunt, dan heb je controle en dat heb je nodig in het parcours. Of rij een grote volte met balken, in een mooi ritme, heel belangrijk. Zorg dat je op het goede been kunt landen. Overkruist worden de afstanden toch iets moeilijker. Als dat voor elkaar is, dan kun je parcours rijden. Eigenlijk heel simpel, maar je moet het niet te moeilijk maken. Dat betekent ook: ga nooit boven je macht een parcours rijden. Een of twee keer BB gereden en dan het B in? Liever tien keer een categorie lager. En als dat heel goed gaat, liever eerst ff HC.’

In de samenwerking sinds een jaar of zeven met zijn vrouw Kirstin heeft Lammert nog meer lol gekregen in het lesgeven: ‘We voelen elkaar precies aan, vier handen op één buik. Ze is erg betrokken bij mijn werk. We maken ook foldertjes, zetten programma’s online. En toen het gedoe met corona begon, hebben we voor online instructie gezorgd. Dan hadden we een programmaatje, konden ze op inloggen. Dan stuurden mensen hun filmpje op, dan kon ik dat beoordelen, en dan belden we erover. Als een service, dat kostte ze toen niks. Want het gaat toch weer open en dan houd je klanten over. Ik begeleid ook mensen op concours, dat is misschien wel het leukste. Als ik klanten krijg die op concours gaan, dan kom ik altijd kijken, help met losrijden, eigenlijk vanaf het moment dat ze van de vrachtwagen komen. Samen parcours verkennen, daar ben ik best wel druk mee, elke week op concours.’

Hoeveel ervaring je ook hebt, je blijft altijd bijleren: ‘Met nieuwe leerlingen ga ik nu eerst eens praten. Ik wil uit hun eigen mond horen waar ze tegenaan lopen. Een voorgesprek en van daaruit maken we samen een programma. Vooral jongere mensen zitten wel eens niet lekker in hun vel, zijn niet happy, dan hebben we een gesprek: vertel eens, wat zou je beter willen leren dan je nu weet? Dat is toch wel de meerwaarde van het diploma dat ik zelf gehaald heb, vooral dankzij Marion Schreuder, in Deurne nog. Ik hoefde alleen de theorie en het lesgeven te doen, ik had genoeg gereden. Dat je de achtergronden moet weten als je les gaat geven, dat was daar wel een aandachtspunt, op dat punt heb ik mezelf zeker wel bijgeschaafd. Zeg maar het fijnere lesgeven.’

Lammert Laseur gaat de komende tijd regelmatig bijdragen leveren via het nieuwe platform Spotlight.horse. Daar kan iedereen, bedrijf of particulier, een profiel en berichten maken. Gratis en het blijft gratis.

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz