Positief is ze in haar manier van praten, goedlachs ook. Maar er is ook een andere kant voor Simone van Wijngaarden: ‘Natuurlijk heb ik ook wel in de put gezeten, maar je moet je herpakken en doorgaan.’ Het leven in de paardenwereld is een zoektocht van hard werken en doorzetten voor de amazone die verschillende paarden tot en met Grand Prix opleidde maar die ook ongewild in rechtszaken terecht kwam.

Vlak bij haar woonplaats Durgerdam heeft Simone van Wijngaarden haar boxen bij Stal Melman in Broek in Waterland. De pony voor haar dochter stond er eerst: ‘Ik heb op heel veel stallen gestaan, waaronder heel luxe. Maar hier is het gezellig, leuk, kleinschalig. Ik kende die mensen al mijn hele leven en toen ik voor mijn dochter een pony kocht, werd dat de plek. Toen ze een grotere bak bouwden, ben ik er ook heen verhuisd. Ik doe sowieso alles zelf: mesten, voeren, buiten zetten, rijden. Ik heb nu drie paarden in training staan.’

Naast lesgeven en clinics verzorgen is de training van paarden naar het hoogste niveau de belangrijkste bezigheid van Simone: ‘Ik heb nu weer even plek omdat paarden van Eugène Reesink zijn verkocht. Hij heeft nu alleen vierjarige paarden beschikbaar maar dat is niet zo mijn ding, bovendien, dat kunnen ze ook zelf met hun stalruiters. Ik heb me gespecialiseerd in het opleiden op hoger niveau. Passage, piaffe, de wissels, gedragen laten draven, zeg maar de laatste stapjes op subtop-niveau.’

Trailertje tussen de vrachtwagens

Simone van Wijngaarden is wel iemand die de paardensport met de paplepel kreeg ingegeven. Maar ze is niet iemand bij wie het aan kwam waaien. Haar zus reed pony, haar vader reed paard. Vanuit Durgerdam, waar ze altijd is blijven wonen: ‘Ik ben één keer in mijn leven ooit verhuisd. Ja, één meter, ik woon nu naast mijn ouders.’ Simone bleef als enige in de paarden, haar vader haakte vooral af op de dressuur: ‘Nee, hij vond er niet veel aan, hij ging vooral marathonschaatsen. Hij riep altijd: al kom ik achterstevoren in een lelijk pak over de finish, dan heb ik toch gewoon gewonnen. Mijn moeder ging altijd overal mee, die zat ook meteen met iedereen te kletsen, mensen herkennen haar op wedstrijden eerder dan mij. Mee naar Maastricht, Zwolle, Hengelo of mijn droomconcours Jumping Amsterdam. Als amateur mocht ik daar tussen de grote namen rijden. Wij met ons trailertje tussen de grote vrachtwagens. Mijn moeder zei dan: het gaat erom wat eruit komt, niet waar hij in staat.’

Met de eerste eigen pony Blacky Boy

De eerste pony’s waren geleend, met de B-pony Blacky Boy werd ze M-dressuur en ze kreeg maar de D-pony Hagar, een half-Arabier: ‘Ik heb er een vreselijk ongeluk mee gehad. Op een bruggetje stapte hij op een plaat die kantelde waardoor we in het water terecht kwamen. Water dat was afgezet met platen aan de zijkant, waardoor de pezen beschadigd waren, de buik openlag. De pony was wit, het water zwart maar binnen de kortste keren was alles rood. We hebben heel lang over de revalidatie gedaan, een half jaar op stal en zo, maar hij kon nooit meer normaal stappen, het werd een soort dribbelen. Uiteindelijk heb ik toch in het Z2 gereden. Voor de stap kregen we dan een 2 of een 3, dat kon ik dan ophalen met de rest. Later is hij met een ander meisje nog Z-springen geweest. Toen ik hoorde dat hij naar de slager ging, heb ik die handelaar 1000 gulden meer geboden dan de slager wilde geven. Maar hij deed het niet. Al die emotionele vrouwen altijd, dat soort teksten, zijn opdrachtgever wilde gewoon dat hij geslacht werd.’

Stekerig voorbeen

Jennie Loriston-Clarke, 77 inmiddels, deelneemster aan vier Olympische Spelen en nog steeds actief in dressuur en vooral de AES-fokkerij in Engeland, was met haar beroemde Dutch Courage een inspiratie voor Simone om haar eerste paard te kopen: ‘Zij had een paard met een beetje een stekerig voorbeen, zo een wilde ik ook. Ik dacht: dat vindt de jury mooi, da’s altijd handig. Rom Vermunt wist er een te staan. Het was het eerste paard waar ik bij ging kijken, een jonge Meridiaan, een heel gewoon beestje maar ik ben er wel lichte tour mee geworden. Hij is uiteindelijk verkocht naar Japan.’

Met Princepals Diamond, de jonge Meridiaan

Het was in de tijd dat Simone de detailhandelsschool achter de rug had: ‘Ik dacht dan kan ik een winkel beginnen maar dat is er nooit van gekomen. Ik ben op kantoor gaan werken van 8 tot 12, kon ik ’s middags de paarden doen. Mijn ouders vonden het prima, zolang ik het maar kon betalen. ’s Middags gaf ik ook les, ik combineerde het allemaal wel. En zelf kreeg ik les bij de Waterlandruiters, bij de KNF toen nog.’

Alles kwijt

Het was nog niet de tijd van luxe pensionstallen: ‘Ik stond bij een boer waar ik voor 20 jaar een stuk grond kon huren van 20 x 35 meter. Dat leek ideaal, ik heb er een buitenbak aan laten leggen. Maar toen gebeurden er allerlei vreemde dingen. De paarden werden schichtig, mijn spullen lagen op andere plekken, paarden hadden verwondingen. Ik heb een camera neergezet en toen zag ik dat die boer de paarden gewoon treiterde. Een aantal keren per dag of avond met een stok langs de tralies waardoor de paarden achterover schoten, soms tegen een dwarsbalk boven hun hoofd. Ik ben er weggegaan, alles kwijt.’

Met dochter Faye Lynn op pony Goldflame

Simone stond op meerdere stallen, kreeg een zoon en een dochter, en kocht Stallone (Lancet x Symfonie) bij Eugene Reesink, als 4-jarige. Ze leste bij Nicole Werner, bij Judith Scholte die later tragisch overleed aan kanker, bij Theo Hanzon: ‘Van iedereen leer je wat. In de Pavo cup gestart, ging hartstikke goed, veel jonge paardenwedstrijden gewonnen, vaak met Patrick van der Meer als testruiter die nogal gecharmeerd was van Stallone. We hadden hem eigenlijk zomaar gekocht bij Reesink: maar toen bleek steeds duidelijker dat we toch een veel beter paard gekocht hadden dan we dachten. Ik ben bij Gerard Hogervorst en Joyce Heuitink gaan lessen, uiteindelijk werden we Grand Prix, we hebben meegedaan aan het NK, dat is leuk als je mee mag doen als amateur. Stallone werd uiteindelijk verkocht aan een Oekraïense amazone in de tijd dat Anky van Grunsven en Sjef Janssen de dressuursport daar begeleidden.’

Met AFS Stallone op het lievelingsconcours Jumping Amsterdam

‘Thuis vonden ze het wel mooi dat er eindelijk eens wat geld binnen kwam. Met meteen de vraag: wat ga je met het geld doen? Nou, ik heb het op een spaarrekening gezet en gezegd: jullie denken altijd maar dat ik dom ben met die paarden. Nu niet meer hoor, zei mijn man. Maar ja, toen kwam de crisis, mijn man raakte zijn baan kwijt op de effectenbeurs waar hij al vanaf zijn 16e werkte. Hij zei: we kopen maar eens even helemaal geen paarden meer. En toen kwam ik bij de familie Plantaz terecht, op Facebook stond het, amazone gezocht voor Rubin Cartier.’ Het werd het begin van een lange strijd.

Rubin Cartier

‘Ik heb hem even gereden, vier jaar was ie, ik zou hem trainen, ik zou hem voor de helft kopen en zij zouden 400,- per maand stalling betalen. In het begin was het hartstikke leuk en gezellig. Ik vroeg nog: moet ie niet gekeurd worden? Nee, ze hadden het rapport daar liggen, maar dat bleek een Belgisch rapport waar achteraf gezien een pagina miste. Nou ja, dacht ik, zij blijven eigenaar, betalen de stalling, prima toch?’

‘Omdat Rubin Cartier een Belgisch gefokt paard was, hebben we hem voor het WK jonge dressuurpaarden even gestald bij Tom Franks in België. Tom had ‘m fijn aan het lopen maar na een maand bleek het toch niet goed genoeg. We zijn er weggegaan, ik heb hem weer in overleg met Tom en Frea Plantaz weer mee naar huis genomen en heb de training voortgezet. Maar vanaf dat moment betaalden ze de stalling niet meer en kon ik ze niet meer bereiken. En op het keuringsrapport bleek te staan dat hij een chip had in zijn rechter voor -en achterkogel, ZZ-zwaar liep ie toen. Verschillende dierenartsen zeiden dat het er met spoed uit moest. We kregen geen toestemming voor een operatie, dat hebben we nog voor de rechtbank gebracht. Klaas Vos van Hollands Kroon, toevallig mijn buurman, heeft ‘m geopereerd, ik heb buiten staan te wachten tot hij bij was uit de narcose. Toen hij weer op zijn benen stond, kon ik met een gerust hart naar huis. We hebben daarna de training weer opgepakt, hij liep goed in het ZZ-zwaar, en we mochten naar het NK. Hij was nog steeds van ons samen.’

Met Rubin Cartier in Roosendaal, de laatste wedstrijd voordat de hengst in beslag werd genomen

Toen, op 6 juli ’s ochtends, kwamen zes man politie Rubin in beslag nemen: ‘Hij zou kreupel zijn, ze kwamen met een veewagen…. voor slachtvee zijn ze nog mooier. Ja, hij had een ontstoken oog, vlak daarvoor ben ik nog in Utrecht geweest. Maar beschuldig me nou niet dat ík met een ontstoken oog een NK wil gaan rijden, vier jaar lang heb ik hem verzorgd, getraind, heel mijn ziel en zaligheid in dat paard gelegd. De mede-eigenaren waren er nooit. Nee, dan voel je ook geen verantwoordelijkheid als er wat gebeurt. Met m’n oude beenbeschermers heb ik de uitstekende punten afgedekt in die wagen waardoor hij zich niet zou kunnen verwonden. Hij liep altijd op de wagen, en nu ook. Hij hinnikte echt nooit, maar toen de klep dicht viel, enorm. Met alle andere paarden die terughinnikten. Ik heb staan te huilen.’

Strijd

Rubin werd naar de kliniek van Jan Greve in Haaksbergen gebracht, Simone reed er met haar zus achteraan. Het werd een juridische strijd met verschillende kort gedingen, met halve oplossingen, mislukte mediation, valse beschuldigingen, met ruziënde en soms incompetente advocaten, met torenhoge declaraties waarvan achteraf ook nog eens een gedeelte op z’n minst discutabel was, met inbeslagname van een vrachtwagen. Uiteindelijk kwam Rubin Cartier bij Patrick Kittel terecht. ‘Eigenlijk ben ik murw geprocedeerd. Gelukkig heeft Stephan Wensing, die was eerst van de tegenpartij, uiteindelijk juist voor mij zijn best gedaan. Het was zo onrechtvaardig. Gelukkig heb ik van mijn zus en zwager veel steun gehad. Als we weer eens bij de rechtbank binnenliepen zei ze altijd: het is nooit zo donker of het wordt wel weer licht.’

Simone herpakte zich, ging weer aan de slag, vertrouwd begeleid door Yessin Rahmouni: ‘Ik kon natuurlijk geen paard meer kopen maar via-via kreeg ik een paard uit Rusland, Caruso, om op te leiden. Vlak na Jumping Amsterdam is ie weggehaald, dat wist ik van tevoren. Ik heb een zesjarige Krack C gekocht, een mooie vos, maar die bleek een gezwel in zijn hoofd te hebben. De Special D X Jetset waar ik nu mee aan het sturen ben, doet passage/piaffe, en bijna de eners. Die heb ik nu drie jaar, Coen van der Vlugt begeleidt me daarbij.’

Met Caruso die ze voor Russische klanten opleidde

‘En nu? Het zou leuk zijn als mijn dochter het paardrijden leuk blijft vinden. Ik probeer veel les te geven, clinics ook, en ik blijf paarden van eigenaren rijden. Wat ik niet meer doe: nooit meer een rechtszaak beginnen, dat is zeker. Dat kost je echt heel veel emoties en ellende. En nooit meer met iemand iets samendoen. Ik had heel graag dierenarts willen worden, maar ja, ik was niet zo’n carrière-type, achteraf kun je daar wel spijt van hebben.’

‘En nu zit ik lekker in Broek in Waterland.  Mijn man is havenmeester in Durgerdam, totaal iets anders, heel relaxed. Eigenlijk ben ik assistent-havenmeester want het was een job voor een echtpaar, maar ja, hij kan het makkelijk alleen af. Ik ben wel een beetje een type dat bij de dag leeft, en paarden zijn toch het leukste. Ik heb een jurycursus gedaan, dat is ook leuk. Weet je, ik ben nu 51, straks kun je op een gegeven moment niet meer rijden, dat houdt wel een keer op, op een gegeven moment is het ook niet meer mooi. Maar voorlopig ga ik nog lekker door!’

Met Scofield, de Special D x Jetset D, binnenkort Grand Prix

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz