Ze praat er zo simpel over. En zo vanzelfsprekend. Over hoe ze in aanraking kwam met paarden en over haar eigen bedrijf in het Gelderse Baak. Over hoe fokkerij steeds belangrijker wordt voor haar bedrijf, over de teleurstellingen in de handel en over de tegenwoordige manier van omgaan met paarden. En toch is het bijzonder wat Corien Yspeerd inmiddels bereikt heeft. Met een ijzersterke wil en doorzettingsvermogen kun je er ook in de paardenwereld komen.

“Ik leef voor de paarden, ik ben een paardenliefhebber in hart en nieren. En ik ben iemand die er hard voor werkt.” Zo begint Corien Yspeerd haar verhaal. Uit Emmeloord komt ze, waar ze als meisje van 8 naar de manege ging. Ze moest wachten tot ze 12 was voordat ze voor het eerst op rijles mocht: “Mijn ouders hadden helemaal niks met paarden. Vanuit school ging ik helpen op de manege, mocht ik af en toe wat rijden als ik ook wat werk deed.” Uiteindelijk kreeg ze toch een eigen pony van haar ouders.

Corien met haar pony Gentleman

“Toen wist ik al vrij snel dat ik naar Deurne wilde. Ik zat op de Landbouwschool in Emmeloord, mijn ouders vonden dat de beste keuze, een doener zeg maar. Deurne was de enige school voor mij, ik wist zeker dat ik in de paarden wilde werken. Het was ook de enige oplossing, ik had geen familie in de paarden of zo. Wat leuk in Deurne was? De stages. Voor mij in elk geval. Ik liep alleen maar op de manege in Emmeloord en door die stages ging een wereld voor me open. Ik was nooit op andere bedrijven geweest. Ik wist gewoon dat ik het wilde, ik vond het fantastisch. Altijd bezig met de paarden.”

Stages
“Bij Frits Minnebo in Groenekan heb ik een leuke stage gehad, met springen en dressuur, vooral de handel in springpaarden. Of een halfjaar bij Coby van Baalen, daar heb ik heel veel geleerd. Ik heb er na school nog een jaartje gewerkt. Alleen mijn eerste stage was minder, vanuit een klein kamertje boven de kantine waar de voetbalvereniging feest vierde. Voor het toilet moest ik door de kantine. Ik kreeg weinig waardering, moest vooral werken. Het was mijn eerste stage, ik dacht: ik zeg niks, want ik wilde niet ontevreden zijn. Achteraf bleek dat 60% van de leerlingen in Deurne een ander bedrijf opzocht omdat ze het niet naar de zin hadden.”

“Het ging me wel redelijk makkelijk af allemaal in Deurne, wilde er hard voor werken, wilde graag ruiter worden op een stal. Maar toen ik klaar was, kwam ik erachter dat ik toch niet een stalruiter wilde zijn die 8 tot 10 paarden voor iemand rijdt voor een minimumloontje, zonder perspectief op meer. Ik heb eerst 40 uur bij Irma Sieling gewerkt in haar opfokbedrijf, later 20 uur, ik durfde wel op elk paard te zitten, ik was niet bang of zo. Zadelmak maken was voor mij geen probleem, bij Coby heb ik ook de jonge hengsten en zo gereden. Ik klom eigenlijk overal wel op. Ik reed inmiddels op Z2-niveau, ben stallen gaan huren, zodat mensen hun paard bij mij in training konden zetten. Dat verliep eigenlijk heel geleidelijk, steeds meer naast mijn werk. Op een gegeven moment kwamen er steeds meer, toen heb ik stallen erbij gehuurd in Emmeloord bij de manege.”

Wedstrijdervaring deed ze vooral met de jonge Belisar van eigenaresse Sytsck Kiestra voor wie Corien meerdere paarden reed en bij wie ze in de beginfase ook een aantal stallen huurde. “En daarnaast werkte ik een seizoen bij het KWPN om hengsten te rijden. Veel voor mezelf gereden, paarden naar de lichte tour gereden, wat handel gedaan. In 2012 werd de manege in Emmeloord verkocht en toen moest ik daar weg. Ik ben rond wezen zwerven voordat ik iets kon vinden. Bij Hans van Geldere had ik wat paarden in Drempt lopen, hij wist dat deze manege in Baak leeg stond, zo ben ik hier terecht gekomen. Een jaar of zes geleden.”

Corien Yspeerd is een paardenvrouw die nuchter zegt waar het op staat: “Ik wil dat mensen tevreden zijn, dat heb ik me na die eerste stage nog sterker voorgenomen. Ik weet ook dat je niet iedereen helemaal tevreden kunt stellen. Maar eerlijk bij de verkoop, daar voorkom je al grote problemen mee.” Des te wranger is het dan dat iemand als Corien zich door de huidige wetgeving rond consumentenverkoop gedwongen ziet om de handel aan te passen: “Het is moeilijk om aan een amateur een paard te verkopen. Ze willen allemaal niet te veel geld betalen maar wel met de kwaliteiten van een voor veel geld. Ik kan niet garant staan voor het rijden en het management vanaf het moment dat ik het paard verkocht heb. Dat heb ik meerdere malen meegemaakt, er moet echt wat gebeuren in de paarden om het consumentenrecht te veranderen.”

Wat is de keuring waard?
“Met een dierenarts die is uitgekozen door de koper, wat is de keuring dan waard als de koper terug kan vallen op het consumentenrecht? Twee jaar geleden verkocht ik een paard waarmee ik altijd op wedstrijd ging naar een pensionstal in Den Haag. Het paard werd bang van andere paarden, die mensen durfden dat niet te corrigeren, ze werden steeds onzekerder. Het paard ging op een gegeven moment omhoog als hij met andere paarden in de bak kwam. Dat heeft zich wel ontwikkeld daar. De advocaat zei: neem hem maar gewoon terug, want in een rechtszaak weet je niet hoe het kwartje valt. Toen kon ik hem terugnemen, weer corrigeren, en je hebt een paard met een verhaal, met internet en zo, dan moet je dat erbij vertellen. Dat wordt dan ruilen in de handel, je verliest er altijd op.”

“Ik zit ik niet bij de Verenigde Sportpaardenhandel Nederland, ik ben gewoon minder handel gaan doen. Ik doe nou alleen de echt betere paarden, die handel. Het fijne rijpaard voor de amateur, dat heb ik best veel gedaan maar ik ben er helemaal klaar mee. De fokkerij is een steeds belangrijkere activiteit geworden: ik hoef niet veel geld te verdienen, ik wil gewoon het bedrijf op kunnen bouwen. De veulenveilingen worden steeds populairder, ik heb wat oudere merries gekocht om mee te beginnen. Goede sportpaarden met een goed karakter. Als het papier me aanstaat, als ze een goed achterbeen hebben, krachtig kunnen lopen, dan wil ik ze wel hebben. De hengst kies ik in de combinaties met de merrie.”

San Amour en Floris
“We hebben zelf de hengst San Amour 2, de volle broer van San Amour die bij Schockemöhle staat, die gaat Inter II lopen, in het voorjaar Grand Prix. Niet te snel, want ik ben niet van 60%, dan rij ik tenminste GP, dat hoeft niet van mij. Nars Gotmer helpt me daarbij. Ik rijd ook de Negro-hengst Floris BS in de lichte tour. Maar we hebben ook gedekt met Van Gogh, Tangelo van de Zuuthoeve, Cum Laude, Rubin Royal, Guardian, ik probeer toch mooie combinaties te maken. We proberen ze als veulen te verkopen, elk jaar houden we zo’n beetje twee veulens, voor de toekomst. Dat doe ik samen met Hans van Geldere, die woont twee dorpen verderop, dat is zo gegroeid.”

Met Floris BS, foto Theo Janssen

Een eigen bedrijf opbouwen zonder de achtergrond of de middelen, het is niet veel mensen gegeven. Corien, 40 nu, deed het ook nog eens in haar eentje: “Zeker de afgelopen jaren heb ik heel fijne mensen om me heen, mensen die het beste met me voor hebben, die mee willen investeren. Die voor me klaar staan om een keer te voeren, om een dag te helpen. In elk geval geen mensen die me negatieve energie geven, dat is in het verleden wel eens anders geweest. Dat mensen gebruik maakten van je goedheid, of dat je zelf niet op tijd ‘nee’ zei, terwijl je eigenlijk voelde dat het niet klopte. Als je zelf niks hebt en je wilt heel graag, dan ga je misschien wel te veel door omdat je het zo graag wilt bereiken. Ik heb dus best wat levenslessen gehad ja, maar gelukkig ben ik een vechter. Als ik iets voor ogen heb, dan ga ik er ook voor, zeven dagen in de week.” 

Ik mis de drive
“In de huidige omstandigheden is het behalve voor een klein clubje professionals nauwelijks mogelijk om concours te rijden. “Of ik het concoursleven mis? Nee. Naarmate je ouder wordt, denk ik steeds meer: hartstikke leuk maar ik mis eigenlijk alleen de drive. Ik mis niet de sfeer, wel de uitdaging van de proef. Er zijn steeds meer mooie grote concoursen in de dressuur verdwenen. Vroeger in de zomer had je de concoursen waar de combinatie van springen en dressuur nog normaal was. Zwolle, Leeuwarden, Zelhem, dat soort wedstrijden, daar hing sfeer. In de doorsnee-wedstrijd, zeg maar de gemiddelde subtop-wedstrijd, hangt niet veel sfeer, het is rijden, coupon ophalen en naar huis. Ik doe wedstrijd rijden echt voor mezelf: kijken waar je staat in je training, kijken hoe je verder kan werken.”

“Daar komt dan bij dat de sport een kant op gaat waar ik niet mee ben opgevoed. Ik ben vroeger wel echt vanuit de basis springen en dressuur opgeleid. Zitten, niet zeuren en rijden. Met een parade, met prijsuitreikingen. Die prijsuitreikingen, die kunnen we maar beter niet meer doen. Aan een longeerlijntje de bak in want misschien doet ie wel een bokje. Ik heb het gevoel dat er steeds meer ruiters zijn die angstig zijn. Het is altijd wat: hoofdstel, bit, zadel, de fysio. Terwijl je rijtechnisch gezien heel veel op kunt lossen bij een paard. Maar ach, misschien is dat wel de toekomst. De aandacht voor dierenwelzijn ontwikkelt zich ook in die richting. Steeds meer projecteren we onze eigen ideeën op die van de paarden. Maar een paard heeft een leider nodig, niet een vriendje.”

Floris BS, foto Theo Janssen

“Ik had een keer een vacature opengesteld, zocht een keer iemand om me te helpen paarden zadelmak te maken. Natuurlijk konden ze dat, omdat ze het een keer gedaan hadden, dat soort verhalen. Maar gewoon erop gaan zitten en naar voren rijden, dat kon er geen een. Het is jammer dat de sport zich zo ontwikkelt. Voor heel veel jonge dressuurruiters is de basis veel belangrijker dan ze beseffen.  Het bos in gaan, een sprongetje maken, dat hoort er echt bij. Maar tegenwoordig: als een paard een bokje geeft, liggen ze er al naast soms. Internet voedt dat, iedereen vindt dat die een mening moet hebben. In de dressuursport is dat volgens mij het ergste: heel veel meiden die eigenlijk bang zijn of het talent niet hebben, leveren vaak commentaar op professionals. In de springsport hoor je er niemand over. Volgens mij zou de KNHS er meer aan kunnen doen om voorlichting te geven want deze groep is wel een belangrijke basis voor de bond.”

Corien Yspeerd leeft voor de paarden: “Ik ben nou eenmaal niet zo’n groepjesmens. Mijn moeder komt af en toe het huis schoonmaken, vroeger deed ze ook het wedstrijdsecretariaat in Emmeloord, springen en dressuur. Ik ga wel regelmatig uit eten hoor, een tentfeest of zo, ff gezellig eruit. Maar de paarden en mijn bedrijf, dat is mijn inspiratie. In Baak, een fijne plek, ook voor de toekomst.  Het ou mooi zijn als de fokkerij de basis kan worden van mijn bedrijf. Met de fokmerries erbij en het jonge spul staan er nu zo’n 25 à 30 paarden. Met San Amour II en Floris BS als mijn wedstrijdpaarden. Lesgeven doe ik wel wat maar niet heel veel. Ik heb het te druk met de handel, met rijden, en ik heb me er niet op toegelegd. Plus dat de fokkerij ook veel tijd kost, met elf fokmerries heb je daar best veel werk aan.”

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz