Robbert Ehrens is de zoon van. De openhartige, goedlachse Robbert is de eerste om toe te geven dat dat in het verleden best voor wat druk heeft gezorgd. In de opleiding werd er geen bedje voor hem gespreid: als je een jaar lang uitgebeld wordt, moet je hart voor je sport hebben. En tegenwoordig, na een aantal omzwervingen, runt Robbert samen met vader Rob en moeder Vilja het prachtige hippische complex in Weert, waar hij geboren is.

Om met de opleiding te beginnen: je zou kunnen denken dat de ervaren sportpony’s en beste instructeurs worden ingezet om ‘de zoon van’ direct in de wereld van de springsport in te wijden. Maar daar dachten Rob en Vilja Ehrens anders over. Robbert, inmiddels 33, is ze er dankbaar voor. “Toen mijn vader zijn bedrijf in Nuth had, in de stallen bij Bemelmans, ben ik begonnen met ponyrijden in de manege. Ik kreeg gewoon een of twee keer in de week les van Harrie Bemelmans, de vader van Jo. Mijn vader was toen heel druk met wedstrijden rijden, vaak weg. En hij heeft mij de tijd gegeven om gewoon in de manege te leren, de basisdingen, op een heel speelse manier. Met onderlinge wedstrijdjes, spooktochten, dat soort dingen. Op Gekkie, een pony van de manege. Dat heb ik toch wel tot mijn 10e zo gedaan. Ze hebben me thuis nooit gepusht om te rijden.”

Na Nuth volgde de periode De IJzeren Man in Weert: “Toen kreeg ik mijn eerste eigen pony, een c-pony, zo’n jong ding zonder ervaring. Bij de ponyclub PC Weert, gewoon in de les. De eerste keer dat ik met de pony naar de les ging, lag ik er gelijk vanaf. Ik kwam de bak binnen, hij bokte en ik lag op de grond.” Robbert kan er smakelijk en aanstekelijk om lachen als hij erop terugkijkt. “En toen? Zand afgeklopt en er rustig weer op gaan zitten. Ik ben niet zo onder de indruk van dat soort dingen. Zeker toen was ik niet direct zo wedstrijdgericht, meer van lang leve de lol.”

Met de c-pony Rocky

Daarna volgde de D-pony Dajo, waarmee Robbert Limburgs kampioen in het B werd. “Toen was ik meer wedstrijden aan het rijden. In het L ging het goed, maar in het M leek het of de pony een soort van centimeter in zijn hoofd had: ik ben een jaar lang uitgebeld geweest. Mijn vader zei dan: probeer het maar weer. Hij was elk weekend op concours. Mijn moeder is overal met mij heen gecrosst, samen met haar vader, opa Piet Scheeren. Achteraf gezien denk ik dan: leren verliezen, dat moet je ook gehad hebben. Hoe ik het kon volhouden? Dat kon ik toen eigenlijk wel langs me af laten glijden. Ik geef het niet snel op. Ik weet het, een jaar lang, da’s lang…. maar we hebben het overleefd!”

“Ik heb de pony toch weer aan de gang gekregen maar ik werd best snel groot en toen kreeg ik van De IJzeren Man mijn eerste paard. Jolien, een Equador-merrie, daar kreeg ik vertrouwen van want die wilde naar de overkant. Het was het enige paard dat ik reed langs mijn schooltijd. Mijn ouders wilden dat ik eerst mijn school afmaakte, op het Bisschoppelijk College. Waar we nu de stal hebben, zat ik vroeger in de klas. School? Ach, als het me interesseerde ging het me best makkelijk af. Maar ik was niet een grote student, vanuit de klas kon ik zo naar de stal kijken waar mijn vader zat, dat was veel interessanter.”

Met de d-pony Dajo en het grote voorbeeld Rob Ehrens

De Masterclass volgde in Deurne. Robbert was inmiddels in het Z beland en reed me bij de junioren: “Vanaf toen is het allemaal wat professioneler geworden, toen heeft het allemaal wat meer vorm gekregen. Kijk, ik ben van nature niet het allergrootste talent. Door veel doen heb ik het me eigen moet maken. Ik ben ook lang heel erg onzeker geweest, misschien ook wel vanwege de druk van mijn achternaam. Dan voel je toch dat mensen staan te kijken. Dat is best wel een periode geweest dat dat moeilijk was. Als er in het parcours een moeilijkheid was, maakte ik me daar zo druk om dat het juist fout ging.”

Vanuit Weert is het niet al te ver naar het Belgische Meeuwen, waar Jos Heininckx toen een grote stoeterij was begonnen: “Daar ben ik toen halve dagen gaan werken. Ik kon kilometers maken, heel veel paarden rijden, op concours. Luwanda of the Low Lands, mijn eerste juniorenpaard, was van hem, en vanaf die tijd is het steeds beter gaan rollen. In de Masterclass heb ik veel geleerd, vooral op het gebied van instructie, van Marion Schreuder en Cor Loeffen. Uiteindelijk heb ik bij de junioren en young riders fijn mee kunnen rijden. Helaas geen EK’s, want er waren er altijd wel een paar die sterker waren. Maar het was wel een heel mooie tijd waarin ik heel veel ervaring heb opgedaan. Mijn vader heeft me altijd wel wat geholpen, maar toch vooral mijn eigen ding laten doen. In Weert hebben Patrick van der Meer en Ronald Lammerink me altijd goed geholpen in de dressuur. En Yves Houtackers in het springen. Mijn moeder zorgde er op de achtergrond altijd voor dat wij goed konden functioneren, zij is niet zo van de voorgrond, ze wil ook dat het thuis voor elkaar is.”

Het huidige bedrijf Springstal Rob Ehrens in Weert

Het gezin Ehrens verhuisde naar Velp bij Arnhem, naar het complex De Hoge Oorsprong van Theo Jansen: “Ik was een jaar of 20. Dat werd ook een heel mooie tijd, een jaar of vijf, waarin ik veel jonge paarden kon opleiden. En ik reed Marcus Quintus, een jonge Carvallo, internationaal 1m50, in 2* en 3* Grote Prijzen. Dat was een moeilijk paard, het heeft allemaal een tijdje geduurd maar toen was ook elke keer raak met heel mooie klasseringen. Begeleid door Dick Groenewoud en Sven Harmsen, beter kon niet. Hij werd verkocht naar Amerika, en ik kwam in een gat te zitten, er kwam niks nieuws achteraan. Dat was ook niet de motivatie van het bedrijf.”

En toen ontstond het idee bij Robbert om voor zichzelf te beginnen: “Ik wilde weten of dat mogelijk was voor mij. Ik heb 7 boxen gehuurd bij Joy Lammers in Hamont. Natuurlijk had het een aanloop nodig maar op den duur had ik er 18 nodig, ook voor de mensen die er hun paard hadden staan voor de begeleiding, dat is iets wat ik heel graag doe.” Via een lesklant kwam Robbert daarna terecht bij Sjors Burg in Hoogeloon: “Ik heb er een jaar of twee gezeten. Sjors had nogal zijn eigen mening, op den duur werkte dat toch niet, vooral ook omdat ik graag mensen begeleidde die dan daar moesten komen. Het was beter om uit elkaar te gaan.” De mooi nieuwe accommodatie van Hay Verdellen in Sevenum werd het volgende onderkomen: “Mooi centraal, met goede faciliteiten. Maar nog steeds gehuurd….Ik heb er voor Matthieu Moors Hisa gereden, een beetje een verreden paard die in het begin het bit niet aan durfde te nemen. Het paard had tijd nodig. 1m30 leek in het begin de max maar uiteindelijk heb ik wel in Odense de landenwedstrijd mee gereden en in Grote Prijzen er vooraan bij gezeten. Ze is toen verkocht naar Amerika.”

Met Hisa tijdens Jumping Indoor Maastricht

“Mijn vader kreeg op een bijeenkomst in het MECC de vraag waarom de bondscoach geen eigen spul in Limburg had. In Weert zijn we toen aan de gang gegaan: daar ben ik geboren en mijn vader heeft er sportief zijn beste tijd gehad, het voelde het beste. In overleg met de gemeente zijn we hier op deze plek uitgekomen, met de hele familie bij elkaar. Ik ben blij dat ik op een aantal plekken gehuurd heb gezeten, ik heb vooral geleerd wat ik kon en wat ik niet kon.”

“En nou ben ik ongelofelijk trots op wat we neergezet hebben. Een sportstal, met handel en veel begeleiding. Het uitbrengen van de paarden doe ik, eigen paarden en paarden van eigenaren, en dan een keer verkopen. Handel is niet ons belangrijkste ding maar doordat we veel begeleiding doen, ontstaat vanzelf wel wat handel. Het is zeker niet zo dat het hier heel snel erin en eruit gaat, onze kracht is juist dat we de tijd nemen om een paard op te leiden.

Neem onze Clearway, die is nu acht, daar ben ik drie jaar geleden mee begonnen. Extreem bang op het voorterrein, heel kijkerig, en heel veel fouten door eigen spanning. En hij gaf me toch het gevoel dat het erin zat. Het was een project van zoeken, doen, en die puzzel begint nou op z’n plek te vallen. We hebben voor het eerst 1.40/1.50 gelopen, heeft ie top gedaan. Van een extreem moeilijk paard is het nou een heel makkelijk paard geworden. En daar heb ik net zoveel plezier in als in internationaal rijden. Dat is een wereldje: om een beetje de aansluiting te krijgen moet je er wel drie of vier op hoog niveau hebben.”

Met Classe, de Clearway x Contender x Cor de la Bryere

Tegenwoordig is Robbert ook betrokken als jurylid bij het Anglo Europan Studbook: “Ik heb altijd heel veel interesse gehad in fokkerij. Thuis hadden we een stapel met hengstenboeken, daar zat ik altijd in te bladeren. Voor een stage heb ik meegelopen met Toon de Crom uit Weert, met een schouwhengstje een week op pad. Daar heb ik heel veel aan gehad, nog steeds eigenlijk. Van hoe hij ernaar keek, dingen die hij vertelde, een soort van wijsheden die altijd toepasbaar zijn. De eerste keer bij het AES was vier jaar geleden, daar leer je ongelofelijk van. Je staat met andere juryleden, je ziet heel veel paarden. Het is toch een kwestie van heel veel doen en zien. En nieuwe mensen leren kennen.”

En nu? “Ik heb echt heel veel plezier in het les geven èn in het opleiden, wat ik echt van mijn vader geleerd heb, en dat is ook mijn drive. Ons bedrijf is nog steeds in aanbouw, het grootste gedeelte is klaar, we hebben het goed voor elkaar. Gelukkig loopt het goed, ook met lesgeven. En het gaat goed met ons drieën. In dit wereldje is het moeilijk om te zeggen wat je wilt, het is ook afhankelijk van wat je hebt. Paarden voor de topsport is in dit stadium gewoonweg te duur. Maar af en toe eentje verkopen, dat is helemaal niet erg. Ik heb geen tijd om leerlingen vast te begeleiden, dan moet je zelf stoppen met paardrijden, en dat doe ik nog te graag. Volgens mij wil mijn vader daar wel wat meer naartoe naast zijn bondscoachschap, hij vindt dat ook leuk. En als ik dan terugkijk: dan heb ik natuurlijk ongelofelijk veel gehad aan mijn vader. Met basiswerk, de boel voor elkaar hebben, de boel onder controle hebben ook, regelmaat en ritme.”

© Nieuws.Horse 2018 | powered by Olland.biz