Kim Schmid heeft veel aan Theo te danken. Samen met haar moeder kocht ze de schimmel toen die vier jaar was, voor € 6.500,-. Een paard waar veel op aan te merken was. En nu heeft ze op de mooiste evenementen als CHIO Aken, Indoor Brabant en Jumping Amsterdam gereden. “Theo heeft wel honderd miljoen pirouettes moeten draaien omdat ik het ook moest leren,” blikt ze nu terug.

Theo staat inmiddels in een wei in het eigen onderkomen in het West-Brabantse Oud-Gastel, waar Kim Schmid en haar partner Daniël Mosterdijk op 5 mei hun dochtertje Emilia verwelkomden. “Ik ben net weer een beetje aan het rijden, dit weekend heb ik de Pavo Cup-voorselectie. Het voelde echt heel raar om de eerste keer er weer op te gaan zitten, net of ik geen balans had. Maar het gaat al wel weer wat beter hoor.”

West-Brabantse Kim Schmid, 29 nu, groeide op in Zevenbergschen Hoek: “Daar hadden we een heel klein bakje buiten en drie stalletjes, heel simpel. En ik had daar een heel klein pony’tje. Toen ik 7 was, gingen mijn ouders uit elkaar en verhuisde de pony naar een pension in Zwijndrecht. Joh, wat deed ik ermee? Een beetje springen, van alles en nog wat. Op een gegeven moment werd de pony natuurlijk te klein en toen heb ik een E-pony gekregen waarmee ik uiteindelijk Z2 ben geworden. Dat was leuk, alleen, daar mocht je natuurlijk niet zo heel veel mee, je zat niet in een selectie voor het buitenland of zo want dat gaat natuurlijk niet met een E-pony.”

Kim met haar eerste pony

Toen Kim 14 jaar was, kwam Theodoor in haar leven. “Theo? Ik dacht natuurlijk als eerste: ik ga ‘m een andere naam geven. Maar ja, dan riep ik ‘m de volgende dag en dan reageerde ie meteen. En ik had van tevoren gezegd dat ik geen schimmel wilde omdat die twee pony’s dat al waren. Theo was 4 en donker, een Métall x Purioso, samen met mijn moeder wezen kopen, voor 6500 euro. Maar het was wel een schimmel. Ik heb hem geprobeerd, maar toen lag ik er gelijk naast. Theo was namelijk bang voor andere paarden, is ie altijd gebleven. Een beetje een rare eigenschap voor een paard wel he? Bokken en dan lag ik er weer naast, dat heb ik lang gehad.”

“Ik denk dat ik nooit meer een paard zal treffen met zo’n karakter, in de ring deed ie het altijd. Toen ie 10 was, liep ie Z2 en toen kreeg ‘ie heel vaak koliek. In de kliniek in Bodegraven is hij op een gegeven moment geopereerd. Hij had een soort verkleving in een darm en daar hebben ze toen een bypass gemaakt. Heel knap en een bijzondere operatie. Er was maar 5% kans dat ie het zou halen, zeiden ze in Bodegraven. Hij heeft er heel lang over moeten doen om te revalideren maar daarna ging het eigenlijk wel snel. Via de Rabobank-trainingen kwam ik bij Coby terecht, daarna was Theo binnen een jaar lichte tour. Ik heb met Theo op alle grote wedstrijden meegereden in de U25 in Aken, met bondscoach Wim Ernes, ben tweede geworden op het eerste U25-NK, heb gewonnen in Compiègne, ik mocht via een wildcard aan de Grand Prix in Amsterdam meedoen, heb Indoor Brabant gereden, CHIO Rotterdam, wat wil je nog meer? Op een gegeven moment heb ik zo’n beetje voor de grap gezegd: Theo moet bij mij in de wei lopen. En nu is het echt zo….”

Met Theo

Kim begon na het atheneum aan een studie bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit: “Dat duurde niet zo lang, ik had niet zoveel met dat sfeertje daar, met die studentenclubs en zo. De Intercollege business school, dat paste beter bij mij. De commerciële kant paste mij altijd wel het beste, ik werk nou ook in het familiebedrijf dat door mijn vader is opgezet, Pharmavit in Zevenbergen, een kwartiertje van Oud-Gastel, lekker dichtbij. Daar werkt mijn broer Jeroen ook. Ik heb eerst nog twee jaar op een werving- en selectiebureau gewerkt, mijn vader vond dat goed om ervaring op te doen. Hij had trouwens niks met paarden. Mijn moeder ging overal mee naar toe met de wedstrijden, zij is altijd mijn grootste fan en sponsor geweest.”

In 2010 kwam naast Theo een tweede paard, Apart: “Daar ben ik ook mee begonnen toe hij vier was. Heel moeilijk was hij, een Florencio x Jazz, zeg maar veel van Jazz. Mijn moeder ging altijd voer halen bij Plaizier in Heerjansdam waar hij stond, en zo kwam het ter sprake. We hebben hem samen gehad en zo leerde ik ook Daniël kennen, die veel handel deed samen met Wouter Plaizier. Uiteindelijk is het met Apart ook hartstikke goed gegaan, met 69% in de Grand Prix. Hij was niet echt heel gemakkelijk maar wel heel goed. En het ging best snel. Weet je, Theo heeft wel honderd miljoen pirouettes moeten draaien omdat ik het ook moest leren. En dat was daarna bij Apart een stuk makkelijker. Het idee was om hem ooit een keer te verkopen en dat is via een tussenpersoon ook gebeurd, naar Zuid-Korea, drie jaar geleden.”

Kim en Daniel gingen samenwonen in Heerjansdam in een dijkwoning: “En de paarden stonden bij de Watertoren in Gorinchem. We hebben langzamerhand een paar paarden erbij genomen maar op een gegeven moment hadden we er best veel, vijf of zes paarden, en dat in pension, dan gaat het aardig hard. We zijn op zoek gegaan naar paardenspullen. Maar ja, waar we wel tegenaan liepen: dat je een beetje de rommel van een ander koopt. In Oud-Gastel vonden we iets waar naast het huis uit 2005 alleen de hal stond, op zes hectare, niet afgezet, helemaal niks. Alles moest nog aangelegd worden. De bestemming paardenhouderij zat er al op maar ze deden er niks mee, het idee was dat de dochters het over zouden nemen maar dat liep anders. En nu hebben we een 20 x 60 buitenbak, een hal van 20 x 40, 19 boxen, een longeerbak, stapmolen, en lekker veel wei. Theo loopt hier nou lekker in de wei, en af en toe moet hij wat doen.”

“Paarden zijn nog steeds mijn hobby, ik werk vijf dagen in de week in het familiebedrijf. Ik begin daar vroeg, en ’s middags ga ik rijden. Ik heb het altijd als hobby kunnen doen. Ik hoor ook wel negatieve verhalen over het dressuurwereldje maar wij hadden het altijd heel gezellig. Haat en nijd? In het wereldje van de internationale wedstrijden viel het heel erg mee. Misschien wel juist in de basissport, ik denk erger dan in de subtop, tenminste, dat heb ik zo ervaren. Natuurlijk wil je winnen als je in de ring rijdt, maar daarbuiten help je elkaar. Springruiters hebben de naam dat het gezellig is onder elkaar, maar dat is met dressuur ook. Zeker op de internationale wedstrijden trekt het toch naar elkaar toe. Met Danielle van Mierlo, Dinja van Liere, Jill Huybrechts, een heel gezellig clubje was het.”

Met Apart, Kim’s tweede Grand Prix paard

Zo’n tien jaar geleden behaalt Kim haar instructeursdiploma, onder begeleiding van Ton de Kok in Nootdorp: “Ik geloof dat dat allround was, want ik moest ook springen. Ik geef wel les, maar alleen aan klantjes die ik leuk vind. Vorig jaar heb ik Milou Dees begeleid op het EK, dat was heel leuk om te doen. Opleiden vind ik vooral ook heel erg leuk om te doen. Op dit moment is ons oudste paard zes jaar en ik wil graag dat ze zin hebben om te werken. Dat ze niet overtraind raken, dat ik ze niet tegen de verzuring aanrijd. En afwisseling is heel belangrijk, maar ook weer regelmaat. Ze komen elke ochtend in de wei, ik vind het belangrijk dat ze er veel uitkomen. Sommigen zijn bang voor blessures. Kijk, toen Theo naar buiten ging op de pensionstal, dan was de kans groot dat in de wei ernaast een lekker wild paard stond. En dan ging mijn paard ook flink bokkend door de wei. Doodeng en dan ben je daar gauw klaar mee. Bij ons is het elke ochtend hetzelfde ritueel, dezelfde volgorde, dezelfde wei, hetzelfde maatje, dat scheelt echt alles.”

Het spul in Oud-Gastel is uitgegroeid tot een prachtige plek: “In principe hebben we alles voor onszelf. Alleen Geert-Jan Rateland staat er. Hij stond ook op De Watertoren en als grapje heb ik gezegd: ga je gezellig mee? Ik ga goed met Geert, hij brengt ook een stukje gezelligheid mee, hoe serieus hij ook met de sport bezig is. Daniël is veel op pad voor de handel, het is ook belangrijk om ook andere mensen om je heen te hebben. We hebben hier een paar meisjes die op stal werken, elke ochtend worden de stallen uitgemest, alle paarden gaan er ’s ochtends uit, drie keer per dag krijgen de paarden hooi. En ’s middags kunnen wij ze trainen, anders is het niet te doen. Oh ja, en Sarah Bamberger uit Israël rijdt bij ons nu op Theo bij de Young Riders, hij is 19, ze least hem.”

Aan het werk met een van de handelspaarden

In de tijd van Kim’s zwangerschap reed Daniël de paarden: “Ja, hij heeft alles erbij gereden. En Sarah dan op Theo. We hebben er wel twee verkocht om het ietsje minder druk te hebben. Eerst reed ik er vijf of zes op een dag, nu ga ik er drie per dag rijden. En het streven is om weer een paard op hoog niveau te hebben. Theo is het enige paard dat bij mij oud mag worden. We hebben ons voor de rest vast voorgenomen dat alles te koop is, hier moeten straks geen tien paard lopen die met pensioen zijn. Ik wil het liefst alles houden, Daniel wil alles verkopen, daar moeten we dus een middenweg in zien te vinden….”

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz