Dierenarts Marc van den Top is gespecialiseerd in voeding. Daar hoort graslandbeheer bij, maar ook kennis over gifplanten. “Jacobskruiskruid? Ach, als je de verhalen moet geloven zouden we nauwelijks nog paarden hebben.” In al zijn gedrevenheid blijft Marc van den Top nuchter en beschouwt hij de paardenwereld: “Paardenmensen zijn gevoelig voor mooie praatjes, leuke verhalen en een mooie verpakking, dat weet de commercie.”

Marc van den Top vertelt honderduit en in een rap tempo over zijn specialisme, de paardenvoeding. Hij promoveerde in Utrecht op rundveevoeding en gaf er daar ook les in maar dat gebied is wat meer naar de achtergrond geraakt: “Ik bemoei me ook wel met andere diersoorten zoals varkens, vleeskalveren, rundvee ook nog wel, maar tegenwoordig is het vooral paardenvoeding. Elke diersoort heeft zijn eigen specifieke eigenschappen op het gebied van de voeding. Bij niet-herkauwers is het vaak veel min of meer van hetzelfde, maar paardachtigen zijn speciaal omdat ze veel dikke darminhoud hebben, andere éénmagigen hebben dat minder. En het zijn planteneters met veel parallellen met herkauwers maar toch weer wezenlijk anders.”

Daarbij legde hij verbanden op een manier waarop nauwelijks iemand dat deed; “Ja, graslandbeheer, de interactie tussen voeding en ziekte, maar ook gifplanten. Voeding is een belangrijke bouwsteen en de kennis is wat uitgedund op dat gebied.” Van den Top begon na zijn promotie als zelfstandig adviseur: “De Belgische boerenbond was mijn eerste klant en nou adviseer ik de meest uiteenlopende mensen. Belt iemand op: mijn paard heeft zo’n plant opgevreten, kan dat kwaad? Stuur maar op, zeg ik dan, staat de postbode met een baal hooi op de stoep. Ga ik een tijd door een baal hooi zitten te ritselen, kijken of ik zaden kan vinden. De meeste planten in gedroogde toestand zijn gefrommeld, onherkenbaar, daar moet je al heel wat plantenkennis voor hebben om dat uit te pluizen. Behalve als het bijvoorbeeld Jacobskruiskruid is, dat is relatief gemakkelijk te herkennen.”

“Of iemand die de stal geverfd had met menie en dat daarna de paarden rare dingen gingen doen. Het bleek ijzermenie, geen loodmenie, er was geen verband tussen te brengen. Je kunt het zo gek niet bedenken of mensen komen ergens mee. De praktijk is al gek genoeg, dat hoef je zelf niet te bedenken. Bijvoorbeeld appels op de huid, heeft dat te maken met voeding? Nee, dat is onbekend, daar kom je niet uit. Daar leer je allemaal niet voor als dierenarts, nee, dat heb ik mezelf eigen moeten maken, heel fascinerend dat botanische. De achterliggende processen moet je wel in beeld hebben als dierenarts. Zoals wat kan leiden tot iets als hoefbevangenheid.”

Jacobskruiskruid, het was een tijd de grote schrik van paardenhouders. “Als ze er veel van opnemen, dan kan het schadelijk zijn ja. Het komt geregeld een keer voor dat een paard er een keer last van heeft maar de meeste paarden mijden verse planten. Als je de verhalen moet geloven, zouden we nauwelijks nog paarden hebben. Je kunt met bekalken en stikstofbemesting z’n milieuzone wel verprutsen, onder de duim houden kan gemakkelijk. Maar dat is aan een hoop mensen niet besteed. Laatst was ik op bedrijfsbezoek, liep ik met de eigenaar door het land. Zagen we heggerank. Dat moest ie wel eruit halen, anders kun je problemen krijgen.  Ach, we zullen moeten samenleven met gifplanten: er staan er zoveel in de omgeving van paarden, je kunt ze er niet vrij van maken. Ik kan zo de slootkant induiken en van de planten een mengsel maken waar een volwassen man van omvalt.”

De relatie is gelegd met de kennis van paardenmensen: “Kijk, boer word je niet zomaar. Je komt niet toevallig in een boerderij te wonen en je gaat dan koeien houden, of een paar duizend varkens. Maar met paarden kun je zo beginnen. Mensen komen er dan pas achter wat er allemaal nodig is. Dus kun je als paardenhouder ook je weiland en stalinrichting naar je eigen idee vormgeven. Die anderen moeten vanwege dit of dat overal aan voldoen. Neem de mestwetgeving: met een paar paarden heb je nergens mee te maken. Bij alle andere soorten veehouderij is dat ondenkbaar. Het gaat om een heel andere wereld. Waarbij mensen een heel goede band met hun paard hebben. Individueel, gepersonaliseerd. Je komt als hoefsmid een paard bekappen, niet een koppel schapen of koeien. En daar is de commercie op ingesprongen. De meeste mensen met paarden zijn alleen geïnteresseerd in paarden. Het is volledig verdwenen dat boeren al die dieren met die verschillende eigenschappen onder hun hoede hadden.”

“Paardenmensen zijn gevoelig voor reclame, voor mooie praatjes, leuke verhalen, een mooie verpakking. Dus komen er veel producten op de markt waar geen onderbouwing bij is. Met vaak een hoge prijs en veel claims. Laat je niet toch misleiden door een mooie zak, er is vaak geen bewijs bij. Controle? Ja, wel bij de grote mengvoederbedrijven, die worden streng gecontroleerd. De NVWA is tegenwoordig steeds scherper geworden, dat de claims op de zak niet de pan uitrijzen. Maar echt, iets kan maar zo in de markt gezet worden, voordat je het weet is er een hoop van verkocht, je kunt zo maar een hoop schade hebben. Of het supplement is helemaal niet nodig. De goede niet te na gesproken natuurlijk. Maar je hebt niet zoals bij medicijnen allerlei onderzoeken nodig voordat je iets in de markt zet. Neem de claim dat er natuurlijke grondstoffen in zitten. Meer dan 90% van de gifstoffen is puur natuur. Puur natuurlijke stoffen. Wat je niet zegt is of je vindt dat het ook gezond is. Je zegt in elk geval niks verkeerds…. Neem hooi uit verre gebieden dat allerlei gunstige werkingen zouden hebben. Het ruikt lekker, de voedingswaarde is meestal laag. Maar er kunnen ook zomaar gifplanten in zitten. Die hebben ze ginds ook.”

“Paardenhouders zijn vaak mensen met wat weinig kennis. Of te weinig tijd. Dat zie je aan het grasland. Of ze hebben de mogelijkheden niet om grasland goed te beheren. Je kunt niet overal met een handgrasmachientje bij. Goed weilandbeheer betekent op een adequate manier zaaien, mesten, drainage, onkruid verwijderen. Anders krijg je dus vaak een bende, dat er allerlei planten in staan waar paarden niks aan hebben. Neem witbol, een behaard gras, dat wordt niet gegeten, door geen enkele grazer. De rest wordt opgegeten, maar dat niet, en dus kan het zich onbeperkt vermenigvuldigen, en dat gebeurt dan ook. Als je daar niks aan doet, dan heb je een probleem, dan heb je de wei verknoeid.”

“Een paard is ook een vervelend beest voor een wei. Het trekt een sprintje, ploegt de wei onder, beschadigt de grasmat. Het heeft als enige grote grazer boven- en ondertanden, kan tot in de grond grazen, dus krijg je her en der kale plekken. Daarbij heeft het een aantal plekken als latrine, waar ook niet gegeten wordt.  Dus krijg je kale plekken of juist welig onkruid. Kijk maar om je heen: je ziet mooi grasland, en als er een wei tussen zit waar het een bende is, is het een paardenwei of een natuurgebied. Een koeienboer kan zich dat niet veroorloven, er moet een flinke snee gras vanaf gehaald kunnen worden. Natuurlijk, er zijn zeker paardenhouders die dat ook goed snappen….”

Marc van den Top, 53 nu, geeft er advies in, maar ook les: “Heel boeiend om te doen, ik werk al 23 jaar samen met Johan van Sommeren van het Nederlands Hippisch Instituut. Ik ben betrokken bij allerlei cursussen. Neem de massagecursus: daar gaat het over basiskennis. Hoe gaat het kapot, waar komt dat door, hoe kun je die factoren vermijden, hoe werken spieren, een stukje biomechanica, over verzuring, hoe spieren aan brandstof en energie komen, welke ziekten een probleem vormen, soms apart ook verbanden aanleggen. Maar ziektekunde en spierfysiologie komen ook in de taxateurscursus aan de orde. Heel betrokken mensen vaak, met veel ervaring, geweldig om te doen.”

“Het gebeurt ook geregeld dat ik een avond op uitnodiging volpraat. Voor een rasclub, voor een manege. Ik zeg bijna altijd ja en dan kijk ik of ik kan. Bijvoorbeeld over de gedragscursus: wat ziet een paard, wat ruikt een paard, hoe werken reflexen bij een paard, wat kan ie wel, wat kan ie niet, waarom is ie schrikachtig, wat verklaart dit of dat gedrag. Bijna altijd is het een leuke avond, ik vind het belangrijk dat mensen er wat van opsteken, en wat nuttigs mee naar huis nemen. Ik verzorg dat ook graag, heb er aardigheid in. Kennis over paardenvoeding is niet zo heel breed aanwezig in de paardenwereld maar het is een heel aansprekend onderwerp: je kunt het mooi visualiseren, veel voorbeelden geven, en het leuke is dat iedereen deskundige is: iedereen eet en voert immers elke dag. In veel gevallen kan ook de kennis van paardeneigenaren wel beter, en daar wil ik graag aan meewerken.”


Het Nederlands Hippisch Instituut organiseert cursussen, leergangen, opleidingen, workshops, clinics, en symposia. Sinds de oprichting in 1996 heeft het NHI een grote expertise opgebouwd in de organisatie ervan. Het NHI onderscheidt zich door de bijdrage van specialisten binnen hun vakgebied. Hierdoor wordt kwaliteitsvolle kennis gewaarborgd en overgedragen.

Klik hier voor meer info

 

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz