Stan Hoeffgen uit Bergen op Zoom is nog maar 21 maar toch al Europees kampioen. In de discipline Working Equitation was hij op het kampioenschap in Italië als young rider in het onderdeel runderwerk de beste met zijn paard Perlita. Terwijl hij pas een jaar of drie fanatiek rijdt omdat hij andere disciplines saai vond: “Hier ben je op een heel andere manier met je paard bezig, meer als een echte sport.”

“Working Equitation is echt iets heel anders dan simpelweg de figuurtjes rijden of steeds een hindernisje springen!” Zo begint Stan Hoeffgen zijn verhaal. De knuppel in het hoenderhoek, zeg maar. En ook zijn vrienden in dezelfde leeftijdscategorie vinden het meer een ‘sport’. Een sport ook die ze snappen. “Het instap-niveau is niet zo hoog, maar in de hoogste klassen moet je echt je best doen. Als je op topniveau wilt rijden, moet je er serieus veel energie in steken.”

Stan woont op het manegebedrijf van zijn ouders, Manege De Paardenhoeve in Bergen op Zoom: “Ach, ik heb altijd wel iets gereden. In het begin op een Shetlander en zo, en langzamerhand ben ik ook wel in de groepslessen mee gaan rijden, af en toe, omdat ik het wel gezellig vond. Maar ik had weinig ambitie in de paardensport, ik vond het steeds hetzelfde, weinig variatie. Ik was liever bezig met zeilen, met roeien, met tennis of de laatste jaren veel met fitness.”

“Mijn vader Mark Hoeffgen was voor de manege op zoek naar manieren om de lessen een leukere invulling te geven, om weer iets nieuws te doen. We hadden eerst ook western gedaan maar dat werd langzamerhand toch steeds minder. Via via kwam hij terecht bij working equitation en hij is zich gaan oriënteren op internet. Zo kwamen we bij Ton Duivenvoorden en Aletta Stamhuis terecht in Coevorden, zij hadden de nodige ervaring en ze hebben ons veel kunnen vertellen. We zijn gewoon daar gaan kijken of het wat was voor in de lessen.”

Stan Hoeffgen als 6-jarig manneke bij een demonstratie tijdens Concours Hippique Kijk in de Pot in Bergen op Zoom

“Ik vond het al snel iets anders dan simpelweg figuurtjes rijden of steeds een hindernisje springen. Dat working equitation sprak me aan, je bent bezig, je moet meer erbij nadenken ook. Je bent op een heel andere manier met je paard bezig, meer echt een sport vind ik. Dressuur vind ik niet echt een sport. Ik heb zelf nooit wedstrijden gereden, ook niet op de manege thuis, alleen af en toe een bosritje. Ik vond het gewoon niet leuk. Het is pas sinds drie jaar dat ik fanatiek paardrij. En mijn vrienden zien ook dat ik echt ergens mee bezig ben. Dressuur snappen ze niet, dit wel.”

Een Working Equitation wedstrijd bestaat uit vier onderdelen: een dressuurproef, een obstakelparcours gereden op stijl (de stijltrail), hetzelfde parcours maar dan gereden op tijd (speedtrail) en het vee-drijven. Beginnende combinaties starten met de dressuurproef en trail. De speedtrail en het runderwerk volgen naarmate de africhting van het paard vordert.

Stan Hoeffgen legt het in zijn eigen woorden uit: “In het dressuuronderdeel wordt er gekeken hoe je je paard onder controle hebt, of je weet wat je aan het doen bent. In de Stijl trail heb je bruggetjes als hindernissen, een barrel race, zijwaarts over een balk, een soort van ringsteken, een klein sprongetje, een enkele keer een waterbak: eigenlijk zijn het allemaal hindernissen waar je als boer op je land mee te maken krijgt. En dan de speed trail, zo snel mogelijk, dan wordt er niet meer gekeken of je goed changeert of zo, je krijgt wel strafpunten als je een hindernis eraf gooit. In alle gevallen moet het eerlijk blijven tegenover je paard. En dan het aparte: cattle sorting, het runderwerk, dan moeten we koeien drijven. Er staan er aan de ene kant van de bak een stuk of 10, allemaal met een nummertje, de jury noemt een nummer op en die koe moet je dan alleen over een lijn krijgen zonder de koe fysiek aan te raken. Op een heel diervriendelijke manier. Maar staan er vier of meer koeien over die lijn, dan ben je weg.”

“Dat ben ik toen langzaamaan gaan oefenen. Mijn vader zette in het weekend wat simpele oefeningen op, en ik ben een keer naar een wedstrijdje gegaan. We zijn mee gaan doen, maar we wisten niks van bij voorbeeld nette wedstrijdkleding. We merkten al snel dat er veel meer bij kwam kijken. Dat betekende thuis nog meer oefenen. En kijken of de uitrusting en die van het paard een beetje bij elkaar passen. We merkten ook dat we best snel naar de hogere klassen gingen, vooral omdat we thuis oefenden omdat we er veel plezier aan beleefden. Mijn ouders hebben wel ervaring in de wedstrijdsport, maar dit was toch weer iets heel anders.”

“In Eersel zijn best wel wat wedstrijden waar ook het koeienonderdeel bij zit, dat kan niet overal, daar moet je de gelegenheid voor hebben. Er zijn niet zoveel wedstrijden, er zijn ook niet zoveel mensen die de sport beoefenen. Volgens mij zijn we wel bezig om aan te sluiten bij de KNHS maar het nadeel is dan weer dat we twee bonden hebben, zoals in meer landen, bij de ene bond is dressuur het belangrijkste, bij de andere het runderwerk en is de focus meer traditioneel gericht, dat is de Traditional Working Equitation Nederland, onderdeel van de TREC-club. Ton Duivenvoorden rijdt voornamelijk mee bij de andere organisatie, ook wel bij ons, laatst werd ie een keer eerste bij ons.”

De manege waar het begon voor Stan Hoeffgen: Manege De Paardenhoeve in Bergen op Zoom

“Het is in deze sport niet dat je een specifiek paard moet hebben. Die van mij is daar best geschikt voor, half Arabier, half PRE, wendbaar, makkelijker dan bij een grote KWPN’er, richting de 1m60, zelf uit Spanje gehaald, daar was hij gebruikt voor het boerenwerk, hij was niet bang voor de hindernissen. Bij ons het al snel makkelijker te doen als in de dressuur: daar moet je al een paard hebben dat daarop gefokt is. Je kunt bij ons met alle soorten paarden terecht, maar als je in de hogere klassen meerijdt, moet je wel een paard hebben dat uit zichzelf veel aanbiedt. Langzaamaan ontstaat ook wel wat handel in dat soort paarden, veel Spaanse paarden, daar komt de sport ook wel een beetje vandaan.”

“Ik rijd vier à vijf keer in de week, in het weekend met hindernisjes die in de zomer permanent in de buitenbak staan. Of een keer extra als er een wedstrijdje aankomt. En ja, ook wel een beetje dressuurmatig, met galoppirouettes. Op het niveau waarop wij rijden, moet je dat kunnen. Les krijg ik vooral van mijn vader, af en toe een clinic, en op een wedstrijd leer je ook van elkaar. Het is een sport waarin je elkaar waarschuwt, waarin je elkaar nog kent en, belangrijk, waarin je elkaar ook helpt.”

En toen volgde de selectie voor het Europees Kampioenschap in Italië: “Het werkt bij ons nog zo dat je als lid van de organisatie een mailtje krijgt: wie interesse heeft om zich daarvoor te plaatsen. Gelukkig is er nu een duidelijk reglement, met een minimaal aantal selectiewedstrijden, hoeveel punten je moet halen, hoeveel mensen er mee kunnen. We zijn met het paard in de trailer naar het EK gereden, vanwege mijn werk moest ik nareizen. Daar zaten we in een klein hotelletje, elke dag hapje eten op het terrein, vooral gezellig. Met een leuk team uit Nederland: met Robin Heuseveldt, Ellis Oldenboom en Astrid Bongers, met chef d’équipe Stans Peters en alle hulp er om heen. We hebben heel veel reacties gehad, leuk was dat we tijdens het EK gevolgd werden door de Hoefslag, en na het EK ook reacties van allerlei mensen uit Italië, Frankrijk en dat soort landen: leuk dat Nederland zo goed presteert. Ook van mensen uit de omgeving, heel veel die de livestreams gevolgd hebben. En ook van vrienden van me die eigenlijk niks met paarden hebben. Eigenlijk heel veel mensen die daar best fanatiek over waren.”

Perlite op het EK in Italië

En dan nu de toekomst: “Begin november hebben we het NK in Eersel, daar zijn we nou voor aan het oefenen. We zijn deze week rustig begonnen na de rust na het EK. Normaal doen aan onze wedstrijden zo’n 30 deelnemers mee, van Bixie tot en met Z, over een jaar of drie hoop ik dat het er zoveel zijn dat het veel moeilijker wordt om je te kwalificeren voor een kampioenschap. En voor mezelf…ik ben nu een jaar klaar met school, heb mechatronica gestudeerd, en ik werk bij een bedrijf waar ik opgeleid word voor projectengineer. Qua beroep wil ik niks met paarden van doen hebben, ik wil geen manegehouder worden. Je moet dat echt willen: dag en nacht met paarden werken, er altijd zijn, altijd aan het werk, je woont op het bedrijf zelf. Nee, ik zie Working Equitation of de paarden niet als een manier om mijn verdere leven in te vullen…..wel als echt als een sport!”

 

 

 

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz