Lucie Louws rijdt in Hickstead voor het eerst in het Nederlandse team. Met haar eigen Evito, zelf opgeleid, met dank aan Leunus van Lieren. En aan vader Tinus Louws, die thuis de boel bereddert en mee op wedstrijd gaat. De amazone uit het Zeeuwse Oostkapelle meldt zich met Evito steeds nadrukkelijker in de top, wat niet onopgemerkt blijft: het is maar de vraag hoelang ze de bedragen kan weerstaan die geboden worden voor de aparte zoon van Sir Oldenburg…..

“Ik zeg niet nooit, maar ik moet er nou ff niet aan denken,” vertelt Lucie als het gaat over de belangstelling voor haar paard. Maar daarover straks meer. Want het verhaal begon ergens en kreeg een vervolg op een manier die veel mensen zal inspireren. Natuurlijk kreeg ze als peuter van 4 haar eerste eigen pony’tje thuis in Oostkapelle, waar haar vader een aannemersbedrijf had: “Een verschrikkelijk stoute pony was dat, ik ben er zowat elke dag vanaf gevallen, een drama. Maar gelukkig kwam een paar jaar later een andere pony, een D-pony, en daarmee ben ik in anderhalf jaar tijd van de B naar het Z2 gereden. Ik sprong wel eens wat thuis en op de club, een crossje soms, en heel veel door het bos en op het strand, maar op de wedstrijden was het toch dressuur.”

Vader Tinus Louws was al een paardenliefhebber, ruiter ook, en die fokte een veulentje dat Lucie’s eerste paard zou worden: “Toen ze drie was, heb ik haar zelf zadelmak gemaakt, ik geloof dat ik een jaar of 14 was. Een jonge Belasco was het, uit een moeder van Fleuri du Manoir, via hengstenhouder André de Buck. Ieria heette ze, en met haar ben ik in een jaar tijd van B naar het Z gereden, ik was toen een jaar of 15 of 16, ergens rond 1995. Juniorenwedstrijden heb ik ook met haar gereden.” Ook het volgende paard was geen kant-en-klare: “Nee, een jonge hengst, die kochten we toen hij nog geen drie was, en ook die heb ik zelf zadelmak gemaakt. Lars heette hij, een Michelangelo uit een tuigpaardmerrie van Monarch. Zadelmak maken, dat vond ik toen wel het leukste, dat heb ik heel veel gedaan. Inmiddels niet meer trouwens. Ik ben met Lars tot en met het Z2 gekomen, ik geloof tot 50 winstpunten want ik ben niet zo heel snel tevreden, stap niet zomaar over naar de volgende klasse.”

Wat heerlijk om een toppaard als Evito zo beweging in zee te geven

Na een periode bij Johan Rockx ging ze lessen bij Leunus van Lieren: “Ik had na de middelbare school in Middelburg een makelaarsopleiding gevolgd en toen ben ik bij mijn vader zes jaar in zijn aannemersbedrijf gaan werken. Af en toe kon ik natuurlijk wel tijdens werktijd met de paarden bezig zijn maar ik moest echt wel mijn uren maken. Toen hij het bedrijf verkocht, ben ik daar ook gestopt. Ik heb een jaar bij de post gewerkt: post bezorgen, bij de TPG zoals dat toen heette. Op het moment dat ik daar een jaar gewerkt had, moest ik op kantoor komen: ze wilden misschien wel het contract verlengen voor een jaar. Nou, heb ik gezegd, laat maar. Ik loop naar buiten, en precies op dat moment belde Leunus me op: of ik niet wat paarden voor hem wilde rijden. Dat heb ik een jaar of 6 of 7 gedaan voor halve dagen.”

“Bij Leunus veel geleerd? Heel veel! Heel veel jonge paarden rijden, zeker de eerste jaren. En ik bracht ook wel eens een paard uit van daar. Jonge paarden beleren, dat was echt mijn ding. En ik heb heel veel goede tips van Thamar Zweistra gehad. Op een gegeven moment komt Leunus thuis met de vrachtwagen, met een nieuw paard: heel veel herrie, wij wachten met een houding van: wat staat daar nou toch in? Een Rubiquil x Farmer was het, die vond ik gelijk zo leuk! Een paard dat heel veel geduld nodig had. Zion was bij een boertje gefokt, was als veulen uit een brandende stal gesleept. Ik dacht: ik krijg dat goed. En dat is voor een gedeelte gelukt. Ik kon hem kopen van Leunus omdat het een paard was met heel veel tics en trauma’s. Ik was de enige die hem uit de stal kon halen, het was er een met gebruiksaanwijzing. Ik ben met hem tot en met de Inter II gekomen, met les van Leunus. Helaas kreeg hij een ongeluk in de paddock, gleed uit, met de pezen van het achterbeen losgescheurd van het bot.  We hebben hem in moeten laten slapen.”

“Toen had ik inmiddels wel Evito op stal staan, gekocht toen ie bijna 4 was, van Sonja van der Putten. Ik reed al een paard voor haar en toen Evito uit de opfok kwam, vroeg ze: wil je deze ook niet gaan rijden? Leuk, gaan we doen! Zo reageer ik dan. Al heel snel vond Sonja dat het tijd werd om hem te verkopen, en ’s avonds stond ie op internet. Hij was drie jaar, dus toen nog te betalen. Mijn vader zag het eerst niet zo zitten: niet te groot, drie witte benen, apart hoofd. Ik heb Sonja laten filmen en dat heb ik mijn vader laten zien na een paar dagen. Doe maar een bod, zei die. Ik wist vanaf de eerste dag dat het echt mijn paard was, en dat het een goede zou worden wist ik binnen een week of drie of vier. Als ik mijn been aanlegde, voelde je hem zo van achteren beginnen. Bij de Pavo keken ze hem trouwens niet aan, daar werd ie afgekraakt: hij zou geen talent voor de verzameling hebben.”

“Toen ie 4 was, ben ik er een keer naast gaan staan met een zweepje, gewoon om even te kijken wat hij zou doen. Na drie minuten piaffeerde hij al een aantal passen, ik wist wel wat ik in huis had! Ook als ik een buitenrit maakte en ergens even moest wachten: piafferen zonder dat ik dat vroeg. Nou ben ik niet zo’n wedstrijdruiter, ik ben niet het type dat elke week van huis gaat om proefjes te rijden. Met m’n pony en mijn eerste paard wel, daarna veel minder. Zeker met Evito was het anders: dit zou een grote worden, dat wist ik zeker. Ik heb hem voor het eerst gestart toen ie 7 was, in de Prix, meteen 69% en gewonnen. Sven Rothenberger jureerde, en ik geloof Jan Peters.”

“Ik heb Evito twee of drie keer lichte tour gestart, een keer Inter I, Inter II een paar keer, en toen ie acht was heb ik hem in de Grand Prix gestart. Dat was meteen een succes, eerste met 70%. En toen internationaal. Dat gaat elke keer beter, maar ze moeten je wel leren waarderen, niemand kende mij. Ik heb ook wel eens 64% gereden dat ik dacht: hoe kan dit? Volgens mij is het toch wel 70% waard! Zo werkt het, helaas. In Lier kreeg ik 69%, toen vond de bondscoach ook dat het ondergewaardeerd was. Dat is ook een reden dat ik niet heel graag wedstrijden rijd. Ik ben een echte eenling, rijd altijd alleen thuis, hoor niet bij een bepaald clubje. Ik rij ook niet met een oortje rond op het losrijterrein, ben niet iemand die elke seconde gecoacht wil worden. Je ziet tegenwoordig niemand meer zonder oortje, iedereen heeft een trainer aan de kant staan. Maar voor mijzelf werkt dat niet.”

Vader Tinus Louws heeft een bijzondere plaats in de ontwikkeling van dochter Lucie, die met haar vriend in de vakantiewoning bij het ouderlijke huis woont: “We zijn eigenlijk maatjes. Zonder mijn vader had ik het allemaal niet gekund. We hebben geen personeel, hij is de hele dag bezig met voeren, uitmesten, onderhoud, zorgen dat de bak er netjes bijligt, noem maar op. En hij gaat altijd mee op wedstrijd. Af en toe zegt ie iets korts, even een knikje, dat is genoeg. Met een flesje water aan de kant, slokje water? En hij filmt alle proeven. Toen hij in het ziekenhuis lag, was hij er een keer niet bij, dat was toch anders op wedstrijd gaan. We vieren de successen ook samen, hij zegt dan: weet ik ook weer waarom ik met die kruiwagens rondsjouw.”

Vader Tinus en dochter Lucie Louws

Binnenkort volgt de landenwedstrijd in Hickstead, met dit seizoen Saumur en Exloo achter de rug: “In Exloo was het heel warm, maar het was een heel mooi concours, goed georganiseerd met een mooie baan. In de Grand Prix had ik wat meer punten verwacht, maar ik was heel tevreden met de uitslag van de kür en hoe het ging. In Saumur had ik net de kür, ik had er niet veel mee kunnen oefenen. De proef had ik zelf gemaakt, dat had ik ook niet eerder gedaan. Charles Montery heeft de muziek gemaakt. Vlak voor Saumur kreeg ik de kür, ik achter computer, ik kreeg echt tranen in de ogen, zo gaaf. Die emotie kreeg ik weer terug in Exloo, een heel bijzonder gevoel. Ik was zo in mezelf lekker aan het rijden…..na een onderdeel of zes dacht ik: oh ja, ik ben wel op wedstrijd. Dat had ik nooit eerder meegemaakt. Maar het kan nog zoveel beter….met meer expressie.”

Lucie Louws leeft van het paardrijden, van het les geven en clinics verzorgen, van het rijden van paarden voor eigenaren: ”Ik heb het basis-diploma gehaald, om een soort van bevoegd te zijn, dat is ook nodig om verenigingslessen te kunnen geven. Nou geef ik vooral privéles, thuis en op locatie. En af en toe een clinic, dat zou ik wel meer willen doen. Wat veel instructeurs niet doen, doe ik wel: ik stap best wel eens op een paard in de les. Je ziet niet alles vanaf de grond, en als ik het gevoeld heb, kan ik een leerling nog beter helpen. Daarbij heb ik het geluk dat ik heel snel een paard kan laten veranderen in korte tijd. En zo heb ik leerlingen van B tot en met lichte tour-niveau.”

En dan is het de vraag hoe het verder gaat met Evito: “Waar eindigt het? Ik weet het niet, ik ben benieuwd. Ik weet elk dat hij elke week verbetert….En er is heel veel vraag naar hem, vanuit alle kanten, uit allerlei landen. Na Saumur, na Exloo, tja, je beste paard kun je altijd verkopen. Het gaat over echt heel veel geld, daar heb ik slapeloze nachten van. Financieel gezien zou het heel verstandig zijn. Maar ik maak zulke mooie dingen mee met dit paard, dat is onbetaalbaar. Het brengt mij zo veel. Ik zeg niet nooit, maar ik moet er nou ff niet aan denken…..”

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz