“Wat ik mis? Niks! Voor mijzelf is het absoluut geen probleem. Natuurlijk, in het begin was het gruwelijk wennen. Handelen kun je nu alleen met mensen in wie je vertrouwen hebt.” Hengstenhouder en paardenhandelaar Kees van den Oetelaar aan het woord. Hij maakt zich zorgen maar ziet ook kansen: “Als we allemaal de afspraken heel goed naleven, dan kunnen langzamerhand de wedstrijden ook weer beginnen.”

We beginnen met de zorgen. Ze komen samen in een van zijn typerende uitspraken: de hand waar je voer uit krijgt, daar moet je nooit in bijten. Het gaat over de manier waarop we handelen in deze crisis. En over de manier waarop we onze zaken verkwanselen. Nee, de hand waar je voer uit krijgt, daar moet je nooit in bijten.

“Ik heb in de twee maanden dat ik thuis zit, nog niemand horen zeggen: zó is het. Dat is het probleem: we kennen het virus niet. Wat gezegd wordt door mensen die ervaring hebben met virussen, daar moeten we naar luisteren. Een hoop mensen denken er licht over. Ik weet het niet, daarom denk ik er níet licht over. Als er vroeger in Heeswijk MKZ heerste en de wind kwam uit het zuiden, dan was er bij ons in Schijndel niks aan de hand. Ons moeder zei dan: als de wind maar niet draait. De wind draaide, en dan hadden wij het drie dagen later op stal. Als hier taart op tafel staat en die is op, dan gaan we aan het roggebrood. Zo gaat het met het virus ook. Nou zijn nog vooral de ouderen het slachtoffer….”

Met de voorzitter van het Braziliaanse stamboek in Polen rond de vergadering van de WBFSH

“Natuurlijk, 80 of 85 is oud, maar weet je wat je van die mensen kunt leren! Die zijn niet voor niks 80 geworden. Het is zonde dat mensen doodgaan. Ik leef in een dorp waar veel mensen dood zijn gegaan aan de corona. Wat is er nou mooier dan om met een ondernemer van 80 jaar te buurten. Luister maar naar die mensen met ervaring. Los van die heel hoge leeftijden: we moeten niet vergeten dat onze economie toch vooral draait op mensen van boven de 50. Die moeten in leven blijven om de economie overeind te kunnen houden.”

“De economie overeind houden, dat is het belangrijkste waar we nou aan moeten denken. En dat kan alleen maar als je aan je eígen gezondheid denkt èn aan de gezondheid van andere mensen. We moeten er met ons allen voor zorgen dat de economie blijft draaien. Gezond blijven is een voorwaarde daarvoor. Vergelijk het met een bijenvolk, waarvan de bijen enorm goed op de koningin letten. Dat is niet voor niks. De generatie die nu leeft, beseft vaak nauwelijks hoe belangrijk het is dat er íemand is die geld kan maken, van wie ze kunnen leven. Churchill heb ik vast in mijn telefoon staan met een uitspraak: sommige mensen zien de ondernemer als een op geld beluste wolf die men dood moet slaan. Anderen zien hem als een koe die men zonder ophouden kan melken. Maar slechts weinigen zien hem zoals hij werkelijk is, namelijk als het paard dat de kar moet trekken.”

“Waar ik me gruwelijk aan stoor: in Nederland gaat de werkgever kapot aan zijn eigen personeel. Hij sluit zijn eigen zaak om Nederland weer op de been te kunnen helpen. Maar het personeel doet net of ze vakantie hebben, ze gaan feestvieren met elkaar. Pakweg 20 jaar geleden had een werknemer respect voor een baas, werkte alsof het voor hemzelf was. Dat is voor een groot deel weg. Hoe dat komt? Ik weet het niet. De jongere generatie moet veel zuiniger zijn op de mensen waar ze van leven. Als het potje leeg is, dan is het gedaan, dat moeten ze zich goed realiseren. Dan zijn zij wel de eersten die aan de bel trekken, maar dan kan onze regering ook niets meer doen.”

“Als we het daarover hebben: wat me langzamerhand het allermeeste tegenvalt, is onze regering. Ik ben me nou twee maanden wat meer aan het verdiepen omdat mijn neef Joris druk is met de politiek. Het is belachelijk dat we de dingen die we nodig hebben, allemaal in het buitenland moeten kopen. Terwijl we vroeger het beste van de wereld waren, met de farmaceutische industrie als een van de voorbeelden. Nou moeten we het in China of zo gaan kopen. En het is belachelijk hoe onze regering omgaat met onze boeren, onze land- en tuinbouw. We hebben de beste grond van de wereld om te melken en te produceren, de beste mensen van de wereld. De beste hè! Als ze dat nou weer gaan halveren….”

“Die Klaver van GroenLinks en Jetten van D66: als die zo doorgaan…. ik denk dat zij denken dat onze kinderen kunnen leven van vleermuizenmelk uit China. Als wij zelf geen koeienmelk meer hebben….een boer geeft heel zijn hart voor zijn bedrijf maar als hij ophoudt, gaat ie nooit meer aan de gang. We moeten ook op die manier zuinig zijn op de mensen die ons eten geven. We moeten nu al onze medicijnen in het buitenland kopen. De KLM is vooral in Franse handen. We konden vroeger alles maken. En nu? Lener is des leners knecht, onthou dat goed.”

Als ik wegga, neem ik mijn broodtrommeltje mee

“Als we oppassen en ons aanpassen, kunnen we toch iets doen in deze omstandigheden. Maar we moeten oppassen! Als de restaurants opengaan en iemand uit Groningen gaat eten met iemand uit Brabant, dan vraagt de portier: horen jullie bij elkaar? Dan zeggen ze natuurlijk ‘ja’, en dan is het al mis. Als we langzaam weer beginnen en we passen echt goed op, met het nakomen van goede afspraken, dan kunnen langzamerhand de wedstrijden ook weer beginnen. Ik kan me er wel bij neerleggen, ik pas heel goed op in deze tijd. Tot we die vaccinatie hebben, kan ik ermee leven.”

‘Wat ik mis? Niks! Voor mijzelf is het absoluut geen probleem: ik kan met heel weinig leven, heel sober, ik leef al twee maanden in een lockdown, ik lust alles, ben met heel weinig tevreden. Ik verzorg mijn kinderen, doe de tuin, en tussendoor doe ik elke dag nog handel. Natuurlijk, in het begin was dat gruwelijk wennen. Handelen kun je nu alleen met mensen in wie je vertrouwen hebt. Zoals de handel met Holstein, bij iemand waar ik al 40 jaar paarden koop. Als hij een paard gezien heeft, omschrijft hij dat via de telefoon, dan weet ik precies wat ik voor me zie. Verkopen? Natuurlijk! Ik verkoop elk dag paarden. Maar alleen aan mensen van wie ik 100% op aan kan. Ik kan er makkelijk mee leven.”

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst: Willem van den Oetelaar en Maikel van der Vleuten.

“Het gaat niet alleen om mij, het gaat erom dat de jonge generatie de zaken voort kan zetten die we opgebouwd hebben.  Zeker met onze Europese paardenfokkerij staan we er zeer goed voor wat betreft sport en economie. Wij zijn de enige met Duitsland en België waar de paarden vandaan komen waar heel de wereld de sport op uitoefent. Dat blijft ook zo, dat gaat niet veranderen. Een goede merrie kun je gerust laten dekken, dat is absoluut toekomst. Wij hebben dat in ons, wij zijn fokkers. Ik heb naar alle landen in de wereld fokmerries verkocht, drie jaar later is er niks meer van over. Aardappelen poten op het strand levert niks op. Hoe moet je in die bloedhete landen paarden fokken als ze niet op de wei kunnen. Wij hebben de ervaring, het gevoel voor fokkerij, dat kan niemand nadoen. In dat opzicht is er in onze paardensector niks aan de hand want mensen kunnen niet zonder paarden en paarden niet zonder mensen We staan er goed voor maar dat kan alleen maar voortgezet worden als ook de jongere generatie nu oplet.”

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz